De Belastingdienst zet een streep door het gebruik van het burgerservicenummer in zogenoemde betaalkenmerken.
Daarmee komt een einde aan een praktijk die volgens de Autoriteit Persoonsgegevens in strijd is met de privacywetgeving. De toezichthouder concludeert na onderzoek dat het verwerken van het BSN in betalingskenmerken en vorderingsnummers niet noodzakelijk is en dus niet is toegestaan onder de geldende regels.
De maatregel wordt niet van de ene op de andere dag ingevoerd. De Belastingdienst heeft aangekondigd uiterlijk eind 2026 te stoppen met het opnemen van het BSN in nieuwe betalingskenmerken. Het aanpassen van de vorderingsnummers blijkt complexer. Daarvoor is een langere overgangsperiode nodig en die verandering moet volgens de huidige planning uiterlijk in 2032 zijn afgerond. Tot die tijd blijft het systeem deels in gebruik, al staat vast dat het op termijn volledig zal verdwijnen.
klachten van burgers
Aanleiding voor het onderzoek van de Autoriteit Persoonsgegevens waren klachten van burgers. Zij trokken aan de bel omdat hun BSN werd verwerkt in betaalkenmerken die ook bij derden terecht kunnen komen. Denk daarbij aan banken, betaaldienstverleners of partijen die namens iemand een betaling uitvoeren of ontvangen. Volgens de klagers ging de Belastingdienst daarmee over de schreef en schond de organisatie de privacywetgeving.
Die kritiek blijkt terecht. De Autoriteit Persoonsgegevens stelt vast dat de Belastingdienst de Algemene verordening gegevensbescherming en de bijbehorende Uitvoeringswet overtreedt. De fiscus heeft die overtreding zelf al erkend. In 2025 liet de Belastingdienst in een brief aan de toezichthouder weten dat het gebruik van het BSN in deze context niet te rechtvaardigen is volgens de regels.
De kwestie staat niet op zichzelf. Sinds halverwege 2024 staat de Belastingdienst onder verscherpt toezicht van de Autoriteit Persoonsgegevens. De organisatie moet sindsdien op meerdere fronten verbeteringen doorvoeren om de bescherming van persoonsgegevens beter te waarborgen. Daarbij wordt onder meer gekeken naar problemen rond geautomatiseerde selecties en het toezicht op logging, oftewel het vastleggen wie wanneer toegang heeft tot gegevens.
voorrang
Die trajecten krijgen voorrang, omdat de risico’s voor burgers daar groter worden ingeschat. Tegen die achtergrond heeft de Autoriteit Persoonsgegevens ingestemd met de gefaseerde aanpak rond het schrappen van het BSN uit betaalkenmerken en vorderingsnummers. Hoewel er sprake is van een overtreding, speelt mee dat de gegevens in veel gevallen al bekend zijn bij betrokken derden. Banken, curatoren of zelfs familieleden die helpen bij betalingen beschikken vaak al over het burgerservicenummer.
Toch blijft het uitgangspunt dat het gebruik van het BSN tot een minimum moet worden beperkt. Het nummer is een gevoelig persoonsgegeven dat alleen mag worden ingezet als daar een duidelijke wettelijke basis voor is en wanneer het strikt noodzakelijk is. Volgens de toezichthouder is dat bij betaalkenmerken niet het geval, waardoor de Belastingdienst nu wordt gedwongen het systeem aan te passen.
herziening
De komende jaren staan dus in het teken van een ingrijpende herziening van de manier waarop betalingen en vorderingen worden geadministreerd. Dat vraagt niet alleen technische aanpassingen, maar ook veranderingen in processen en systemen die diep in de organisatie zijn verankerd. De Belastingdienst benadrukt dat het zorgvuldig wil handelen om fouten en nieuwe problemen te voorkomen.
Met deze stap probeert de fiscus het vertrouwen van burgers te herstellen en te voldoen aan de strikte eisen van de privacywetgeving. Tegelijkertijd blijft de druk vanuit de toezichthouder hoog om ook op andere terreinen snel verbeteringen door te voeren.

