Staf Cars kiest resoluut voor elektrificatie en groei en heeft meer dan 25 miljoen geïnvesteerd sinds coronaperiode.
Met de ingebruikname van een nieuw en modern kantoorgebouw in Pelt heeft Staf Cars het sluitstuk geplaatst van een grootschalig investeringsprogramma dat meer dan 15 miljoen euro bedraagt. Het familiebedrijf, dat al sinds 1952 actief is in de sector van bus- en autocarvervoer, zet hiermee volgens Paul Creemers een belangrijke stap richting de toekomst. De strategische investeringen markeren een belangrijke mijlpaal in de verdere verduurzaming en modernisering van het familiebedrijf.
De investering omvat een breed pakket aan vernieuwingen, waaronder de uitbreiding en modernisering van de busvloot, nieuwe laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen, de installatie van zonnepanelen, de bouw van gloednieuwe kantoren en de aanleg van extra parkeerfaciliteiten. Daarmee wordt niet alleen de capaciteit uitgebreid, maar wordt ook de nadruk gelegd op duurzaamheid en innovatie, thema’s die steeds meer bepalend zijn voor de mobiliteitssector.
arbeidsplaatsen
Volgens Creemers is vooral de elektrificatie van het wagenpark een belangrijke pijler van het project. Een belangrijk deel van de investering is gericht op de elektrificatie van het wagenpark. De nieuwe elektrische bussen worden ingezet voor een nieuwe opdracht van De Lijn, waarbij Staf Cars als enige nieuwe contractant in Vlaanderen werd toegelaten tot het openbaar vervoer. Deze opdracht gaat gepaard met de creatie van 30 bijkomende arbeidsplaatsen, wat de lokale werkgelegenheid versterkt en het belang van Staf Cars als mobiliteitspartner in Vlaanderen onderstreept.
De introductie van elektrische bussen vraagt uiteraard om aangepaste infrastructuur. Daarom investeerde Staf Cars in moderne laadpunten, zonnepanelen en is er een vergunningsaanvraag lopende voor de installatie van een industriële batterij. Die batterij moet het energieverbruik verder optimaliseren en de balans tussen verbruik en productie beter beheren.
Naast de duurzame investeringen in voertuigen en energievoorziening is ook de bedrijfsorganisatie onder handen genomen. De nieuwe kantoren in Pelt, die officieel in gebruik worden genomen op 10 oktober, zorgen voor een centralisatie van de activiteiten. Toch benadrukt de eigenaar dat andere vestigingen niet verdwijnen. “Toch blijft Staf Cars voor operationele en strategische doeleinden ook gebruikmaken van andere locaties, zodat klanten in heel België efficiënt bediend kunnen worden,” aldus Creemers.
mobiliteitsmarkt
De afronding van dit programma van 15 miljoen euro brengt het totale investeringsbedrag sinds de coronaperiode boven de 25 miljoen euro. Daarmee toont Staf Cars dat het bedrijf, ondanks de uitdagingen van de voorbije jaren, volop inzet op groei, modernisering en duurzaamheid. Met meer dan 140 voertuigen in de vloot, samen goed voor bijna 12 miljoen gereden kilometers per jaar, bevestigt het familiebedrijf zijn rol als een van de toonaangevende spelers in de Belgische mobiliteitsmarkt.
Het verhaal van Staf Cars is er één van traditie en toekomstvisie. Waar het bedrijf ruim zeventig jaar geleden begon als een lokale speler, staat het vandaag symbool voor innovatie in de sector. De combinatie van investeringen in mensen, voertuigen en infrastructuur maakt dat Staf Cars klaarstaat om ook de komende decennia een betrouwbare en duurzame partner in het personenvervoer te blijven.
Wisselende chauffeurs, uren in taxi’s, touringcars en lange reistijden zorgen voor stress.
Het vervoer van kinderen naar het speciaal onderwijs blijft een bron van frustratie voor veel ouders. Uit een nieuwe peiling van Ouders & Onderwijs blijkt dat bijna de helft van de ouders nog altijd ontevreden is. Van de 234 ondervraagde ouders geeft 48 procent aan dat het leerlingenvervoer niet goed geregeld is. De meest gehoorde klachten gaan over lange reistijden, steeds wisselende chauffeurs en een te volle taxi.
