Categorie archieven: verkiezingen

Sterke aandacht voor ketenmobiliteit: coalitie zet vol in op wonen en bereikbaarheid

De nieuwe coalitie van D66, VVD en CDA presenteert zich met een duidelijke ambitie en een uitgesproken toon.

Wat vooral opvalt in de plannen ten aanzien van mobiliteit, is dat bereikbaarheid niet meer als los beleidsdossier wordt behandeld, maar nadrukkelijk wordt gekoppeld aan wonen, veiligheid en economie. Mobiliteit is in het coalitieakkoord geen doel op zich, maar een randvoorwaarde om andere maatschappelijke problemen op te lossen.

maatregelen

Geen grote woorden over gedragsverandering, maar concrete maatregelen over onderhoud, veiligheid, betaalbaarheid en bereikbaarheid. Mobiliteit wordt gepresenteerd als iets dat moet werken voor iedereen, in alle regio’s, en dat vooral betrouwbaar en veilig moet zijn. Dat pragmatische karakter is misschien wel het meest opvallende element van het mobiliteitsbeleid in dit coalitieakkoord.

Onder leiding van Rob Jetten, Dilan Yeşilgöz-Zegerius en Henri Bontenbal wil het kabinet de komende jaren “bouwen aan een beter Nederland”. In het gezamenlijke voorwoord zetten de drie partijleiders de koers scherp neer. “Wij geloven dat de samenleving weer een politiek wil die laat zien dat mét elkaar meer oplevert dan tegen elkaar”, schrijven zij, waarmee direct afstand wordt genomen van de politieke polarisatie die volgens hen het vertrouwen in de overheid heeft uitgehold.

woningmarkt

Centraal in de plannen van de coalitie staat de woningmarkt, die al jaren onder zware druk staat. Het kabinet kiest ervoor om de hypotheekrenteaftrek in stand te houden, een maatregel die vooral huiseigenaren rust moet bieden in een tijd van economische onzekerheid. Tegelijkertijd wordt erkend dat de problemen op de woningmarkt daarmee niet zijn opgelost. Vanaf 2029 wordt jaarlijks 1 miljard euro vrijgemaakt voor de bouw van betaalbare woningen. Daarmee wil de coalitie niet alleen het woningtekort aanpakken, maar ook zorgen dat starters, gezinnen en ouderen weer perspectief krijgen op een passende plek om te wonen.

Rob Jetten – Beeld: Martijn Beekman

Een eerste duidelijke lijn is dat infrastructuur structureel wordt verbonden aan woningbouw. Nieuwe wegen, spoorlijnen en ov-verbindingen worden alleen nog prioriteit gegeven als ze aantoonbaar bijdragen aan de ontsluiting van nieuwe woonwijken en economische ontwikkeling. Daarmee breekt het kabinet met het verleden waarin infrastructuurprojecten vaak op zichzelf stonden. Mobiliteit wordt gepresenteerd als een middel om de woningnood te verlichten en regio’s beter te laten functioneren.

Een belangrijk onderdeel van die aanpak is het bevorderen van doorstroming. Veel huishoudens wonen volgens het kabinet niet meer in een woning die past bij hun inkomen of levensfase. Door beter doorstromen mogelijk te maken en zogenoemd scheefwonen tegen te gaan, moeten woningen vrijkomen voor mensen die daar echt op zijn aangewezen. De coalitie ziet daarbij een duidelijke rol voor zowel gemeenten als woningcorporaties, die samen met het Rijk moeten zorgen voor een evenwichtiger verdeling van de beschikbare woonruimte.

Foto: © Pitane Blue – Dilan Yesilgöz

Daarnaast valt op dat het akkoord sterk inzet op onderhoud boven uitbreiding. In meerdere passages wordt benadrukt dat bruggen, tunnels, viaducten en spoorwegen het einde van hun levensduur naderen. Het kabinet kiest er expliciet voor om achterstallig onderhoud de komende jaren voorrang te geven boven grootschalige nieuwe aanleg. Veiligheid, betrouwbaarheid en doorstroming worden daarbij als doorslaggevend genoemd. Dit wijst op een meer nuchtere, beheergerichte mobiliteitsvisie.

Woningbouw wordt in de plannen nadrukkelijk gekoppeld aan bereikbaarheid. Nieuwe infrastructuur moet voortaan hand in hand gaan met de ontwikkeling van nieuwe woonwijken. De coalitie wil voorkomen dat er wijken ontstaan die slecht ontsloten zijn of waar bewoners afhankelijk blijven van de auto. Tegelijkertijd wordt erkend dat de bestaande infrastructuur in veel delen van het land kampt met achterstallig onderhoud. Wegen, bruggen en viaducten verkeren op sommige plekken in zorgwekkende staat. Het kabinet trekt daarom extra middelen uit om deze knelpunten aan te pakken, met het oog op veiligheid én doorstroming.

brandstofaccijns

Voor automobilisten bevat het akkoord een concrete tegemoetkoming. De verlaging van de brandstofaccijns op benzine wordt met nog een jaar verlengd. Daarmee wil de coalitie voorkomen dat autorijden voor grote groepen Nederlanders onbetaalbaar wordt, zeker in regio’s waar het openbaar vervoer geen volwaardig alternatief is. Die maatregel wordt gepresenteerd als tijdelijk, in afwachting van bredere hervormingen op het gebied van mobiliteit en belastingen.

Het openbaar vervoer krijgt eveneens aandacht, met name in de aansluiting op andere vormen van vervoer. OV-knooppunten moeten beter bereikbaar worden voor fietsers, zodat de combinatie van fiets en trein of bus aantrekkelijker wordt. De fiets wordt door het kabinet gezien als een essentieel onderdeel van duurzame mobiliteit, zeker in stedelijke gebieden waar ruimte schaars is en de druk op het wegennet groot blijft.

verkeersveiligheid

Op het gebied van verkeersveiligheid kondigt de coalitie een opvallende maatregel aan voor fatbikes. Deze steeds populairder wordende elektrische fietsen zorgen volgens gemeenten en politie voor groeiende zorgen, vooral door hoge snelheden en jonge bestuurders. Het kabinet wil daarom een minimumleeftijd invoeren en een helmplicht instellen. Met deze stap wil de coalitie het aantal ongelukken terugdringen en duidelijkheid scheppen in het verkeersbeeld.

Foto: © Pitane Blue – CDA – Henri Bontenbal

Een opvallend detail is de sterke aandacht voor ketenmobiliteit, met name de fiets. OV-knooppunten moeten beter bereikbaar worden voor fietsers, waarmee de combinatie fiets-trein wordt gepositioneerd als volwaardig alternatief voor de auto. De fiets wordt niet alleen gezien als duurzaam vervoermiddel, maar ook als praktische oplossing voor bereikbaarheid in stedelijke gebieden.
Op het gebied van verkeersveiligheid springt de fatbike-maatregel eruit. Het akkoord introduceert een aparte voertuigcategorie, met een minimumleeftijd, helmplicht en de mogelijkheid voor gemeenten om fatbike-vrije zones in te stellen. Dit laat zien dat het kabinet bereid is snel en gericht in te grijpen bij nieuwe mobiliteitsproblemen, in plaats van te wachten op bestaande wetgeving.

Alles bij elkaar schetst het akkoord een coalitie die inzet op stabiliteit en samenwerking, met nadruk op wonen, bereikbaarheid en veiligheid. De woorden uit het voorwoord, waarin Jetten, Yeşilgöz-Zegerius en Bontenbal benadrukken dat politiek weer moet laten zien dat samenwerken loont, vormen de rode draad door de plannen. Of deze ambitie ook in de praktijk waargemaakt kan worden, zal de komende jaren moeten blijken, maar de richting is helder: bouwen, verbinden en herstellen van vertrouwen.

Koolmees benadrukt risico: D66 en CDA moeten eerst samen door het stof

Formatie kraakt maar breekt niet volgens verkenner.

Het politiek trefpunt in Den Haag kleurde vanochtend al vroeg in met gespannen gezichten en een overvolle publieke tribune. Vanaf 10.15 uur stond het debat met verkenner Wouter Koolmees op de agenda, een zitting die tot 14.00 uur doorging en waarin de recente adviezen van de verkenner centraal staan. Koolmees nam plaats in de Kamer om, in zijn eigen woorden, helder uiteen te zetten waarom hij heeft geadviseerd dat D66 en het CDA als eerste gezamenlijk een inhoudelijke basis moeten smeden om de vastgelopen formatie weer in beweging te krijgen.

dezelfde wens

Koolmees schetste een beeld van partijen die, ondanks de politieke verschillen, allemaal dezelfde wens delen: zo snel mogelijk een stabiel kabinet op de rails krijgen. In zijn uitleg aan de Kamer benadrukte hij dat er volgens hem aanzienlijk veel raakvlakken zijn op thema’s die al maanden het politieke debat domineren. Hij wees op onderwerpen als wonen, asiel, stikstof en veiligheid, onderwerpen waar, naar zijn observatie, “veel overeenkomsten” liggen tussen fracties.

Toch erkende de verkenner dat de schaduwkanten van het proces minstens zo groot zijn. Hij maakte duidelijk dat de onderlinge verschillen tussen de potentiële coalitiepartners nog steeds scherp en soms hardnekkig zijn. Koolmees sprak van “blokkades” die de vorming van een duurzame samenwerking in de weg staan. Hij lichtte daarbij toe dat het in zijn ogen riskant zou zijn om op dit moment vier partijen gelijktijdig om tafel te zetten, omdat de verschillen dan direct onder een vergrootglas komen te liggen. Volgens hem zou het proces daardoor al in de eerste fase kunnen “vastlopen op varianten” en de verhoudingen onnodig op scherp kunnen zetten. Dat scenario zou, aldus Koolmees, “heel slecht voor het proces zijn”.

Foto: © Pitane Blue – Wouter Koolmees

Door eerst D66 en CDA samen te brengen hoopt hij een opening te creëren waarbij beide partijen vanuit het politieke midden kunnen zoeken naar bredere steun. In zijn toelichting klonk herhaaldelijk dat verbreding van het draagvlak essentieel is, niet alleen in de Tweede Kamer maar vooral ook in de Eerste Kamer, waar geen enkele combinatie kan rekenen op een automatische meerderheid. Het voorstel van de verkenner moet volgens hem helpen het fundament te verstevigen voordat de volgende partijen worden betrokken.

