Tag archieven: vias

Oude veiligheidsregel: experts noemen gebruik gevarendriehoek ronduit gevaarlijk

Minister grijpt in na alarmerende cijfers over pechstrook, zwaailicht mogelijk nieuwe standaard op Belgische wegen.

De gevarendriehoek, jarenlang een vaste waarde in de koffer van elke automobilist, verdwijnt vanaf de zomer van 2027 uit de lijst van verplichte veiligheidsuitrusting. Dat heeft federaal mobiliteitsminister Jean-Luc Crucke aangekondigd in De Kamer. De maatregel maakt deel uit van de nieuwe Wegcode, die op 1 juni 2027 in werking treedt. Volgens de minister is het gebruik van de klassieke driehoek niet langer van deze tijd en brengt het zelfs onnodige risico’s met zich mee.

Vandaag is de gevarendriehoek nog verplicht bij pech of een ongeval. Bestuurders moeten die langs de autosnelweg op 100 meter van hun voertuig plaatsen, en op andere wegen op ongeveer 30 meter. Wie dat niet doet, riskeert een boete van 58 euro. Toch blijkt uit de praktijk dat die verplichting steeds vaker ter discussie staat. Niet alleen politici, maar ook politiemensen en verkeersveiligheidsexperts trekken aan de alarmbel.

draagbaar knipperlicht

Volgens Crucke volstaat het in de toekomst om bij pech de vier richtingaanwijzers in te schakelen. “Vanaf 1 juni 2027, wanneer de nieuwe Wegcode in werking treedt, zal het volstaan om bij een defect voertuig alle richtingaanwijzers te gebruiken”, aldus de minister. Alleen wanneer dat technisch niet mogelijk is, blijft een alternatief verplicht, zoals een gevarendriehoek of een ander draagbaar knipperlicht.

De belangrijkste reden voor deze koerswijziging is de veiligheid van de bestuurder zelf. Het uitstappen op een drukke weg of autosnelweg om een gevarendriehoek te plaatsen, brengt immers aanzienlijke risico’s met zich mee. Een ervaren agent van de federale wegpolitie bevestigt in de lokale media dat beeld en spreekt klare taal. “Val je met de auto in panne langs de snelweg, druk dan die rode knop in waarmee je alle richtingaanwijzers laat knipperen. En maak vervolgens dat je zo snel mogelijk achter de vangrail gaat staan”, beklemtoont hij. 

Cijfers van het Vlaams Agentschap Wegen en Verkeer onderstrepen het gevaar. Jaarlijks gebeuren er in Vlaanderen tussen de vijf en de tien zware ongevallen op de pechstrook, met doden of zwaargewonden tot gevolg. Dat maakt van de pechstrook een van de meest risicovolle plekken op de weg, ondanks de indruk dat die zone net bedoeld is voor veiligheid.

Foto: © Pitane Blue – V16 noodlicht

Ook verkeersveiligheidsinstituut VIAS schaart zich achter de beslissing om de verplichting af te schaffen. Tegelijk kijkt de organisatie naar alternatieven die de zichtbaarheid van gestrande voertuigen kunnen verbeteren. Woordvoerder Stef Willems verwijst daarbij naar Spanje, waar sinds kort een nieuw systeem geldt. Dat draagbare zwaailicht wordt op het dak van het voertuig geplaatst en moet andere weggebruikers sneller en duidelijker waarschuwen. Volgens VIAS heeft het systeem een belangrijk voordeel ten opzichte van de klassieke knipperlichten.

evaluatie

Minister Crucke houdt de deur op een kier voor dergelijke innovaties, maar wil voorlopig geen overhaaste beslissingen nemen. Omdat Spanje het systeem pas sinds begin dit jaar verplicht heeft ingevoerd, wacht hij eerst de evaluatie van die maatregel af. Pas daarna zal worden bekeken of een gelijkaardige oplossing ook in België kan worden ingevoerd.

De afschaffing van de gevarendriehoek markeert hoe verkeersveiligheid evolueert met de tijd en met nieuwe inzichten. Wat ooit als een essentieel hulpmiddel werd beschouwd, blijkt vandaag in sommige situaties net een extra risico te vormen. De nadruk verschuift daardoor steeds meer naar het beschermen van de bestuurder zelf, in plaats van hem bloot te stellen aan gevaarlijke handelingen langs de weg.