De onvrede speelt al jaren. Ouders & Onderwijs hield dit onderzoek inmiddels voor de derde keer en ziet nauwelijks verbetering. Volgens de resultaten vindt 42 procent van de ouders dat er de afgelopen jaren niets veranderd is, ondanks alle gesprekken in de politiek en het onderwijsveld. Maar liefst 23 procent ziet zelfs dat de problemen groter zijn geworden.
begeleiding
Ouders melden dat hun kinderen dagelijks uren in een busje doorbrengen, vaak zonder de juiste begeleiding. Daarnaast wordt de toegang tot leerlingenvervoer voor steeds meer gezinnen beperkt door nieuwe regels die gemeenten hanteren. Ouders ervaren dit als onrechtvaardig en schadelijk voor hun kinderen.
De persoonlijke verhalen maken duidelijk hoe groot de impact is. Moeder Marian Keuning vertelt hoe zwaar het vervoer weegt op haar gezin: “De onrust in het taxivervoer zorgt voor extra stress en onzekerheid, waardoor gedurende de week hier veel tijd en negatieve aandacht heen gaat. Ik denk niet dat beleidsmakers en uitvoerenden hier zich voldoende bewust van zijn.”
Voor haar kind voelt de keuze van de gemeente extra wrang. “Dat er nu van touringcars gebruik wordt gemaakt, is natuurlijk idioot. De kinderen worden niet voor niets overgeplaatst naar speciaal onderwijs; waar de klassen kleiner zijn, meer kennis is van de problematiek en meer structuur wordt geboden.” Volgens haar laat dit zien dat het vervoer steeds verder losstaat van de behoeften van de kinderen waarvoor het juist bedoeld is.
kindvriendelijk
Ook Lobke Vlaming, directeur van Ouders & Onderwijs, stelt dat het systeem tekortschiet. Zij ziet dat de verantwoordelijkheden tussen gemeenten en vervoersbedrijven zorgen voor problemen: “Deze peiling laat opnieuw zien dat het systeem niet goed werkt. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het vervoer, maar geven de uitvoering aan bedrijven. Die doen hun werk vaak niet op een kindvriendelijke manier. Ouders zijn boos en verdrietig als ze zien dat hun kind elke dag uren in een busje zit. Het is tijd dat de landelijke politiek iets doet.”
De boodschap van ouders en belangenorganisaties is helder: zolang gemeenten en vervoerders het probleem niet zelf kunnen oplossen, moet de landelijke politiek ingrijpen. Alleen met landelijke regels en duidelijke kaders kan worden gegarandeerd dat alle kinderen veilig, menselijk en passend naar school kunnen reizen.
De roep om landelijke regels wordt steeds sterker. Ouders willen afspraken over maximale reistijden, vaste chauffeurs en voldoende kwaliteit van het vervoer. Een van hen is Jethro Geelen, die de petitie Onze kinderen zijn geen pakketje! Regel leerlingenvervoer landelijk en menselijk is gestart. Hij pleit voor meer aandacht voor de menselijke maat in plaats van een puur logistieke benadering. Ouders & Onderwijs ondersteunt dit initiatief en roept alle betrokkenen op om de petitie te tekenen.
overprikkeld
Voor veel gezinnen voelt het leerlingenvervoer inmiddels als een dagelijkse strijd die ten koste gaat van het welzijn van hun kinderen. Ouders zien dat hun kinderen vermoeid, overprikkeld of gestrest op school aankomen, wat hun leerprestaties en welzijn ernstig beïnvloedt. Zij willen dat er eindelijk werk wordt gemaakt van structurele hervormingen.
Ouders & Onderwijs nodigt daarnaast ouders uit om mee te praten over het onderwerp. In een speciale klankbordgroep kunnen zij ervaringen delen en oplossingen aandragen. Via het Landelijk Ouderpanel worden ouders regelmatig bevraagd over onderwijsthema’s. Met ruim 9.500 deelnemers klinkt de stem van ouders steeds luider, en volgens de organisatie is het van groot belang dat zoveel mogelijk ouders zich aansluiten.
