Tag archieven: elektrificatie

Vlaanderen: ondanks klachten en rituitval blijft vertrouwen in De Lijn toenemen

De Vlaamse vervoersmaatschappij De Lijn heeft in 2024 een ongeziene hervorming doorgemaakt.

Terwijl het systeem bleef draaien, werden fundamentele ingrepen doorgevoerd in het netwerk, de infrastructuur en de manier waarop vervoer wordt georganiseerd. Het resultaat mag er zijn: een groei van 4,5 procent in het aantal reizigers, ondanks personeelstekorten en een verouderd voertuigenpark.

De aanleiding voor deze ingrijpende hertekening was het nieuwe mobiliteitsdecreet ‘basisbereikbaarheid’, een beleidskader dat mikt op vraaggericht vervoer in plaats van een vast lijnenstelsel. In zes van de vijftien vervoersregio’s werd het netwerk volledig hertekend, waarbij routes en dienstregelingen werden aangepast aan de werkelijke verplaatsingsnoden van de reizigers. De Lijn zette daarbij de grootste netwerkaanpassing ooit door, met een herschikking van ongeveer tien procent van de bestaande dienstregeling.

flexvervoer

Een sleutelelement in die hervorming is de introductie van ‘flexvervoer’. Deze nieuwe vorm van vervoer vervangt de oude belbussen en functioneert als een hybride systeem tussen een klassieke busdienst en een taxidienst. Gebruikers kunnen ritten op aanvraag boeken, waardoor er efficiënter en doelgerichter gereden wordt. Het systeem werd uitgerold in onder andere de Kempen, Limburg en Vlaams-Brabant, en blijkt een schot in de roos in regio’s waar de klassieke lijnbus vaak leeg bleef rijden.

Parallel aan de netwerkherziening zette De Lijn ook grote stappen in de richting van elektrificatie. In 2024 werden 124 nieuwe elektrische bussen besteld. De ambitie reikt echter verder: er liggen plannen klaar voor de aankoop van meer dan 700 bijkomende elektrische voertuigen. Om dat mogelijk te maken, werd er fors geïnvesteerd in laadinfrastructuur. In Winterslag kwamen er 60 laadpalen bij, terwijl in Mortsel de eerste klimaatneutrale stelplaats van De Lijn werd geopend met 84 laadpunten – de grootste van het land tot nu toe.

infrastructuur

Tegelijkertijd werd ook de infrastructuur ondergronds aangepakt. In Antwerpen kregen de premetrostations Sport, Elisabeth en Schijnpoort een volledige renovatie, inclusief de vernieuwing van de roltrappen. Daarmee toont De Lijn aan dat modernisering niet enkel bovengronds plaatsvindt, maar een integraal proces is.

De weg naar modernisering was echter niet zonder obstakels. Door personeelstekorten en een verouderde busvloot steeg het aantal niet-gereden ritten. De ingrijpende veranderingen leidden in januari 2024 bovendien tot een forse toename van het aantal klachten. In de eerste elf maanden van het jaar kreeg De Lijn ruim 14.000 klachten over het aanbod, tegenover 5.700 een jaar eerder.

Foto: De Lijn – 65+

Toch bleef de vervoersmaatschappij niet doof voor die kritiek. Er werden 471 aanpassingen doorgevoerd aan het netwerk om tegemoet te komen aan de feedback van reizigers. In de helft van de gevallen ging het om bijkomende ritten of verschuivingen in de dienstregeling.

Ook financieel leverde de hervorming resultaten op. De verkoop van losse tickets steeg met 7 procent, het aantal abonnementen nam met 4 procent toe en de totale vervoersontvangsten groeiden met 5,2 procent. De Vlaamse regering stelde extra investeringsmiddelen ter beschikking, waaronder een bestelling van 24,2 miljoen euro aan laadpalen bij het consortium SPIE-Ekoenergetyka.

ambities

De ambities van De Lijn reiken verder dan 2024. Tegen 2035 wil het bedrijf volledig emissievrij opereren. Daarvoor worden honderden miljoenen euro’s geïnvesteerd in voertuigen en infrastructuur. Tegelijk blijft de focus liggen op het garanderen van betrouwbaarheid voor de dagelijkse reiziger. Elke ochtend moet die bus gewoon op tijd komen.

