Tag archieven: erfgoed

Kermis wordt duurder en groter: toch blijft het volksfeest onmisbaar voor de samenleving

De zomerkermis is allang geen onschuldig volksvermaak meer.

De zomerkermis is in Nederland en Vlaanderen allang niet meer het eenvoudige vermaak van botsauto’s en suikerspinnen alleen. Wat ooit begon als een verzameling attracties op een plein, is uitgegroeid tot een grootschalig evenement dat complete binnensteden tijdelijk op z’n kop zet. Straten worden afgesloten, verkeersstromen omgelegd en hele stadsdelen krijgen een andere functie. Tegelijkertijd blijft de kermis diep geworteld in de samenleving als ontmoetingsplek en cultureel erfgoed.

Grote stadskermissen, zoals die in Tilburg en Gent, trekken bezoekers uit de wijde regio en vereisen maandenlange voorbereiding. Tilburg spreekt zelf over een evenement dat de stad tien dagen volledig in bezit neemt. De editie van 2026 staat gepland van 17 tot en met 26 juli. In Gent is de kermis zelfs onderdeel van een breder netwerk van evenementen, waarbij de Zomerfoor samenvalt met de drukbezochte Gentse Feesten. Daarnaast blijven kleinere dorpskermissen een belangrijke rol spelen in gemeenten, waar ze vooral draaien om sociale cohesie en traditie.

impact voor mobiliteit

De impact op mobiliteit is enorm. Binnensteden veranderen tijdelijk van functie. Wegen worden afgesloten, buslijnen aangepast en parkeerplekken verdwijnen of verschuiven naar de randen van de stad. In Tilburg leidde een evaluatie van 2025 tot concrete wijzigingen voor de volgende editie, waaronder verbeterde looproutes en een betere verbinding met het station. Ook in Vlaamse steden zoals Diest en Opwijk worden tijdens kermissen straten afgesloten en parkeerverboden ingesteld om de toestroom in goede banen te leiden.

Binnensteden worden volledig op slot gegooid. Auto’s zijn niet langer welkom, straten verdwijnen achter hekken en omleidingen zorgen voor chaos. Parkeerplaatsen worden geschrapt en bewoners zoeken wanhopig naar een plekje voor hun auto. Gemeenten sturen bezoekers massaal naar de rand van de stad, waar ze via P+R-terreinen en shuttlebussen alsnog naar het centrum moeten zien te komen. Fietsers en treinreizigers krijgen voorrang, maar ook daar ontstaan opstoppingen.

Opvallend is de verschuiving richting alternatieve vervoersmiddelen. Auto’s worden steeds vaker geweerd uit het centrum, terwijl bezoekers worden aangemoedigd om met de fiets, het openbaar vervoer of via P+R-voorzieningen te komen. Tijdens grote evenementen, zoals de Gentse Feesten, blijkt dat effectief: tienduizenden fietsers maken gebruik van bewaakte stallingen en honderdduizenden reizigers stappen op tram en bus. Tegelijkertijd vormt de logistiek achter de schermen een onderschat probleem. De opbouw en afbraak van de kermis, met zware vrachtwagens en woonwagens, zorgt regelmatig voor extra drukte en hinder.

sociale waarde

Toch draait de kermis niet alleen om logistiek en economie. De sociale waarde blijft van onschatbare betekenis. Kermissen zijn plekken waar generaties samenkomen, waar families tradities voortzetten en waar ontmoeting centraal staat. Gemeenten erkennen dit steeds vaker. Zo benadrukt Maasgouw dat de kermis draait om “sfeer, ontmoeting en saamhorigheid”. De sector zelf wordt bovendien gedragen door families die het vak al generaties lang uitoefenen.

Inclusiviteit krijgt eveneens meer aandacht. Steeds vaker worden prikkelarme momenten georganiseerd voor mensen die gevoelig zijn voor drukte en geluid. Ook zijn er speciale dagen voor mensen met een beperking. Tegelijkertijd blijkt uit evaluaties dat toegankelijkheid nog niet overal op orde is. In Tilburg kwamen klachten binnen over rolstoelroutes en voorzieningen, wat aangeeft dat er nog werk te doen is.

Een bijzonder fenomeen is Roze Maandag in Tilburg. Wat begon als een feestdag binnen de kermis, is uitgegroeid tot een belangrijk sociaal-cultureel evenement. De boodschap is duidelijk: “Gewoon jezelf kunnen zijn, da’s het mooiste.” Tegelijkertijd klinkt er een serieuze ondertoon, omdat acceptatie van LHBTIQ+-personen nog altijd niet vanzelfsprekend is.

