Categorie archieven: OV

Rover slaat alarm: kritiek groeit op Eurostar na gestrande passagiers

Rover uit stevige kritiek op de manier waarop Eurostar heeft gehandeld tijdens de grote verstoring rond Rotterdam.

Volgens de reizigersorganisatie heeft de internationale treinvervoerder nagelaten om de Europese reizigersrechten adequaat na te leven, waardoor veel gestrande passagiers dagenlang in onzekerheid zijn gebleven. De problemen ontstonden na een kabelbrand bij Rotterdam, waardoor het treinverkeer tussen Amsterdam en Londen stil kwam te liggen en talloze reisplannen abrupt werden doorkruist.

De storing had grote gevolgen voor internationale reizigers die afhankelijk zijn van de Eurostar-verbinding. Treinen werden massaal geannuleerd en een duidelijke oplossing bleef uit. Waar reizigers richting Parijs nog gebruik konden maken van een omleidingsroute via Utrecht, gold die mogelijkheid niet voor passagiers met bestemming Londen. Volgens Rover had juist daar een kans gelegen om de impact van de storing te beperken. In plaats daarvan voelden veel reizigers zich aan hun lot overgelaten.

alternatieve voortzetting

De organisatie wijst erop dat vervoerders volgens de Europese verordening 2021/782 duidelijke verplichtingen hebben bij annuleringen. Reizigers hebben recht op een alternatieve voortzetting van hun reis, volledige terugbetaling van hun ticket of compensatie voor extra kosten, zoals een noodzakelijke hotelovernachting. Bovendien geldt dat wanneer een vervoerder niet binnen honderd minuten na de geplande vertrektijd met informatie komt over een alternatief, reizigers zelf vervangend vervoer mogen regelen op kosten van de vervoerder.

Volgens Rover is daar in de praktijk weinig van terechtgekomen. Eurostar zou vooral hebben volstaan met standaard e-mails waarin reizigers de keuze kregen om hun reis om te boeken of te annuleren. Concrete oplossingen bleven uit, terwijl de behoefte aan begeleiding en ondersteuning juist groot was. Klantenservice bleek bovendien moeilijk bereikbaar, waardoor reizigers geen duidelijkheid kregen over hun situatie of mogelijke vervolgstappen.

zonder perspectief

De frustratie onder reizigers liep daardoor hoog op. Veel mensen zaten vast zonder perspectief op een snelle terugkeer of voortzetting van hun reis. De gebrekkige communicatie en het uitblijven van alternatieven zorgen volgens Rover voor een zorgwekkend beeld van hoe internationale treinreizigers worden behandeld in crisissituaties.

Rover-directeur Daan Zieren spaart de vervoerder niet in zijn beoordeling. “Eurostar maakt hier een slechte beurt voor de internationale trein”, stelt hij. “Reizigersrechten zijn er niet voor de bühne, die moet je juist nakomen als het misgaat. Het kan niet zo zijn dat je reizigers simpelweg wegstuurt met de mededeling ‘zoek het zelf maar uit.’ Reizigers hebben geen idee hoe ze thuiskomen. Je verantwoordelijkheid als treinbedrijf eindigt niet met de online mogelijkheid een kaartje te annuleren.”

gezamelijke aanpak

De organisatie pleit voor een gezamenlijke aanpak van Eurostar en NS om dit soort situaties in de toekomst beter op te vangen. Volgens Rover moet er meer worden geïnvesteerd in duidelijke en tijdige reisinformatie, evenals in een beter bereikbare klantenservice. Reizigers zouden bij calamiteiten automatisch, of via goed functionerende ondersteuning, een alternatief reisadvies moeten ontvangen.

Zieren benadrukt dat het huidige systeem tekortschiet. “Reizigers moeten bij calamiteiten automatisch of via een fatsoenlijk bereikbare klantenservice een alternatief reisadvies krijgen in plaats van eenrichtingsverkeer naar de storneringsknop”, aldus de directeur. Daarmee doelt hij op de eenzijdige communicatie waarbij reizigers vooral worden gewezen op de mogelijkheid om hun ticket te annuleren, zonder dat er actief wordt meegedacht over oplossingen.

Foto: © Pitane Blue – hogesnelheidstrein Eurostar

Rover heeft inmiddels zowel Eurostar als NS benaderd met het verzoek om de situatie gezamenlijk te evalueren. De reizigersorganisatie wil dat er duidelijke lessen worden getrokken uit de gebeurtenissen rond Rotterdam, zodat toekomstige verstoringen minder ontwrichtend zijn voor passagiers. Daarbij staat het naleven van reizigersrechten centraal, evenals het bieden van praktische ondersteuning op momenten dat reizigers daar het meest afhankelijk van zijn.

duurzaam alternatief

De gebeurtenissen leggen volgens Rover een breder probleem bloot binnen het internationale treinverkeer. Terwijl de trein vaak wordt gepresenteerd als duurzaam alternatief voor het vliegtuig, laat deze situatie zien dat betrouwbaarheid en klantgerichtheid nog niet altijd op het gewenste niveau liggen. Juist bij grensoverschrijdende verbindingen, waar reizigers vaak minder bekend zijn met alternatieve routes en regelgeving, is goede begeleiding essentieel.

De komende periode moet duidelijk worden of Eurostar en NS gehoor geven aan de oproep van Rover. Voor de gedupeerde reizigers komt dat te laat, maar de hoop is dat toekomstige reizigers beter worden beschermd wanneer zich opnieuw een grote storing voordoet.

Arriva schaalt flink op voor Pinkpopweekend: gratis pendelbussen naar Heerlen

Tijdens het Pinkpopweekend in Landgraaf kunnen festivalgangers rekenen op een flinke uitbreiding van het openbaar vervoer.

Vervoerder Arriva zet van 18 tot en met 22 juni extra treinen en bussen in om de toestroom van duizenden bezoekers soepel te laten verlopen. De verwachting is dat het drukker wordt dan gebruikelijk, waardoor maatregelen noodzakelijk zijn om iedereen veilig en efficiënt van en naar het festivalterrein te krijgen.

station Heerlen

Het station van Landgraaf wordt speciaal voor deze gelegenheid aangepast. Het perron krijgt extra ruimte om de grote groepen reizigers te kunnen verwerken. Toch ligt de nadruk dit jaar nadrukkelijk op een andere route. De organisatie wil een groter deel van het publiek via station Heerlen laten reizen. Daarmee moet de druk op Landgraaf zelf worden verminderd en blijft de doorstroming beter beheersbaar.

Tussen Heerlen en het festivalterrein worden gratis pendelbussen ingezet. Deze bussen rijden gedurende het hele evenement en brengen bezoekers tot vlak bij de ingang van Pinkpop. De frequentie van deze pendeldienst wordt flexibel aangepast aan de drukte, zodat wachttijden zoveel mogelijk worden beperkt. Daarmee wordt het voor bezoekers aantrekkelijker gemaakt om via Heerlen te reizen in plaats van rechtstreeks naar Landgraaf.

Ook op het spoor wordt flink opgeschaald. Tijdens de belangrijkste festivaldagen, op 19, 20 en 21 juni, blijven meerdere treinen in de regio langer rijden dan normaal. Dit moet voorkomen dat bezoekers na afloop van de optredens stranden en geen vervoer meer hebben. Vanuit Heerlen vertrekken in de late avond en nacht extra treinen richting onder meer Maastricht en Sittard.

De dienstregeling is daarbij specifiek afgestemd op de eindtijden van het festival. Zo vertrekt de laatste stoptrein van Heerlen naar Maastricht om 2:29 uur, terwijl reizigers richting Sittard nog om 2:22 uur kunnen vertrekken. Daarmee krijgen bezoekers ruim de tijd om na de laatste acts het terrein te verlaten en hun reis naar huis voort te zetten.

AI Illustratie: © Pitane – Pitane Blue

Voor wie verder moet reizen, is er bovendien een speciale nachttrein ingezet. In de nacht van 19 op 20 juni rijdt een trein richting Schiphol, met haltes in onder meer Roermond, Eindhoven, Den Bosch, Utrecht en Amsterdam. Deze verbinding biedt uitkomst voor festivalgangers die buiten Limburg wonen en nog dezelfde nacht willen doorreizen.

slimme routes

De nachttrein vertrekt vanuit Maastricht om 1:00 uur en maakt een stop in Sittard om 1:15 uur. Daarmee sluit deze verbinding aan op de extra treinen vanuit Heerlen, zodat overstappen mogelijk blijft. De volledige, aangepaste dienstregeling is beschikbaar via Arriva, zodat reizigers hun reis vooraf goed kunnen plannen.

Met deze maatregelen hopen zowel de organisatie van Pinkpop als vervoerder Arriva de bezoekersstromen in goede banen te leiden. Door extra capaciteit in te zetten en slimme routes te stimuleren, moet het festival niet alleen muzikaal, maar ook logistiek een succes worden.

Duitsers razendsnel naar zee: rechtstreekse trein Keulen Oostende na 25 jaar terug

Hogesnelheidstrein moet toeristenstroom naar Oostende versterken, in minder dan vier uur van Keulen naar de kust.

Na een onderbreking van een kwart eeuw is er opnieuw een rechtstreekse treinverbinding tussen Oostende en Keulen. Zaterdagmiddag rolde de eerste hogesnelheidstrein vanuit de Duitse stad het station van Oostende binnen, een symbolisch moment dat zowel toeristische als economische verwachtingen met zich meebrengt. De nieuwe verbinding maakt het mogelijk om in amper 3 uur en 40 minuten van Keulen naar de Belgische kust te reizen, een aanzienlijke tijdswinst die de aantrekkelijkheid van het spoorverkeer moet vergroten.

Deutsche Bahn

De Duitse spoorwegmaatschappij Deutsche Bahn zet de trein voorlopig enkel in tijdens het weekend, met ritten op zaterdag en zondag. De keuze voor deze frequentie is niet toevallig, aangezien net in die periodes de vraag naar kusttoerisme het grootst is. Indien de verbinding succesvol blijkt, wordt niet uitgesloten dat het aanbod in de toekomst wordt uitgebreid.

Burgemeester van Oostende John Crombez reageert tevreden op de herintroductie van de rechtstreekse lijn. Volgens hem speelt Deutsche Bahn duidelijk in op een bestaande vraag. De Duitse spoorwegmaatschappij Deutsche Bahn heeft gezien dat er interesse is om mensen snel vanuit Duitsland naar Oostende te brengen. Het is een rechtstreekse verbinding en de trein rijdt aan hoge snelheid. Het eerste tracé tot in Leuven gaat aan 200 km per uur. Dat betekent dat mensen in 3 uur en 40 minuten vanuit Keulen in Oostende staan. Met deze reistijd wordt het voor Duitse toeristen eenvoudiger dan ooit om de Belgische kust te bereiken.

Crombez wijst bovendien op een bijkomend voordeel voor de stad. “De Duitsers zijn de grootste groep niet-Belgen die als toerist naar Oostende komen. We zien veel Duitse nummerplaten in de stad. Als er nu een deel van hen voor de trein kiest, dan is dat ook goed voor de mobiliteit en de parkeerlast in de stad.” De verwachting is dan ook dat de treinverbinding niet alleen toeristen aantrekt, maar ook de druk op het wegverkeer enigszins kan verlichten.

Duitse toeristen

De impact van Duitse toeristen op de Belgische kust is aanzienlijk. Volgens Lisbet Vandebroek van Toerisme Vlaanderen gaat het om de grootste groep buitenlandse bezoekers. Zij benadrukt het belang van de nieuwe verbinding. “Het is een belangrijk moment. De Duitse toeristen zijn de grootste groep buitenlandse bezoekers van onze Belgische kust. Het aantal gaat in stijgende lijn. De voorbije paasvakantie kwam zo’n 16 procent van de bezoekers uit Duitsland. Dat is toch veel.” De verwachting is dat een vlotte treinverbinding deze groei verder kan stimuleren.

Foto: © Pitane Blue – station Oostende

Met de herlancering van deze treinverbinding lijkt een oude spoorlijn nieuw leven ingeblazen. Of het een blijvend succes wordt, zal afhangen van de interesse van reizigers in de komende maanden. De eerste signalen wijzen alvast op een veelbelovende start.

Ook de prijszetting lijkt afgestemd op een breed publiek. Tickets zijn beschikbaar vanaf ongeveer 30 euro voor wie tijdig boekt, wat de trein een competitief alternatief maakt voor de auto. De verbinding stopt onderweg in verschillende Belgische steden, waaronder Leuven, Gent en Brugge. Dat betekent dat niet alleen Oostende profiteert van de nieuwe lijn, maar ook andere toeristische trekpleisters langs het traject.

