Tag archieven: monitor

Fietspaden Amsterdam steeds drukker: roep om snelheidslimiet

Uit politiecijfers blijkt dat het aantal ernstig verkeersgewonden ook in 2023 fors was, en weer licht
gestegen ten opzichte van het jaar daarvoor.

De verkeersveiligheid in Amsterdam staat hoog op de agenda, dat blijkt uit de Monitor Verkeersveiligheid en de Monitor Fiets. In 2023 heeft de gemeente op 73 plekken maatregelen genomen om de veiligheid op de weg te verbeteren. Deze ingrepen vonden voornamelijk plaats op locaties waar eerder ongelukken waren gebeurd. De gemeente benadrukt echter dat er nog veel werk aan de winkel is om Amsterdam veiliger te maken voor alle verkeersdeelnemers.

Een belangrijke zorg is de toename van elektrische fietsen, zoals e-bikes en fatbikes, die steeds vaker te hard rijden. De gemeente roept daarom op tot actie vanuit het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Minister Barry Madlener (PVV) wordt gevraagd om strengere maatregelen te nemen tegen het opvoeren van deze fietsen. Het opvoeren van e-bikes leidt volgens verkeersdeskundigen tot gevaarlijke situaties, vooral op de smalle en drukke fietspaden van de stad. Er wordt gepleit voor strengere handhaving en technische controles om deze snelheidsovertredingen te voorkomen.

Naast de aanpak van elektrische fietsen, zet Amsterdam zich in voor een betere inrichting van de wegen. Zo werkt de gemeente aan de aanpak van zogenoemde blackspots, locaties waar regelmatig ongevallen plaatsvinden. Deze gevaarlijke kruispunten en wegen krijgen prioriteit bij herinrichting. Daarbij wordt meer ruimte gecreëerd voor voetgangers en fietsers. Vooral bij scholen worden ingrijpende maatregelen genomen. Zo worden er steeds meer schoolstraten ingevoerd, waarbij het verkeer rondom scholen op bepaalde tijden wordt afgesloten voor gemotoriseerd verkeer om de veiligheid van kinderen te waarborgen. Dit concept, dat al succesvol is in andere steden, zorgt voor rustiger en veiliger straten tijdens schooltijden.

In Amsterdam vinden jaarlijks veel eenzijdige fietsongelukken plaats, waarbij fietsers ten val komen doordat ze tegen de stoeprand botsen. Deze ongelukken, die vaak onnodig letsel veroorzaken, zijn een bron van zorg voor de gemeente. Om dit probleem aan te pakken, werd een onderzoek gestart naar de veiligheid van stoepranden langs fietspaden. In dit onderzoek werd gekeken of een schuiner aflopende stoeprand kan bijdragen aan een veiliger fietsomgeving. De resultaten van het onderzoek waren duidelijk. Een schuine stoeprand, ook wel een ‘vergevingsgezinde schuine trottoirband’ genoemd, bleek een veel veiligere optie te zijn dan de traditionele verticale stoepranden.

Extra handhaving en gedragsverandering zijn volgens de gemeente essentieel om het aantal ongelukken verder terug te dringen. Campagnes gericht op het bewust maken van verkeersdeelnemers van de risico’s die zij zelf lopen of veroorzaken, worden ingezet om gedragsverandering te stimuleren. Ook speelt verkeerseducatie een steeds grotere rol, met lessen die op scholen worden gegeven om jongeren vroeg te leren hoe zij zich veilig in het verkeer kunnen bewegen.

De discussie over de maximumsnelheid op fietspaden leeft onder de Amsterdammers. In een recent onderzoek, uitgevoerd door de gemeente onder 1000 inwoners verspreid over 20 verschillende locaties in de stad, werd de mening van de inwoners over een mogelijke snelheidsbeperking op het fietspad gevraagd. De resultaten zijn duidelijk: 80 procent van de ondervraagden ziet graag een snelheidslimiet op het fietspad ingevoerd worden. Van deze groep vindt 37 procent dat de limiet onder de huidige grens van 25 kilometer per uur zou moeten liggen. Een andere groep van bijna een derde is tevreden met de huidige snelheid van 25 kilometer per uur. Slechts 14 procent van de respondenten ziet niets in een snelheidsbeperking en wil dat er geen limiet komt.

Foto: Melanie van der Horst – wethouder Verkeer, vervoer en luchtkwaliteit in Amsterdam.

“We willen een stad zijn waarin kinderen zelfstandig en veilig naar school kunnen fietsen of lopen, waar ouderen met plezier de fiets pakken en waar iedereen ontspannen van A naar B kan. Om het
aantal verkeerslachtoffers te verlagen is samenwerking cruciaal. Ik verwacht dat het college het Uitvoeringsplan 2025 eind 2024 vaststelt en dat dit vervolgens aan u wordt aangeboden.”

Melanie van der Horst

De zorgen over snelheid op fietspaden hangen samen met de explosieve groei van elektrische fietsen in de stad. Uit tellingen van juni 2023 blijkt dat inmiddels 20 tot 30 procent van alle fietsen in de stad elektrisch is. Deze e-bikes maken het fietsen voor veel mensen gemakkelijker, vooral voor langere afstanden of ouderen die moeite hebben met een reguliere fiets. Maar de hogere snelheden zorgen ook voor gevaarlijke situaties, vooral op drukke fietspaden waar fietsers van verschillende snelheden en capaciteiten zich mengen. De gemeente hoopt dat door het invoeren van snelheidslimieten, handhaving en gedragsverandering, de veiligheid op fietspaden kan worden verbeterd.

