Tag archieven: U-OV

Provincie verlaagt prijzen: zomer en winter goedkoper reizen na aanhoudende problemen

Reiziger in Utrecht krijgt geld terug na chaos in OV, provincie grijpt in met lagere tarieven en compensatie.

Reizigers in de provincie Utrecht krijgen de komende maanden een financiële tegemoetkoming vanwege de aanhoudende problemen in het bus- en tramvervoer. Het provinciebestuur grijpt in nadat de dienstverlening sinds de overname door vervoerders Transdev en Keolis eind vorig jaar structureel onder de maat blijft. Vertragingen, uitgevallen ritten en onduidelijkheid over dienstregelingen zorgen al geruime tijd voor frustratie onder reizigers.

Volgens de provincie voldoet het openbaar vervoer nog altijd niet aan de afgesproken normen. Daarom is besloten om de tarieven tijdelijk te verlagen, in een poging het vertrouwen van het publiek terug te winnen. Tussen oktober en december wordt een maximum ingesteld van 50 euro per maand voor bus- en tramgebruik. Daarmee wil de provincie de financiële pijn voor frequente reizigers verzachten.

dal-vrijabonnement

Ook het dal-vrijabonnement gaat tijdelijk in prijs omlaag. Reizigers betalen hiervoor in diezelfde periode geen 30 euro, maar 15 euro. Rond de kerstvakantie volgt een extra maatregel, waarbij het reizen nog voordeliger wordt gemaakt. In die periode hoeven reizigers alleen nog het instaptarief te betalen, wat neerkomt op een minimale bijdrage per rit.

De zomerperiode wordt eveneens aangepakt. Van 18 juli tot en met 30 augustus geldt een aangepast tarief, waarbij reizigers maximaal 5 euro per dag betalen voor bus- en tramvervoer in de regio. Normaal ligt dat bedrag op 10 euro per dag. Voor mensen met een jaarabonnement komt daar nog een extra compensatie bovenop: zij krijgen de mogelijkheid om een maand abonnementsgeld terug te vragen.

De provincie financiert deze maatregelen met geld dat eerder is geïnd via boetes voor de vervoerders. Transdev kreeg een boete opgelegd van 1,7 miljoen euro, terwijl Keolis een bedrag van 950.000 euro moest betalen. Deze sancties werden opgelegd vanwege het structureel niet halen van de afgesproken prestaties.

De problemen in Utrecht staan niet op zichzelf, maar maken deel uit van een bredere trend in het regionale openbaar vervoer. In meerdere delen van het land kampen vervoerders met vergelijkbare uitdagingen. Personeelstekorten spelen daarbij een grote rol, net als een hoog ziekteverzuim onder medewerkers. Daarnaast zorgen de overgang naar nieuwe concessies en organisatorische veranderingen voor extra druk op de uitvoering van de dienstregelingen.

kern van het probleem

Voor reizigers blijft de kern van het probleem echter onverminderd bestaan. Betrouwbaarheid is essentieel voor dagelijks gebruik van het openbaar vervoer, en juist daar wringt het momenteel. Hoewel lagere tarieven een welkome verlichting bieden voor de portemonnee, nemen ze de onzekerheid over het daadwerkelijk kunnen reizen niet weg. Uitvallende bussen en trams blijven voor veel mensen een bron van ergernis en ongemak.

Met de aangekondigde maatregelen zet de provincie een eerste stap om het vertrouwen enigszins te herstellen. Of dat voldoende is om de reputatieschade te beperken en reizigers terug te winnen, zal de komende maanden moeten blijken. Duidelijk is wel dat structurele verbeteringen in de dienstverlening noodzakelijk blijven om het openbaar vervoer in Utrecht weer op het gewenste niveau te krijgen.

Taxichauffeurs mogelijk de nieuwe aanwinst voor tekort aan buschauffeurs

Van zelfrijdende bussen tot omgeschoolde taxichauffeurs: waar ligt de oplossing?

