Personenauto's verduurzamen snel, maar bij rolstoelvervoer verloopt de overstap moeizaam. Vervoerders kampen met netcongestie, beperkte actieradius en tekort aan geschikte laadplekken.
Bijna de helft van de voertuigen in het Nederlandse doelgroepenvervoer rijdt inmiddels zonder uitstoot. Toch blijkt uit de nieuwste cijfers van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) dat de verduurzaming nog lang niet is voltooid. Vooral rolstoelbussen blijven achter, terwijl ook problemen met laadvoorzieningen en het elektriciteitsnet verdere groei belemmeren. De ambitie om in 2025 volledig emissievrij te rijden, is daarmee niet gehaald.
Het aandeel emissievrije voertuigen in het gemeentelijke doelgroepenvervoer is gestegen naar 49 procent. Dat is vier procentpunt meer dan een jaar eerder. In 2023 bedroeg het aandeel nog slechts 18 procent en in 2024 was dat 32 procent. Dat blijkt uit de Monitor Doelgroepenvervoer 2026, die RVO in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat heeft uitgevoerd, in samenwerking met de Vereniging Doelgroepenvervoer Nederland (VDVN).
Voor het onderzoek zijn gegevens verzameld over 246 gemeenten, tegenover 207 gemeenten vorig jaar. Van 201 gemeenten waren voldoende kentekengegevens beschikbaar om de voertuigen daadwerkelijk te analyseren. De onderzoekers bekeken 8.201 unieke voertuigen, waarvan er 4.010 emissievrij zijn. Op basis van de verzamelde gegevens schat RVO dat Nederland ongeveer 16.444 voertuigen voor gemeentelijk doelgroepenvervoer telt. Daarvan rijden naar schatting ruim 8.000 voertuigen zonder uitstoot.
minder kilometers
Hoewel het aandeel emissievrije voertuigen stijgt, laat het aantal gereden kilometers een ander beeld zien. Van de ruim 35,6 miljoen onderzochte kilometers werd 42 procent zonder uitstoot afgelegd. De overige 58 procent kwam voor rekening van voertuigen met een andere aandrijving.
Vorig jaar lag het aandeel emissievrije kilometers nog op 51 procent. Volgens RVO betekent de daling echter niet automatisch dat de verduurzaming daadwerkelijk achteruitgaat. De samenstelling van de onderzochte vervoerders is veranderd. Bovendien konden drie vervoerders met relatief veel emissievrije voertuigen dit jaar geen kilometergegevens aanleveren. Bij de negen opdrachtgevers waarvoor zowel in 2025 als in 2026 kilometergegevens beschikbaar waren, steeg het aandeel emissievrije kilometers juist van 45 naar 50 procent.
Dieselvoertuigen nemen nog altijd een belangrijk deel van het vervoer voor hun rekening. Ze vormen 43 procent van het onderzochte wagenpark, maar rijden 51 procent van alle kilometers. Volledig batterij-elektrische voertuigen vertegenwoordigen 48 procent van het wagenpark en leggen 42 procent van de kilometers af.
rolstoelbussen
Vooral bij rolstoelbussen verloopt de overstap naar elektrisch vervoer moeizaam. Slechts 12 procent rijdt emissievrij. Dat percentage is gelijk aan vorig jaar. Maar liefst 81 procent van de onderzochte rolstoelbussen rijdt nog op diesel. Bij personenauto’s ziet het beeld er aanzienlijk gunstiger uit. Daar is inmiddels 73 procent emissievrij. Personenbussen zitten met 57 procent tussen beide voertuigcategorieën in.
Volgens de onderzoekers vormt de beschikbaarheid van geschikte elektrische rolstoelbussen een belangrijke belemmering. Vervoerders geven aan dat de vervanging langzamer verloopt dan verwacht. De beperkte actieradius van elektrische varianten speelt daarbij een rol. Daarnaast zijn bestaande parkeerplaatsen en openbare laadvoorzieningen niet altijd geschikt voor grotere rolstoelvoertuigen. Standaardparkeervakken zijn regelmatig te klein, waardoor het opladen extra problemen oplevert. Toch zijn er tekenen dat ook de rolstoelbus langzaam verduurzaamt. Vooral bij de nieuwere bouwjaren worden meer elektrische exemplaren aangetroffen.
