Tag archieven: buschauffeurs

Kritiek op besparingen: experts wijzen op verspilling door lege ritten en wachttijden

Vooruit ziet oplossing in slimmere planning en minder lege kilometers.

De inefficiënte inzet van chauffeurs bij De Lijn zorgt voor een opvallend groot aantal lege busritten. Volgens berichtgeving van Gazet van Antwerpen gaat slechts zestig procent van de rijtijd van chauffeurs effectief naar het vervoeren van passagiers. De resterende veertig procent wordt besteed aan het rijden zonder reizigers of aan wachttijd. Dat leidt tot groeiende kritiek, zeker nu de vervoersmaatschappij tegelijk ingrijpende besparingen doorvoert.

De discussie laait extra op nu De Lijn vanaf 1 juli een grondige hervorming van haar aanbod doorvoert. Ongeveer een derde van alle lijnen in Vlaanderen wordt aangepast, terwijl meer dan veertig lijnen volledig verdwijnen. In de vervoerregio Antwerpen alleen al worden op 23 lijnen ritten geschrapt, trajecten gewijzigd of verbindingen volledig opgeheven. Die ingrepen zijn het gevolg van besparingen die door de Vlaamse regering zijn opgelegd.

afgekeurd

Lokale besturen reageren scherp op die plannen. Vrijwel alle vervoerregioraden, waarin steden en gemeenten vertegenwoordigd zijn, hebben het nieuwe netwerk en de bijhorende besparingen afgekeurd. Toch lijkt de invoering van de maatregelen op 1 juli onafwendbaar. De Lijn geeft wel aan open te staan voor bijsturingen en suggesties, maar dat verandert voorlopig niets aan de geplande hervorming.

Intussen schuift Vooruit Antwerpen een alternatief naar voren. De partij stelt dat een slimmere en efficiëntere planning de afbouw van het aanbod grotendeels kan voorkomen. Volgens hun analyse gaat momenteel slechts zestig procent van de rijtijd naar effectief reizigersvervoer, terwijl chauffeurs de rest van hun tijd besteden aan het verplaatsen van lege bussen of wachten op hun volgende rit.

Dat vertaalt zich in herkenbare situaties voor reizigers. Zo kan een chauffeur bijvoorbeeld vertrekken vanuit de stelplaats in Turnhout met een lege bus richting Antwerpen, om pas op de Franklin Rooseveltplaats passagiers op te pikken voor de terugrit naar Turnhout. Vooral op streeklijnen komt die inefficiëntie vaak voor. Het verklaart ook waarom reizigers regelmatig geconfronteerd worden met bussen die het bericht “Geen Dienst. Mijn collega pikt je op” tonen.

Foto: © Pitane Blue – De Lijn

De komende dagen wordt het debat verdergezet binnen de vervoerregioraad van Antwerpen, waar een alternatief netwerkplan op tafel ligt. Of dat nog tot concrete aanpassingen zal leiden vóór de invoering van de nieuwe dienstregeling, blijft onzeker. Wat wel duidelijk is, is dat de discussie over efficiëntie en besparingen bij De Lijn nog lang niet is uitgewoed.

Zander Vliegen van Vooruit, lid van de Antwerpse vervoerregioraad en districtsburgemeester van Berendrecht-Zandvliet-Lillo, wijst op de mogelijke winst. “In andere landen zijn chauffeurs slechts 20 procent van hun tijd daarmee bezig”, zegt hij. “Deze analyse suggereert dat er ruimte is voor efficiëntiewinsten in de operationele planning. Wat zich kan vertalen in betere besteding of besparing van middelen zonder al te veel impact op de reiziger. Bij een efficiëntieverhoging van nog maar een tiende, van 60 naar 66 procent, is er al geen sprake meer van een afbouw van de dienstverlening.”

optimalisatie

Volgens Vooruit kan een relatief beperkte optimalisatie dus al een groot verschil maken. Minder lege kilometers zouden niet alleen kosten besparen, maar ook de noodzaak verminderen om lijnen te schrappen of frequenties te verlagen. Daarmee raakt de discussie aan een bredere vraag: ligt het probleem vooral bij het budget, of bij de manier waarop het beschikbare geld wordt ingezet?

