Meer regie vanuit Den Haag en flexibele ritten moeten scholen, zorg en werk beter bereikbaar maken, Staatssecretaris Bertram wil met regionaal maatwerk voorkomen dat reizigers verder geïsoleerd raken.
De bereikbaarheid van grote delen van Nederland staat onder druk. Buslijnen dreigen te verdwijnen, terwijl belangrijke voorzieningen zoals ziekenhuizen en scholen voor reizigers steeds moeilijker bereikbaar worden. Vooral buiten de grote steden zijn de gevolgen van de verschraling van het openbaar vervoer merkbaar. Staatssecretaris Annet Bertram van Openbaar Vervoer en Spoor wil daarom ingrijpen. Zij presenteert een plan waarmee het openbaar vervoer toekomstbestendiger, betaalbaarder en doelmatiger moet worden.
Volgens Bertram is actie noodzakelijk omdat de problemen rechtstreeks ingrijpen op het dagelijks leven van mensen. „Ik maak me grote zorgen over de bereikbaarheid, vooral in de regio. Ik hoor die ongerustheid als ik met mensen spreek. Het raakt mensen in hun dagelijks bestaan. Het is de hoogste tijd om het tij te keren, om die bereikbaarheid te verbeteren. Iedereen heeft recht op goede mobiliteit, met aansluiting met het hoofdnet, waar je ook woont. Ik wil daarom vol aan de slag voor een toekomstbestendig ov-systeem dat zorgt voor goede bereikbaarheid, betaalbaar is én doelmatig met de beschikbare middelen om gaat”, aldus Bertram in het bericht van de Rijksoverheid.
opvallende tegenstelling
De staatssecretaris wijst tegelijkertijd op een opvallende tegenstelling. Terwijl op sommige plaatsen het aanbod onder druk staat, rijden elders treinen en bussen geregeld met weinig reizigers rond. Vooral het verschil tussen de spits en de daluren is groot. Tijdens drukke momenten moeten vervoerders grote aantallen reizigers verwerken, terwijl de beschikbare capaciteit buiten de spits veel minder wordt benut.
Dat probleem staat niet op zichzelf. Bertram reageert tegenover de Tweede Kamer ook op een rapport van ABDTOPConsult. Daarin worden volgens de Rijksoverheid verschillende knelpunten gesignaleerd rond de betaalbaarheid, inrichting en werking van het huidige ov-systeem. De problemen worden inmiddels steeds duidelijker zichtbaar. Vervoerders hebben te maken met teruglopende exploitatie-opbrengsten en personeelstekorten, terwijl reizigers steeds minder keuze krijgen in de dienstregelingen.
Het kabinet wil de regionale bereikbaarheid langs vier routes verbeteren. Daarbij moet nadrukkelijk gebruik worden gemaakt van initiatieven die al bestaan en succesvol blijken. Ook wordt gekeken naar de samenhang met andere grote opgaven, waaronder grootschalige woningbouw. Voor regionale bereikbaarheid en infrastructuur komt een structurele investering van 300 miljoen euro beschikbaar. Hoe dat geld precies wordt ingezet, moet binnenkort duidelijk worden in een brief over de prioritering van het Mobiliteitsfonds en het Deltafonds.
Een belangrijk onderdeel van de plannen is een grotere regierol voor het Rijk. Het huidige openbaar vervoer kent veel verschillende betrokken partijen. Door meer centrale regie moeten bestaande initiatieven beter met elkaar worden verbonden en verder worden ontwikkeld. Ook moet er een nieuwe, sturende Rijksvisie op het openbaar vervoer komen. Per regio wordt bovendien onderzocht waar reizigers daadwerkelijk behoefte aan hebben. Regionaal maatwerk moet daarbij centraal staan.
betaalbaarder
Ook de prijs van het openbaar vervoer krijgt aandacht. Overheden en vervoerders moeten gezamenlijk bekijken hoe reizen met bus en trein betaalbaarder kan worden. Onderzocht wordt onder meer of er een product kan worden ontwikkeld waarmee reizigers goedkoper van het openbaar vervoer gebruik kunnen maken. Daarmee zou de financiële drempel om voor het ov te kiezen lager moeten worden. Daarnaast wordt gekeken naar de manier waarop het openbaar vervoer wordt bekostigd. Op dit moment lopen daarvoor vanuit de overheid verschillende geldstromen naast elkaar.
Voor gebieden waar nauwelijks regulier openbaar vervoer beschikbaar is, wordt naar andere oplossingen gezocht. Bertram wil samen met regio’s onderzoeken hoe daar een fijnmazig netwerk van publiek vervoer kan ontstaan. Regulier ov, flexibel vervoer en doelgroepenvervoer zouden daarvoor slimmer gecombineerd kunnen worden. Het idee is dat mensen van vroeg in de ochtend tot laat in de avond een rit kunnen boeken, bijvoorbeeld met een taxi of busje. Dat moet beschikbaar zijn voor verschillende groepen reizigers, waaronder forenzen, studenten en mensen die vervoer nodig hebben vanwege zorg.
Zorgcentra, scholen, bedrijventerreinen en culturele instellingen kunnen daardoor beter bereikbaar worden. Op zeven plaatsen lopen met steun van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat al projecten met dergelijke publieke mobiliteit. Zeeland wordt door de Rijksoverheid als voorbeeld genoemd. Daar is zeven dagen per week tussen 06.00 en 23.00 uur een Flex-taxi of busje beschikbaar, waarmee reizigers vrijwel vanaf huis naar hun bestemming kunnen worden gebracht. Volgens het ministerie zijn de resultaten daarvan erg positief en waarderen reizigers het systeem goed.
alternatief vervoersmodel
Ook in de regio Drechtsteden wordt met een alternatief vervoersmodel gewerkt. Daar zijn veel belangrijke verbindingen langdurig afgesloten. Zogeheten Hop On-busjes bedienen tijdens de spits bedrijventerreinen. Tijdens de daluren worden dezelfde voertuigen ingezet voor Wmo-vervoer.
Niet alleen het aanbod moet veranderen. Het kabinet wil reizigers ook stimuleren bewuster na te denken over het moment waarop zij reizen. Door de spits meer te spreiden en waar mogelijk te mijden, moeten overvolle treinen en bussen en files tijdens drukke uren worden tegengegaan. Tegelijkertijd moet daarmee worden voorkomen dat voertuigen tijdens de daluren vrijwel leeg rondrijden. De Rijksoverheid zou als grote werkgever zelf het goede voorbeeld kunnen geven. Daarnaast moet het gebruik van de fiets verder worden gestimuleerd.
Innovatie vormt het laatste belangrijke onderdeel van de aanpak. Bertram wil meer ruimte bieden aan nieuwe vervoersvormen, waaronder autonoom vervoer. Zelfrijdende bussen zouden bijvoorbeeld kunnen bijdragen aan betere bereikbaarheid aan de randen van steden en in landelijke gebieden. Tegelijkertijd ziet het ministerie daarin een mogelijke reactie op het tekort aan chauffeurs.
snelle busverbindingen
Verder wil het ministerie lessen trekken uit projecten waarbij het Rijk en regio’s experimenteren met Bus Rapid Transit, oftewel BRT. Daarbij wordt gewerkt met snelle busverbindingen. Met de combinatie van meer landelijke regie, regionaal maatwerk, flexibeler vervoer, ander reisgedrag en innovatie hoopt Bertram de achteruitgang van de bereikbaarheid te keren en het openbaar vervoer beter aan te laten sluiten op wat reizigers daadwerkelijk nodig hebben.