Of de nieuwe treinverbinding daadwerkelijk zal leiden tot een merkbare toename van het aantal Duitse bezoekers, valt nog af te wachten. Crombez blijft voorzichtig optimistisch in de media bij VRT NWS en wijst op de factoren die het reisgedrag bepalen. 

belangrijke pijlers

“Het is altijd zo dat mensen de gemakkelijkste vervoersmodus kiezen. Prijs, kwaliteit en snelheid zijn 3 belangrijke pijlers. Ik denk dat het daarom is dat Deutsche Bahn voor Oostende kiest, omdat er een publiek voor is.” Hij benadrukt daarbij dat de nabijheid van de zee voor Duitse toeristen een belangrijke troef vormt. “De zee is in Duitsland niet zo nabij en dan is dit een troef.” De verbinding biedt bovendien niet alleen voordelen voor inkomend toerisme. Ook voor Vlamingen opent zich een nieuwe mogelijkheid om zonder overstappen naar Keulen te reizen.

Werkzaamheden: Rotterdam Centraal weekend lang plat door grote werkzaamheden

Geen trein te bekennen rond Rotterdam reiziger moet uitwijken naar bus en metro.

Reizigers die in het weekend van zaterdag 13 en zondag 14 juni via Rotterdam Centraal willen reizen, moeten rekening houden met ingrijpende hinder. Door grootschalige werkzaamheden van spoorbeheerder ProRail ligt het treinverkeer van en naar het station volledig stil. De nationale spoorvervoerder NS zet bussen en alternatieve reisroutes in, maar waarschuwt dat de reistijd aanzienlijk kan oplopen.

De werkzaamheden draaien om de vernieuwing van het treinbeveiligingssysteem, een cruciaal onderdeel van de spoorinfrastructuur. Dit systeem regelt onder meer de aansturing van seinen en wissels en is volgens ProRail dringend aan vervanging toe. Met de ingreep wil de spoorbeheerder de betrouwbaarheid en veiligheid van het treinverkeer op de lange termijn verbeteren. De impact op korte termijn is echter fors, zeker voor een knooppunt als Rotterdam Centraal, waar dagelijks tienduizenden reizigers passeren.

vervoersplan

Gedurende het weekend rijden er geen treinen op meerdere belangrijke trajecten. Zo ligt het treinverkeer stil tussen Rotterdam Centraal en Delft Campus, Gouda en Zwijndrecht. Ook de hogesnelheidslijn tussen Rotterdam Centraal en Breda en Schiphol Airport is buiten gebruik. Daarmee wordt een groot deel van het spoornetwerk in de Randstad geraakt.

Om reizigers toch op hun bestemming te krijgen, heeft NS een uitgebreid vervangend vervoersplan opgesteld. Reizigers kunnen gebruikmaken van bussen en de metro, al vraagt dit vaak om meerdere overstappen. NS adviseert dan ook nadrukkelijk om de reis vooraf goed te plannen via de NS-app of de website. “Tijdens de werkzaamheden adviseren we reizigers tijdig hun reis van deur tot deur te plannen in de NS-App of op ns.nl,” laat de vervoerder weten. “Meer informatie is ook te vinden op NS.nl/beterereis.”

Voor reizigers richting Den Haag is een omweg noodzakelijk. Zij kunnen vanaf Rotterdam Centraal de metro E nemen naar Beurs. Met een geldig NS-vervoersbewijs kan vervolgens de metro worden gepakt naar Schiedam Centrum. Vanaf dat station rijden bussen naar Delft Campus, waar weer treinen vertrekken richting Den Haag Centraal. Deze omleiding zorgt voor extra reistijd en vereist meerdere overstappen.

Ook richting Gouda moeten reizigers rekening houden met een alternatieve route. Via metro E naar Beurs en vervolgens naar Schiedam Centrum kunnen reizigers gebruikmaken van NS-bussen naar Delft Campus. Vanaf daar rijden intercity’s naar Gouda via Den Haag HS. Een alternatief loopt via Capelsebrug: reizigers nemen metro D of E naar Beurs, stappen daar over op metro A, B of C richting Capelsebrug en kunnen daar de NS-snelbus naar Gouda nemen.

Foto: © Pitane Blue – Rotterdam Centraal

Voor reizigers die naar Dordrecht willen, geldt eveneens een aangepaste route. Zij kunnen met de metro via Beurs naar Capelsebrug reizen, waar NS-snelbussen klaarstaan die hen naar Dordrecht brengen. Hoewel de verbindingen in stand blijven, vraagt het van reizigers extra planning en flexibiliteit.

De werkzaamheden maken deel uit van een bredere moderniseringsslag van het Nederlandse spoor. ProRail vervangt op meerdere locaties verouderde systemen om storingen te verminderen en de capaciteit van het spoor te vergroten. Rotterdam Centraal is daarbij een belangrijk knooppunt, waardoor de impact van dit soort werkzaamheden direct merkbaar is voor een groot publiek.

dienstregeling

Reizigers wordt aangeraden om drukte zoveel mogelijk te vermijden en, waar mogelijk, buiten de spits te reizen. Ook wordt geadviseerd om extra reistijd in te plannen en alert te zijn op wijzigingen in de dienstregeling. Ondanks de inzet van vervangend vervoer kan het drukker zijn dan gebruikelijk, zeker op populaire trajecten.

Het weekend zonder treinverkeer onderstreept hoe afhankelijk de regio is van goed functionerend spoorvervoer. Tegelijkertijd benadrukken NS en ProRail dat de tijdelijke hinder noodzakelijk is om het spoor toekomstbestendig te maken. Na afronding van de werkzaamheden moet het vernieuwde beveiligingssysteem zorgen voor een stabieler en veiliger treinverkeer in en rond Rotterdam.

Lisa van Ginneken nieuwe baas OV-NL: voormalig D66-kamerlid moet OV toekomstbestendig maken

Lisa van Ginneken is benoemd tot nieuwe voorzitter van OV-NL, de koepelorganisatie van de negen Nederlandse openbaarvervoerbedrijven.

Met haar aanstelling haalt de sector een bestuurder binnen die ruime ervaring meebrengt op het snijvlak van politiek, mobiliteit en digitalisering. Van Ginneken neemt het stokje over van Hatte van der Woude, die de functie tot eind februari vervulde.

De benoeming komt op een moment waarop het openbaar vervoer in Nederland voor ingrijpende keuzes en ontwikkelingen staat. De groei van de bevolking en de toenemende drukte in stedelijke gebieden zorgen voor een stijgende vraag naar efficiënte en duurzame vervoersoplossingen. OV-NL benadrukt dat het openbaar vervoer een sleutelrol speelt bij het bereikbaar houden van steden en regio’s, het verbeteren van de leefomgeving en het stimuleren van economische groei. Tegen deze achtergrond wordt de rol van de voorzitter als richtinggevend en verbindend gezien.

stevige reputatie

Van Ginneken is geen onbekende in het mobiliteitsdomein. Tussen 2021 en haar vertrek uit de politiek was zij Tweede Kamerlid namens D66, waar zij onder meer het openbaar vervoer in haar portefeuille had. In die periode hield zij zich bezig met uiteenlopende vraagstukken rondom bereikbaarheid en infrastructuur. Daarnaast bouwde zij een stevige reputatie op binnen het veld van digitalisering en organisatieverandering. Haar ervaring strekt zich uit tot diverse bestuursfuncties en zij treedt regelmatig op als spreker over thema’s als technologische innovatie en inclusiviteit.

Over haar nieuwe rol zegt Van Ginneken zelf: “Ik ben heel blij dat ik als voorzitter van OV-NL mag helpen de rol van het openbaar vervoer in ons land te versterken. Het was een dierbaar onderdeel van mijn portefeuille in de Kamer, en mooi dat ik die ervaring nu kan inzetten om met ov bij te dragen aan het realiseren van maatschappelijke opgaven.” Met die woorden onderstreept zij haar betrokkenheid bij het onderwerp en haar ambitie om het openbaar vervoer verder te positioneren als onmisbare schakel binnen de Nederlandse samenleving.

GVB en EBS Amterdam

Met de komst van Van Ginneken begint OV-NL aan een nieuwe fase waarin samenwerking, innovatie en belangenbehartiging centraal staan. De uitdagingen zijn groot, maar binnen de sector leeft het vertrouwen dat met haar aan het roer belangrijke stappen kunnen worden gezet richting een toekomst waarin het openbaar vervoer een nog prominentere rol speelt in het dagelijks leven van Nederlanders.

OV-NL vertegenwoordigt de gezamenlijke belangen van alle negen openbaarvervoerbedrijven die met een concessie actief zijn in Nederland. Het gaat om Arriva, EBS, GVB, HTM, Keolis, NS, Qbuzz, RET en Transdev. Binnen deze samenwerking wordt gewerkt aan een toekomstbestendig vervoerssysteem dat niet alleen betrouwbaar en toegankelijk is, maar ook inspeelt op de groeiende behoefte aan duurzaamheid. Voor miljoenen reizigers is het openbaar vervoer dagelijks van groot belang, wat de verantwoordelijkheid van de sector en haar vertegenwoordigers extra benadrukt.

politieke ervaring

De organisatie spreekt dan ook het vertrouwen uit dat Van Ginneken de juiste persoon is om de sector in deze fase te leiden. Haar politieke ervaring wordt gezien als een belangrijke troef in de contacten met Den Haag, waar beslissingen over investeringen, regelgeving en beleid direct van invloed zijn op het functioneren van het openbaar vervoer. Tegelijkertijd biedt haar achtergrond in digitalisering kansen om innovatie binnen de sector te versnellen en beter in te spelen op de wensen van de reiziger.

Linda Boot, algemeen directeur van RET en bestuurslid van OV-NL, reageert positief op de benoeming: “We zijn verheugd met de komst van Lisa van Ginneken. Haar ervaring op het gebied van politiek, digitalisering en veranderprocessen maakt haar bij uitstek geschikt om de sector te vertegenwoordigen. We hebben er alle vertrouwen in dat zij een belangrijke bijdrage zal leveren aan de verdere ontwikkeling en positionering van het openbaar vervoer in Nederland.” Haar woorden weerspiegelen het brede draagvlak binnen de organisatie voor de nieuwe voorzitter.

GVB: ondanks problemen geven reizigers het OV nog altijd een ruime voldoende

Personeel kraakt maar reiziger blijft opvallend tevreden, werkdruk en frustratie lopen op bij GVB blijkt uit analyse.

Het openbaar vervoer in Amsterdam staat onder druk, zo blijkt uit het jaarverslag van het GVB over 2025, waarover AT5 berichtte. De vervoerder kampte het afgelopen jaar met een hoger ziekteverzuim, groeiende werkdruk onder personeel en een toename van het aantal aanrijdingen. Tegelijkertijd spreken reizigers hun waardering uit voor de dienstverlening, die ondanks de problemen overeind lijkt te blijven.

Een van de meest in het oog springende ontwikkelingen is de stijging van het ziekteverzuim naar 9 procent, zo blijkt uit een analyse van AT5. Een jaar eerder lag dat percentage nog op 8,7 procent. Opvallend is dat medewerkers zich niet vaker ziek meldden dan in 2024, maar wel aanzienlijk langer thuisbleven. Dit wijst volgens de cijfers op een zwaardere belasting en mogelijk complexere gezondheidsklachten onder het personeel.

ondersteuning

Die druk wordt bevestigd door een interne enquête, ingevuld door ongeveer de helft van de werknemers. Daaruit blijkt dat 49 procent van de medewerkers de werkdruk als te hoog ervaart. Dat aandeel ligt hoger dan in voorgaande jaren. Als belangrijkste oorzaken worden personeelstekorten genoemd, naast krappe rijtijden, agressie en intimidatie door reizigers en een gebrek aan ondersteuning vanuit de organisatie.

Ook de invoering van het nieuwe plannings- en roostersysteem Hastus zorgde voor onrust onder het personeel. Hoewel het systeem internationaal veel wordt gebruikt door ov-bedrijven, leidde het binnen het GVB tot klachten. Rijdend personeel sprak van een grillige en onvoorspelbare planning, wat de werkdruk verder opvoerde en de tevredenheid onder medewerkers negatief beïnvloedde.

Op straat ging het eveneens vaker mis. In totaal registreerde het GVB in 2025 maar liefst 965 aanrijdingen. Dat aantal ligt ruim boven de eigen norm van 639 en betekent een stijging van 10 procent ten opzichte van een jaar eerder. Volgens het GVB is deze toename grotendeels te verklaren door de vele verkeersomleidingen en tijdelijke maatregelen in de stad. In totaal waren er 470 van dergelijke aanpassingen, onder meer door evenementen, demonstraties en werkzaamheden. Hoewel dat aantal vergelijkbaar is met 2024, hadden de maatregelen dit keer een grotere impact. Ze duurden langer en waren vaak ingrijpender, wat het werk voor chauffeurs en bestuurders bemoeilijkte.

