Tag archieven: bezoekers

Amerikanen domineren: Gent grote winnaar van buitenlandse toeristen deze zomer

Vooral de Amerikaanse bezoeker speelt deze zomer echter een opvallende rol. Niet alleen in Brussel, maar ook in Oost-Vlaanderen en specifiek Gent vertegenwoordigen Amerikanen een aanzienlijk deel van de buitenlandse bestedingen.

Amerikaanse toeristen hebben deze zomer nadrukkelijk hun stempel gedrukt op de toeristische bestedingen in Oost-Vlaanderen. Vooral Gent blijkt een bijzonder belangrijke trekpleister voor bezoekers uit de Verenigde Staten. Maar liefst 40 procent van de buitenlandse bestedingen in de stad is afkomstig van Amerikanen. Nederlanders volgen op ruime afstand met een aandeel van 19 procent. Dat blijkt uit een analyse van betaalbedrijf Worldline over de periode van 25 mei tot en met 24 augustus 2026.

Gent steekt binnen de provincie met kop en schouders boven de andere bestemmingen uit. Van iedere euro die buitenlandse bezoekers tijdens de onderzochte zomerperiode in Oost-Vlaanderen uitgaven, belandde bijna 59 procent in Gent. Daarmee neemt de stad alleen al bijna zes op de tien euro voor haar rekening.

Amerikaanse aanwezigheid

De gemiddelde buitenlandse bezoeker rekende in Oost-Vlaanderen per betaling voor 46 euro af. Dat bedrag ligt ongeveer op hetzelfde niveau als het gemiddelde voor heel België. Achter dat provinciale gemiddelde gaan echter opvallend grote verschillen tussen de verschillende Oost-Vlaamse steden en gemeenten schuil.

Na Gent spelen onder meer Oudenaarde, Sint-Niklaas en Aalst een belangrijke rol. De nationaliteit van de bezoekers die er geld uitgeven, verschilt behoorlijk. Oudenaarde kent net als Gent een sterke Amerikaanse aanwezigheid. Amerikanen zijn er verantwoordelijk voor 33 procent van de bestedingen van de belangrijkste buitenlandse groepen. Nederlanders volgen met 27 procent en Britten nemen 14 procent voor hun rekening. Frankrijk vertegenwoordigt er 9 procent.

Ook Aalst trekt relatief veel Amerikaanse bestedingen. Daar bedraagt hun aandeel 28 procent. Oostenrijk valt er eveneens op met 18 procent, terwijl Nederland en het Verenigd Koninkrijk ieder op 12 procent uitkomen.

Sint-Niklaas laat een heel ander patroon zien. Nederlandse bezoekers nemen daar de koppositie over van de Amerikanen. Nederlanders vertegenwoordigen 35 procent van de buitenlandse bestedingen, tegenover 28 procent voor bezoekers uit de Verenigde Staten. Britten zijn goed voor 10 procent en Fransen voor 7 procent.

Amerikaanse toeristen hebben deze zomer een stevige economische voetafdruk achtergelaten in België. Vooral Brussel profiteerde volop van bezoekers uit de Verenigde Staten, terwijl aan de Belgische kust juist de hoogste bedragen per afzonderlijke betaling werden genoteerd. Ook Brugge kon rekenen op een groot deel van de buitenlandse bestedingen. Limburg laat ondertussen een heel ander beeld zien: daar zijn het vooral Nederlanders die de portefeuille trekken.

Nog duidelijker wordt de Nederlandse invloed dichter bij de grens. In Zelzate komt 55 procent van de onderzochte buitenlandse bestedingen van Nederlanders. Amerikanen zijn er goed voor 21 procent, Britten voor 10 procent en Polen voor 6 procent. Een vergelijkbaar beeld is zichtbaar in Maldegem. Nederlanders vertegenwoordigen daar 53 procent, terwijl Amerikanen een aandeel van 22 procent hebben. Zowel Britten als Polen zijn er goed voor 8 procent.

Opvallend genoeg is Gent niet de plaats waar buitenlandse bezoekers gemiddeld het hoogste bedrag per transactie uitgeven. Die eer gaat naar Oudenaarde. Buitenlandse toeristen rekenen daar gemiddeld 74 euro per betaling af. Ook Eeklo scoort met gemiddeld 68 euro hoog, gevolgd door Aalst met 62 euro.

