Tag archieven: doorfietsroutes

CDA: spitsrijders gaan betalen maar opbrengst vloeit terug naar infrastructuur

Het CDA presenteert in zijn verkiezingsprogramma “Bouwen op vertrouwen – Onze keuzes voor een fatsoenlijk land” een breed pakket aan maatregelen rondom mobiliteit. Het programma laat zien dat de partij mobiliteit niet alleen beschouwt als een praktische noodzaak, maar als een fundament voor leefbaarheid, sociale samenhang en economische ontwikkeling.

Het uitgangspunt is dat mobiliteit dienstbaar moet zijn aan gezinnen, senioren, scholieren en werkenden, zodat iedereen veilig en tijdig zijn bestemming kan bereiken. Het CDA kiest nadrukkelijk voor integrale sturing en investeringen in bereikbaarheid, waarbij niet meer uitsluitend wordt gedacht in afzonderlijke modaliteiten, maar in een totaalplaatje waarin auto, fiets, openbaar vervoer en logistiek elkaar aanvullen.

regionale verbindingen

Het CDA benadrukt dat betaalbaar en toegankelijk openbaar vervoer de basis moet zijn. Bus- en treinreizen mogen niet duurder zijn dan noodzakelijk en het systeem moet voor mensen werken, zeker voor senioren, jongeren en inwoners die minder digitaal vaardig zijn. Ook moet het openbaar vervoer voorzieningen als ziekenhuizen, scholen en verenigingen blijven ontsluiten.

Daarnaast wordt sterk ingezet op verbeterde verbindingen tussen de Randstad en de regio, zoals de Lelylijn, de Noord-Zuidlijn en internationale treinverbindingen. Deze projecten zijn essentieel om woningbouw, economische groei en grensoverschrijdende samenwerking met buurlanden mogelijk te maken.

fiets en voetgangers

Het CDA wil een voortzetting van een landelijk fietsplan, waaronder doorfietsroutes en fietssnelwegen, zodat scholieren, forenzen en recreanten veilig en snel hun bestemming kunnen bereiken. Het fietsbeleid moet bovendien een vast onderdeel worden van de jaarlijkse MIRT-besprekingen (Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport). Ook krijgt wandelen een plek in beleid, onder meer via de verbreding van de City Deal ‘Ruimte voor lopen’, die gemeenten en maatschappelijke organisaties verbindt.

Het CDA erkent dat in veel regio’s de auto onmisbaar blijft. Investeringen in weginfrastructuur worden daarom gezien als een noodzaak, niet als luxe. Daarbij kiest het CDA voor innovatieve oplossingen zoals slimme verkeerslichten, spitsmijdprogramma’s en beter incidentmanagement om files terug te dringen.

Opvallend is het plan voor een tijd- en plaatsgebonden congestieheffing, waarbij automobilisten tijdens de spits in drukke gebieden extra betalen. De opbrengst hiervan wordt weer geïnvesteerd in infrastructuur. Verder wordt de motorrijtuigenbelasting (MRB) hervormd, zodat deze beter aansluit bij de overgang naar elektrische auto’s door te heffen op voertuigoppervlak in plaats van gewicht. Ook verkeersveiligheid krijgt nadruk. Het CDA pleit voor een herinvoering van het alcoholslot, verlichting op alle 60- en 80-kilometerwegen, meer flitspalen op risicolocaties en een zero-tolerancebeleid voor drugs in het verkeer.

logistiek

Goederenvervoer is volgens het CDA essentieel voor de economie. Het programma kiest voor een multimodale aanpak, waarbij vervoer over water en spoor prioriteit krijgt boven de weg. Zo wordt bijgedragen aan duurzaamheid en het verdienvermogen van Nederland. Er komt bovendien een uitbreiding van de vrachtwagenheffing, zodat deze ook geldt op andere wegen dan alleen de snelwegen, om sluiproutes tegen te gaan.

Daarnaast investeert de partij in duurzame logistiek, onder andere via Europese logistieke e-corridors met waterstof- en batterijtrucks en betere laadinfrastructuur voor zware voertuigen. Binnenvaart en vervoer over water krijgen een centrale plek in verduurzamingsplannen.

mainports

De luchtvaart ziet het CDA als belangrijk voor de economie, maar deze moet tegelijk verduurzamen. Groei of krimp van de sector wordt niet als doel op zich gezien, maar als resultaat van de milieuruimte en gezondheidsruimte die beschikbaar is. Lelystad Airport blijft vooralsnog militair gebruikt, maar kan pas commercieel worden ingezet als er duidelijkheid is over schoner en stiller vliegen en de laagvliegroutes zijn opgelost.

