Categorie archieven: Gemeenteraadsverkiezingen

Amsterdam moet op mobiliteitsdieet: lector pleit voor radicale koerswijziging

Verkiezingen draaien om moed om mobiliteit terug te dringen.

De Amsterdamse politiek warmt zich op voor de gemeenteraadsverkiezingen in maart, en achter de schermen wordt al volop gespeculeerd over de coalitieonderhandelingen die daarop volgen. Terwijl partijen hun programma’s aanscherpen en hun prioriteiten bepalen, klinkt er een prikkelende oproep uit de hoek van de wetenschap. Walther Ploos van Amstel, lector City Logistiek, stelt een fundamentele vraag die verder gaat dan elektrische auto’s of bredere fietspaden. “Hoe moet de stad omgaan met mobiliteit in een tijd van klimaatopwarming, ruimtedruk, personeelsschaarste en energieschaarste?” vraagt hij zich hardop af. En vervolgens scherper: “Durft een nieuw college in te zetten op mínder mobiliteit, en niet alleen op schonere en slimmere mobiliteit?”

Mobiliteit was volgens hem ooit overzichtelijk. Er werd asfalt aangelegd, er kwamen fietspaden en er werd geïnvesteerd in trams en bussen. Dat was het speelveld. Inmiddels is dat speelveld veranderd in een complex krachtenveld waarin klimaatdoelen, zero-emissiezones, stadslogistiek, ov-concessies, laadinfrastructuur, netcongestie, toerisme en stedelijke economie door elkaar lopen. Daarbovenop komt nog een element dat zich lastig laat sturen: gedrag.

politieke keuze

De manier waarop Amsterdammers zich verplaatsen is allang geen puur technische kwestie meer, maar een culturele en politieke keuze. De stad heeft de afgelopen jaren stevige ambities vastgelegd. In 2030 moet de mobiliteit volledig uitstootvrij zijn. De zero-emissiezone voor stadslogistiek wordt uitgebreid tot aan de Ring A10. Deze plannen passen binnen het bredere doel om de CO₂-uitstoot in 2030 met 60 procent te verminderen en in 2050 zelfs met 95 tot 100 procent ten opzichte van 1990. Dat zijn indrukwekkende percentages, maar volgens Ploos van Amstel alleen haalbaar als niet alleen voertuigen schoner worden, maar ook het totale aantal verplaatsingen daalt.

Toch gaat het debat in de Stopera vooral over technologie. Elektrische auto’s, elektrische bussen en vrachtwagens, deelmobiliteit en smart mobility domineren de beleidsstukken. Over de kern van het probleem, de voortdurende groei van mobiliteit, wordt nauwelijks gesproken. We verplaatsen ons steeds vaker en steeds verder, en dat patroon lijkt vanzelfsprekend geworden.

De factor tijd maakt de uitdaging extra ingewikkeld. Beleidsdoelen richten zich op 2030, terwijl gedragsverandering vaak pas veel later zichtbaar wordt. Wie in 2026 nieuw beleid introduceert, krijgt te maken met aanbestedingen die jaren in beslag nemen, energie-aansluitingen die vastlopen door netcongestie en bedrijfsmodellen die sneller veranderen dan beleidsnota’s kunnen bijhouden. Ondertussen bepalen digitale platforms in toenemende mate hoe de stad beweegt. Maaltijdbezorging, pakketdiensten en platformtaxi’s sturen verkeersstromen zonder dat beleidsmakers daar volledig zicht of grip op hebben. De appstore lijkt soms meer invloed te hebben op mobiliteit dan de gemeenteraad.

vrijetijdsmobiliteit

Een ongemakkelijke waarheid dringt zich op in het debat. Een groot deel van de mobiliteit in Amsterdam is vrijetijdsmobiliteit. Bewoners steken het IJ over om te sporten in Noord, fietsen naar De Pijp voor koffie, spreken af op het Westergasterrein of reizen naar Oost voor een training. Daar bovenop komt het toerisme, een sector die steeds minder wordt gezien als economische zegen en steeds vaker als ruimtelijke drukfactor. Politiek gezien is dit terrein gevoelig. Aan vrijetijdsbesteding en bezoekersstromen tornen ligt gevoelig bij ondernemers en inwoners.