Ook vanuit reizigershoek klinkt herkenning. Peter Meukens, voorzitter van reizigersorganisatie TreinTramBus, bevestigt de analyse. Hij merkt naar eigen zeggen geregeld onlogische planningen op, vooral in het streekvervoer. Die inefficiënties voeden de frustratie bij reizigers, die enerzijds geconfronteerd worden met besparingen en anderzijds lege bussen zien voorbijrijden.

Buschauffeurs leven in angst: dagelijkse aanvallen op De Lijn

Geweld tegen buschauffeurs blijft toenemen in Vlaanderen en de incidenten stapelen zich in sneltempo op.

Op de lijn tussen Gent-Sint-Pieters en de Blaarmeersen liep het voor een vrouwelijke chauffeur volledig uit de hand nadat ze drie jongeren aansprak op hun storend gedrag. Het groepje drukte herhaaldelijk op de stopknop, hoewel ze helemaal niet van plan waren uit te stappen. Toen de chauffeur hen hierover aansprak, sloeg de sfeer om. De vrouw werd bespuwd, fysiek aangevallen en bij het verlaten van de bus vernielden de jongeren ook nog een ruitenwisser. Lichamelijk hield de chauffeur niets over aan het incident, maar de mentale schade is groot en ze is diep geschokt door de manier waarop de situatie escaleerde.

gewelddadig

Slechts enkele dagen later volgde een tweede gewelddadig incident in het centrum van Oudenaarde. Dit keer raakte een buschauffeur in conflict met een autobestuurder toen hij, zoals de verkeersregels voorschrijven, zijn voorrang nam bij het wegrijden van de halte. De autobestuurder kon dat niet verkroppen, volgde de bus tot bij de volgende stop en stapte daar woedend op. Voor de ogen van passagiers ging hij de chauffeur te lijf. De klappen waren zo hevig dat de buschauffeur achterbleef met een gebroken neus.

Vakbond BTB-ABVV luidt de alarmbel en benadrukt dat dit geen geïsoleerde feiten zijn. “Dit is slechts het topje van de ijsberg,” stelt de vakbond. Volgens hun cijfers werden in 2024 gemiddeld zes agressie-incidenten per dag gemeld tegen buschauffeurs in Vlaanderen. De vormen van agressie variëren van grove scheldpartijen en bedreigingen tot rake klappen. In sommige gevallen werd er zelfs vuurwerk afgestoken in een rijdende bus, met levensgevaarlijke situaties tot gevolg.

Foto: © De Lijn – Controleur en reiziger

De situatie op de bussen wordt door velen omschreven als onhoudbaar. Chauffeurs voelen zich steeds minder veilig tijdens hun werk en spreken van een groeiend klimaat van disrespect en agressie tegenover hen. De recente incidenten zijn volgens de vakbond slechts voorbeelden van wat zich dagelijks afspeelt. Er wordt al langer aangedrongen op strengere maatregelen om de veiligheid van het personeel te garanderen, maar volgens BTB-ABVV blijven concrete oplossingen voorlopig uit.

vijandigheid

De chauffeurs van De Lijn moeten niet alleen omgaan met een grote verantwoordelijkheid voor hun passagiers en het verkeer, maar krijgen er steeds vaker vijandigheid en geweld bovenop. De mentale tol van deze aanvallen is groot. De vakbond wijst erop dat sommige chauffeurs het werk niet langer zien zitten en kampen met angstgevoelens en stress. Het vooruitzicht dat elk ritje kan omslaan in een gewelddadige confrontatie maakt de job steeds minder aantrekkelijk.

De oproep van BTB-ABVV aan de bevoegde instanties is duidelijk: er moeten harde maatregelen volgen om het personeel beter te beschermen. Extra bewaking, strengere controles en een kordate aanpak van daders worden naar voren geschoven als mogelijke stappen. Tot er daadwerkelijk actie wordt ondernomen, vrezen de chauffeurs dat het geweld alleen maar verder zal toenemen en dat het vertrouwen in hun veiligheid volledig zal wegvallen.

Rie moa mee: The Celebration team zingt buschauffeurs in de kijker

The Celebration Team heeft met “Rie moa mee” een verrassend muzikale ode gecomponeerd voor de vaak onbekende helden van het Europese wegvervoer: de buschauffeurs.

In dit lied verweeft de groep herkenbare buslijnen en vervoerders met landelijke accenten en poëtische beelden, waardoor een warme en mensgerichte ballade ontstaat die tegelijkertijd een reis langs Europa’s wegen uitstippelt.

