De stijgende brandstofprijzen werken nadrukkelijk door in het beleid rond leerlingenvervoer.
Gemeenten krijgen het advies om ouders financieel tegemoet te komen nu de onbelaste kilometervergoeding wordt verhoogd. Die vergoeding gaat van €0,23 naar €0,25 per kilometer en geldt met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026. Daarmee wil het kabinet de pijn van de fors duurdere benzine deels verzachten.
De maatregel maakt onderdeel uit van het Belastingplan 2027, maar wordt al eerder in de praktijk gebracht. De staatssecretaris van Financiën heeft namelijk aangegeven dat gemeenten en andere betrokken partijen niet hoeven te wachten op de formele wetswijziging. De nieuwe tarieven mogen alvast worden toegepast en verwerkt. Dat betekent concreet dat ouders die hun kinderen zelf naar school brengen en daarvoor een vergoeding ontvangen, met terugwerkende kracht recht hebben op een hogere tegemoetkoming.
sturende rol
De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) speelt hierin een sturende rol. De organisatie adviseert gemeenten om de verhoging van de kilometervergoeding ook door te voeren in de normbedragen voor het leerlingenvervoer. Om die reden zijn de basisnormbedragen in de modelverordening aangepast. Daarmee wordt geprobeerd om landelijk meer uniformiteit te creëren en ouders niet afhankelijk te laten zijn van lokaal uiteenlopend beleid.
Achter deze aanpassing zit een duidelijke gedachte. Gemeenten stimuleren al langer dat ouders, waar dat mogelijk is, hun kinderen zelf naar school brengen. Dat kan bijvoorbeeld efficiënter zijn dan georganiseerd vervoer en geeft ouders meer flexibiliteit. Tegelijkertijd wordt erkend dat de stijgende brandstofkosten voor veel gezinnen een flinke belasting vormen. Met de verhoging van de kilometervergoeding wordt geprobeerd die extra kosten enigszins te compenseren.
Voor gemeenten betekent dit dat zij niet alleen het nieuwe tarief kunnen overnemen, maar ook dat zij bestaande vergoedingen moeten herzien. Ouders die al een vergoeding ontvangen op basis van de kilometerregeling, kunnen aanspraak maken op een nabetaling over de periode vanaf 1 januari 2026. Dat kan administratief de nodige inspanning vergen, omdat eerdere uitbetalingen moeten worden gecorrigeerd.
bestaande middelen
Hoewel de maatregel voor ouders positief uitpakt, brengt deze ook uitdagingen met zich mee voor gemeenten. Er is namelijk een belangrijk aandachtspunt: het rijk stelt vooralsnog geen extra budget beschikbaar om de hogere kosten op te vangen. Gemeenten moeten de extra uitgaven dus uit hun bestaande middelen bekostigen. Dat kan druk zetten op de gemeentelijke begrotingen, zeker in een tijd waarin veel lokale overheden al te maken hebben met financiële krapte.
De vraag is dan ook hoe gemeenten hiermee omgaan. Sommige gemeenten zullen de verhoging zonder veel discussie doorvoeren, mede omdat het advies van de VNG zwaar weegt. Andere gemeenten zullen mogelijk kritischer kijken naar de financiële gevolgen en zoeken naar manieren om de kosten te beperken. Denk daarbij aan strengere voorwaarden voor vergoedingen of een heroverweging van het beleid rond leerlingenvervoer.
Voor ouders is de boodschap in ieder geval duidelijk: er komt extra compensatie aan voor de kilometers die zij maken om hun kinderen naar school te brengen. Zeker voor gezinnen die dagelijks flinke afstanden moeten afleggen, kan het verschil van twee cent per kilometer op jaarbasis oplopen tot een merkbaar bedrag.
De komende periode zal moeten blijken hoe gemeenten deze wijziging concreet gaan doorvoeren en hoe zij omgaan met de financiële gevolgen. Vaststaat dat de stijgende brandstofprijzen een blijvende impact hebben op beleid en portemonnee, en dat zowel ouders als gemeenten zich moeten aanpassen aan deze nieuwe realiteit.