VVD kritisch

Die aanpak levert echter niet van alle kanten applaus op. Met name de VVD liet zich kritisch uit, omdat die partij graag al in deze fase wilde aanschuiven. Koolmees reageerde op de kritiek met de woorden: “Formeren is faseren, zei een voorganger van mij.” Vervolgens legde hij de nadruk op een andere realiteit van het formatieproces door daaraan toe te voegen: “Maar formeren is soms ook elimineren.” Met die uitspraak maakte hij duidelijk dat een zorgvuldige volgorde soms onvermijdelijk is om de impasse te doorbreken.

Toch benadrukte de verkenner dat zijn advies geen uitnodiging is voor gesloten deuren of achterkamertjes. Volgens hem moeten D66 en CDA tijdens het opstellen van hun inhoudelijke agenda een zichtbare “uitgestoken hand” houden naar de overige partijen. Alleen op die manier kan volgens hem het gewenste brede draagvlak ontstaan dat nodig is om de formatie uiteindelijk tot een goed einde te brengen. Hoe de Kamer die boodschap ontvangt, blijkt pas later op de dag wanneer de verdere debatten en interrupties hun beslag krijgen.

D66: Rob Jetten kiest voor minder asfalt en meer spoor in mobiliteitsplan

D66 zet in haar verkiezingsprogramma 2025-2030 stevig in op een toekomst waarin mobiliteit schoon, slim en sociaal is.

Volgens de partij moet Nederland opnieuw leren bewegen — niet alleen fysiek, maar ook politiek en maatschappelijk. De sociaal-liberalen van Rob Jetten presenteren een visie waarin mobiliteit niet langer wordt gezien als een kwestie van asfalt of brandstof, maar als een fundamenteel onderdeel van vrijheid, bereikbaarheid en gelijke kansen.

In het hoofdstuk “Altijd en overal vooruit kunnen” benadrukt D66 dat vervoer mensen in staat stelt om mee te doen in de samenleving. De partij wil af van de stilstand in het openbaar vervoer en kiest voor forse investeringen in duurzame infrastructuur. Er komt meer ruimte voor trein, tram, metro, fiets en schone auto’s, met het oog op een land waarin iedereen zich kan verplaatsen – of je nu in hartje Amsterdam woont of op het platteland van Groningen.

innovatie

D66 kiest daarbij nadrukkelijk voor een mix van technologische innovatie en sociale rechtvaardigheid. Openbaar vervoer moet volgens de partij goedkoper, groener en eenvoudiger worden. Een van de meest in het oog springende plannen is de Nederlandpas, een kaart waarmee iedereen buiten de spits voor een vaste lage prijs kan reizen met bus, tram, metro en trein. Het idee is dat mobiliteit een basisvoorziening wordt, net als water of energie.

De partij wil ook een einde maken aan de ongelijke verdeling tussen regio en stad. Waar veel kleine dorpen kampen met verdwijnende buslijnen, wil D66 de bezuinigingen op regionaal openbaar vervoer terugdraaien. In plaats daarvan moeten er slimme ov-knooppunten komen, waar deelauto’s, elektrische fietsen en regionaal vervoer beter op elkaar aansluiten.

Een ander speerpunt is de verduurzaming van het autoverkeer. D66 wil het gebruik van auto’s belasten in plaats van het bezit. Dat betekent de invoering van rekeningrijden: wie meer rijdt, betaalt meer, maar daarbij wordt rekening gehouden met regio’s waar weinig openbaar vervoer beschikbaar is. Voor elektrische auto’s komen er fiscale voordelen en subsidies, terwijl niet-duurzame bedrijfswagens versneld worden uitgefaseerd.

vliegbelasting

Het luchtverkeer ontkomt evenmin aan hervorming. D66 erkent het economische belang van de luchtvaart, maar vindt dat “de negatieve gevolgen van vliegen niet langer kunnen worden genegeerd”. De partij wil een rechtvaardige vliegbelasting met hogere tarieven voor frequente vliegers, en een duidelijke grens aan het aantal vluchten vanaf Schiphol. Lelystad Airport blijft gesloten voor commerciële vluchten. Duurzame innovaties, zoals biobrandstoffen en elektrische vliegtuigen, krijgen wel ruimte.

Naast deze grote lijnen wordt ook gekeken naar de menselijke maat. Mobiliteit is volgens D66 niet alleen een kwestie van technologie, maar ook van toegankelijkheid. Openbaar vervoer moet bruikbaar zijn voor mensen met een beperking, met afdwingbare normen voor toegankelijkheid van voertuigen, haltes en stations.

Foto: © Pitane Blue – Rob Jetten

Of, zoals Rob Jetten het in het programma verwoordt: “Hoe we ons verplaatsen, bepaalt hoe vrij we zijn én hoe verbonden we blijven met elkaar.”

Opvallend is dat D66 de fiets opnieuw centraal wil zetten. Er komen meer doorfietsroutes, extra fietsenstallingen en voorzieningen voor mensen met aangepaste fietsen. De partij wil dat elke nieuwe woonwijk wordt gebouwd volgens het “15-minutenprincipe”: bewoners moeten binnen een kwartier lopen toegang hebben tot scholen, winkels en zorg. Dat idee sluit aan bij het bredere streven om wonen, werken en bewegen dichter bij elkaar te brengen.

Europese agenda

Mobiliteit wordt door D66 ook verbonden met de Europese agenda. Internationale treinverbindingen moeten de concurrentie aangaan met korteafstandsvluchten. Reizen per trein tot 700 kilometer moet goedkoper zijn dan vliegen, stelt het programma. Daarvoor wil D66 een Europese Spoorautoriteit oprichten die de verbindingen tussen lidstaten versnelt en vereenvoudigt.

Wat verder opvalt, is dat de partij niet alleen inzet op nieuwbouw, maar ook op hergebruik van bestaande infrastructuur. Bedrijventerreinen moeten beter worden aangesloten op het spoor voor goederenvervoer, om vrachtwagens van de weg te halen. Bovendien wil D66 dat watertransport weer een grotere rol krijgt in de logistiek.

Samengevat laat het programma zien dat mobiliteit voor D66 een van de pijlers van vooruitgang vormt. De partij wil een samenleving waarin iedereen zich kan verplaatsen, zonder schade aan milieu of gezondheid. Waar steden groener worden, dorpen weer verbonden zijn en de auto niet langer de baas is over de straat.

Behoud van zondagsrust: SGP keert zich tegen rekeningrijden en dure OV

De Staatkundig Gereformeerde Partij presenteert in haar verkiezingsprogramma een nuchter, maar stevig doordacht plan voor de toekomst van de Nederlandse mobiliteit.

Centraal staan betaalbaarheid, verkeersveiligheid en het behoud van bereikbaarheid voor iedereen – van stad tot platteland. Daarbij maakt de partij duidelijk dat wegen, sporen en vaarwegen niet alleen technische infrastructuur zijn, maar het kloppende hart van de samenleving: ze verbinden mensen, economie en gemeenschappen.

De SGP stelt dat Nederland te lang heeft stilgestaan door een opeenstapeling van stikstofregels, uitgestelde onderhoudsprojecten en uit de hand gelopen bureaucratie. “De tijd van praten is voorbij, er moet gebouwd en geïnvesteerd worden,” klinkt het in het verkiezingsprogramma. De partij wil dat het Rijk opnieuw de regie pakt over grote infrastructuurprojecten, zonder de decentrale besturen hun zeggenschap te ontnemen. Provincies en gemeenten krijgen nadrukkelijk ruimte om regionale plannen door te voeren, zolang ze bijdragen aan een evenwichtige spreiding van woningbouw en bereikbaarheid.

Het wegennet moet volgens de SGP letterlijk weer in beweging komen. Grote knelpunten zoals de A27 bij Houten, de A15 tussen Papendrecht en Gorinchem en het knooppunt Hoevelaken moeten uit de ijskast gehaald worden. Voor de N-wegen wil de partij extra geld vrijmaken om gevaarlijke kruispunten en weggedeelten veiliger te maken. De N50 bij Kampen wordt in het programma specifiek genoemd als voorbeeld waar de veiligheidsaanpak prioriteit heeft. “We staan voor bescherming van het leven, ook in het verkeer,” stelt de partij onomwonden.

gedrag en handhaving

De partij benadrukt dat verkeersveiligheid niet alleen een kwestie is van asfalt en borden, maar ook van gedrag en handhaving. Gemeentelijke boa’s moeten meer bevoegdheden krijgen voor verkeerscontrole, en er komt een harde aanpak van drank- en drugsrijders. De SGP wil dat het alcoholslotprogramma opnieuw wordt ingevoerd en dat gevaarlijke, illegaal opgevoerde e-bikes — waaronder fatbikes — actief worden gecontroleerd. Ook moet de verkeershandhaving een vaste plek krijgen in de Nationale Veiligheidsagenda.

Naast de wegen investeert de SGP in spoor en openbaar vervoer. De partij spreekt haar zorg uit over de “verschraling van het busvervoer op het platteland” en wil dat het Rijk extra middelen vrijmaakt om dit tij te keren. Daarbij hoort volgens de partij een btw-vrijstelling voor alle ov-tickets en gratis openbaar vervoer voor kinderen tot en met elf jaar. Nieuwe stations in onder meer Dordrecht Leerpark, Barneveld-Noord en Staphorst moeten de bereikbaarheid van de regio verbeteren. Grote projecten zoals de Nedersaksenlijn en de Lelylijn krijgen nadrukkelijk steun, al pleit de SGP voor een nuchtere afweging van kosten en baten: “Opwaardering van bestaand spoor kan vaak goedkoper en effectiever zijn.”

Foto: © Pitane Blue – SGP – Chris Stoffer

De toon van het mobiliteitsprogramma is kenmerkend voor de SGP: behoudend, realistisch en doordrenkt van het rentmeesterschap dat de partij als christelijke plicht ziet. In een land dat piept en kraakt onder druk van stikstof, files en verouderde infrastructuur, zet de partij in op veiligheid, betrouwbaarheid en bereikbaarheid voor iedereen.