Foto: © Pitane Blue – Gent Korenlei

Ook wanneer naar heel Oost-Vlaanderen wordt gekeken, zijn bezoekers uit de Verenigde Staten de belangrijkste buitenlandse groep. Amerikanen zijn goed voor 34,8 procent van de buitenlandse bestedingen. Nederlanders staan met 25,1 procent op de tweede plaats, terwijl bezoekers uit het Verenigd Koninkrijk met 10,7 procent de derde positie innemen. Daarachter volgen Frankrijk met 7,4 procent, Duitsland met 6,4 procent, Oostenrijk met 6,1 procent en Polen met 5,5 procent. Ierland vertegenwoordigt 2,7 procent van de bestedingen en Luxemburg 1,4 procent.

Gent zit met gemiddeld 43 euro per betaling juist onder het Oost-Vlaamse gemiddelde van 46 euro. De stad combineert dus een groot aantal buitenlandse betalingen met relatief kleinere bedragen per afzonderlijke transactie. Het enorme aandeel van Gent in de totale buitenlandse bestedingen wordt daarmee vooral gedragen door de hoeveelheid betalingen.

Bij de cijfers past wel een belangrijke kanttekening. De analyse van Worldline is gebaseerd op betalingen met buitenlandse bankkaarten bij fysieke betaalterminals van Oost-Vlaamse handelaars die gebruikmaken van het netwerk van het betaalbedrijf. Worldline is weliswaar marktleider in België, maar verwerkt niet de betalingen van alle handelaars. De resultaten vormen daardoor geen volledig overzicht van alle toeristische uitgaven in Oost-Vlaanderen, maar geven volgens de gebruikte betaalgegevens wel een indicatie van waar buitenlandse bezoekers hun geld besteden.

Bron: Worldline

Parkeervergunningen in Eindhoven: tweede auto voor de deur wordt een stuk duurder

Goedkoopste vergunning kost 56,64 euro per jaar, duurste variant ruim 2.200 euro.

Wie zijn auto voor de deur wil parkeren in Eindhoven, kan daar flink verschillende bedragen voor kwijt zijn. De kosten van een parkeervergunning hangen sterk af van de plek waar iemand woont, het soort parkeergebied en de vraag of het om een eerste of tweede auto gaat. Waar de goedkoopste bewonersvergunning nog geen vijf euro per maand kost, kan het bedrag voor andere vergunningen oplopen tot ruim 2.200 euro per jaar.

Bewoners van een schilwijk of een ander gebied met betaald parkeren buiten het centrum zijn voor hun eerste bewonersvergunning het voordeligst uit. Sinds 1 januari 2026 bedraagt het tarief daar 4,72 euro per maand. Op jaarbasis komt dat neer op 56,64 euro. Wie op hetzelfde woonadres een vergunning voor een tweede auto nodig heeft, moet aanzienlijk dieper in de buidel tasten. De tweede bewonersvergunning kost 12,56 euro per maand en daarmee 150,72 euro per jaar.

vergunninghouders

In het centrum van Eindhoven liggen de bedragen een stuk hoger. Een eerste bewonersvergunning kost daar 11,79 euro per maand, wat neerkomt op 141,48 euro per jaar. Voor een tweede vergunning stijgen de kosten naar 24,71 euro per maand. Wie die vergunning een volledig jaar nodig heeft, betaalt 296,52 euro. De gemeente noemt binnen deze categorie specifiek de centrumgebieden Stratumsedijk en Don Boscostraat.

Nog duurder kan parkeren worden voor Eindhovenaren die in een zogenoemd E9-gebied wonen. Dit zijn gebieden waar parkeerplaatsen zijn voorbehouden aan vergunninghouders. Ook binnen deze categorie maakt de gemeente onderscheid tussen het centrum en andere delen van de stad. Wie in een schilwijk of restgebied met een E9-regime woont, betaalt voor de eerste bewonersvergunning 11,79 euro per maand. Dat is 141,48 euro per jaar. Voor een tweede auto bedraagt het tarief 15,16 euro per maand, waardoor de jaarlijkse rekening uitkomt op 181,92 euro.