Wat De Lijn in 2024 heeft aangetoond, is dat een grootschalige modernisering mogelijk is zonder het systeem stil te leggen. Een complex samenspel van innovatie, beleid en flexibiliteit maakt het mogelijk om het openbaar vervoer van de toekomst vandaag al vorm te geven.

Groene leugen op wielen: elektrische bussen rijden op diesel in Alphen aan den Rijn

Het beeld van een elektrische bus roept associaties op van vooruitgang, duurzaamheid en een schonere toekomst.

Maar in de Zuid-Hollandse plaats Alphen aan den Rijn is de werkelijkheid weerbarstig. Daar worden elektrische bussen namelijk opgeladen met dieselaggregaten, omdat het stroomnet de vraag naar elektriciteit niet aankan. Statenlid Niels Oosterom van de BoerBurgerBeweging spreekt er schande van: “Wat je hier ziet is verbazingwekkend: meerdere dieselaggregaten die nodig zijn om de bussen van stroom te voorzien.”

Het klinkt als een grap, maar het is de harde realiteit. De provincie Zuid-Holland stimuleert het gebruik van elektrisch openbaar vervoer in het kader van haar klimaatdoelstellingen. In theorie klinkt dat logisch. Maar in de praktijk blijkt het stroomnet in delen van de provincie, waaronder Alphen aan den Rijn, ontoereikend om de benodigde elektriciteit aan te leveren. Om de bussen toch rijdend te houden, worden nu dieselaggregaten ingezet. Daarmee verandert een groen project in een grijze oplossing.

haalbaarheid

Oosterom uit zijn zorgen daarover in ferme bewoordingen. “De intentie van elektrificatie is goed. Maar als we écht willen verduurzamen, moeten we inzetten op échte oplossingen: investeren in kernenergie en een robuuste netinfrastructuur,” stelt hij. Hij vindt dat duurzaam beleid niet alleen over ambities moet gaan, maar vooral ook over de haalbaarheid ervan. “Duurzaam beleid vraagt om meer dan mooie woorden. Het vraagt om realisme en een eerlijke blik op de wereld.”

Uit onderzoek van TNO blijkt dat de CO₂-uitstoot van elektrische bussen die worden opgeladen met grijze stroom – en in dit geval zelfs via dieselgeneratoren – nauwelijks lager is dan die van moderne dieselbussen. In sommige gevallen is de uitstoot zelfs hoger. Bovendien zijn elektrische bussen een stuk duurder in aanschaf en onderhoud, wat uiteindelijk ook impact heeft op de kosten voor de reiziger.

Het probleem dat Oosterom aankaart, staat niet op zichzelf. In heel Nederland kampen regio’s met netcongestie: het stroomnet is simpelweg niet ingericht op de piekbelastingen die de energietransitie met zich meebrengt. Daarbij speelt mee dat de laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen – van personenauto’s tot openbaar vervoer – sterk achterloopt op de ambities van overheden. De roep om een versnelling in de uitbreiding van het elektriciteitsnetwerk klinkt dan ook steeds luider.

sociale media

Op sociale media wordt het standpunt van Oosterom volop gedeeld, maar ook bekritiseerd. Verschillende gebruikers vragen zich af wat hij concreet doet om het probleem op te lossen. Is het enkel mopperen op LinkedIn, of onderneemt hij ook daadwerkelijk actie? Zet hij druk bij de verantwoordelijke netbeheerders, of blijft het bij publieke statements?