Met een vrolijke melodie en een refrein dat uitnodigt tot meezingen, neemt “Rie moa mee” luisteraars mee op een imaginaire busreis langs knooppunten als National Express, Ouibus, BlaBlaBus, Sindbad, PolskiBus en DB Fernverkehr. Maar de band beperkt zich niet tot grote namen; ze noemen ook minder bekende vervoerders zoals Bus Éireann, MarinoBus en LuxExpress. Zo ontstaat een impressie van een levendige Europese mobiliteitskaart waarin elke buslijn zijn eigen verhaal vertelt.

streektaal

Een bijzondere sfeer komt naar voren in de zin “Van stedn vol licht tot dale diep, verhoaln verteld, herinnerien bluvn zie.” Door streektaal te combineren met universele thema’s als herinnering en ontmoeting, slaagt het nummer erin zowel lokaal als internationaal te klinken. Elk refrein laat zich gemakkelijk meezingen en ademt tegelijkertijd een gevoel van verbondenheid uit: “Rie moa mee, kom rie moa mee – buschauffeurs in Europa zingn mee.”

Centraal in het lied staan niet de lijnen of de bussen, maar de chauffeurs achter het stuur. “Elke bus ee zyn verhoal, elke reize e nieuwe start,” klinkt het in de tekst, waarmee zij nadrukkelijk worden neergezet als verbindende schakel in het Europese reisverhaal. Volgens de tekstschrijver van de band, ontstond het idee voor het nummer tijdens hun tour langs kleinere steden. “We waren vaak zelf onderweg met de bus en raakten onder de indruk van de toewijding en het geduld van de chauffeurs,” vertelt hij. “Ze zijn altijd alert, vriendelijk en vormen vaak het eerste aanspreekpunt voor reizigers. Dat verdient waardering.”

Het getuigenis van laat zien dat het nummer niet uit de lucht is komen vallen. Het weerspiegelt een gedeelde ervaring: die van lange ritten, gesprekken met chauffeurs, wisselende landschappen en het gevoel steeds weer ergens welkom te zijn, ook al stap je in een totaal onbekende omgeving stappen. Door deze menselijke dimensie centraal te stellen, krijgt “Rie moa mee” een sociale lading die verder gaat dan enkel nostalgie.

https://youtu.be/pGny89SYArg

Naast het radiovriendelijk karakter wil The Celebration Team het lied ook live laten klinken op locaties die symbolisch zijn voor de buswereld: bij busstations, in depots en tijdens evenementen van vervoersmaatschappijen. De band denkt zelfs aan een videoclip waarin echte chauffeurs uit diverse landen worden opgevoerd, meezingen of dagelijks hun werk laten zien. Dat zou passen binnen de thematiek van de song: een eerbetoon waarin zowel de beroepsgroep als reizigers letterlijk dichter bij elkaar komen.

samen op reis

Bij de uitvoering van “Rie moa mee” draait het volgens de band om meer dan muziek. Het is een reflectie op mobiliteit in een tijd waarin duurzaamheid, samenwerking en wederzijds begrip steeds belangrijker worden. Reizen per bus, dat vaak gezien wordt als functioneel, wordt hier verheven tot iets poëtisch en verbindend. De groep hoopt dat chauffeurs en passagiers na het horen van het lied zich meer bewust zijn van hun gemeenschappelijke ritueel: samen op reis gaan, dag in dag uit, door weer en wind.

Met dit nummer lukt het The Celebration Team om een vaak onzichtbare beroepsgroep in het zonnetje te zetten. Niet alleen door de melodie, maar vooral door de herkenbare scènes en het menselijke verhaal dat door de tekst heen loopt. Buschauffeurs verschijnen hier niet als ondersteunende rolspelers, maar als hoofdrolspelers. En tegelijkertijd nodigt het lied op speelse wijze de luisteraar uit zelf de bus in te stappen, de reis te maken – en daarbij stil te staan bij de persoon achter het stuur.

Of je nu een dagelijkse pendelaar bent of een avontuurlijke reiziger, “Rie moa mee” doet je na afloop met andere ogen naar buschauffeurs kijken. Want elke rit, hoe kort ook, begint met een chauffeur die zijn of haar dag begint voor de reiziger. En in dát moment zit volgens The Celebration Team de ware schoonheid van reizen.