De hoogste tarieven voor reguliere bewonersvergunningen gelden in E9-gebieden in het centrum. Daar kost de eerste vergunning 19,10 euro per maand, oftewel 229,20 euro per jaar. Voor een tweede bewonersvergunning wordt 30,33 euro per maand gerekend. Op jaarbasis betekent dat een bedrag van 363,96 euro. Het verschil met de goedkoopste eerste bewonersvergunning buiten het centrum is daarmee aanzienlijk.

Ook ondernemers krijgen met verschillende tarieven te maken. Een bedrijfsvergunning voor een E9-gebied kost in 2026 37,06 euro per maand. Wie deze vergunning het hele jaar gebruikt, betaalt 444,72 euro. Voor bedrijven in een regulier gebied met betaald parkeren ligt het tarief op 30,33 euro per maand en 363,96 euro per jaar. Hulpverleners vallen onder een afzonderlijk tarief van 9,43 euro per maand, wat op jaarbasis 113,16 euro betekent.

Een E9-gebied is een parkeergebied waar een parkeerverbodzone volgens verkeersbord E9 geldt. Het E9-bord betekent dat parkeerplaatsen in het betreffende gebied in principe zijn bedoeld voor vergunninghouders. Voor Eindhoven betekent dit dat je in zo’n gebied niet zomaar op straat kunt parkeren. Je hebt op de plaatsen waar het E9-regime geldt doorgaans een geldige parkeervergunning nodig die bij dat gebied hoort.

Foto: © Pitane Blue – dronebeeld Eindhoven

Welke vergunning iemand precies kan krijgen, wordt uiteindelijk bepaald door het adres en het parkeergebied. Inwoners kunnen via het P-loket van de gemeente Eindhoven met DigiD bekijken welke parkeerproducten voor hun adres beschikbaar zijn. De genoemde tarieven gelden volgens de gemeente sinds 1 januari 2026.

Een heel andere prijsklasse geldt voor mensen die vrijwel dagelijks in een betaaldparkeergebied moeten zijn, bijvoorbeeld vanwege hun werk. In bepaalde gebieden kan daarvoor een 7-daagse parkeervergunning beschikbaar zijn. In het centrum kost zo’n vergunning maar liefst 185,30 euro per maand. Wie twaalf maanden betaalt, komt uit op 2.223,60 euro per jaar. Buiten het centrum, maar binnen de ring in het schilgebied, bedraagt het tarief voor een 7-daagse vergunning 86,47 euro per maand. Dat is 1.037,64 euro per jaar. Zo’n vergunning is overigens niet op iedere locatie beschikbaar.

bezoekersregeling

Bewoners die bezoek ontvangen, kunnen gebruikmaken van een voordeligere bezoekersregeling. In gebieden met betaald parkeren kan bezoek voor 0,20 euro per uur worden aangemeld. Per huishouden kunnen maximaal 200 parkeeruren per kwartaal worden gebruikt. Wie het volledige tegoed van 200 uur benut, is daarmee 40 euro per kwartaal kwijt.

Een betaling alleen is niet voldoende om daadwerkelijk voor een parkeervergunning in aanmerking te komen. Het woon- of bedrijfsadres moet in principe binnen een betaaldparkeergebied of E9-gebied liggen. Daarnaast mag het adres niet voorkomen op de gemeentelijke Adressenlijst uitsluiting parkeervergunningen, de zogenoemde AUP. Per zelfstandig woonadres kunnen maximaal twee bewonersvergunningen worden aangevraagd.

parkeeroverlast

Betaald parkeren speelt bovendien een steeds grotere rol in Eindhoven. Sinds medio 2025 geldt het systeem volgens de gemeente in alle buurten binnen de ring. Met die maatregel wil Eindhoven parkeeroverlast voor bewoners en ondernemers beperken. De verschillen in de portemonnee zijn ondertussen fors. Een bewoner kan voor een eerste vergunning buiten het centrum slechts 56,64 euro per jaar betalen, terwijl een tweede vergunning in een E9-gebied in het centrum 363,96 euro per jaar kost. Wie vanwege werk of een andere reden is aangewezen op een 7-daagse vergunning in het centrum, ziet de rekening zelfs oplopen tot 2.223,60 euro per jaar.

Parkeerkosten bij beurzen: bezoekers woest over bizarre parkeertarieven

Steeds meer mensen trekken de vergelijking met een dagje pretpark, en dan niet vanwege het vermaak, maar door de kosten.

