Tag archieven: snelwegen

Karremans ziet geen ruimte: strategische agenda blijft steken bij plannen door geldgebrek

Er ligt voorlopig geen extra geld op tafel om de verkeersveiligheid op Nederlandse rijkswegen verder te verbeteren.

Dat blijkt uit de Strategische Agenda die minister Vincent Karremans van Infrastructuur en Waterstaat vrijdag naar buiten heeft gebracht. In het document ontbreken concrete nieuwe maatregelen, juist omdat de financiële ruimte ontbreekt om direct in te grijpen. De minister steekt zijn boodschap niet onder stoelen of banken. 

zorgwekkend

In het voorwoord van de agenda schetst hij een zorgwekkend beeld van de huidige situatie op de snelwegen. “Op onze rijkswegen vallen jaarlijks zeventig tot tachtig verkeersdoden”, schrijft Karremans. Hoewel er op verschillende locaties al werkzaamheden gaande zijn om de veiligheid te vergroten, erkent hij dat dit niet voldoende is om het aantal slachtoffers daadwerkelijk omlaag te brengen. “Maar laat ik eerlijk zijn: zonder verdere, structurele maatregelen daalt het aantal slachtoffers niet.”

Toch blijft het voorlopig bij constateringen en analyses. Uit een ambtelijk advies dat gelijktijdig naar de Tweede Kamer is gestuurd, blijkt dat er door het gebrek aan financiële middelen geen ruimte is voor nieuwe, concrete ingrepen. In plaats daarvan richt het ministerie zich eerst op het in kaart brengen van mogelijke maatregelen en hun effectiviteit. Pas in een later stadium wordt bekeken welke keuzes gemaakt kunnen worden, afhankelijk van wat er financieel haalbaar is. Daarbij wordt expliciet gesproken over beslissingen “binnen de beschikbare middelen”.

De beperkte budgetten dwingen het ministerie tot scherpe keuzes, benadrukt Karremans. Hij onderkent dat de ambities botsen met de realiteit van de overheidsfinanciën. “Dat vraagt om scherpe en slimme keuzes. Keuzes waarbij we elke euro laten renderen in minder slachtoffers.” Volgens de minister heeft de agenda daarom een “realistische insteek”, waarbij niet wordt beloofd wat op korte termijn niet waargemaakt kan worden.

vier centrale thema’s

De Strategische Agenda zelf is opgebouwd rond vier centrale thema’s die samen de basis moeten vormen voor toekomstig beleid. De eerste pijler richt zich op een veilige inrichting van de wegen. Daarbij willen overheidsorganisaties nauwkeurig onderzoeken welke infrastructurele aanpassingen daadwerkelijk bijdragen aan minder ongevallen en slachtoffers. Denk aan aanpassingen in wegontwerp, signalering en inrichting van risicovolle trajecten.

Foto: Vincent Karremans

Daarnaast is er aandacht voor het gedrag van weggebruikers, een factor die volgens experts een grote rol speelt bij verkeersongevallen. Binnen dit tweede thema wordt gekeken naar manieren om veiliger rijgedrag te stimuleren, al blijven concrete acties voorlopig uit. Het derde speerpunt draait om technologische ontwikkelingen, zoals rijhulpsystemen in voertuigen. Het ministerie wil onderzoeken hoe deze systemen breder ingezet kunnen worden om risico’s op de weg te verkleinen.

data-analyse

Het vierde en laatste thema focust op het gebruik van data. Door beter gebruik te maken van beschikbare gegevens over verkeersstromen, ongevallen en risicopunten, hoopt het ministerie gerichter beleid te kunnen ontwikkelen. Data-analyse moet helpen om prioriteiten te stellen en middelen effectiever in te zetten.

Ondanks het ontbreken van directe maatregelen, presenteert Karremans de agenda nadrukkelijk als een beginpunt en niet als een eindstation. Hij wil voorkomen dat het document slechts op de plank belandt zonder concrete opvolging. “Deze agenda is niet geschreven om in een bureaula te belanden”, stelt hij. “Het is een startschot.”

beperkingen

Daarmee lijkt de minister vooral tijd te willen winnen om, binnen de financiële beperkingen, alsnog tot keuzes te komen die de verkeersveiligheid op termijn verbeteren. Voor nu blijft de conclusie echter dat de ambities groot zijn, maar de middelen ontbreken om ze direct waar te maken. De komende periode zal moeten uitwijzen of de beloofde vervolgstappen daadwerkelijk leiden tot concrete acties die het aantal verkeersslachtoffers terugdringen.

