Het oude gezegde lijkt hier dan ook van toepassing: “gratis geld bestaat niet”.
De belofte van gratis geld klinkt voor veel consumenten als muziek in de oren, zeker wanneer het gaat om een claim tegen een grote telecomaanbieder. Toch groeit de onrust rond de massaclaim tegen Odido, waarbij steeds meer kritische geluiden opduiken over de manier waarop deze collectieve actie is ingericht. Wat op het eerste gezicht een laagdrempelige kans lijkt op een schadevergoeding, blijkt bij nadere bestudering een stuk complexer.
Stichting CUIC – Consumers United in Court – speelt een centrale rol in deze zaak. De organisatie treedt op namens consumenten die zich hebben aangesloten via een online akkoordverklaring. Zij stellen dat Odido NL Holding B.V. en aanverwante bedrijven mogelijk de privacy- en consumentenwetgeving hebben geschonden. Deelnemers hoeven volgens de campagne geen kosten te maken om mee te doen, wat de drempel laag houdt en de aantrekkingskracht vergroot.
“geen risico, geen gedoe”Â
De slogan “geen risico, geen gedoe” blijkt echter niet het hele verhaal te vertellen. Achter de schermen is sprake van een zogeheten “no cure, no pay” constructie, waarbij een externe procesfinancier de kosten draagt. Deze partij neemt het financiële risico op zich, maar krijgt daar bij succes een forse vergoeding voor terug. En juist daar begint de discussie.
Wat in de praktijk vaak minder goed doordringt, is dat deze exclusiviteit ook beperkingen met zich meebrengt. Zodra iemand zich heeft aangesloten, is het niet langer mogelijk om zelf – of via een andere partij – parallel een procedure te starten tegen Odido over dezelfde kwestie. De rechten zijn immers overgedragen aan de stichting voor de duur van het traject. Het ondertekenen van de deelnameverklaring is daarmee geen vrijblijvende stap, maar een juridisch bindende keuze waarbij controle en zeggenschap grotendeels worden overgedragen. Voor wie overweegt mee te doen, is het van belang zich te realiseren dat het niet alleen gaat om de kans op een mogelijke vergoeding, maar ook om het uit handen geven van de eigen positie in het proces.
De afspraken met deze financier zijn namelijk minder eenvoudig dan ze lijken. Er is geen sprake van één vast percentage dat wordt ingehouden op een eventuele schadevergoeding. In plaats daarvan wordt gewerkt met een systeem waarbij de financier recht heeft op het hoogste bedrag van twee berekeningen: een percentage dat kan oplopen tot 25 procent van de totale opbrengst, of een vergoeding die kan stijgen tot zeven keer de gemaakte kosten. Dit mechanisme maakt het voor deelnemers lastig om vooraf te overzien hoeveel zij uiteindelijk daadwerkelijk ontvangen.
🎧 Pitane Blue Nieuwsradio
In de overeenkomst wordt weliswaar gesteld dat deelnemers “minimaal 75%” van hun vergoeding behouden, maar critici plaatsen daar kanttekeningen bij. Die ondergrens is geen garantie voor een hoog nettobedrag, zeker niet wanneer de totale schadevergoeding lager uitvalt dan gehoopt. In zulke gevallen kan de druk op die verdeling aanzienlijk toenemen.
De vraag die boven deze zaak blijft hangen, is dan ook scherp en relevant: wordt hier vooral gestreden voor gerechtigheid, of draait het uiteindelijk om winst?
Ook de mate van invloed die deelnemers hebben, roept vragen op. Wie zich aansluit bij de stichting, geeft een exclusief mandaat af. Dat betekent dat de stichting volledig bepaalt hoe de zaak wordt gevoerd, welke strategie wordt gekozen en of er wordt geschikt of doorgeprocedeerd. Individuele deelnemers hebben daarin geen stem. Zelfs wanneer iemand ontevreden raakt, biedt uitstappen weinig soelaas. Na de wettelijke bedenktijd blijft men bij een succesvolle uitkomst namelijk verplicht om de afgesproken vergoeding af te dragen.
jaren voortslepen
Daarmee rijst de vraag hoe vrijwillig deelname nog is wanneer financiële verplichtingen blijven bestaan, zelfs na beëindiging van de deelname. Voor veel consumenten is dat een onverwacht aspect van de overeenkomst.
