Tag archieven: spoorwegen

Warme dagen ook een broeierige uitdaging op het treinverkeer

Drink voldoende water, vermijd reizen tijdens de spitsuren en werk thuis als dat mogelijk is.

In de komende maanden zullen we niet alleen bij het zonnebaden of een ijscoupe rekening moeten houden met de hitte. Ook het treinverkeer kan door de stijgende temperaturen aanzienlijk worden beïnvloed. Deze verstoringen zijn te wijten aan specifieke technische aspecten van de treinconstructie, waarvan vele reizigers zich wellicht niet bewust zijn.

Ten eerste, blijf altijd op de hoogte van de laatste reisinformatie. Gebruik apps van de treinmaatschappijen en online platforms om te weten te komen of er wijzigingen zijn in de dienstregeling. Wees flexibel en overweeg indien mogelijk alternatieve reismogelijkheden.

Met bewustzijn, voorbereiding en veerkracht, kunnen we ervoor zorgen dat onze reisplannen blijven sporen, zelfs tijdens de heetste dagen van het jaar.

Zorg ervoor dat je voldoende water bij je hebt. Uitdroging kan snel optreden in extreme hitte, vooral als je in een stilstaande trein zit of wacht op een station. Vermijd cafeïnehoudende dranken, die kunnen dehydrateren, en kies in plaats daarvan voor water of fruitsap. Draag lichte, ademende kleding om je lichaam te helpen de hitte te reguleren en breng zonnebrandcrème aan op blootgestelde huid. Hoewel je in de trein bent, kun je nog steeds verbranden door de zonnestralen die door de ramen komen.

mogelijke storingen

Een sleutelcomponent in deze kwestie is de pantograaf, een scharnierende arm die zich op het dak van het treinstel bevindt. Het doel van deze component is eenvoudig, maar cruciaal: het voorziet de trein van elektriciteit via de bovenleiding. Maar wat gebeurt er als de hitte in het spel komt? Het antwoord is helaas minder eenvoudig.

Wanneer de zomerzon in volle kracht schijnt, kan de bovenleiding de neiging hebben om iets te zakken en uit te zetten. Dit maakt ze kwetsbaarder en verhoogt het risico op defecten wanneer de pantograaf erlangs schuift. En dit is nog maar het begin van de problemen.

Het effect van de hitte is niet beperkt tot de bovenleiding alleen. Als de buitentemperatuur 35°C of hoger wordt, kan de temperatuur van de sporen aanzienlijk stijgen. Deze stijging leidt tot uitzetting van de sporen, die op zijn beurt wordt tegengegaan door de constructie onder de sporen. Dit creëert een spanningsveld dat bij verdere temperatuurstijging kan leiden tot spoorvervorming, wat een serieus veiligheidsrisico vormt.

Het uitzetten van de bovenleiding en spoorvervorming zijn twee voornaamste oorzaken van treinstoringen tijdens tropische dagen.

Dus terwijl u geniet van de zomerse warmte, is het belangrijk om rekening te houden met de mogelijke impact op uw treinreizen. Zomerse dagen kunnen voor meer dan alleen zonnebrand zorgen; ze vormen ook een technische uitdaging voor onze treininfrastructuur. Terwijl experts op het gebied van treinverkeer werken aan oplossingen, laten feiten zien dat klimaat en techniek op complexe en verrassende manieren met elkaar verweven zijn.

Foto: Pitane Blue – spoorwegovergang Koksijde

Ook menselijke fouten kunnen leiden tot storingen bij spoorwegovergangen. Bijvoorbeeld, onvoorzichtig gedrag of niet opvolgen van de veiligheidsinstructies kan leiden tot incidenten bij deze overgangen.

Wanneer de temperatuur van de sporen stijgt, kunnen ze uitzetten, wat kan leiden tot structurele vervormingen. Dergelijke vervormingen kunnen de veiligheid van de overgangen in gevaar brengen en kunnen problemen veroorzaken voor treinen die de overgang naderen. Een van de voornaamste potentiële storingen bij spoorwegovergangen is een falen van de slagbomen. Een technische storing kan echter voorkomen dat de slagbomen naar beneden komen, waardoor er een aanzienlijk risico op aanrijdingen ontstaat. Dergelijke storingen kunnen veroorzaakt worden door elektronische of mechanische defecten, of door externe factoren zoals extreme weersomstandigheden.

Spoorwegmuseum blikt terug op grootste veranderingen

Op een interactieve manier wordt de werking van elektrische treinen en bovenleidingen inzichtelijk gemaakt en verteld hoe de elektrificatie van het spoor tot stand is gekomen.

