Het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen heeft vanaf deze week een belangrijke stap gezet in het terugbrengen van de dienstverlening naar het oude niveau.
Kandidaten kunnen namelijk weer op alle CBR-locaties in Nederland een tussentijdse rijtoets afleggen. Daarmee komt een einde aan een periode waarin deze toets tijdelijk uit het aanbod verdween vanwege de aanhoudende druk op het afnemen van rijexamens.
De maatregel om de tussentijdse toets te schrappen werd vorig jaar genomen in een poging de forse wachttijden terug te dringen. Sinds de coronaperiode kampte het CBR met een flinke achterstand, waardoor kandidaten soms tot wel 22 weken moesten wachten voordat zij konden afrijden of een tussentijdse rijvaardigheidstoets konden doen. Die situatie leidde tot grote frustratie bij leerlingen en rijscholen, die zagen hoe planningen keer op keer in de war werden geschopt.
wachttijden
Omdat het terugdringen van die wachttijden moeizamer verliep dan gehoopt, besloot het CBR om vanaf 1 april 2025 tijdelijk te stoppen met het aanbieden van tussentijdse toetsen. Alle beschikbare examinatoren werden vervolgens ingezet om de druk op de reguliere rijexamens te verlichten. Het doel was helder: de wachttijden moesten omlaag, en snel ook.
Die aanpak lijkt zijn vruchten te hebben afgeworpen. Sinds het einde van 2025 zijn de wachttijden voor rijexamens in het hele land weer aanzienlijk gedaald. Inmiddels ligt de gemiddelde wachttijd ruim onder de zeven weken, precies de norm die het CBR hanteert als streefdoel. Daarmee is er weer ruimte ontstaan om ook de tussentijdse toets opnieuw in te voeren.
De herintroductie gebeurde niet in één keer in het hele land. Vanaf eind november werd de tussentijdse rijtoets al voorzichtig opnieuw ingevoerd in regio’s waar de achterstanden als eerste waren weggewerkt. Dat werd vervolgens verder uitgebreid. Sinds 16 februari konden kandidaten in het grootste deel van Nederland alweer terecht voor de toets, met uitzondering van Flevoland, Noord-Holland, Zuid-Holland en Utrecht.
Met ingang van 30 maart is ook in die laatste provincies de tussentijdse toets weer beschikbaar. Daarmee is het systeem weer volledig operationeel en kunnen leerlingen overal in het land gebruikmaken van deze belangrijke stap in hun rijopleiding.
De tussentijdse rijtoets speelt een belangrijke rol in de voorbereiding op het praktijkexamen. Tijdens deze toets wordt gekeken hoe ver een kandidaat is in het beheersen van de rijvaardigheden. Het is voor veel leerlingen een waardevol moment om te wennen aan de examensituatie en feedback te krijgen van een examinator.
bijzondere verrichtingen
Bovendien kan de toets een concreet voordeel opleveren. Kandidaten die tijdens de tussentijdse toets de zogenoemde bijzondere verrichtingen goed uitvoeren, krijgen hiervoor een vrijstelling bij het echte praktijkexamen. Het gaat daarbij om handelingen zoals de hellingproef en fileparkeren. Dat kan de druk tijdens het uiteindelijke examen aanzienlijk verlagen.
Met het volledig hervatten van de tussentijdse rijtoets zet het CBR een belangrijke stap richting normalisatie na een lange periode van capaciteitsproblemen. Voor veel leerlingen betekent dit niet alleen meer zekerheid in hun planning, maar ook een betere voorbereiding op het moment waarop het er echt toe doet: het praktijkexamen.
Tienduizenden verkeersdeelnemers moeten op eigen kosten terug naar de schoolbanken.
Het aantal verkeersdeelnemers dat na rijden onder invloed van alcohol of drugs verplicht wordt doorverwezen naar het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen is dit jaar sterk toegenomen. De cijfers laten een duidelijke en zorgwekkende trend zien, waarbij vooral het gebruik van drugs in het verkeer een forse rol speelt. Duizenden bestuurders kregen te maken met een onderzoek, een cursus of een combinatie daarvan, allemaal met als doel de verkeersveiligheid te verbeteren en herhaling te voorkomen.