Koudeprotocol: ijzige kou zet wegen op scherp terwijl Rijkswaterstaat opschaalt

Winterweer blijft Nederland stevig in de greep houden en zorgt ook de komende dagen voor aanhoudende gladheid op de wegen.

Sneeuwval en het bevriezen van natte weggedeelten maken autorijden riskant, terwijl achter de schermen dag en nacht wordt gewerkt om de veiligheid zo goed mogelijk te waarborgen. Weggebruikers krijgen het dringende advies om rekening te houden met gevaarlijke rijomstandigheden en hun reis zorgvuldig voor te bereiden.

De waarschuwingen komen niet uit de lucht vallen. Rijkswaterstaat heeft aangekondigd dat vanaf zaterdag om 18.00 uur het zogenoemde koudeprotocol van kracht wordt. Dat protocol betekent concreet dat er dit weekend extra weginspecteurs en bergers worden ingezet om snel te kunnen handelen bij incidenten. De maatregel geldt voor alle provincies en loopt door tot maandagochtend. Volgens de verwachtingen zal het zowel zaterdag als zondag stevig vriezen, wat de kans op gladheid aanzienlijk vergroot.

koudeprotocol

De inzet van het koudeprotocol is geen standaardmaatregel en wordt alleen genomen wanneer extreme kou wordt verwacht. Rijkswaterstaat hanteert daarbij duidelijke criteria. Het protocol wordt doorgaans ingevoerd wanneer de gevoelstemperatuur kan dalen tot -15 graden of lager. Precies dat scenario lijkt zich dit weekend voor te doen. Het KNMI waarschuwt dat het zondag “waarschijnlijk droog en zeer koud” wordt. Daarbij kan de gevoelstemperatuur in grote delen van het land zakken naar -15 graden. In het noordoosten van Nederland kan het zelfs nog kouder aanvoelen, met temperaturen die richting -20 graden gaan. Ook is daar kans op “hardnekkige mist”, wat het zicht op de weg verder kan beperken.

Bij zulke lage temperaturen schuilt er een extra gevaar voor mensen die met pech langs de weg komen te staan. Langdurig stilstaan in extreme kou kan onverantwoord en zelfs levensgevaarlijk zijn. Om die reden worden gestrande reizigers en hun voertuigen, zolang het koudeprotocol geldt, zo snel mogelijk naar een veilige locatie gebracht. Daarbij kan worden gedacht aan een tankstation of een andere plek waar voorzieningen aanwezig zijn en mensen zich kunnen opwarmen. Het doel is om te voorkomen dat automobilisten te lang langs de weg blijven wachten in barre omstandigheden.

Naast de inzet van extra personeel roept Rijkswaterstaat weggebruikers op om zelf verantwoordelijkheid te nemen. Het advies luidt om goed voorbereid op pad te gaan en rekening te houden met mogelijke vertragingen. Wie de weg op moet, doet er verstandig aan voldoende eten en drinken mee te nemen. Ook een warme jas of een deken kan van pas komen wanneer iemand onverhoopt stil komt te staan. Deze eenvoudige voorbereidingen kunnen in extreme kou een groot verschil maken.

gladheid

De gladheid wordt bestreden met zout, een middel dat al jaren wordt ingezet om wegen begaanbaar te houden. Rijkswaterstaat benadrukt dat er alleen wordt gestrooid wanneer dat echt noodzakelijk is. Zodra het besluit is genomen, kan snel worden opgeschaald. Binnen twee uur zijn alle 3.300 kilometer aan rijkswegen voorzien van zout. Ondanks deze grootschalige aanpak is gladheid nooit volledig uit te sluiten. Vooral bij aanhoudende sneeuwval of ijzel kan het wegdek verraderlijk blijven.

Na het weekend lijkt er voorzichtig uitzicht op verandering te komen. Volgens het KNMI gaat het maandag dooien, al wordt de ochtend nog gekenmerkt door sneeuw en later mogelijk ook ijzel. Dat betekent dat ook dan extra alertheid geboden blijft. Pas na maandag worden meer gemiddelde temperaturen verwacht, met van tijd tot tijd regen. Tot die tijd blijft het winterweer een serieuze factor om rekening mee te houden voor iedereen die de weg op gaat.

