Tag archieven: vrachtvervoer

SPuLa-regeling heropend: subsidie voor publieke laadstations vrachtwagens

De Nederlandse transportsector krijgt opnieuw een stevige impuls richting duurzaamheid.

Sinds 13 mei 2025 kunnen bedrijven opnieuw gebruikmaken van de Subsidieregeling Publieke Laadinfrastructuur zwaar vervoer (SPuLa), waarmee een budget van 15 miljoen euro beschikbaar is gesteld voor de realisatie van publiek toegankelijke laadlocaties voor elektrisch vrachtvervoer. Deze maatregel maakt deel uit van een bredere strategie van de overheid om de klimaatdoelen te halen en de luchtkwaliteit te verbeteren.

De eerste openstellingsronde van SPuLa, in oktober 2024, bleek een succes. Binnen korte tijd werden subsidies toegekend voor meer dan 200 (snel)laadstations, verspreid over heel Nederland. Deze laadpunten vormen een cruciale schakel in de transitie naar emissieloos zwaar vervoer, een sector die historisch gezien veel bijdraagt aan de uitstoot van broeikasgassen. Volgens gegevens van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) is de belangstelling groot en zijn de eerste successen inmiddels zichtbaar op bedrijventerreinen en langs belangrijke logistieke routes.

voorwaarden

De vernieuwde regeling komt niet zonder voorwaarden. Zo moet een laadlocatie beschikken over een netaansluiting van minimaal 600 kVA bij aanvraag en moet de locatie toegankelijk zijn via een verharde weg van ten minste zes meter breed. Ook is bepaald dat de laadpunten minimaal veertig uur per week beschikbaar moeten zijn, tussen 09:00 en 21:00 uur. Met deze eisen wil de overheid garanderen dat de laadstations niet alleen beschikbaar zijn, maar ook functioneel bijdragen aan de dagelijkse praktijk van transporteurs.

De subsidie zelf bedraagt maximaal 20 procent van de subsidiabele kosten. Voor laadstations met een vermogen tussen 200 kW en 350 kW kunnen bedrijven rekenen op een vaste bijdrage van 19.000 euro. Voor stations met een vermogen vanaf 350 kW loopt deze bijdrage op tot 43.000 euro. Ook wanneer de stroomvoorziening op de locatie onvoldoende is, biedt de regeling ruimte voor investeringen in stationaire batterijen. Hiervoor geldt een vergoeding van 80 euro per kWh aan opslagcapaciteit.

Niet alleen SPuLa is opnieuw geopend. Ook de subsidieregelingen SPriLa en SWiM staan dit jaar open voor aanvragen. SPriLa, gericht op laadinfra op privéterrein, werd op 25 maart 2025 opengesteld. Voor dit jaar is er een budget van ruim 60 miljoen euro beschikbaar. In 2024 resulteerde de regeling al in de aanleg van meer dan 6.300 laadpunten bij bedrijven. De aanpassingen aan de regeling maken het nu ook mogelijk om subsidie aan te vragen voor duopalen en geïntegreerde batterijen, zonder dat een minimumaantal laadpunten vereist is.

SWiM

Tegelijkertijd is ook de Subsidieregeling Waterstof in Mobiliteit (SWiM) van kracht, die van 1 april tot en met 18 juni 2025 loopt. Deze regeling ondersteunt bedrijven die willen investeren in waterstoftankstations en voertuigen die op waterstof rijden. Het budget is verhoogd naar 40 miljoen euro. Voor tankstations geldt een maximale subsidie van 2 miljoen euro, goed voor 40 procent van de kosten. Voor voertuigen kan tot 80 procent van de meerkosten worden vergoed, met een maximum van 5 miljoen euro per aanvraag.

De drie regelingen laten zien dat het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat serieus werk maakt van de transitie naar duurzame mobiliteit. Door gericht te investeren in de laadinfrastructuur voor zowel elektrische als waterstofvoertuigen, moet het voor bedrijven aantrekkelijker worden om de overstap te maken. Het doel is duidelijk: een schonere, efficiëntere transportsector die past binnen de klimaatambities van Nederland.

Eisen emissieloos vrachtvervoer kansloos zonder laadpalen

De nieuwe reductiedoelen zijn stevig. Zeker als we dit vertalen naar aantallen voertuigen.

Bij monde van Eurocommissaris Frans Timmermans presenteerde de Europese Commissie verscherpte plannen die erop gericht zijn om vanaf 2030 gefaseerd strengere eisen te stellen aan de CO₂-uitstoot van alle nieuwe zware voertuigen. Dit heeft tot kritische reacties geleid. De noodzakelijke transitie naar emissieloos vrachtvervoer over de weg is onhaalbaar zonder heldere doelstellingen en strakke regie vanuit de overheid en energiesector op voldoende laadinfrastructuur.