VIAS luidt de alarmbel: waarom mannen vaker sterven in het verkeer

Een nieuwe analyse van het verkeersinstituut VIAS op basis van de ongevallendatabank van de politie brengt een zorgwekkende trend aan het licht: 8 op de 10 verkeersdoden in België zijn mannen.

De oorzaak? Meer risicogedrag bij mannelijke weggebruikers, zo concludeert VIAS. Bovendien blijkt uit de cijfers dat de kans om een verkeersongeval te overleven aanzienlijk groter is als er een vrouw achter het stuur zit. De onderzoekers namen de verkeersongevallen van de afgelopen tien jaar onder de loep en ontdekten dat ongevallen waarbij mannen betrokken zijn, over het algemeen veel ernstiger zijn dan die waarbij vrouwen achter het stuur zitten. 

Met name bij motorrijders is het verschil schrijnend: maar liefst 96 procent van de verkeersdoden op de motor is een man. Bij fietsers en automobilisten is dat 3 op de 4, terwijl bij voetgangers iets meer dan de helft van de slachtoffers mannelijk is.

risicogedrag als bepalende factor

Volgens Stef Willems tegenover de nieuwsdienst VRT-NWS, woordvoerder van VIAS, is de oververtegenwoordiging van mannen bij dodelijke verkeersslachtoffers grotendeels te wijten aan hun risicogedrag. “Mannen leggen misschien wel meer kilometers af dan vrouwen, maar dat verklaart de cijfers niet volledig. Het grootste verschil zit in de manier waarop ze zich in het verkeer gedragen,” zegt Willems.

Zo blijkt dat bij 10 procent van de ongevallen waarbij een man achter het stuur zit, alcohol een rol speelt. Bij vrouwen is dat percentage met 5 procent de helft lager. Daarnaast tonen eerdere gedragsmetingen aan dat mannen vaker geneigd zijn om te snel te rijden, zich makkelijker laten afleiden, minder vaak de veiligheidsgordel dragen en vaker zonder geldige verzekering de weg op gaan.

“Dit zijn geen willekeurige observaties, maar conclusies die voortkomen uit verschillende studies,” benadrukt Willems. “Ook in onze vormingen voor verkeersovertreders zien we dit patroon terug: 80 procent van de deelnemers aan zulke opleidingen zijn mannen.” Deze vormingen worden door de politierechter opgelegd als alternatieve straf voor verkeersovertredingen en bieden een diepgaand inzicht in de oorzaken van gevaarlijk rijgedrag.

Foto: Pitane Blue – snelladers ontbreken langs de snelweg.

Om het probleem aan te pakken, pleit VIAS voor een gerichtere aanpak in sensibiliseringscampagnes, specifiek gericht op mannen. “We hebben gezien dat bepaalde doelgroepen moeilijker te bereiken zijn met algemene campagnes,” aldus Willems. “De laatste BOB-campagne richtte zich bijvoorbeeld op voetbalsupporters, een groep die nog steeds overwegend mannelijk is. We hebben sleutelhangers in clubkleuren uitgedeeld om de boodschap beter te laten aanslaan.”

Door campagnes meer af te stemmen op de doelgroep die het meeste risico loopt, hoopt VIAS het gedrag van mannelijke weggebruikers positief te beïnvloeden. De cijfers laten immers geen ruimte voor twijfel: mannen zijn niet alleen vaker betrokken bij ernstige ongevallen, maar nemen ook vaker de risico’s die tot deze ongevallen leiden.

Bumperkleven blijft een hardnekkig probleem op de snelweg

Met bijna drie op de tien automobilisten die gevaarlijk dicht op hun voorganger rijden blijft bumperkleven een hardnekkig probleem.

Dit risicovolle gedrag komt naar voren uit een grootschalige studie van het verkeersinstituut Vias, waarbij bijna vier miljoen personenauto’s en 400.000 vrachtwagens en bussen onder de loep zijn genomen. Uit de analyse blijkt dat de veiligheidsmarge die bestuurders aanhouden vaak onder de aanbevolen afstand ligt.