Netwerk kraakt: topmannen Prorail en Rijkswaterstaat eisen fors meer geld

De roep om structureel meer geld voor de Nederlandse infrastructuur klinkt luider dan ooit nu zowel Rijkswaterstaat als ProRail waarschuwen dat het huidige investeringsniveau niet langer volstaat.

ProRail-topman John Voppen schetst een duidelijk beeld van een netwerk dat jarenlang wereldwijd werd geroemd om zijn betrouwbaarheid, maar waarvan de fundamenten inmiddels zichtbaar onder druk staan. Zijn boodschap is even eenvoudig als urgent: het budget moet terug naar een niveau van 2 procent van het bruto binnenlands product. Jarenlang was dat de norm, maar de investeringen zijn de afgelopen periode gedaald tot een niveau dat volgens de betrokken bestuurders de veiligheid, doorstroming en toekomstbestendigheid van het netwerk in gevaar brengt.

De constatering dat Nederland beschikt over infrastructuur van hoog niveau, wordt door niemand weersproken. John Voppen benadrukt in een interview met De Telegraaf dat “de infrastructuur in Nederland van hoog niveau is” en dat deze “de ruggengraat van onze maatschappij” vormt. Het spoor, waarvan ProRail de verantwoordelijkheid draagt, verbindt volgens hem steden, regio’s en economische centra en maakt economische activiteit en mobiliteit mogelijk. Hoewel die constatering overeind blijft, ziet Voppen tegelijk dat de kwaliteit van wegen, bruggen en spoor “onder druk” staat. Daarmee legt hij de vinger op een punt dat al langere tijd speelt: veel cruciale onderdelen van het netwerk zijn verouderd, intensief gebruikt en in sommige gevallen toe aan renovatie die telkens is doorgeschoven.

kritieke grens

Een vergelijkbaar signaal komt van Martin Wijnen, de hoogste baas van Rijkswaterstaat. Zijn woorden laten weinig ruimte voor optimisme. “De Nederlandse infrastructuur is de ruggengraat van onze samenleving en economie. Deze bereikt een kritieke grens.” De bestuurder schetst een scenario dat zonder extra investeringen steeds realistischer wordt: kapotte bruggen, afgesloten wegen en dagelijkse hinder voor forensen en transportsector. “Er moeten nu forse investeringen komen willen we onze infrastructuur op orde en veilig houden. Als dit niet gebeurt gaan mensen echt vaker op weg naar werk stil staan voor kapotte bruggen of afgesloten snelwegen.”

Die waarschuwing beperkt zich niet tot de bestaande netwerken. Nederland staat voor de opgave om honderdduizenden nieuwe woningen te bouwen, en die nieuwbouwgebieden moeten bereikbaar zijn om daadwerkelijk te kunnen functioneren. Wijnen wijst daarnaast op een intensivering van de internationale veiligheidscontext. De veranderde militaire dreiging dwingt het land om ook de weerbaarheid van infrastructuur te verhogen, variërend van bruggen en tunnels tot waterwerken en sluizen. “Hiervoor is veel geld nodig. Ik zie dat Den Haag dit ook onderkent. Maar ik mis de stap die daarbij hoort: ze stellen het budget niet beschikbaar.”

Foto: Pitane Blue – werkzaamheden N2-A2

De discussie over de toekomstige investeringen zal de politieke agenda de komende periode ongetwijfeld blijven domineren. De huidige waarschuwingen lijken echter minder een oproep tot debat dan een dringende noodmelding van de beheerders die dagelijks zien wat er gebeurt wanneer onderhoud wordt uitgesteld. Hun gezamenlijke pleidooi voor structureel 2 procent van het bbp is daarmee zowel ambitie als waarschuwing: zonder ingreep raakt de ruggengraat van Nederland onherroepelijk versleten.

De financiële achterstanden zijn inmiddels concreet en omvangrijk in kaart gebracht door de Algemene Rekenkamer. Voor het spoor bedraagt de onderhoudsachterstand twintig miljard euro. Bij Rijkswaterstaat ligt het bedrag zelfs op 34,5 miljard euro. Samen gaat het om 54,5 miljard euro aan werk dat vroeg of laat toch moet worden uitgevoerd. Dat deze optelsom niet langer te negeren is, blijkt uit de eensgezinde oproep van de twee belangrijkste uitvoerders van de Nederlandse infrastructuur.