Intussen rijzen de kosten de pan uit. Veiligheid, personeel en vergunningen worden steeds duurder. Exploitanten moeten diep in de buidel tasten voor brandstof, energie en onderhoud. Die stijgende kosten worden uiteindelijk doorberekend aan het publiek. Een avondje kermis is daardoor voor veel gezinnen geen goedkoop uitje meer.

Foto: © Pitane Blue
– kermis in Best


Financieel gezien staat de sector onder druk. Waar gemeenten vroeger vooral keken naar opbrengsten uit standgelden, verschuift de focus nu naar maatschappelijke waarde. Kosten voor veiligheid, personeel en vergunningen stijgen flink. Organisatoren maken zich zorgen over deze ontwikkelingen, terwijl ook exploitanten kampen met hogere uitgaven voor energie, transport en onderhoud. Die kosten worden uiteindelijk deels doorberekend aan bezoekers, waardoor een avondje kermis duurder wordt.

gemeentelijke kosten

Daarnaast zijn de gemeentelijke kosten vaak versnipperd. Uitgaven voor politie, handhaving en schoonmaak worden verdeeld over verschillende diensten, waardoor het totaalplaatje niet altijd direct zichtbaar is. In Tilburg bleek al eerder dat de kermis niet vanzelf winstgevend is, mede door stijgende veiligheidskosten.

De afgelopen jaren is de kermissector sterk veranderd. Veiligheid en crowdmanagement spelen een grotere rol, net als duurzaamheid. Er wordt gezocht naar alternatieven voor dieselgeneratoren en naar manieren om afval te beperken, al blijkt dat in de praktijk lastig en kostbaar. Ook digitalisering doet zijn intrede, met apps, online informatie en cashless betalingen die het bezoek moeten vergemakkelijken.

kermiscultuur

Tegelijkertijd groeit de erkenning van de kermis als cultureel erfgoed. In Nederland staat de kermiscultuur inmiddels op de lijst van immaterieel erfgoed, terwijl België en Frankrijk zelfs een UNESCO-erkenning hebben gekregen. Dat onderstreept dat de kermis meer is dan een commercieel evenement.

Gemeenten zitten met een groeiend dilemma. De kermis levert lang niet altijd geld op en kost bakken met geld aan organisatie en veiligheid. Toch durft bijna niemand het evenement ter discussie te stellen. De maatschappelijke waarde weegt zwaar: de kermis brengt leven in de stad, vult terrassen en zorgt voor volle hotels.

De toekomst van de zomerkermis ligt daarmee op een spannend kruispunt. Gemeenten moeten balanceren tussen bereikbaarheid en leefbaarheid, tussen traditie en modernisering, en tussen kosten en sociale waarde. De vraag is niet langer of de kermis winst oplevert, maar of het evenement zijn rol als ontmoetingsplek en cultureel fenomeen kan blijven vervullen in een steeds complexere stedelijke omgeving.

Toch blijft de grote vraag hangen: hoe lang houdt dit stand? De druk op steden neemt toe, bewoners pikken niet alles meer en de kosten blijven stijgen. De zomerkermis staat op een kantelpunt. Wat ooit begon als een simpel uitje, is veranderd in een megaspektakel dat steden laat bruisen, maar ook op scherp zet.

Gents Vleeshuis wordt fietsenstalling, Gent moet zich schamen!

De meerderheid heeft het Vleeshuis decennialang laten verkrotten.

Dat fietsers alle voorrang krijgen in de Gentse binnenstad, automobilisten niet meer welkom zijn en een emissiezone noodzakelijk was, is alleen maar toe te juichen. Maar op het moment dat cultureel erfgoed opgeofferd wordt als fietsenstalling gaat dat veel Gentenaars te ver. 

Volgens Hafsa El-Bazioui zouden met een andere invulling die bedragen nog hoger uitvallen, en er was niet eens interesse bij potentiële andere partners. Filip Watteeuw, Schepen van Mobiliteit, Publieke Ruimte en Stedenbouw (Groen) heeft samen met Hafsa El-Bazioui, Schepen van Personeel, Facilitair Management, Internationale Solidariteit en Jeugd (Groen) budget gevonden. Na de renovatie van het Groot Vleeshuis doet het gebouw 15 jaar dienst als fietsstalling. 

“Ik schaam mij helemaal niet, integendeel. Ik ben fier dat ik in een dossier waar veel te lang stilstand was, eindelijk een doorstart realiseerde. Ik zou mij schamen mocht ik dit belangrijk pand in het hart van onze stad verder laten verloederen, gestut door lelijke gele balken, en niet eens toegankelijk voor Gentenaars en bezoekers.”