Ruim 31.000 mensen moesten zich dit jaar melden bij het CBR na een overtreding waarbij sprake was van rijden onder invloed. Dat betekent een stijging van 26 procent ten opzichte van 2024. Het gaat hierbij om automobilisten, maar ook om andere verkeersdeelnemers die onder invloed deelnamen aan het verkeer. Het merendeel van deze groep werd verplicht om een cursus te volgen, terwijl een aanzienlijk deel daarnaast ook medisch werd onderzocht.
drugsgebruik
De sterkste toename is zichtbaar bij overtredingen waarbij drugsgebruik werd vastgesteld. Het aantal mensen dat na rijden onder invloed van drugs een verplichte cursus moest volgen, steeg met maar liefst 68 procent. In totaal ging het om 6070 personen. Volgens het CBR is deze stijging deels te verklaren door een wijziging in de werkwijze. Sinds 1 april worden meldingen van drugsgebruik in het verkeer automatisch door de politie doorgestuurd naar het CBR. Daardoor komt een groter deel van de overtredingen direct in beeld en volgen er sneller maatregelen.
Naast de cursussen werd ook vaker besloten tot een nader onderzoek naar mogelijke verslavingsproblematiek. Wanneer er bij een bestuurder het vermoeden bestaat van alcohol- of drugsverslaving, is een psychiatrisch onderzoek verplicht. Dit jaar gebeurde dat bijna 7000 keer. In 2024 lag dat aantal nog op 4932. Het onderzoek moet duidelijk maken of iemand veilig kan deelnemen aan het verkeer en of aanvullende maatregelen nodig zijn, zoals een langere begeleiding of het ongeldig verklaren van het rijbewijs.
campagnes
CBR-directeur Jan Jurgen Huizing spreekt van een zorgelijke ontwikkeling. Hij benadrukt dat de stijging aantoont dat voorlichting en controles nog altijd onvoldoende effect hebben. “Ondanks campagnes als BOB, de politiecontroles, en onlangs nog de dag voor verkeersslachtoffers denken mensen nog steeds dat ze na alcohol- en drugsgebruik kunnen deelnemen aan het verkeer,” zegt Huizing. Volgens hem laten de cijfers zien dat de boodschap over de gevaren van rijden onder invloed nog lang niet bij iedereen doordringt.
Het CBR hoopt dat de combinatie van strengere controles, automatische meldingen en verplichte cursussen uiteindelijk leidt tot veiliger verkeer. Toch laten de cijfers zien dat het probleem hardnekkig is en dat rijden onder invloed nog steeds veel voorkomt. De forse stijging van het aantal cursussen en onderzoeken onderstreept volgens betrokkenen de noodzaak om te blijven investeren in preventie, handhaving en bewustwording.
De gevolgen voor betrapte bestuurders zijn ingrijpend. Wie onder invloed van drugs wordt aangehouden, moet deelnemen aan de cursus drugs en verkeer. Deze cursus bestaat uit drie bijeenkomsten bij het CBR, elk van vier uur, aangevuld met thuisopdrachten. De bijeenkomsten zijn gericht op bewustwording van risico’s, inzicht in eigen gedrag en het voorkomen van herhaling.
trajecten
Voor bestuurders die onder invloed van alcohol zijn betrapt, zijn er verschillende trajecten. Afhankelijk van de ernst van de overtreding en het gemeten alcoholpromillage kan een korte of een lange cursus worden opgelegd. De korte cursus bestaat uit twee sessies van vier uur en een aanvullende opdracht. De langere cursus omvat naast meerdere bijeenkomsten ook een voorgesprek en een extra cursusdag van acht uur. Daarnaast bestaan er speciale gedragscursussen voor mensen die ernstige verkeersovertredingen hebben begaan, los van alcohol of drugs.
