Familie Dewaele maakt van Gent een succesverhaal op het water, en er is altijd ruimte voor nieuwe ideeën.
De Gentse wateren zijn vandaag niet meer weg te denken uit het stadsbeeld, maar ooit was het een idee waar weinig mensen in geloofden. Toch zag één man er wél toekomst in. Luc Dewaele (76) keek in 1978 naar de Leie en zag geen vervuild water of een verwaarloosde omgeving, maar een unieke kans om Gent vanop een andere manier te beleven. Wat begon met één enkel bootje, groeide uit tot een familiebedrijf dat bijna een halve eeuw later nog steeds een vaste waarde is.
‘De eerste dag gingen we open om tien uur’, herinnert Luc zich levendig. ‘Ik dacht: wie gaat hier nu in zo’n bootje stappen? Maar er stond een mevrouw met haar kleinkind te wachten. Met hen heb ik de eerste tocht gemaakt. Dat was een prachtige start.’ Die eerste vaart bleek het begin van een verhaal dat generaties zou overspannen. De routes waren toen nog beperkt. ‘Onze tochten waren destijds beperkt tot het centrum. Aan de ene kant ging het tot aan de Ajuinlei, die toen nog volledig was dichtgelegd en dienstdeed als parking. Aan de andere kant voeren we tot de Zuivelbrug en richting Rabot. Die klassieke tocht varen we vandaag nog altijd.’
Gras- en Korenlei
De stad zag er in die periode totaal anders uit. ‘In de jaren 70 zag Gent er nog helemaal anders uit dan vandaag’, vertelt Luc. Samen met zijn eerste partner Chantal Verrecas, moeder van zijn drie oudste kinderen, bouwde hij het bedrijf stap voor stap uit. ‘De prachtige gebouwen stonden er natuurlijk al aan de Gras- en Korenlei, maar alles was grauw. Het water was een open riool en het stonk. Er waren geen verlaagde kaaimuren en overal stonden auto’s.’ Ondernemen was niet eenvoudig. Werken aan de infrastructuur maakten de zaak vaak moeilijk bereikbaar. ‘Toen de riolering werd aangelegd, was onze zaak amper bereikbaar. Ook de Grasbrug, vlak bij onze aanmeerplek, verdween een tijd voor renovatie. Op een bepaald moment moesten klanten zelfs over houten planken stappen, omdat er een put van drie meter naast ons boothuis lag.
Toch gaf de familie nooit op. Zelfs toen ze twee jaar lang enkel in het weekend mochten aanmeren, bleven ze doorgaan. ‘Dan verhuisden we elke vrijdagavond alle boten en brachten we ze zondag weer terug.’ Het typeert de mentaliteit die het bedrijf groot maakte: blijven zoeken naar oplossingen, wat er ook gebeurt.
jeugdherinneringen
De bootjes waren niet alleen werk, maar ook het decor van het gezinsleven. De kinderen groeiden letterlijk op aan boord. ‘Luc nam de wieg mee op de boot als ze pasgeboren waren. Ik gaf borstvoeding terwijl ik ticketjes verkocht’, vertelt Ilse, de huidige partner van Luc en moeder van de twee jongste kinderen. De jeugdherinneringen van de kinderen spelen zich af op en rond het water. ‘Met paraplu’s maakten we kampen’, herinnert Maaike zich. ‘We keken naar waterluizen — dat was het eerste leven op het water hier — en tekenden met stoepkrijt op de kaaimuren.’
Vandaag staat een nieuwe generatie aan het roer. Vier van de vijf kinderen hebben het familiebedrijf overgenomen. ‘Ik ben hier nog elke dag,’ zegt Luc, ‘maar de rollen zijn omgekeerd: de kinderen hebben de leiding. Ik probeer vooral ervaring door te geven en een klankbord te zijn.’ Die ervaring blijkt van onschatbare waarde. ‘Die 50 jaar aan kennis en ervaring zijn enorm belangrijk,’ zegt Robbe. ‘Het is een veilig gevoel dat we kunnen terugkoppelen en weten dat we er niet alleen voor staan,’ vult Maaike aan.
Binnen het bedrijf heeft iedereen zijn plaats gevonden. ‘Ik werk vooral achter de schermen’, legt Merel uit. ‘Sales, HR, administratie… ervoor zorgen dat alles blijft draaien.’ Ondertussen zorgt Stoffel ervoor dat de boten technisch in topvorm blijven. ‘Dat gaat van de kleinste vijs tot de motoren. Op een boot is weinig recht. Veel dingen moeten we dus zelf maken.’ Opvallend, want als kind keek hij er anders naar. ‘Als kind kon ik niet begrijpen dat mensen boottochtjes wilden maken. En dat ze er zelfs voor wilden betalen, snapte ik al helemaal niet.’
rondvaarten
De rondvaarten trekken al lang niet meer alleen toeristen. ‘Mensen noemen ons toeristenbootjes, maar we doen zoveel meer’, zegt Ilse. ‘We hadden al acteurs zoals John Cleese aan boord, maar ook gekroonde hoofden zoals Beatrix, Albert en Paola. Maar even belangrijk zijn de Gentenaars.’ Het zijn net die uiteenlopende ontmoetingen die het werk bijzonder maken. ‘Een paar jaar geleden sprak iemand van de andere kant van de wereld me aan,’ vertelt Luc. ‘Hij had in 1978 al eens met ons gevaren en herinnerde zich ons gesprek nog. Dat iemand die ervaring meer dan 40 jaar meedraagt en dan terugkomt … dat is onbetaalbaar.’
Ook richting de toekomst blijft de familie vooruitdenken. ‘Ik denk dat we daarmee pioniers waren in elektrische passagiersvaart in België’, zegt Luc over de eerste elektrische boten die al in 2013 werden ingezet. Vandaag vaart het merendeel van de passagiers elektrisch, wat niet alleen beter is voor het milieu, maar ook zorgt voor meer rust op het water.
Nieuwe ideeën blijven welkom binnen de familie. ‘Mama heeft altijd de zotste plannen,’ lacht Robbe. ‘En dan is het aan ons om te kijken of ze ook haalbaar zijn.’ Het toont hoe traditie en vernieuwing hand in hand gaan binnen dit Gents familiebedrijf dat al bijna vijftig jaar het ritme van de stad mee bepaalt.
Bron: Stad Gent