Opvallend is dat 58% van de personenauto’s rijdt op minder dan twee seconden afstand van de voorligger, een percentage dat stijgt op de tweede (64%) en derde (65%) rijstrook. Bovendien is bumperkleven frequenter tijdens de weekdagen en in lichtere omstandigheden.

Alarmender is dat 27% van de personenwagens zelfs minder dan één seconde afstand bewaart, wat neerkomt op ernstig bumperkleven. Deze praktijk is het meest voorkomend op de middelste en linker rijstroken, waar ongeveer één op de drie bestuurders zich hieraan schuldig maakt.

De nieuwe wegcode vermeldt expliciet 2 secondenregel. Momenteel stelt artikel 10.1 (2de lid) van het verkeersreglement dat de bestuurder rekening moet houden met zijn snelheid, tussen zijn voertuig en zijn voorligger een voldoende veiligheidsafstand houden.

‘Voldoende’ is niet exact gepreciseerd, maar je mag er met gezond verstand van uitgaan dat het overeenkomt met de afstand die een voertuig op 2 seconden kan afleggen, duidt Vias. De regel is duidelijker voor de bestuurders van vrachtwagens: ze moeten buiten de bebouwde kom minstens een afstand van 50 meter houden ten opzichte van elkaar.  Bestuurders hebben moeite om de afstand tot hun voorligger correct in te schatten. Toch is het niet naleven van de twee-seconden-regel een belangrijke oorzaak van ongelukken. Het expliciteren van de regel in de nieuwe wegcode moet de zaken duidelijker maken en uiteindelijk de handhaving makkelijker maken. Daarom wordt er volgend jaar een proefproject uitgevoerd.

Foto: Pitane Blue – Antwerpen

De veiligheidsafstand op snelwegen wordt vaak niet gerespecteerd.
Om dit probleem aan te pakken, start volgend jaar een proefproject met camera’s en radars op bepaalde snelwegen om de naleving van de afstandsregels te controleren.

De huidige verkeersregels zijn enigszins vaag, aangezien ze enkel voorschrijven dat bestuurders een “voldoende veiligheidsafstand” moeten aanhouden, zonder dit concreet te definiëren. Echter, vanaf de herfst van 2025 komt hier verandering in met de nieuwe wegcode die een minimale afstand van twee seconden voorschrijft op snelwegen.

Voor vrachtwagens en bussen geldt momenteel al een duidelijkere regel buiten de bebouwde kom: een minimumafstand van 50 meter. Deze regel wordt beter nageleefd, met 70% van de vrachtwagen- en buschauffeurs die zich eraan houden, een aantal dat tijdens het weekend zelfs oploopt tot 80%.

Volgens Vias-woordvoerder Stef Willems is het naleven van veilige afstanden cruciaal. Hij wijst erop dat een derde van de snelwegongevallen kop-staartaanrijdingen zijn, vaak veroorzaakt door onvoldoende afstand. Vias schat dat jaarlijks bijna 1.000 ongevallen op de snelwegen te wijten zijn aan onvoldoende veiligheidsafstanden, wat niet alleen leidt tot persoonlijk leed, maar ook files en bredere mobiliteitsproblemen veroorzaakt.

proef

Volgend jaar zal er in de loop van het tweede semester een proefproject worden gehouden op bepaalde snelwegen om na te gaan of er controles kunnen worden uitgevoerd met camera’s of radars, zelfs als er geen markeringen langs de weg staan. In eerste instantie zal de test betrekking hebben op het controleren van de veiligheidsafstand van 50 m tussen vrachtwagens. In tweede instantie zal de test zich richten op personenauto’s. De camera’s kunnen het tijdsinterval tussen twee voertuigen meten, dus het is niet nodig om markeringslijnen langs de weg aan te brengen. In bijvoorbeeld Duitsland vinden dergelijke controles al plaats op snelwegen.

Beleidsweerstand Gilkinet tegen zelfrijdende auto’s hobbel op de weg

Het debat over de toelating van autonome voertuigen onthult een clash tussen vooruitstrevende technologie en conservatieve beleidsopvattingen.