2 procent

John Voppen onderstreept die gezamenlijke aanpak richtingaangevers in Den Haag. “Ik pleit samen met mijn collega van Rijkswaterstaat dat vergelijkbare uitdagingen kent, voor een terugkeer naar de 2 procent van het bbp voor infrastructuur. Zo komt er ruimte om Nederland in beweging te houden.” Volgens beide topmannen is de vraag niet of er moet worden geïnvesteerd, maar wanneer. Uitstel betekent oplopende kosten, grotere risico’s en steeds meer hinder voor burgers en bedrijven. De onderliggende boodschap is dat een modern, veilig en betrouwbaar netwerk geen luxe is, maar een basisvoorwaarde voor een goed functionerende economie en een leefbaar land.

Verschillen in kwaliteit: Nederlandse snelwegen de beste van Europa

De kwaliteit van snelwegen in Europa verschilt sterk per land, afhankelijk van investeringen, onderhoud en verkeersdrukte.

Waar Nederland vaak wordt geroemd om zijn uitstekende infrastructuur, blijven andere landen achter. Deze verschillen illustreren hoe sterk beleid en financiële prioriteiten de staat van het Europese wegennet beïnvloeden.

Nederland scoort met een 6,4 op een schaal van 7 volgens een rapport van het World Economic Forum, als beste van Europa. Het goed onderhouden asfalt, de duidelijke bewegwijzering en de efficiënte verkeersdoorstroming maken de Nederlandse snelwegen tot een voorbeeld voor andere landen. Dankzij consistente investeringen in infrastructuur wordt niet alleen de kwaliteit gewaarborgd, maar ook de veiligheid van weggebruikers verhoogd.

In Duitsland is de situatie anders. De Autobahnen, beroemd om delen zonder snelheidslimiet, trekken zowel lof als kritiek. Hoewel deze wegen doorgaans van goede kwaliteit zijn, zorgen frequente werkzaamheden en een hoge verkeersdruk vaak voor files. TomTom-gegevens laten zien dat de gemiddelde snelheid op Duitse snelwegen rond de 125 km/u ligt, net onder de aanbevolen snelheid van 130 km/u. Toch blijft de infrastructuur robuust, en de afwezigheid van een landelijke snelheidslimiet maakt Duitsland uniek in Europa.

Foto: © Pitane Blue – Frankrijk

Frankrijk heeft een uitgebreid netwerk van tolwegen, de zogenaamde autoroutes, die bekend staan om hun rustige en goed onderhouden trajecten. De tol kan echter flink oplopen, wat sommige automobilisten doet kiezen voor secundaire wegen. Met een maximumsnelheid van 130 km/u, en 110 km/u bij regen, blijven Franse snelwegen aantrekkelijk, maar de hoge kosten zijn een punt van discussie onder reizigers.

Spanje heeft de afgelopen decennia fors geïnvesteerd in zijn wegennetwerk, wat resulteert in moderne en goed onderhouden snelwegen. Het land onderscheidt zich met tolwegen (autopistas) en tolvrije wegen (autovías). Met een maximumsnelheid van 120 km/u zijn deze wegen veilig en efficiënt, al blijft de betaalbaarheid van tolwegen een heikel punt voor sommige Spaanse bestuurders.

In Oost-Europa laat de kwaliteit van snelwegen vaak te wensen over. Moldavië, met een score van slechts 2,6 op 7, is een van de slechtst beoordeelde landen op het continent. Ook in landen zoals Roemenië en Oekraïne is er veel ruimte voor verbetering. Slecht onderhoud en beperkte investeringen belemmeren hier een snelle modernisering van de infrastructuur. Deze verschillen benadrukken de kloof tussen West- en Oost-Europa op het gebied van wegennetkwaliteit.

Om de kloof te dichten en de kwaliteit van het Europese wegennet te harmoniseren, speelt de Europese Unie een actieve rol. Het Trans-Europese Transportnetwerk (TEN-T) is een ambitieus project dat de belangrijkste wegen, spoorlijnen, luchthavens en waterwegen wil verbinden en verbeteren. Een opvallend initiatief binnen dit programma is de installatie van snellaadhubs voor elektrische voertuigen, die tegen 2035 op elke 60 kilometer van het snelwegennet moeten verschijnen. Dit plan onderstreept de focus op duurzaamheid en innovatie binnen de Europese mobiliteitssector.