De landelijke cijfers verhullen aanzienlijke regionale verschillen. Bij sommige opdrachtgevers rijdt vrijwel het volledige wagenpark emissievrij, terwijl andere regio’s nog grotendeels afhankelijk zijn van diesel. Regio Holland Rijnland voert de onderzochte opdrachtgevers aan met 97 procent emissievrije voertuigen. Amsterdam komt uit op 89 procent, gevolgd door de gemeente Utrecht met 87 procent. RVO merkt bij Utrecht op dat de aangeleverde gegevens onvolledig zijn en het werkelijke aandeel boven de 90 procent ligt.
Aan de andere kant van het overzicht staat Jobinder, actief in een aantal Friese gemeenten, met 15 procent. Omnibuzz en Publiek Vervoer Groningen Drenthe komen beide uit op 26 procent, terwijl PlusOV 27 procent bereikt. Sommige regio’s hebben het afgelopen jaar een opvallende sprong gemaakt. Rogplus, verantwoordelijk voor vervoer in Maassluis, Vlaardingen en Schiedam, zag het aandeel emissievrije voertuigen stijgen van 39 naar 76 procent. Bij ZOOV groeide het percentage van 29 naar 45 procent.
Ook tussen de verschillende vervoersvormen bestaan verschillen. Bij vraagafhankelijk vervoer, zoals Wmo-vervoer, is 51 procent van de voertuigen emissievrij. Bij routegebonden vervoer, waaronder leerlingenvervoer, bedraagt dat aandeel 44 procent. Voor het eerst heeft RVO ook uitgebreid onderzoek gedaan naar de laadvoorzieningen die vervoerders gebruiken. Achttien regio’s leverden hierover aanvullende informatie aan.
Daaruit blijkt dat vervoerders bij voorkeur hun voertuigen op eigen terrein opladen. Dat biedt meer controle over de beschikbaarheid, kosten en planning. Vooral bij vraagafhankelijk vervoer is die zekerheid belangrijk. Bij routegebonden vervoer wordt vaker gebruikgemaakt van openbare laadpunten in de buurt van de woning van chauffeurs. Maar ook daar ontstaan problemen wanneer chauffeurs geen eigen oprit hebben of wanneer parkeerplaatsen niet geschikt zijn.
netcongestie
Netcongestie vormt eveneens een belangrijke hindernis. Vervoerders kunnen daardoor niet altijd voldoende laadcapaciteit op hun eigen terrein realiseren. Daarnaast worden storingen, lange laadtijden en het ontbreken van geschikte snelladers genoemd. Gemeenten, netbeheerders en vervoerders spelen volgens RVO allemaal een belangrijke rol bij het oplossen van deze problemen. Zonder voldoende betrouwbare laadmogelijkheden blijft verdere elektrificatie lastig. De oorspronkelijke ambitie om uiterlijk in 2025 volledig emissievrij doelgroepenvervoer te realiseren, werd in 2018 vastgelegd in het Bestuursakkoord Zero Emissie Doelgroepenvervoer. Hoewel dat akkoord inmiddels is afgelopen, blijven de klimaatdoelstellingen bestaan.
RVO verwacht dat het aandeel emissievrije voertuigen verder zal toenemen. Veel bestaande vervoerscontracten lopen tussen 2027 en 2029 af. Nieuwe aanbestedingen kunnen daardoor belangrijke momenten worden waarop vervoerders hun wagenpark verder verduurzamen. De ondervraagde opdrachtgevers verwachten voor het komende jaar vooral stabilisatie of een beperkte groei. Geen enkele opdrachtgever voorziet een daling van het aandeel emissievrije voertuigen.
Tegelijkertijd maakt de monitor duidelijk dat volledige elektrificatie niet uitsluitend afhankelijk is van de aanschaf van nieuwe voertuigen. Ook de beschikbaarheid van geschikte rolstoelbussen, voldoende netcapaciteit en praktische laadvoorzieningen moeten verbeteren. VDVN werkt ondertussen aan De Staat van het Doelgroepenvervoer, een rapport waarin landelijke informatie en statistieken op een uniforme manier moeten worden samengebracht.
Het streven is om in 2027 een eerste stap te zetten naar uniforme landelijke dataverzameling. Daarmee moet niet alleen de ontwikkeling van emissievrij vervoer beter zichtbaar worden, maar ook duidelijker worden waar de grootste knelpunten liggen. Voorlopig blijft de conclusie van de nieuwste monitor dat de sector vooruitgang boekt, maar dat de weg naar volledig emissievrij doelgroepenvervoer nog aanzienlijk is.