Jhr.-Dr.-Walther-Ploos-van-Amstel.

De mobiliteitstransitie vraagt daarmee niet alleen om innovatie, maar om politieke moed. De komende verkiezingen zullen duidelijk maken welke partijen die moed tonen. Niet de vraag wie op papier het meest duurzaam oogt, maar wie daadwerkelijk durft te kiezen voor vertraging, zal bepalend zijn voor de toekomst van de hoofdstad.

Volgens Ploos van Amstel blijft het klimaatbeleid echter een papieren exercitie als de discussie over vrijetijdsmobiliteit wordt vermeden. Het gesprek moet verschuiven van “hoe verplaatsen we ons schoner?” naar “hoe kunnen we ons mínder verplaatsen?” Die vraag raakt aan stedenbouw en aan de manier waarop functies in de stad zijn verdeeld. Nabijheid van werk, zorg, onderwijs en sportvoorzieningen speelt daarin een cruciale rol. Het raakt ook aan de bestuurscultuur van Amsterdam. “Durf je te kiezen voor een stad die draait om plezierig verblijven in plaats van om razendsnelle doorstromen?” is de onderliggende vraag.

taboes

Het huidige college zet stevig in op lopen, fietsen en openbaar vervoer. Tegelijkertijd blijft de reflex bestaan om mobiliteit te faciliteren. Bruggen over het IJ, autoluwe gebieden, verkeersknips, een maximumsnelheid van 30 kilometer per uur, deelscooters, bredere fietspaden en schonere voertuigen zijn stuk voor stuk maatregelen die de doorstroming en veiligheid moeten verbeteren. Ze maken het systeem efficiënter, maar stoppen de groei van mobiliteit niet. De bestaande vraag wordt soepeler door het stedelijk netwerk geleid.

Volgens de lector maakt dit beleid de stad niet wezenlijk rustiger, socialer of veiliger. Wie werkelijk een duurzame mobiliteitsstad wil realiseren, zal volgens hem taboes moeten benoemen. Minder mobiliteit, minder ritten, minder logistieke bewegingen in woonstraten, minder bezoekersdruk en minder ruimte-intensieve keuzes. Een stad is volgens deze visie niet gebouwd om eindeloos in te worden verplaatst, maar om in te leven. Amsterdam heeft geen verkeersstraten nodig, maar mensenstraten, plekken waar slenteren, verblijven, ontmoeten en spelen centraal staan en waar bewegen niet het doel op zich is.

Foto: Walther Ploos van Amstel, lector City Logistiek.

Gemeenten moeten meer doen om deelauto’s te stimuleren

Ruim 60% van de stedelingen vindt dat gemeenten meer moeten doen om de CO2 uitstoot te verminderen als gevolg van het autoverkeer. Ook willen zij minder auto’s in de straat. Autodelen kan daarbij een goede oplossing zijn. Bijna 4 op de 10 Nederlanders overweegt gebruik te maken van een deelauto als deze beschikbaar is op loopafstand en goedkoper is dan het rijden in een eigen auto. De verminderde impact op het milieu wordt daarbij gezien als belangrijkste positieve effect. Dat blijkt uit het online onderzoek dat in opdracht van Natuur & Milieu en MyWheels is uitgevoerd door Markteffect.

Gemeenten zouden volgens de meeste respondenten het gebruik van deelauto’s het beste kunnen stimuleren door het gebruik van deelauto’s goedkoper te maken en het aanbod en de spreiding te verbeteren. Beleidsmaatregelen die zij het meest steunen zijn hogere parkeertarieven, het beperken van parkeervergunningen en het invoeren van zero-emissie zones.