De partij kiest daarnaast voor duurzaam, maar “realistisch” vervoer. Elektrisch rijden blijft gestimuleerd, maar de SGP waarschuwt voor grillig beleid. Er moet een langetermijnstrategie komen voor emissieloos rijden, zonder jojo-effecten van subsidies en accijnzen. Zakelijke leaserijders moeten verplicht kiezen voor een emissievrije of zuinige hybride auto, zodat er ook voldoende elektrische voertuigen op de tweedehandsmarkt beschikbaar komen. Fossielvrije synthetische brandstoffen worden fiscaal aantrekkelijker gemaakt met een verlaagd accijnstarief. Een rekeningrijden-systeem wijst de partij voorlopig af: mobiliteit moet betaalbaar blijven, vooral voor forenzen en inwoners van het buitengebied.

binnenvaart

Ook de binnenvaart krijgt bijzondere aandacht. De SGP noemt de sector “een onmisbare schakel in onze logistieke keten” en wil dat het Rijk investeert in onderhoud van vaarwegen, sluizen en bruggen. De Volkeraksluizen en de geplande servicehaven bij Urk worden met name genoemd als cruciale schakels voor de economie. Kleine binnenvaartschepen, die nog in de ‘haarvaten van het vaarwegennet’ kunnen varen, moeten beschermd worden tegen te strenge Europese regels.

Op luchtvaartgebied kiest de SGP voor een strengere koers. Schiphol zit “vol” en moet vooral stiller en schoner worden. Nachtvluchten moeten worden beperkt, privéjets verplaatst naar Lelystad Airport, en vluchten die economisch weinig waarde hebben mogen worden teruggeschroefd. Een toekomstvisie waarin start- en landingsbanen naar zee worden verplaatst, wil de partij serieus onderzoeken, mits dit samengaat met duurzame energieopwekking. Zondagsrust blijft een belangrijk uitgangspunt: niet-noodzakelijke vluchten op zondag worden wat de SGP betreft verboden.

Tot slot benadrukt de partij het belang van waterveiligheid en klimaatbestendigheid. Dijkversterking moet sneller en goedkoper, met minder geld voor procedures en meer voor daadwerkelijke uitvoering. De waterschappen blijven volgens de SGP een “onmisbare schakel in onze bescherming tegen het water”.

lijsttrekker

Geboren te Elspeet in 1974 is de lijsttrekker Chris Stoffer, nu woonachtig in Elspeet. Getrouwd en vader van 3 dochters. Sinds 2018 is hij lid van de Tweede Kamer, sinds 2023 als fractievoorzitter.

Nederland terug naar Gods Woord!

“Als fractievoorzitter heb je verantwoordelijkheid om zoveel mogelijk te realiseren vanuit het programma van de SGP. Als ik er specifiek iets uit haal, dan vind ik het borgen van het christelijk onderwijs heel belangrijk. Dat ook in de toekomst kinderen goed onderwijs krijgen en op school vanuit de Bijbel worden onderwezen. “

FVD wil snelweg weer vrijgeven: accijnzen, bpm en milieuzones verdwijnen

Het verkiezingsprogramma van Forum voor Democratie (FVD) schetst een uitgesproken visie op mobiliteit, verkeer en infrastructuur.

Waar andere partijen vaak de nadruk leggen op verduurzaming en beperking van de automobiliteit, kiest FVD juist voor verruiming, betaalbaarheid en technologische innovatie. Het programma wil het reizen met auto, trein, bus, vliegtuig én toekomstige systemen als hyperloops niet alleen goedkoper maken, maar ook uitbreiden en vrijer organiseren.

De auto staat centraal in de mobiliteitsvisie van FVD. Volgens de partij zijn hoge belastingen, accijnzen en milieuregels een sta-in-de-weg voor vrijheid en economische bloei. Daarom wordt voorgesteld om accijnzen op brandstof fors te verlagen, de BPM volledig af te schaffen en de bijtelling terug te dringen. Autobezitters zouden voortaan nog maar één keer wegenbelasting betalen, ongeacht het aantal voertuigen dat zij bezitten. Daarnaast komt er korting voor starters en 65-plussers, terwijl het kwarttarief voor campers en paardenwagens behouden blijft.

verkeershandhaving

Ook verkeershandhaving wordt hervormd. Trajectcontroles verdwijnen en flitspalen moeten verplicht worden voorafgegaan door duidelijke waarschuwingsborden. Boetes mogen bovendien nooit hoger zijn dan het Europese gemiddelde. Daarmee wil de partij afrekenen met wat zij noemt “een angstcultuur op de weg”. De maximumsnelheid moet standaard terug naar 130 km/u en waar veilig mogelijk zelfs hoger, naar Duits voorbeeld. Milieuzones worden afgeschaft en een kilometerheffing komt er niet.

Naast de focus op de auto besteedt FVD ook aandacht aan openbaar vervoer. Het huidige netwerk wordt omschreven als “uitstekend”, maar de partij hekelt de overvolle treinen in de spits en het verdwijnen van bushaltes in de regio. De oplossing ligt volgens FVD in structureel meer en langere treinen, strengere handhaving in stiltecoupés en een hardere aanpak van zwartrijders. Bushaltes moeten behouden en teruggebracht worden om ook afgelegen dorpen bereikbaar te houden. Bovendien pleit de partij voor betere nachtverbindingen tussen de grote steden.

vliegtaks afschaffen

De luchtvaart krijgt eveneens ruime aandacht. Schiphol moet versterkt worden als internationale hub, maar de partij wil ook fors investeren in een nieuwe luchthaven in de Noordzee. Tot die tijd moeten regionale luchthavens als Eindhoven, Rotterdam, Maastricht en Eelde verder worden benut en Lelystad eindelijk worden geopend. Vliegen moet betaalbaar blijven, dus FVD wil de vliegtaks afschaffen, belastingvrij vliegen binnen het Koninkrijk garanderen en korte vluchten binnen Europa niet beperken. Ook rookruimtes op luchthavens keren terug.

Foto: Thierry Baudet – Forum voor Democratie

Samen met Thierry Baudet schreef FVD lijsttrekker Lidewij de Vos het boek Niemand in de Cockpit (2023), waarin op natuurwetenschappelijke gronden wordt afgerekend met het stikstofbeleid. In 2025 verving zij Baudet tijdens zijn vaderschapsverlof.

Innovatie vormt een ander speerpunt. FVD wil investeren in hyperloop-technologie, een futuristisch transportsysteem waarmee steden in recordtempo met elkaar verbonden kunnen worden. Daarnaast benadrukt het programma het belang van digitale infrastructuur: supersnel glasvezel-internet in heel Nederland moet bijdragen aan een “virtuele snelweg” die economische groei stimuleert.

schijnconstructies

De transportsector krijgt extra aandacht vanwege de concurrentiedruk van buitenlandse chauffeurs. Volgens de partij worden Nederlandse chauffeurs verdrongen door goedkope krachten uit andere landen die vaak onderbetaald en slecht opgeleid de weg op gaan. FVD wil een einde maken aan uitbuiting via schijnconstructies, verplichte bijscholing strenger handhaven en minimale kennis van de Nederlandse of Engelse taal eisen.

Samengevat zet FVD in op een mobiliteitsbeleid dat haaks staat op de huidige koers in Den Haag en Brussel. Geen focus op CO2-reductie of strengere milieunormen, maar juist meer vrijheid voor automobilisten, fors lagere lasten, uitbreiding van vliegcapaciteit en grote investeringen in infrastructuur en innovatieve vervoersvormen. Mobiliteit wordt door de partij neergezet als een essentieel symbool van vrijheid en economische slagkracht.

lijsttrekker

Lidewij de Vos (1997) studeerde scheikunde, neurowetenschappen en viool. Zij is al sinds het allereerste begin betrokken bij Forum voor Democratie en werkte vanaf 2021 voor de FVD-fractie in de Tweede Kamer. Samen met Thierry Baudet schreef zij het boek Niemand in de Cockpit (2023), waarin op natuurwetenschappelijke gronden wordt afgerekend met het stikstofbeleid. In 2025 verving zij Baudet tijdens zijn vaderschapsverlof: als Kamerlid zette zij zich in voor afschaffing van de klimaat- en stikstofregels en voor een terugkeer van rationaliteit in de politiek.

Miljarden in spoorlijnen: BBB verklaart auto heilig en schrapt zero emissiezones

Het verkiezingsprogramma van BBB voor de periode 2025 tot 2029 schetst een duidelijke koers op het gebied van mobiliteit.

De partij presenteert een breed pakket aan maatregelen waarin bereikbaarheid, vrijheid en economische kansen centraal staan. Daarbij neemt BBB afstand van wat zij noemt “klimaatgekte” en kiest ze voor praktische oplossingen die uitvoerbaar en betaalbaar zijn.

De auto staat in de visie van BBB onverminderd op nummer één. Vooral in de regio en op het platteland ziet de partij de auto als hét essentiële vervoermiddel. Zero-emissiezones, die in steeds meer binnensteden worden ingevoerd, moeten volgens BBB dan ook van tafel. De partij wil een landelijk verbod op deze zones, omdat ze kleine ondernemers, markthandelaren en transportbedrijven onevenredig hard raken. Tankstations langs snelwegen moeten het complete pakket aan voorzieningen blijven aanbieden, van klassiek tanken en elektrisch laden tot winkels onder één dak. De auto is volgens BBB niet alleen een kwestie van mobiliteit, maar ook van persoonlijke vrijheid.

truckparkings

Naast de auto besteedt BBB uitgebreid aandacht aan weg- en watertransport. Voor vrachtwagenchauffeurs pleit de partij voor de aanleg van meer veilige truckparkings met goede sanitaire voorzieningen. Binnenvaart moet volgens BBB een steviger rol spelen om de druk op het wegennet te verlichten. Bruggen, sluizen en tunnels dienen betrouwbaar en goed onderhouden te zijn, waarbij de binnenvaart altijd voorrang krijgt op de pleziervaart. Voor de Waddeneilanden eist de partij 24 uur per dag bereikbaarheid, inclusief nachtelijke watertaxi’s.

Het spoor krijgt eveneens een prominente plek in de plannen. Grote infrastructurele projecten zoals de Lelylijn, de Nedersaksenlijn, de Oude Lijn bij Leiden, de verlenging van de Noord/Zuidlijn en de IJmeerverbinding vanuit Almere moeten versneld worden gerealiseerd. BBB ziet deze projecten niet alleen als vervoersoplossingen, maar ook als drijvers van woningbouw, economische ontwikkeling en militaire weerbaarheid. In dunbevolkte regio’s kiest de partij voor kleinschalige alternatieven zoals buurtbussen, deelvervoer en OV-op-afroep. Daarbij is ook de sociale veiligheid in het openbaar vervoer een punt van zorg. Boa’s moeten meer bevoegdheden krijgen om incidenten aan te pakken.