Het CDA kiest in dit programma voor een evenwichtige mobiliteitsaanpak die zowel inzet op duurzaamheid als bereikbaarheid. De partij ziet mobiliteit niet alleen als middel om mensen van A naar B te brengen, maar als voorwaarde voor leefbare steden, sterke regio’s en een concurrerende economie. Opvallend is dat er zowel aandacht is voor innovatieve maatregelen, zoals congestieheffing en laadinfrastructuur voor zwaar vervoer, als voor klassiek beleid, zoals investeringen in wegen, bruggen en spoorverbindingen.

Vivianne Heijnen: Rijk stelt 18 miljoen euro beschikbaar voor doorfietsroutes

Vanaf vandaag kunnen provincies en vervoerregio’s een beroep doen op een speciaal budget van het Rijk, gericht op investeringen in doorfietsroutes.

Staatssecretaris Vivianne Heijnen van Infrastructuur en Waterstaat heeft hiervoor een bedrag van 18 miljoen euro beschikbaar gesteld. Dit budget is bedoeld om in samenwerking met regionale overheden te werken aan een landelijk netwerk van doorfietsroutes, wat een belangrijke stap is in de verbetering van de fietsbereikbaarheid en de verkeersveiligheid.

De voordelen van fietsen worden steeds meer erkend als een cruciale oplossing voor verschillende maatschappelijke uitdagingen. Fietsen is niet alleen kostenefficiënt, maar ook bevorderlijk voor de gezondheid en het milieu, terwijl het tevens de verkeersdrukte vermindert. Eind 2022 maakte het Rijk al eenmalig 780 miljoen euro vrij om de fietsbereikbaarheid van nieuwe woonwijken te verbeteren. Dit geld werd geïnvesteerd in de aanleg van nieuwe fietsbruggen, tunnels, fietsroutes naar stations en extra fietsenstallingen. Met het huidige budget komt er voor het eerst structureel geld beschikbaar voor de aanleg van doorfietsroutes, met jaarlijks 6 miljoen euro. Door het budget van de komende drie jaar te bundelen, wordt dit jaar 18 miljoen euro vrijgegeven.

Staatssecretaris Heijnen onderstreept het belang van deze investering: “Dat we nu voor het eerst structureel geld vrijmaken voor de aanleg van doorfietsroutes is een krachtig signaal. We willen dat meer mensen de fiets pakken en dan helpt het als er veilige fietspaden zijn waarop fietsers lekker door kunnen fietsen. Dat is goed voor kinderen die in de buurt naar school gaan, en voor werknemers die met de elektrische fiets in een andere stad naar hun werk gaan. Met deze 18 miljoen euro kunnen we weer mooie stappen zetten.”

Doorfietsroutes zijn brede, comfortabele fietspaden die stedelijke en landelijke gebieden met elkaar verbinden. Ze verbeteren de toegankelijkheid van woon-werklocaties en moedigen mensen aan om vaker de fiets te pakken. Nederland beschikt momenteel over ongeveer 750 kilometer aan doorfietsroutes, en tot 2030 is de aanleg van nog eens 1.400 kilometer gepland.

Uit het jaarlijkse onderzoek van Tour de Force blijkt dat er veel plannen klaarliggen voor nieuwe doorfietsroutes. De aanvragen voor financiering worden beoordeeld op criteria zoals de bijdrage van de route aan het stimuleren van fietsgebruik in combinatie met openbaar vervoer en de verbetering van de verkeersveiligheid. De toekenning van de aanvragen staat gepland voor het najaar van 2024.

Foto: Vivianne Heijnen tijdens plenair debat

“We willen dat meer mensen de fiets pakken en dan helpt het als er veilige fietspaden zijn aangelegd waarop fietsers lekker door kunnen fietsen. ”

Staatssecretaris Vivianne Heijnen (IenW)

De ontwikkeling van doorfietsroutes past binnen het bredere beleid van het Rijk om duurzame mobiliteit te bevorderen. Naast de voordelen voor de volksgezondheid en het milieu, speelt de fiets een belangrijke rol in de reductie van CO2-uitstoot en de vermindering van files. Dit sluit aan bij de doelstellingen van het Klimaatakkoord en de ambities om Nederland tegen 2050 klimaatneutraal te maken.