Lokale politiek

Rob van Tilburg, directeur Programma’s bij Natuur & Milieu: “De lokale politiek is nu aan zet. Bewoners vinden het tijd voor deelmobiliteit. Gemeenten breidt het aanbod van deelmobiliteit uit en maak het goedkoper, verminder het aantal parkeerplaatsen ten gunste van meer groen en voer zones in waar personenauto’s alleen emissievrij mogen rijden. Een autoluwe stad heeft alleen maar voordelen: beter voor de mensen, beter voor het klimaat en het milieu en beter voor de winkels. Voor bewoners valt er tijdens de gemeenteraadsverkiezing  op woensdag 16 maart wel degelijk iets te kiezen. Kies voor een partij die oog heeft voor een schone leefomgeving en de hoeveelheid ruimte die auto’s innemen.”

Schonere lucht en meer ruimte voor groen

Nederlanders overwegen een deelauto te gebruiken omdat het minder belastend is voor het milieu, beter is voor de luchtkwaliteit en meer ruimte voor groen oplevert. Bijna 60% staat achter het verminderen van parkeerplaatsen ten gunste van groen en deelauto’s. 60% is bereid de auto te laten staan en te reizen met een milieuvriendelijker alternatief als OV en fiets. 1 op de 3 Nederlanders is bereid extra te betalen voor zijn vervoer als het milieuvriendelijker is. Voor 70 % is een elektrische deelauto de ideale deelauto.

”Het onderzoek bevestigt wat wij de afgelopen 2 jaar als trend hebben waargenomen. Door de hogere beschikbaarheid van deelauto’s neemt de bekendheid en interesse toe voor autodelen. Zelfs ten koste van de privéauto. Het lijkt erop dat de dominantie van de (eigen) auto op zijn retour is. De rol van de gemeente om deze trend door te laten zetten is niet te onderschatten. Wij zijn blij met het duidelijke signaal dat wordt afgegeven door de inwoners van Nederland in het onderzoek. Het is tijd om ruimte terug te geven aan de bewoners zonder mobiliteit in te leveren. De deelauto is een prima alternatief, maar kan nog steeds het zetje gebruiken van de gemeenten. “

Karina Tiekstra, CEO van MyWheels

Positieve als negatieve associaties

Respondenten die al eerder gebruik hebben gemaakt van een deelauto noemen vooral de snelheid ten opzichte van openbaar vervoer, de lagere prijs en het gemak als belangrijkste voordelen van een deelauto. 86% van de Nederlanders kent het begrip deelauto’s. Het begrip roept zowel positieve (38%) als negatieve associaties (39%) op. Positief zijn het gemak, milieuvriendelijkheid en aanbieders terwijl prijs, beschikbaarheid en gebruiksongemakken negatieve associaties zijn. Driekwart (76%) geeft aan tenminste één aanbieder van deelauto’s te kennen. Al is het alleen van naam.

Het representatieve online onderzoek heeft plaatsgevonden tussen 7 en 22 februari 2022 onder 2069 respondenten woonachtig in stedelijk gebied.

Lees ook: Go Sharing start met aanbieden van elektrische deelauto’s

Meer gemeentes maken werk van zero-emissiezones, maar zones vaak klein

Mobiliteit maakt het mogelijk in elke gemeente

De Nederlandse gemeenteraadsverkiezingen in 2022 zijn reguliere gemeenteraadsverkiezingen die, in het grootste deel van Nederland, zullen worden gehouden op woensdag 16 maart 2022. Het G40-stedennetwerk is het netwerk van 40 (middel)grote steden in ons land, die elkaar vinden in de stedelijke vraagstukken waar de leden van het netwerk voor staan. Alle G40-gemeenten zullen de komende jaren groeien in aantallen inwoners en bezoekers. De groei biedt kansen, want stedelijke verdichting biedt mogelijkheden voor nieuwe voorzieningen, woningen en bedrijvigheid en het brengt mensen letterlijk dichter bij elkaar.

Mobiliteitsalliantie

De Mobiliteitsalliantie doet negen suggesties voor een florerende, inclusieve en bereikbare stad. Nu doen ze dat op gemeentelijk niveau, eerder voorzagen ze ook de programmacommissies voor de Tweede Kamerverkiezingen van ideeën. Zo adviseert de mobiliteitsalliantie de spreiding van mobiliteit vast te houden. Dat kan door als gemeente het voorbeeld te geven  als het gaat om flexibele werk- en openingstijden. Ook kunnen gemeenten een beroep doen op de organisaties in hun stad (werkgevers,  onderwijsinstellingen) om dit goede voorbeeld te volgen.  Hiermee kunnen ze de groei van mobiliteit beter beheersen en de toename van verkeer in de ochtend- en avond spitsen enigszins beperken.

