Het proefproject met zelfrijdende bussen van De Lijn in Leuven blijkt voorlopig geen vlekkeloos parcours.
Sinds in januari 2026 ook passagiers worden meegenomen, komen verschillende technische, praktische en infrastructurele problemen aan het licht. De autonome shuttles rijden wel degelijk zelfstandig door het Leuvense verkeer, maar onder meer hun lage snelheid, problemen met de toegankelijkheid en de wettelijke verplichting om een menselijke begeleider aan boord te houden, tonen aan dat er nog een flinke weg moet worden afgelegd.
De Lijn begon in september vorig jaar met een uitgebreide testfase waarbij de zelfrijdende voertuigen zonder passagiers door Leuven reden. De bussen zijn afkomstig van het Chinese WeRide, dat deels eigendom is van de Europese Renault Group. Tijdens die eerste maanden was altijd een begeleider aanwezig. De vele ritten waren vooral bedoeld om de technologie uitgebreid te testen en de artificiële intelligentie achter de voertuigen vertrouwd te maken met de uiteenlopende verkeerssituaties in de studentenstad.
januari 2026
Dat bleek geen overbodige luxe. De geplande start met passagiers liep eind 2025 vertraging op omdat de software meer testkilometers nodig had. De complexe Leuvense binnenstad moest voldoende nauwkeurig in kaart worden gebracht voordat reizigers konden worden toegelaten. Pas in januari 2026 kwam het project met passagiers daadwerkelijk op gang.
Eenmaal tussen het gewone stadsverkeer bleek ook hoe voorzichtig de autonome voertuigen te werk gaan. De shuttles reageren op kleine obstakels en stoppen geregeld wanneer het systeem een mogelijk risico detecteert. Die voorzichtige rijstijl komt de veiligheid ten goede, maar heeft tegelijkertijd gevolgen voor de praktische bruikbaarheid. Een verplaatsing met een autonome shuttle kan daardoor aanzienlijk langer duren dan dezelfde rit met een traditionele bus.
rolstoelgebruikers
Ook de toegankelijkheid zorgde enkele maanden na de start voor kritiek. In maart 2026 bleek dat de gebruikte shuttles niet geschikt zijn voor rolstoelgebruikers. De voertuigen beschikken niet over een geschikte oprijplaat. Dat vormt een belangrijk probleem omdat door het afschaffen van de reservatieplicht voertuigen van De Lijn toegankelijk moeten zijn. Daarmee botst de experimentele technologie niet alleen op technische uitdagingen, maar ook op de dagelijkse vereisten die gelden voor regulier openbaar vervoer.
Volledig zonder menselijke tussenkomst rijden de voertuigen bovendien nog niet. Hoewel de technologie het mogelijk maakt dat de shuttles autonoom door het verkeer bewegen, moet op de openbare weg in België nog altijd een menselijke steward aanwezig zijn. Die begeleider kan ingrijpen wanneer zich een softwareprobleem of een onverwachte verkeerssituatie voordoet. Van een bus die zonder personeel zijn volledige traject aflegt, is tijdens deze proef dus geen sprake.
ambities botsen
Juist het personeelstekort vormt nochtans een van de achtergronden waartegen de belangstelling voor autonoom openbaar vervoer groeit. Steeds meer steden proberen het autoverkeer terug te dringen en willen inwoners en bezoekers overtuigen vaker het openbaar vervoer te gebruiken. De ambities botsen echter op een aanhoudend tekort aan personeel. Zelfrijdende voertuigen zouden op langere termijn mogelijk een rol kunnen spelen, maar de ervaringen in Leuven laten zien dat daarvoor nog verschillende hindernissen moeten worden overwonnen.
Het Leuvense experiment staat niet op zichzelf. Het maakt deel uit van een breder project rond autonoom vervoer in België waarbij Stad Leuven, De Lijn, Brussel Mobiliteit, MIVB, TEC en Espaces Mobilités betrokken zijn. Daarnaast lopen gesprekken met de Vlaamse en Waalse overheid.
De bedoeling van het project is niet dat Belgische steden op korte termijn massaal worden gevuld met kleine zelfrijdende bussen. De betrokken partijen willen vooral ervaring opdoen en onderzoeken welke bijdrage autonome voertuigen in de toekomst kunnen leveren aan stedelijke mobiliteit. De proef in Leuven biedt daarvoor de mogelijkheid om de technologie niet uitsluitend onder gecontroleerde omstandigheden, maar midden in het dagelijkse stadsverkeer te beoordelen.
WeRide heeft ondertussen al ervaring met vergelijkbare experimenten buiten België. Soortgelijke proeven met de autonome bussen vonden eerder plaats in Barcelona, Parijs, Valence en Zürich. Leuven vormt daarmee een nieuwe Europese praktijktest voor de technologie.
druk stadsverkeer
De eerste ervaringen maken tegelijk duidelijk dat de stap van een technisch werkende zelfrijdende shuttle naar een volwaardig alternatief voor een gewone stadsbus groot is. Een autonoom voertuig moet niet alleen veilig kunnen sturen, remmen en reageren op andere weggebruikers. Het moet ook voldoende vlot door druk stadsverkeer kunnen bewegen, toegankelijk zijn voor alle reizigers en passen binnen de bestaande wetgeving.
Voorlopig blijft daarom een opvallende tegenstelling bestaan. De bus kan zichzelf door Leuven sturen, maar een menselijke steward blijft verplicht aan boord. Tegelijkertijd zorgt de uiterst voorzichtige software ervoor dat ritten langer kunnen duren en kunnen rolstoelgebruikers niet zomaar mee. Het proefproject levert daarmee precies de praktijkervaring op waarvoor het werd opgezet, al komen daarbij ook problemen naar boven die moeten worden opgelost voordat autonoom openbaar vervoer op grotere schaal een rol kan spelen.

