Reizigers vrezen toekomst terwijl provincie alarm slaat, financiële problemen zetten dienstverlening op scherp.
Financiële zorgen rond vervoerder EBS zetten het busvervoer in West-Overijssel onder druk. De provincie Overijssel luidt de noodklok en spreekt van een “zorgelijke, financiële positie” bij de vervoerder, die sinds eind 2022 verantwoordelijk is voor het openbaar vervoer in de regio IJssel-Vecht. Ondanks de onrust benadrukt EBS dat reizigers niet direct vrezen voor stilstaande bussen, al klinkt tegelijkertijd een duidelijke waarschuwing door.
wankel
De concessie IJssel-Vecht omvat een groot gebied, waaronder Noord- en Noordwest-Overijssel, maar ook delen van Flevoland en Gelderland. Dagelijks zijn duizenden reizigers afhankelijk van de bussen die EBS in deze regio laat rijden. Toch blijkt achter de schermen dat de financiële basis onder deze dienstverlening wankelt. “Maar als het niet uit kan, dan houdt het ergens op,” aldus de vervoerder, die daarmee onderstreept dat de situatie niet eindeloos houdbaar is.
Sinds de start kampte EBS met meerdere uitdagingen. Een tekort aan buschauffeurs en problemen met de punctualiteit zorgden voor klachten van reizigers en druk op de organisatie. De problemen bleven niet zonder gevolgen. Over het jaar 2024 kreeg het bedrijf een boete van ruim een half miljoen euro opgelegd vanwege het niet halen van afgesproken prestaties. Die financiële tegenvaller komt bovenop de extra kosten die het bedrijf naar eigen zeggen moest maken om de dienstverlening op peil te krijgen.
consessie
Volgens een woordvoerder van EBS ligt de kern van het probleem niet bij het bedrijf als geheel, maar specifiek bij de concessie IJssel-Vecht. “We hebben vanaf de start in de regio IJssel-Vecht een grote inspanning moeten leveren om het kwaliteitsniveau op een goed niveau te krijgen”, zegt de woordvoerder. Die inspanningen brachten echter hogere kosten met zich mee dan voorzien. “Aan de achterkant zien we dat tegenover al die inspanningen en extra kosten die daarmee gemoeid waren, niet voldoende inkomsten staan. Het kan niet uit.”
De provincie Overijssel, die jaarlijks circa 80 miljoen euro betaalt voor het busvervoer in de regio, is inmiddels in gesprek met EBS en de betrokken provincies Flevoland en Gelderland. De zorgen zijn groot, al ligt de nadruk voorlopig op het waarborgen van de dienstverlening voor reizigers. “EBS heeft ons geïnformeerd over de zorgelijke financiële positie. Daar moeten we over praten, want voor ons is het belangrijk dat de reiziger hier zo min mogelijk last van heeft”, laat een woordvoerder van de provincie weten. Daarbij klinkt ook de ernst van de situatie door: “We hebben er wel zorgen over; het is op dit moment alle hens aan dek.”
De vervoerder, die sinds december 2022 onder de merknaam RRReis het busvervoer verzorgt, ziet de financiële situatie van de concessie steeds verder verslechteren. Het concessiegebied beslaat een groot deel van Flevoland en strekt zich uit over delen van Gelderland en Overijssel. Daarmee is het een cruciale schakel in het regionale openbaar vervoer, waar dagelijks veel reizigers gebruik van maken.
De vervoerder wijst op een reeks externe factoren die de situatie hebben verergerd. “Tegelijkertijd merken we steeds meer de gevolgen van de geopolitieke situatie, inflatie, energieprijzen en arbeidsmarktkrapte. Ook de energietransitie leidt tot aanzienlijk hogere kosten.” Die optelsom van omstandigheden maakt het volgens EBS steeds lastiger om de exploitatie van het busvervoer rendabel te houden. Daarbij wordt benadrukt dat deze problematiek niet uniek is voor IJssel-Vecht, maar in bredere zin speelt binnen het stad- en streekvervoer.
concrete oplossingen
Concrete oplossingen zijn nog niet gepresenteerd. EBS wil niet vooruitlopen op mogelijke maatregelen of financiële steun vanuit de provincies. Op de vraag wat er precies nodig is om de situatie te stabiliseren, blijft het bedrijf terughoudend. “Daar willen we niet op vooruitlopen,” aldus de woordvoerder.
Voor reizigers lijkt er op korte termijn nog geen directe impact te zijn. EBS verzekert dat de bussen in steden als Zwolle en Deventer voorlopig blijven rijden. Tegelijkertijd is duidelijk dat de huidige situatie geen blijvende zekerheid biedt. “Maar als het niet uit kan, dan houdt het ergens op. We moeten samen tot een oplossing komen”, klinkt het.
onzekerheid
De komende periode zal duidelijk moeten worden of de betrokken partijen erin slagen om de financiële knelpunten op te lossen en het busvervoer in West-Overijssel veilig te stellen. Achter de schermen wordt echter duidelijk dat de komende periode cruciaal zal zijn voor de toekomst van het busvervoer in de regio IJssel-Vecht. De uitkomst van de gesprekken tussen EBS en de provincies zal bepalen hoe het openbaar vervoer er in de komende jaren uitziet, en of het huidige niveau van dienstverlening behouden kan blijven in een tijd van oplopende kosten en economische onzekerheid.