Ook zijn in 2019 nieuwe EU-regels ingevoerd om de verkeersveiligheid te vergroten. Deze richtlijnen, die nu ook autosnelwegen en hoofdwegen buiten het TEN-T-netwerk omvatten, zijn gericht op een beter ontwerp en onderhoud van wegen, tunnels en bruggen. Door deze maatregelen hoopt de EU het aantal verkeersdoden en zwaargewonden op Europese wegen drastisch te verminderen.

Terwijl landen zoals Nederland en Zwitserland de lat hoog leggen met hun infrastructuur, hebben andere regio’s nog een lange weg te gaan. Europese samenwerkingen zoals TEN-T en de aangescherpte richtlijnen spelen een cruciale rol in het verkleinen van de verschillen en het bouwen van een veiliger, duurzamer en efficiënter wegennetwerk.

Extreme drukte: zwarte zaterdag op Europese wegen chaos door vakantieverkeer

Historisch gezien verwijst de term ‘zwarte zaterdag’ naar een tragisch ongeval in 1982 waarbij een bus met kinderen in botsing kwam met meerdere auto’s, wat leidde tot 53 doden. Sindsdien wordt een zaterdag met zware verkeersdrukte en mogelijke chaos zo genoemd.

Er is nergens doorkomen aan de komende dagen naar toeristische plekken en op de wegen die leiden naar die plekken. Zwarte zaterdag, het jaarlijks terugkerende verkeersfenomeen, zorgde op 27 juli weer voor extreme drukte op de Europese wegen, met name in Frankrijk. De tweede piek wordt verwacht op 3 augustus. Deze dagen markeren de piek van de zomerdrukte, wanneer vakantiegangers massaal naar het zuiden trekken.

De verkeerssituatie op zwarte zaterdagen is doorgaans chaotisch, vooral op de wegen richting populaire vakantiebestemmingen in Frankrijk, zoals de A7 (Autoroute du Soleil) en de A9 richting de Spaanse grens. Dit jaar wordt de situatie verder bemoeilijkt door de Olympische Spelen in Parijs, die op 26 juli zijn begonnen. Reizigers wordt sterk aangeraden Parijs te mijden vanwege de extra drukte en de veiligheidsmaatregelen die voor extra vertragingen zorgen.

Niet alleen in Frankrijk, maar ook in Duitsland, Italië, Oostenrijk en Zwitserland worden lange files verwacht. In Duitsland bijvoorbeeld veroorzaken wegwerkzaamheden en de vakanties in verschillende deelstaten extra drukte. Vooral op de A3 richting Keulen en de A8 richting Salzburg wordt zware verkeersdrukte voorspeld.

Reizen op deze dagen vereist een grondige voorbereiding. De ANWB adviseert om reizen op zwarte zaterdagen te vermijden. Als het toch onvermijdelijk is, zijn enkele voorzorgsmaatregelen aan te raden. Zorg voor voldoende water en eten voor onderweg, aangezien tankstations en wegrestaurants overvol kunnen zijn. Een tolbadge kan de doorstroom bij tolwegen aanzienlijk versnellen. Verder is het verstandig later op de dag te vertrekken om de grootste drukte te vermijden.

Naast deze praktische tips is het ook belangrijk om de benodigde milieuvignetten te hebben voor Frankrijk en Duitsland. Deze zijn verplicht om door bepaalde milieuzones te rijden en kunnen vooraf online worden besteld om problemen onderweg te voorkomen.

Foto: © Pitane Blue – afgesloten straten in Parijs

Op vrijdag 26 juli vind de openingsceremonie van de Olympische Spelen in Parijs plaats.

Vanwege de Spelen zijn er aanzienlijke verkeersbeperkingen van kracht in en rond Parijs. Belangrijke wegen, zoals delen van de Boulevard Périphérique, zijn afgesloten voor het reguliere verkeer om ruimte te maken voor de Olympische rijstroken. Deze speciale rijstroken, die alleen toegankelijk zijn voor geaccrediteerde voertuigen, zijn bedoeld om de logistiek voor de atleten en andere officiële deelnemers te stroomlijnen.

Het dagelijks leven en de verkeerssituatie in Parijs worden hierdoor flink beïnvloed. Vakantiegangers en anderen die Parijs willen doorkruisen, worden geadviseerd alternatieve routes te kiezen om files en oponthoud te vermijden. De ANWB raadt bijvoorbeeld aan om vanuit het noorden via de A29 en A28 te reizen, of vanuit het oosten via de A26 richting Dijon.