Alle kosten voor deze maatregelen komen volledig voor rekening van de overtreder. De prijzen lopen uiteen van 818 euro tot 1316 euro, afhankelijk van het type cursus en het bijbehorende traject. Voor veel mensen vormt dit een zware financiële last, bovenop de mogelijke boetes en andere gevolgen zoals het tijdelijk verliezen van het rijbewijs.
De handel in valse rijbewijzen floreert via sociale media en chatapps, en vormt een groeiende bedreiging voor de verkeersveiligheid in België en Nederland.
Terwijl de overheid in beide landen waarschuwt voor de gevaren van deze praktijken, vinden steeds meer mensen toch hun weg naar malafide aanbieders die tegen betaling een rijbewijs beloven – zonder dat daarvoor een examen wordt afgelegd. Uit cijfers blijkt dat in Nederland in 2024 meer dan duizend vervalste rijbewijzen werden onderschept. In België is de situatie niet anders: het fenomeen neemt hand over hand toe, en politie en justitie slaan alarm.
Sociale media blijken een goudmijn voor frauduleuze rijbewijzen. Voor wie geen trek heeft in theorie, praktijk en verkeersregels is er nu een illegale snelweg: tegen minstens 1 500 euro scoor je een rijbewijs, aldus recent onderzoek van Het Nieuwsblad. In sommige gevallen gaat het bedrag zelfs nog hoger, afhankelijk van het pakket dat je kiest en de aanbieder op platforms zoals Facebook, Instagram en Telegram.
professioneel
De handel verloopt opvallend professioneel. Verkopers promoten zichzelf met schijnbaar legale certificaten, individuele begeleiders en valse medische testen. Klanten reageren enthousiast en posten op hun beurt succesverhalen: van ‘binnen een week’ tot ’garantie na één poging’. Het Nieuwsblad sprak met tientallen geïnteresseerden en getuigen, die bevestigden dat de handel op meerdere netwerken actief is. Zelfs mensen die eerder zijn betrapt of veroordeeld blijven nieuwe klanten werven, volgens deze bronnen.
Volgens insiders spelen drie factoren een cruciale rol in deze zwarte markt. Ten eerste ontbreekt toezicht: sociale media erkennen weliswaar dat dergelijke aanbiedingen tegen de regels zijn, maar verwijderen ze lang niet altijd. Ten tweede zijn de risico’s beperkt: een vervalst rijbewijs is moeilijk te controleren op de weg, zeker als het lijkt op het officiële model. Ten derde is de vraag groot—jongeren en werkzoekenden die snel willen rijden zonder investeringen in lessen zien een illegale shortcut als aantrekkelijk.
valse doccumenten
De politie heeft intussen een aantal gerichte acties uitgevoerd. In verschillende regio’s werden opgespoorde aanbieders opgepakt, hun verzamelingen aan valse documenten in beslag genomen. Boetes, celstraffen en inbeslagname van rijbewijzen volgden. Toch noemen experts de pakkans ‘laag’, vooral omdat de handel zich zelfstandig verplaatst zodra een aanbieder is gepakt. De koppen van de netwerken wisselen snel, maar de onderliggende structuur blijft intact.
De illegale markt werkt met verschillende methodes. Er zijn websites die zich voordoen als officiële instanties en een “legaal” rijbewijs aanbieden voor bedragen vanaf 850 euro. Vaak zijn deze websites professioneel opgebouwd en in correct Nederlands opgesteld, wat argeloze bezoekers over de streep trekt. De FOD Economie bevestigt dat deze sites pure oplichting zijn: “Je kan natuurlijk geen echt rijbewijs online kopen… Als je betaalt voor dat zogezegde rijbewijs, ben je gegarandeerd je geld kwijt.”
Een tweede vorm van fraude betreft fysieke vervalsing. Hierbij maken oplichters gebruik van hoogwaardige printtechnieken om rijbewijskaartjes te namaken, inclusief naam, pasfoto en vermeende echtheidskenmerken. Voor een paar honderd euro worden deze documenten verkocht aan mensen die zonder geldige papieren de weg op willen. In België zijn zelfs jongeren betrapt die zo’n valse kaart gebruikten om alcohol te kopen of zich ouder voor te doen.