Volgens Bart Banning, Sector Banker Transport & Logistiek, moeten alle betrokkenen binnen de transportsector actief bijdragen om de klimaatdoelstellingen te bereiken. Zo moeten in 2050 bijna alle voertuigen op onze wegen emissievrij zijn. De klimaatwet vereist het, onze steden eisen het en de fabrikanten van vrachtwagens bereiden zich erop voor. Timmermans stelt in zijn aangescherpte plannen dat vanaf 2040 de emissie van nieuwe vrachtwagens met 90 procent omlaag moet ten opzichte van 2019. Voor 2030 en 2035 gelden reductiedoelen van respectievelijk 45 en 65 procent. Haalbaar of een utopie?

De nieuwe reductiedoelen zijn stevig. Zeker als we dit vertalen naar aantallen voertuigen. Banning noteert dat de Europese fabrikantenkoepel Acea heeft berekend dat het nieuwste Timmermans-scenario betekent dat in Europa in 2030 al 400.000 zero-emissietrucks verkocht moeten zijn. En dat vanaf 2030 jaarlijks 100.000 nieuwe uitstootvrije trucks geregistreerd moeten worden. Voor Nederland vergt dit, uitgaande van het huidige aantal registraties van 143.000, eveneens flinke stappen. Op basis van eerdere Europese criteria schatte kenniscentrum ElaadNL in 2022 het totaal aantal benodigde elektrische vrachtwagens in 2030 al in op 24.000. Om een en ander in perspectief te zetten: Nederland telde begin 2022 een kleine 300 elektrische trucks.

Eurocommissaris Frans Timmermans

De transitie naar emissieloos vrachtvervoer betekent een flinke investering voor de sector. De gemiddelde aanschafkosten van een elektrische truck ten opzichte van een dieseltruck ligt een factor twee tot drie hoger. Uit een vorige week gepubliceerd rapport van de Nationale Agenda Laadinfrastructuur blijkt dat de aanschaf en operationele kosten van passende laadinfrastructuur, veelal op privaat terrein, nog eens een flinke extra investering vergt. De kosten voor aanschaf van de laadinfrastructuur, civiele werken en plaatsing is het hoogst voor zware trucks met gemiddeld 33.500 euro per voertuig. De operationele kosten zitten met name in onderhoud en reparatie van de laadinfrastructuur, en voor snelladers in de verzekeringskosten. Het is duidelijk dat deze kosten niet door de transportbedrijven gedragen kunnen worden en dus worden doorberekend aan opdrachtgevers.

zonder stroom geen transitie

Op zich zijn het vervangen van het materieel en de hogere kosten, volgens Bart Banning, niet het probleem. De fabrikanten beschikken over de kennis en productiecapaciteit om voldoende elektrische vrachtwagens te leveren en opdrachtgevers die samen met hun vervoerders aan een schonere wereld willen bijdragen, zullen de hogere kosten willen dragen. De echte vraag is of we in staat zijn om tijdig voldoende laadinfrastructuur aan te leggen op de locaties van transportbedrijven. Dit is toch echt een zaak die niet door de vervoerders en verladers moet worden opgepakt, maar door de energiesector en overheid. De energiesector moet kennis en laadcapaciteit leveren, de overheid is nodig om de infrastructuur te faciliteren met snellere vergunningprocedures. En, zoals RAI Vereniging in hun ‘laadpaalalarm’ stelt, de overheid moet tevens aankoopsubsidiëring concretiseren en ondersteuning bieden om het energienet te verzwaren en de laad- en tankinfrastructuur uit te breiden.

De transitie naar emissieloos transport is een complex vraagstuk dat niet alleen vraagt om expertise, samenwerking, verantwoordelijkheid van alle deelnemers, maar in deze fase ook om regie. Er zijn voldoende rapporten beschikbaar die de uitdagingen over beschikbaarheid, kosten en benodigde laadcapaciteit helder omschrijven. De vraag is hoeveel rapporten we nog nodig hebben om tot constructieve actie over te gaan. Het eerste meetmoment in 2030 staat immers voor de deur. De hoofdrol ligt niet bij de fabrikanten van emissieloze voertuigen of de gebruikers ervan. Die willen wel. Die handschoen voor een duidelijke regie moet nu worden opgepakt door een doortastende overheid in samenwerking met een slagvaardige energiesector. Alleen zij kunnen het verschil maken en snelheid geven. Zonder stroom geen transitie.

Bart Banning

Bart Banning is sector banker Transport en Logistiek. Vanuit zijn rol heeft hij veel contact met ondernemers en ondersteunt hij de sectorcollega’s binnen de bank. Hiervoor schrijft hij publicaties met een thematische insteek, zoals bijvoorbeeld cybersecurity. En onderhoudt hij zijn netwerk met bedrijven en brancheorganisaties zoals TLN, BLN, Dinalog, NDL en Connekt. en ook schrijft hij columns en expert-artikelen voor Nieuwsblad Transport en Logistiek.

Belangrijke uitdagingen voor de sector liggen op het gebied van strategievorming, krapte op de arbeidsmarkt, de beperking van CO2-uitstoot en de impact daarvan op de bedrijfsvoering. Het vraagt om een efficiëntere benutting van beschikbare capaciteit. Technologie en digitalisering worden bepalende factoren om de de sector vooruit helpen.