Grootse veranderingen bij de spoorwegen’ en ‘Als de treinen sneller gaan snellen’ kopten de kranten in 1938. Op 15 mei van dat jaar was de elektrificatie van het Middennet een feit en kwamen 90 elektrische treinstellen Mat’36 in dienst. Het Spoorwegmuseum blikt met de tentoonstelling ’Onder Hoogspanning’ vanaf 26 mei terug op deze mega-operatie die de spoorwegen in Nederland in één klap tot de meest moderne van de wereld maakten. Op een interactieve manier wordt de werking van elektrische treinen en bovenleidingen inzichtelijk gemaakt en verteld hoe de elektrificatie van het spoor tot stand is gekomen. Pronkstuk van de tentoonstelling is het gerestaureerde treinstel Mat’36 252. De tentoonstelling ‘Onder Hoogspanning, elektrificatie in stroomversnelling’ is van 26 mei t/m 26 november 2023.

De tentoonstelling

Naast een boeiend overzicht van deze spannende periode in de spoorgeschiedenis laat de tentoonstelling ‘Onder Hoogspanning’ op interactieve wijze zien wat elektrificatie eigenlijk inhoudt. Wat is er nodig om een spoorlijn te elektrificeren, hoe werkt een elektrische trein en welke innovaties waren er? Bezoekers kunnen zelf onder de trein kijken naar de elektrische installatie en met interactieve spellen en touchscreens de werking van elektriciteit ontdekken. Deze manier van presenteren maakt de tentoonstelling geschikt voor zowel jong als oud.

Historie

Aan het begin van de twintigste eeuw was een aantal spoorlijnen tussen de grote steden overbelast. Er waren simpelweg meer treinreizigers dan de betrouwbare, maar langzame door stoomlocomotieven getrokken treinen konden verwerken. Besloten werd het spoor te elektrificeren. Elektrische treinen waren immers een stuk sneller en goedkoper in exploitatie dan stoomtreinen. Een goed voorbeeld was de Hofpleinlijn tussen Rotterdam en Scheveningen, waar sinds 1908 een elektrische trein reed die veel minder kosten per treinkilometer maakte vergeleken met stoomtractie.

Acrobatiek bij de aanleg van bovenleiding.

Aanleg bovenleidingen

Elektrische treinen kunnen echter alleen rijden op spoorlijnen met een stroomvoorziening zoals bovenleiding. Hiervoor ging vanaf de april 1936 het zogeheten ‘Middennet’ volledig op de schop. Boven 276 kilometer spoor vanuit Utrecht naar Den Haag, Rotterdam, Amsterdam, Arnhem en Eindhoven werd bovenleiding aangelegd. Tegelijkertijd moest de hele infrastructuur worden aangepast zoals seinen, wissels en overwegen en werden seinhuizen verplaatst. En dat terwijl de treindienst gewoon doorging! Het maakte het tot een logistiek erg ingewikkeld project. Toch lukte het NS het werk in twee jaar af te ronden. Op 15 mei 1938 was het zover en kwamen 53 elektrische tweewagenstellen en 37 driewagenstellen Mat’36 in de dienstregeling.

Starre dienstregeling

Elektrische treinen konden sneller optrekken en remmen, dat bood mogelijkheden om de dienstregeling te verbeteren. Op 15 mei 1938 werd daarom een zogeheten ‘starre dienstregeling’ ingevoerd. De treinen gingen op vaste tijden rijden. Op alle lijnen werd een twee-uursdienst gereden, en op de drukkere baanvakken een regelmatige uur- of halfuurdienst. De reistijden werden hierdoor flink korter.

Mat’36

Het ontwerp van de Mat’36 was afgekeken van de dieselelektrische treinen (Mat’34) die twee jaar eerder waren gebouwd, maar was nog altijd revolutionair. De gestroomlijnde vorm droeg niet alleen bij aan hogere snelheden, maar ook aan het moderne imago dat NS zich in die periode graag wilde aanmeten. Het interieur was modern vormgegeven met o.a. buisframe banken en men probeerde met de zogenoemde in- en uitborden reizigers te sturen zodat er sneller in- en uitgestapt kon worden. 

De treinen waren voor het eerst voorzien van schijfremmen, revolutionair voor die tijd. Nieuw was ook dat de treinen uit de serie Mat’ 36 volledig gelast en niet meer geklonken waren. Daardoor was hun gewicht lager en konden hogere snelheden van 125 km/u worden gehaald. De nu door het Spoorwegmuseum gerestaureerde Mat’36 252 ging in 1968 uit dienst en werd van de sloop gered door de Stibans, de stichting tot behoud van af te voeren Nederlands spoorwegmaterieel. Met steun van de Stibans en de Vereniging Vrienden van het Spoorwegmuseum is de Mat’36 nu geheel gerestaureerd en voor het eerst te zien in het Spoorwegmuseum.

Foto boven en midden: Collectie Spoorwegmuseum.