Jaarbeurs in Utrecht vraagt maar liefst  €31 voor een dagje parkeren. Bezoekers van de vakbeurs Zorg & ICT konden hun ogen nauwelijks geloven toen ze hun parkeerkaart afgerekend zagen worden. En het is geen incident: op steeds meer plekken rijzen de parkeerkosten tijdens beurzen en events de pan uit. Beursorganisatoren, standhouders én bezoekers vragen zich af: wie verdient hier eigenlijk aan?

Het begint al bij binnenkomst: een strook asfalt, een slagboom, en een prijskaartje dat bij sommigen letterlijk de wenkbrauwen doet fronsen. Want wie drie dagen een beurs bezoekt bij de Jaarbeurs, tikt rustig €93 af alleen al voor parkeren. Met zo’n 3.100 parkeerplaatsen en meerdere dagen achter elkaar, loopt dat bedrag voor de organisatie richting een slordige drie ton aan inkomsten. “Is dit nog uit te leggen?” vroeg een verbaasde bezoeker zich hardop af op sociale media.

dagtarief

Een blik op andere locaties laat zien dat de tarieven flink uiteenlopen. De RAI in Amsterdam spant de kroon met een dagtarief van €35, hoewel via de parkeerwebshop vooraf reserveren je dat €29 kost. Bij Rotterdam Ahoy betaal je €19,50 voor een dagkaart, het MECC in Maastricht houdt het op €12, en in Gorinchem kost een dag parkeren slechts €10. Expo Houten doet er geen schepje bovenop want daar parkeer je gewoon helemaal gratis.

En dus klinkt steeds luider de vraag: hoe kunnen de verschillen zó groot zijn? Zeker nu de meeste parkeerterreinen in handen zijn van de locaties zelf, lijkt het voor sommigen een extra verdienmodel geworden. Organisaties als Jaarbeurs wijzen op kosten voor onderhoud, beveiliging en het aanleggen van laadstations, maar of dat voldoende verklaring biedt voor de hoogte van het tarief, blijft onduidelijk.

Foto: © Pitane Blue – horecastand

Alsof de torenhoge parkeertarieven bij de beurslocaties nog niet genoeg waren, krijgen bezoekers op de beursvloer nog een tweede rekening gepresenteerd. En die komt van de horeca. Een simpele lunch, een kop koffie of zelfs een flesje water – alles is stevig aan de prijs.

Voor veel bezoekers voelt het in elk geval niet eerlijk. “Ik snap dat alles duurder wordt, maar dit gaat nergens meer over,” zegt een vaste beursbezoeker die liever anoniem blijft. “Het lijkt alsof ze het aantrekkelijk willen maken om vooral niét met de auto te komen.” En dat is precies wat de Jaarbeurs ook zegt: het terrein ligt pal naast station Utrecht Centraal, en men moedigt aan om het openbaar vervoer te gebruiken. 

Maar voor exposanten en leveranciers die zware spullen moeten meeslepen of vroeg moeten opbouwen, is dat lang niet altijd een optie. “Wij kunnen niet met vijf rollende koffers in de trein,” zegt een standbouwer. “En dan moeten we ook nog eens extra personeel meenemen om op tijd op te bouwen, omdat je met dat verkeer geen risico kunt nemen.”

Standhouders voelen de gevolgen ook. Waar ze vroeger klanten of potentiële relaties nog een lunch konden aanbieden als onderdeel van de gastvrijheid op de stand, is dat nu een kostbare aangelegenheid geworden. “Ik geef m’n team liever een kilometervergoeding dan lunchgeld,” grapte een marketingmanager van een medisch bedrijf na afloop van de Zorg & ICT beurs. “Het is gewoon niet meer te doen.”

De maat is vol voor standbouwers en leveranciers die tijdens de opbouwdagen van grote beurzen hun werk willen doen. Terwijl bezoekers al schrikken van de torenhoge parkeerkosten, krijgen de mensen achter de schermen pas echt te maken met bizarre tarieven. Tijdens recente beursopbouwdagen bij de Jaarbeurs Utrecht moest voor het parkeren van een bakwagen maar liefst €86 per dag worden neergeteld. En het gaat hier niet om een parkeerplek met gouden stenen, maar gewoon om een strook asfalt bij de hal.

standbouwers

Het wordt nog absurder: wie slechts één uur wil parkeren met een bakwagen om materiaal af te leveren, betaalt exact hetzelfde tarief. Of je nu acht uur of acht minuten blijft staan, de kassa rinkelt onverbiddelijk: €86,—. Standbouwers noemen het “buiten proportie” en “volstrekt onwerkbaar”. Eén van hen zegt: “We bouwen een complete stand op van duizenden euro’s en dan worden we op deze manier afgestraft alsof we het terrein misbruiken.”