Foto: BBB – Caroline van der Plas

Wat de luchtvaart betreft, erkent BBB de strategische waarde van vliegvelden. Schiphol blijft volgens de partij een onmisbare internationale hub en banenmotor. Wel moet er worden geïnvesteerd in schonere vliegtuigen en vlootvernieuwing bij KLM. Lelystad Airport krijgt vooralsnog een militaire bestemming, en pas wanneer PAS-melders volledig zijn gelegaliseerd en er geen hinderlijke laagvliegroutes zijn, kan worden gesproken over commerciële vluchten. Groningen Airport Eelde wordt ontwikkeld tot een regionaal knooppunt voor het noorden, Eindhoven Airport blijft die rol voor het zuiden vervullen en Den Helder kan mogelijk een luchthaven van nationaal belang worden vanwege de rol in offshore-energie en de kustwacht.

klimaatbeleid

Hoewel BBB fel ageert tegen wat zij beschouwt als doorgeschoten klimaatbeleid, kiest de partij wel voor verduurzaming via innovatie. Schonere brandstoffen zoals biodiesel, synthetische brandstoffen en waterstof krijgen meer ruimte, zonder dat autogebruik wordt ontmoedigd. Ondergrondse infrastructuur voor buisleidingen moet strategisch worden uitgebreid om transport van waterstof, ammoniak en CO₂ mogelijk te maken. Innovatieve oplossingen zoals slimme verkeerslichten en digitale mobiliteitsdiensten worden ondersteund, zolang ze bijdragen aan bereikbaarheid en veiligheid.

Opvallend is dat BBB mobiliteit nadrukkelijk koppelt aan woningbouw. Nieuwe woonwijken moeten vanaf de tekentafel goed ontsloten worden, zodat bewoners niet later geconfronteerd worden met bereikbaarheidsproblemen. Mobiliteit wordt daarmee een integraal onderdeel van ruimtelijke ordening.

De rode draad in het programma is dat BBB mobiliteit niet ziet als een ideologische strijd, maar als een basisbehoefte. De partij zet zwaar in op het herstellen van vertrouwen in infrastructuur en op het versterken van bereikbaarheid buiten de Randstad. Waar andere partijen mobiliteit vaak inbedden in ambitieuze klimaatdoelen, legt BBB de nadruk op uitvoerbaarheid, betaalbaarheid en het behoud van vrijheid voor burgers en ondernemers.

Analyse NSC: duidelijke grenzen voor de luchtvaart en investeren in spoor en HSL

In het concept-verkiezingsprogramma voor 2025 zet Nieuw Sociaal Contract (NSC) stevig in op mobiliteit als sleutel tot zowel economische ontwikkeling als sociale samenhang.

Waar veel partijen de nadruk leggen op verduurzaming, legt NSC opvallend veel gewicht op betaalbaarheid en regionale bereikbaarheid. Het programma belooft extra investeringen in wegen, spoor en fietsvoorzieningen, maar trekt tegelijk duidelijke grenzen bij de groei van de luchtvaart.

NSC ziet de fiets nadrukkelijk als serieuze concurrent van auto en openbaar vervoer. Nieuwe, brede fietsroutes moeten de steden onderling beter verbinden en de vaak gevaarlijke schoolroutes langs 50- en 80 km-wegen worden veiliger gemaakt. Ook komt er uitbreiding van fietsenstallingen en meer OV-fietsen bij stations. Daarmee kiest de partij voor relatief goedkope ingrepen die tegelijk bijdragen aan gezondheid en duurzaamheid. Een opvallende passage betreft de fatbike. Het populaire vervoermiddel krijgt een eigen voertuigcategorie, met helmplicht en een minimumleeftijd van 14 jaar. Daarnaast komt er een keurmerk voor nieuwe e-bikes om wildgroei aan onveilige voertuigen te voorkomen.

NSC wil dat trein- en bustickets niet harder stijgen dan de inflatie en pleit voor behoud van de NS-jongerendagkaart. Tegelijk wordt fors ingezet op hoogfrequent treinverkeer met snelheden tot 200 km/u. Om het ov aantrekkelijker te maken voor forenzen en studenten wordt gekeken naar een landelijk dalurenabonnement, naar Duits voorbeeld. Het spoor krijgt extra aandacht buiten de Randstad. De aanleg van de Nedersaksenlijn moet de bereikbaarheid van Noord- en Oost-Nederland versterken en de regionale economie een impuls geven. Tegelijkertijd blijft het hoofdrailnet voorlopig in handen van de NS, al wordt in 2029 bekeken of er ruimte is voor andere aanbieders.

auto blijft noodzakelijk

Hoewel fietsen en trein belangrijker worden, benadrukt NSC dat de auto betaalbaar moet blijven, vooral op het platteland waar alternatieven vaak ontbreken. Investeringen in nieuwe wegen gaan hand in hand met prioriteit voor onderhoud en verkeersveiligheid. Projecten als de N50, N35 en A1/A28 (Hoevelaken) krijgen voorrang, terwijl de verbreding van de A27 bij Amelisweerd opnieuw tegen het licht wordt gehouden. Ook pleit NSC voor flexibele werktijden in samenwerking met onderwijs en werkgevers om spitsdruk te verlagen.

Foto: © Pitane Blue – KLM Schiphol

De mobiliteitsagenda van NSC valt op door haar pragmatische toon. Het programma kiest niet voor een radicale koerswijziging, maar zoekt naar balans tussen bereikbaarheid, duurzaamheid en betaalbaarheid. Waar de fiets en het spoor nadrukkelijk worden gepromoot, blijft de auto in de regio onaantastbaar. De luchtvaart daarentegen krijgt duidelijke beperkingen opgelegd: minder groei, minder overlast en meer nadruk op alternatieven.

Het programma neemt een scherpe positie in ten opzichte van de luchtvaart. Schiphol moet de geluidshinder met 20% terugbrengen en krijgt mogelijk een nachtsluiting. De opening van Lelystad Airport voor commerciële vluchten gaat definitief niet door: de maatschappelijke kosten wegen volgens NSC niet op tegen de baten. Daarnaast wil de partij korte vluchten tot 750 kilometer zoveel mogelijk vervangen door treinverbindingen. In internationaal verband pleit NSC voor btw op vliegtickets, accijns op kerosine en een afstandsafhankelijke vliegbelasting. Innovaties zoals elektrisch vliegen en waterstof worden aangemoedigd, maar de nadruk ligt duidelijk op beperking van de groei.

goederenvervoer

Ook het goederenvervoer krijgt aandacht. NSC zet in op een verschuiving naar binnenvaart, short sea en spoor. Vaarwegen, bruggen en sluizen moeten beter worden onderhouden en binnenhavens versterkt. De haven van Den Helder wordt aangewezen als haven van nationaal belang, niet alleen voor de scheepvaart maar ook als logistiek centrum voor offshore wind en defensie. Daarnaast wordt gekeken naar buisleidingen voor het transport van gevaarlijke stoffen zoals ammoniak, een alternatief dat door de energietransitie steeds relevanter wordt.

De vraag is echter of dit compromismodel in de praktijk haalbaar is. Investeringen in spoor en ov vergen miljarden en jarenlange uitvoering, terwijl het beperken van de luchtvaart direct weerstand kan oproepen van zowel de sector als de regio’s die economisch afhankelijk zijn van Schiphol. Toch is het duidelijk: voor NSC is mobiliteit niet alleen een technische, maar ook een sociale kwestie. Bereikbaarheid moet burgers met elkaar verbinden, niet uit elkaar drijven.

Meer asfalt: PVV ziet geen rem op luchtvaart en wijst klimaatdruk van de hand

Het verkiezingsprogramma van de PVV voor de periode 2025-2029 bevat een uitgebreid hoofdstuk over mobiliteit en waterstaat.

De partij legt daarin sterk de nadruk op vrijheid voor automobilisten en ondernemers, en positioneert zich tegen maatregelen die voortkomen uit klimaat- en milieubeleid. Het programma ademt een duidelijke voorkeur voor meer asfalt, hogere snelheden en behoud van traditionele vervoersvormen, in combinatie met kritiek op de huidige staat van het openbaar vervoer.

140 kilometer

De auto wordt door de partij omschreven als “een vorm van vrijheid en welvaart” en volgens de PVV is de tijd van stilstand voorbij. Daarom wil men de maximumsnelheid op snelwegen verhogen naar 140 kilometer per uur, de hele dag door, mits dat veilig kan. Ook komt er geen rekeningrijden en wordt er nooit een verbod ingesteld op de verkoop van brandstofauto’s. Elektrisch rijden mag wel, maar zal nooit verplicht worden. Om de automobilist tegemoet te komen wil de partij bovendien in 2026 een forse verhoging van de brandstofaccijns voorkomen.

Opvallend is de kritiek op de provinciale opcenten in de motorrijtuigenbelasting. Dat geld belandt nu in de algemene kas, maar volgens de PVV moet dit een doelheffing worden. De opbrengsten zouden uitsluitend gebruikt moeten worden voor zaken die de automobilist direct raken, zoals extra asfalt, wegverbredingen en verkeersveiligheid.

zero-emissiezones

Een ander belangrijk punt is het afschaffen van alle zero-emissiezones. De partij stelt dat ondernemers met een brandstofbusje door die zones letterlijk uit hun eigen stad worden geweerd, terwijl de overstap naar een elektrische wagen voor velen onbetaalbaar is. Parkeerplaatsen mogen bovendien niet langer exclusief worden toegewezen aan elektrische auto’s; iedereen moet overal kunnen parkeren.

Op het gebied van fietsen richt de partij zich specifiek op de overlast van fatbikes. Er komt een aparte juridische voertuigcategorie met een minimumleeftijd van 16 jaar en een helmplicht. Voor andere elektrische fietsen worden geen maatregelen genomen.

Foto: © Pitane Blue – Tweede Kamer – Geert Wilders

Samenvattend zet de PVV in op maximale vrijheid voor automobilisten, ondernemers en reizigers, en keert zij zich tegen klimaatgedreven beperkingen. Hogere snelheden, lagere belastingen, afschaffing van emissiezones en forse investeringen in traditioneel vervoer vormen de kern. Tegelijkertijd wil de partij de betrouwbaarheid van het ov verbeteren, maar zonder verdere prijsstijgingen voor reizigers. Schiphol en Lelystad mogen groeien, en ook de scheepvaart wordt ontzien van extra verplichtingen.

Het spoor en openbaar vervoer krijgen eveneens aandacht. De PVV stelt dat de Nederlandse Spoorwegen structureel falen: bij bladeren op het spoor, sneeuw of hitte vallen treinen al snel uit. Ook bij normaal weer zijn er storingen en defecten, terwijl de kaartjes steeds duurder worden. De NS moet terug naar haar kerntaak: genoeg treinen, voldoende zitplaatsen en stipte dienstregelingen. Er mogen bovendien geen verdere prijsverhogingen komen.

spoorwegpolitie

Om de veiligheid in het ov te verbeteren wil de partij bodycams invoeren voor al het NS-personeel, een terugkeer van de Spoorwegpolitie en reisverboden voor “ov-tuig”. Het streekvervoer moet behouden blijven; verdere verschraling van het platteland is volgens de PVV onacceptabel.