De voortzetting van technologische vooruitgang versus beleidsmatige terughoudendheid heeft in België de gedaante aangenomen van een debat over de toelating van zelfrijdende auto’s. Het hart van deze kwestie is het recente standpunt van de Belgische Minister van Mobiliteit, Georges Gilkinet, die zelfrijdende wagens van een hoge autonomiegraad niet op de Belgische wegen wil toelaten. De minister zet daarmee een rem op wat in Duitsland al een realiteit is: daar kunnen autobestuurders op de snelweg gebruikmaken van ‘level 3’ autonome voertuigen, zoals bepaalde Mercedes-modellen.

De standpunten van Gilkinet lijken op het eerste gezicht gedreven door zorgen over verkeersveiligheid, vervuiling en de wens om alternatieve vervoersmiddelen zoals de trein te promoten. Hij argumenteert dat zelfrijdende auto’s evenzeer bijdragen aan files en luchtvervuiling als conventionele auto’s en ziet meer heil in het gebruik van de trein voor lange afstanden, waar reizigers rust kunnen vinden.

Deze stellingen roepen vragen op over de rol van beleidsmakers in het sturen van technologische vernieuwing. Terwijl Gilkinet de traditionele nadelen benadrukt, biedt de technologie juist kansen om het rijgedrag te verbeteren, zoals Stef Willems van Vias benadrukt. Computers zijn immers ongevoelig voor afleiding en rijden nimmer onder invloed van alcohol. Daarnaast is de overtuiging dat technologische vooruitgang in de vorm van autonoom rijden onvermijdelijk is en dat dit meer aandacht zou moeten krijgen in de vorm van proefprojecten.

Het beleid van de minister lijkt dus op gespannen voet te staan met de technologische realiteit waarin andere landen vooruitstappen. Mercedes, dat hoopte zijn systeem in België uit te rollen, staat nu voor een gesloten deur. De voordelen van zelfrijdende voertuigen, die door experts worden onderstreept, lijken daarmee onderbelicht in de Belgische context.

Minister van Mobiliteit, Georges Gilkinet

Ondertussen roepen stemmen uit de academische wereld, waaronder Steven Latré van Imec, op tot het starten van proefprojecten om de zelfrijdende technologie verder te ontwikkelen. Deze oproep resoneert met de behoefte om een gedegen evaluatie te maken van autonome voertuigen in al hun complexiteit, van rijstrookassistentie tot volledige autonomie, waarbij zelfs het stuur of de pedalen overbodig kunnen worden.

In contrast met de Belgische houding, benadrukt Latré dat zelfrijdende wagens van niveau 5, die in andere landen zoals de VS al functioneren als taxi’s, getuigen van de grenzeloze potentie van deze technologie. De invoering van zulke geavanceerde systemen zal niet abrupt zijn, maar een gestage ontwikkeling kennen. De weigering om deze technologie te omarmen, lijkt dan ook een vertraging van onvermijdelijke vooruitgang.

Terwijl de Belgische minister van Mobiliteit bij zijn standpunt blijft, groeit de internationale consensus dat de toekomst van vervoer autonoom zal zijn. Het rijst de vraag of het standpunt van een enkele minister doorslaggevend moet zijn in een discussie die zo sterk leunt op toekomstige technologische en maatschappelijke ontwikkelingen. België bevindt zich op een kruispunt waar beleidsmakers de keuze hebben om de toekomst te omarmen of om vast te houden aan de huidige stand van zaken.

Georges Gilkinet 

Hij zette zijn politiek engagement altijd in voor meer rechtvaardigheid, of die nu sociaal, fiscaal of democratisch is. Als vice-premier zet hij zijn schouders nu onder de federale regering, die het groenste programma uitvoert dat België ooit kende. Als minister trekt hij volop de kaart van de mobiliteit: mobiliteit verbindt alle Belgen.

Gilkinet komt uit de sector van het verenigingsleven en vindt de band tussen het middenveld, burgers en politiek essentieel. Liefst kiest hij er voor om uitdagingen samen te ontcijferen en collectief oplossingen te zoeken, die hij dan met plezier uitrolt.

