Jo Brouns houdt vast aan eigen koers ondanks scherpe kritiek.
De Vlaamse regering heeft de voorbije maanden in alle discretie gewerkt aan de definitieve schrapping van de geplande verstrenging van de lage-emissiezones, een beslissing die woensdag officieel werd bevestigd door minister van Omgeving Jo Brouns. Het dossier hing al sinds september boven de markt, toen de regering in uitvoering van het nieuwe regeerakkoord besliste om de bijkomende beperkingen voor oudere diesel- en benzinewagens vanaf 2026 niet in werking te laten treden. De formele bevestiging van die koerswijziging is nu rond, waarmee de Vlaamse regering het oorspronkelijke plan om dieselwagens met euronorm 5 en benzinewagens met euronorm 2 uit Antwerpen en Gent te weren definitief opbergt.
kritiek
De beslissing komt er ondanks stevige kritiek vanuit juridische hoek. De Raad van State waarschuwde in een officieel advies dat de schrapping volgens het rechtscollege neerkomt op “een aanzienlijke achteruitgang” van de bescherming van zowel de gezondheid als het recht op een gezond leefmilieu. Die achteruitgang is volgens de Raad van State moeilijk te rijmen met het in de Grondwet verankerde standstill-principe, dat bepaalt dat bepaalde grondrechten niet zonder grondige en objectieve verantwoording mogen worden uitgehold. Het advies verwijst ook naar het voorbeeld van het Brussels Gewest, dat eerder door het Grondwettelijk Hof werd teruggefloten en daar wél moet verstrengen.
Ondanks die waarschuwingen houdt de Vlaamse regering vast aan haar nieuwe koers. Minister Brouns verwijst naar het bredere luchtkwaliteitsbeleid dat Vlaanderen de komende jaren wil uitrollen. Hij kondigt tweejaarlijkse evaluaties aan, ingebed in het Luchtbeleidsplan, waarvan de eerste in 2027 zal plaatsvinden. Die evaluaties moeten duidelijk maken of Vlaanderen op schema ligt om de toekomstige, strengere Europese luchtkwaliteitsnormen te halen. Indien dat niet zo is, zullen bijkomende maatregelen noodzakelijk zijn, gaande van zeer gerichte lokale ingrepen tot algemene Vlaamse maatregelen. Een nieuwe evaluatie in 2029 moet vervolgens uitmaken of verdere bijsturing wenselijk is.
haalbaarheid
Brouns benadrukt dat de lage-emissiezone niet het enige instrument is en blijft voorzichtig optimistisch over de evolutie. “LEZ is maar één instrument”, zegt de minister. “We zorgen ervoor dat de bescherming van de luchtkwaliteit correct en haalbaar blijft, en combineren onze inspanningen met andere maatregelen die voor gezonde lucht zorgen zonder onnodige druk op bewoners en bezoekers van onze steden te zetten.” Met die uitspraak onderstreept hij dat de regering haar beleid wil afstemmen op haalbaarheid, betaalbaarheid en draagvlak, zonder volgens hem in te boeten aan ambitie.
De oppositie reageert scherp op de beslissing. Vooral Groen uit stevige kritiek en spreekt van een gemiste kans voor de volksgezondheid. Fractievoorzitster Mieke Schauvliege zegt dat de feiten voor zich spreken. “De LEZ werkt”, stelt zij. Ze wijst erop dat de eerste fases van de lage-emissiezones al aantoonbare verbeteringen in de luchtkwaliteit opleverden. Volgens haar tonen wetenschappelijke metingen aan dat die vooruitgang groter wordt naarmate de regels strenger worden. “De eerste fases zorgden al voor een sterke verbetering van de luchtkwaliteit, dat werd wetenschappelijk bewezen. Toekomstige verstrengingen zouden die gezondheidswinst nog vergroten, vooral voor de meest kwetsbare bewoners die in de buurten met de ongezondste lucht wonen. Dat die nu geschrapt worden en dat de regering deze mensen in de steek laat, dat is onbegrijpelijk.” Met die woorden onderstreept ze dat vooral mensen die langs drukke invalswegen en in dichtbevolkte stadswijken wonen, de dupe zouden worden van het uitblijven van strengere regels.
gevaarlijke gok
Tegen de achtergrond van deze botsende visies woedt het debat voort, terwijl de formele schrapping nu zwart op wit staat. De komende jaren zullen uitwijzen of de luchtkwaliteit zich voldoende herstelt en of de regering inderdaad kan vasthouden aan het afbouwen van het LEZ-kader, iets waar minister Brouns voorzichtig naar verwijst. Hij herhaalt dat alle beleidsopties openblijven, maar koppelt dat wel aan de voorwaarde dat de luchtkwaliteit “gunstig blijft evolueren”.
Aan de overkant van het politieke spectrum blijft de overtuiging dat dit een gevaarlijke gok is. De vraag hoeveel marge Vlaanderen nog heeft om Europese luchtkwaliteitsnormen te halen, en welke maatregelen dan werkelijk nodig zullen zijn, blijft de komende jaren een van de meest gevoelige milieudossiers.

