Taxi's vrezen verlies van cruciale ritten door nieuwe regels, conceptnota zou sector buitenspel zetten.
De Nationale Groepering van Ondernemingen actief in de taxisector, kortweg GTL, luidt de alarmbel over de plannen rond het niet-dringend zittend patiëntenvervoer. Aanleiding is de conceptnota die op 27 mei 2026 werd ingediend in het Vlaams Parlement door onder meer Tomas Roggeman en Bert Maertens. Volgens de sector dreigt de voorgestelde aanpak veel verder te gaan dan wat juridisch noodzakelijk is na een belangrijk arrest van het Grondwettelijk Hof.
Dat arrest, met nummer 171/2025, maakte duidelijk dat niet alle vormen van patiëntenvervoer zomaar onder de klassieke taxiregels kunnen vallen. Concreet stelde het Hof dat vervoer dat gebeurt op medische aanwijzing én onder begeleiding van gekwalificeerd personeel, niet zomaar gelijkgesteld mag worden met traditioneel taxivervoer. Voor GTL vormt dat een duidelijke en logische basis om de regelgeving bij te sturen.
stevige kritiek
De organisatie benadrukt dat zij die redenering onderschrijft. Het lijkt volgens de taxisector vanzelfsprekend dat er voor deze specifieke categorie van vervoer een apart juridisch kader wordt uitgewerkt. Tegelijk klinkt er stevige kritiek op de manier waarop de conceptnota dit principe vertaalt naar beleid. Volgens GTL wordt het begrip patiëntenvervoer in de tekst veel ruimer geïnterpreteerd dan wat het Grondwettelijk Hof voor ogen had.
Waar het Hof zich expliciet beperkt tot situaties waarin medische begeleiding noodzakelijk is, schuift de conceptnota volgens de sector een bredere benadering naar voren. Daarbij lijkt de zorgbehoefte van de gebruiker centraal te staan, los van de vraag of er effectief medische begeleiding vereist is. Dat verschil is volgens GTL cruciaal en kan verregaande gevolgen hebben voor de praktijk.
De organisatie vreest dat door deze ruime invulling een aanzienlijk deel van het huidige niet-dringend zittend vervoer buiten het toepassingsgebied van het Taxidecreet zou vallen. Dat zou betekenen dat tal van ritten die vandaag probleemloos door taxi-ondernemingen worden uitgevoerd, plots onder een ander en mogelijk zwaarder regime terechtkomen. Nochtans benadrukt de sector dat dit vervoer vandaag al veilig, kwaliteitsvol en kostenefficiënt gebeurt.
Het gaat daarbij om een brede waaier aan vervoersopdrachten die voor veel patiënten essentieel zijn in hun dagelijkse zorgtraject. Denk aan ritten van en naar dialysecentra, vervoer van oncologische patiënten, trajecten naar consultaties en dagziekenhuizen, en verplaatsingen naar revalidatiecentra. Ook aangepast vervoer voor personen met een mobiliteitsbeperking en een aanzienlijk deel van het rolstoelvervoer vallen volgens GTL onder deze categorie.
Ondanks de kritische toon benadrukt GTL dat de taxisector bereid blijft om constructief mee te denken. De organisatie geeft aan open te staan voor overleg met alle betrokken partijen om tot een werkbare en evenwichtige oplossing te komen die zowel juridisch correct als praktisch haalbaar is.
Volgens de taxisector is het huidige onderscheid tussen vervoer mét en zonder medische begeleiding helder, objectief en bovendien makkelijk controleerbaar. Dat maakt het volgens hen een solide basis voor regelgeving. GTL pleit er dan ook voor om de aanpassing van het Taxidecreet strikt te beperken tot wat het Grondwettelijk Hof heeft aangegeven. Enkel vervoer dat daadwerkelijk gebeurt op medische aanwijzing en onder begeleiding van gekwalificeerd personeel zou buiten het bestaande kader moeten vallen.
centrale rol
Daarnaast vraagt de sector expliciet dat het beleidsdomein Mobiliteit een centrale rol blijft spelen in de verdere uitwerking van de regels. Niet dringend zittend patiëntenvervoer is volgens GTL immers niet uitsluitend een zorgkwestie, maar in belangrijke mate ook een mobiliteitsvraagstuk. Het toekomstige kader moet rekening houden met de rol van taxi-ondernemingen, aanbieders van aangepast vervoer en andere spelers binnen het mobiliteitslandschap.
De organisatie uit ook bezorgdheid over mogelijke bijkomende maatregelen die volgens haar weinig meerwaarde bieden voor de patiënt, maar wel aanzienlijke kosten met zich kunnen meebrengen. Zo wordt gewaarschuwd voor een doorgedreven medicalisering van vervoer en voor de invoering van nieuwe voertuigcategorieën met specifieke uiterlijke kenmerken. Dergelijke ingrepen zouden volgens GTL de uitgaven voor gebruikers, mutualiteiten en de overheid fors kunnen doen stijgen, zonder dat daar een duidelijke verbetering van de dienstverlening tegenover staat.