De irritatie groeit met de dag. Niet alleen vanwege het bedrag, maar vooral omdat er geen sprake lijkt van maatwerk of flexibiliteit. “Voor die €86 krijg je niets extra’s. Geen beveiliging, geen service, geen begeleid parkeren. Je staat er gewoon. En dan mag je blij zijn dat je plek hebt.”

Foto: © Pitane Blue – tarief

Tijdens de opbouwdagen van beurzen zijn er honderden busjes, vrachtwagens en bakwagens nodig om stands op te leveren, producten af te leveren en de techniek aan te sluiten. De tijdsdruk is vaak hoog, het aantal laad- en losplekken beperkt, en elke minuut telt. Maar het systeem laat geen ruimte voor praktische oplossingen of betaalbare alternatieven.

korting

Alsof de woekerprijzen voor bezoekers en leveranciers nog niet genoeg waren, blijkt nu dat ook op- en afbouwpersoneel flink moet betalen om zijn werk te mogen doen. Mensen die vaak letterlijk vóór dag en dauw op de beursvloer staan om stands te bouwen of tot laat ’s avonds blijven om alles weer af te breken, worden niet uitgezonderd van de parkeerregels. Sterker nog: ook zij moeten gewoon een parkeerkaart kopen, zelfs als ze alleen maar een paar uur komen sjouwen.

Een volle dag opbouwen of afbouwen? Dat kost je standaard €31,—. Althans, tenzij je weet dat er een validatiekorting bestaat. Want wie zijn parkeerkaart laat “valideren” bij een speciaal loket of balie, krijgt de helft terug en betaalt dus alsnog €15,50 voor een dag werken op een beurslocatie als de Jaarbeurs in Utrecht.

Die korting wordt overigens niet actief gecommuniceerd. Veel opbouwers horen het pas via-via of na hun eerste dag werken, wanneer ze verbaasd vragen waarom een parkeerkaart hen zoveel kostte. “Je moet het dus maar net weten, en dan nog sta je flink in de min,” vertelt een standopbouwer die het systeem inmiddels uit zijn hoofd kent. “Wij zijn er vóórdat de koffieautomaten het doen, en vertrekken vaak als de lampen al uit zijn. Maar korting? Alleen als je het zélf aanvraagt.”

Evenementen in de taxibranche kampen met uitdagingen

Toonaangevende bedrijven en organisaties schitterden door afwezigheid op Taxi Expo.

Onlangs was Utrecht het toneel voor de jaarlijkse Taxi Expo, een evenement dat normaal gesproken bruist van activiteit en innovatie in de taxibranche. Met slechts, naar eigen schrijven van de organisatie 1000 bezoekers, in schril contrast met de succesvolle jaren van weleer, weerspiegelde de beurs een dieperliggende trend in de sector. Na de succesvolle jaren, waarin de vakbeurs gespreid over verschillende dagen om de bezoekersaantallen aan te kunnen, sijpelt nu stilaan het besef door dat de huidige bezoekersaantallen wellicht het nieuwe normaal is geworden. 

Het is ironisch dat de organisatoren, in wat lijkt op een “wij van wc-eend”-mentaliteit, het evenement nog steeds als een groot succes beschouwen. Deze zelffelicitatie staat in schril contrast met de realiteit van een beursvloer. De afwezigheid van toonaangevende bedrijven en organisaties op de beursvloer roept vragen op dit jaar. Of bedrijven voeren kosten-batenanalyses uit en concluderen dat deelname aan bepaalde beurzen of exposities niet rendabel is, of vanwege hoge deelnamekosten en een beperkt verwacht rendement op investering, haakt men af.

verschuivingen

Als de markt verschuift en de vraag naar bepaalde producten of diensten verandert, kunnen bedrijven besluiten dat deelnemen aan specifieke beurzen minder relevant is voor hun huidige strategieën of doelmarkten. Met de opkomst van digitale marketing en online platforms, kiezen sommige bedrijven ervoor om hun middelen te verschuiven van fysieke evenementen naar digitale marketinginitiatieven die breder en gerichter bereik kunnen hebben.