De kwestie van het nijpende tekort aan buschauffeurs in Nederland heeft wellicht geleid tot een onconventionele maar potentieel doeltreffende oplossing aangedragen door Henk Meurs, hoogleraar mobiliteit aan de Radboud Universiteit. Meurs stelt voor om taxichauffeurs om te scholen tot buschauffeurs, een benadering die aansluit bij de huidige personeelsproblemen in het openbaar vervoer.

Een artikel van het Algemeen Dagblad belicht de verwachting van Meurs dat de personeelsproblemen in de nabije toekomst alleen maar zullen toenemen. Deze prognose wordt versterkt door de demografische samenstelling van de huidige chauffeurs in het Nederlandse openbaar vervoer, waarvan een groot deel 55 jaar of ouder is en binnenkort met pensioen gaat. Dit benadrukt de urgentie van het vinden van een duurzame oplossing.

De overstap van taxichauffeurs naar buschauffeurs lijkt aantrekkelijk, vooral omdat de arbeidsvoorwaarden onder de bus-cao gunstiger zijn dan die van de taxi-cao. Dit kan een stimulans zijn voor taxichauffeurs om van beroep te veranderen. Daarnaast oppert Meurs de mogelijkheid om in steden zoals Utrecht meer trams of zelfrijdende bussen in te zetten. Dit zou weliswaar extra personeel vereisen, maar het heeft ook het voordeel van het vervoeren van een veel groter aantal passagiers per rit vergeleken met bussen.

Foto: Pitane Blue – U-OV

“Ook zou je in een stad als Utrecht meer trams kunnen gebruiken. Daar komt extra personeel bij kijken, maar je vervoert ook véél meer passagiers dan in een bus.’’

Henk Meurs, hoogleraar mobiliteit aan de Radboud Universiteit

De ideeën van Meurs komen temidden van de recente aankondiging van U-OV, een vervoersbedrijf in Utrecht, dat vanwege personeelstekorten de dienstregeling aanzienlijk zal inkrimpen. Vanaf 10 december zal er 16 procent minder gereden worden dan oorspronkelijk gepland. Hoewel het lijnennetwerk intact blijft, zullen bussen minder frequent rijden. De Provincie Utrecht, verantwoordelijk voor het regionaal openbaar vervoer, heeft aangekondigd strenger op te treden tegen het uitvallen van ritten. Vanaf april worden boetes opgelegd voor elke rit die niet wordt uitgevoerd, waarbij de hoogte van de boetes volgend jaar bekend zal worden gemaakt. Ook zullen de vervoersbedrijven niet gecompenseerd worden voor niet-uitgevoerde ritten. De bedrijven plannen om halverwege november de reizigers te informeren over de wijzigingen. Hoewel er hoop is dat in de loop van volgend jaar meer bussen kunnen rijden, heeft U-OV nog geen concrete toezeggingen gedaan.

Henk Meurs

Henk Meurs, hoogleraar mobiliteit aan de Radboud Universiteit, staat bekend om zijn diepgaande onderzoek naar de complexe relatie tussen ruimtelijke ontwikkelingen en mobiliteit. Zijn werk richt zich op het begrijpen van de oorsprong en toekomstige trends van mobiliteitsgroei en de impact van verschillende maatregelen op deze ontwikkeling.

Een centraal thema in het onderzoek van Meurs is de paradox die ontstaat bij de aanleg van nieuwe infrastructuur. Hoewel dit op korte termijn mobiliteitsproblemen kan oplossen, leidt het vaak tot een toename van mobiliteit op langere termijn. Dit fenomeen, bekend als ‘induced demand’, benadrukt de noodzaak van een doordachte aanpak bij het ontwikkelen van transportnetwerken.

Een ander belangrijk aspect van Meurs’ werk is het pleidooi voor prijsbeleid, zoals kilometerheffing, als middel om een betere afstemming tussen ruimtelijk en verkeersbeleid te bewerkstelligen. Dit soort beleidsmaatregelen kan helpen bij het reguleren van verkeersstromen en het verminderen van congestie, terwijl het tegelijkertijd milieuvriendelijkere transportopties bevordert.

Meurs benadrukt ook het belang van vroege samenwerking tussen verkeerskundigen en ruimtelijke planners in planprocessen. Dit multidisciplinaire samenspel is cruciaal voor het ontwikkelen van holistische en duurzame mobiliteitsoplossingen die rekening houden met zowel de huidige als toekomstige behoeften van stedelijke en regionale gebieden.