De noodzaak voor actie is groot. Met het toenemende aantal verkeersdeelnemers en de drukte op de wegen moet de stad zich voorbereiden op verdere groei, zonder dat dit ten koste gaat van de verkeersveiligheid. De gemeente zal in de komende jaren doorgaan met het uitvoeren van haar verkeersveiligheidsbeleid en blijft aandringen op steun van het rijk voor landelijke maatregelen, vooral op het gebied van elektrische fietsen.

plannen

In 2025 zet de gemeente Amsterdam een volgende stap in het verbeteren van de verkeersveiligheid en de mobiliteit in de stad. Er wordt momenteel hard gewerkt aan een nieuw uitvoeringsplan, waarbij de nadruk ligt op verdere samenwerking tussen verschillende partijen en het verhogen van de efficiëntie van maatregelen op straat. Het plan is gebaseerd op input van verschillende stakeholders, zoals bewoners, experts en de stadsdelen, om ervoor te zorgen dat de gekozen maatregelen breed gedragen worden en effectief zijn.

Een belangrijk onderdeel van het nieuwe uitvoeringsplan is de aanpak van snelle e-bikes, die steeds vaker voor overlast en gevaarlijke situaties zorgen op de fietspaden. Deze snelle elektrische fietsen, die vaak opgevoerd zijn, kunnen snelheden halen die vergelijkbaar zijn met die van bromfietsen, waardoor de veiligheid van andere fietsers in het gedrang komt. Strengere handhaving op snelheid en het invoeren van snelheidslimieten op fietspaden zijn daarom speerpunten in de nieuwe plannen. Daarnaast blijft de gemeente zich inzetten voor verkeershandhaving in het algemeen, met extra focus op plekken waar veel ongelukken gebeuren en waar overtredingen, zoals het negeren van verkeersregels, veel voorkomen.

Dennis Wiersma wil reistijd leerlingenvervoer halveren

Maximale reistijd voor leerlingenvervoer moet terug gebracht worden naar maximaal 45 minuten.

Dennis Wiersma, Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs, heeft al meerdere malen aangegeven dat hij de maximale reistijd enkele reis wil terugbrengen naar 45 minuten, tenzij dat gezien de afstand tot de school niet mogelijk is. Wiersma is daarom met de VNG in gesprek om de maximale reistijd enkele reis van 90 minuten die nu in de modelverordening staat aan te passen. Ook al heeft de modelverordening geen juridische status (het is een richtlijn), toch blijkt dat driekwart van de gemeenten bij het opstellen van nieuwe verordening de VNG-modelverordening als basis gebruikt. 

Vooruitlopend op de gewenste aanpassing van de modelverordening gaat de VNG op zijn verzoek een aantal gemeenten benaderen om alvast met een kortere reistijd te gaan werken. Uiteraard met uitzondering van scholen die vanwege hun grote spreiding of hun landelijke ligging een langere reistijd nodig hebben, zoals scholen voor leerlingen met een auditieve beperking. De ervaringen van deze gemeenten, in combinatie met de resultaten van bovengenoemde onderzoek onder ouders, moeten volgens Wiersma tot een definitieve aanpassing van de modelverordening leiden. Dit is in lijn met de motie van onder andere lid De Hoop (PvdA) over het aanpassen van de reistijden in de modelverordening.

afspraken

Zo hebben momenteel vier op de vijf gemeenten met de vervoerder afspraken gemaakt over de maximale reistijd. Bij een derde van de gemeenten is dit maximaal een uur en bij twee derde langer dan een uur, enkele reis. Bij de meeste gemeenten is niet bekend hoe lang leerlingen in het aangepast vervoer gemiddeld daadwerkelijk onderweg zijn. Wiersma schrijft dat dit ongewenst en niet acceptabel is. Ruim een derde van de gemeenten kon dit wel aangeven en die melden een reistijd van gemiddeld 50 minuten.

Gemeenten moeten vaker dan nu gebeurt in gesprek gaan met vervoerders, en niet alleen bij de aanbesteding van het leerlingenvervoer of aan het eind van de opdracht maar ook tijdens de opdracht. Gemeenten hebben namelijk niet altijd zicht op de klanttevredenheid of op de klachten, waardoor de mogelijkheden om bij te sturen in het beleid beperkt zijn.

Dat is één van de opvallende aanbevelingen uit de monitor stand van zaken uitvoeren acties leerlingenvervoer, die aan de Tweede Kamer door Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs Dennis Wiersma werd verzonden. Volgens Wiersma moet dat echt beter. Ouders en leerlingen moeten in ieder geval een duidelijk loket hebben waar ze terecht kunnen bij klachten over het vervoer. De Minister verwacht dat iedere gemeente dit heeft of anders zo snel mogelijk gaat regelen. Dit zal hij ook meenemen bij de mogelijkheden om toezicht te houden.

LBVSO

Belangrijke partijen, waaronder de VNG en Koninklijke Nederlandse Vervoerders (KNV), gaan meewerken aan structurele oplossingsrichtingen voor het doelgroepenvervoer. Dennis Wiersma wil deze oplossingsrichtingen voortaan toetsen bij organisaties als LBVSO en Ouders & Onderwijs. Dennis Wiersma is samen met de LBVSO in gesprek gegaan met leerlingen uit het (voortgezet) speciaal onderwijs die gebruik maken van het leerlingenvervoer.

“Dit gesprek was bijzonder waardevol en maakte eens te meer duidelijk hoe belangrijk het is dat het vervoer voor deze leerlingen goed geregeld is en dat er op korte termijn stappen worden gezet. Ik dank ook de LBVSO voor het mede-organiseren van dit gesprek en de blijvende aandacht die zij hebben voor het onderwerp leerlingenvervoer.”

Dennis Wiersma – Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs

LBVSO is ook toegevoegd aan het regulier ambtelijk overleg met onder andere de Kinderombudsman en Ouders en Onderwijs.