In sommige gevallen kunnen bedrijven het gevoel hebben dat de markt verzadigd is of dat de concurrentie op bepaalde evenementen te groot is, wat het moeilijker maakt om zich te onderscheiden en waarde te halen uit hun deelname. Daarnaast kunnen bedrijven hun strategische focus verleggen, waardoor deelname aan bepaalde beurzen minder prioriteit krijgt omdat ze hun belangrijkste klanten of partners op andere manieren effectiever kunnen bereiken, zoals via kleinere, meer gerichte bijeenkomsten of individuele zakelijke ontmoetingen.

Voor sommige bedrijven kunnen logistieke uitdagingen, zoals het transport van apparatuur of de beschikbaarheid van personeel, een belemmering vormen voor deelname. In het licht van toenemende zorgen over klimaatverandering en duurzaamheid, kunnen sommige bedrijven hun deelname aan beurzen beperken als onderdeel van hun inspanningen om hun ecologische voetafdruk te verminderen.

Als bedrijven in het verleden niet de gewenste resultaten of feedback hebben ontvangen van deelname aan bepaalde evenementen, kunnen ze besluiten om hun deelname in de toekomst te heroverwegen.

De wereld van beurzen en exposities ondergaat in 2023 een opvallende verandering. Terwijl congressen hun relevantie behouden als centra voor innovatie en netwerken, worstelen vakbeurzen met het behouden van hun vroegere glans.

In 2023 tekent zich een opmerkelijke trend af in de wereld van beurzen en exposities. Vakbeurzen lijken in aantallen een krachtig herstel te ervaren, terwijl bezoekersaantallen nog steeds worstelen om hun voormalige glorie te hervinden. Terwijl congressen hun waarde blijven bewijzen als centra voor innovatie, netwerken en zakelijke transacties, moeten vakbeurzen mogelijk hun focus en aanbod heroverwegen om aantrekkelijk te blijven voor een veranderend publiek.

Deze scheiding in herstelpatronen tussen vak- en publieksbeurzen werpt belangrijke vragen op over de toekomst van de beurssector. Vakbeurzen, die zich richten op specifieke industrieën en professionele netwerken, lijken beter gepositioneerd om de uitdagingen van de moderne tijd het hoofd te bieden. Daarentegen moeten publieksbeurzen, die meer afhankelijk zijn van grote aantallen bezoekers en vaak een breder scala aan onderwerpen en attracties bieden, nieuwe manieren vinden om relevant te blijven.

geschiedenis

De geschiedenis van de Taxi Expo is een verhaal van aanpassing en groei. In 2014 kwam een grote verandering voor de Taxi Expo toen ProMedia Group, uitgever van toonaangevende online vakbladen, de beurs overnam van Amsterdam RAI. Deze overname was een belangrijk moment, daar Amsterdam RAI samen met partners KNV Taxi en Challans & Faber/Magazine Personenvervoer tot dan toe de drijvende krachten achter het evenement waren. De taxibranche, die altijd actief en betrokken is geweest bij het evenement, liet zich door de jaren heen altijd van zijn beste kant zien met een beursoppervlakte van ruim 2000 m² in de RAI. 

Het was ooit het evenement waar iedereen naar uit keek. Na de start in Amsterdam verhuisde de beurs in 2015 naar Houten, een beweging die wellicht geïnspireerd was door de zoektocht naar een meer centrale en toegankelijke locatie voor deelnemers uit heel Nederland. Sinds dit jaar heeft de beurs zijn thuishaven gevonden in Utrecht, wat de toegankelijkheid en het bereik van het evenement nog verder vergroot. De organisatoren van de beurs doen hun best.

strategie

In een poging om de dalende interesse te keren, bundelden ze dit jaar hun krachten met die van andere vakbeurzen zoals Fleet Expo en Tankstation Vakbeurs. Ondanks deze inspanningen en een gecombineerde marketingstrategie, bleef het beoogde succes opnieuw uit voor de standhouders. De beurs, ooit een bruisend centrum van netwerken en innovatie, lijkt nu meer op een stille getuige van de problemen waarmee de branche en ondernemers mee worstelen. De vierkante meters beursoppervlakte kan je dan alleen nog vullen met wagens. De wereld van beurzen, congressen en exposities ondergaat een opvallende verandering.