Ook de luchtvaart komt uitgebreid aan bod. Schiphol, dat van groot belang wordt genoemd voor de economie en internationale handelspositie, mag groeien. Lelystad Airport moet zo snel mogelijk worden geopend, omdat het vliegveld volgens de partij volledig klaarstaat. De vliegtaks wordt niet verder verhoogd.

scheepvaart

Voor de scheepvaart en havens trekt de partij eveneens een duidelijke lijn. Er mag geen sprake zijn van gedwongen elektrificatie. Havens en andere vitale infrastructuur dienen altijd met een meerderheidsaandeel in Nederlandse, publieke handen te blijven.

Einde aan groei vliegverkeer: Christenunie wil nachtrust rond Schiphol

Het verkiezingsprogramma van de ChristenUnie voor 2025 bevat een uitgebreide visie op mobiliteit.

De partij schetst een beeld waarin duurzaamheid, bereikbaarheid en veiligheid centraal staan, en waarin investeringen in infrastructuur niet langer uitgesteld mogen worden. Het document legt nadruk op openbaar vervoer, schoner wegverkeer en meer ruimte voor fietsers en wandelaars.

De ChristenUnie stelt dat Nederland dreigt vast te lopen. Bussen verdwijnen, treinen zitten overvol en de snelwegen slibben dicht. Daarom wil de partij fors investeren in het versterken van het openbaar vervoer. Zo wordt de aangekondigde bezuiniging op het OV teruggedraaid en komt er jaarlijks 300 miljoen euro beschikbaar om buslijnen in stand te houden en kaartjes goedkoper te maken. Daarbij wordt gewerkt aan een landelijk netwerk van snelle busverbindingen tussen middelgrote steden.

Nedersaksenlijn

De trein krijgt eveneens prioriteit. Voor de aanleg van de Lelylijn wordt 13 miljard euro uitgetrokken en ook de Nedersaksenlijn gaat door. Jaarlijks komt er 120 miljoen beschikbaar om treinkaartjes goedkoper te maken en de jongerendagkaart terug te brengen. Om de capaciteit van het spoor uit te breiden, wordt geïnvesteerd in spoorverdubbelingen, langere perrons en extra keersporen. Daarnaast reserveert de partij 500 miljoen euro per jaar voor meer internationale (slaap)treinen.

Ook de binnenvaart en het vervoer over water krijgen een impuls. De ChristenUnie wil een landelijk netwerk van overslaglocaties, meer walstroomvoorzieningen en snellere verduurzaming van schepen door innovatieve batterijcontainers. Achterstallig onderhoud aan bruggen en sluizen wordt weggewerkt.

De luchtvaart daarentegen moet krimpen. Schiphol krijgt een normenkader voor CO₂, NOx en zeer zorgwekkende stoffen. Bovendien moet de luchthaven ’s nachts sluiten. Lelystad Airport gaat definitief niet open voor commerciële vluchten en investeerders worden gecompenseerd. Op Europees niveau zet de partij in op een kerosineaccijns, afschaffing van de btw-vrijstelling voor vliegtickets en een CO₂-prijs voor de luchtvaart. De vliegbelasting wordt verhoogd, met een extra opslag voor korte vluchten tot 1250 kilometer, om reizen per trein aantrekkelijker te maken.

fietsinfrastructuur

De partij ziet daarnaast een sleutelrol weggelegd voor fiets en voetganger. Jaarlijks wordt 200 miljoen euro geïnvesteerd in verkeersveiligheid en fietsinfrastructuur. Er komen meer fietsenstallingen bij OV-knooppunten en op ieder station moeten deelfietsen beschikbaar zijn. Binnensteden worden verder autoluw gemaakt en er komt een fijnmazig netwerk van wandel- en fietspaden.

Mirjam Bikker 2023 – Foto: Nienke van Denderen

Samengevat presenteert de ChristenUnie een visie waarin mobiliteit bereikbaar, betaalbaar en schoon moet worden. Het programma combineert forse investeringen in trein, bus en fiets met duidelijke beperkingen voor de luchtvaart en een slimme beprijzing van autogebruik.

De verkeersveiligheid krijgt bijzondere aandacht. Vooral kinderen, ouderen en fietsers moeten beter beschermd worden. Daarom worden verkeersboetes voor ernstige overtredingen binnen de bebouwde kom aangescherpt. Tegelijkertijd worden grote knelpunten in het wegennet aangepakt, waaronder de A15 en knooppunt Hoevelaken. Voor zeventien projecten die eerder waren stilgelegd, komt 5 miljard euro vrij. De A27 bij Amelisweerd wordt volgens het regionale alternatief uitgevoerd, waardoor er ruimte ontstaat voor investeringen in spoor en openbaar vervoer.

Tot slot zet de ChristenUnie in op een schoner wagenpark. Elektrische auto’s krijgen een aangepaste motorrijtuigenbelasting en er komt een kilometerheffing, gedifferentieerd naar tijd, plaats en milieukenmerken. Zo wordt rijden in de Randstad tijdens spitsuren duurder dan op het platteland. Voor vrachtvervoer wordt groene waterstof gestimuleerd, ook voor zwaar wegtransport. Daarmee moet wegverkeer bijdragen aan het behalen van nationale stikstofdoelen.

Korte vluchten taboe: Volt ramt door met rails en rekeningrijden

Waar andere partijen zich ingraven in vertraagde asfaltplannen, trekt Volt de mobiliteitskaart Europees en elektrisch.

Het conceptverkiezingsprogramma zet van begin tot eind in op de trein boven het vliegtuig, nul-emissie op de weg en een financiering die vervuiling afrekent in plaats van bezit beloont. Wie wil weten waar de partij heen wil met rails, rijbanen en runways, krijgt een verbouwing van het hele systeem voorgeschoteld, met harde jaartallen, technische ingrepen en Europese coördinatie als sleutelwoorden.

De basis van het verhaal staat in hoofdstuk 1.5, “Infrastructuur en vervoer”. Daar sleutelt Volt tegelijk aan het Europese en het Nederlandse spoor. Internationale treinen krijgen prioriteit, met directe verbindingen tussen grote steden, hogere frequenties in de grensregio en de verplichting dat internationale tickets twaalf maanden vooraf boekbaar zijn. Dat laatste moet het jaarlijkse prijs- en boekingslot gedoe doorbreken, zeker voor vakantieritten die ver vooruit gepland worden. 

boekingssysteem

Tegelijk komt er een Europese organisatie die het spoor coördineert en knelpunten op de kaart zet. Volt wil bovendien één digitaal boekingssysteem waarbij je met één ticket over verschillende landen en vervoerders doorreist, met gelijke passagiersrechten onderweg. Het is een frontale aanval op de versnippering waar de Europese treinreiziger nu dagelijks tegenaan loopt.

Binnenlands draait het programma de technische knoppen open. Het beveiligingssysteem ERTMS moet “zo spoedig mogelijk” landelijk worden ingevoerd om sneller en dichter op elkaar te kunnen rijden; de spanning van de bovenleiding gaat van 1,5 kV gelijkstroom naar 25 kV wisselstroom, de Europese norm die efficiënter is en hogere snelheden toelaat. Dieseltreinen verdwijnen van het net; noordelijke nevenlijnen worden geëlektrificeerd. 

Ook de flessenhalzen aan de grond worden aangepakt: overwegen gaan waar mogelijk ondergronds of viaduct op, stillere sporen met rubberblokken en geluidsschermen moeten de hinder drukken. Op de horizon staan twee politieke zwaargewichten: de nieuwe verbinding Amsterdam–Groningen–Bremen als TEN-T-project dat de felbesproken Lelylijn en Wunderline vervangt, en de Nedersaksenlijn als impuls voor Oost-Groningen en Drenthe. Goederenvervoer krijgt tempo met 120-km/u-wagons, een digitale automatische koppeling en extra spoorcapaciteit richting Noord-Duitsland.

doorfietsroutes

Mobiliteit “voor iedereen” is geen leus maar een uitvoeringsparagraaf. Volt wil bereikbaar OV tot in de haarvaten, met op-afroep-bussen en shuttles naar mobiliteitshubs waar de gewone lijndiensten dun zijn. Deelvervoer moet onderdeel worden van regionale concessies, zodat deelfietsen en -auto’s de laatste kilometers na trein of bus daadwerkelijk dekken. In het tariefstelsel sneuvelt het dubbele instaptarief bij een overstap van trein naar ander OV en worden daluren goedkoper gemaakt om de spits te ontlasten. Op snelwegen verschijnen, waar de trein geen alternatief is, doorrijdbusstroken die de hele dag snelle verbindingen tussen steden mogelijk maken; op de A50 Eindhoven–Nijmegen wordt dat expliciet genoemd als voorbeeld.

Op straat wint de voetganger en de fietser terrein. Volt investeert in doorfietsroutes en wil meer 30 km/u in de bebouwde kom voor veiligheid en schonere lucht. Op snelwegen kan de maximumsnelheid omlaag “als dit nodig is om op korte termijn de klimaatdoelen te halen”; zodra het merendeel elektrisch rijdt, kan dat worden herzien. Interessant detail is een onderzoekslijn naar het omslagpunt waarop het duurzaam is je huidige auto “op te rijden” versus eerder overstappen: geen groen dogma, maar rekenwerk op de individuele situatie.