Eindelijk regen op komst, oppassen voor het gladde wegdek

Vanaf maandag en de dagen die daarop volgen blijft de kans op buien groot.

Het Belgische Verkeersinstituut waarschuwt voor een verraderlijke gladheid. Vooral motorrijders en autobestuurders moeten dan alert zijn voor het gladde wegdek. Wie verlangt naar wat verkoeling, zal blij zijn. Zondag staat er een verandering op het programma na een maand van tropische hitte. Hoewel de dag nog steeds vrij zonnig begint met hoge sluierwolken, zullen er geleidelijk stapelwolken ontstaan. Vanuit het zuidwesten neemt de kans op enkele lokale regen- en onweersbuien toe. Stef Willems van het Belgische Verkeersinstituut Vias waarschuwt dat zelfs een klein beetje regen aanvoelt als rijden op ijs. Hij legt uit waarom: “Na een maand kunnen olieresten, rubberresten en stofdeeltjes zich hebben opgehoopt op het wegdek. In combinatie met regenwater kan dit leiden tot een dunne, gladde en slijmerige laag.” In verschillende delen van het is ondertussen regen gevallen. Ook volgende week is voorzichtigheid geboden. Zondagnacht zal er een onweerszone vanuit Frankrijk ons land passeren. Vanaf maandag en in de daaropvolgende dagen blijft de kans op buien groot. Pas vanaf vrijdag lijkt het weer weer stabiel te worden.

LGBTQI+ verkeerslichten zijn in strijd met de verkeerswetgeving

Het idee is eenvoudig, maar krachtig. Sommigen tonen zich bezorgd over de verkeersveiligheid, anderen vinden dat het zo stilaan welletjes is geweest met de aandacht voor de LGBTQI+-gemeenschap.

Naast het ophangen van de regenboogvlag en het verspreiden van affiches werd ook één kruispunt permanent uitgerust met LGBTQ-verkeerslichten te Hemiksem. De gemeente pakte naar aanleiding van de Internationale Dag tegen Homo- en Transfobie uit met een primeur, maar volgens een aantal socialemediagebruikers zijn de LGBTQI+-verkeerslichten op een kruispunt in de gemeente niet wettig en in strijd met de verkeerswetgeving. Dat heeft ook het Belgisch Instituut voor de Verkeersveiligheid (VIAS) bevestigd aan de media. Het initiatief komt volgens Het Laatste Nieuws van schepen Kris Verbeeck (CD&V).

Het idee is eenvoudig, maar krachtig. Het vervangen van de traditionele mannelijke en vrouwelijke pictogrammen op voetgangersverkeerslichten door pictogrammen die verschillende genderidentiteiten en seksuele oriëntaties weerspiegelen. Het ontstaan van LGBTQ-verkeerslichten is een teken van de voortdurende evolutie van onze samenleving en een stap in de richting van een wereld waarin iedereen zich vrij en veilig voelt om zichzelf te zijn.

Elke gemeente in Vlaanderen kan regenboogzebrapad krijgen als lokaal bestuur daar om vraagt.

Het Agentschap Wegen en Verkeer (AWV) wil in iedere gemeente of stad in Vlaanderen één regenboogzebrapad aanleggen en onderhouden, als het lokaal bestuur dat vraagt. Het AWV zal daarbij ook zelf instaan voor de kosten, zo maakte Vlaams minister van Mobiliteit Lydia Peeters (Open VLD) eerder bekend. 

Het is een klein maar symbolisch gebaar dat zichtbaarheid en erkenning geeft aan de LGBTQ-gemeenschap in de publieke ruimte.

Het concept van LGBTQ-verkeerslichten ontstond uit de behoefte om openbare ruimtes meer inclusief en representatief te maken voor de diversiteit in de samenleving. Het idee is eenvoudig, maar krachtig: het vervangen van de traditionele mannelijke en vrouwelijke pictogrammen op voetgangersverkeerslichten door pictogrammen die verschillende genderidentiteiten en seksuele oriëntaties weerspiegelen.