De Efteling vandaag open, geen volle parkeerplaatsen.

[responsivevoice_button voice=”Dutch Female” buttontext=”lees voor”]

We hebben er lang op moeten wachten maar vandaag is het dan zover, pretpark de Efteling opent haar deuren weer. Sinds 14 maart is de Efteling gesloten vanwege de gevolgen van de coronacrisis. Het park laat volgens de nieuwsberichten een derde van de normale capaciteit aan bezoekers binnen. Bezoekers moeten van tevoren verplicht reserveren, anders kom je niet binnen. Dit doen ze om het overzicht te bewaren en de veiligheid van de bezoekers te waarborgen.

Afgelopen maandag stonden er 24.000 mensen in de online reserveringswachtrij voor een kaartje. Het pretpark heeft allerlei maatregelen getroffen om bezoek aan hen veilig te laten verlopen voor iedereen. In het pretpark gelden de Nederlandse richtlijnen van het RIVM. En er worden maatregelen uitgevoerd uit het branche protocol van de Club van Elf en de Nederlandse Vereniging van Dierentuinen: ‘Veilig Samen Uit’.

De Efteling is 140 voetbal velden groot dus bezoekers moeten de 1,5 meter afstand tot elkaar goed kunnen bewaren. Door het hele park zijn aanpassingen gedaan, er zijn desinfectiepalen geplaats. Ook zijn er speciale looprichtingen en wachtvakken aangegeven in het park en in de winkels en uitgiftepunten. Contactpunten worden vaker schoongemaakt en bezoekers worden gevraagd om regelmatig handen te wassen en te desinfecteren. Hierdoor zijn mondkapjes of plastic handschoenen niet noodzakelijk voor bezoekers. Het personeel gebruikt alleen mondkapjes en andere beschermende middelen als er door bepaalde situaties geen 1,5 meter afstand bewaard kan worden.

De horecagelegenheden op het park zijn alleen geopend voor take-away en de tafels op de terrassen staan 3 meter uit elkaar. De Efteling vraagt aan bezoekers om alleen te komen naar het park of met je huishouden (groep mensen die op hetzelfde adres woont) met een maximum van 8 personen. Overal in het park lopen medewerkers die speciaal zijn getraind om toezicht te houden op de speciale corona maatregelen. Bezoekers die met de auto komen moeten op aanwijzing van de medewerkers hun auto parkeren, op deze manier worden bezoekers verspreid over het terrein.

Lees ook: Scholen verantwoordelijk voor regelen speciaal vervoer

Het sprookjes bos




Kortrijk en Proximus nemen het niet zo nauw met privacy

De West-Vlaamse stad Kortrijk en de telecom operator Proximus nemen het momenteel niet zo nauw met de persoonlijke gegevens die bezoekers binnen deze stad achterlaten. De stad meet sinds enkele maanden wie er naar stad komt en wat die bezoekers doen. Het stadsbestuur doet dat op basis van cijfers van Proximus, dat zich baseert op de gsm’s die zich op een bepaald moment in de binnenstad bevinden.

Verdienmodel voor ondoorzichtige verkoop van gegevens

Jaarlijks betaalt de stad Kortrijk 40.000 euro aavoor de info. Grote leverancier van deze privacy gevoelige informatie is Proximus die de verkoop van de gegevens als doordacht verdienmodel ziet. Kortrijk is het eerste ‘bekende’ voorbeeld van deze werkwijze maar slechts het begin van ‘ondoorzichtige’ verkoop van gegevens.  Hoewel men beweerd dat het anonieme gegevens zijn liet de schepen zich ontvallen dat de koppeling met data van Visa- en/of Bancontactgebruik een schat aan informatie geeft.

Arne Vandendriessche, schepen van Economie, licht toe dat Kortrijk onder bezoekers verstaat niemand die hier studeert, werkt of woont, maar enkel de mensen die hier komen om te shoppen of om iets te beleven.