De gevolgen zijn ernstig. Mensen met valse rijbewijzen missen theoretisch en praktisch de nodige kennis om veilig de weg op te gaan. Rampzalige verkeersresultaten liggen op de loer. Bij ongevallen veroorzaakt door zulke bestuurders staan aansprakelijkheid en verzekering onder druk, omdat de wettelijke dekking in dat geval vervalt.
corruptie
Een derde vorm is veel ernstiger en zijn de gevallen waarbij officiële documenten via corruptie worden verkregen. In Anderlecht werd in 2021 een netwerk blootgelegd waarbij ambtenaren tegen betaling rijbewijzen aanmaakten voor mensen die nooit een examen hadden afgelegd. Volgens het parket vroegen ze tussen 1.200 en 1.800 euro per document. In totaal zouden meer dan honderd valse rijbewijzen via dit netwerk zijn verhandeld. Dit soort fraude maakt duidelijk dat ook vanuit overheidsdiensten de integriteit wordt aangetast.
De juridische gevolgen zijn niet mals. Wie wordt betrapt met een vals rijbewijs riskeert maanden tot jaren gevangenisstraf, hoge boetes en een langdurig rijverbod. Rechters hebben al straffen uitgesproken van zes maanden tot twee jaar cel, zelfs bij een eerste vergrijp. In het geval van ambtenaren of examinatoren die meewerken, lopen de straffen nog hoger op. Zij worden vervolgd voor valsheid in geschrifte, omkoping en deelname aan een criminele organisatie.
Fraude bij het afleggen van rijexamens is een andere methode. Op sociale media worden kandidaten aangespoord om een dubbelganger naar hun examen te sturen of gebruik te maken van technische hulpmiddelen zoals oortjes en camera’s. In ruil voor bedragen tussen de 1.500 en 2.400 euro wordt het volledige examen door iemand anders afgelegd. In Vlaanderen worden jaarlijks tientallen gevallen van dergelijke examenfraude opgemerkt.
De rol van sociale media en chatapps is cruciaal in deze markt. Facebook, Instagram en Telegram fungeren als etalage én handelsplatform. Op Facebook verschijnen geregeld groepen met titels als “Rijbewijs kopen zonder examen”, terwijl op Instagram anonieme profielen zich voordoen als documentenmakelaars. Telegram wordt door criminelen vooral geprezen om de versleutelde communicatie en de anonimiteit. Criminele netwerken maken hier gretig gebruik van, vaak met internationale connecties.
patroon
De transacties verlopen volgens een herkenbaar patroon. Na eerste contact via sociale media schakelen de oplichters al snel over op WhatsApp of Telegram. Ze vragen persoonlijke gegevens van de koper, zoals pasfoto’s of identiteitsdocumenten, en eisen volledige vooruitbetaling via moeilijk te traceren diensten als Western Union of cryptovaluta. Vervolgens gebeurt een van drie dingen: de koper ontvangt niets en is opgelicht, krijgt een vervalst rijbewijs opgestuurd of verkrijgt via een illegale route een officieel pasje. In alle gevallen is het gebruik strafbaar.
De stille technologische revolutie in klaslokalen en examenruimtes werpt een schaduw over de waarde van diploma’s in 2025.
Wat begon als onschuldige digitale hulpmiddelen, is inmiddels uitgegroeid tot een oncontroleerbare keten van misbruik. Fraude bij het theorie-examen voor het rijbewijs is niet langer een incident, maar een structureel probleem. Bijna geruisloos hebben criminele netwerken een miljoenenbusiness opgebouwd, waar kandidaten met behulp van onzichtbare oortjes en verborgen camera’s door hun examen worden geloodst.