Passende mobiliteit

Gemeenten kunnen voorkomen dat er woningen worden gebouwd zonder dat duidelijk is hoe de mobiliteit met OV, auto en fiets georganiseerd wordt. Een mobiliteitstoets die direct deel uitmaakt van woningbouwopgaven kan hierin voorzien. Soms kan verdichting plaatsvinden langs OV-assen. Op andere plekken is het logisch om automobiliteit meer ruimte te geven. De Mobiliteitsalliantie adviseert in de toets ook goederenstromen mee te nemen en dit te faciliteren met duidelijke logistieke
routes, (flexibele) laad- en losplekken in woonwijken, multifunctionele pick-up points en pakketkluizen in woontorens. 

Uber deelfiets Rotterdam

Verkeersveilige mobiliteit

Het aantal verkeersongevallen stijgt, vooral binnenstedelijk. Gemeenten moeten daarom voor verkeersveilige woonwijken en voor veilig ingerichte doorgaande wegen in de stad kiezen. Waar mogelijk kunt ze verkeersstromen scheiden, waarbij het ontwerp van de straat de snelheid bepaalt en voertuigen worden ingedeeld naar massa. Een weginrichting die in woonwijken 30 km per uur ‘afdwingt’ kan het aantal ernstige letselongevallen met 25% reduceren. Geef in de drukke wijken meer ruimte aan lopen en fietsen. Hierdoor wordt het verkeer veiliger en de stad leefbaarder. Daarbij zal per locatie sprake zijn van een andere keuze, want het OV en de auto moeten op de doorgaande wegen wel voldoende ruimte en snelheid houden.

Mobiliteitshubs voor personen en goederen

Investeer in hubs met ruime P+R-mogelijkheden aan de randen van de stad, hubs in wijken en buurten en -samen met andere overhedenhubs buiten de stad. Op hubs kan makkelijk worden overgestapt op OV en deelmobiliteit of kan de reis worden gestart. Door dit te combineren met het stimuleren van innovaties zoals MaaS (Mobility as a Service) krijgen mensen meer keuzemogelijkheden en worden ze flexibeler in hun reis. Hubs hebben, naast de overstap- of overslagfunctie, ook een aantrekkende werking door vraag en aanbod van andere functies en voorzieningen (zoals pick-up punten voor pakketjes, boodschappen en werk- en ontmoetingsplekken).

Toegangkelijk voor iedereen

Houd mobiliteit voor iedereen toegankelijk, dat is de booschap van de Mobiliteitsalliantie. Toegang tot mobiliteit is een voorwaarde om mee te doen aan de samenleving. De gemeente kan helpen om deze toegang voor iedere inwoner te bieden, door samen met aanbieders van mobiliteit passende producten en diensten te bieden. In verschillende steden in Nederland wordt hier steeds meer ervaring mee opgedaan. Denk bijvoorbeeld aan het tegen gereduceerd tarief gebruik laten maken
van het OV door mensen met een kleinere portemonnee. Of aan het organiseren van meerijddiensten voor mensen zonder eigen vervoer. En denk ook aan de instandhouding van zorgvervoer en taxi’s.

zorgvervoer op maat

nul-emissie vervoer

De gemeente kan de huidige ontwikkeling naar emissievrij vervoer actief benutten door ruimte te maken en te investeren in tank- en laadinfrastructuur voor personen- en goederenvervoer. Daarbij kan ook worden gedacht aan mogelijkheden om vanuit voertuigen (bijvoorbeeld via hubs) energie terug te leveren aan het net. De gemeente kan nul-emissies ook stimuleren in haar eigen bedrijfsvoering en in bestaande samenwerking met contractpartners. Denk aan het actief meedenken in het haalbaar maken van een ‘zero’-businesscase voor bijvoorbeeld doelgroepenvervoer. Ook de bevoorrading in de stad wordt steeds meer ruimte-efficiënt, stil en emissievrij.

optimaal verkeersmanagement

De afgelopen jaren is er al veel geïnvesteerd in slimmer verkeersmanagement. Het is goed als dit verder wordt ontwikkeld, op
basis van real-time en multimodale data. Daarbij wordt de techniek van intelligente verkeerslichten en in voertuigen benut, maar ook de connectiviteit met de omgeving. Hierdoor kan de capaciteit van het wegennet beter worden gebruikt. Idealiter werken gemeenten hiertoe samen op regionaal niveau.

