Tag archieven: ENGIE

Als snelladen je een fortuin kost, is elektrisch rijden dan echt de toekomst?

Monopolies en mystieke prijzen, dus hoog tijd voor een transparantere elektrische automarkt.

Wanneer je een elektrische auto hebt, moet je zo nu en dan de auto opladen. Elektrisch rijden wordt aangemoedigd als de groenere, meer duurzame optie, maar exorbitante hoge laadtarieven langs snelwegen werpen een schaduw over de belofte van betaalbare en toegankelijke elektrische mobiliteit. Die vaststelling werpt een zorgwekkende vraag op: wordt elektrisch rijden alleen een optie voor de rijken?

dynamische tariefborden

De Vlaamse minister van Mobiliteit & Openbare Werken, Lydia Peeters, kondigt aan dat tegen 2025 elke 25 kilometer een snellaadinfrastructuur zal worden uitgerold. Een nobel streven, maar tegen welke prijs? Meer laadstations betekent niet per se lagere prijzen, zeker als die stations in handen zijn van enkele dominante spelers zoals Fastned en Engie. Het implementeren van dynamische tariefborden, zoals die in Frankrijk worden gebruikt, zou al een aanzienlijke stap voorwaarts zijn in de richting van transparantie naar de consument. 

Daarnaast is er een opvallend gebrek aan oplaadstations die geschikt zijn voor grotere voertuigen zoals vrachtwagens en bestelwagens. Als we het hebben over de transitie naar een duurzamer vervoerssysteem, kan dit aspect niet over het hoofd worden gezien.

gemeenten

Ook het punt van de monopolistische marktdynamiek verdient nadere aandacht. Er zijn gevallen waarin steden slechts één aanbieder van laadstations hebben, waardoor deze aanbieder een monopolie heeft op de lokale markt. Dat leidt tot prijsstellingen die niet per se in het voordeel van de consument zijn. De monopoliepositie die veel laadbedrijven hebben in veel steden werpt nog een andere hindernis op. De gemeenten zouden meer concurrentie moeten toelaten, om monopolistische praktijken te doorbreken en consumenten een adempauze te geven.

Hoewel elektrisch rijden wordt aangeprezen als de ‘zero-emissie’ toekomst van mobiliteit, kunnen de financiële drempels die gepaard gaan met het gebruik van snelladers langs de snelweg de overgang naar een duurzamere toekomst ernstig belemmeren.

Als elektrisch rijden echt de toekomst is, dan is het hoog tijd dat we de verborgen kosten die deze toekomst met zich meebrengt, serieus gaan nemen. En voor consumenten geldt hetzelfde; als je eropuit trekt met je elektrische voertuig, kun je maar beter goed op de hoogte zijn van waar en wanneer je besluit je accu op te laden. Uiteindelijk zou de reis naar een duurzamere toekomst geen reis mogen zijn die alleen de welgestelden zich kunnen veroorloven.

De energieprijzen op de internationale markten lijken te stabiliseren, en toch blijven de tarieven van laadpassen gestaag stijgen. Grote autofabrikanten zoals BMW zijn ook niet schuw in het aanpassen van hun voorwaarden en prijzen. Wat voor keuze heb je dan als consument? Contracten opzeggen is geen optie en stilstand is immers het slechtst denkbare alternatief. 

En tocht lijkt het er op dat elektrisch rijden is voorbehouden aan de leaserijder. Steeds meer mensen kijken naar een elektrische auto. Om hem te kopen is vaak duur. Private lease kan interessant zijn om naar te kijken. Chinese bedrijven hebben in korte tijd een groot marktaandeel veroverd op de consumentenmarkt. De huidige stakingen bij de grote Amerikaanse autofabrikanten zijn koren op de molen voor de nieuwe spelers en het aanbod van EV’s in Europa.

10 minuten

Tot slot is er de belofte van snel laden. Het Britse WhatCar onderzocht de effectiviteit van snelladers en ontdekte dat duurdere auto’s binnen tien minuten tot 190 kilometer kunnen afleggen. Voor betaalbaardere modellen zoals de Volkswagen ID.3 is dit 80 kilometer. Hoewel dit indrukwekkend is, brengt het ons terug naar het initiële punt: het wordt tijd dat we vraagtekens zetten bij de werkelijke kosten van deze vooruitgang. De diversiteit in bereik en laadsnelheid voegt nog een laag van complexiteit toe aan een al verwarrende markt. Het vergt gedegen onderzoek van de consument om erachter te komen welk elektrisch voertuig en welk laadstation het meest kosten-efficiënt is. 