Claudia Zuiderwijk – Foto: GVB

Directeur Claudia Zuiderwijk erkent in het jaarverslag dat het jaar niet vlekkeloos verliep. “Niet alles ging goed”, schrijft zij over de prestaties van het GVB in 2025.

“We zien dat de drukte en de aanpassingen een wissel trekken op onze medewerkers. Ze moeten zich continu aanpassen, hebben te maken met opstoppingen en kunnen vaak hun ritten niet op tijd rijden,” aldus het GVB in het verslag. De combinatie van veranderende verkeerssituaties en hoge werkdruk maakt het werk niet alleen zwaarder, maar ook risicovoller.

Toch is er ook een lichtpunt te melden als het gaat om veiligheid. Het aantal gewonde reizigers nam namelijk flink af. Waar in 2024 nog 60 mensen gewond raakten, daalde dat aantal in 2025 naar 32. Het aantal gewonde medeweggebruikers bleef stabiel op 25. Daarmee lijkt het GVB erin te slagen de gevolgen van incidenten voor passagiers te beperken, ondanks het grotere aantal aanrijdingen.

personeelstekort

Ondertussen blijft het personeelstekort een hardnekkig probleem. Het gebrek aan buschauffeurs en trambestuurders leidde er in 2025 toe dat ritten vaker uitvielen dan een jaar eerder. Zowel bussen als trams hadden hier last van. De metro vormde een positieve uitzondering en reed juist betrouwbaarder dan voorheen.

Opmerkelijk genoeg blijft de waardering van reizigers hoog. Bijna 87 procent van de ondervraagden beoordeelt het GVB met een 7 of hoger. Daarmee lijkt de tevredenheid onder passagiers weinig te lijden onder de operationele problemen achter de schermen. Het contrast tussen de ervaringen van reizigers en medewerkers is daarmee groot.

Dreigende acties: reizigers de dupe van OV-staking door conflict over sociale zekerheid

Vakbond FNV zet de toon richting het kabinet met een landelijke werkonderbreking in het openbaar vervoer op 24 juni.

Op die dag beginnen werknemers in trein, bus, tram en metro pas om 08.00 uur met hun diensten, waardoor in de vroege ochtenduren geen enkel openbaar vervoermiddel rijdt. De actie raakt daarmee direct duizenden reizigers die afhankelijk zijn van het ov om op tijd op hun werk, school of afspraak te komen.

De staking is volgens de bond geen op zichzelf staand incident, maar een nadrukkelijk signaal richting de politiek. Edwin Kuiper, bestuurder van FNV Vervoer, laat er geen misverstand over bestaan hoe hoog de spanningen zijn opgelopen. “Als het kabinet Jetten doorgaat met de afbraak van de sociale zekerheid, dan zijn stakingen onvermijdelijk. Dit is een duidelijke waarschuwing: de maatregelen moeten van tafel. Gebeurt dat niet, dan volgen er acties.” Met deze woorden onderstreept Kuiper dat de werkonderbreking slechts het begin kan zijn van een langere reeks acties.

kabinet Jetten

De kern van het conflict ligt bij de plannen van het kabinet rond de sociale zekerheid. Volgens vakbonden FNV en CNV worden bestaande afspraken uitgehold en verslechteren belangrijke regelingen. Zo zou er worden ingegrepen in de AOW, wordt de duur van de WW verkort en verandert de WIA op een manier die nadelig uitpakt voor werknemers. De bonden stellen dat werkenden hierdoor niet alleen langer moeten doorwerken, maar ook minder zekerheid hebben op het moment dat zij ziek worden of hun baan verliezen.

De onvrede hierover leeft breed binnen de sector. Werknemers in het stadsvervoer, streekvervoer en op het spoor hebben zich volgens de bond in grote meerderheid achter mogelijke acties geschaard. Interne raadplegingen laten zien dat de bereidheid om het werk neer te leggen aanzienlijk is. Daarmee groeit de druk op de regering om in te grijpen voordat het conflict verder escaleert.

Aan de aangekondigde actie ging al een stevig ultimatum vooraf. De vakbonden gaven het kabinet tot maandag 25 mei middernacht de tijd om de plannen aan te passen. In dat ultimatum eisen zij dat de voorgenomen versoberingen van de WW en de WIA volledig van tafel gaan. Ook moet het plan om het maximum dagloon te verlagen worden geschrapt. Daarnaast ligt de versnelde verhoging van de AOW-leeftijd onder vuur. Volgens de bonden zijn deze maatregelen onacceptabel en tasten zij de bestaanszekerheid van werkenden fundamenteel aan.

FNV vakbond

Wanneer het kabinet niet aan deze eisen tegemoetkomt, volgt dus de werkonderbreking op 24 juni. Daarmee willen de bonden laten zien dat zij bereid zijn om drukmiddelen in te zetten om hun punt kracht bij te zetten. Tegelijkertijd benadrukt Kuiper dat de staking niet lichtvaardig is besloten. Hij spreekt van een uiterste middel, waar de bond pas toe overgaat nadat andere pogingen om gehoord te worden zijn vastgelopen. “Wij begrijpen goed dat reizigers last hebben van deze actie en dat vinden wij heel vervelend. Mensen moeten naar hun werk, school of afspraken kunnen. Onze leden doen dat het liefst ook. Maar het kabinet weigert te luisteren naar de zorgen van werkenden. Onze leden zien geen andere mogelijkheid meer dan staken. We doen dit niet alleen voor werknemers in het ov, maar voor alle Nederlanders die afhankelijk zijn van goede sociale zekerheid.”

ochtendspits

De impact van de actie zal vooral in de ochtendspits voelbaar zijn. Forenzen die normaal vroeg vertrekken, zullen alternatieven moeten zoeken of hun reis moeten uitstellen. Daarmee wordt de maatschappelijke druk verder opgevoerd, precies zoals de bonden beogen. Het doel is om de gevolgen van de kabinetsplannen zichtbaar te maken en tegelijkertijd de urgentie van het conflict te onderstrepen.

Kuiper waarschuwt bovendien dat het hier mogelijk niet bij blijft. “Als we na de zomer nog steeds in deze positie zitten, dan zullen er grotere acties volgen. Dan moet je echt denken aan 24-uurs-stakingen, dus wat dat betreft is dit een eerste speldenprik.” Die woorden maken duidelijk dat de aangekondigde werkonderbreking slechts een voorproefje kan zijn van wat Nederland te wachten staat als de impasse niet wordt doorbroken.

Vertraging door megaklus: treinverkeer plat tussen Amsterdam en Utrecht

Werk aan het spoor zorgt dagenlang voor hinder op druk traject tussen Amsterdam en Utrecht.

ProRail grijpt de periode van 18 tot en met 26 mei aan om grootschalig onderhoud uit te voeren, met als doel de betrouwbaarheid van het treinverkeer op de lange termijn te verbeteren. Reizigers moeten in deze periode rekening houden met aangepaste dienstregelingen en mogelijke vertragingen.

De ingreep richt zich onder meer op het verbeteren van de spoorligging, een probleem dat machinisten al langer signaleren. Op het traject tussen Utrecht en Amsterdam komen regelmatig verzakkingen voor. Door slijtage en intensief gebruik is de kwaliteit van de spoorligging in de loop der jaren achteruitgegaan. ProRail pakt dit nu aan door de twee noordelijke sporen tussen Breukelen en Abcoude grondig te herstellen. Daarbij worden ballaststenen, de stenen die onder het spoor liggen en zorgen voor stabiliteit, aangevuld. Met behulp van een zogenoemde stopmachine wordt het spoor vervolgens weer stevig op zijn plek gelegd.

grote operatie

Volgens ProRail moet deze operatie ervoor zorgen dat het spoor er de komende jaren weer stabiel bij ligt. Daarmee neemt de kans op storingen af en wordt de treindienst tussen Utrecht en Amsterdam betrouwbaarder. Het traject geldt als een van de drukste spoorverbindingen van Nederland, waardoor zelfs kleine verstoringen al snel grote gevolgen kunnen hebben voor reizigers.

Naast het aanpakken van de spoorligging worden ook de seinen op het traject vernieuwd. Tussen Breukelen en Amsterdam Bijlmer ArenA worden in totaal 76 seinen vervangen. Deze installaties dateren uit 2007, toen het traject werd uitgebreid met extra sporen. Na ongeveer twintig jaar zijn ze volgens ProRail toe aan vervanging. Door de nieuwe seinen te plaatsen, wil de spoorbeheerder het aantal technische storingen verder terugdringen en de veiligheid en doorstroming verbeteren.

levensduur

De werkzaamheden maken deel uit van een bredere moderniseringsslag die ProRail momenteel uitvoert. Veel delen van het Nederlandse spoor zijn kort na de Tweede Wereldoorlog aangelegd of herbouwd. Spoorinfrastructuur heeft doorgaans een levensduur van ongeveer veertig jaar voordat grootschalig onderhoud nodig is. Inmiddels is Nederland tachtig jaar verder, wat betekent dat veel trajecten toe zijn aan een tweede ronde van ingrijpende vernieuwing.

Utrecht Centraal

Door onderhoud tijdig uit te voeren, probeert ProRail grotere problemen in de toekomst te voorkomen. Het vervangen van onderdelen voordat ze daadwerkelijk falen, moet ervoor zorgen dat het aantal storingen beperkt blijft. Tegelijkertijd betekent dit soort werkzaamheden wel dat reizigers tijdelijk hinder ondervinden.

vervangend vervoer

Tijdens de werkzaamheden is het treinverkeer tussen Utrecht en Amsterdam en tussen Utrecht en Schiphol Airport aangepast. Reizigers wordt aangeraden om voor vertrek hun reis goed te plannen en rekening te houden met extra reistijd. Alternatieve routes, aangepaste dienstregelingen en mogelijk vervangend vervoer maken deel uit van de maatregelen om de impact te beperken.

Hoewel de overlast voor reizigers onvermijdelijk is, benadrukt ProRail dat de werkzaamheden noodzakelijk zijn om het spoor toekomstbestendig te maken. Met de combinatie van herstelwerkzaamheden en vernieuwing van essentiële onderdelen moet het drukke traject de komende jaren weer beter bestand zijn tegen intensief gebruik.

Vooruitpas Amersfoort: gratis treinreizen voor lage inkomens grote proef van start

De Nederlandse Spoorwegen zetten een opvallende stap om reizen toegankelijker te maken voor mensen met een kleine portemonnee.

In samenwerking met gemeenten en andere overheden werkt NS aan de ontwikkeling van een speciale treinpas voor inwoners met een laag inkomen. De eerste proef vindt plaats in Amersfoort, waar een selecte groep inwoners tijdelijk gratis gebruik kan maken van de trein.

De proef draait om de zogenoemde Vooruitpas Amersfoort, een initiatief dat gericht is op het vergroten van de mobiliteit en maatschappelijke participatie. Inwoners met een laag inkomen krijgen hiermee de kans om gedurende een halfjaar kosteloos met de trein te reizen. Daarmee wil NS niet alleen praktische ondersteuning bieden, maar ook onderzoeken wat de impact is van vrij reizen op het dagelijks leven van deelnemers.

essentieel

Binnen het plan staat één gedachte centraal: mobiliteit is essentieel om mee te kunnen doen in de samenleving. Daan Schut, lid van de Raad van Bestuur van NS, benadrukt het belang hiervan en zegt: “Reizen is vrijheid. Als je te weinig geld hebt om met de trein te reizen, word je daarin beperkt. Je moet steeds afwegen: ga ik wel of niet op pad, en wat moet ik daarvoor laten? Om die reden willen veel gemeenten en provincies goedkoper ov aanbieden. Als NS willen we dat de trein beschikbaar is voor iedereen. Daarom willen we nu samen met die overheden onderzoeken of we voor mensen met een laag inkomen een speciale pas kunnen samenstellen.”

De gemeente Amersfoort speelt een sleutelrol in deze eerste fase. Gezinnen die in aanmerking komen voor de regeling worden actief benaderd door de gemeente. In totaal zijn er duizend passen beschikbaar. Mocht de belangstelling groter zijn dan het aanbod, dan wordt er geloot onder de aanmeldingen. Daarmee wil de gemeente het proces eerlijk laten verlopen en zoveel mogelijk inzicht krijgen in de behoefte onder inwoners.

afgebakend

De proefperiode is duidelijk afgebakend. De Vooruitpas gaat van start op 1 juli en loopt automatisch af op 31 december 2026. In die zes maanden worden de reisbewegingen, behoeften en ervaringen van deelnemers nauwkeurig gevolgd. De verzamelde gegevens moeten inzicht geven in hoe vaak en waarvoor de trein wordt gebruikt, en of gratis reizen daadwerkelijk bijdraagt aan meer deelname aan werk, onderwijs en sociale activiteiten.