Hafsa El-Bazioui

Het Gentse Vleeshuis is een historisch gebouw dat dateert uit de 14e eeuw en een belangrijk cultureel erfgoed is voor de stad Gent. Het dient als een belangrijk toeristisch aantrekkingspunt en een plek waar bezoekers kunnen leren over de geschiedenis van de stad en de rol die vleesverwerking in de middeleeuwen speelde.

cultureel erfgoed

Om deze redenen zou het Gentse Vleeshuis geen fietsenstalling moeten worden. Het veranderen van de bestemming van het gebouw zou leiden tot aantasting van het culturele erfgoed en het verminderen van de waardevolle ervaringen die bezoekers kunnen hebben. Bovendien zou het toenemen van het verkeer van fietsers het gebouw en de omgeving onnodig belasten, waardoor de stabiliteit en de integriteit van het gebouw in gevaar zou komen.

Er zijn tal van andere locaties in de stad waar fietsenstallingen kunnen worden opgezet, zonder dat er historische gebouwen en cultureel erfgoed worden aangetast. Het is belangrijk om de unieke waarde van het Gentse Vleeshuis te erkennen en te behouden voor toekomstige generaties.

Wat ooit een middeleeuwse markthal was, is nu discussiepunt geworden. Tijdens de laatste Gentse Feesten was de sluiting van het Groot Vleeshuis al een groot gemis. Het was immers het beste meeting point in de binnenstad en de ideale ontmoetingsplaats voor toeristen waar ze konden proeven en genieten van Oost-Vlaamse streekproducten zoals kazen, preskop, ham en bijpassende bieren. Dat alles geserveerd met zilveruitjes, augurken en Gentse mosterd van Tierenteyn.

Alles geserveerd met zilveruitjes, augurken en Gentse mosterd van Tierenteyn.

De kosten voor de renovatie van het dak en de structuur van het gebouw worden geschat op 7,5 miljoen euro. Het Mobiliteitsbedrijf draagt ongeveer 3,1 miljoen euro bij aan de restauratie. Bijna een miljoen euro moet via een subsidie komen van het Agentschap Onroerend Erfgoed. Het centrum voor streekproducten keert er niet terug, omdat het huurcontract met de stad niet verlengd wordt.

reacties

De reacties zijn verdeeld. Volgens Lydie Neufcourt, nationaal secretaris van PVDA, lijkt het er steeds meer op dat de woordenschat van de politieke partij Groen niet verder rijkt dan ‘fiets’. Paul Groeninckx twitterde dat hij het een walgelijk idee vindt. Een erfgoed als fietsstalling en dan een budget van 7,5 miljoen. “Ik word daar ziek van.” Wouter Duyck vraagt zich af waarom we het erfgoed gebruiken als fietsrek en adviseert om het Lam Gods te verwerken tot spatbord. De Vlaamse Bouwmeester Erik Wieërs, die het architectuurbeleid in Vlaanderen vorm geeft, is het niet eens. Hij vindt een fietsenstalling met toilet in zo’n historisch gebouw geen slecht idee.

Het vleeshuis was oorspronkelijk een overdekte marktplaats. In deze hal, die dateert uit de 15de eeuw, werd het vlees centraal gekeurd en verhandeld. Ook omdat thuisverkoop van vlees in de middeleeuwen verboden was.

Na de renovatie doet het 15 jaar dienst als fietsstalling. De hammen kunnen verdwijnen.

Volgens Matthias Diependaele (N-VA), de Vlaamse minister van Onroerend Erfgoed, valt te betwijfelen of een fietsenstalling in één van de oudste, mooiste en meest waardevolle gebouwen van het middeleeuwse centrum van Gent, de beste oplossing is. Diependaele zegt dat hij “in de eerste plaats laat bekijken of dit wel ernstig is, gezien onze eerste reactie er eerder één van ongeloof is. Indien het toch een reëel voorstel blijkt, zal ons Agentschap moeten oordelen of de geplande infrastructuur wel te rijmen valt met het Vleeshuis. Als er erfgoedwaarde verloren gaat, dan kan het overigens in de regel niet.”

Minister Matthias Diependaele “enorm geschrokken”: “Niet overtuigd dat dat beste invulling is. Ik schrok enorm toen ik het voorstel hoorde, we gaan hierover zeker nog in overleg met het Gentse stadsbestuur”

Om geld te vinden voor de renovatie van het Groot Vleeshuis zijn de plannen aan het Koophandelsplein voor het Oud Gerechtsgebouw wel aangepast. Dat plein wordt de komende jaren heraangelegd. De bedoeling was om er een ondergrondse fietsenstalling te voorzien, maar die komt er nu dus niet.