Het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) slaat alarm. Directeur Alexander Pechtold spreekt in de media van “georganiseerde misdaad” en legt uit dat er bedragen tot drieduizend euro worden betaald voor frauduleuze begeleiding. “Die oortjes zijn zó bizar klein, sommige moesten we met een pincet verwijderen,” aldus Pechtold. De ernst van de situatie blijkt uit het feit dat het aantal fraudegevallen in twee jaar tijd is verdubbeld.
tegenmaatregelen
Het CBR vecht terug met een arsenaal aan tegenmaatregelen. Van sweepers die draadloze signalen detecteren tot beveiligers op elke locatie en handscanners die verborgen elektronica opsporen. Digitale ID-controles zijn inmiddels standaard. Toch voelt het als een technologische wapenwedloop waarin de fraudeurs altijd één stap voor lijken te zijn.
Wat zich afspeelt binnen de muren van het CBR is geen op zichzelf staand fenomeen. Het raakt aan een bredere crisis binnen het onderwijs. Uit recent onderzoek van studentenplatform Stuvia blijkt dat 28 procent van de studenten een vak heeft gehaald met behulp van kunstmatige intelligentie, zonder zelf de inhoud te begrijpen. 24 procent geeft zelfs aan werk in te leveren zonder enige inhoudelijke kennis. Een student licht toe: “Als ik die teksten zelf moet samenvatten, ben ik weken bezig.” Het gemak van AI maakt het verleidelijk, maar het zet de geloofwaardigheid van diploma’s onder druk.
directeur pechtold: ‘sommige oortjes moesten we met een pincet verwijderen’
[radio_player id=5]
De kern van het probleem ligt in de achterstand van onderwijsinstellingen. Eén op de drie studenten vindt dat universiteiten en hogescholen geen duidelijke richtlijnen hebben over het gebruik van AI. Sterker nog, één op de vijf studenten vreest dat wie AI níét gebruikt, juist een achterstand oploopt op de arbeidsmarkt. Daarmee ontstaat een perverse prikkel: meedoen of achterblijven.
Dit alles roept een fundamentele vraag op: wat is de waarde van een diploma nog, als kennis en begrip ondergeschikt raken aan technologische shortcuts? De impact reikt verder dan de collegebanken. Wanneer mensen hun rijbewijs halen zonder inzicht in verkeersregels, of een verpleegkundige afstudeert zonder de medische basiskennis echt te beheersen, komt de veiligheid van de samenleving onder druk te staan.
verantwoordelijkheid
Onderwijsinstellingen moeten hun verantwoordelijkheid nemen. Het is noodzakelijk om de toetsingsmethoden opnieuw vorm te geven, met nadruk op inhoudelijke beheersing in plaats van reproduceerbare uitkomsten. Tegelijkertijd moet er ruimte blijven voor technologische innovatie, mits binnen duidelijke ethische kaders. Zoals Pechtold stelt: “We geven toegang tot het verkeer. Dan moet je zeker weten dat iemand de regels ook écht kent.”
De digitale revolutie laat zich niet meer terugdraaien. Maar of we de controle over de waarde van onze opleidingen behouden, ligt in handen van wie vandaag durft te kiezen voor inhoud boven illusie.
Sinds 1 juli 2024 moet men de opleider machtigen om het praktijkexamen te reserveren bij het CBR.
De eisen voor het praktijkexamen voor taxichauffeurs zijn per 1 juli 2024 aanzienlijk aangescherpt door het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR). Met de invoering van nieuwe criteria wordt beoogd de vakbekwaamheid van chauffeurs te verbeteren, wat uiteindelijk de veiligheid op de weg en de servicekwaliteit binnen de taxi-industrie ten goede moet komen.