Naast zijn academische werk is Meurs ook actief in de praktische toepassing van zijn onderzoek als directeur van MuConsult, een onderzoeksbureau in Amersfoort. Hier werkt hij aan de ontwikkeling en evaluatie van beleid op het gebied van weginfrastructuur, openbaar vervoer en fietsgebruik op verschillende ruimtelijke schaalniveaus. Zijn ervaring en expertise in zowel de academische als de praktische aspecten van mobiliteitsbeheer maken hem tot een vooraanstaand figuur in dit veld.

Upgrade tramhaltes Utrecht, Nieuwegein en IJselstijn

De eerste zeven haltes worden aan het begin van het aankomend studiejaar opgeleverd.

De huidige haltes op het traject Vaartsche Rijn – Utrecht Science Park krijgen de komende periode een flinke upgrade zodat ze beter voldoen aan de wensen en behoeften van reizigers. Denk daarbij aan betere beschutting met grote overkappingen en goede halteverlichting. De eerste zeven haltes worden aan het begin van het aankomend studiejaar opgeleverd. De laatste halte op dit traject wordt op een later moment opgeknapt. De provincie Utrecht wil dit nieuwe ontwerp toepassen voor alle tramhaltes in Utrecht, Nieuwegein en IJsselstein. De reizigers ervaren dan overal het gemak bij de tramhaltes.

Tramhalte op maat

De tramlijn op het traject Vaartsche Rijn – Utrecht Science Park kent verschillende soorten haltes. Zo stappen er bij de haltes Padualaan en Heidelberglaan relatief veel reizigers in en uit. Bezoekers van de nabijgelegen ziekenhuizen stappen in en uit bij de haltes UMC Utrecht en het Wilhelmina Kinderziekenhuis/Prinses Máxima Centrum. Haltes De Kromme Rijn en Galgenwaard hebben het minst aantal reizigers. Utrecht Centraal Centrumzijde blijft als enige tramhalte ongewijzigd, omdat deze tijdens de verbouwing van het OV-knooppunt Utrecht C.S. al is gemoderniseerd. Omdat de haltes verschillend zijn qua grootte en drukte knappen we elke halte op maat op. Zo worden de overkappingen op sommige haltes bijvoorbeeld tot wel 25 meter lang. Ter vergelijking: de huidige overkappingen op de haltes van deze tramlijn hebben een lengte van 4 meter.

De provincie Utrecht wil het nieuwe ontwerp toepassen voor alle tramhaltes in Utrecht, Nieuwegein en IJsselstein.

Innovatief en duurzaam

De haltes krijgen een ruime overkapping met (indien mogelijk) een glaswand en een (dubbelzijdige) zitbank. De zitting van de bank is van duurzaam bamboe. In de overkapping komen niet alleen ledlampen maar ook zonnepanelen. Daarnaast zitten straks ook de in- en uitcheckpunten en de beveiligingscamera’s in de overkapping. Ook de panelen met actuele reisinformatie komen, nadat de huidige borden zijn afgeschreven, in de overkapping. Reizigers kunnen de vernieuwde tramhalte herkennen aan het U-OV logo.

Planning

De werkzaamheden starten begin juni en in september zijn de nieuwe haltes klaar. Het tramtraject naar het Utrecht Science Park is in deze periode rustiger vanwege de zomervakantie. Hierdoor hebben minder reizigers hinder van de werkzaamheden. Ze werken zowel doordeweeks als in de weekenden aan de haltes. Een groot deel van de overkappingen maken ze in de weekenden omdat we hier een hijskraan voor nodig hebben. Tijdens de kleinere werkzaamheden, zoals het monteren van zitbanken en afvalbakken, rijdt de tram volgens dienstregeling. Een veiligheidsfunctionaris houdt toezicht op de halte waar we op dat moment werken. Hij of zij let op de veiligheid van de reizigers en van de mensen die werken op het perron. Provincie Utrecht heeft Epsilion Cities de opdracht gegund. Zij zijn verantwoordelijk voor de realisatie.