Fabrikanten bouwen groter omdat de klant het vraagt.
De wagenparken in Europese steden worden zichtbaar voller, maar opvallend genoeg niet alleen omdat er steeds meer auto’s bijkomen. Het zijn vooral de afmetingen van de voertuigen die jaar na jaar toenemen en voor een groeiend probleem zorgen. Uit onderzoek van de Europese autocampagnegroep Transport & Environment (T&E) blijkt dat nieuwe auto’s gemiddeld elke twee jaar één centimeter breder worden. Wat op het eerste gezicht een detail lijkt, heeft in de praktijk grote gevolgen, want parkeerplaatsen en parkeergarages groeien niet mee.
Bestuurders merken dit dagelijks. Wie een betaalparking inrijdt, moet vaak drie of vier keer corrigeren voordat de wagen fatsoenlijk in het vak staat. Het in- en uitstappen wordt daardoor steeds moeilijker, zeker wanneer er auto’s vlak naast geparkeerd staan. Voor oudere parkeergarages, die vaak nog zijn gebouwd met de afmetingen van de gemiddelde auto van dertig of veertig jaar geleden in gedachten, levert dit serieuze problemen op.
afmetingen
De cijfers spreken boekdelen. In de eerste helft van 2023 bedroeg de gemiddelde breedte van nieuwe auto’s 180,3 centimeter, waar dit in 2018 nog 177,8 centimeter was. Het gaat hier om normale wagens. Voor SUV’s zijn de afmetingen nog forser: ze bereiken gemakkelijk twee meter in de breedte en overstijgen vaak vijf meter in de lengte. Ook de hoogte wordt steeds problematischer. De Land Rover Defender 130 is bijvoorbeeld bijna twee meter hoog. Dat maakt de toegang tot veel ondergrondse parkeergarages onmogelijk, aangezien die gemiddeld maar 2,10 tot 2,30 meter hoog zijn. Bij sommige oudere garages ligt de maximumhoogte zelfs op slechts 1,80 meter.
Het gevolg is dat grote SUV’s en pick-uptrucks vaak letterlijk klem komen te zitten in onze steden. Niet alleen Europese merken spelen in op de vraag naar grotere voertuigen. Ook Amerikaanse mastodonten zoals de Dodge RAM verschijnen steeds vaker in het straatbeeld. Audi komt volgend jaar zelfs met een nieuwe XXL-SUV. Mercedes en BMW hebben dergelijke modellen al in hun gamma. De trend is duidelijk: constructeurs bouwen hun auto’s steeds groter.
De vraag rijst of parkeervakken en infrastructuur niet mee moeten evolueren. De normen die ooit golden, lijken achterhaald. Een woordvoerder van een parkeeraanbieder zegt daarover in de media: “Het klopt dat die normen wat achterhaald zijn en herbekeken moeten worden.” Het herzien van parkeerruimtes is echter geen eenvoudige ingreep. Grotere vakken betekenen minder parkeerplaatsen en dus ook minder inkomsten voor exploitanten. Daar komt bij dat het verbouwen van bestaande parkeergarages vaak onhaalbaar of te kostbaar is.
groter en groter
Waarom maken fabrikanten hun auto’s dan almaar groter? De verklaring is eenvoudig: klanten vragen ernaar. Een duidelijk voorbeeld is de evolutie van de Volkswagen Golf. Waar de eerste generatie 3,70 meter lang was, meet de huidige Golf bijna 4,50 meter. Zelfs de Polo, traditioneel een klasse kleiner, is inmiddels langer dan de oorspronkelijke Golf. Consumenten willen meer ruimte, meer comfort en vooral een hogere zitpositie, iets wat SUV’s en crossovers bieden. Fabrikanten spelen daar gretig op in.