Daarnaast zullen verschillende metrostations gesloten zijn en zijn er wijzigingen in het busverkeer. Deze maatregelen zijn bedoeld om de grote toestroom van bezoekers en de complexiteit van het evenement beter te kunnen beheersen.

Voor degenen die de ceremonie willen bijwonen, wordt het aanbevolen om gebruik te maken van het uitgebreide openbaar vervoernetwerk of de fiets. Parijs heeft de afgelopen jaren geïnvesteerd in fietsvriendelijke infrastructuur, waardoor het een aantrekkelijke optie is voor zowel inwoners als toeristen.

Sympathie voor boeren wordt levensgevaarlijk op wegen

In alle vroegte hebben boeren vanmorgen snelwegen geblokkeerd met bergen zand, mest en afval.

Sympathie van voor de acties van de boeren is er niet meer nu levensgevaarlijke situaties ontstaan op de wegen. De politie ruimt de rommel niet op, want dat is het werk van Rijkswaterstaat. Aannemers die dat willen doen werden eerder door Rijkswaterstaat niet gevonden omdat dreigtelefoontjes waarin ze met de dood worden bedreigd, voor NSB’er of landverraders worden uitgemaakt aan de orde van de dag zijn. Intussen steken boeren vandaag hooibalen, mest en afval in brand op allerlei snelwegen. 

En dat terwijl het hartstikke droog is en we al weken beelden te zien krijgen uit Europa van hectares begroeiing die in vlammen opgaan. Het lijkt er ook sterk op dat boeren bewust afval storten in de schaduw van een viaduct zodat je het als automobilist in de ochtendschemering nauwelijks ziet dat er obstakels liggen. Levensgevaarlijk en niet eens waardig om nog enige sympathie voor op te brengen. De roep om deze terreur keihard aan te pakken wordt steeds groter vanuit de samenleving. Dat het produceren van voedsel voor ons land belangrijk is kan nooit een reden zijn om onschuldige automobilisten hierin te betrekken, met ongevallen tot gevolg. De boeren die de rotzooi maken zijn niet te pakken omdat ze na het dumpen en brandstichting meteen verdwijnen. 

In alle vroegte hebben boeren vanmorgen snelwegen geblokkeerd met bergen zand, mest en afval.

 ‘Steun onze boeren!’

Farmers Defence Force zegt zelf overigens geen rol te spelen in deze protestacties. Actie voeren levert ook geld op. Met de verkoop van petjes, posters en klompen doet de webshop van Farmers Defence Force goede zaken. In werkelijkheid gaan betalingen naar één boerenonderneming. Van den Oever V.O.F, het fruitteeltbedrijf van de bekende voorman van Farmers Defence Force, is op de site nergens terug te vinden. BNR legde de constructie voor aan drie experts op het gebied van fiscale opsporing en fraude. Opmerkelijk en een vreemde gang van zaken. 

“Ik stort de winsten volledig terug aan het einde van het jaar.”

Mark van den Oever

Juridisch luistert de kwestie nauw volgens de nieuwsradio. Farmers Defence Force is bij de Kamer van Koophandel ingeschreven als stichting en als vereniging. Beide rechtsvormen mogen alleen commerciële activiteiten ontplooien zolang deze ten goede komen aan hun maatschappelijke doelen. Farmers Defence Force haalt ook via online collectes geld op. De meest recente inzameling zou zo’n €65.000 hebben opgeleverd om ‘boetes en juridische kosten’ van te kunnen betalen. In tegenstelling tot de opbrengsten van de webshop gaan dit geld wel naar een bankrekening op naam van de stichting.

BoerBurgerBeweging

Ook Caroline van der Plas zal de komende tijd niet in de media optreden, omdat ze wordt bedreigd. Dat laat de voorvrouw van de BoerBurgerBeweging (BBB) weten na berichtgeving van RTL Boulevard. “Ik voel me niet veilig op dit moment.” Ze zegt meerdere berichten per week te ontvangen en heeft naar eigen zeggen al haar publieke optredens en werkbezoeken voor deze week en het weekend afgezegd.