Foto: © Pitane Blue – Sprinter Lighttrain

De resultaten van het experiment worden begin volgend jaar verwacht. NS wil deze inzichten gebruiken om te bepalen of een landelijke of bredere regeling haalbaar is. Daarbij wordt nadrukkelijk gekeken naar samenwerking met andere overheden, zowel op lokaal als regionaal en nationaal niveau. Het uiteindelijke doel is om een structurele oplossing te ontwikkelen die reizen voor mensen met een laag inkomen betaalbaarder maakt.

aanvullende maatregelen

Naast deze proef is NS ook in gesprek met het Rijk en andere vervoerders over aanvullende maatregelen. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar betaalbaarheid, maar ook naar duurzaamheid en energieverbruik binnen het openbaar vervoer. De proef in Amersfoort kan daarmee dienen als een belangrijke eerste stap in een bredere herziening van hoe het openbaar vervoer toegankelijk wordt gehouden voor kwetsbare groepen.

De komende maanden moeten uitwijzen of de Vooruitpas daadwerkelijk het verschil maakt. Voor de deelnemers betekent het in ieder geval een unieke kans om zonder financiële drempels gebruik te maken van het spoor. Voor NS en de betrokken overheden vormt het een belangrijke test om te bepalen hoe mobiliteit eerlijker verdeeld kan worden in Nederland.

Kabinet worstelt met toekomst: onderzoek zet vraagtekens bij meer concurrentie op rails

Nederland staat voor een fundamentele keuze over de toekomst van het spoor.

Moet het netwerk na 2033 verder worden opengebroken voor concurrentie, of blijft een centraal aangestuurde structuur met één dominante vervoerder de beste garantie voor een betrouwbaar systeem? Uit een omvangrijke studie van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat blijkt dat die vraag minder eenvoudig te beantwoorden is dan vaak wordt gedacht.

Het rapport, opgesteld door een consortium van Goudappel, Rebel en APPM, schetst vijf mogelijke modellen voor de organisatie van het spoor. Daarbij variëren de scenario’s van het behoud van het huidige hoofdrailnet met één landelijke concessie tot een vergaand open netwerk waarin tientallen vervoerders actief kunnen zijn. Tussen die uitersten liggen varianten met meerdere concessies, regionale corridors of een functionele scheiding tussen intercity’s en stoptreinen.

de verschillen

Wat opvalt is dat de verschillen voor de reiziger op papier relatief klein lijken. Alle modellen gaan uit van hetzelfde dienstregelingsniveau, het zogenoemde ‘6-basis’-model, waarbij op drukke trajecten elke tien minuten een trein rijdt. Daardoor blijven reistijden, bereikbaarheid en zelfs het aantal reizigers in de meeste varianten vrijwel gelijk. Toch zit de echte spanning niet in de dienstregeling, maar in de organisatie erachter.

Het Nederlandse spoor behoort tot de drukst bereden netwerken van Europa. Treinen rijden met hoge frequenties over een infrastructuur die weinig ruimte laat voor fouten. Juist in zo’n systeem blijkt samenwerking cruciaal. De onderzoekers waarschuwen dat meer vervoerders automatisch leidt tot complexere coördinatie. Denk aan storingen, onderhoud, het verdelen van capaciteit en het afstemmen van dienstregelingen. Hoe meer partijen betrokken zijn, hoe groter de kans op conflicten en vertragingen in de besluitvorming.

Een ander belangrijk punt is de robuustheid van het netwerk. Kleinere concessies kunnen lokaal juist minder gevoelig zijn voor verstoringen, maar verliezen tegelijkertijd flexibiliteit. Materieel en personeel zijn minder uitwisselbaar en bij grote storingen wordt centrale bijsturing lastiger. De studie stelt dan ook dat niet eenduidig kan worden vastgesteld of meer marktwerking de betrouwbaarheid verbetert of verslechtert. Wel wordt duidelijk dat de organisatie complexer wordt.

In het rapport “Toekomstige Marktordening Spoor – Een vergelijking van studievarianten” worden vijf mogelijke modellen onderzocht voor de organisatie van het spoor nadat de huidige concessie van NS afloopt. De studie laat zien dat meer marktwerking kansen biedt, maar ook grote risico’s meebrengt voor een van de drukst bereden spoorwegnetten van Europa.

Foto: © Pitane Blue – ICE station Utrecht

De kernvraag blijft daarmee overeind: hoeveel concurrentie kan het Nederlandse spoor aan zonder de stabiliteit van het systeem te ondermijnen? Het antwoord daarop zal bepalen hoe miljoenen reizigers zich in de toekomst door het land verplaatsen.

Op financieel vlak zet het rapport vraagtekens bij de veronderstelling dat concurrentie automatisch leidt tot lagere prijzen. De onderzoekers schrijven dat “er weinig zekerheid is over de financiële baten van marktwerking”. Hoewel concurrentie theoretisch kan zorgen voor efficiëntere bedrijfsvoering, blijkt uit internationale ervaringen dat dit effect moeilijk aantoonbaar is. Ook kunnen extra kosten ontstaan door aanbestedingen, toezicht en ingewikkeldere systemen.

innovatie

Daar komt bij dat het huidige model schaalvoordelen biedt. Eén grote vervoerder kan kosten spreiden, processen standaardiseren en investeringen efficiënter uitvoeren. Bij opsplitsing van het netwerk verdwijnen deze voordelen deels. Tegelijkertijd kan meer concurrentie juist innovatie stimuleren en nieuwe diensten opleveren. De balans tussen die twee krachten blijft volgens het rapport onzeker.

Voor reizigers speelt eenvoud een grote rol. In varianten met meerdere vervoerders neemt het aantal overstappen toe, en daarmee ook de kans op verwarring. Het rapport wijst erop dat bij meer aanbieders het belang van uniforme systemen groeit, zoals één betaalmethode en duidelijke reisinformatie. Zonder zulke afspraken dreigt versnippering, wat de reiservaring kan verslechteren.

geen voorkeur

Opvallend is dat de studie geen duidelijke voorkeur uitspreekt voor één model. Dat is bewust: het onderzoek moet vooral inzicht geven in de verschillen, niet in de uiteindelijke keuze. Wel valt tussen de regels door te lezen dat vergaande liberalisering risico’s met zich meebrengt, zeker in een dicht en intensief gebruikt netwerk als het Nederlandse spoor.

De komende jaren moet Den Haag knopen doorhakken. De huidige concessie van NS loopt tot 2033, waarna een nieuw systeem moet worden ingevoerd. Daarbij spelen niet alleen economische overwegingen een rol, maar ook politieke keuzes over publieke belangen zoals bereikbaarheid, betaalbaarheid en betrouwbaarheid.

de praktijk

De discussie over de toekomst van het Nederlandse spoor krijgt ook een stem vanuit de praktijk. Wouter van Gessel, voorzitter van Stichting Freedom of Mobility, spreekt zich fel uit tegen verdere liberalisering van het spoor. Volgens hem staat de kern van het openbaar vervoer haaks op het idee van concurrentie.

Van Gessel benadrukt dat het openbaar vervoer in de eerste plaats een publieke taak heeft. “OV heeft een publieke taak en daarmee ook een verantwoordelijkheid,” stelt hij. Daarmee raakt hij aan een punt dat ook in recente beleidsstudies terugkomt: het spoor is niet zomaar een markt, maar een systeem waarin maatschappelijke belangen centraal staan.

Volgens de voorzitter van de stichting functioneert het spoor als een samenhangend geheel waarin alles met elkaar verbonden is. “OV is een mechaniek dat serieel geschakeld is waar alles met elkaar samenvalt,” zegt hij. Juist die samenhang maakt het volgens hem kwetsbaar voor versnippering. Waar één vervoerder het netwerk integraal kan aansturen, leidt concurrentie volgens Van Gessel tot een parallel aanbod dat moeilijk op elkaar af te stemmen is.

extra complexiteit

Met die opvatting zet hij zich af tegen het idee dat marktwerking automatisch leidt tot betere dienstverlening. Zijn redenering sluit aan bij zorgen die breder leven binnen de sector, namelijk dat meer aanbieders kunnen zorgen voor extra complexiteit, meer afstemming en mogelijk minder betrouwbaarheid.

Van Gessel waarschuwt bovendien voor een te theoretische benadering van het spoor. “Spoor is niet te benaderen als een modelbaan waar je maar wat kan doen,” stelt hij scherp. Daarmee doelt hij op beleidskeuzes die volgens hem onvoldoende rekening houden met de operationele realiteit van het netwerk, waar kleine verstoringen grote gevolgen kunnen hebben.

Ook de rol van Europa komt in zijn kritiek naar voren. Hij vindt dat er op Europees niveau nog onvoldoende begrip is voor de specifieke kenmerken van nationale spoorsystemen. “Ook op dit dossier moet Europa nog veel leren,” aldus Van Gessel. Daarmee plaatst hij vraagtekens bij de Europese trend richting verdere liberalisering van het spoorvervoer.

ProRail zet alles op alles: spoorproblemen Vught zorgen voor grote hinder

Een flinke spoorverzakking bij Vught heeft vrijdag voor grote ontregeling op het spoor gezorgd.

De problemen op het spoor bij Vught, waardoor er vrijdagmiddag en avond urenlang geen treinen van Den Bosch richting het zuiden konden rijden, zijn vrijdagnacht opgelost. Het treinverkeer tussen Den Bosch en Tilburg en tussen Den Bosch en Boxtel kwam volledig stil te liggen, met lange wachttijden en overvolle bussen tot gevolg. Reizigers strandden massaal op station Den Bosch, waar de rijen zich volgens een verslaggever uitstrekten van de perrons tot ver voorbij de bushaltes achter het station.

De problemen ontstonden nadat het spoor bij Vught verzakte als gevolg van heiwerkzaamheden in de directe omgeving. Door het heien, waarbij palen diep de grond in worden geslagen, is de bodem volgens ProRail licht ingeklonken. Daardoor kwam het spoor scheef te liggen, wat direct risico’s opleverde voor de veiligheid van het treinverkeer. Om die reden werd besloten het treinverkeer volledig stil te leggen.

onder controle

ProRail liet vrijdagavond weten dat de situatie inmiddels onder controle is en dat de verzakking is gestopt. In een update om 21.00 uur meldde de spoorbeheerder dat ook de oorzaak definitief is vastgesteld. “Door heiwerk dat daar in de buurt uitgevoerd werd, is de bodem iets ingeklonken.” Om het spoor weer veilig en stabiel te maken, wordt een speciale machine ingezet. “Deze zogenaamde stopmachine voert de komende uren dit werk uit. Dit gaat vannacht gebeuren en is naar verwachting voor het einde van de buitendienststelling gereed. Morgenochtend kunnen er dan weer treinen rijden.”

Eerder op de avond, rond 19.00 uur, werd al duidelijk dat de situatie ernstig was. ProRail voerde toen onderzoek uit met een graafmachine om de toestand van de bodem te analyseren. “Zulke verzakkingen maken veilig treinverkeer helaas onmogelijk en dat betekent veel hinder voor reizigers in de omgeving,” aldus de spoorbeheerder. Reizigers kregen het dringende advies om de reisplanner goed in de gaten te houden en waar mogelijk alternatieve vervoersmiddelen te gebruiken.

Foto: © Pitane Blue – NS-bus

Tot die tijd blijft de hinder aanzienlijk en wordt reizigers aangeraden goed voorbereid op pad te gaan en rekening te houden met vertragingen.

Hoewel er bussen werden ingezet om gestrande reizigers te vervoeren, bleken die verre van toereikend. Volgens een woordvoerder komt dat doordat er normaal gesproken veel treinen rijden op dit traject, terwijl bussen een veel beperktere capaciteit hebben. Het gevolg was dat veel reizigers lang moesten wachten of zelfs geen plek meer konden krijgen in de vervangende bussen.

De impact was duidelijk zichtbaar op station Den Bosch, waar zich gedurende de dag een chaotisch beeld ontvouwde. Reizigers probeerden massaal een alternatief te vinden, terwijl de wachtrijen voor de bussen snel opliepen. Sommigen kozen ervoor om hun reis uit te stellen of op eigen gelegenheid verder te reizen.

traject

Opvallend is dat het niet de eerste keer is dat dit traject met grote problemen kampt. Slechts drie weken geleden lag het treinverkeer op dezelfde lijnen ook al meerdere dagen stil. Toen ontspoorde een werktrein en raakte een wissel beschadigd. Net als nu hield ook dat incident verband met werkzaamheden rond de onderdoorgang bij Vught.

Volgens de laatste update van ProRail rond 22.00 uur verlopen de herstelwerkzaamheden voorspoedig. Er wordt zelfs nog gekeken of er later op de avond mogelijk beperkt treinverkeer kan worden opgestart. De verwachting blijft echter dat het spoor in de nacht volledig wordt hersteld en dat reizigers zaterdagochtend weer volgens de normale dienstregeling kunnen reizen.