Flinke toename passagiers op Brussels Airport

In deze eerste maand van 2022 verwelkomde Brussels Airport meer dan 800.000 passagiers, een toename van 183% in vergelijking met januari 2021, maar nog steeds een daling van 52% ten opzichte van dezelfde periode voor de crisis (januari 2019). Een maand die enerzijds kon profiteren van de kerstvakantie, maar anderzijds te maken kreeg met strengere sanitaire maatregelen op Europees niveau. Wat betreft het vrachtvervoer zet de groei zich nog voort met een stijging van 4% van het totale vervoerde volume in vergelijking met januari 2021.  

Passagiersverkeer: een stijging met 183% ten opzichte van 2021 

In januari ontving Brussels Airport 800.518 passagiers, wat neerkomt op een stijging van 183% ten opzichte van januari 2021 (een maand met strenge reisbeperkingen) en een daling van 52% ten opzichte van dezelfde periode voor de crisis (2019). De kerstvakantie had een positieve impact op de passagierscijfers in januari, met name door de vele reizigers die terugkwamen van vakantie.  Met als gevolg een relatief groot verschil tussen het aantal vertrekkende passagiers (363.583) en aankomende passagiers (436.935). Het aantal transferpassagiers bedraagt 19,5%. Dat is 1,5% lager dan in 2019 door het sterkere herstel van het lokale verkeer ten opzichte van het transferverkeer. 

Het aantal passagiers stond deze maand opnieuw onder druk door de verslechtering van de epidemiologische situatie in Europa en de opgelegde reisbeperkingen en testverplichtingen. Het verbod op vluchten naar Marokko heeft de maandresultaten ook negatief beïnvloed. Gelukkig is dit verbod sinds 7 februari opgeheven. 

De tien meest bezochte landen in januari waren respectievelijk Spanje, Duitsland, Italië, Portugal, Turkije, Frankrijk, de Verenigde Staten, Zwitserland, de Verenigde Arabische Emiraten en het Verenigd Koninkrijk. Spanje, Portugal en de Verenigde Staten hebben buitengewoon goede resultaten laten zien ten opzichte van 2019. De tien populairste bestemmingen waren Madrid, Barcelona, Lissabon, Malaga, Tenerife, Dubai, Alicante, Genève en Frankfurt. Zowel Malaga als Tenerife noteerden passagiersaantallen die vergelijkbaar waren met 2019. 

In de komende maanden mag Brussels Airport zich opmaken voor de terugkeer van vier luchtvaartmaatschappijen die hun vluchten aan het begin van de Covid-19-pandemie hadden opgeschort: Delta Air Lines, Air Transat, CSA Czech Airlines en Ukraine International Airlines. 

Cargo: stijging van de volumes met 4% in vergelijking met 2021 

In januari groeide het vrachtvervoer op Brussels Airport met 4% ten opzichte van januari 2021, en zelfs met 10% ten opzichte van januari 2019, voor de crisis. De maand januari was bijzonder druk vanwege de grote vraag naar luchtvracht. Dit fenomeen is deels het gevolg van de ontregeling van de wereldwijde toeleveringsketens van goederen.  

Ten opzichte van januari 2021 heeft de groei van vrachtvervoer zich vooral voortgezet in het volvrachtsegment (+24%), maar ook in het vrachtvervoer aan boord van passagiersvluchten (+51%), als gevolg van toen geldende strenge reisbeperkingen en de daaraan gekoppelde daling van het aantal passagiersvluchten. De expresdiensten kenden echter een daling met 25%, na de sterke en constante groei van de laatste maanden. Dat geldt ook voor de getruckte luchtvracht die een terugval in volume van 8% laat zien in vergelijking met januari 2021. 

Wat betreft volumes blijft Azië de belangrijkste regio, gevolgd door Amerika. Het vervoer van vaccins van en naar Brussels Airport ging onverminderd door. Sinds het begin van de vaccintransporten in november 2020 werden in totaal 900 miljoen vaccins vervoerd. Dit bevestigt meer dan ooit de rol die Brussels Airport speelt als belangrijkste farmaceutische hub in Europa. 

Vluchten 

Het totale aantal vliegbewegingen steeg in januari 2022 met 86% ten opzichte van 2021, tot 10.585 vliegbewegingen (tegenover 17.232 in 2019). Het aantal passagiersvluchten nam met 149% toe ten opzichte van 2021, maar blijft steken op 52% van het aantal passagiersvluchten in januari 2019, voor de crisis. Het gemiddeld aantal passagiers per vlucht bedroeg eveneens 52% van de bezettingsgraad in januari 2019. In januari van dit jaar groeide het aantal cargovluchten lichtjes met 0,9 % tegenover 2021. Het aandeel van de cargovluchten die uitgevoerd worden met passagierstoestellen daalt, maar het blijft een belangrijke aanvullende connectiviteitsoplossing voor bestemmingen zoals Brazilië, China en Japan, aldus de luchthaven.

Lees ook: Brussels Airport tekent voor CO2-vrije luchtvaart in 2050

Brussels Airport