Zelfdoding op en rond het spoor blijft in Nederland een zwaar en beladen onderwerp dat diep ingrijpt in levens en dagelijkse routines.
Het gaat om meer dan cijfers alleen. Achter elke melding schuilt verdriet bij nabestaanden, schrik bij reizigers en een zware mentale belasting voor machinisten en ander spoorpersoneel. Tegelijk vraagt het thema om zorgvuldige berichtgeving, waarbij terughoudendheid over locaties en methodes hand in hand gaat met aandacht voor preventie en beschikbare hulp.
De Inspectie Leefomgeving en Transport publiceert jaarlijks uitgebreide informatie over de veiligheid op het spoor. Daarin worden ook de aantallen zelfdodingen meegenomen en wordt een vergelijking gemaakt met het totale aantal zelfdodingen in Nederland. Over de periode van 2020 tot en met 2024 ontstaat een beeld dat op het eerste gezicht relatief stabiel oogt, maar dat in absolute zin onverminderd confronterend is. In deze vijf jaar schommelde het aantal zelfdodingen op het spoor tussen grofweg 186 en 210 per jaar. Het jaar 2022 sprong eruit als een relatief hoger jaar, met 210 geregistreerde overlijdens. In 2020 ging het om 198 gevallen, in 2021 om 186, in 2023 om 190 en in 2024 opnieuw om 186.
tien procent
Wanneer deze aantallen worden afgezet tegen het landelijke totaal, blijkt dat het aandeel zelfdodingen op en rond het spoor structureel rond de tien procent ligt. In 2020 was dat aandeel 10,9 procent, in 2021 exact 10,0 procent, in 2022 ongeveer 11,0 procent, in 2023 9,6 procent en in 2024 opnieuw 10,0 procent. Dat betekent dat ruwweg één op de tien zelfdodingen in Nederland plaatsvindt in de spooromgeving, zoals gerapporteerd door de ILT. Achter deze percentages gaat een maatschappelijke impact schuil die veel verder reikt dan de statistiek.
Naast het aantal overlijdens rapporteert de ILT ook over het bredere aantal incidenten. In 2024 waren er volgens het jaarverslag 276 suïcidevoorvallen op het spoor. Dit cijfer omvat niet alleen fatale afloop, maar ook pogingen en situaties zonder lichamelijk letsel. Voor het treinverkeer en de betrokken medewerkers betekent ieder voorval een acute verstoring, vaak met langdurige nasleep in de vorm van gesprekken, begeleiding en verwerking.
impact
De praktijk laat zien dat stabiliteit in cijfers niet gelijkstaat aan rust. Elk incident leidt tot stilgelegde treinen, omleidingen en grote vertragingen. Reizigers worden plots geconfronteerd met heftige meldingen, terwijl machinisten soms in een fractie van een seconde met een onomkeerbare situatie te maken krijgen. De impact op hun mentale gezondheid kan groot zijn en langdurige ondersteuning is vaak noodzakelijk.
De overheid erkent die ernst en spreekt zelf over jaarlijks “ongeveer 200” zelfmoorden op het spoor. Vanuit dat besef is de afgelopen jaren ingezet op een samenhangend pakket aan maatregelen. Daarbij gaat het om fysieke ingrepen zoals hekwerken en afscherming, aanpassingen in de omgeving die de toegang bemoeilijken, verbeterde verlichting en duidelijke verwijzingen naar hulpinstanties. Het doel is niet alleen om incidenten te voorkomen, maar ook om mensen in een crisismoment letterlijk en figuurlijk een andere route te bieden.
spoorbeheerder
ProRail beschrijft in dat kader een gecombineerde aanpak waarin fysieke maatregelen worden gekoppeld aan cameradetectie. Volgens de spoorbeheerder is op locaties waar deze combinatie is toegepast het aantal zelfdodingen “sterk is gedaald”. Die aanpak wordt de komende jaren verder uitgebreid naar andere risicoplekken, met een uitvoering die doorloopt richting 2027. Daarmee wordt geprobeerd om structureel verschil te maken, zonder te vervallen in simplistische oplossingen voor een complex probleem.
Tegenover cijfers en maatregelen staat de menselijke kant. Voor iedereen die zich geraakt voelt door dit onderwerp, of die zich zorgen maakt om iemand in zijn of haar omgeving, is praten essentieel. In Nederland kunnen mensen anoniem terecht bij 113 Zelfmoordpreventie, telefonisch via 113 of 0800-0113. Bij direct gevaar geldt altijd dat 112 gebeld moet worden. Het noemen van die hulp is geen formaliteit, maar een cruciaal onderdeel van verantwoorde berichtgeving.