Drukte op het spoor neemt toe: NS profiteert van woningbouw en betere dienstregeling

Het aantal treinreizigers op de zogenoemde Oude Lijn tussen Dordrecht en Den Haag zit stevig in de lift.

NS ziet het aantal in- en uitstappers op de stations langs dit traject op werkdagen met gemiddeld zo’n acht procent toenemen. Daarmee steekt deze groei duidelijk boven het landelijke gemiddelde uit, waar het aantal reizigers op werkdagen met 1,8 procent steeg en in het weekend met 3,2 procent. In 2025 werden er op een gemiddelde werkdag zelfs ruim 1,1 miljoen treinreizen gemaakt.

dienstregeling

De groei op het traject wordt volgens NS mede aangejaagd door de verbeterde dienstregeling en de forse woningbouw rond stations. Sinds december 2024 rijdt er iedere tien minuten een Sprinter tussen Dordrecht, Rotterdam en Den Haag. Die hogere frequentie maakt het reizen aantrekkelijker en zorgt ervoor dat de trein voor steeds meer mensen een logisch alternatief wordt voor de auto.

NS zet daarbij nadrukkelijk in op verdere uitbreiding van het treinverkeer op de Oude Lijn. De vervoerder heeft de ambitie om in de toekomst de zogeheten CitySprinter in te zetten, waarmee elke vijf minuten een trein zou moeten rijden. Daarvoor zijn echter nog wel extra investeringen in de spoorinfrastructuur nodig. Tegelijkertijd denkt NS actief mee met gemeenten over woningbouwlocaties in de buurt van stations, om zo het gebruik van de trein verder te stimuleren.

nieuwbouwwijken

Die aanpak lijkt zijn vruchten af te werpen. In verschillende regio’s worden nieuwe bewoners direct verleid om voor de trein te kiezen. In Alphen en Gouda kregen bewoners van twee nieuwbouwwijken bijvoorbeeld een gratis NS-abonnement voor een aantal maanden. Een vergelijkbaar initiatief werd ook uitgerold in Roosendaal.

Niet alleen langs de Oude Lijn stijgen de reizigersaantallen flink. Station Utrecht Leidsche Rijn spant de kroon met een groei van maar liefst 19 procent op werkdagen. In de omgeving van het station wordt volop gebouwd, onder meer aan het zogenoemde ‘terrasgebouw’ Bellevue. Bovendien stoppen er sinds vorig jaar meer treinen, wat het station aantrekkelijker maakt voor forenzen en reizigers.

Foto: © Pitane Blue – Centraal Station Utrecht

Utrecht Centraal blijft met afstand het drukste station van Nederland, met bijna 180.000 in- en uitstappers op een gemiddelde werkdag. Dat aantal groeide met twee procent. Amsterdam Centraal volgt met bijna 153.000 reizigers per dag.

Langs de Oude Lijn zelf is station Den Haag Moerwijk de grote uitschieter. Daar nam het aantal reizigers op werkdagen met gemiddeld 16 procent toe. De komende jaren staan er omvangrijke investeringen gepland in de omgeving van het station. Zo komen er veel nieuwe woningen, worden fietsenstallingen verbeterd en wordt gewerkt aan een veiligere openbare ruimte. Om de groei en het gebruik van de trein extra te stimuleren, deelde NS tijdens de ochtendspits zelfs fruit uit aan reizigers als gezonde start van de dag.

woningbouw

Ook elders in het land speelt woningbouw een belangrijke rol in de groei van het aantal treinreizigers. Rond station Zwolle worden 850 woningen gerealiseerd, terwijl bij station Leeuwarden zelfs 2500 nieuwe woningen verrijzen. Vooral op plekken waar weinig ruimte is voor de auto, kiezen bewoners vaker voor de trein als duurzaam vervoermiddel.

De nieuwe dienstregeling van 2025 heeft daarnaast een belangrijke impuls gegeven aan het reizigersaantal. NS spreekt van de grootste structuurwijziging in jaren. Er rijden inmiddels weer meer treinen dan vóór de coronapandemie en de hogesnelheidslijn is beter geïntegreerd in het bestaande netwerk.

Dat is onder meer zichtbaar bij station Hoofddorp, waar de komst van de Airport Sprinter tussen Hoofddorp, Schiphol Airport en Amsterdam Centraal voor een groei van 16 procent zorgde. Elke 7,5 minuut vertrekt er een trein, wat het station aanzienlijk aantrekkelijker maakt voor reizigers.

evenementen

Ook station Amsterdam Zuid profiteert van de nieuwe opzet. Daar steeg het aantal reizigers met 18 procent, mede doordat treinen vanaf de hogesnelheidslijn via dit station rijden. Tegelijkertijd zag Amsterdam Centraal het aantal instappers, vooral richting Rotterdam, juist afnemen. Station Amsterdam RAI noteerde eveneens een stevige groei van 15 procent, mede dankzij het toenemende aantal evenementen in de omgeving.

Niet overal is sprake van groei. Werkzaamheden aan het spoor hebben op sommige plekken tijdelijk invloed op de cijfers. Zo kreeg station Groningen Europapark maar liefst 75 procent meer reizigers te verwerken doordat het hoofdstation in Groningen tijdelijk gesloten was. Dat leidde daar juist tot een daling van 11 procent. Ook stations als Akkrum, Rhenen en Den Helder Zuid zagen het aantal reizigers tijdelijk teruglopen door werkzaamheden aan het spoor.

De cijfers onderstrepen dat investeringen in dienstregeling, infrastructuur en woningbouw direct effect hebben op het reisgedrag van Nederlanders. Vooral op drukke corridors zoals de Oude Lijn lijkt de trein steeds vaker de eerste keuze.

Uitchecken met je telefoon: zo voorkom je gedoe met je QR-code in de bus

Wie met een e-ticket of mobiel ticket de bus instapt, moet goed opletten bij het scannen van de QR-code of barcode.

Die digitale code geldt als vervoerbewijs en is terug te vinden op een e-ticket of in apps van vervoerders. Toch gaat het in de praktijk nog geregeld mis, vooral op het moment dat reizigers de bus verlaten. Waar velen denken dat één keer scannen voldoende is, blijkt uit de instructies van vervoerders dat ook bij het uitstappen vaak opnieuw moet worden gescand om de rit correct af te sluiten.

QR-code

Bij het instappen werkt het systeem in grote lijnen hetzelfde als bij een OV-chipkaart. De reiziger houdt de QR-code op de telefoon, of op een geprint kaartje, bij de kaartlezer in de bus. Dat gebeurt meestal bij de chauffeur of bij een scanner in het voertuig. Op dat moment wordt de reis geregistreerd als ingecheckt. In sommige gevallen, zoals bij een kaartje dat direct bij de chauffeur is gekocht, is de reiziger al automatisch ingecheckt. Toch betekent dat niet dat er verder niets meer hoeft te gebeuren. Juist bij het uitstappen is het van belang om opnieuw te scannen.

kaartlezer

Dat uitchecken gebeurt bij de kaartlezer of validator bij de uitgang van de bus. De code moet dan opnieuw onder de scanner worden gehouden. Reizigers moeten er rekening mee houden dat de barcodescanner bij veel moderne apparaten niet aan de voorkant zit, maar aan de onderkant van de validator. De QR-code moet onder het apparaat worden gehouden, op de plek waar een rood lichtje schijnt. Het is belangrijk dat dat licht zo veel mogelijk in het midden van de code valt. Pas dan kan de scanner de gegevens goed lezen en wordt de rit correct verwerkt.

Een geluidssignaal geeft duidelijkheid over wat er gebeurt. Bij het inchecken klinkt meestal één piep. Bij het uitchecken volgen doorgaans twee piepjes. Dat verschil is voor reizigers een handig controlemiddel, omdat meteen hoorbaar is of de handeling is gelukt. Blijft het stil of werkt de scan niet direct, dan is het verstandig de telefoon iets lager of juist iets hoger te houden. Omdat de scanner vaak onderin zit, helpt een kleine verschuiving van enkele centimeters soms al om de code alsnog goed te laten lezen.

Ook praktische zaken kunnen het verschil maken tussen een snelle scan en onnodig oponthoud bij de uitgang. Zo doen reizigers er verstandig aan de schermhelderheid van hun telefoon zo hoog mogelijk te zetten. Daarnaast helpt het om de telefoon stil te houden en dichtbij de scanner te brengen, ongeveer op vijf tot tien centimeter afstand. Wie met een beschadigd scherm of een gebarsten display reist, kan merken dat het scannen moeilijker verloopt. Een geprinte barcode of QR-code moet uiteraard ook goed leesbaar blijven.

Toch zijn er uitzonderingen op de regel. Bij een papieren kaartje met barcode dat bij de chauffeur is gekocht, geldt dat de reiziger meestal al ingecheckt is op het moment van aankoop. Maar ook dan moet altijd worden uitgecheckt bij het verlaten van de bus. Dat is niet alleen nodig om de rit netjes af te sluiten, maar kan ook van belang zijn voor wie wil overstappen. Zonder correcte afsluiting kan er verwarring ontstaan over de reisregistratie.

speciale e-tickets

Daarnaast bestaan er speciale e-tickets en actiekaarten waarvoor in- en uitchecken in de bus niet nodig is. Bij bepaalde producten, zoals sommige dagpassen of speciale actietickets, hoeft de reiziger het ticket alleen te tonen aan de chauffeur. In zulke gevallen is de QR-code dus niet bedoeld voor de kaartlezer. Vervoerders benadrukken dat het daarom belangrijk is altijd de voorwaarden van het ticket in de app of op het kaartje zelf te controleren. Wat voor het ene ticket verplicht is, kan voor het andere juist niet nodig zijn.

Nog weer anders werkt het voor reizigers die gebruikmaken van OVpay. Zij hebben geen QR-code nodig en reizen simpelweg met hun bankpas of mobiele betaalpas. De pas of telefoon wordt dan tegen de lezer gehouden, zoals bij contactloos betalen. Dat systeem staat los van de barcode op een e-ticket en vraagt dus ook om een andere manier van in- en uitchecken.

piepsignaal

Of iemand nu reist met een ticket uit een app of met een geprint kaartje, de kern blijft hetzelfde. Bij de meeste digitale vervoerbewijzen moet zowel bij het instappen als bij het uitstappen worden gescand. Alleen bij specifieke uitzonderingen wijken de regels af. Wie dat verschil kent en goed luistert naar het piepsignaal, voorkomt gedoe bij het reizen met de bus.

Rover: slimme keuzes bij station harderwijk moeten vertraging en kosten voorkomen

Reizigersvereniging Rover dringt aan op een forse versnelling van de plannen voor extra treinen op de Veluwelijn.

De organisatie heeft in een zienswijze op de zogeheten MIRT-verkenning Veluwelijn de provincie Gelderland opgeroepen om sneller knopen door te hakken en tegelijkertijd slimme keuzes te maken bij de verbouwing van station Harderwijk. Volgens Rover kan daarmee niet alleen de dienstregeling eerder worden uitgebreid, maar ook efficiënter, goedkoper en betrouwbaarder worden uitgevoerd.

Op dit moment is de dienstregeling tussen Amersfoort en Harderwijk nog beperkt. In de daluren rijden er slechts twee treinen per uur, terwijl tijdens de spits wel extra treinen worden ingezet. Die extra ritten leveren echter niet het gewenste resultaat op, omdat de treinen na aankomst in Harderwijk leeg doorrijden naar Nunspeet. De reden daarvoor is dat er op station Harderwijk geen mogelijkheid is om treinen te laten keren. Gelderland wil daar verandering in brengen door de frequentie structureel te verhogen naar vier treinen per uur tussen Amersfoort, Nijkerk en Harderwijk. Rover ondersteunt die ambitie, maar vindt dat het proces te traag verloopt.

inhaalspoor

Centraal in de discussie staat de vraag hoe en waar treinen in Harderwijk moeten keren. Rover pleit nadrukkelijk voor een oplossing waarbij treinen direct aan het perron kunnen omkeren, in plaats van gebruik te maken van een keerspoor buiten het station. Daarvoor is wel een extra inhaalspoor nodig bij het station. Volgens beleidsmedewerker Frank Visser levert die aanpak aanzienlijke voordelen op. “Door op het station zelf te keren, besparen we kostbare tijd,” stelt hij. “Treinen kunnen dan direct aan hun terugrit beginnen in plaats van bijna een half uur stil te staan. Dit maakt de exploitatie goedkoper, waardoor er meer budget overblijft om de treinen vaker te laten rijden. Wel is het een randvoorwaarde dat de dienstregeling van de extra treinen voldoende betrouwbaar is. Niemand zit immers te wachten op extra treinen die bij de kleinste verstoring gelijk uitvallen.”

