Tag archieven: E5

Nederlanders kiezen toch vaker voor duurdere brandstof

Vandaag is het precies een jaar geleden dat automobilisten brandstoffen onder de nieuwe namen E5 en E10 konden tanken. We zijn nu een jaar verder en we kunnen vaststellen dat de ‘zuinige’ Nederlander meer de duurdere E5-brandstof is gaan tanken. Dit blijkt uit een analyse van MultiTankcard, de grootste aanbieder van zakelijke mobiliteitspassen in Nederland. E10 is benzine waaraan maximaal 10% bio-ethanol is toegevoegd. De E staat voor ethanol, het cijfer voor het percentage. De brandstof is geïntroduceerd om CO2-uitstoot te beperken. Bovendien is ethanol een hernieuwbare brandstof. E10 heet aan de pomp ook wel Euro95/E10, maar bevat twee keer zoveel ethanol als het ‘oude’ Euro95. Aan E5, voorheen onder andere bekend als Euro98, is maximaal 5% bio-ethanol toegevoegd.

Sterke verkoopstijging E5

Sinds de introductie van het E5-label is de verkoop van deze duurdere brandstof sterk gestegen. De stijging in verkoopvolume tussen september en oktober 2019 bedroeg 17%. Dit houdt hoogstwaarschijnlijk verband met de invoering van de nieuwe labels op 1 oktober 2019. De verkoop van E10 steeg tussen september en oktober 2019 met slechts 6%. Tot de coronacrisis in maart bleef de verkoop van E10 redelijk constant, maar dat gold niet voor E5. Tussen augustus 2019 en augustus 2020 steeg het verkoopvolume van E5 met maar liefst 20%. Over diezelfde periode daalde de verkoop van E10 licht en wel met 5%. Niet alleen het volume verkochte brandstof is toegenomen, opvallend is ook dat E5 meer klanten krijgt. Uit de cijfers blijkt dat het aantal automobilisten dat E5 tankt sterker stijgt dan het aantal liters en transacties. Dit wijst erop dat deze E5-tankers gemiddeld minder vaak tanken. De E10-rijders tanken vaker en maken doorgaans meer kilometers.

Zorgen over E10 

Zoals bekend, zijn niet alle auto’s geschikt om E10 te tanken. Ongeveer een tiende van het Nederlandse wagenpark moet E5 tanken. Waarom tanken meer mensen dan E5? De populariteit van E5 is ten dele te verklaren doordat er, zeker in de eerste maanden na de introductie van de nieuwe labels, zorgen bestonden over E10. Automobilisten vroegen zich af of hun auto wel bestand was tegen de invloed die ethanol op de motor zou hebben. Uit voorzorg werd E5 getankt. Patrick Roozeman, directeur van MultiTankcard: ‘Experts stellen dat de meeste zorgen over E10 ongegrond zijn’. De meeste benzineauto’s kunnen prima E10 tanken en dat is ook nog altijd de meest verkochte benzine, maar gelet op de stijging van het aantal E5-klanten zijn nog niet alle automobilisten daarvan overtuigd. 

Dat zou de ‘zuinige’ Nederlander goed uitkomen, want E5 is duurder. Roozeman: ‘Gemiddeld ligt de prijs van een liter E5 zo’n 10% hoger dan van een liter E10. Daar staat tegenover dat de duurdere brandstof net wat zuiniger is, maar dat verschil is marginaal en hangt af van het type auto.  Die zuinigheid maakt de hogere prijs niet goed. Daar komt bij dat E5 niet overal verkrijgbaar is. E10 is breder beschikbaar; als een pomp meerdere tankpistolen heeft, dan is het tankstation verplicht om minimaal E10 aan te bieden’.

Foto boven: Van Houten PR & Communicatie/ Multitankcard.

Lees ook: Brussel wil autorijden ontmoedigen en voert tolrijden in

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp


Ethanol aanpassing versnelt keuze elektrische scooters

Sinds 1 oktober 2019 kun je bijna alleen nog maar Euro95 E10 tanken. E10 is de vervanger van Euro95 E5. De vervanger bevat 10% ethanol i.p.v. 5% en daardoor zal het CO2 gehalte in de lucht afnemen. De keerzijde van de medaille is dat het hogere percentage ethanol minder zuinig is dan Euro 95 E5 en technische problemen veroorzaken aan scooters.

Problemen voor scooters door 10% ethanol in benzine

Het hogere percentage ethanol kan oudere kunststof en rubberen delen oplossen, en bepaalde metalen kunnen gaan oxideren. Om deze problemen voor te zijn, kunnen consumenten beter een elektrische scooter kiezen, stelt scooter-expert Jack Walker, onder meer ook in de TROS Radar uitzending waar hij aan het woord was over dit onderwerp.

 “De elektrische scooter is inmiddels zeer populair geworden. De opkomst van elektrische scooters is deels te verklaren door de recente verhoging van ethanol in benzine, waardoor scooters op benzine allerlei problemen ervaren. Om deze problemen voor te zijn, kunnen consumenten beter een elektrische variant kiezen.”, aldus Jack Walker, directeur van Fast & Furious in Alphen aan den Rijn. 