“Voor je op weg gaat, licht je in over actuele verkeersinformatie en of je wel op dit tijdstip moest gaan rijden”

Rijkswaterstaat
door de blokkades is de weg op sommige plekken beschadigd

Opletten voor knooppunt Sint-Anna rond Antwerpen

Op maandag 12 april start de bouw van het nieuwe knooppunt Sint-Anna Linkeroever. Wie richting zuiden reist via Antwerpen moet rekening houden met veel verkeersoverlast. Vanaf donderdag 8 april wordt het verkeer omgeleid voor de aanleg van het nieuwe verkeersknooppunt St. Anna vlak bij de Kennedytunnel. De aanleg van het knooppunt zelf zal duren tot het voorjaar van 2024 en loopt in verschillende fases. De eerste fase loopt tot augustus want dan wordt het knooppunt afgebroken en kan het verkeer niet meer via de bestaande snelweg rijden en moet het via tijdelijke wegen. Het verkeersknooppunt moet op termijn veiliger en stiller worden. Het verbindt de Antwerpse ring met de E34 en de Charles de Costerlaan op linkeroever. Het zal later ook de aansluiting worden op de toekomstige Scheldetunnel.

De verkeersomleiding gebeurt in vier nachten vanaf donderdagavond 8 april tot maandagochtend 12 april. Lokaal moet er dan rekening worden gehouden met een verminderde capaciteit, tijdelijke afsluitingen en veranderende verkeerssituaties. Het verkeer tussen de E34 en de E17/Kennedytunnel kan de werf passeren op 2 keer 2 versmalde rijstroken naast de bestaande snelweg. Maar het verkeer met bestemming Linkeroever en Waaslandenhaven-Oost wordt via tijdelijke wegen rondom het knooppunt Sint-Anna geleid. 

Lees ook: Wegenwerken duren in Vlaanderen altijd lang

werken Sint-Anna
– Antwerpen

Aanzetten straatverlichting werd uitgesteld wegens COVID-19

Vanwege de actualiteiten rond het stikstofdossier en COVID-19, is er beperkte capaciteit in de markt om de onderzoeken uit te voeren en is het niet gelukt om dit voorjaar te starten. Minister van Nieuwenhuizen schreef aan de Kamer dat het aanzetten van de straatverlichting op de snelwegen is uitgesteld. In een brief van 16 december 2019 informeerde zij de Kamer over de voortgang van het aanzetten van de verlichting op de autosnelwegen. Zij gaf aan dat op ca. 80 kilometer autosnelweg de verlichting weer aanblijft tussen 23 en 5 uur en kondigde aanvullende veldonderzoeken aan voor de locaties waar een potentieel knelpunt niet valt uit te sluiten.

beperkte capaciteit

Het voornemen was om de veldonderzoeken in 2020 uit te voeren. De Wet Natuurbescherming kent voor de uitvoering van dit veldonderzoek strikte voorschriften: er dient onderzoek te worden gedaan naar alle diersoorten in alle verschillende vast voorgeschreven periodes, waaronder het voorjaar. Hiervan kan niet worden afgeweken, omdat anders niet de vereiste informatie beschikbaar is voor besluitvorming. Daarom werd ervoor gekozen om het veldwerk in zijn geheel door te schuiven naar 2021 (start april). Er is volgend jaar voldoende onderzoekscapaciteit beschikbaar, de planning is stabieler en het werk kan efficiënter als één pakket worden uitgevoerd.

regeerakkoord

Sinds het voorjaar van 2013 gaan op sommige snelwegen ‘s avonds na 21.00 uur of na 23.00 uur de lampen uit. De wegen waar dat gebeurt zijn bij elkaar zo’n 550 kilometer lang. In het regeerakkoord werd al afgesproken dat de maatregel zou worden teruggedraaid op plaatsen waar de verkeersveiligheid erbij gebaat is dat de verlichting de hele nacht blijft branden. Nieuw onderzoek wees uit dat verlichting in het algemeen zowel de verkeersveiligheid als de beleving daarvan verbetert. Voor van Nieuwenhuizen was dat reden genoeg de lampen weer aan te laten. 

“Daarbij dien ik wel rekening te houden met de Wet natuurbescherming”, aldus de minister. Die wet verbiedt activiteiten die leiden tot het opzettelijk verstoren van beschermde diersoorten. Daarom moet eerst in kaart worden gebracht welke soorten zich waar bevinden en waar sprake kan zijn van ongeoorloofde verstoring.”, aldus de Minister Cora van Nieuwenhuizen. 

Dat onderzoek zou naar verwachting ongeveer een halfjaar in beslag maar is nu aanzienlijk veel langer geworden.

Lees ook: Zes op tien snelwegongevallen bij op- of afrit

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp

Cora van Nieuwenhuizen