Print Friendly, PDF & Email
Pitane Image

De introductie van de Centrale Database Taxi (CDT) in Nederland zorgt voor een interessante dynamiek onder hardware leveranciers binnen de taxibranche.

De introductie van de Centrale Database Taxi (CDT) in Nederland is niet alleen een stap vooruit in de digitalisering van de taxidiensten voor het ILT, maar ook een bron van zorg voor de branchevereniging, vervoerders en ICT dienstverleners. De deadline van 1 januari 2025 nadert snel, en tijdens een recente digitale bijeenkomst tussen de ICT dienstverleners en de projectgroep van de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) werden kritieke punten besproken.

De recente ontwikkelingen rondom de implementatie van de Centrale Database Taxi (CDT) en de bijbehorende ‘Praktijktoets 2’ roepen kritische vragen op over de beleidskeuzes van de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT). Hoewel het project bedoeld is om de taxibranche naar een hoger niveau van technologische integratie te tillen, lijkt een specifieke maatregel van de ILT contraproductief: de onveranderde verplichting om Boordcomputers Taxi (BCT) te gebruiken.

Ondanks dat ondernemers voor deze fase een ontheffing kunnen krijgen voor het gebruik van de huidige BCT, blijft de verplichting bestaan om zo'n apparaat in te bouwen.

De huidige leveranciers van BCT’s genieten een concurrentievoordeel door de verplichte aard van deze apparaten. Deze bedrijven, die reeds een stevige voet aan de grond hebben in de taximarkt, kunnen profiteren van de bestaande regelgeving die de taxivervoerders verplicht om deze technologieën aan te schaffen en te gebruiken. De voortdurende noodzaak voor BCT’s zorgt ervoor dat deze leveranciers een continue vraag naar hun producten zien, zelfs als de sector op het punt staat over te schakelen naar een nieuw systeem zoals de CDT.

concurrentievoordeel

Dit leidt tot begrijpelijke frustraties bij de vervoerders, die terughoudend zijn om te investeren in technologie die mogelijk snel verouderd zal zijn. Met de introductie van de CDT in het vooruitzicht, en de mogelijke noodzaak om additionele technologieën in te bouwen, staan ondernemers voor het dilemma om te investeren in wat al snel een overbodige investering kan blijken.

Deze verplichting lijkt vooral voordelig voor de huidige  bekende spelers en leveranciers van BCT’s in deze markt zoals Quipment, Neone en Cabman. Deze bedrijven, vooral Cabman, kunnen hun marktpositie versterken terwijl nieuwe spelers, die mogelijk efficiëntere en meer geïntegreerde technologieën aanbieden, moeite hebben om voet aan de grond te krijgen. Deze situatie creëert een kunstmatige barrière voor innovatie binnen de sector, waarbij de bestaande spelers profiteren ten koste van potentiële vernieuwing.

Bovendien komt de geplande uitfasering van het 2G-netwerk om de hoek kijken, wat een extra complicatie vormt voor de huidige BCT-apparaten die hier veelal nog gebruik van maken. Dit betekent dat de technologie die nu verplicht gesteld wordt, niet alleen mogelijk verouderd is tegen de tijd dat de CDT volledig operationeel is, maar ook dat het op korte termijn aanpassingen of vervangingen vereist.

Lees ook  ILT: veiligheid luchtvaart onder druk door drones

Deze beleidsregel vraagt om heroverweging. De taxibranche heeft behoefte aan flexibele, toekomstgerichte regelgeving die de adoptie van nieuwe technologieën stimuleert zonder onnodige financiële lasten op de schouders van de vervoerders te leggen. Alleen zo kan de transitie naar een moderne, efficiënte en technologisch geavanceerde taximarkt soepel en inclusief verlopen.

De voorgenomen aanpak van ILT kan ertoe leiden dat veel vervoerders ervoor kiezen om niet deel te nemen aan de ‘Praktijktoets 2’. Dit staat haaks op het doel van de testfase, namelijk het breed evalueren van de techniek en processen. Als significante aantallen vervoerders afzien van deelname, kan dit de waarde van de proef ondermijnen en daarmee de uiteindelijke succesvolle implementatie van de CDT in gevaar brengen. Een woordvoerder van een van de nieuwkomers licht toe: “Ondernemers willen niet met twee kastjes rondrijden.”