Kritiek op nieuwe EU-verkeersregels: veiligheid ondergeschikt aan economische belangen

De Europese Unie staat op het punt om ingrijpende wijzigingen door te voeren in de rijbewijsrichtlijn, maar de voorgestelde maatregelen zorgen voor veel controverse.

Het plan om de minimumleeftijd voor vrachtwagen- en buschauffeurs te verlagen en 16-jarigen toe te staan om gemotoriseerde voertuigen te besturen, roept felle kritiek op. Verkeersveiligheidsdeskundigen waarschuwen dat deze versoepelingen vooral economische belangen dienen en niet de veiligheid op de weg.

Een van de meest besproken wijzigingen is het voorstel om de minimumleeftijd voor vrachtwagenchauffeurs te verlagen naar 17 jaar, mits ze onder begeleiding rijden. Daarnaast zouden 18-jarigen bussen met passagiers mogen besturen. Dit baart zorgen, vooral omdat wetenschappelijk onderzoek in onder meer Finland en Duitsland aantoont dat jonge bestuurders een hoger ongevalsrisico hebben.

Jonge chauffeurs missen vaak de rijervaring die nodig is om grote voertuigen veilig te besturen. De complexe besturing van vrachtwagens en bussen vereist snelle reacties en een sterk inschattingsvermogen, vaardigheden die zich pas ontwikkelen door jarenlange ervaring op de weg. Daarnaast vertonen jongeren vaker risicogedrag. Studies wijzen uit dat jonge bestuurders sneller geneigd zijn om te hard te rijden of afgeleid te raken.

Vooral het verlagen van de leeftijd voor buschauffeurs leidt tot onbegrip. Een buschauffeur is niet alleen verantwoordelijk voor het besturen van een groot voertuig, maar ook voor de veiligheid van tientallen passagiers. Verkeersveiligheidsorganisaties pleiten juist voor strengere eisen en een betere opleiding van chauffeurs, in plaats van versoepelingen die mogelijk levens in gevaar brengen.

risicovolle maatregel

Een andere opvallende verandering is het voorstel om 16-jarigen toe te staan om voertuigen tot 2500 kilogram te besturen met een B1-rijbewijs, mits deze zijn uitgerust met een snelheidsbegrenzer. Dit lijkt op het Zweedse model van ‘A-tractors’, voertuigen die niet harder mogen dan 30 km/u. In Zweden heeft deze regeling echter al geleid tot grote problemen:

Veel jongeren omzeilen de snelheidsbegrenzers, waardoor ze alsnog te snel rijden. Andere bestuurders raken gefrustreerd door extreem langzame voertuigen, wat leidt tot gevaarlijke inhaalmanoeuvres. De handhaving van de regels blijkt moeilijk, waardoor de politie voor extra uitdagingen komt te staan.

Foto: © Pitane Blue – Europees Parlement

De EU moet ervoor zorgen dat verkeersveiligheid geen ondergeschikte rol speelt in de besluitvorming. Veiligheid op de weg mag niet het slachtoffer worden van politieke compromissen en economische belangen.

Volgens de EU moet deze maatregel jongeren meer mobiliteit geven, vooral in landelijke gebieden. Toch stellen critici dat mobiliteit niet ten koste mag gaan van verkeersveiligheid. Een betere oplossing zou zijn om te investeren in veilige en duurzame vervoersopties, zoals verbeterd openbaar vervoer of alternatieve rijopleidingen.

alcoholverbod 

Een van de weinige voorstellen die wél door verkeersveiligheidsorganisaties wordt gesteund, is het algehele alcoholverbod voor jonge en beginnende bestuurders. Alcohol speelt een grote rol bij verkeersongevallen onder jongeren, en een nul-alcoholbeleid zou het aantal ongelukken kunnen verminderen. Toch lijkt deze maatregel te stranden door politieke weerstand. Sommige lidstaten willen hun eigen regels behouden, waardoor een uniforme en effectieve aanpak op Europees niveau uitblijft.

