Van indicatie en pgb tot onderhoud en stalling: de aanschaf blijkt veel meer dan alleen een keuze voor een model. Mango kan adviseren en een pgb-offerte maken, maar de gemeente bepaalt uiteindelijk welke ondersteuning passend is.
Wie door ouderdom, ziekte of een beperking minder mobiel wordt, komt al snel terecht in een wereld van gemeentelijke regels, indicaties, persoonsgebonden budgetten en leveranciers. Maar hoe werkt dat in de praktijk wanneer iemand in Eindhoven een scootmobiel nodig heeft?
Ons bezoek aan Mango Mobility maakt duidelijk dat achter de aanschaf van een scootmobiel veel meer schuilgaat dan het uitzoeken van een geschikt model. Voor mensen die afhankelijk worden van een hulpmiddel gaat het uiteindelijk om iets veel fundamentelers: zelfstandig boodschappen kunnen doen, familie bezoeken of simpelweg zonder hulp de eigen wijk in kunnen. Tegelijkertijd moet een scootmobiel passen bij de lichamelijke mogelijkheden van de gebruiker, de woning, de dagelijkse routes én de voorwaarden waaronder de gemeente ondersteuning verstrekt.
de hulpvraag
Voor Eindhoven begint een nieuwe aanvraag voor een langdurig benodigde scootmobiel of rolstoel bij WIJeindhoven. Daarbij staat niet meteen de keuze voor een bepaald merk of type centraal. Eerst wordt gekeken naar de hulpvraag. Welke beperkingen ervaart iemand, welke ondersteuning is noodzakelijk en zijn er andere mogelijkheden om het mobiliteitsprobleem op te lossen? Wanneer specialistische ondersteuning nodig lijkt, volgt een beoordeling door de gemeente.
Daarna zijn grofweg twee routes mogelijk. Bij zorg in natura regelt de gemeente het hulpmiddel via gecontracteerde leveranciers. Eindhoven noemt daarvoor Kersten Hulpmiddelen, Medipoint, Meyra en Welzorg. Inwoners kunnen binnen deze groep een leverancier kiezen. De gemeente en leverancier regelen vervolgens een groot deel van de praktische en financiële afhandeling.
Voor de toekomstige gebruiker komt alles uiteindelijk samen bij een veel praktischere vraag: kan ik met dit hulpmiddel daadwerkelijk weer gaan en staan waar ik wil? Dan gaat het niet alleen over de prijs van een scootmobiel, maar ook over onderhoud, verzekering, instructie, stalling en de mogelijkheden om ermee door Eindhoven te reizen. Juist die dagelijkse praktijk bepaalt uiteindelijk hoeveel zelfstandigheid een hulpmiddel iemand werkelijk teruggeeft.
Bij een pgb krijgt de inwoner juist meer vrijheid om zelf een hulpmiddel en leverancier te kiezen. Daardoor kan bijvoorbeeld ook een bedrijf als Mango Mobility in beeld komen. Met een goedgekeurd pgb kan een inwoner zelf een hulpmiddel inkopen. Die vrijheid betekent tegelijkertijd dat de gebruiker meer verantwoordelijkheid krijgt. De gemeente beoordeelt namelijk of de aanvrager, eventueel samen met een vertegenwoordiger, het budget kan beheren. Ook moet worden aangegeven welk hulpmiddel wordt gekocht, waarom daarvoor wordt gekozen, bij welke leverancier dat gebeurt en welke kosten ermee gemoeid zijn. Een pgb is daarmee geen vrij besteedbaar bedrag waarmee zonder verdere beoordeling iedere gewenste scootmobiel kan worden aangeschaft.
ondersteuning
Tijdens ons bezoek aan Mango Mobility werd duidelijk welke rol een commerciële leverancier binnen zo’n traject kan vervullen. Het bedrijf presenteert zich niet alleen als verkoper van hulpmiddelen, maar biedt volgens de eigen informatie ook ondersteuning bij een pgb-aanvraag. Adviseurs kunnen helpen bij het kiezen van een hulpmiddel en een pgb-offerte met onderhoudsovereenkomst opstellen. Daarnaast biedt Mango gratis thuisdemonstraties aan, zodat een klant een hulpmiddel in de eigen woonomgeving kan proberen.
De uiteindelijke beslissing over gemeentelijke ondersteuning ligt echter niet bij de leverancier. Een offerte van Mango betekent niet dat Eindhoven automatisch akkoord gaat met de aanschaf. Ook wanneer iemand een Wmo-indicatie heeft, betekent dat niet dat ieder gewenst model wordt vergoed. Voor een hulpmiddel dat met een pgb wordt aangeschaft gelden voorwaarden. Het moet onder meer veilig en doeltreffend zijn en aansluiten bij het doel waarvoor de voorziening noodzakelijk is bevonden.ons
Ook financieel blijkt het systeem genuanceerder dan simpelweg een prijskaartje aan een scootmobiel hangen. Eindhoven werkt volgens de onderzochte regels niet met één standaard aankoopbedrag dat iedere aanvrager ontvangt. Voor hulpmiddelen wordt het pgb vastgesteld aan de hand van offertes die de gemeente opvraagt of accepteert. De kosten van een passende voorziening spelen daarbij een bepalende rol.
Bovendien stopt de rekening niet bij de aanschaf. Onderhoud, reparaties, keuringen en verzekering kunnen gedurende de gebruiksperiode eveneens geld kosten. In de Eindhovense verordening wordt voor een nieuw hulpmiddel uitgegaan van een gemiddelde technische levensduur van zeven jaar.