Volgens de website van de provincie Zuid-Holland is netbeheerder Liander verantwoordelijk voor de energie-infrastructuur, maar ook gemeenten en provinciale bestuurders kunnen een actieve rol spelen in de versnelling van vergunningsprocedures en investeringen. De vraag blijft of Oosterom bereid is die verantwoordelijkheid te nemen en de handschoen op te pakken.

Ondertussen blijft de paradox zichtbaar op het busstation in Alphen aan den Rijn: elektrische bussen, met een stekker in een dieselaggregaat. De rookpluimen stijgen op terwijl het bord “duurzaam openbaar vervoer” ernaast staat. Een wrange illustratie van wat gebeurt wanneer ambitie en infrastructuur niet hand in hand gaan.

Minister Heinen grijpt in: belastingkorting op elektrische auto’s sneller omlaag

Door een fout in de berekening van een belastingkorting voor elektrische auto’s heeft minister Eelco Heinen van Financiën in de miljoenennota te maken gekregen met een aanzienlijke tegenvaller van 1,5 miljard euro.

Het belastingvoordeel voor elektrische auto’s wordt sneller afgebouwd dan aanvankelijk gepland, als gevolg van een misrekening in de belastingkorting. Deze rekenfout heeft ervoor gezorgd dat de overheid meer geld misloopt dan verwacht, en daarom wordt de regeling aangepast. Het nieuws is aan het licht gekomen door berichtgeving van De Telegraaf, waarna het ministerie van Financiën de informatie heeft bevestigd.

Op dit moment genieten bezitters van elektrische voertuigen van een aanzienlijk voordeel: ze betalen geen wegenbelasting. Dit kan hen honderden euro’s per jaar schelen en was bedoeld als stimulans om elektrisch rijden te bevorderen. Oorspronkelijk zou dit voordeel tot 2026 duren, maar het kabinet-Rutte IV besloot de regeling te verlengen en een geleidelijke afbouw tot 2031 in te voeren. Dit besluit was onderdeel van de bredere strategie om klimaatdoelstellingen te halen door het stimuleren van emissievrije voertuigen.

Tijdens de verlenging van de regeling is echter geen rekening gehouden met een belangrijk detail: elektrische auto’s zijn gemiddeld zwaarder dan reguliere auto’s, voornamelijk door het gewicht van de accu’s. In Nederland wordt de hoogte van de wegenbelasting mede bepaald door het gewicht van het voertuig. Hoe zwaarder de auto, hoe hoger de belasting. Hierdoor pakte de uiteindelijke korting op de wegenbelasting hoger uit dan oorspronkelijk berekend.

populariteit

Daarnaast heeft de populariteit van elektrische auto’s de verwachtingen overtroffen. Er zijn meer elektrische voertuigen verkocht dan waar in de oorspronkelijke plannen rekening mee was gehouden. Deze combinatie van zwaardere voertuigen en een grotere afzetmarkt heeft geleid tot een financiële tegenvaller voor de schatkist. In totaal gaat het om een kostenpost van 1,5 miljard euro, een bedrag dat niet was voorzien bij het opstellen van de begroting.

Om deze tegenvaller te compenseren, heeft minister Heinen van Financiën besloten de belastingkorting voor elektrische auto’s sneller af te bouwen. Het oorspronkelijke plan voorzag in een geleidelijke afbouw van de korting: eerst naar 75 procent, daarna naar 40, 35 en uiteindelijk 30 procent in 2031. Met het nieuwe plan wordt deze afbouw versneld. Vanaf volgend jaar wordt de korting teruggebracht naar 75 procent, het jaar daarna naar slechts 25 procent, en in 2031 wordt de korting volledig afgeschaft. Het ministerie stelt dat deze aangepaste afbouw voldoende is om het financiële gat van 1,5 miljard euro te dichten.