In het kader van dit beleid werken verschillende provincies en gemeenten aan de verbetering van fietsinfrastructuur. Zo heeft de provincie Utrecht recent geïnvesteerd in de aanleg van nieuwe doorfietsroutes tussen Utrecht en Amersfoort. Ook de provincie Noord-Brabant werkt aan de uitbreiding van haar netwerk van snelle fietspaden, met projecten die steden als Eindhoven, Tilburg en Breda beter met elkaar verbinden.

Lokale en regionale initiatieven spelen een cruciale rol in het succes van het nationale fietsbeleid. Gemeenten zoals Amsterdam en Rotterdam hebben al aanzienlijke stappen gezet in de verbetering van de fietsinfrastructuur, met onder andere de aanleg van nieuwe fietspaden en de uitbreiding van fietsparkeerplaatsen. Deze lokale inspanningen worden nu ondersteund door het landelijke budget, wat de samenwerking tussen verschillende overheidslagen verder versterkt.

Met de nieuwe investeringen wordt niet alleen de infrastructuur verbeterd, maar wordt ook een cultuur van fietsen gestimuleerd. Dit draagt bij aan een gezondere, duurzamere en efficiëntere samenleving. De komende jaren zullen cruciaal zijn in het verder uitbouwen van het fietsnetwerk en het realiseren van de ambitieuze plannen die momenteel op tafel liggen.

Snelfietsroutes zijn comfortabele fietsverbindingen

Snelfietsroutes, ook wel doorfietsroutes of fietssnelwegen genaamd. Je hebt er vast wel eens wat over gehoord. Het is is een directe, comfortabele fietsverbinding tussen stedelijke regio’s met weinig obstakels die ervoor zorgt dat je snel en vlot op je bestemming aankomt. Deze snelfietsroutes zorgen voor een betere en snellere bereikbaarheid van woon-werklocaties en stimuleren forenzen om met de fiets te reizen. Het beste zou zijn als een snelfietsroute in zijn geheel zou bestaan uit overzichtelijke, vier meter brede rode fietspaden. Dit is helaas niet haalbaar omdat deze over grote afstanden en gebieden lopen. En daarom worden in de werkelijkheid vaak etappes met elkaar verbonden.

Een snelfietsroute kan dus bestaan uit verschillende delen zoals een bestaand breed fietspad, een stuk fietsstraat, een stuk nieuw fietspad en een gemarkeerd fietsgedeelte op een weg. Snelfietsroutes zijn altijd een samenwerking tussen de gemeenten en de provincie. Zo’n route moet veilig zijn en ook moeten fietsers er zo min mogelijk stagnaties hebben met treinen en auto’s. De fietsers moeten op deze route zo veel mogelijk voorrang hebben, daarom wordt er bijvoorbeeld op een kruispunt een fietstunnel gebouwd. Er zijn er al heel wat in ons land en er komen er steeds meer bij.

Er worden ook verschillende snelfietsroutes in Brabant aangelegd, de F261 Tilburg- Waalwijk, de F59 Waalwijk- ’s-Hertogenbosch, F50 Uden- Veghel, F270 Eindhoven- Helmond, F58 Breda- Tilburg en de F50 Nistelrode- Uden. De routes ’s-Hertogenbosch- Oss en Eindhoven- Valkenswaard zijn al gereed. Het doel is dat er tegen 2030 een compleet netwerk van snelfietsroutes ligt in Brabant. De werkzaamheden aan het Eindhovense deel op de snelfietsroute tussen Eindhoven Centraal Station en Helmond Centraal Station zijn eindelijk gestart. Het Helmondse deel van de snelfietsroute was al een tijdje klaar maar het Eindhovense deel liet op zich wachten. Eind 2022 moet het Eindhovense deel klaar zijn en kunnen fietsers ook deze snelfietsroute in gebruik gaan nemen.

Lees ook: Met nieuwe versie van Snuffelfiets fijnstof meten