Taxiplatform beschuldigd van onrechtmatige besluitvorming en verwerking van persoonsgegevens.
Uber ligt opnieuw juridisch onder vuur vanwege de manier waarop het bedrijf zijn chauffeurs behandelt en hun persoonsgegevens gebruikt. Stichting WIE International is een collectieve procedure begonnen tegen Uber B.V. en het Amerikaanse Uber Technologies Inc. De stichting stelt dat het taxiplatform op grote schaal de privacyregels heeft geschonden en dat chauffeurs financieel zijn benadeeld door geautomatiseerde beslissingen van Uber. Voor een deel van de Nederlandse chauffeurs zou de inkomensschade volgens een voorlopige berekening gemiddeld zelfs 7.508 euro per jaar bedragen.
De zaak draait om chauffeurs die vanaf 1 december 2020, of een andere door de rechter vast te stellen begindatum, minstens één rit via de Uber Driver-app hebben uitgevoerd in Nederland, België, Duitsland, Frankrijk, Polen, Roemenië of het Verenigd Koninkrijk. Stichting WIE International zegt voor de belangen van deze groep op te komen en eist onder meer dat Uber stopt met de volgens haar onrechtmatige praktijken en chauffeurs compenseert voor geleden schade.
geautomatiseerde systeem
Centraal in de zaak staat het geautomatiseerde systeem waarmee Uber bepaalt welke ritten chauffeurs aangeboden krijgen en hoeveel zij voor een rit ontvangen. Volgens WIE International neemt het systeem die beslissingen zonder menselijke tussenkomst. Daarmee wordt volgens de stichting rechtstreeks bepaald tot welke ritten en inkomsten individuele chauffeurs toegang krijgen.
WIE International stelt dat Uber daarmee artikel 22 van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) schendt. Dat artikel bevat regels voor besluiten die uitsluitend op geautomatiseerde verwerking zijn gebaseerd en die rechtsgevolgen hebben of iemand anderszins in aanmerkelijke mate treffen. Volgens de stichting vallen zowel de geautomatiseerde vaststelling van de chauffeursvergoeding als de automatische toewijzing van ritten hieronder.
Daar blijft het niet bij. Uber zou voor zijn systemen grote hoeveelheden persoonsgegevens van chauffeurs hebben verzameld en die informatie hebben gebruikt voor machine learning. Daarbij worden zelflerende algoritmen met persoonsgegevens getraind, zodat systemen voorspellingen kunnen doen en besluiten kunnen genereren.
onvoldoende geïnformeerd
Volgens WIE International ontbreekt daarvoor een geldige verwerkingsgrondslag. Ook zouden chauffeurs onvoldoende zijn geïnformeerd over wat er met hun gegevens gebeurt. Daardoor weten zij volgens de stichting niet precies welke gegevens Uber gebruikt, welke conclusies het bedrijf daaruit over hen trekt en hoe dat uiteindelijk van invloed is op hun vergoeding, de toewijzing van ritten en daarmee hun levensonderhoud.
Een derde onderdeel van de zaak betreft het doorgeven van persoonsgegevens aan de Verenigde Staten. WIE International stelt dat Uber gedurende meer dan twee jaar, van 6 augustus 2021 tot 27 november 2023, persoonsgegevens van chauffeurs naar de VS heeft doorgegeven terwijl er volgens de stichting geen geldig adequaatheidsbesluit of andere passende waarborgen bestonden zoals vereist onder de AVG.
De mogelijke financiële gevolgen voor chauffeurs vormen een belangrijk onderdeel van de claim. WIE International liet economische experts van Oxera een voorlopige schatting maken van de schade van chauffeurs in Nederland en het Verenigd Koninkrijk. Daarbij werd gebruikgemaakt van gegevens over daadwerkelijk uitgevoerde ritten die volgens de dagvaarding via inzageverzoeken waren verkregen.
De voorlopige uitkomsten zijn fors. Volgens Oxera is 48 procent van de chauffeurs binnen de onderzochte Nederlandse dataset per saldo minder per uur gaan verdienen. Bij die groep zou het gemiddeld gaan om een inkomensdaling van 7.508 euro per jaar. Onder chauffeurs uit de Britse dataset ligt het percentage nog hoger: daar zou 66,7 procent met een inkomensdaling zijn geconfronteerd. Het gemiddelde verlies bedraagt volgens de berekening 5.337 Britse pond per jaar.
gemiste inkomsten
WIE International beperkt de claim echter niet tot gemiste inkomsten. De stichting stelt dat chauffeurs ook immateriële schade hebben geleden. De geautomatiseerde besluitvorming van Uber zou volgens de dagvaarding zijn gebaseerd op een zeer indringende en ondoorzichtige vorm van profilering. De stichting omschrijft de situatie daarbij als een vorm van „permanente surveillance in de werksfeer”.
Ook de onzekerheid waarmee chauffeurs worden geconfronteerd speelt volgens WIE International een rol. Chauffeurs zouden niet kunnen overzien welke gevolgen hun eigen gedrag op het platform heeft voor de ritten die zij krijgen aangeboden en de vergoeding die daarvoor wordt betaald. Daardoor zou ook het inkomen dat zij via Uber kunnen verdienen minder voorspelbaar zijn geworden.
De stichting stelt bovendien dat Uber zich ten koste van de chauffeurs ongerechtvaardigd heeft verrijkt door hun persoonsgegevens zonder rechtmatige grondslag te gebruiken voor algoritmen en machine learning. Volgens WIE International had Uber zonder die gegevensverwerking zijn algoritmische systemen niet op dezelfde manier kunnen ontwikkelen en exploiteren. Chauffeurs zouden ondertussen controle over hun persoonsgegevens hebben verloren en te maken hebben gekregen met langere werktijden, stress en onzekerheid.
gegevensverwerking
WIE International wil daarom dat Uber stopt met de volgens de stichting onrechtmatige geautomatiseerde besluitvorming en gegevensverwerking. Ook wordt vernietiging geëist van persoonsgegevens van chauffeurs die zijn of worden verwerkt voor de zogenoemde dynamische modellen, waaronder machine learning.
Daarnaast vraagt de stichting de rechter vast te stellen dat Uber onrechtmatig heeft gehandeld en, voor bepaalde onderdelen van de zaak, nog altijd onrechtmatig handelt. Voor de chauffeurs wordt vergoeding van zowel geleden als nog te lijden schade geëist.
Daarbovenop maakt WIE International aanspraak op het bedrag waarmee Uber volgens haar ongerechtvaardigd is verrijkt, of op afdracht van de winst die het bedrijf door de gewraakte praktijken zou hebben behaald. Ten slotte wil de stichting dat Uber de proceskosten en overige kosten voor zijn rekening neemt.
Het gepubliceerde document betreft een uittreksel van de dagvaarding en bevat daarmee de standpunten en vorderingen van Stichting WIE International. De beschreven beschuldigingen zijn dus claims van de eisende partij; uit het document blijkt niet dat een rechter al heeft geoordeeld dat Uber de genoemde overtredingen daadwerkelijk heeft begaan.