Het spoor tussen Groningen, Leeuwarden en Zwolle blijft voorlopig in handen van de Nederlandse Spoorwegen.
De sprinters op deze trajecten zullen in elk geval tot 2033 door NS worden gereden. Daarmee komt een einde aan de ambitie van vervoerder Arriva om de stoptreindiensten over te nemen. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat heeft besloten dat de plannen van het bedrijf uit Heerenveen onvoldoende zekerheid bieden.
De beslissing is genomen door de nieuwe staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, Annet Bertram van het CDA. Zij trad begin vorige week aan als bewindspersoon en heeft zich meteen moeten buigen over de al langer lopende discussie over de zogenoemde Noordelijke Lijnen. Na bestudering van het voorstel van Arriva kwam Bertram tot de conclusie dat de vervoerder niet kan garanderen dat de treindiensten tot 2033 zelfstandig en betrouwbaar uitgevoerd kunnen worden.
risico te groot
In een toelichting stelt de staatssecretaris dat Arriva geen zekerheid biedt dat het bedrijf tussen nu en het jaar 2033 “deze treindiensten in open toegang kan rijden op de Noordelijke Lijnen”. Het ministerie acht het risico te groot dat de dienstverlening op termijn in de knel komt door een gebrek aan geschikt materieel.
Het probleem zit volgens Den Haag vooral in de treinen die Arriva wil inzetten. De vervoerder had het plan om in de eerste jaren nieuwe treinstellen te gebruiken die oorspronkelijk bedoeld zijn voor de spoorlijn tussen Nijmegen en Roermond. Deze lijn, ook wel bekend als de Maaslijn, beschikt momenteel nog niet over bovenleiding. Daardoor staan de nieuwe elektrische treinen voorlopig aan de kant.
Arriva wilde deze treinen tijdelijk inzetten op de trajecten tussen Groningen en Zwolle en tussen Leeuwarden en Zwolle. Daarmee zou het bedrijf de sprinterdiensten kunnen verzorgen totdat de Maaslijn volledig geëlektrificeerd is. Volgens de huidige planning is dat project eind volgend jaar afgerond. Zodra dat gebeurt, zijn de treinen weer nodig op het traject in het zuiden van het land. Dat scenario zou betekenen dat Arriva opnieuw op zoek moet naar materieel voor de noordelijke lijnen.
continuïteit
Volgens het ministerie vormt dat een te groot risico voor de continuïteit van het treinverkeer. Arriva opperde daarom een andere oplossing. Het bedrijf stelde voor om treinstellen van de NS over te nemen of tijdelijk te gebruiken.
De staatssecretaris ziet daar echter niets in. “Als mogelijke oplossing heeft Arriva voorgesteld dat het ministerie bij NS zou kunnen afdwingen dat NS materieel overdraagt of ervoor zorgt dat Arriva tijdelijk gebruik kan maken van materieel van NS”, zegt Bertram. Volgens haar past zo’n constructie niet bij het principe dat een vervoerder in open toegang volledig voor eigen rekening en risico opereert. “Arriva kan geen beroep doen op de overheid voor het beschikbaar stellen van financiering, materieel en personeel.”
Daar komt volgens Bertram nog bij dat het ministerie NS niet kan verplichten om materieel beschikbaar te stellen aan een concurrent. Het voorstel van Arriva wordt daarom door haar als “onvoldoende” bestempeld.
🎧 Pitane Blue Nieuwsradio
Bij de NS wordt het besluit met instemming ontvangen. Woordvoerder Erik Kroeze noemt het besluit duidelijk en stabiel voor reizigers en spoorsector. Volgens hem verandert er weinig voor de reiziger als een andere vervoerder dezelfde dienstregeling met dezelfde treinen uitvoert. “Wat ons betreft is het goed nieuws. Het geeft duidelijkheid en stabiliteit op het spoor. Bovendien: als een andere vervoerder die met dezelfde treinen dezelfde dienstregeling rijdt, leidt dat volgens ons niet tot een verschil voor de reiziger. Waarom zou je al die moeite doen als de trein een ander kleurtje krijgt maar dezelfde trein op dezelfde lijn rijdt?”
Arriva kijkt totaal anders naar de situatie en reageert teleurgesteld. Het bedrijf benadrukt dat het eigen plannen had om de dienstverlening te verbeteren. Volgens de vervoerder zouden er niet alleen meer, maar ook snellere treinen komen. Arriva had bovendien aangegeven dat er in de toekomst ruimte zou kunnen komen voor een extra stop in Staphorst, een station waar volgens het bedrijf vraag naar is maar waar NS tot nu toe geen mogelijkheden voor ziet.
stevige kritiek
Woordvoerder Nikkie Smit uit stevige kritiek op het ministerie. Zij stelt dat er vanuit Den Haag weinig bereidheid bestaat om veranderingen op het spoor toe te laten. Volgens haar ontbreekt “een constructieve houding en de wil vanuit het ministerie”. Smit zegt bovendien dat “ons aanbod voor de noordelijke treinreiziger nog steeds buiten bereik blijft”. De vervoerder laat weten teleurgesteld te zijn over het verloop van het proces.
Volgens Arriva had het bedrijf al veel eerder met sprinters naar Zwolle kunnen rijden. “Al vier jaar” zouden de treinen van de Maaslijn beschikbaar zijn geweest, aldus Smit. “We zijn erg teleurgesteld over de gang van zaken. We begrijpen niet waarom het ministerie niet in beweging komt.”
Daarnaast benadrukt Arriva dat het volgens het bedrijf wel degelijk mogelijk zou zijn om NS-materieel over te nemen. “In het contract met de NS staat dat NS gecompenseerd kan worden voor treinen die een andere partij van hen overneemt”, stelt de vervoerder.
bestuursrechter
De kwestie is daarmee nog niet volledig afgesloten. Het conflict rond de sprinterdiensten maakt deel uit van een juridische procedure die momenteel bij de bestuursrechter ligt. Arriva heeft aangegeven de uitspraak van de rechter af te wachten en te onderzoeken hoe de rechter naar de beslissing van het ministerie kijkt. De zaak kreeg eerder al een vervolg nadat de bestuursrechter het ministerie had opgedragen opnieuw naar de kwestie te kijken.
Voorlopig blijft volgens RTV Noord de situatie echter ongewijzigd. De sprinters tussen Groningen, Leeuwarden en Zwolle blijven in handen van NS, en reizigers in het noorden zullen dus ook de komende jaren met de vertrouwde blauw-gele treinen blijven reizen.



and then