Kandidaten die de volledige chauffeurskaart taxi, ook wel bekend als de volledige taxipas, willen behalen, worden voortaan onderworpen aan een strenger en uitgebreider examen. Dit praktijkexamen, dat nu 85 minuten duurt, bestaat uit verschillende onderdelen die de rijvaardigheden, klantvriendelijkheid en kennis van de verkeersregels evalueren. Een belangrijk nieuw element in het examen is de nadruk op het herkennen van technische storingen en het omgaan met de wensen, behoeften en het gedrag van passagiers.
opleider
Een kandidaat mag het examen afleggen in een eigen auto, mits deze voldoet aan specifieke voertuigeisen. Zo mag de auto maximaal tien jaar oud zijn en moet de wielbasis minimaal 254 centimeter bedragen. Deze eisen zijn bedoeld om te waarborgen dat de voertuigen die gebruikt worden voor het vervoer van passagiers veilig en geschikt zijn.
Het examen wordt uitsluitend in het Nederlands afgenomen en kan alleen gereserveerd worden door een opleider die door de kandidaat gemachtigd is. Dit systeem is ingesteld om een gestandaardiseerde en professionele aanpak te garanderen, waardoor de kwaliteit van de opleiding en het examen consistent blijft.
https://youtu.be/b0XOn-Azpfk?si=zo_Ej8Msd0gjfJeF
Naast de veranderingen in het praktijkexamen zelf, heeft het CBR ook andere initiatieven genomen om de vaardigheden en kennis van taxichauffeurs te verbeteren. Zo worden er online informatiebijeenkomsten georganiseerd waar toekomstige chauffeurs gedetailleerde uitleg krijgen over de nieuwe examenvereisten en de kans krijgen om vragen te stellen. Deze bijeenkomsten zijn bedoeld om kandidaten beter voor te bereiden op het examen en om een hoger niveau van professionaliteit en klanttevredenheid in de taxi-industrie te waarborgen.
In reactie op de nieuwe maatregelen sprak een woordvoerder van het CBR: “De aanpassingen in het praktijkexamen zijn noodzakelijk om de veiligheid en kwaliteit binnen de taxi-industrie te verhogen. Door strengere eisen te stellen, zorgen we ervoor dat taxichauffeurs beter voorbereid zijn op hun verantwoordelijkheden op de weg en tegenover hun passagiers.”
reacties
De taxi-industrie reageerde gemengd op de nieuwe maatregelen. Sommige chauffeurs en opleiders zien de voordelen van strengere eisen, terwijl anderen bezorgd zijn over de extra druk en de kosten die gepaard gaan met de uitgebreide examens en de noodzakelijke trainingen. Een ervaren taxichauffeur uit Amsterdam, die anoniem wilde blijven, gaf aan: “Het is goed dat er meer aandacht is voor veiligheid en klantvriendelijkheid, maar de nieuwe eisen zijn erg streng. Het wordt voor nieuwe chauffeurs steeds moeilijker om hun licentie te halen.”
Ondanks de gemengde reacties blijft het doel van de veranderingen duidelijk: de algehele standaard van de taxi-industrie verbeteren. Door hogere eisen te stellen aan toekomstige taxichauffeurs, wil het CBR een veiligere en klantvriendelijkere ervaring bieden voor zowel de chauffeurs als de passagiers.
De toekomst zal moeten uitwijzen of deze strengere maatregelen daadwerkelijk leiden tot een verbeterde service en verhoogde veiligheid op de weg. Wat wel vaststaat, is dat de nieuwe eisen een significante impact zullen hebben op iedereen die de taxi-industrie betreedt of daar al werkzaam is.
Het CBR en soortgelijke instanties staan onder kritiek voor het creëren van onnodige obstakels op de weg naar een rijbewijs, terwijl het personeelstekort in het openbaar vervoer blijft groeien.
Als openbaar vervoer jouw route naar werk of vrije tijd faciliteert, dan is de kans groot dat je het toenemende tekort aan buschauffeurs en andere OV-professionals hebt opgemerkt. Het lijkt een simpele taak: een rijbewijs halen en de weg op. Maar de realiteit blijkt weerbarstig. Een van de struikelblokken op dit pad naar een professionele rijcarrière is het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR), de organisatie die de kwaliteit en veiligheid op de weg moet garanderen. Velen vinden echter dat het CBR de lat wel erg hoog legt.