De balans tussen consumentenvraag en de praktische beperkingen van stedelijke infrastructuur lijkt steeds moeilijker te bewaren. Zolang de trend van steeds grotere voertuigen aanhoudt, zullen bestuurders nog vaker geconfronteerd worden met hachelijke parkeersituaties, schurende dakantennes en krassen langs de deuren. De kloof tussen autodesign en stadsarchitectuur wordt zo met het jaar groter, en de roep om nieuwe normen steeds luider.
“Wij hebben Europa altijd beschouwd als een van onze meest bepalende markten, niet alleen vanwege het economische potentieel, maar ook doordat de ambities in Europa overeenkomen met onze eigen visie op een groenere, duurzamere toekomst,” aldus mevrouw Le Thi Thu Thuy, voorzitter van VinFast.
Als tastbaar bewijs van die betrokkenheid is VinFast begonnen met de inzet van elektrische bussen op Europese wegen, waarmee het zijn intentie toont om verder te gaan dan het leveren van EV’s voor de personenautosector en deel uit te maken van de stedelijke mobiliteit.
Voor het eerst maakte VinFast ook een strategie bekend om voet aan de grond te krijgen in deze markt: het opbouwen van samenwerkingsverbanden met toonaangevende Europese transport- en infrastructuurbedrijven om een blijvende aanwezigheid van zijn elektrische bussen in de regio te garanderen.
Waarom VinFast’s Europese expansie begint met bussen In slechts een paar jaar tijd sinds de volledige overstap naar EV’s is VinFast uitgegroeid tot de leidende autofabrikant van Vietnam die met een opvallend tempo is doorgedrongen tot het wereldtoneel.
Weinig autofabrikanten wereldwijd hebben in zo’n korte tijd zo’n uitgebreid elektrisch ecosysteem opgebouwd. VinFast’s portfolio omvat inmiddels personenauto’s, scooters, fietsen en bussen, ondersteund door een snelgroeiend netwerk van laadstations, dealers en aftersalesbedrijven, terwijl de internationale productiecapaciteit gelijktijdig wordt opgeschaald.
Wat veel waarnemers omschrijven als niets minder dan een ‘wonder’ is niet alleen bereikt door zakelijk inzicht, maar door vastberadenheid in combinatie met nationale ambitie. Vingroup-voorzitter Pham Nhat Vuong benadrukte herhaaldelijk dat VinFast geen conventioneel commercieel project is. Het is eerder opgezet als een hightech nationaal merk met mondiale invloed, dat Vietnam’s ambitie belichaamt om gezien te worden als dynamisch, modern en steeds prominenter op het internationale toneel.
Voordat het zich op Europa richtte, testte VinFast zijn visie op openbaar vervoer in eigen land. Vier jaar geleden reden de elektrische bussen van het bedrijf voor het eerst op Vietnam’s eerste emissievrije route, een vroege stap die later richting gaf aan de internationale strategie.
Vandaag de dag beheert VinFast in Vietnam een geïntegreerd ecosysteem voor elektrische bussen, inclusief productie, exploitatie en onderhoud, met een groeiende aanwezigheid in de grootste steden van het land. De fabrieken van het bedrijf zijn in staat om jaarlijks tussen de 1.500 en 2.000 bussen te produceren, waarbij elke fase van het proces is afgestemd op CE-certificeringsnormen.
Foto: VinFast electric bus
Die ambitie sluit naadloos aan bij Europa’s eigen klimaatagenda, van het Akkoord van Parijs tot de ambitieuze emissiedoelstellingen van de Europese Unie. De doelen zijn duidelijk: een reductie van 43 procent in uitstoot tegen 2030, waarbij negen op de tien nieuwe stadsbussen tegen die tijd emissievrij moeten zijn, en een volledige overstap naar geëlektrificeerde busvloten tegen 2035.
Op weg naar een volledig elektrische toekomst Elektrische bussen hervormen het Europese openbaar vervoer sneller dan beleidsmakers hadden voorzien. In 2024 was bijna de helft van alle nieuw verkochte stadsbussen in de EU batterij-elektrisch, aldus een rapport van Transport & Environment (T&E). Deze verschuiving markeert een beslissend kantelpunt in het debat over de beste manier om stedelijke mobiliteit koolstofvrij te maken. De markt heeft de doorslag gegeven: batterij-elektrische bussen zijn uitgegroeid tot de dominante technologie. Steden nemen in hoog tempo afscheid van diesel- en hybridevloten en kiezen in plaats daarvan voor elektrische bussen, vanwege hun economische, operationele en ecologische voordelen.