Het eerste bekende gebruik van LGBTQ-verkeerslichten was in Wenen, Oostenrijk, in 2015. De stad introduceerde deze verkeerslichten als onderdeel van een bredere campagne ter voorbereiding op het Eurovisie Songfestival en de Europride (een jaarlijks terugkerend evenement gericht op de bevordering van de rechten van de LGBTQ-gemeenschap). 

De nieuwe verkeerslichten waren voorzien van paren van hetzelfde geslacht en alleenstaande figuren met een hartvorm, die verschillende soorten relaties en liefdesuitingen vertegenwoordigen. Dit initiatief werd positief ontvangen door zowel de lokale bevolking als bezoekers, en andere steden begonnen al snel het idee over te nemen.

Aantal ongevallen met e- steps bijna verdubbeld

Er vallen opnieuw evenveel dodelijke slachtoffers op de Belgische wegen als voor de coronacrisis.

In de eerste helft van dit jaar kwamen 231 mensen om het leven in het verkeer, dat is 39 procent meer dan begin vorig jaar. In Vlaanderen steeg het aantal verkeersdoden van 99 naar 113. Dat is het hoogste aantal sinds 2016. In Wallonië was de stijging nog groter dan in Vlaanderen. Dat blijkt uit de verkeersveiligheidsbarometer van verkeersinstituut Vias. 

Tijdens de eerste 6 maanden van dit jaar is het aantal verkeersdoden ter plaatse gestegen met 39% in vergelijking met dezelfde periode vorig jaar (231 doden ten opzichte van 166). We zitten daarmee op quasi hetzelfde niveau als 2019, het laatste jaar voor de coronapandemie toen er 236 doden in het eerste semester te betreuren vielen.

Op nationaal niveau zien we de meest verontrustende tendens bij de voetgangers. Daar stijgt het aantal doden van 13 naar 35 doden. Die stijging kan niet uitsluitend verklaard worden door het verschrikkelijke ongeval in Strépy waarbij 6 voetgangers om het leven kwamen.

ongevallen met een e-step blijft stijgen

Op nationaal niveau stijgt het aantal letselongevallen voor alle types weggebruikers, behalve voor de vrachtwagenongevallen. Dat aantal blijft stabiel. Het aantal letselongevallen met een e-step is meer dan verdubbeld (van 339 naar 846). In Vlaanderen verdubbelt het aantal ongevallen met een e-step ook (van 181 naar 388). 

Het aantal ongevallen met fietsers stijgt ook met meer dan 20%. Er gebeurden 4581 letselongevallen, het hoogste aantal dat we de laatste 10 jaar noteerden. Vooral bij de elektrische fietsen in Vlaanderen was de stijging enorm. Er gebeurden 1433 letselongevallen ten opzichte van 977 vorig jaar. Dat is een stijging met 47%.

De resultaten van de verkeersveiligheidsbarometer laten een stijging zien van het aantal doden op onze wegen. We komen nu uit op ongeveer hetzelfde peil als voor de coronapandemie in 2019. Er is de laatste 5 jaar geen structurele daling meer waarneembaar van het aantal verkeersdoden in ons land. Deze barometer toont meer dan ooit aan dat de uitdaging ligt in het beter beschermen van alle kwetsbare weggebruikers.

ongevallen met e- steps verdubbeld

Vias roept op tot waakzaamheid bij de start van het schooljaar

Bij de start van het nieuwe schooljaar is het zaak voor alle weggebruikers om alert te zijn. Dat geldt zeker voor gemotoriseerd verkeer op momenten vlak voor- en na de schooltijd. Extra waakzaamheid is geboden in de schoolomgevingen. Probeer in de mate van het mogelijke schoolomgevingen vlak voor en na schooltijd te vermijden op je route.

Hou ook zeker voldoende afstand ten opzichte van fietsers als je hen inhaalt. Dit wil zeggen: minstens 1 meter binnen de bebouwde kom, 1,5 meter buiten de bebouwde kom. Ook het respecteren van de snelheidsregimes is essentieel: 30 km/u is er niet om je als automobilist te pesten. Het dient om de verkeersveiligheid van alle weggebruikers te garanderen.