Het gebrek aan brede steun voor een alcoholverbod is opvallend, vooral omdat onderzoek aantoont dat een strikte alcoholgrens levens kan redden. In Nederland geldt momenteel een limiet van 0,2 promille voor beginnende bestuurders, terwijl in andere EU-landen nog steeds 0,5 promille is toegestaan. Verkeersdeskundigen pleiten voor een Europese standaard waarbij jonge bestuurders helemaal geen alcohol mogen drinken als ze achter het stuur kruipen.

politieke belangen

De voorgestelde wijzigingen in de rijbewijsrichtlijn lijken vooral te zijn ingegeven door economische en politieke overwegingen. Transportbedrijven kampen met een nijpend tekort aan vrachtwagenchauffeurs en hopen dat een lagere leeftijdsgrens dit probleem deels kan oplossen. Maar experts waarschuwen dat veiligheidseisen verlagen niet de juiste oplossing is voor personeelsproblemen.

Het voorstel om 16-jarigen een B1-rijbewijs te geven, lijkt vooral bedoeld om mobiliteitsproblemen in landelijke gebieden op te lossen. Toch zijn verkeersveiligheidsorganisaties sceptisch. In plaats van extra risico’s op de weg te creëren, zou de EU moeten focussen op het verbeteren van verkeerseducatie en alternatieve vervoersopties.

veiligheid moet voorop staan

Hoewel de Europese Unie streeft naar een geharmoniseerd rijbewijssysteem, lijken de voorgestelde wijzigingen meer gericht op economische belangen dan op verkeersveiligheid. Beleidsmakers zouden hun plannen moeten heroverwegen en maatregelen invoeren die daadwerkelijk bijdragen aan een veiliger wegverkeer.

Het verlagen van de minimumleeftijd voor vrachtwagen- en buschauffeurs zonder extra veiligheidsmaatregelen is risicovol.
16-jarigen toestaan om voertuigen te besturen met een B1-rijbewijs kan leiden tot gevaarlijke situaties en is moeilijk te handhaven. Een nul-alcoholbeleid voor jonge bestuurders is een effectieve maatregel, maar wordt onvoldoende gesteund door alle EU-lidstaten.

Europa rolt rode loper uit met nieuwe pauzeregels voor touringcarchauffeurs

De nieuwe regels stellen chauffeurs in staat hun verplichte pauze van 45 minuten flexibeler in te delen, door deze op te splitsen in twee pauzes van minstens 15 minuten.

Het Europees Parlement heeft een belangrijke stap gezet ter ondersteuning van de toeristische bussector. Na een eerdere goedkeuring door de Commissie Vervoer vorige maand, heeft de plenaire vergadering van het parlement nu de compromisamendementen aangenomen die betrekking hebben op de rij- en rusttijden voor touringcarchauffeurs. Deze ontwikkeling is een voorbode van positieve veranderingen voor chauffeurs, passagiers en exploitanten van touringcars, in afwachting van de triloogonderhandelingen die in januari 2024 plaatsvinden. De nieuwe regels zijn specifiek ontworpen voor het beroep van touringcarchauffeurs.

Volgens de voorgestelde wijzigingen zullen touringcarchauffeurs hun verplichte pauze van 45 minuten kunnen opdelen in twee pauzes van minimaal 15 minuten. Voor reizen die zes dagen of langer duren, mogen ze eenmaal per reis een uur langer doorrijden en hun pauze nadien opnemen. Bovendien krijgen ze de mogelijkheid om nationale tours van maximaal 12 dagen te rijden, een regeling die momenteel alleen voor internationale reizen geldt.

Raluca benadrukte het belang van deze ontwikkeling: “De wegtransport- en toerismesectoren staan op het punt een grote overwinning te behalen tijdens de aanstaande triloogonderhandelingen in januari 2024. We zijn nu heel dicht bij het realiseren van specifieke regels voor touringcarchauffeurs, in plaats van de regels die nu meer gericht zijn op vrachtwagenchauffeurs. De wet zou in de eerste helft van 2024 in werking moeten treden.”

“De huidige regels schaden het welzijn van de chauffeurs, houden de Europese toerismesector tegen en verhinderen dat de veiligste en meest milieuvriendelijke vorm van collectief passagiersvervoer kan floreren. We kijken nu uit naar snelle onderhandelingen in de Raad die touringcarchauffeurs eindelijk de mogelijkheid geven hun pauzes te organiseren op basis van de aard van hun werk en de behoeften van hun passagiers. Dit omvat ook de uitbreiding van hun nationale reizen tot 12 dagen, waarbij veiligheid altijd voorop staat,”

Raluca Marian – directeur EU-advocatie IRU

Cartoon: Pitane Blue – rij- en rusttijden voor touringcarchauffeurs.