Voor gemeenten en hun inwoners zijn de implicaties groot. Schonere lucht, stillere straten en lagere operationele kosten op de lange termijn zijn tastbare voordelen van deze transitie. De vermindering van transportgerelateerde broeikasgasemissies is daarbij bijzonder betekenisvol en onderstreept dat batterij-elektrische bussen niet slechts aan momentum winnen, maar de toekomst van openbaar vervoer bepalen.
Tegen die achtergrond zal VinFast zijn elektrische buslijn internationaal introduceren op Busworld Europe 2025, dat van 3 tot en met 9 oktober in Brussel plaatsvindt. Door geavanceerde oplossingen voor openbaar vervoer te presenteren, wil de Vietnamese autofabrikant zijn identiteit bevestigen als een volledig elektrische producent met een compleet ecosysteem. VinFast stelt dat zijn bussen in 2026 op Europese wegen zullen gaan rijden, als bijdrage aan de groene transformatie van het continent en als versneller van de overstap naar emissievrij openbaar vervoer.
“De introductie van ons portfolio van elektrische bussen op Busworld is een sterke bevestiging van VinFast’s langetermijnbetrokkenheid bij de regio,” aldus mevrouw Le Thi Thu Thuy. “Naast onze elektrische personenauto’s willen we een volledig ecosysteem voor groene mobiliteit opbouwen, zodat elektrificatie toegankelijker wordt dan ooit. Met een steeds breder aanbod zijn wij ervan overtuigd dat wij een emissievrij vervoersnetwerk kunnen realiseren dat schonere en gezondere steden brengt voor de Europese bevolking.”
Foto: VinFast
Op de grootste bus- en touringcarbeurs ter wereld zal VinFast twee modellen tonen: de EB 8 en de EB 12, beide volledig elektrisch en ontworpen om te voldoen aan de strenge normen van de Europese Unie.
De EB 12 heeft al UNECE- en CE-certificering ontvangen. De afmetingen, configuratie, actieradius en laadcompatibiliteit zijn specifiek afgestemd op Europa, waardoor naadloze integratie in bestaande infrastructuur en naleving van lokale regelgeving wordt gegarandeerd.
Beide modellen worden aangedreven door LFP-batterijen, geleverd door toonaangevende internationale producenten zoals CATL en Gotion, met een capaciteit tot 422 kWh en een realistische actieradius van maximaal 400 kilometer. Dankzij snellaadtechnologie tot 140 kW kunnen de voertuigen in slechts twee tot drie uur worden opgeladen.
De bussen van VinFast zijn daarnaast uitgerust met een reeks slimme technologieën, waaronder geavanceerde rijhulpsystemen zoals dodehoekwaarschuwing, intelligente acceleratieondersteuning, botsingswaarschuwing en detectie van slaperigheid bij de bestuurder. Voor passagiers zijn er voorzieningen zoals wifi, USB-oplaadpunten, entertainment aan boord en luchtveringssystemen met een verlaagd chassis om het in- en uitstappen te vergemakkelijken.
Over VinFast VinFast (NASDAQ: VFS), een dochteronderneming van Vingroup JSC, een van de grootste conglomeraatbedrijven van Vietnam, is een fabrikant die zich volledig toelegt op elektrische voertuigen (EV’s) met als missie om elektrische mobiliteit voor iedereen toegankelijk te maken. Het huidige productassortiment van VinFast omvat een breed scala aan elektrische SUV’s, e-scooters en e-bussen. VinFast bevindt zich momenteel in zijn volgende groeifase, gericht op de snelle uitbreiding van zijn distributie- en dealernetwerk wereldwijd en de verhoging van zijn productiecapaciteiten, met een focus op belangrijke markten in Noord-Amerika, Europa en Azië.