Foto: © Pitane Blue – Volt – Marieke Koekkoek

Autobeleid krijgt een harde ronding naar emissievrij. De verkoop van verbrandingsmotoren stopt in 2030, vijf jaar eerder dan de EU-deadline; alle zakelijke leaseauto’s moeten dan uitstootvrij zijn om de tweedehandsmarkt op gang te trekken. Tot aan de invoering van betalen-naar-gebruik komt er een gewichtscorrectie in de wegenbelasting voor zwaardere EV’s; structureel wil Volt juist af van de motorrijtuigenbelasting en overstappen op een kilometerheffing die rekening houdt met voertuigtype, uitstoot, tijdstip en plek. In de aanschafbelasting (BPM) telt de CO₂-voetafdruk van de productie mee, zodat het hele levenscyclusplaatje wordt beprijsd. Dat is consistent met de fiscale hoofdstukken, waar MRB eruit gaat en de kilometerheffing het fundament wordt.

vliegbelasting

De luchtvaart wordt terug in het gareel geduwd. Schiphol moet omlaag naar maximaal 400.000 vluchten per jaar, Lelystad blijft dicht en privévluchten op Schiphol gaan op zwart. Fossiele korteafstandsvluchten tot 650 kilometer worden verboden, met de opdracht aan Nederland, België, Frankrijk en Duitsland om alternatieven via spoor te versnellen. De vliegbelasting gaat omhoog en wordt gedifferentieerd naar klasse; overstappers gaan ook betalen. Aan de brandstofkant wil Volt dat kerosine wordt belast en dat bijmengverplichtingen voor duurzame brandstoffen, inclusief e-fuels, echt gaan bijten; elektrische luchtvaart krijgt onderzoeksgeld en serieuze testtrajecten. Het prijsverschil trein–vliegtuig moet verdwijnen door “oneerlijke” subsidies recht te trekken.

Op het water komt er een heffing op NOx en CO₂ voor de binnenvaart, de tonnagewinstregeling en afdrachtvermindering voor de zeevaart verdwijnen en de partij trapt een controversiële deur open: onderzoek naar veilige nucleaire voortstuwing voor vrachtschepen om de sector op termijn emissievrij te maken. Tegelijk wordt op korte termijn de hand aan de knoppen gezet met fiscale prikkels en Europese afspraken.

Mobiliteit wordt bij Volt nadrukkelijk ruimtelijke ordening. In de nieuwe Nota Ruimte wil de partij landelijke regie, snelle woningbouw “op doorbraaklocaties” en een mobiliteitsvisie die inzet op hoogwaardig OV, deelvervoer en een fijnmazig fiets- en wandelnetwerk. De grote steden moeten aansluiten op een Europees hogesnelheidsnet; bij nieuwbouw horen mobiliteitshubs, lagere parkeernormen en autoluwe lanen die ruimte maken voor groen. Er wordt zelfs hardop gedacht over het samenbrengen van wonen en mobiliteit in één ministerie, om de spaghetti van fondsen en bevoegdheden te ontwarren. Op de kaart staat ook de grensregio, waar ontbrekende schakels in spoor en weg met Europees geld en snellere vergunningen moeten worden gedicht.

lef

De politieke scherpte zit in de keuze voor de trein en de prijsprikkel op de weg. Het programmaboek vraagt om Europese coördinatie op spoorboekjes, beveiliging en ticketing, om nationale wetgeving voor betalen-naar-gebruik en om harde keuzes in de lucht. Daar staat een rits concrete uitvoeringspunten tegenover: ERTMS, 25 kV, elektrificatie van nevenlijnen, nieuwe grenslijnen, busstroken op snelwegen, dalurenkortingen, het schrappen van dubbele instaptarieven en een duidelijk plafond voor Schiphol. Het is een mobiliteitsdossier waarin techniek, tarief en ruimte in elkaar grijpen en waarin Volt inzet op één consistent doel: minder uitstoot per reizigers- en tonkilometer, zonder de bereikbaarheid van platteland en grensstreek te offeren. Volgens de partij kan dat alleen als Nederland het lef heeft het spel Europees te spelen en thuis de fiscale knoppen om te zetten.

CDA: spitsrijders gaan betalen maar opbrengst vloeit terug naar infrastructuur

Het CDA presenteert in zijn verkiezingsprogramma “Bouwen op vertrouwen – Onze keuzes voor een fatsoenlijk land” een breed pakket aan maatregelen rondom mobiliteit. Het programma laat zien dat de partij mobiliteit niet alleen beschouwt als een praktische noodzaak, maar als een fundament voor leefbaarheid, sociale samenhang en economische ontwikkeling.

Het uitgangspunt is dat mobiliteit dienstbaar moet zijn aan gezinnen, senioren, scholieren en werkenden, zodat iedereen veilig en tijdig zijn bestemming kan bereiken. Het CDA kiest nadrukkelijk voor integrale sturing en investeringen in bereikbaarheid, waarbij niet meer uitsluitend wordt gedacht in afzonderlijke modaliteiten, maar in een totaalplaatje waarin auto, fiets, openbaar vervoer en logistiek elkaar aanvullen.

regionale verbindingen

Het CDA benadrukt dat betaalbaar en toegankelijk openbaar vervoer de basis moet zijn. Bus- en treinreizen mogen niet duurder zijn dan noodzakelijk en het systeem moet voor mensen werken, zeker voor senioren, jongeren en inwoners die minder digitaal vaardig zijn. Ook moet het openbaar vervoer voorzieningen als ziekenhuizen, scholen en verenigingen blijven ontsluiten.

Daarnaast wordt sterk ingezet op verbeterde verbindingen tussen de Randstad en de regio, zoals de Lelylijn, de Noord-Zuidlijn en internationale treinverbindingen. Deze projecten zijn essentieel om woningbouw, economische groei en grensoverschrijdende samenwerking met buurlanden mogelijk te maken.

fiets en voetgangers

Het CDA wil een voortzetting van een landelijk fietsplan, waaronder doorfietsroutes en fietssnelwegen, zodat scholieren, forenzen en recreanten veilig en snel hun bestemming kunnen bereiken. Het fietsbeleid moet bovendien een vast onderdeel worden van de jaarlijkse MIRT-besprekingen (Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport). Ook krijgt wandelen een plek in beleid, onder meer via de verbreding van de City Deal ‘Ruimte voor lopen’, die gemeenten en maatschappelijke organisaties verbindt.

Het CDA erkent dat in veel regio’s de auto onmisbaar blijft. Investeringen in weginfrastructuur worden daarom gezien als een noodzaak, niet als luxe. Daarbij kiest het CDA voor innovatieve oplossingen zoals slimme verkeerslichten, spitsmijdprogramma’s en beter incidentmanagement om files terug te dringen.

Opvallend is het plan voor een tijd- en plaatsgebonden congestieheffing, waarbij automobilisten tijdens de spits in drukke gebieden extra betalen. De opbrengst hiervan wordt weer geïnvesteerd in infrastructuur. Verder wordt de motorrijtuigenbelasting (MRB) hervormd, zodat deze beter aansluit bij de overgang naar elektrische auto’s door te heffen op voertuigoppervlak in plaats van gewicht. Ook verkeersveiligheid krijgt nadruk. Het CDA pleit voor een herinvoering van het alcoholslot, verlichting op alle 60- en 80-kilometerwegen, meer flitspalen op risicolocaties en een zero-tolerancebeleid voor drugs in het verkeer.

logistiek

Goederenvervoer is volgens het CDA essentieel voor de economie. Het programma kiest voor een multimodale aanpak, waarbij vervoer over water en spoor prioriteit krijgt boven de weg. Zo wordt bijgedragen aan duurzaamheid en het verdienvermogen van Nederland. Er komt bovendien een uitbreiding van de vrachtwagenheffing, zodat deze ook geldt op andere wegen dan alleen de snelwegen, om sluiproutes tegen te gaan.

Daarnaast investeert de partij in duurzame logistiek, onder andere via Europese logistieke e-corridors met waterstof- en batterijtrucks en betere laadinfrastructuur voor zware voertuigen. Binnenvaart en vervoer over water krijgen een centrale plek in verduurzamingsplannen.

mainports

De luchtvaart ziet het CDA als belangrijk voor de economie, maar deze moet tegelijk verduurzamen. Groei of krimp van de sector wordt niet als doel op zich gezien, maar als resultaat van de milieuruimte en gezondheidsruimte die beschikbaar is. Lelystad Airport blijft vooralsnog militair gebruikt, maar kan pas commercieel worden ingezet als er duidelijkheid is over schoner en stiller vliegen en de laagvliegroutes zijn opgelost.

Het CDA kiest in dit programma voor een evenwichtige mobiliteitsaanpak die zowel inzet op duurzaamheid als bereikbaarheid. De partij ziet mobiliteit niet alleen als middel om mensen van A naar B te brengen, maar als voorwaarde voor leefbare steden, sterke regio’s en een concurrerende economie. Opvallend is dat er zowel aandacht is voor innovatieve maatregelen, zoals congestieheffing en laadinfrastructuur voor zwaar vervoer, als voor klassiek beleid, zoals investeringen in wegen, bruggen en spoorverbindingen.

Principieel: JA21 wil de auto heilig verklaren en verzet zich tegen rekeningrijden

Partij JA21 zet vol in op Lelylijn en geen krimp voor Schiphol.

Het verkiezingsprogramma van JA21 voor 2025 laat er geen misverstand over bestaan: mobiliteit moet in dienst staan van de vrijheid van de burger en van de economische kracht van Nederland. In de visie van de partij is bereikbaarheid niet slechts een praktische kwestie van asfalt, spoor of luchtvaart, maar vooral een principieel thema. “De eigen auto is een uiting van de individuele vrijheid van de Nederlander om zelf te bepalen wanneer en waarheen hij wil reizen,” zo stelt het programma duidelijk.

Die uitspraak onderstreept de centrale lijn in de plannen. JA21 wil dat de auto betaalbaar en toegankelijk blijft en verzet zich fel tegen maatregelen die het gebruik ervan zouden ontmoedigen. Dat betekent concreet: geen kilometerheffing, geen spitsheffing en ook geen verbod op brandstofauto’s, zelfs niet na 2035 zoals in Brussel is afgesproken. Sterker nog, de partij wil de accijnzen op brandstof verlagen om automobilisten tegemoet te komen. Het uitgangspunt is dat de automobilist niet langer de “melkkoe van de overheid” mag zijn.

alternatieve routes

Tegelijkertijd erkent de partij de hardnekkige fileproblemen. Meer asfalt is volgens JA21 niet altijd de oplossing. Er moet wel onderzoek komen naar “positieve prikkels” die automobilisten ertoe kunnen bewegen op andere momenten of via alternatieve routes te reizen. Daarbij benadrukt de partij nogmaals dat elke vorm van rekeningrijden of spitsheffing uitgesloten is.

Naast de auto krijgt ook het openbaar vervoer een centrale plek in het verkiezingsprogramma. JA21 wil een forse investering van 0,04% van het BBP om verschraling van het bestaande aanbod tegen te gaan. De partij noemt daarbij expliciet grote projecten zoals de Lelylijn en de Nedersaksenlijn. Deze spoorverbindingen moeten volgens JA21 tegelijkertijd worden aangelegd, ondanks dat budgetten de afgelopen jaren naar andere projecten zijn doorgesluisd. Om dat te realiseren moet worden gekeken naar een mix van financieringsbronnen: bijdragen van rijk, provincies en gemeenten, Europese fondsen en zelfs private investeringen.

renovatie

Verder benadrukt de partij de omvangrijke vervangings- en renovatieopgave van bruggen, viaducten, sluizen en tunnels die de komende twintig jaar hun levensduur bereiken. Hiervoor is volgens JA21 jaarlijks een structurele investering van 0,5% van het BBP noodzakelijk.