De reizigersorganisatie kijkt bovendien verder dan alleen de korte termijn. De uitbreiding naar Harderwijk wordt gezien als een tussenstap richting een veel ambitieuzer eindbeeld: een kwartierdienst met zowel Intercity’s als Sprinters over het volledige traject van Utrecht tot Zwolle. Juist daarom hamert Rover erop dat de aanpassingen aan station Harderwijk toekomstbestendig moeten zijn. Als de infrastructuur nu te krap wordt ontworpen, dreigt het risico dat het station over enkele jaren opnieuw moet worden aangepast, met extra kosten en overlast tot gevolg. Volgens Rover is het essentieel dat de huidige plannen geen belemmering vormen voor latere uitbreidingen richting Zwolle.

Amersfoort Centraal

Ook bij verstoringen moet het systeem robuuster worden, zo benadrukt de organisatie. Het traject kent regelmatig incidenten en daarom is flexibiliteit cruciaal. Rover wijst erop dat het van groot belang is dat treinen uit Zwolle in noodgevallen ook in Harderwijk kunnen keren wanneer de verbinding richting Amersfoort tijdelijk is onderbroken. Het behoud van overloopwissels en een slimme inrichting van het spoor zijn daarbij volgens de belangenbehartiger onmisbaar. Alleen dan kan de reiziger blijven rekenen op alternatieven wanneer het misgaat.

oproep

Met de oproep zet Rover extra druk op de provincie Gelderland om tempo te maken. De reizigersvereniging ziet duidelijke kansen om het treinverkeer op de Veluwelijn aanzienlijk te verbeteren, maar waarschuwt dat uitstel of halfslachtige keuzes uiteindelijk duurder uitpakken en ten koste gaan van de betrouwbaarheid. De bal ligt nu bij de provincie om de plannen niet alleen ambitieus, maar ook voortvarend uit te voeren.

Nieuwe tramlijn: Utrechtse tramplannen zorgen voor onrust rond Beatrix Theater

De plannen voor een nieuwe tramlijn in Utrecht hebben onverwacht voor opschudding gezorgd bij de Koninklijke Jaarbeurs.

Het bedrijf reageert verbaasd en geïrriteerd op uitspraken van wethouder Senna Maatoug van GroenLinks, die eerder aangaf dat het Beatrix Theater mogelijk gedeeltelijk of zelfs volledig gesloopt zou moeten worden om ruimte te maken voor een nieuwe tramhalte bij Utrecht Centraal. Volgens de Jaarbeurs is daarover nooit eerder contact geweest. Het nieuws kwam naar buiten via RTV Utrecht, dat sprak met zowel de Jaarbeurs als de gemeente.

commissievergadering

De kwestie kwam aan het licht tijdens een commissievergadering van de gemeente Utrecht, ongeveer een maand geleden. Tijdens die bijeenkomst sprak wethouder Senna Maatoug over de plannen voor een nieuwe tramlijn die het centraal station moet verbinden met toekomstige woongebieden. In dat kader werd ook gesproken over mogelijke locaties voor een nieuwe halte. Daarbij kwam het Beatrixgebouw nadrukkelijk in beeld als een plek waar een halte onder het gebouw gerealiseerd zou kunnen worden. In het uiterste scenario zou dat betekenen dat het theater deels of volledig moet verdwijnen.

Bij de Koninklijke Jaarbeurs, eigenaar en gebruiker van het Beatrix Theater, leidde dat nieuws tot grote verbazing. Het bedrijf stelt dat het volledig buiten het proces is gehouden en pas via de media hoorde van de mogelijke ingreep in het gebouw. In een reactie aan RTV Utrecht laat de organisatie weten: “Als eigenaar en gebruiker van het gebouw is er vooraf op geen enkel moment contact met ons opgenomen. Eerder deze maand hebben wij uitsluitend vernomen dat de voorkeursligging voor een nieuwe tramhalte ‘in de omgeving van het Beatrixgebouw’ zou zijn, maar verdere inhoudelijke informatie over exacte locatie, tracé of impact is niet met ons gedeeld.”

Jaarbeurscomplex

Het Beatrix Theater is een belangrijk onderdeel van het Jaarbeurscomplex en speelt een grote rol in het culturele en zakelijke aanbod van de stad. Jaarlijks trekken musicals en andere producties duizenden bezoekers naar de locatie. De mogelijkheid dat het gebouw moet wijken voor infrastructurele plannen roept daarom veel vragen op bij de organisatie.

Tijdens de commissievergadering benadrukte wethouder Senna Maatoug dat de keuze voor een halte bij het Beatrixgebouw niet zomaar uit de lucht is komen vallen. Volgens haar zijn er meerdere locaties rond Utrecht Centraal onderzocht om de nieuwe tramlijn goed te kunnen laten aansluiten op het bestaande openbaar vervoer. “Er zijn veel mogelijke locaties voor een halte bij Utrecht Centraal onderzocht”, zei de wethouder tijdens de bespreking.

Foto: © Pitane Blue – openbaar vervoer Utrecht

Voor de aanleg van deze nieuwe verbinding moet onder meer het Jaarbeursplein opnieuw worden ingericht. Juist die herontwikkeling maakt het noodzakelijk om opnieuw te kijken naar de beste plek voor een tramhalte bij het centraal station. De komende jaren zullen studies, gesprekken en politieke besluiten moeten uitwijzen of het Beatrix Theater daadwerkelijk gevaar loopt of dat er alsnog een alternatief wordt gevonden.

Volgens Maatoug bleek uit die onderzoeken dat elke mogelijke locatie complicaties met zich meebrengt. Sommige varianten zouden technisch lastig zijn, terwijl andere varianten meer impact hebben op de omgeving of op bestaande gebouwen. Uiteindelijk kwam de optie bij het Beatrixgebouw volgens haar als een relatief goede middenweg naar voren. “Al die onderzochte opties zorgen voor problemen en elke plek heeft voor- en nadelen. Een halte onder het Beatrixgebouw biedt een goede balans tussen kwaliteit en haalbaarheid.”

Ondanks die uitleg blijft de Jaarbeurs benadrukken dat het tot nu toe niet betrokken is geweest bij gesprekken of onderzoeken. Dat steekt volgens het bedrijf, omdat het plan mogelijk directe gevolgen heeft voor een gebouw dat eigendom is van de organisatie. De Jaarbeurs zegt de ontwikkelingen voorlopig af te wachten. In een verklaring laat de organisatie weten: “We wachten de ontwikkelingen, vervolgonderzoek en formele besluitvorming rustig af.”

voorkeurslocatie

De gemeente Utrecht bevestigt dat de locatie bij het Beatrixgebouw op dit moment inderdaad als voorkeurslocatie geldt voor een toekomstige tramhalte. Tegelijkertijd benadrukt een woordvoerder van wethouder Maatoug dat er nog geen definitieve beslissing is genomen. Het plan moet de komende jaren nog verder worden uitgewerkt en onderzocht.

Volgens de gemeente zullen daarbij ook gesprekken plaatsvinden met alle betrokken partijen, waaronder de Jaarbeurs zelf. “Dit wordt nog verder uitgewerkt”, laat de woordvoerder weten. “Over de wijze waarop deze halte mogelijk wordt gemaakt, gaan we nog komende jaren met de betrokken partijen, waaronder de Jaarbeurs, verder in gesprek. Een mogelijkheid zou sloop kunnen zijn, maar daar is nog geen besluit over genomen en wordt nog onderzoek naar gedaan.”

De mogelijke sloop van het Beatrix Theater hangt samen met een groter infrastructuurproject rond Utrecht. De stad werkt aan plannen voor een nieuwe tramlijn die Utrecht Centraal moet verbinden met de toekomstige wijk Groot Merwede, een groot nieuw woongebied dat nog gebouwd moet worden. Vanuit daar zal de tram doorrijden richting Nieuwegein en uiteindelijk ook naar de geplande nieuwbouwwijk Rijnenburg.

Annet Bertram: NS blijft tot 2033 rijden tussen Groningen Leeuwarden en Zwolle

Het spoor tussen Groningen, Leeuwarden en Zwolle blijft voorlopig in handen van de Nederlandse Spoorwegen.

De sprinters op deze trajecten zullen in elk geval tot 2033 door NS worden gereden. Daarmee komt een einde aan de ambitie van vervoerder Arriva om de stoptreindiensten over te nemen. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat heeft besloten dat de plannen van het bedrijf uit Heerenveen onvoldoende zekerheid bieden.

De beslissing is genomen door de nieuwe staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, Annet Bertram van het CDA. Zij trad begin vorige week aan als bewindspersoon en heeft zich meteen moeten buigen over de al langer lopende discussie over de zogenoemde Noordelijke Lijnen. Na bestudering van het voorstel van Arriva kwam Bertram tot de conclusie dat de vervoerder niet kan garanderen dat de treindiensten tot 2033 zelfstandig en betrouwbaar uitgevoerd kunnen worden.

risico te groot

In een toelichting stelt de staatssecretaris dat Arriva geen zekerheid biedt dat het bedrijf tussen nu en het jaar 2033 “deze treindiensten in open toegang kan rijden op de Noordelijke Lijnen”. Het ministerie acht het risico te groot dat de dienstverlening op termijn in de knel komt door een gebrek aan geschikt materieel.

Het probleem zit volgens Den Haag vooral in de treinen die Arriva wil inzetten. De vervoerder had het plan om in de eerste jaren nieuwe treinstellen te gebruiken die oorspronkelijk bedoeld zijn voor de spoorlijn tussen Nijmegen en Roermond. Deze lijn, ook wel bekend als de Maaslijn, beschikt momenteel nog niet over bovenleiding. Daardoor staan de nieuwe elektrische treinen voorlopig aan de kant.

Arriva wilde deze treinen tijdelijk inzetten op de trajecten tussen Groningen en Zwolle en tussen Leeuwarden en Zwolle. Daarmee zou het bedrijf de sprinterdiensten kunnen verzorgen totdat de Maaslijn volledig geëlektrificeerd is. Volgens de huidige planning is dat project eind volgend jaar afgerond. Zodra dat gebeurt, zijn de treinen weer nodig op het traject in het zuiden van het land. Dat scenario zou betekenen dat Arriva opnieuw op zoek moet naar materieel voor de noordelijke lijnen.

continuïteit

Volgens het ministerie vormt dat een te groot risico voor de continuïteit van het treinverkeer. Arriva opperde daarom een andere oplossing. Het bedrijf stelde voor om treinstellen van de NS over te nemen of tijdelijk te gebruiken.

De staatssecretaris ziet daar echter niets in. “Als mogelijke oplossing heeft Arriva voorgesteld dat het ministerie bij NS zou kunnen afdwingen dat NS materieel overdraagt of ervoor zorgt dat Arriva tijdelijk gebruik kan maken van materieel van NS”, zegt Bertram. Volgens haar past zo’n constructie niet bij het principe dat een vervoerder in open toegang volledig voor eigen rekening en risico opereert. “Arriva kan geen beroep doen op de overheid voor het beschikbaar stellen van financiering, materieel en personeel.”

Daar komt volgens Bertram nog bij dat het ministerie NS niet kan verplichten om materieel beschikbaar te stellen aan een concurrent. Het voorstel van Arriva wordt daarom door haar als “onvoldoende” bestempeld.

Bij de NS wordt het besluit met instemming ontvangen. Woordvoerder Erik Kroeze noemt het besluit duidelijk en stabiel voor reizigers en spoorsector. Volgens hem verandert er weinig voor de reiziger als een andere vervoerder dezelfde dienstregeling met dezelfde treinen uitvoert. “Wat ons betreft is het goed nieuws. Het geeft duidelijkheid en stabiliteit op het spoor. Bovendien: als een andere vervoerder die met dezelfde treinen dezelfde dienstregeling rijdt, leidt dat volgens ons niet tot een verschil voor de reiziger. Waarom zou je al die moeite doen als de trein een ander kleurtje krijgt maar dezelfde trein op dezelfde lijn rijdt?”

Foto: © Pitane Blue – spoorovergang

Arriva kijkt totaal anders naar de situatie en reageert teleurgesteld. Het bedrijf benadrukt dat het eigen plannen had om de dienstverlening te verbeteren. Volgens de vervoerder zouden er niet alleen meer, maar ook snellere treinen komen. Arriva had bovendien aangegeven dat er in de toekomst ruimte zou kunnen komen voor een extra stop in Staphorst, een station waar volgens het bedrijf vraag naar is maar waar NS tot nu toe geen mogelijkheden voor ziet.

stevige kritiek

Woordvoerder Nikkie Smit uit stevige kritiek op het ministerie. Zij stelt dat er vanuit Den Haag weinig bereidheid bestaat om veranderingen op het spoor toe te laten. Volgens haar ontbreekt “een constructieve houding en de wil vanuit het ministerie”. Smit zegt bovendien dat “ons aanbod voor de noordelijke treinreiziger nog steeds buiten bereik blijft”. De vervoerder laat weten teleurgesteld te zijn over het verloop van het proces.

