Tag archieven: rechtspraak

Schade: advocaten incasseren miljoenen na mega-schikking met Uber

De Amerikaanse ride-hailinggigant Uber heeft een schikking van 271,8 miljoen dollar (167,61 miljoen euro) bereikt in een juridische strijd met de Australische taxibranche.

Uit de berichtgeving van het digitaal Personenvervoer Magazine blijkt dat het Hooggerechtshof van Victoria de deal officieel goed keurde, acht maanden nadat deze was gesloten. Rechter Patricia Matthews gaf groen licht aan de schikking, die voortkwam uit een groepsvordering van duizenden betrokkenen uit de taxi- en huurautosector.

De zaak werd aangespannen door Nicos Andrianakis en Jamal Salem, die namens een grote groep deelnemers stelden dat Uber illegaal opereerde in Australië tussen 2014 en 2017. Volgens de aanklacht zou Uber bewust regels hebben omzeild en samengewerkt om de bestaande taxi- en huurautobranche schade toe te brengen. Dit leidde volgens de eisers tot enorme verliezen in inkomen en kapitaalwaarde, evenals een verslechtering van het levensonderhoud van vele chauffeurs, exploitanten en licentiehouders.

Uber ontkende echter de beschuldigingen en gaf geen aansprakelijkheid toe. De schikking werd bereikt vlak voordat de zaak op 18 maart van dit jaar daadwerkelijk voor de rechter zou komen. Daarmee voorkwam Uber een potentiële openbare behandeling die schadelijke onthullingen over zijn bedrijfsvoering had kunnen blootleggen.

de schikking

Van het totale schikkingsbedrag gaat een aanzienlijk deel naar juridische kosten en procesfinanciers. Advocatenkantoor Maurice Blackburn, dat de zaak in 2019 begon, ontvangt 38,7 miljoen Australische dollar (23,8 miljoen euro) voor juridische kosten. Daarnaast krijgt Harbour Fund III, dat de groepsvordering financierde, 30% van het bedrag, oftewel 81,54 miljoen Australische dollar (50,29 miljoen euro).

Dit laat ongeveer 152 miljoen dollar (93,73 miljoen euro) over voor de eigenaren en chauffeurs in de taxi- en huurautobranche. Het bedrag wordt beheerd door Maurice Blackburn, dat een distributieschema opstelt om de claims van de groepsleden te beoordelen. Er waren 8.701 geregistreerde groepsleden bij de class action, waarvan 6.476 zich aanmeldden om daadwerkelijk een deel van de schikking te ontvangen. Gemiddeld komt dit neer op iets meer dan 17.000 Australische dollar (10.482 euro) per lid, maar het uiteindelijke bedrag varieert per individu op basis van de geleden schade.

Deze onthullingen maken duidelijk dat de juridische en reputatieschade voor Uber mogelijk nog lang niet voorbij is.

Hoewel de schikking een van de grootste is in de Australische geschiedenis, vormt het bedrag slechts een fractie van de totale schade die Uber heeft veroorzaakt sinds het in 2013 begon te opereren in Sydney. Staatsregeringen en consumenten hebben in de afgelopen jaren miljarden aan compensatie uitgekeerd aan de taxi-industrie, die zwaar werd getroffen door de komst van ride-hailingdiensten zoals Uber.

De zaak heeft ook een precedent geschept in Australië. Rechter Matthews oordeelde dat de schikking eerlijk en redelijk was en het beste diende voor de leden van de groepsvordering. Tegelijkertijd benadrukte zij de enorme impact die Uber’s toetreding tot de markt heeft gehad.

juridische problemen

De schikking betekent echter niet het einde van Ubers juridische gevechten in Australië. Het bedrijf wacht nog op een uitspraak in een andere zaak, aangespannen door Taxi Apps, de ontwikkelaar van de taxi-app GoCatch. Deze app, gesteund door prominente investeerders zoals James Packer en Alex Turnbull, claimt dat Uber illegaal opereerde en daarbij marktconcurrenten actief probeerde te saboteren.

Tijdens een twee maanden durend proces eerder dit jaar gaf Uber toe dat het illegaal had geopereerd en onthulden interne e-mails dat de voormalige Australische directeur van het bedrijf zijn zinnen had gezet op het dwarsbomen van GoCatch. Zo verklaarde hij in een interne communicatie dat hij de telefoonnummers van alle GoCatch-chauffeurs in handen had gekregen en zei hij: “Ik wil ze vernietigen voordat ze te legitiem worden.”

Ryanair moet compensatievorderingen Claimingo betalen

Het gerechtshof in ’s-Hertogenbosch heeft vandaag beslist dat Ryanair toch compensatievorderingen moet betalen. De luchtvaartmaatschappij moet die vorderingen betalen aan Claimingo, dat de claims van passagiers inkoopt en ze vervolgens int. De rechtbank Oost-Brabant bepaalde eerder nog dat Ryanair de vorderingen niet hoefde te betalen. In september 2017 kwam een vlucht van Ryanair met meer dan 3 uur vertraging aan in Eindhoven. De vertraging was veroorzaakt door een kapotte boordradio. 4 passagiers droegen naar aanleiding van die vertraging hun compensatievorderingen van in totaal 1.600 euro over aan Claimingo, een bedrijf dat claims int bij Ryanair. 

Claimingo heeft de afgesproken vergoeding al betaald aan de passagiers, maar nooit het geld gekregen van Ryanair. Ryanair vindt dat zij de vorderingen van Claimingo niet hoeft te betalen vanwege 2 redenen. In de voorwaarden van Ryanair staat dat vorderingen niet kunnen worden overgedragen aan derden, in dit geval Claimingo, het bedrijf dat de claims heeft geïnd namens de passagiers. Dat wordt ook wel een cessieverbod genoemd. Daarnaast vindt Ryanair dat een kapotte boordradio een zogenoemde ‘buitengewone omstandigheid’ is en daarom geen reden vormt voor compensatie.

De kantonrechter wees de vordering van Claimingo af. De rechtbank oordeelde dat de passagiers ook zelf hun vordering hadden kunnen indienen bij Ryanair. Maar omdat het overdragen van hun vordering aan Claimingo in strijd was met het cessieverbod, hoefde Ryanair de vorderingen in ieder geval niet te betalen aan het bedrijf.

Het hof oordeelt nu anders. Het hof vindt dat het cessieverbod in dit geval nietig is. Het verbod is een ontoelaatbare beperking van de aanspraak op compensatie. Het maakt daarbij niet uit dat het bedrijf dat de vorderingen heeft ingediend zelf geen consument is. Daarnaast is het uitvallen van een van de boordradio’s volgens het Europese recht geen bijzondere omstandigheid. Ook hoefde het vliegtuig niet over álle aan boord aanwezige boordradio’s te beschikken. In hoger beroep heeft Ryanair dit ook niet betwist.

De uitspraak van het hof heeft tot gevolg dat Ryanair alsnog de ingediende vorderingen met een totaalbedrag van 1.600 euro aan het bedrijf moet betalen. Daarnaast draait de luchtvaartmaatschappij ook op voor de gemaakte proceskosten en incassokosten. 

Bron: www.rechtspraak.nl

Lees ook: Dalstra Reizen vraagt zelf faillissement aan bij de rechtbank

RyanAir