In de Amsterdamse gemeenteraad zijn opnieuw vragen gesteld over de situatie op de taxistandplaats bij Amsterdam Centraal.
De situatie rond de taxistandplaats bij Amsterdam Centraal Station ligt opnieuw onder een vergrootglas. In een reeks kritische vragen aan het college wordt duidelijk dat de zorgen over veiligheid, handhaving en de kwaliteit van het taxivervoer allerminst zijn afgenomen. Integendeel, volgens betrokkenen en initiatiefnemers is de situatie de afgelopen jaren juist verslechterd.
De discussie draait onder meer om de inzet van zogeheten taxihosts, die toezicht houden op de standplaats. Voor de coronapandemie werd gewerkt met twee diensten van acht uur, waarbij de kosten door de chauffeurs zelf werden gedragen. Nu wordt de vraag opgeworpen of het college bereid is die kosten volledig op zich te nemen, omdat de problemen volgens critici inmiddels “volledig uit de hand” zijn gelopen. Daarmee lijkt de roep om meer regie vanuit de gemeente sterker dan ooit.
defecte slagboom
Ook praktische problemen blijven de situatie bemoeilijken. Zo wordt er gewezen op een defecte slagboom bij de standplaats, waarvan nog altijd onduidelijk is wanneer deze gerepareerd of vervangen wordt. Het ontbreken van een goed functionerende toegangscontrole zou bijdragen aan de onoverzichtelijkheid en het gebrek aan handhaving op de locatie.
De zorgen beperken zich echter niet tot infrastructuur alleen. Er wordt nadrukkelijk gevraagd of het college onderzoek heeft gedaan naar de kwaliteit van het taxivervoer op deze drukke plek. Daarbij gaat het niet alleen om de uitkomsten van eventuele studies, maar vooral om de concrete maatregelen die daaruit voortvloeien en de deadlines die daaraan zijn gekoppeld. De roep om duidelijke actiepunten klinkt steeds luider.
Cijfers over wangedrag onder chauffeurs spelen eveneens een belangrijke rol in het debat. Er wordt gevraagd hoeveel chauffeurs in de afgelopen twee jaar door taxiorganisaties zijn geschorst of hun vergunning zijn kwijtgeraakt na meldingen van oplichting, ritweigering, intimidatie of zelfs geweld. Deze incidenten zouden bijdragen aan een groeiend gevoel van onveiligheid onder reizigers.
Bijzondere aandacht gaat uit naar kwetsbare groepen. Signalen dat toeristen, vrouwen en homoseksuelen vaker doelwit zouden zijn van overlast en oplichting worden expliciet benoemd. De vraag of het college deze signalen deelt, wordt gekoppeld aan de extra gevoeligheid van het onderwerp in het jaar waarin World Pride plaatsvindt. Critici noemen de situatie “extra zorgwekkend” en dringen aan op gerichte maatregelen om deze groepen beter te beschermen.
Met de aanhoudende kritiek en de druk van zowel betrokkenen als de politiek lijkt het dossier rond de taxistandplaats bij Amsterdam Centraal Station voorlopig nog niet gesloten. Zeker met grote evenementen zoals World Pride in aantocht, groeit de urgentie om met concrete en zichtbare oplossingen te komen.
De veiligheid tijdens World Pride krijgt dan ook specifieke aandacht. Er wordt gevraagd hoe het college ervoor zorgt dat de taxistandplaats bij Centraal Station veilig is voor LHBTQIA+’ers en welke extra maatregelen daarvoor worden genomen. Daarmee wordt de druk opgevoerd om op korte termijn zichtbare verbeteringen door te voeren.
handhaving
Naast beleidsmaatregelen klinkt er ook een oproep tot dialoog. Een groep van zes initiatiefnemers, waaronder de heer Boushaba, wil in gesprek met zowel de wethouder als de gemeenteraad. De vraag ligt op tafel of het college bereid is deze groep uit te nodigen, zodat hun voorstellen serieus kunnen worden besproken.
Handhaving vormt een ander belangrijk speerpunt. Er wordt gepleit voor een pilot met structureel uitgebreide controle door buitengewoon opsporingsambtenaren en politie, met name tijdens de avond- en nachturen. Juist op die momenten zouden de meeste incidenten plaatsvinden, waardoor gerichte inzet volgens betrokkenen noodzakelijk is.
De kritiek richt zich uiteindelijk ook op het bredere beleid van de gemeente. Er wordt openlijk getwijfeld aan de effectiviteit van de huidige aanpak, waarbij onderzoek en verantwoordelijkheid bij chauffeurs en organisaties centraal staan. Volgens de vraagstellers heeft deze strategie er niet voor gezorgd dat de problemen zijn afgenomen. Integendeel, zij stellen dat de situatie “alleen maar is verslechterd”.
Daarmee komt de verantwoordelijkheid van het college nadrukkelijk ter sprake. Hoe kan het dat eerdere signalen en onderzoeken niet hebben geleid tot een structurele verbetering? En welke rol ziet het stadsbestuur voor zichzelf in het oplossen van de problemen die inmiddels al jaren spelen?

