Fabrikanten bouwen groter omdat de klant het vraagt.
De wagenparken in Europese steden worden zichtbaar voller, maar opvallend genoeg niet alleen omdat er steeds meer auto’s bijkomen. Het zijn vooral de afmetingen van de voertuigen die jaar na jaar toenemen en voor een groeiend probleem zorgen. Uit onderzoek van de Europese autocampagnegroep Transport & Environment (T&E) blijkt dat nieuwe auto’s gemiddeld elke twee jaar één centimeter breder worden. Wat op het eerste gezicht een detail lijkt, heeft in de praktijk grote gevolgen, want parkeerplaatsen en parkeergarages groeien niet mee.
Bestuurders merken dit dagelijks. Wie een betaalparking inrijdt, moet vaak drie of vier keer corrigeren voordat de wagen fatsoenlijk in het vak staat. Het in- en uitstappen wordt daardoor steeds moeilijker, zeker wanneer er auto’s vlak naast geparkeerd staan. Voor oudere parkeergarages, die vaak nog zijn gebouwd met de afmetingen van de gemiddelde auto van dertig of veertig jaar geleden in gedachten, levert dit serieuze problemen op.
afmetingen
De cijfers spreken boekdelen. In de eerste helft van 2023 bedroeg de gemiddelde breedte van nieuwe auto’s 180,3 centimeter, waar dit in 2018 nog 177,8 centimeter was. Het gaat hier om normale wagens. Voor SUV’s zijn de afmetingen nog forser: ze bereiken gemakkelijk twee meter in de breedte en overstijgen vaak vijf meter in de lengte. Ook de hoogte wordt steeds problematischer. De Land Rover Defender 130 is bijvoorbeeld bijna twee meter hoog. Dat maakt de toegang tot veel ondergrondse parkeergarages onmogelijk, aangezien die gemiddeld maar 2,10 tot 2,30 meter hoog zijn. Bij sommige oudere garages ligt de maximumhoogte zelfs op slechts 1,80 meter.
Het gevolg is dat grote SUV’s en pick-uptrucks vaak letterlijk klem komen te zitten in onze steden. Niet alleen Europese merken spelen in op de vraag naar grotere voertuigen. Ook Amerikaanse mastodonten zoals de Dodge RAM verschijnen steeds vaker in het straatbeeld. Audi komt volgend jaar zelfs met een nieuwe XXL-SUV. Mercedes en BMW hebben dergelijke modellen al in hun gamma. De trend is duidelijk: constructeurs bouwen hun auto’s steeds groter.
De vraag rijst of parkeervakken en infrastructuur niet mee moeten evolueren. De normen die ooit golden, lijken achterhaald. Een woordvoerder van een parkeeraanbieder zegt daarover in de media: “Het klopt dat die normen wat achterhaald zijn en herbekeken moeten worden.” Het herzien van parkeerruimtes is echter geen eenvoudige ingreep. Grotere vakken betekenen minder parkeerplaatsen en dus ook minder inkomsten voor exploitanten. Daar komt bij dat het verbouwen van bestaande parkeergarages vaak onhaalbaar of te kostbaar is.
groter en groter
Waarom maken fabrikanten hun auto’s dan almaar groter? De verklaring is eenvoudig: klanten vragen ernaar. Een duidelijk voorbeeld is de evolutie van de Volkswagen Golf. Waar de eerste generatie 3,70 meter lang was, meet de huidige Golf bijna 4,50 meter. Zelfs de Polo, traditioneel een klasse kleiner, is inmiddels langer dan de oorspronkelijke Golf. Consumenten willen meer ruimte, meer comfort en vooral een hogere zitpositie, iets wat SUV’s en crossovers bieden. Fabrikanten spelen daar gretig op in.
De balans tussen consumentenvraag en de praktische beperkingen van stedelijke infrastructuur lijkt steeds moeilijker te bewaren. Zolang de trend van steeds grotere voertuigen aanhoudt, zullen bestuurders nog vaker geconfronteerd worden met hachelijke parkeersituaties, schurende dakantennes en krassen langs de deuren. De kloof tussen autodesign en stadsarchitectuur wordt zo met het jaar groter, en de roep om nieuwe normen steeds luider.