Foto: © Pitane Blue Fastned snellaadstation

Op dit moment profiteren eigenaren van elektrische auto’s van een aantrekkelijke regeling waarbij ze geen wegenbelasting hoeven te betalen. Dit belastingvoordeel is ingevoerd om de overstap naar elektrische voertuigen te stimuleren en draagt bij aan het behalen van de klimaatdoelen.

Het nieuwe afbouwpad geldt zowel voor mensen die al een elektrische auto bezitten als voor nieuwe elektrische rijders. Dit betekent dat iedereen die in de toekomst een elektrische auto aanschaft, met een aanzienlijk lagere korting te maken krijgt dan men in eerste instantie had verwacht. Dit zou kunnen betekenen dat de populariteit van elektrische auto’s in de komende jaren minder snel zal toenemen dan in de afgelopen periode. Toch blijft het kabinet vasthouden aan het idee dat elektrisch rijden de toekomst heeft en cruciaal is om de klimaatdoelen te behalen.

belastingregels

De vraag is nu hoe de markt voor elektrische auto’s zich zal ontwikkelen met deze aangepaste belastingregels. De verlaging van de belastingkorting kan mogelijk invloed hebben op de koopbeslissingen van consumenten. Elektrische auto’s staan erom bekend duurder te zijn in aanschaf dan benzine- of dieselauto’s, en het belastingvoordeel was voor veel consumenten een belangrijke motivatie om toch voor een elektrische auto te kiezen. Met de versnelde afbouw van dit voordeel wordt het financiële verschil tussen elektrische en conventionele auto’s kleiner, wat de aantrekkingskracht van elektrische voertuigen kan verminderen.

Tegelijkertijd blijft de overheid op andere manieren elektrisch rijden stimuleren. Zo is er een subsidie beschikbaar voor particulieren die een elektrische auto kopen, en worden er in rap tempo laadpalen geïnstalleerd door heel Nederland. Ook is de verwachting dat de prijs van elektrische auto’s op termijn zal dalen, mede door technologische ontwikkelingen en schaalvoordelen. Dit zou de impact van het afbouwen van de belastingkorting kunnen verzachten, maar het is nog te vroeg om daar definitieve conclusies over te trekken.

Swietelsky Rail Benelux krijgt groen licht voor de opwaardering van de Maaslijn

Op dit moment heeft de Maaslijn geen bovenleiding en kunnen er alleen dieseltreinen rijden op dit traject. Na de elektrificatie zal Arriva de dieseltreinen vervangen door elektrische treinen.

ProRail heeft het omvangrijke project opwaardering aan Swietelsky Rail Benelux gegund. Het winnende bedrijf heeft het groene licht gekregen voor de opwaardering van de Maaslijn, de cruciale spoorverbinding die Nijmegen en Roermond verbindt. Een belangrijke stap, niet alleen voor de 22.000 dagelijkse reizigers maar ook voor een duurzamer en efficiënter spoorwegnetwerk in Nederland.

De Maaslijn staat bekend als een van de drukste regionale spoorlijnen in het land, die drie provincies – Limburg, Noord-Brabant en Gelderland – met elkaar verbindt. Het project omvat een elektrificatie en gedeeltelijke spoorverdubbeling van deze 88 kilometer lange route. Eén van de meest opvallende knelpunten van de huidige situatie is dat vertragingen niet ingelopen kunnen worden en er slechts op stations gepasseerd kan worden. Dat gaat nu veranderen.

De opdracht komt na een reeks van vertragingen, met complicaties variërend van materiaalschaarste vanwege de oorlog in Oekraïne tot andere logistieke uitdagingen. Volgens Dimitri Kruik, regiodirecteur bij ProRail, is Swietelsky een “betrouwbare partij” met een robuust plan dat niet alleen kijkt naar de kosten, maar ook naar het minimaliseren van overlast gedurende de bouw.

Demissionair staatssecretaris Vivianne Heijnen benadrukt de reikwijdte en het belang van het project: “Dit is enorm goed nieuws. Dit project heeft een lange geschiedenis en er moet nog een berg werk worden verzet, maar als het werk in 2027 daadwerkelijk gereed is, ligt er een moderne spoorlijn waar reizigers nog jaren van zullen profiteren.”