Hou ook zeker voldoende afstand ten opzichte van fietsers als je hen inhaalt. Dit wil zeggen: minstens 1 meter binnen de bebouwde kom, 1,5 meter buiten de bebouwde kom. Ook het respecteren van de snelheidsregimes is essentieel: 30 km/u is er niet om je als automobilist te pesten. Het dient om de verkeersveiligheid van alle weggebruikers te garanderen.

voorbereiding

Vaak vragen ouders zich af wat de leeftijd is waarop hun kind voor het eerst alleen naar school kan gaan. Dat hangt van een hele hoop factoren af, zoals de weg die je moet afleggen, de verkeersdrukte de maturiteit van het kind, zijn ervaring in het verkeer, etc. Studies tonen aan dat voor de leeftijd van 8 à 9 jaar kinderen niet in staat zijn om alle verkeerssituaties de baas te kunnen. Je mag je kind dus niet overschatten. Het is dus belangrijk dat je de route naar school goed bestudeerd en inoefent vooraleer je kind alleen op pad te sturen. Bekijk dus goed welke route het meest geschikt is om naar school te gaan. Dat is niet altijd de kortste route. Soms is een iets langere route met minder kruispunten of gevaarlijke punten meer geschikt als reisroute.

Het is wel belangrijk dat je vroeg of laat je je kind zelfstandig naar school laat gaan. Met de auto je kinderen blijven afzetten, zorgt niet alleen ervoor dat je kinderen niet zelfstandig zich in het verkeer leren verplaatsen, het vergroot ook het mogelijke conflict in de buurt van de scholen tussen gemotoriseerd verkeer en kwetsbare weggebruikers.

Lees ook: Mobiliteitsexpert vraagt moed van politici

fietsen in Neder-Over-Heembeek

Fietsongevallen daalt in België met 56% tijdens lockdown

[responsivevoice_button voice=”Dutch Female” buttontext=”lees voor”]

Het aantal letselongevallen en slachtoffers in het verkeer is tijdens de lockdown gedaald. Uit de eerste cijfers van de politie voor heel België blijkt dat het aantal fietsongevallen met 56% gedaald is tijdens de eerste twee weken van de lockdown. Het aantal doden en zwaargewonden is gedaald met 28%. 

Uit een eerdere analyse van Vias bleek dat voor alle weggebruikers er een daling was van ongeveer 70% van het aantal letselongevallen. De daling bij de fietsers is dus minder uitgesproken. Vias institute organiseert dinsdag 5 mei een webinar voor senioren om hun kennis over de wegcode op te frissen. Tijdens deze lockdown is er overal minder gemotoriseerd verkeer. Dat is uiteraard goed voor de verkeersveiligheid. Uit een analyse van Vias bij 13 politiezones bleek dat er voor alle weggebruikers een daling was van ongeveer 70% van het aantal letselongevallen. 

Volgens Stef Willems, Woordvoerder Verkeersveiligheid, blijkt uit nieuwe cijfers voor heel België van de politie dat het percentage fietsongevallen met 56% daalde tijdens de eerste twee weken van de lockdown. Het aantal doden en zwaargewonden daalde met slechts 28%.  De daling van het aantal (zwaargewonde) slachtoffers is dus minder groot bij de fietsers.

minder verkeer onderweg

Het Coronavirus maakt ontzettend veel slachtoffers een heeft een enorme impact op ons dagelijks leven. Zo is er ook veel minder verkeer onderweg. Dat heeft uiteraard ook gevolgen op het aantal verkeersslachtoffers. Vias institute heeft daarom een inschatting gemaakt van wat de te verwachten impact is van 6 weken lockdown op de verkeersveiligheid. 

Op basis van ongevalsgegevens van 13 politiezones (oa Gent, Mechelen, Leuven, Aarschot, Kempenland, Geraardsbergen-Lierde, Rupel, Turnhout, Kastze, Basse-Meuse, Waver, Tongeren, Balen-Dessel-Mol, Zennevallei)  komen ze tot de vaststelling dat er gemiddeld genomen 68% minder letselongevallen gebeuren dan gemiddeld genomen over de laatste 3 jaar. In totaal komt dit neer op 4017 letselongevallen en 50 doden minder over deze periode.

Lees ook: Snorfietsers naar rijbaan zorgt voor meer veiligheid