Een paar centimeter sneeuw blijkt in Nederland vaak al genoeg om het treinverkeer flink te ontregelen.
Reizigers worden geconfronteerd met uitgevallen treinen, vastgelopen wissels en een noodregeling die het land urenlang in zijn greep kan houden. Terwijl het Nederlandse spoor zucht onder lichte winterse omstandigheden, rijden treinen in Zwitserland ogenschijnlijk onverstoorbaar door bij hevige sneeuwval in bergachtig gebied. Dat contrast roept al jaren vragen op en raakt aan fundamentele keuzes in de inrichting van het spoor.
weinig routine
Het verschil begint bij de rol die sneeuw speelt in het dagelijks spoorbedrijf. In Nederland is sneeuw een zeldzaam verschijnsel. Het spoor, het materieel en de organisatie zijn afgestemd op een gematigd zeeklimaat waarin winterweer slechts incidenteel voorkomt. Procedures voor sneeuw en ijs liggen grotendeels op de plank en worden maar sporadisch toegepast. Voor personeel betekent dat weinig routine en weinig oefening in het omgaan met winterse verstoringen. Installaties staan het grootste deel van het jaar afgesteld op normaal weer en moeten plotseling omschakelen wanneer de temperatuur daalt.
Nederland is klein, vlak en dichtbevolkt. Steden en dorpen liggen relatief dicht bij elkaar en kennen intensieve onderlinge relaties op het gebied van werk, onderwijs en voorzieningen. Al vroeg ontstond daardoor de wens om vrijwel elke regio rechtstreeks en frequent per trein bereikbaar te maken. Het spoor werd niet alleen gezien als een verbinding tussen grote steden, maar als een fijnmazig openbaar vervoerssysteem voor het hele land.
Zwitserland kent een totaal andere realiteit. Daar is sneeuw geen incident, maar een vast onderdeel van het spoorbedrijf. De Schweizerische Bundesbahnen gaat bij het ontwerp van infrastructuur en materieel uit van langdurige kou, ijs en zware sneeuwval. Winterweer vormt er geen uitzondering, maar de norm. Dat uitgangspunt werkt door in alle lagen van het systeem, van techniek tot planning.
knelpunt
Op het Nederlandse spoor vormen wissels een bekend knelpunt. Veel wissels liggen open en dicht bij de grond, waardoor sneeuw en ijs vrij spel hebben. Wisselverwarming is niet overal aanwezig of onvoldoende krachtig wanneer de kou onverwacht toeslaat. Zodra één wissel vastvriest, kan dat grote gevolgen hebben. Het Nederlandse spoorwegnet is extreem dicht en intensief benut. Treinen volgen elkaar in hoog tempo op, met weinig ruimte om vertragingen op te vangen. Een kleine storing kan daardoor snel uitgroeien tot een landelijke ontregeling, waarbij omleiden of tijdelijk parkeren van treinen nauwelijks mogelijk is.
De eis van een dicht spoorwegnet komt voort uit een combinatie van geografische, maatschappelijke en economische keuzes die in Nederland al meer dan een eeuw geleden zijn gemaakt en sindsdien zijn doorontwikkeld.
In Zwitserland ligt de nadruk minder op maximale benutting en meer op robuustheid. Wissels zijn daar vaak beter afgeschermd of zelfs overdekt en beschikken over zware, soms dubbele verwarming. Op cruciale trajecten staan sneeuwploegen en railfrezen permanent paraat om het spoor vrij te houden. Ook het materieel is ontworpen om betrouwbaar te functioneren bij extreme kou en dikke sneeuwlagen. Storingen worden daarmee niet altijd voorkomen, maar hun impact blijft beperkt.
punctualiteit
De dienstregeling weerspiegelt diezelfde filosofie. Waar in Nederland wordt gereden op efficiëntie en punctualiteit tot op de minuut, bevat de Zwitserse dienstregeling bewust buffers. Treinen rijden minder strak op elkaar, waardoor vertragingen eenvoudiger kunnen worden opgevangen. Dat betekent een lagere theoretische capaciteit, maar levert in de praktijk een hogere betrouwbaarheid op, juist wanneer het weer tegenzit.
Achter deze verschillen schuilt ook een duidelijke kostenafweging. Investeren in zware wintervoorzieningen is duur en in Nederland maar een paar dagen per jaar volledig nodig. Daarom wordt het spoor hier ingericht op gemiddeld weer. In Zwitserland bestaat er politiek en maatschappelijk draagvlak voor hogere kosten per kilometer spoor. Betrouwbaarheid onder alle omstandigheden wordt gezien als een essentiële publieke waarde, ook als dat extra investeringen vergt.
spoorbeheer
Het contrast tussen Nederland en Zwitserland laat zien dat spoorbeheer meer is dan techniek alleen. Het weerspiegelt een keuze tussen efficiëntie en robuustheid. Zolang sneeuw in Nederland een uitzondering blijft en het spoor vooral is geoptimaliseerd voor goede omstandigheden, zal een winterse dag het systeem kwetsbaar houden. Zelfs een dunne laag sneeuw kan dan voldoende zijn om het treinverkeer tot stilstand te brengen.
U kunt ook luisteren naar onze podcast over dit onderwerp.