Globaal zal 2024 het jaar worden van het ontwerp, waarop men in 2025, 2026 en 2027 daadwerkelijk zal gaan bouwen. Het hele traject wordt voorzien van bovenleiding en een aantal onderstations.

De verbeteringen aan de Maaslijn gaan echter verder dan alleen het vergroten van de capaciteit en het inlopen van vertragingen. Zo wordt er extra spoor aangelegd op vier verschillende plaatsen: Cuijk, Boxmeer, Venray en Reuver, waardoor tegemoetkomende treinen elkaar kunnen passeren. Dit maakt het niet alleen mogelijk om een betrouwbaardere dienstregeling aan te bieden, maar verhoogt ook de snelheid van de treinen van 100 naar 140 kilometer per uur.

Niek Lentink, operationeel directeur Swietelsky Rail Benelux, toonde zich optimistisch: “Net als bij het afgeronde project Spoorverdubbeling Heerlen-Landgraaf kijken we ernaar uit om dit project tot een succes te maken in samenwerking met het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, ProRail en de betrokken provincies.”

De verwachting is dat de opwaardering in 2027 voltooid zal zijn. Tot die tijd blijft het voor de vele scholieren, studenten en werkenden die van deze lijn gebruikmaken, afwachten. Jasper Kuntzelaers, Gedeputeerde voor mobiliteit van de provincie Limburg, ziet echter al een rooskleurige toekomst: “De kans op vertragingen wordt door deze aanpassingen aanzienlijk kleiner en het reizen met de Maaslijn wordt betrouwbaarder en duurzamer.”

De voltooiing van dit project betekent niet alleen snellere reistijden maar ook een significante verbetering in de veiligheid. Verspreid over drie provincies en negen gemeenten wordt aan meer dan 20 overwegen gewerkt om de veiligheid te verhogen. Dit is vooral belangrijk in een tijd waarin de mobiliteit voortdurend verandert en de vraag naar veilig, betrouwbaar en duurzaam vervoer toeneemt.

Al jaren timmert Swietelsky Rail Benelux hard aan de weg om een van de toonaangevende spooraannemers van Nederland te worden. Na de projecten Metro aan Zee, Heerlen-Landgraaf én Kassel-Fulda (Duitsland), is de Maaslijn een prachtige aanvulling op de rijk gevulde BBV orderportefeuille.

Als allround spooraannemer richt Swietelsky Rail Benelux zich op spoorbouw en spoorvernieuwing in België, Nederland en Luxemburg. Zij zijn gespecialiseerd in het succesvol organiseren, uitvoeren en opleveren van complexe spoorprojecten. Ze maken daarbij gebruik van hightech machines uit Oostenrijk. Deze machines vernieuwen duurzaam en efficiënt het hele spoor, van dwarsligger tot spoorstaaf. Swietelsky Rail Benelux heeft erkenningen op het gebied van spoorbouw, kabels & leidingen, treinbeveiliging, bovenleiding en energievoorziening.

Spoorwegmuseum blikt terug op grootste veranderingen

Op een interactieve manier wordt de werking van elektrische treinen en bovenleidingen inzichtelijk gemaakt en verteld hoe de elektrificatie van het spoor tot stand is gekomen.

Grootse veranderingen bij de spoorwegen’ en ‘Als de treinen sneller gaan snellen’ kopten de kranten in 1938. Op 15 mei van dat jaar was de elektrificatie van het Middennet een feit en kwamen 90 elektrische treinstellen Mat’36 in dienst. Het Spoorwegmuseum blikt met de tentoonstelling ’Onder Hoogspanning’ vanaf 26 mei terug op deze mega-operatie die de spoorwegen in Nederland in één klap tot de meest moderne van de wereld maakten. Op een interactieve manier wordt de werking van elektrische treinen en bovenleidingen inzichtelijk gemaakt en verteld hoe de elektrificatie van het spoor tot stand is gekomen. Pronkstuk van de tentoonstelling is het gerestaureerde treinstel Mat’36 252. De tentoonstelling ‘Onder Hoogspanning, elektrificatie in stroomversnelling’ is van 26 mei t/m 26 november 2023.