Je zou kunnen stellen dat veiligheid een compromisloze kwestie is, en terecht. Maar wanneer men te maken krijgt met een systeem waarin een kandidaat maanden moet wachten voor een nieuwe kans om een rijexamen af te leggen, worden vraagtekens gezet bij de efficiëntie en billijkheid van het proces. Het probleem wordt verergerd door het feit dat het CBR kampt met een groot tekort aan examinatoren. Dit leidt tot wachttijden die kunnen oplopen tot drie maanden voordat een gezakte kandidaat een nieuwe kans krijgt.
Er is niets frustrerender dan op een koude, regenachtige ochtend in de spits te staan wachten op de bus, en dan te zien hoe die voorbijrijdt met de tekst “Sorry, bus vol” op het informatiescherm. Het is niet alleen een kwestie van verloren tijd, maar het verhoogt ook het gevoel van machteloosheid en ongemak onder de forenzen. Wat nog erger is, is wanneer de volgende bus die aan zou moeten komen niet op tijd is vanwege een personeelstekort in het openbaar vervoer.
De kwaliteit van een rijexamen kan ook in twijfel worden getrokken. Wat bepaalt het slagen of falen? Is het de subjectieve beoordeling van een examinator, de tijdstip van de dag, of de daadwerkelijke vaardigheid van de kandidaat? En wat als iemand vanwege zenuwen zakt? Gelukkig biedt het CBR alternatieven zoals het faalangstexamen en een speciaal nader onderzoek rijvaardigheid voor wie vier keer binnen vijf jaar zakt. Maar dit systeem lijkt weinig effectief in het aanpakken van de onderliggende problemen.
Het financiële aspect van herhaalde examens mag niet worden vergeten. Kandidaten kunnen gemakkelijk meer dan 8000 euro kwijtraken aan lesgeld. En dan hebben we het nog niet eens over de verborgen kosten, zoals het verlies van tijd en het psychologische effect op de kandidaat.
slagingspercentage
Onderzoek door RTL Nieuws wijst uit dat slagingspercentages sterk variëren tussen examinatoren en zelfs tussen mannelijke en vrouwelijke kandidaten. Deze discrepanties onderstrepen het gebrek aan objectiviteit en transparantie bij het CBR. En dan is er nog de brief van de branchevereniging LBKR, waarin wordt beweerd dat het CBR zijn slagingspercentages kunstmatig laag houdt door examinatoren te ‘coachen’ als ze te veel kandidaten laten slagen.
Wachttijden die oplopen tot drie maanden voor een herkansing belasten niet alleen de kandidaat maar ook het gehele OV-systeem, dat reeds worstelt met een tekort aan professionals.
Een groeiend tekort aan bus- en trambestuurders trekt aan de alarmbellen van de transportsector, maar de rigide eisen en procedures van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) en andere instanties lijken kandidaten meer te ontmoedigen dan te selecteren. Een van de belangrijkste knelpunten is de strenge toetsing door het CBR, waarbij het slagingspercentage wettelijk vastgelegd is op 50,2%. Dit cijfer is echter niet onomstreden: de branchevereniging LBKR wijst erop dat examinatoren die boven deze norm scoren, een coach toegewezen krijgen om het slagingspercentage te drukken. Het lijkt erop dat quota en statistieken de menselijke factor in de besluitvorming overstemmen.
Vienna-test
Dit bureaucratische moeras wordt nog verergerd door een gebrek aan examinatoren, waardoor kandidaten tot drie maanden moeten wachten op een herkansing. Niet alleen aspirant-buschauffeurs worden gefrustreerd door strenge regels en testen. Guido Frankfurther, vicevoorzitter van MKB-Metropool Amsterdam, strandde op de ‘Vienna-test’, een selectiemethode van het Gemeentelijk Vervoerbedrijf (GVB). Ondanks 40 jaar rijervaring en aantoonbare bekwaamheid in een tram-simulator, kwam hij de strenge test niet door.