Wie zich aansluit bij de massaclaim tegen Odido krijgt in eerste instantie nog een uitweg: binnen veertien dagen na aanmelding kan de deelname kosteloos worden geannuleerd. Deze wettelijke bedenktijd biedt consumenten de mogelijkheid om zonder gevolgen terug te komen op hun beslissing. Daarna verandert het speelveld aanzienlijk. Na deze periode geldt een opzegtermijn van één maand. Op papier lijkt dat een redelijke ontsnappingsroute, maar in de praktijk blijkt die minder definitief dan gedacht. Het cruciale detail zit namelijk in de financiële verplichtingen die blijven bestaan, zelfs nadat iemand formeel is uitgestapt. De overeenkomst bepaalt dat deelnemers ook na opzegging gebonden blijven aan de uitkomst van de zaak.
De duur van dergelijke procedures vormt een ander punt van zorg. Collectieve claims kunnen jaren voortslepen en in sommige gevallen zelfs langer dan vijf jaar duren. Opvallend is dat in de overeenkomst is opgenomen dat de vergoeding voor de financier kan toenemen naarmate de zaak langer loopt. Volgens critici kan dit een ongewenste prikkel creëren, waarbij tijd in het voordeel werkt van de financier in plaats van de deelnemers.
De complexiteit van de regeling draagt daarnaast bij aan de onduidelijkheid. De combinatie van percentages, staffels en kostenmultipliers maakt het voor de gemiddelde consument moeilijk te doorgronden waar hij of zij precies voor tekent. Het verschil tussen een afdracht van tien procent of vijfentwintig procent kan bij hogere bedragen immers aanzienlijk zijn.
massaclaims
Ondertussen groeit het bredere debat over de rol van commerciële partijen binnen dit soort massaclaims. Waar collectieve acties ooit vooral werden gezien als een middel om recht te halen voor gedupeerde consumenten, klinkt nu vaker de kritiek dat er een verdienmodel achter schuilgaat. Externe financiers spelen daarin een steeds grotere rol, waarbij rendement een belangrijke drijfveer lijkt.
Voor consumenten die overwegen zich aan te sluiten, is voorzichtigheid geboden. De actie tegen Odido kan een kans bieden op compensatie, maar het is geen risicoloze onderneming zoals soms wordt gesuggereerd. Achter de aantrekkelijke belofte van gratis deelname schuilt een juridisch en financieel systeem dat vraagt om zorgvuldige afweging.
regels en transparantie
De stichting achter de massaclaim tegen Odido presenteert zich nadrukkelijk als een organisatie die opereert volgens de geldende regels en richtlijnen. Stichting CUIC stelt dat zij voldoet aan de eisen van artikel 3:305a van het Burgerlijk Wetboek, de wettelijke basis die bepaalt onder welke voorwaarden een organisatie collectieve acties mag voeren. Daarnaast benadrukt de stichting te handelen in lijn met de Claimcode 2019, een gedragscode die specifiek is opgesteld voor organisaties die namens groepen gedupeerden procederen.
De Claimcode fungeert als een soort moreel en bestuurlijk kompas voor dit soort claimorganisaties. De code bestaat uit zeven zogeheten “comply or explain”-principes, die betrekking hebben op goed bestuur, transparantie en de rol van externe financiers. Het uitgangspunt is dat de belangen van de collectief benadeelden altijd vooropstaan. Organisaties die zich aan de code verbinden, moeten kunnen uitleggen hoe zij deze principes naleven of waarom zij daarvan afwijken. Volgens CUIC wordt hierover verantwoording afgelegd in het Claim Code Verantwoordingsdocument 2026.


and then