De tentoonstelling

Naast een boeiend overzicht van deze spannende periode in de spoorgeschiedenis laat de tentoonstelling ‘Onder Hoogspanning’ op interactieve wijze zien wat elektrificatie eigenlijk inhoudt. Wat is er nodig om een spoorlijn te elektrificeren, hoe werkt een elektrische trein en welke innovaties waren er? Bezoekers kunnen zelf onder de trein kijken naar de elektrische installatie en met interactieve spellen en touchscreens de werking van elektriciteit ontdekken. Deze manier van presenteren maakt de tentoonstelling geschikt voor zowel jong als oud.

Historie

Aan het begin van de twintigste eeuw was een aantal spoorlijnen tussen de grote steden overbelast. Er waren simpelweg meer treinreizigers dan de betrouwbare, maar langzame door stoomlocomotieven getrokken treinen konden verwerken. Besloten werd het spoor te elektrificeren. Elektrische treinen waren immers een stuk sneller en goedkoper in exploitatie dan stoomtreinen. Een goed voorbeeld was de Hofpleinlijn tussen Rotterdam en Scheveningen, waar sinds 1908 een elektrische trein reed die veel minder kosten per treinkilometer maakte vergeleken met stoomtractie.

Acrobatiek bij de aanleg van bovenleiding.

Aanleg bovenleidingen

Elektrische treinen kunnen echter alleen rijden op spoorlijnen met een stroomvoorziening zoals bovenleiding. Hiervoor ging vanaf de april 1936 het zogeheten ‘Middennet’ volledig op de schop. Boven 276 kilometer spoor vanuit Utrecht naar Den Haag, Rotterdam, Amsterdam, Arnhem en Eindhoven werd bovenleiding aangelegd. Tegelijkertijd moest de hele infrastructuur worden aangepast zoals seinen, wissels en overwegen en werden seinhuizen verplaatst. En dat terwijl de treindienst gewoon doorging! Het maakte het tot een logistiek erg ingewikkeld project. Toch lukte het NS het werk in twee jaar af te ronden. Op 15 mei 1938 was het zover en kwamen 53 elektrische tweewagenstellen en 37 driewagenstellen Mat’36 in de dienstregeling.

Starre dienstregeling

Elektrische treinen konden sneller optrekken en remmen, dat bood mogelijkheden om de dienstregeling te verbeteren. Op 15 mei 1938 werd daarom een zogeheten ‘starre dienstregeling’ ingevoerd. De treinen gingen op vaste tijden rijden. Op alle lijnen werd een twee-uursdienst gereden, en op de drukkere baanvakken een regelmatige uur- of halfuurdienst. De reistijden werden hierdoor flink korter.

Mat’36

Het ontwerp van de Mat’36 was afgekeken van de dieselelektrische treinen (Mat’34) die twee jaar eerder waren gebouwd, maar was nog altijd revolutionair. De gestroomlijnde vorm droeg niet alleen bij aan hogere snelheden, maar ook aan het moderne imago dat NS zich in die periode graag wilde aanmeten. Het interieur was modern vormgegeven met o.a. buisframe banken en men probeerde met de zogenoemde in- en uitborden reizigers te sturen zodat er sneller in- en uitgestapt kon worden. 