Foto: JA 21 – Joost Eerdmans – Annabel Nanninga

Samengevat kiest JA21 bij mobiliteit en bereikbaarheid voor een koers die de vrijheid van de burger en de kracht van de economie centraal stelt. De auto blijft heilig, het openbaar vervoer moet versterkt worden zonder nieuwe lasten voor de reiziger, de transportsector krijgt lucht door realistisch beleid zonder dwang tot elektrificatie, en de luchtvaart mag groeien mits innovatie zorgt voor schonere en stillere oplossingen.

Voor de transport- en logistieke sector kiest JA21 voor een realistische koers. De partij stelt dat fossiele brandstoffen de komende jaren “dominant” zullen blijven en dat elektrische vrachtwagens of bestelwagens nog geen haalbaar alternatief zijn. Netcongestie, hoge kosten en een gebrek aan laadfaciliteiten maken een grootschalige elektrificatie volgens JA21 onmogelijk. Daarom is de partij tegen “dwingende elektrificatie” en tegen een lappendeken van milieuzones en zero-emissiegebieden in binnensteden, die volgens hen leiden tot een “onwerkbare situatie voor ondernemers”.

geen krimp

Ook in de luchtvaart zet JA21 in op groei en innovatie in plaats van krimp. Schiphol en de regionale luchthavens, waaronder Lelystad Airport en Groningen Eelde, moeten versterkt worden. Commerciële vluchten vanaf Lelystad moeten mogelijk worden gemaakt. Beperkende maatregelen zoals de vliegbelasting wil JA21 afschaffen. De oplossing voor geluidsoverlast en milieu-impact zoekt de partij vooral in technologische verbeteringen zoals stillere vliegtuigen, efficiënter luchtruimgebruik en schonere brandstoffen. “Krimp van Schiphol en de andere luchthavens past daar niet bij,” stelt het programma onomwonden.

Opvallend is dat JA21 de luchtvaart ook expliciet koppelt aan geopolitiek en economie. Het behoud van Nederland als internationaal luchtvaartknooppunt is volgens hen essentieel. Daarvoor moet het luchtruim worden heringericht met kortere en directere vliegroutes en een flexibel gebruik voor civiele en militaire vluchten.

Auto bezit uit de gratie: radicaal mobiliteitsplan PVDD zet fiets en OV centraal

De Partij voor de Dieren (PvdD) presenteert in haar concept-verkiezingsprogramma voor de Tweede Kamerverkiezingen van 2025 een radicale koerswijziging in het Nederlandse mobiliteitsbeleid.

Het hoofdstuk “Schoon, betaalbaar en toegankelijk vervoer” laat zien dat de partij niet kiest voor kleine aanpassingen, maar voor een complete herstructurering van de manier waarop Nederland zich verplaatst. Duurzaamheid, leefbaarheid en rechtvaardigheid vormen de rode draad door alle plannen.

Het uitgangspunt is dat mobiliteit in 2030 volledig duurzaam moet zijn. Elektriciteit moet de primaire aandrijver worden, aangevuld met groene waterstof in sectoren waar elektrificatie minder praktisch haalbaar is. Denk daarbij aan de internationale lucht- en scheepvaart. De partij laat met dit uitgangspunt zien dat half werk niet voldoende is: fossiele brandstoffen verdwijnen uit het vervoerssysteem.

verboden

Bijzonder is de manier waarop de PvdD naar de auto kijkt. De auto blijft bestaan, maar eigenaarschap wordt ontmoedigd. De partij wijst erop dat auto’s gemiddeld maar vijf procent van de tijd in gebruik zijn. Het alternatief moet worden gezocht in gebruiksgerichte mobiliteit, waarbij deelauto’s en flexibele vervoersvormen de norm worden. Grote vervuilers zoals SUV’s worden extra belast en privévliegtuigen worden volledig verboden. Daarmee legt de PvdD de nadruk niet alleen op een andere brandstof, maar ook op een ander gebruik van vervoermiddelen.

Naast de auto zet de partij stevig in op de herinrichting van de openbare ruimte. Fietsers en voetgangers krijgen voorrang, en steden en dorpen moeten opnieuw worden ontworpen met de leefomgeving als uitgangspunt. Dat betekent meer ruimte voor groen, veiligheid en ontmoeting. Het fietsgedrag wordt actief gestimuleerd met snelfietsroutes in groene omgevingen, fietsstraten en verkeerslichten die fietsers sneller groen licht geven. Ook fiscale prikkels voor fietsgebruik en het meenemen van fietsen in het openbaar vervoer blijven bestaan. Op die manier wil de partij de fiets niet alleen een milieuvriendelijk, maar ook een aantrekkelijk en praktisch vervoermiddel maken.

Foto: © Pitane Blue – ICE station Utrecht

Het mobiliteitsbeleid van de PvdD is radicaal, holistisch en ecologisch gegrondvest. Het richt zich op elektrische en waterstofmobiliteit, slimme mobiliteitsmodellen, fietsers en voetgangers, goed OV binnen èn buiten Nederland, en een groener scheepvaartbeleid. Als dit werkelijk wordt toegepast, staat Nederland voor een enorme koerswijziging richting leefbaarheid, rechtvaardigheid en klimaatbescherming.

Het openbaar vervoer krijgt in dit plan een centrale rol. De PvdD benadrukt dat trein en fiets samen de schoonste, goedkoopste en meest toegankelijke manier van reizen vormen. Investeringen in uitbreiding en versnelling van het spoor moeten dit mogelijk maken. Daarbij krijgen grote projecten zoals de Lelylijn, de Nedersaksenlijn en een nieuwe verbinding tussen Utrecht en Breda prioriteit. De partij ziet dit niet alleen als een manier om duurzaamheid te bevorderen, maar ook om de regionale bereikbaarheid te verbeteren.

internationaal

De blik van de PvdD reikt verder dan de landsgrenzen. Internationale treinverbindingen moeten aantrekkelijker en goedkoper worden, zodat reizigers eerder de trein nemen dan het vliegtuig. Korte vluchten tot 750 kilometer, waarvoor een treinalternatief bestaat, worden verboden. Daarbovenop wil de partij een progressieve vliegtaks en een CO₂-plafond invoeren. Privévliegtuigen verdwijnen uit het luchtruim en belastingvoordelen voor de luchtvaart worden afgeschaft. Dit alles moet ervoor zorgen dat het treinverkeer binnen Europa de concurrentie met de luchtvaart kan winnen.

Ook de scheepvaart komt uitgebreid aan bod. Fiscale voordelen voor fossiele brandstoffen worden geschrapt, en walstroom wordt verplicht voor schepen in de haven. Bovendien moeten schepen zuiniger gaan varen, onder meer door het gebruik van zeilen en innovatieve technieken zoals romponderhoud met robots. Giftige lozingen in zee worden volledig verboden. De maritieme sector krijgt daarmee een duidelijk signaal dat verduurzaming onvermijdelijk is.

holistisch

Het totaalbeeld dat uit deze plannen naar voren komt, is dat de PvdD mobiliteit beschouwt als een middel om de leefbaarheid en het klimaat te beschermen. Niet de auto of de luchtvaart staat centraal, maar de aarde en de mensen die erop leven. Het is een holistische benadering die verder gaat dan veel andere partijen durven te formuleren. Tegelijkertijd vraagt deze koers om ingrijpende veranderingen in infrastructuur, gewoonten en beleid.

Als deze plannen werkelijkheid worden, betekent dat een fundamentele koerswijziging. Nederland zou de weg inslaan naar een samenleving waarin vervoer niet alleen een praktische noodzaak is, maar ook een bijdrage levert aan klimaatbescherming, rechtvaardigheid en kwaliteit van leven.

Woningnood: Groenlinks-PVDA wil luchthavens opofferen voor nieuwe woningen

Frans Timmermans wil Rotterdam Airport en Maastricht Airport sluiten voor woningbouw.

GroenLinks-PvdA presenteert in haar verkiezingsprogramma een opvallend en ingrijpend voorstel om de woningnood in Nederland aan te pakken: meerdere regionale luchthavens moeten verdwijnen en plaatsmaken voor nieuwbouwwijken. Volgens de partij is het onvermijdelijk dat andere belangen moeten wijken om ruimte te creëren voor woningbouw. Zo wil GroenLinks-PvdA niet alleen landbouwgrond en verloederde bedrijventerreinen inzetten voor woningen, maar ook luchthaventerreinen, waar volgens hen vaak al de basisinfrastructuur aanwezig is.

woningbouw

Frans Timmermans, lijsttrekker van GroenLinks-PvdA, noemt specifiek de luchthaven bij Rotterdam en Maastricht Airport als voorbeelden van locaties die geschikt zouden zijn voor woningbouw. “De luchthaven daar is structureel verliesmakend. Tegelijkertijd hebben we ruimte nodig voor natuur en nieuwe woningen. Ook bij Rotterdam zou de regio opknappen wanneer er in plaats van de luchthaven groen en woningen worden aangelegd,” aldus Timmermans. Door bestaande luchthaventerreinen om te vormen tot woongebieden, kan volgens hem veel sneller worden begonnen met de bouw, omdat er al wegen, riolering en andere voorzieningen aanwezig zijn.

Daarnaast ziet de partij kansen rond Schiphol. Als het aantal vluchten op de nationale luchthaven wordt verminderd, kan er volgens het verkiezingsprogramma ‘veel meer’ gebouwd worden in de regio. Timmermans benadrukt dat het de partij niet gaat om het volledig onmogelijk maken van vliegen: “Er zijn op soms een uur rijden alternatieven als je bijvoorbeeld op vakantie wil.”

sociaal

Een belangrijk onderdeel van het plan van GroenLinks-PvdA is dat nieuwbouwwoningen betaalbaar moeten blijven. In elk nieuwbouwproject moet 40 procent van de huurwoningen een huur van maximaal 900 euro per maand hebben, en nog eens 30 procent moet bestaan uit huurwoningen tot 1200 euro per maand of koopwoningen met een maximumprijs van 405.000 euro. Deze norm ligt aanzienlijk hoger dan de huidige landelijke eisen, waar vaak slechts tot 30 procent sociale woningbouw wordt verplicht.