Voor langere reizen, die zes dagen of meer duren, biedt de nieuwe regelgeving een extra voordeel. Chauffeurs mogen nu, eenmaal per reis, een uur langer doorrijden, op voorwaarde dat zij hun rusttijd nadien compenseren. Dit biedt chauffeurs niet alleen meer flexibiliteit in hun reisschema’s, maar komt ook tegemoet aan de variabele eisen van toeristische reizen.

Carlo Cahn, secretaris van Busvervoer Nederland en directeur van koepelorganisatie Koninklijk Nederlands Vervoer hierover: “Dit is ontzettend goed nieuws. Al jaren strijden de touringcarondernemers tegen het feit dat buschauffeurs hetzelfde behandeld worden als vrachtwagenchauffeurs. In onze branche gaat het helemaal niet om zoveel mogelijk te rijden, maar juist om kunnen rijden en pauzeren wanneer de klant dat wil. Hopelijk komt hiermee een einde aan de gekke situatie dat voor het vervoeren van een stalen balk en voor het vervoeren van personen precies dezelfde rijtijden gelden.”

 12 dagen

Een ander aspect van de amendementen is de mogelijkheid voor chauffeurs om nationale tours van maximaal 12 dagen te rijden, een uitbreiding die voorheen alleen voor internationale reizen gold. Deze wijziging is van cruciaal belang voor de toerismesector, aangezien het meer mogelijkheden biedt voor uitgebreide binnenlandse reizen, iets wat tot nu toe beperkt was.

“Dat is mooi voor onze buitenlandse collega’s, maar wij hebben er als Nederlandse branche niet veel aan. Twaalfdaagse rondritten met één groep en alleen in Nederland komen niet voor. Liever hadden we gezien dat de beperking tot één groep was losgelaten. Dat zou in het hoogseizoen meer flexibiliteit hebben gegeven, maar wederom zonder dat de chauffeur er meer uren voor hoeft te gaan rijden”

Carlo Cahn, secretaris van Busvervoer Nederland

Foto: Pitane Blue – Almei Tours

Op dit moment kent de Europese Verordening voor rij- en rusttijden slechts één uitzondering voor touringcarchauffeurs. Deze zogenaamde twaalfdagenregeling maakt het mogelijk om tijdens een reis van twaalf dagen één keer de wekelijkse rust te verkorten naar één dag (normaal in een dergelijke periode is een rust van ongeveer twee dagen) en deze later de compenseren, zodat er meer bestemmingen in een rondreis kunnen worden aangedaan. Omdat deze regeling alleen geldt voor internationaal vervoer en ook slechts met dezelfde groep passagiers wordt de 12-dagenregeling in Nederland nooit toegepast. Deze regel wordt in de toekomst waarschijnlijk ook toepasbaar in nationale ritten.

IRU

De Internationale Wegvervoer Unie (IRU) is een wereldwijde organisatie die zich inzet voor het bevorderen van de belangen van het wegtransport, zowel voor goederen- als personenvervoer. De IRU speelt een sleutelrol in het ontwikkelen van standaarden, het bevorderen van veiligheid en duurzaamheid, en het ondersteunen van de economische groei en efficiëntie binnen de transportsector.

Taxichauffeurs mogelijk de nieuwe aanwinst voor tekort aan buschauffeurs

Van zelfrijdende bussen tot omgeschoolde taxichauffeurs: waar ligt de oplossing?

De kwestie van het nijpende tekort aan buschauffeurs in Nederland heeft wellicht geleid tot een onconventionele maar potentieel doeltreffende oplossing aangedragen door Henk Meurs, hoogleraar mobiliteit aan de Radboud Universiteit. Meurs stelt voor om taxichauffeurs om te scholen tot buschauffeurs, een benadering die aansluit bij de huidige personeelsproblemen in het openbaar vervoer.

Een artikel van het Algemeen Dagblad belicht de verwachting van Meurs dat de personeelsproblemen in de nabije toekomst alleen maar zullen toenemen. Deze prognose wordt versterkt door de demografische samenstelling van de huidige chauffeurs in het Nederlandse openbaar vervoer, waarvan een groot deel 55 jaar of ouder is en binnenkort met pensioen gaat. Dit benadrukt de urgentie van het vinden van een duurzame oplossing.