Volgens Arriva had het bedrijf al veel eerder met sprinters naar Zwolle kunnen rijden. “Al vier jaar” zouden de treinen van de Maaslijn beschikbaar zijn geweest, aldus Smit. “We zijn erg teleurgesteld over de gang van zaken. We begrijpen niet waarom het ministerie niet in beweging komt.”

Daarnaast benadrukt Arriva dat het volgens het bedrijf wel degelijk mogelijk zou zijn om NS-materieel over te nemen. “In het contract met de NS staat dat NS gecompenseerd kan worden voor treinen die een andere partij van hen overneemt”, stelt de vervoerder.

bestuursrechter

De kwestie is daarmee nog niet volledig afgesloten. Het conflict rond de sprinterdiensten maakt deel uit van een juridische procedure die momenteel bij de bestuursrechter ligt. Arriva heeft aangegeven de uitspraak van de rechter af te wachten en te onderzoeken hoe de rechter naar de beslissing van het ministerie kijkt. De zaak kreeg eerder al een vervolg nadat de bestuursrechter het ministerie had opgedragen opnieuw naar de kwestie te kijken.

Voorlopig blijft volgens RTV Noord de situatie echter ongewijzigd. De sprinters tussen Groningen, Leeuwarden en Zwolle blijven in handen van NS, en reizigers in het noorden zullen dus ook de komende jaren met de vertrouwde blauw-gele treinen blijven reizen.

NS klimt uit dal: ondanks winst blijft schuld van ruim miljard euro grote zorg

De Nederlandse Spoorwegen hebben in 2025 duidelijk betere resultaten geboekt dan in de jaren daarvoor.

Uit de gepresenteerde jaarcijfers blijkt dat reizigers vaker op tijd hun bestemming bereikten en dat de financiële situatie van het spoorbedrijf is verbeterd. Tegelijkertijd blijft de organisatie geconfronteerd worden met uitdagingen, zoals storingen op het spoor, drukte in treinen en een oplopende schuldpositie.

President-directeur Wouter Koolmees benadrukt dat de prestaties van het bedrijf zichtbaar zijn verbeterd, maar dat er nog altijd werk aan de winkel is. „Het gaat beter met NS. Reizigers hebben afgelopen jaar een betere treinreis gehad. Dat zien we terug in de populariteit, reizigers gingen vaker met de trein. Als we naar de cijfers kijken, dan kwamen reizigers vaker op tijd en konden ze meestal zitten. Dankzij hard werk door mijn collega’s zijn alle prestatieafspraken met de overheid gehaald. Daarvoor wil ik ze bedanken.” Tegelijkertijd erkent hij dat reizigers nog regelmatig te maken hebben met problemen. „Tegelijk hebben onze reizigers nog regelmatig te maken met drukte, een vieze trein, beperkte reisinformatie of vertraging. Ook blijven de omstandigheden waarin NS moet opereren uitdagend. Het aantal storingen op en rond het spoor is hoog. We hebben dus nog genoeg te doen.”

punctualiteit

De punctualiteit van de treinreiziger is het afgelopen jaar merkbaar verbeterd. In 2025 kwam 90,7 procent van de reizigers met maximaal vijf minuten vertraging op hun eindbestemming aan. Een jaar eerder lag dat percentage nog op 89,4 procent. In deze cijfers zijn ook uitgevallen treinen meegenomen. Voor veel reizigers blijft de kans op een zitplaats een belangrijke graadmeter voor comfort. Tijdens de spits had gemiddeld 92,4 procent van de reizigers een zitplaats, vrijwel gelijk aan het jaar ervoor. Buiten de spitsuren is er doorgaans ruim voldoende plek in de treinen en zijn gemiddeld slechts dertig procent van de stoelen bezet.

Om de prestaties te verbeteren werken NS en ProRail nauw samen. Zo wordt er geïnvesteerd in nieuw personeel en voldoende treinmaterieel. Door onderhoud slimmer te plannen en treinen sneller te repareren blijft er genoeg materieel beschikbaar voor de dienstregeling. Tegelijkertijd vormt de staat van het spoor een groeiende uitdaging. Op veel plekken is dringend onderhoud nodig en dat leidt tot steeds meer werkzaamheden. ProRail voert dit jaar ruim vierhonderd projecten uit aan het spoor, vaak overdag en op werkdagen. Dat zorgt regelmatig voor hinder voor reizigers.

Ook op internationaal gebied zijn er stappen gezet. Zo werd in februari 2025 de vernieuwde UK Terminal op Amsterdam Centraal in gebruik genomen. Hierdoor kunnen reizigers weer rechtstreeks met de Eurostar naar Londen reizen zonder overstap in Brussel. Sinds mei rijden nieuwe Nightjet-treinen naar Oostenrijk met moderne slaapcoupés, meer privacy en betere toegankelijkheid voor rolstoelgebruikers. Vanaf juni wordt de Eurocity Direct naar Brussel volledig uitgevoerd met de moderne ICNG-trein. In november kwamen daar nieuwe ICE-treinen bij op de route tussen Amsterdam en Berlijn, ter vervanging van de oudere intercitytreinen.

Foto: © Pitane Blue – stationshal

Voor de komende jaren verwacht NS verdere groei van het aantal reizigers. Met kortingstickets en dalabonnementen wil het bedrijf meer mensen verleiden om buiten de spits te reizen. Tegelijk blijft de spoorvervoerder inzetten op kostenbesparingen om de financiële positie structureel te verbeteren.

Stations blijven ondertussen een belangrijke rol spelen in de beleving van reizigers. De waardering voor stations bleef in 2025 stabiel op een rapportcijfer van 7,2. Verschillende stations kregen een opknapbeurt of werden uitgebreid. Op Amsterdam Centraal werd na een verbouwing de westelijke entree opnieuw geopend met extra liften, roltrappen en meer incheckpoortjes. In Groningen werd een nieuwe reizigerspassage geopend en ook stations zoals Heiloo en Utrecht Overvecht werden vernieuwd of verduurzaamd. Tegelijkertijd wordt gewerkt aan toekomstige renovaties van stations als Alkmaar, Nijkerk, Middelburg, Beverwijk, Amsterdam Muiderpoort en Venlo.

CO2-uitstoot

De trein blijkt daarnaast een belangrijke rol te spelen in het terugdringen van de CO2-uitstoot. Voor het eerst rapporteert NS over de hoeveelheid uitstoot die wordt vermeden doordat reizigers voor de trein kiezen in plaats van de auto. In 2025 werd volgens het spoorbedrijf 597 kiloton CO2-uitstoot voorkomen. Dat ligt boven de grens van 562 kiloton die met de overheid was afgesproken.

Financieel laat het spoorbedrijf eveneens herstel zien. Voor het eerst sinds 2019 zijn de opbrengsten en kosten van het treinvervoer weer meer in balans. Het onderliggende resultaat uit bedrijfsactiviteiten kwam uit op 11 miljoen euro, terwijl er een jaar eerder nog een verlies van 141 miljoen euro werd genoteerd. De opbrengsten uit reizigersvervoer stegen met zes procent tot 3,364 miljard euro. Ook de inkomsten uit stations namen toe tot 556 miljoen euro.

Die groei komt onder meer door een stijgend aantal abonnementhouders en meer losse kaartverkoop. Het aantal reizigers met een consumentenabonnement nam met bijna tien procent toe. De verkoop van losse tickets groeide met zeven procent, mede door kortingsacties zoals de NS PrijsTijd Deals en door de mogelijkheid om met een bankpas te reizen. Het aantal reizigers dat met de bankpas betaalt steeg zelfs met 46 procent.

nettowinst

Onderaan de streep noteerde NS een nettowinst van 380 miljoen euro, al wordt dat resultaat sterk beïnvloed door bijzondere boekhoudkundige posten. Zo werd de waarde van bepaalde activa opnieuw beoordeeld, wat een positief effect had op het resultaat. Tegelijkertijd werd er een grote voorziening van 188 miljoen euro getroffen voor een nieuwe regeling voor zwaar werk, waarmee medewerkers onder bepaalde omstandigheden eerder kunnen stoppen met werken.

Ondanks het herstel blijft de financiële situatie kwetsbaar. De netto schuld van NS is sinds 2020 opgelopen tot 1,216 miljard euro. De spoorvervoerder moest de afgelopen jaren geld lenen om te blijven investeren in personeel, treinen en stations, terwijl de inkomsten na de coronapandemie lange tijd lager bleven.

Volgens Koolmees is een financieel gezonde spoorsector essentieel voor Nederland. „De afgelopen jaren zijn we stap voor stap uit donkerrode financiële cijfers geklommen. Dankzij meer reizigers en kostenbesparingen zijn opbrengsten en kosten voor het eerst sinds 2019 weer beter in balans. Toch is het resultaat nog steeds onvoldoende. NS gaf de afgelopen jaren meer geld uit dan het verdiende en heeft veel moeten lenen voor investeringen in de toekomst. Het is nu zaak om onze netto schuld die sinds 2020 is opgelopen tot € 1,2 miljard af te bouwen.”

Hij wijst er ook op dat goed openbaar vervoer een belangrijke rol speelt in de toekomst van Nederland. „Een financieel gezond NS is noodzakelijk om Nederland duurzaam bereikbaar te houden. Als ik kijk naar de opgave van het nieuwe kabinet, dan is de trein hard nodig. Woningbouw, een aantrekkelijk vestigingsklimaat en de energietransitie vragen om oplossingen. En hoe een nieuwe regering dat ook wil aanpakken, goed openbaar vervoer is altijd deel van de oplossing.”

NS onder vuur: FNV trekt aan de noodrem om chaos bij klantenservice

De FNV is een petitie gestart om de kwaliteit van de klantenservice van de NS fors te verbeteren.

Volgens de vakbond staat de dienstverlening onder zware druk en blijft de spoorvervoerder achter bij de eigen beloftes. FNV Spoor spreekt duidelijke taal en stelt: ‘Geen loze woorden, maar daden’. De bond vindt dat de kloof tussen ambitie en werkelijkheid te groot is geworden. ‘De NS zegt dat zij de beste service wil bieden, maar de werkelijkheid laat iets anders zien’, zegt Henri Janssen, bestuurder FNV Spoor. ‘Reizigers worden niet altijd goed geholpen en medewerkers staan onder grote druk.’

De klantenservice van de NS vormt het aanspreekpunt voor zowel binnenlandse als internationale reizigers. Via telefoon, chat, sociale media en e-mail proberen medewerkers dagelijks duizenden vragen te beantwoorden over vertragingen, abonnementen, internationale tickets en klachten. Toch klinkt er volgens de vakbond steeds meer onvrede, zowel bij reizigers als bij het personeel zelf. Een deel van de dienstverlening is ondergebracht bij callcenterbedrijf Concentrix. Deze medewerkers werken niet alleen in Nederland, maar ook in zogenoemde lagelonenlanden.

arbeidsvoorwaarden

Juist daar wringt volgens FNV de schoen. Werknemers in die landen beginnen soms al om 3 uur ’s nachts aan hun dienst en zouden moeten werken onder slechte arbeidsvoorwaarden. De bond wijst op een uurloon van €3,00. Tegelijkertijd is er ook een groep medewerkers die rechtstreeks voor de NS werkt, in vaste dienst of als uitzendkracht. Volgens Janssen zorgt deze constructie voor ongelijkheid en onrust op de werkvloer.

De kritiek van FNV richt zich nadrukkelijk op de manier waarop het systeem is ingericht. Externe callcenters ontvangen een vergoeding per gewerkt uur. Dat betekent volgens de vakbond dat langere gesprekken en herhaald contact financieel gunstig zijn voor het callcenter. Janssen stelt dat deze prikkel verkeerd uitpakt voor reizigers. Zij zouden regelmatig meerdere keren moeten bellen, worden doorverbonden of onjuiste informatie ontvangen, waardoor opnieuw contact nodig is. Dat leidt niet alleen tot frustratie bij klanten, maar ook tot extra druk bij medewerkers die de problemen moeten oplossen.

Tegelijkertijd benadrukt Janssen dat de medewerkers van de externe callcenters zelf niet de schuldigen zijn. ‘De werknemers van de callcenters zelf zetten zich elke dag keihard in om onmogelijke en onmenselijke deadlines te halen, zonder goed opgeleid of ingewerkt te zijn. Maar dat resulteert in onvoldoende servicekwaliteit naar de reizigers. Dat moet echt anders.’ Volgens de vakbond zijn het juist deze werknemers die klem zitten tussen hoge verwachtingen en beperkte middelen.

Of de NS gehoor zal geven aan de oproep, moet de komende maanden blijken. Duidelijk is dat de discussie over kwaliteit, werkdruk en verantwoordelijkheid daarmee voorlopig nog niet van de rails is verdwenen.