Lisa Westerveld – Tweede Kamerlid Groenlinks – foto: Pitane Blue

Projectontwikkelaars hebben in het verleden al gewaarschuwd dat strengere eisen tot vertragingen of zelfs afstel van bouwplannen kunnen leiden. Toch blijft Timmermans bij zijn standpunt dat het tempo van vergunningverlening omhoog moet. Daarnaast noemt hij het overbelaste stroomnet als grootste huidige knelpunt. “Het duurt nu echt te lang voordat vergunningen worden verleend. Ook moet het stroomnet sneller worden uitgebreid, want het huidige overbelaste net is nu het grootste probleem.”

corporatiewoningen

Verder wil GroenLinks-PvdA dat middeninkomens vaker in aanmerking komen voor betaalbare corporatiewoningen. Ook moet de jaarlijkse huurstijging wettelijk worden beperkt, zelfs in tijden van hoge inflatie. Het plan komt nadat woningcorporaties eerder dit jaar dreigden met een rechtszaak tegen het demissionaire kabinet, omdat de huren in de sociale sector niet mochten stijgen met de inflatie, wat volgens de corporaties hun investeringsruimte beperkte.

Timmermans stelt voor om de belasting voor woningcorporaties af te schaffen en hen toegang te geven tot goedkopere leningen, zodat zij meer financiële ruimte hebben om te bouwen. Om de ambitieuze bouwplannen te financieren, wil GroenLinks-PvdA onder meer de hypotheekrenteaftrek stapsgewijs afschaffen, het grondbezit zwaarder belasten en de waardestijging van grond afromen. Ook moeten gemeenten opnieuw zelf mogen bepalen of statushouders voorrang krijgen bij de toewijzing van huurwoningen.

Mobiliteit: SP zet breed in op ‘Supersociaal’ verkiezingsprogramma

De SP heeft donderdag als tweede landelijke partij haar verkiezingsprogramma gepubliceerd.

In de schaduw van de naderende Tweede Kamerverkiezingen op 29 oktober 2025 presenteert de SP een verkiezingsprogramma onder de veelzeggende titel “SUPERSOCIAAL”, met een duidelijke missie: het kort door de bocht oplossen van grote maatschappelijke problemen vraagt niet om een onsje meer of minder, maar om fundamentele, sociale keuzes. In het programma beklemtoont de SP keer op keer dat de hele structuur waarin Nederland functioneert, ingrijpend op de schop moet – van wonen tot zorg, van economie tot democratie, van mobiliteit tot milieu, en van inkomen tot veiligheid.

een recht en geen luxe

In het hoofdstuk “Bereikbaar en schoon Nederland” laat de partij zien hoe breed haar visie op mobiliteit is. Openbaar vervoer moet publiek en toegankelijk zijn, want mobiliteit is een recht en geen luxe. De SP pleit voor een integraal ov-systeem, waar gratis gebruik en publieke regie de norm zijn. Ze wil treininfrastructuur, inclusief regionale lijnen en stationheropeningen, versterken en uitbouwen, terwijl internationale treinverbindingen, zoals nachttreinen, vliegverkeer onder druk zetten .

Autorijden wordt niet afgedaan als passé, maar moet vooral schoner én betaalbaarder worden voor mensen zonder alternatief: de overstap naar emissievrije auto’s moet sociaal haalbaar zijn, en er komt geen ruimte voor tolvrijheden zoals rekeningrijden of tolheffing, want volgens de SP zijn zulke maatregelen onrechtvaardig tegenover wie mobiliteit echt hard nodig heeft . Tegelijkertijd investeert de partij ambitieus in fietsinfrastructuur, waarbij veilige snelfietsroutes, bewaakte stallingen en gedragsbevorderende initiatieven een centrale rol spelen.

prijsdoorzichtigheid

Elektrisch rijden wordt ondersteund met een publiek netwerk van laadpunten dat prijsdoorzichtig en toegankelijk moet zijn, terwijl kapitaalstromen via subsidies of verborgen kosten worden tegengegaan. Kortom, de groene transitie krijgt vorm via publieke infrastructuur en bescherming van gebruikers, in plaats van marktmechanismen of winstmaximalisatie .

Ook in de luchtvaart voorziet het programma ingrijpende maatregelen. De SP wil privéjets verbieden, een kerosinebelasting invoeren en strenger omgaan met regionale luchthavens zoals Lelystad. Frequent flyers worden zwaarder belast dan incidentele reizigers, wat bijdraagt aan het herverdelen van kosten en voordelen .

Foto: © Pitane Blue – SP-leider Jimmy Dijk

De VVD wil zoveel mogelijk aan de vrije markt overlaten en de rol van de overheid tot het minimum beperken. Bij de SP is dat precies andersom.

Tussen al deze hoofdstukken over mobiliteit en duurzaamheid schuurt de kernboodschap: een supersociale samenleving rolt niet vanzelf uit, maar vraagt moedige stappen, publieke verantwoordelijkheid, en herverdeling van macht en middelen. In de voorgaande pagina’s van het programma raakt de SP daarmee thema’s als betaalbaar wonen zonder winst, het afschaffen van het eigen risico in de zorg, sociale maxima voor vermogens, een Nationaal Woonfonds, stevige publieke regie over grond en bouw, en rechtvaardige belastingen. Daar komt mobiliteit ook duidelijk bij, als sleutelelement in het bestrijden van ongelijkheid.

scherpe commentaren

Het verdict van critici laat zich raden. In scherp geformuleerde commentaren, zoals in de Volkskrant, wordt het programma getypeerd als een paradijselijke maar forse sanering van publieke voorzieningen onder hoge lasten voor de rijksten.

Toch kiest de SP bewust voor deze koers: mobiliteit is geen subsidiemodel, maar een sociaal recht. En in “Bereikbaar en schoon Nederland” krijgt dat recht concreet invulling – met gratis en openbaar vervoer, van de trein tot de fiets, met economieën van schaal die niet ten koste gaan van rechtvaardigheid. 

Vrijheid voor automobilist: VVD weigert verplichte overstap naar elektrisch rijden

De VVD zelf stelt het duidelijk in haar programma: “Mobiliteit is geen luxe, maar noodzaak.”

Met deze boodschap hoopt de partij niet alleen de automobilist aan zich te binden, maar ook de kiezer die prijs stelt op vrijheid en pragmatiek. Terwijl veel politieke partijen inzetten op beperking en regelgeving om mobiliteit te verduurzamen, kiest de VVD in haar verkiezingsprogramma voor 2025 onomwonden voor wat zij noemt “vrijheid op de weg”. De partij presenteert een koers waarbij bereikbaarheid, keuzevrijheid en betaalbaarheid voorop staan. Daarmee profileert de VVD zich als uitgesproken bondgenoot van zowel forens als recreatieve reiziger.

In het programma staat klip en klaar: “Mensen moeten kunnen blijven kiezen hoe en wanneer ze reizen.” Daarmee keert de partij zich tegen het verder verlagen van de maximumsnelheid op snelwegen en tegen vormen van rekeningrijden, zoals spitsheffingen. De 130 kilometer per uur blijft, waar mogelijk, het uitgangspunt. De partij stelt dat dit past bij een “land dat draait op vrijheid”.

infrastructuur

Volgens gegevens van Rijkswaterstaat steeg de filezwaarte in 2024 opnieuw. In de ochtendspits nam die toe met 6 procent, terwijl in het weekend zelfs sprake was van een toename van 45 procent. Toch wil de VVD geen snelheidsoffers brengen. In plaats daarvan zet ze in op het verbeteren van de doorstroming via slimme verkeerslichten, infrastructurele aanpassingen en digitale monitoring. Daarmee wil de partij files terugdringen zonder de automobilist in te perken.

Het verkiezingsprogramma maakt ook duidelijk dat openbaar vervoer voor de VVD een ondersteunende rol speelt. “Het openbaar vervoer moet een aantrekkelijk alternatief zijn voor de auto, maar geen gedwongen keuze,” staat in de tekst. De partij pleit voor uitbreiding van sprinterverbindingen tussen steden en verdere ontwikkeling van regionale lightrail-netwerken. Daarnaast wil de VVD marktwerking op het spoor bevorderen, zodat reizigers volgens haar kunnen profiteren van betere service en scherpere tarieven.

VVD – Dilan Yeşilgöz-Zegerius

“We schrappen de verplichting voor ondernemers om bij te houden of hun
personeel met de fiets, auto of het openbaar vervoer naar kantoor is gekomen.”

Uit cijfers van het CBS blijkt dat het gebruik van het openbaar vervoer in 2024 toenam met 10 procent voor bus, tram en metro, en met 4,2 procent voor de trein. Toch blijft de VVD bij haar uitgangspunt dat het ov slechts een optie moet zijn, geen verplichting. Ook moet het voor het CBS mogelijk worden om, als de ondernemer daar toestemming voor geeft, voor onderzoeksdoeleinden automatisch relevante gegevens over de onderneming uit te lezen, zodat het minder tijd kost deze informatie aan te leveren.

investeringen

Fietsers kunnen rekenen op investeringen in veiligheid en doorstroming, maar ook hier ligt de nadruk op balans. De partij wil prioriteit geven aan grote fietsverbindingen tussen woonwijken en ov-knooppunten, maar spreekt zich uit tegen maatregelen die de automobilist beperken. Ideologie, zo blijkt, maakt geen deel uit van het fietsbeleid.

Wat betreft elektrisch rijden kiest de VVD voor voortzetting van bestaande stimuleringsmaatregelen, maar zonder dwingende regelgeving. Verkoopverboden op fossiele voertuigen of harde overgangsdeadlines wijst de partij resoluut van de hand. “De overstap naar elektrisch moet aantrekkelijk zijn, geen verplichting,” luidt de tekst. Fiscale voordelen blijven bestaan, en de partij wil de overstap ondersteunen via infrastructuur, zonder automobilisten op kosten te jagen.

reacties

Mobiliteitsorganisaties reageren verdeeld. De ANWB noemt het “verstandig dat de VVD vasthoudt aan de bereikbaarheid van Nederland voor álle vervoerswijzen.” Milieudefensie is daarentegen kritisch en stelt dat de partij “de urgentie van de klimaatcrisis onvoldoende vertaalt naar mobiliteitsbeleid.” De Mobiliteitsalliantie wijst erop dat het aantal auto’s in Nederland blijft groeien en waarschuwt dat zonder structurele investeringen in openbaar vervoer, het hele systeem onder druk komt te staan.