De overstap van taxichauffeurs naar buschauffeurs lijkt aantrekkelijk, vooral omdat de arbeidsvoorwaarden onder de bus-cao gunstiger zijn dan die van de taxi-cao. Dit kan een stimulans zijn voor taxichauffeurs om van beroep te veranderen. Daarnaast oppert Meurs de mogelijkheid om in steden zoals Utrecht meer trams of zelfrijdende bussen in te zetten. Dit zou weliswaar extra personeel vereisen, maar het heeft ook het voordeel van het vervoeren van een veel groter aantal passagiers per rit vergeleken met bussen.

Foto: Pitane Blue – U-OV

“Ook zou je in een stad als Utrecht meer trams kunnen gebruiken. Daar komt extra personeel bij kijken, maar je vervoert ook véél meer passagiers dan in een bus.’’

Henk Meurs, hoogleraar mobiliteit aan de Radboud Universiteit

De ideeën van Meurs komen temidden van de recente aankondiging van U-OV, een vervoersbedrijf in Utrecht, dat vanwege personeelstekorten de dienstregeling aanzienlijk zal inkrimpen. Vanaf 10 december zal er 16 procent minder gereden worden dan oorspronkelijk gepland. Hoewel het lijnennetwerk intact blijft, zullen bussen minder frequent rijden. De Provincie Utrecht, verantwoordelijk voor het regionaal openbaar vervoer, heeft aangekondigd strenger op te treden tegen het uitvallen van ritten. Vanaf april worden boetes opgelegd voor elke rit die niet wordt uitgevoerd, waarbij de hoogte van de boetes volgend jaar bekend zal worden gemaakt. Ook zullen de vervoersbedrijven niet gecompenseerd worden voor niet-uitgevoerde ritten. De bedrijven plannen om halverwege november de reizigers te informeren over de wijzigingen. Hoewel er hoop is dat in de loop van volgend jaar meer bussen kunnen rijden, heeft U-OV nog geen concrete toezeggingen gedaan.

Henk Meurs

Henk Meurs, hoogleraar mobiliteit aan de Radboud Universiteit, staat bekend om zijn diepgaande onderzoek naar de complexe relatie tussen ruimtelijke ontwikkelingen en mobiliteit. Zijn werk richt zich op het begrijpen van de oorsprong en toekomstige trends van mobiliteitsgroei en de impact van verschillende maatregelen op deze ontwikkeling.

Een centraal thema in het onderzoek van Meurs is de paradox die ontstaat bij de aanleg van nieuwe infrastructuur. Hoewel dit op korte termijn mobiliteitsproblemen kan oplossen, leidt het vaak tot een toename van mobiliteit op langere termijn. Dit fenomeen, bekend als ‘induced demand’, benadrukt de noodzaak van een doordachte aanpak bij het ontwikkelen van transportnetwerken.

Een ander belangrijk aspect van Meurs’ werk is het pleidooi voor prijsbeleid, zoals kilometerheffing, als middel om een betere afstemming tussen ruimtelijk en verkeersbeleid te bewerkstelligen. Dit soort beleidsmaatregelen kan helpen bij het reguleren van verkeersstromen en het verminderen van congestie, terwijl het tegelijkertijd milieuvriendelijkere transportopties bevordert.

Meurs benadrukt ook het belang van vroege samenwerking tussen verkeerskundigen en ruimtelijke planners in planprocessen. Dit multidisciplinaire samenspel is cruciaal voor het ontwikkelen van holistische en duurzame mobiliteitsoplossingen die rekening houden met zowel de huidige als toekomstige behoeften van stedelijke en regionale gebieden.

Naast zijn academische werk is Meurs ook actief in de praktische toepassing van zijn onderzoek als directeur van MuConsult, een onderzoeksbureau in Amersfoort. Hier werkt hij aan de ontwikkeling en evaluatie van beleid op het gebied van weginfrastructuur, openbaar vervoer en fietsgebruik op verschillende ruimtelijke schaalniveaus. Zijn ervaring en expertise in zowel de academische als de praktische aspecten van mobiliteitsbeheer maken hem tot een vooraanstaand figuur in dit veld.