OV van de toekomst

Openbaar vervoer, collectief personenvervoer, fiets en andere tweewielers bieden antwoord op de schaarse ruimte in de drukke gebieden en wijken. Tijdens de piekmomenten is het efficiënt, hoogfrequent en comfortabel vervoeren van grote aantallen reizigers cruciaal. Het OV van de toekomst kan ook meer in samenhang worden bezien met doelgroepenvervoer, taxivervoer, deelmobiliteit en de fiets, zodat het steeds aantrekkelijker wordt om vervoermiddelen te combineren. Tegelijkertijd staat de bekostiging van het OV en het doelgroepenvervoer al jaren onder druk. Ook als gemeenten hier zelf niet voor verantwoordelijk voor zijn, kunnen ze het gesprek met de provinciale of landelijke overheid hierover aangaan.

een aantrekkelijke openbare ruimte

Op het noodzakelijke beheer en onderhoud van lokale wegen, fietspaden en bruggen kan niet langer worden bezuinigd. Integendeel: door de opgelopen achterstanden én de grote renovatieen vervangingsopgave die eraan komt, zijn er meer middelen nodig vanuit Rijk, stad en regio. Op veel plekken is er al te lang sprake van uitstel met mogelijk onveilige situaties tot gevolg. Integendeel: door de opgelopen achterstanden én de grote renovatieen vervangingsopgave die eraan komt, zijn er meer middelen nodig vanuit Rijk, stad en regio. Op veel plekken is er al te lang sprake van uitstel met mogelijk onveilige situaties tot gevolg.

tot slot

Mobiliteit maakt dat organisaties en mensen kunnen doen waar ze goed in zijn en draagt in hoge mate bij aan woongenot en leef-plezier. Met onze negen suggesties bereidt u uw gemeente voor op een gezonde, inclusieve toekomst, waarin economische bloei samengaat met een leefbare stad.

uitchecken in station Emmen

Mobiliteitsalliantie

De Mobiliteitsalliantie is een uniek samenwerkingsverband van inmiddels 26 partijen, opgericht om ervoor te zorgen dat de
bewegingsvrijheid van Nederland ook in de toekomst behouden blijft. Dit vraagt om een verandering naar een nieuw, slimmer
mobiliteitssysteem waarin zowel de reiziger als de ondernemer flexibel kan reizen. De partners zijn: ANWB Arriva Bouwend Nederland BOVAG Centraal Bureau voor de Rijn-&Binnenvaart EBS FEHAC Fietsersbond GVB HTM Keolis KNAC Koninklijk Nederlands Vervoer Landelijk Veren Platform MKB-Infra NS OV-NL Qbuzz Rai Vereniging RET Rover Schiphol Transdev Transport & Logistiek Nederland Vereniging Zakelijke Rijders VNA.

G40

De 40 gemeenten van de G40 zijn: Alkmaar, Almelo, Almere, Alphen aan den Rijn, Amersfoort, Apeldoorn, Arnhem, Assen, Breda, Delft, Deventer, Dordrecht, Ede, Eindhoven, Emmen, Enschede, Gouda, Groningen, Haarlem, Haarlemmermeer, Heerlen, Helmond, Hengelo, ’s-Hertogenbosch, Hilversum, Hoorn, Leeuwarden, Leiden, Lelystad, Maastricht, Nijmegen, Oss, Roosendaal, Sittard-Geleen, Schiedam, Tilburg, Venlo, Zaanstad, Zoetermeer en Zwolle. 

Lees ook: Veilige schoolroutes op gemeentewegen