Dat maakt het belangrijk om offertes niet uitsluitend op aanschafprijs te vergelijken. Wie betaalt bijvoorbeeld een vervangende accu? Wat gebeurt er wanneer de scootmobiel defect raakt? Zijn voorrijkosten inbegrepen en krijgt de gebruiker tijdens een reparatie tijdelijk een ander voertuig?
Voor mijn onderzoek naar de mogelijkheden binnen de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) bezocht ik Mango Mobility in Eindhoven. Daar werd ik vriendelijk te woord gestaan door onder anderen Harm-Wim Stam, mobiliteitsadviseur bij Mango Hulpmiddelen en Mobiliteit.
Ook bij Mango verschillen de mogelijkheden per onderhoudspakket. Volgens de door mij onderzochte informatie zijn bij het algemene basispakket onderhoud en pechhulp bijvoorbeeld niet inbegrepen. Een leenscootmobiel kost binnen dat pakket 12,50 euro per dag. Andere pakketten bieden een andere dekking. Een specifieke overeenkomst voor iemand die via een pgb koopt, kan daarvan afwijken. De algemene voorwaarden op een website zeggen daardoor niet automatisch wat voor iedere individuele gebruiker geldt.
eigen bijdrage
Daarnaast kan een wettelijke eigen bijdrage verschuldigd zijn. In 2026 bedraagt deze voor de meeste Wmo-ondersteuning 21,80 euro per maand, tenzij een uitzondering geldt. Het bedrag wordt niet hoger wanneer iemand meerdere voorzieningen gebruikt die onder het abonnementstarief vallen. Voor een Wmo-rolstoel geldt geen eigen bijdrage.
Opvallend is dat Mango op de eigen website schrijft dat de eigen bijdrage „in de meeste gevallen al in de prijs is verwerkt”. Uit die formulering alleen valt echter niet op te maken welke kosten daarmee precies worden bedoeld. De wettelijke eigen bijdrage die het CAK vaststelt, moet bovendien worden onderscheiden van eventuele eigen kosten rond de aanschaf van een hulpmiddel.
Mijn onderzoek laat ook zien waarom het verstandig is om niet alvast een scootmobiel te bestellen voordat duidelijk is wat de gemeente vergoedt. De Eindhovense regels beperken de vergoeding van vooraf gemaakte kosten wanneer achteraf niet meer kan worden vastgesteld of de aanschaf noodzakelijk was. Een aantrekkelijk aanbod of een passende scootmobiel in de showroom betekent dus niet automatisch dat de gemeente de rekening later zal vergoeden.
Minstens zo belangrijk is de vraag of het gekozen hulpmiddel in het dagelijkse leven daadwerkelijk bruikbaar is. Dat begint al bij de woning. Voor bewoners van appartementen kunnen stalling en opladen een probleem vormen. Landelijke brandveiligheidsregels stellen beperkingen aan het plaatsen van brandgevaarlijke objecten, waaronder scootmobielen, in gemeenschappelijke verkeersruimten waar een vluchtroute doorheen loopt. Een scootmobiel die uitstekend bij zijn gebruiker past, kan daardoor alsnog problemen opleveren wanneer er thuis geen geschikte stallings- en oplaadmogelijkheid bestaat.
openbaar vervoer
Ook onderweg gelden beperkingen. Hermes laat volgens de onderzochte informatie gewone scootmobielen niet toe in de bus, omdat deze niet voldoende veilig kunnen worden vastgezet. Een opvouwbare variant kan onder voorwaarden als bagage mee, maar moet bij de halte al ingeklapt klaarstaan. Voor Eindhovenaren met een Wmo-vervoersindicatie bestaat daarnaast Taxbus, waarmee vervoer van deur tot deur mogelijk is. Een scootmobiel en aanvullend vervoer moeten daarom niet noodzakelijk als concurrerende oplossingen worden gezien. Voor iemand die zelfstandig naar winkels in de buurt wil, kan een scootmobiel uitkomst bieden, terwijl voor langere afstanden een andere vervoersvoorziening nodig kan zijn.
Veilig kunnen rijden vormt vervolgens een apart aandachtspunt. Voor een scootmobiel die juridisch onder een gehandicaptenvoertuig valt, is geen rijbewijs nodig. Een WA-verzekering is wel verplicht. Op de stoep mag maximaal zes kilometer per uur worden gereden. De praktijk vraagt ondertussen meer dan weten waar het gas en de rem zitten. Achteruitrijden, een smalle doorgang nemen, oversteken, draaien en het voertuig veilig bij de eigen woning parkeren zijn allemaal onderdeel van het dagelijkse gebruik. Een leverancier kan daarom naast het leveren van het hulpmiddel ook een rol hebben bij uitleg en instructie.
Wie bij het Wmo-traject ondersteuning nodig heeft, kan bovendien een onafhankelijke cliëntondersteuner inschakelen. Deze ondersteuning is gratis. Zo’n cliëntondersteuner kan helpen bij het formuleren van de hulpvraag en bij contacten met WIJeindhoven, de gemeente of een aanbieder. Dat is nadrukkelijk een andere positie dan die van een leverancier die adviseert over een product dat het bedrijf zelf verkoopt.
Mijn bezoek aan Mango Mobility en het onderzoek naar de Eindhovense Wmo-regels laten vooral zien hoeveel onderdelen samenkomen voordat iemand daadwerkelijk zelfstandig met een scootmobiel op pad kan. De gemeente beoordeelt welke ondersteuning noodzakelijk is en onder welke voorwaarden daarvoor geld beschikbaar komt. Een leverancier als Mango kan adviseren over een geschikt hulpmiddel, een offerte maken en ondersteuning bieden rond een pgb-traject.