Proximus, Visa en Bancontact leveren waardevolle gegevens

“Wanneer we de gegevens combineren met data van het Visa- en/of Bancontactgebruik, weten we waar het geld wordt besteed en waarom mensen naar onze stad komen. Of welk evenement de bezoekers naar hier heeft gelokt”, zegt schepen Vandendriessche. 

Het Kortrijkse stadsbestuur koopt datarapporten aan bij Proximus. De grote gsm-operator houdt voortdurend bij hoeveel Proximus-klanten zich op welk moment in een bepaald gebied van de Kortrijkse binnenstad bevinden.

Autoriteit neemt haar verantwoordelijkheid in dit dossier nie

Naar aanleiding van haar standpunt over het aanbieden door Proximus van rapporten op basis van anonieme locatiegegevens van hun eindgebruikers, haalde Matthias Dobbelaere eerder hard uit naar de Autoriteit. Hij liet verstaan dat de Autoriteit haar verantwoordelijkheid in dit dossier niet neemt, gezien ze “niet gehinderd door enige technische kennis op enkele uren tijd kan beslissen dat dit geen inbreuk uitmaakt op de Privacywetgeving”. 

Deze kritiek is niet alleen feitelijk ongefundeerd, ook juridisch wordt de bal volledig misgeslagen. In 2016 werd reeds een gesprek tussen de Autoriteit met Proximus over de plannen die het had om commercieel rapportages op maat aan te bieden gevoerd. Inhoudelijk was het standpunt, dat tijdens bedoeld gesprek aan Proximus werd gecommuniceerd, helder en juridisch correct. 

Artikel 123 van de Wet Elektronische Communicatie laat operatoren van mobiele netwerken (Proximus of andere) o.m. toe om locatiegegevens die betrekking hebben op een abonnee of een eindgebruiker te verwerken wanneer de betreffende locatiegegevens anoniem zijn gemaakt.

Individuele locatiegegevens door de Autoriteit niet aanvaard

Wellicht kunnen we van mening verschillen over de grens waar de privacy regels worden overschreden. Het heeft een poos geduurd vooraleer de eerste meting kon worden uitgevoerd, want de Privacycommissie heeft met argusogen naar het project gekeken.

Als Autoriteit denken we dus meer dan voorzichtig te zijn geweest, op basis van een gedegen technisch inzicht in de voorgenomen verwerkingen. Daarbij werd niet enkel gekeken naar de letter van de wet.

Bovendien werd als voorwaarde voor het opstellen van mobiliteitspatronen op basis van de aldus geanonimiseerde big data-sets gesteld dat als stamgegeven voor het identificeren van zulke patronen slechts kon worden gewerkt met voldoende geaggregeerde gegevens. Het werken met individuele locatiegegevens, zelfs indien ontdaan van elk klantgegeven en de technische identiteit, werd veiligheidshalve door de Autoriteit dus niet aanvaard.

“De telecomwetgeving laat ons ook toe om geanonimiseerde data te gaan verwerken en op die manier te gebruiken. Op dat moment zijn het niet langer persoonsgegevens.”, zegt woordvoerder Fabrice Gansbeke.

Proximus engageerde zich om slechts te rapporteren over gegroepeerde locatiegegevens van minstens 30 mobiele eindgebruikers. Bij de uiteindelijke rapportage vindt bovendien nog een extrapolatie plaats op basis van o.m. het marktaandeel van Proximus t.a.v. dat van andere operatoren.

Verwarring en tegenspraak over ‘opt-out’ regeling

Volgens schepen Vandendriessche kan je ook weigeren dat je data verzameld worden, via een zogenoemde “opt-out”, een mogelijkheid om je uit te schrijven. Wat de wijze is om je uit te schrijven heeft de stad Kortrijk niet duidelijk toegelicht. 

Ook op de website van Proximus kan je je niet uitschrijven omdat dat niet nodig is. Toch zegt  Gansbeke dat het bedrijf aan het bekijken is hoe zo’n opt-outregeling er kan komen. Volgens Vandendriessche kan je dit opzoeken via de website van de Gegevensbeschermingsautoriteit, maar daar is niets over een opt-out te vinden. De Gegevensbeschermingsautoriteit is een onafhankelijk orgaan dat erop toeziet dat uw persoonsgegevens volgend de wet worden verwerkt.

Lees ook: Anonieme OV-chipkaart is niet anoniem

GSM 5G antenne