Met de winter voor de deur is het uitkijken naar de actieradius van de elektrische wagens. Wanneer de thermometer daalt, valt ook de actieradius van elektrische auto’s in een ijzige glijbaan. Een elektrische auto die in mildere omstandigheden gemakkelijk een afstand van 350 kilometer aflegt, zou in het vriesvak van de winterse maanden wel eens kunnen stagneren bij een schamele 250 kilometer. Niet alle elektrische auto’s zijn in dit opzicht gelijk geschapen want de gevoeligheid voor koude varieert aanzienlijk per merk en model.

Waar komt dit fenomeen vandaan? De boosdoener is het accupakket dat een ideale bedrijfstemperatuur heeft, meestal rond de twintig graden Celsius. Naarmate de temperatuur daalt, wordt het voor het accupakket steeds moeilijker om zijn taak naar behoren uit te voeren. Dit vertaalt zich naar een verminderde actieradius, waardoor bestuurders van elektrische voertuigen opeens met een nieuwe reeks winterse hoofdbrekens en tarieven worden geconfronteerd.

Waterstof als sleutel tot duurzame mobiliteit is de visie van Colruyt Group

Het bedrijf neemt verantwoordelijkheid als retailer om slim en duurzaam om te gaan met goederenmobiliteit.

Colruyt Group, een gerespecteerd Belgisch familiebedrijf met roots die teruggaan tot drie generaties, zet grote stappen in de wereld van duurzame mobiliteit. Met meer dan 33.000 werknemers verspreid over drie landen behoudt de groep nog altijd de kernwaarden van een familiebedrijf: passie, expertise, eenvoud en efficiëntie.

Waterstof is een lichte, kleur- en reukloze gasvormige stof. Wanneer waterstof wordt gecombineerd met zuurstof in een brandstofcel, produceert het elektriciteit, met water en warmte als enige bijproducten. Het wordt beschouwd als een schone brandstof, vooral wanneer het wordt geproduceerd uit hernieuwbare bronnen.

Colruyt’s inzet voor een groenere toekomst is indrukwekkend: tegen 2035 streeft de groep ernaar om al hun vrachtvervoer zero-emissie te maken. Hoe? Door een geleidelijke overgang naar batterij-elektrische en waterstof-elektrische voertuigen. Colruyt heeft al meer dan een decennium ervaring met waterstof en gaat nog een stap verder door te investeren in waterstoffabrieken in Noordzeehavens.

De visie van Colruyt op waterstof gaat verder dan alleen transport. Door te investeren in waterstoffabrieken positioneert Colruyt zichzelf als een belangrijke speler in de gehele waterstofwaardeketen.

Waterstof heeft in de afgelopen jaren veel aandacht gekregen als een veelbelovende groene brandstof. Wat het “groen” maakt, is dat het wordt geproduceerd uit hernieuwbare energiebronnen zoals zon en wind, waardoor de uitstoot van broeikasgassen tijdens de productie wordt geminimaliseerd. Colruyt ziet het immense potentieel van groene waterstof als een schone en hernieuwbare brandstof. 

“We nemen onze verantwoordelijkheid als retailer om slim en duurzaam om te gaan met goederenmobiliteit. We vermijden kilometers en kiezen waar mogelijk voor alternatieve vervoersmiddelen. En als we toch de baan op moeten, dan doen we dat zo groen mogelijk. Tegen 2035 maken we immers de volledige omschakeling naar zero-emissietransport.”

Colruyt Group

Momenteel heeft Colruyt één 44-tons waterstofvrachtwagen, maar dit najaar zullen er nog twee bijkomen. In 2017 begon de groep met vijftien heftrucks op waterstof. Dit aantal groeide later naar negentig, voornamelijk vanwege hun efficiëntie: ze kunnen in anderhalve minuut worden volgetankt, vergeleken met een oplaadtijd van zes uur voor batterijen.

Maar wat maakt waterstof zo aantrekkelijk voor mobiliteit? Vooral in landen als Nederland zijn de limieten van elektrische energie zichtbaar. Elektriciteitsnetten staan onder druk bij massale elektrificatie van voertuigen. Hier komt waterstof in beeld, met snellere tanktijden en langere actieradii dan batterijvoertuigen. Colruyt ziet een toekomst waarin beide technologieën hand in hand gaan, afhankelijk van de behoeften van de actieradius en de laadtijd.

Colruyt heeft in het verleden al geïnvesteerd in waterstofinfrastructuur, met de lancering van de eerste publieke waterstofpomp in 2018. De groep, die traditioneel bekend staat om zijn retailactiviteiten, is al lang betrokken bij hernieuwbare energieprojecten.

Ondanks de hogere prijzen van waterstofvoertuigen voor particulieren, zijn er al initiatieven zoals de Belgian Hydrogen Council (BHC) die zijn opgericht om de Belgische waterstofindustrie te promoten en te adviseren over beleid. Hierbij zijn toonaangevende bedrijven betrokken, waaronder ENGIE, John Cockerill, en Fluxys.