(Tekst loopt door onder de foto)
Bertho Eckhardt
Foto: © Pitane Blue - KNV voorzitter Bertho Eckhardt

Het belangrijkste aandachtspunt voor KNV is dat de CDT een eerlijk speelveld creëert voor alle vervoerders en dat de transitie naar dit nieuwe systeem geen onnodige lasten oplegt aan de kleinere of minder technisch onderlegde vervoerders.

De bijeenkomst stond voornamelijk ook in het teken van het informeren van de betrokken partijen over de recentste ontwikkelingen in de koppelvlakspecificatie en de vrijgaveplanning van de CDT. Kort samengevat heeft de ILT-projectgroep actief geluisterd naar de feedback van de laatste vergadering met de ICT-dienstverleners en een nieuwe versie van de koppelvlakspecificatie opgesteld, waarvan de eerste release nu beschikbaar is.

voortgang

Hoewel enkele belangrijke endpoints ontbraken die essentieel zijn voor een correcte werking van het systeem, zoals het aan- en afmelden van ICT-dienstverleners, het valideren van Nederlandse rijbewijzen en een specifieke endpoint voor het valideren van chauffeursnummers van bestuurders met een buitenlands rijbewijs, kunnen we toch zeggen dat bijna alle feedback verwerkt is, met slechts enkele uitzonderingen.

Ondanks de missende technische aspecten weliswaar op de backlog staan, maar met de naderende ‘Praktijktoets 2’, die al in juli 2024 start, rijst de vraag of er voldoende tijd is om deze essentiële functies te implementeren voor de aanvangsdatum. De praktijktoets is ontworpen om de techniek en processen die uiteindelijk in de CDT gebruikt zullen worden, grondig te testen. Dit moet niet alleen de technische haalbaarheid aantonen, maar ook verzekeren dat alle systemen correct samenwerken.

Lees ook  Petitie: taxi's willen met bussen mee over de vluchtstrook

Verder is de geleidelijke uitrol van de CDT in deze fase met minimaal 1 week foutloos met 10 deelnemende chauffeurs werken per deelnemer bedoeld om de risico’s op significante aanloopproblemen te minimaliseren. Dit is vooral belangrijk omdat bij de officiële inwerkingtreding van de wetgeving, een grote hoeveelheid vervoerders tegelijkertijd zal beginnen met het gebruik van de CDT. Eventuele initiële tekortkomingen in het systeem of in de IT-infrastructuur van de vervoerders kunnen leiden tot grootschalige operationele storingen.

(Tekst loopt door onder de foto)
Foto: © Pitane Blue - Centrale Database Taxi

Ander opvallend nieuws is het vertrek van Henri van der Heijden als projectleider van het Centrale Database Taxi (CDT) . Van der Heijden, wiens leiderschap cruciaal is geweest in de vroege fasen van het project, zal zijn taken overdragen aan Arnold Leemans, de huidige Programmamanager Realisatie Variant BCT. Leemans is geen nieuwkomer in de groep en heeft reeds een diepgaande kennis van de projectdynamiek en de uitdagingen die nog moeten worden aangepakt.

De overgang in leiderschap komt op een kritiek moment voor het CDT project. Met de aankomende implementatie van de CDT in 2025 en de aanstaande ‘Praktijktoets 2’ in de zomer van 2024, is de rol van de projectleider van essentieel belang voor het succes van het project. Leemans brengt een schat aan ervaring en een frisse blik, wat kan helpen om enige bestaande uitdagingen aan te pakken en de projectdoelstellingen veilig te stellen.

De projectgroep die betrokken is bij de implementatie van de Centrale Database Taxi (CDT) zal zich in ieder geval blijven inzetten tot februari 2025. Dit geeft hen de nodige tijd om de ontwikkeling en uitrol van de CDT zorgvuldig te begeleiden, terwijl ook de ‘Praktijktoets 2’ en eventuele vervolgfases in de periode daarvoor worden uitgevoerd en geëvalueerd. Het team blijft actief tot na de officiële lancering van de CDT om te zorgen voor een soepele overgang en om eventuele aanloopproblemen die zich voordoen na de invoering van de database op te lossen.

ABONNEMENT
Gerelateerde artikelen:
Agendapakket