Binnen de eigen organisatie van NS speelt ondertussen een ander probleem. Het ziekteverzuim onder vaste klantenservicemedewerkers ligt hoog. Daarnaast heerst er onzekerheid over de toekomst. Janssen legt uit dat de vakbond vermoedt dat de NS met het uitbesteden van werk probeert onder cao-verplichtingen uit te komen. ‘De NS probeert met het uitbesteden van de klantenservice gewoon onder de cao-afspraken uit te komen om uitzendkrachten na 18 maanden in vaste dienst te nemen’, legt Janssen uit. ‘In verleden was het externe callcenter een extra aanvulling op het aantal uitzendkrachten. Nu worden er simpelweg steeds minder uitzendkrachten ingehuurd. Het gevolg is minder vaste banen met alle gevolgen, zoals geen bestaanszekerheid, lage inkomens en door hoog verloop ook minder kwaliteit.’

personeelsverloop

Volgens de bond raakt deze ontwikkeling niet alleen de werknemers, maar ook de reiziger. Minder vaste krachten en een hoog personeelsverloop zouden ten koste gaan van kennis, ervaring en betrokkenheid. Daarmee komt de ambitie van de NS om de beste service te bieden volgens FNV verder onder druk te staan.

Met het aflopen van het contract met het externe callcenter, over ongeveer een jaar, ziet de vakbond een kans om het roer om te gooien. ‘Het contract met het externe callcenter loopt over ongeveer een jaar af’, legt Janssen uit. ‘Dit is hét moment om de klantenservice weer volledig in eigen huis te halen. Alleen dan kan NS echt bouwen aan kwaliteit, vaste banen en trots op het werk en maatschappelijk verantwoord ondernemerschap.’

De eisen van de FNV zijn helder. Er moet geen nieuwe aanbesteding komen voor de NS-klantenservice. Medewerkers van Concentrix zouden in vaste dienst moeten komen bij de NS. Daarnaast pleit de bond voor meer autonomie, ontwikkel- en doorgroeimogelijkheden voor klantadviseurs en meer betrokkenheid van medewerkers bij beleid en technologische vernieuwing. Volgens de vakbond kan alleen op die manier de service weer centraal komen te staan en kan het vertrouwen van reizigers worden hersteld.

OV in vrije val door stapeling van eisen: reiziger betaalt de prijs voor boetes

Het regent boetes in ov-land en uiteindelijk betaalt de reiziger de rekening.

Dat is de harde conclusie die steeds vaker wordt getrokken nu provincies als concessieverleners met forse geldstraffen zwaaien richting vervoersbedrijven. Wie denk je dat uiteindelijk opdraait voor die boetes? Juist, de reiziger. Via verhoging van de ritprijzen. Wat ooit werd gepresenteerd als een middel om de kwaliteit van het openbaar vervoer te verbeteren, voelt voor veel mensen als een sigaar uit eigen doos.

klantgerichter

Provincies delen vaker en hogere boetes uit aan vervoerders die volgens hen tekortschieten. Het idee daarachter is helder: het geld dat wordt geïnd, zou ten goede moeten komen aan de reiziger. De sancties zouden bedrijven moeten prikkelen om stipter te rijden, schoner materieel in te zetten en klantgerichter te werken. Maar de vraag die steeds nadrukkelijker klinkt, is wat die boetes nu werkelijk oplossen. Volgens critici helemaal niets.

De kern van het probleem ligt volgens hen niet alleen bij de vervoersbedrijven. Gemeenten en provincies stellen torenhoge eisen bij aanbestedingen. Er wordt tot achter de komma doorgerekend. Hoge en zeer duur betaalde ambtenaren controleren lijnen, diensten en bepalen zelfs met welke bussen er gereden moet worden. Toch gaan gemeenten en provincies uiteindelijk akkoord met wat vervoerders aanbieden. Wanneer het vervolgens misgaat, wordt de rekening neergelegd bij het bedrijf, dat op zijn beurt de kosten doorberekent aan de reiziger.

overheid

Zoals bij zoveel dossiers in Nederland, wordt gewezen naar de rol van de overheid. Ambtenaren bepalen veel, maar als het fout loopt, wassen zij hun handen in onschuld. De verwijzing naar eerdere pijnlijke dossiers wordt snel gemaakt. Denk aan de mijnsluiting in Limburg, de problemen in Groningen en de toeslagenaffaire waarbij ouders en kinderen zwaar werden getroffen. Steeds weer zijn het werknemers en burgers die de gevolgen dragen, terwijl beleidsmakers buiten schot blijven.

Boetes worden bovendien vaak al ingecalculeerd. Niet volledig, omdat vervoerders erop rekenen dat zij met een goed verhaal de opdrachtgever kunnen overtuigen om een sanctie te matigen of zelfs achterwege te laten. Externe factoren worden dan aangevoerd als oorzaak: personeelstekorten, netcongestie, leveringsproblemen van materieel. Feit blijft dat veel van die risico’s al bekend zijn op het moment dat een offerte wordt ingediend. Het bedrijf dat het verst durft te gaan door de boete niet of nauwelijks mee te nemen in de begroting, vergroot zijn kans om de concessie te winnen. Wordt de boete vervolgens niet opgelegd, dan levert dat extra winst op.

Daarbovenop komt de haast waarmee is ingezet op vergroening en energietransitie. Alles moet elektrisch. Op papier klinkt dat prachtig, maar de praktijk blijkt weerbarstig. Het stroomnet kan de vraag niet altijd aan, nieuwe elektrische bussen worden niet tijdig geleverd en technische problemen zorgen voor uitval van materieel. Toch worden concessies soms zo streng geformuleerd dat vervoerders nauwelijks ruimte hebben om realistisch in te schrijven. Er zijn zelfs gevallen waarin eisen zo hoog worden opgeschroefd dat bedrijven afhaken.

Foto: © Pitane Blue –
Bravo – busvervoer

Volgens critici is Den Haag een ideaal nagelopen zonder voldoende te onderzoeken of het haalbaar en uitvoerbaar is. Niet de ov-bedrijven zijn hier de hoofdschuldigen, zo klinkt het, maar de overheid met haar doorgeschoten groene ambities. Provincies kijken bij een concessiewisseling te weinig naar wat het onderaan de streep kost en of groene beloftes financieel en praktisch houdbaar zijn. Wanneer blijkt dat kosten hoger uitvallen, elektrische bussen later komen of prestaties tegenvallen, volgt alsnog de sanctie.

onrust

Concessiewisselingen zelf zorgen bovendien voor onrust. Personeel moet overstappen naar een nieuwe werkgever, dienstregelingen veranderen en reizigers moeten wennen aan nieuwe systemen. Dat leidt tot frustratie onder medewerkers en passagiers. De vraag blijft wat al die boetes nu daadwerkelijk verbeteren. De kwaliteit gaat er volgens veel reizigers niet merkbaar op vooruit. Het openbaar vervoer wordt ondertussen steeds duurder, juist voor mensen die geen alternatief hebben. Wie afhankelijk is van bus of trein, ziet de prijzen stijgen en het aanbod verschralen.

Ook het gevoel van veiligheid staat onder druk. Voor sommigen is dat zelfs reden om het ov helemaal te mijden. Wanneer punctualiteit hapert, prijzen stijgen en het veiligheidsgevoel afneemt, groeit het wantrouwen in het systeem. Het systeem is gewoon ziek, klinkt het scherp. De reiziger verliest op alle fronten.

welk doel dienen ze?

Wat resteert is een fundamentele vraag. Als boetes niet leiden tot betere dienstverlening en de kosten uiteindelijk toch bij de burger terechtkomen, welk doel dienen ze dan nog? Misschien is het tijd om eerst goede plannen te maken, grondig te onderzoeken of ambities uitvoerbaar zijn en pas daarna harde eisen te stellen. Zolang dat niet gebeurt, blijft de reiziger de melkkoe van een beleid dat zijn eigen tekortkomingen probeert te maskeren met sancties.

Provincie waarschuwt: zonder sterk OV loopt Zuid-Holland vast

Het openbaar vervoer in Zuid-Holland staat voor een ingrijpende verandering.

Niet als luxe of vrijblijvende keuze, maar als harde noodzaak om de groei van wonen en werken in goede banen te leiden. Die boodschap klinkt duidelijk door in de nieuwe ov-visie van de provincie Zuid-Holland, die onder verantwoordelijkheid van bestuurder Frederik Zevenbergen is opgesteld. Zijn woorden laten weinig ruimte voor twijfel. “Goed openbaar vervoer is geen keuze, maar een noodzaak. Het is de enige manier om de groei van woningen en banen in Zuid-Holland op te vangen.”

drukstbevolkt

Zuid-Holland behoort tot de drukstbevolkte provincies van het land en blijft groeien. Het aantal inwoners neemt toe, het aantal banen groeit en de ruimte is schaars. Wegen lopen vol, files nemen toe en uitbreiden is nauwelijks mogelijk. Tegen die achtergrond presenteert de provincie haar nieuwe visie onder de titel ‘Naar onweerstaanbaar openbaar vervoer voor iedereen’. De ambitie is helder: het openbaar vervoer moet voor steeds meer Zuid-Hollanders de logische eerste keuze worden.

Frederik Zevenbergen, bestuurder van de provincie Zuid-Holland en verantwoordelijk voor verkeer, vervoer en ov, spreekt met zichtbare trots over het plan. “Onze nieuwe OV-visie heet ‘Naar onweerstaanbaar openbaar vervoer voor iedereen’. Daarin beschrijven we hoe we openbaar vervoer voor steeds meer Zuid-Hollanders de logische eerste keuze willen maken.” Het gaat volgens hem niet alleen om meer bussen of treinen, maar vooral om een slimmer, betrouwbaarder en aantrekkelijker systeem.

R-net-lijnen

Belangrijk onderdeel van de plannen is het verbeteren en versterken van bestaande verbindingen. Daarbij wordt nadrukkelijk gekeken naar hoogwaardig openbaar vervoer, zoals de R-net-lijnen. Deze lijnen staan bekend om hun comfortabele voertuigen en hoge frequentie. “We zien volop kansen om bestaande verbindingen te verbeteren en hoogwaardig te maken. Denk aan onze R-net-lijnen met comfortabele, vaak rijdende bussen,” aldus Zevenbergen. Door snelheid, betrouwbaarheid en comfort te combineren, moet het ov een serieus alternatief vormen voor de auto.

Naast vaste lijnen kijkt de provincie ook kritisch naar de manier waarop vervoer is georganiseerd voor specifieke doelgroepen. Volgens Zevenbergen is dat systeem momenteel te versnipperd. “We willen slimmer aansluiten op vraag en aanbod. Het doelgroepenvervoer is bijvoorbeeld onnodig ingewikkeld opgedeeld in verschillende kokertjes.” Door deze vormen van vervoer beter te organiseren en te combineren met het reguliere ov, verwacht de provincie efficiënter te kunnen werken en tegelijkertijd beter aan te sluiten op de behoefte van reizigers. “We experimenteren met verschillende oplossingen hiervoor,” benadrukt hij.

Foto: © Pitane Blue – station Den Haag

Aan het einde van deze visie blijft vooral één zin hangen, uitgesproken door Zevenbergen zelf en veelzeggend voor de koers die Zuid-Holland vaart: “Goed openbaar vervoer is geen keuze, maar een noodzaak.”

De ov-visie kijkt nadrukkelijk vooruit en richt zich niet alleen op techniek en infrastructuur, maar ook op beleving. Openbaar vervoer moet aantrekkelijk zijn en waardering krijgen van de reiziger. Volgens Zevenbergen is daar nog veel winst te behalen. “Ons ov verdient meer aandacht en waardering. Daarom willen we samen met de vervoerders de krachten bundelen voor effectieve marketing.” Campagnes moeten laten zien dat reizen met bus, tram of trein comfortabel, betrouwbaar en logisch is, zeker in een provincie waar ruimte en tijd kostbaar zijn.

samenwerking

Samenwerking vormt een rode draad in het hele verhaal. De provincie werkt niet alleen samen met vervoerders, maar ook met gemeenten en andere betrokken partijen. Zevenbergen hecht daar grote waarde aan. “Ik ben trots op onze OV-visie, en zeker ook op de samenwerking met alle belanghebbenden.” Volgens hem is die gezamenlijke aanpak noodzakelijk om de ambities waar te maken en het ov daadwerkelijk onweerstaanbaar te maken.

De boodschap van de provincie is duidelijk. Zonder sterk openbaar vervoer loopt Zuid-Holland vast. Met deze visie kiest het provinciebestuur voor een toekomst waarin bereikbaarheid, leefbaarheid en groei hand in hand moeten gaan. Niet door eindeloos asfalt toe te voegen, maar door slim te investeren in een ov-systeem dat meegroeit met de provincie en haar inwoners.