De treinen waren voor het eerst voorzien van schijfremmen, revolutionair voor die tijd. Nieuw was ook dat de treinen uit de serie Mat’ 36 volledig gelast en niet meer geklonken waren. Daardoor was hun gewicht lager en konden hogere snelheden van 125 km/u worden gehaald. De nu door het Spoorwegmuseum gerestaureerde Mat’36 252 ging in 1968 uit dienst en werd van de sloop gered door de Stibans, de stichting tot behoud van af te voeren Nederlands spoorwegmaterieel. Met steun van de Stibans en de Vereniging Vrienden van het Spoorwegmuseum is de Mat’36 nu geheel gerestaureerd en voor het eerst te zien in het Spoorwegmuseum.

Foto boven en midden: Collectie Spoorwegmuseum.

Scooter verduurzaamt het snelst

In de zakelijke markt worden bijna alleen nog maar elektrische scooters verkocht. In 2022 steeg het aandeel van de elektrische scooters in deze markt naar 89%.

Uit de verkoopanalyse van RAI Vereniging (Rijwiel- en Automobielindustrie) over 2022 blijkt dat de scooter het snelst verduurzaamt van alle voertuig­en. In de afgelopen twee jaar is het aandeel van elektrische brom- en snorfietsen in de nieuwverkoop meer dan verdubbeld naar de helft van de totale verkoop. In 2020 lag dit aandeel nog rond de 20%.

Vorig jaar was dit aandeel onder bromfietsen maar liefst 45% en onder snorfietsen zelfs 48%. Hiermee ligt de elektrificatie van de scootermarkt ver voor op de markt van personen­auto’s, bestel­auto’s of motorfietsen. Zo is het aandeel volledig elektrisch bij de nieuwverkoop van auto’s gemiddeld 23%. Hoewel het aantal nieuw verkochte bromfietsen steeg, is door de invoering van de helmplicht voor snorfietsen het totaal aantal scooters gedaald met 16% in 2022. Het aantal kwam uit op 62.330 nieuw verkochte scooters.

“De verwachting is dat de elektrificatie nog verder toeneemt de komende jaren.”

Sectiemanager RAI Vereniging scooters Martijn van Eikenhorst

In de afgelopen twee jaar is het aandeel van elektrische brom- en snorfietsen in de nieuwverkoop meer dan verdubbeld naar de helft van de totale verkoop.

Scootermarkt kent grote jaarlijkse verkoopschommelingen

De omvang van de markt voor nieuwe bromfietsen en snorfietsen wordt gekenmerkt door grote jaarlijkse schommelingen. In het coronajaar 2020 verkochten de scooters bijzonder goed. Met 62.294 verkochte nieuwe scooters eindigde de markt maar liefst 62% hoger dan in 2019. In 2021 nam echter de verkoop van snorfietsen bijzonder sterk af. De markt kwam dat jaar 20% lager uit dan 2020.

De belangrijkste oorzaken voor deze daling? De aankondiging van een helmplicht voor snorfietsen en leveringsproblemen uit Azië vanwege de coronacrisis. De daling van snorfietsen zette zich in 2022 door, deze kwamen met 29.526 nieuw verkochte voertuig­en maar liefst 41% lager uit dan 2021. De bromfietsen kwamen met 32.804 nieuw verkochte exemplaren juist meer dan een derde hoger uit dan in 2021. Uiteindelijk daalde de totale verkoop van scooters met 16% in 2022 en kwam uit op 62.330 nieuw verkochte scooters.

Verkoop in zakelijke markt: 89% elektrische scooters

De verkoop van scooters in de zakelijke markt daalde vorig jaar licht ten opzichte van 2021; het marktaandeel ging van 20% naar 18%. Door de helmplicht voor snorfietsen met ingang van 2023 nam de verkoop van snorfietsen sterk af, de verkoop daalde met acht procentpunt van 21% naar 13%. Het marktaandeel van de zakelijke markt in de verkoop van bromfietsen steeg licht van 18% naar 22%. In de zakelijke markt worden bijna alleen nog maar elektrische scooters verkocht. In 2022 steeg het aandeel van de elektrische scooters in deze markt naar 89%, aldus RAI Vereniging.