Een e-scooter is vooral in de stad waar al veel luchtvervuiling aanwezig is een uitkomst. Ze zijn voordelig in gebruik, beter voor het milieu en hebben minder onderhoud nodig dan scooters die rijden op benzine. Volgens Walker wordt 2020 het jaar van de elektrische scooter.

Enkele jaren geleden waren er al e-scooters escooters op de markt. Ze waren doorgaans niet mooi en erg duur. Daarnaast kon er slechts een geringe afstand afgelegd worden door de beperkte accu. Bovendien was de laadtijd enorm lang en waren accu’s erg zwaar. 

“Voorheen waren er niet voldoende redenen om over te stappen op een elektrisch vervoersmiddel, maar dat is nu veranderd door de verbeteringen in design en technologie en toevoeging van 5% extra ethanol aan benzine, waardoor bezinescooters problemen ondervinden. De verkoop van elektrische scooters is de afgelopen maanden mede om deze reden flink toegenomen”, aldus Jack walker.

Lees ook: Elektrische deelscooterdienst Felyx gaat de grens over





ILT onderzoek naar voertuigverlichting zonder E-merk

Onlangs deed de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) een onderzoek naar voertuigverlichting bij (auto) handelaren. Het onderzoek heeft plaatsgevonden in het kader van een EU toezichtsproject met als context markttoezicht op verkeersproducten, en richtte zich specifiek op de verkoop van autolampen voor externe verlichting.

Uitkomsten onderzoek ILT

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, van Nieuwenhuizen Wijbenga, geeft aan dat in het onderzoek door de ILT werd gecontroleerd op de aanwezigheid van het zogenaamde E-merk op de verlichting. Alleen verlichting die van een E-merk is voorzien mag op de openbare weg worden gebruikt.

Het E-merk heeft verschillende doelen. Het borgt aan de ene kant de veiligheid voor andere weggebruikers doordat de verlichting aan verschillende technische eisen moet voldoen, en aan de andere kant streeft het naar een level playing field doordat deze eisen voor alle fabrikanten gelden die voertuigverlichting op de EU markt willen brengen.

Voertuigverlichting zonder E-merk mag verkocht worden, bijvoorbeeld als deze speciaal ontworpen is voor gebruik op een circuit, maar deze mag niet gebruikt worden op de openbare weg. Hierbij moet worden opgemerkt dat de fabrikant die de verlichting ontwerpt, bepaalt waar deze voor bedoeld is.

Uit het onderzoek bleek dat de bezochte (auto) handelaren voertuigverlichting verkochten zonder een E-merk. Om de consument te informeren dat deze lampen niet op de openbare weg mochten worden gebruikt gaven zij zelf op de verpakking aan dat dit niet mocht. Deze bedrijven veronderstelden dat zij hiermee de consument juist hadden voorgelicht en dat het aan de consument was om de keuze te maken welke soort verlichting er voor welk doel werd aangeschaft. De bedrijven handelden op deze wijze op basis van eerdere communicatie met de ILT.

Verkeerde communicatie vanuit het ILT

Door de ILT is in het verleden aangegeven dat dergelijke verlichting die niet was voorzien van het E-merk, wel verkocht mocht worden zolang aan een afnemende partij (waaronder de consument) duidelijk werd gemaakt dat deze voertuigverlichting niet op de openbare weg mag worden gebruikt. Deze interpretatie van de wetgeving bleek gaande het EU toezichtsproject echter onjuist. Alleen de fabrikant mag bepalen waar de verlichting voor gemaakt is en niet de importeur of distributeur.

De ILT heeft aan de bedrijven die het betreft kenbaar gemaakt dat dit niet mag en dat alle verkeersproducten die worden verkocht voor gebruik op de openbare weg moeten voldoen aan de wettelijke eisen die aan het product zijn gesteld. Dit houdt in dat het product moet zijn voorzien van een E-merk dat is aangebracht door de fabrikant.

Doordat in het verleden anders was gecommuniceerd heeft de ILT (nog) niet handhavend opgetreden. Er zijn geen aanwijzingen dat er sprake is van risico’s voor de verkeersveiligheid. Bij navraag bij de Politie is bijvoorbeeld gebleken dat er geen gegevens bekend zijn van ongevallen als gevolg van het gebruik van autoverlichting zonder E-merk.

Vervolg acties

De ILT heeft de betrokken bedrijven tot 1 november de tijd gegeven om de zaken aan te passen. Vanaf 1 november kunnen bedrijven weer een inspectie verwachten. De ILT zal zowel de consument als andere spelers op deze markt, zoals de ANWB, Bovag, de Consumentenbond en Veilig Verkeer Nederland, nader informeren over deze voertuigverlichting.

Lees ook: Als je wilt innoveren zul je wel risico moeten durven nemen