Frankfurther is slechts een van de vele sollicitanten die falen: van de 1.000 gegadigden komen er uiteindelijk maar 12 op de tram. Dit zet het personeelstekort op scherp, wat ertoe leidt dat OV-bedrijven ritten moeten schrappen. Aanpassingen lijken onvermijdelijk. Een mogelijke oplossing, volgens Frankfurther, zou kunnen zijn om cursussen aan te bieden om sollicitanten voor te bereiden op de ‘Vienna-test’, net zoals kandidaten zich kunnen voorbereiden op een rijexamen.
“Op die manier blijft het natuurlijk dweilen met de kraan open en moet het GVB noodgedwongen ritten laten uitvallen, ook nu er voor de uitvoering van het Vervoersplan 2024 weer voldoende geld is”. Deze week werd duidelijk dat diverse andere OV-bedrijven in Nederland met dezelfde personeelstekorten kampen.
De landelijke richtlijnen zijn er niet voor niets, erkent ook Frankfurther. “Ik denk wel dat die richtlijnen nog eens tegen het licht gehouden moeten worden. Maar voor de korte termijn zou ik het GVB willen adviseren een cursus aan te bieden aan sollicitanten om door de Vienna-test te komen. Op het rijexamen en je eindexamen mag je je toch ook voorbereiden?”.
Het CBR, dat anno 2023 nog steeds online gesloten is tussen middernacht en 06:00 uur, kan de transparantie rondom hun werkproces verbeteren. Maar bovenal moet er een evenwicht worden gevonden tussen strenge eisen en praktische behoeften. Veiligheid moet altijd voorop staan, maar zoals het er nu aan toe gaat, lijkt het CBR meer hindernissen op te werpen dan dat het bijdraagt aan een veiliger verkeer en een oplossing voor het personeelstekort.
Faalangst is een factor die zwaar weegt in het examenproces voor OV-personeel, en het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) lijkt dit niet volledig te adresseren. Faalangst kan resulteren in verminderde prestaties tijdens het examen, wat de kans op zakken verhoogt en daarmee de al verlengde wachttijden voor een herexamen nog verder uitbreidt. Het feit dat faalangst een invloed kan hebben op het slagingspercentage kan een kettingreactie van problemen veroorzaken, variërend van een toename in de financiële lasten tot een verder uitgedund personeelsbestand in een sector die al kampt met een tekort aan gekwalificeerd personeel.
B.N.O.R.
Het CBR heeft een maatregel om dit tegen te gaan in de vorm van B.N.O.R. (Bureau Nader Onderzoek Rijvaardigheid). Dit is een alternatief traject dat wordt aangeboden aan kandidaten die binnen een bepaalde termijn meerdere malen zijn gezakt voor hun examen. Het idee achter B.N.O.R. is nobel: een meer persoonlijke en geduldige aanpak om faalangstige kandidaten te helpen slagen. Echter, de toegang tot B.N.O.R. is strikt gereguleerd, en het is meestal pas beschikbaar nadat een kandidaat al drie keer heeft gefaald. Het is dus een optie die niet alleen komt met een stempel van herhaaldelijk falen maar ook de financiële last verhoogt, omdat kandidaten die hiervoor in aanmerking komen, al aanzienlijke sommen hebben uitgegeven aan eerdere examenpogingen.
De grote vraag is dan ook of het B.N.O.R.-traject vroegtijdiger en flexibeler kan worden ingezet als een preventieve maatregel, in plaats van als een laatste redmiddel. Een meer proactieve benadering zou niet alleen meer kandidaten kunnen helpen hun faalangst te overwinnen maar zou ook kunnen bijdragen aan het verminderen van de wachttijden en de financiële lasten die gepaard gaan met meerdere examenpogingen.
De rol van faalangst en het B.N.O.R.-traject in het bredere spectrum van het personeelstekort in het openbaar vervoer belichten de noodzaak voor een meer genuanceerde en mensgerichte benadering. Dit onderstreept het belang van een veelzijdige dialoog tussen het CBR, OV-bedrijven en brancheverenigingen om te komen tot een gebalanceerde en effectieve oplossing.