Tag archieven: EuropeseUnie

Akkoord vergroten infrastructuur alternatieve brandstoffen

Door een minimum aan oplaad- en tankinfrastructuur beschikbaar te maken in de hele EU, zal de verordening een einde maken aan de zorgen van consumenten over de moeilijkheid om een voertuig op te laden of bij te tanken.

De Commissie is verheugd over het politieke akkoord dat is bereikt tussen het Europees Parlement en de Raad om het aantal openbaar toegankelijke elektrische oplaad- en waterstoftankstations te vergroten, met name langs de belangrijkste vervoerscorridors en -knooppunten van de Europese Unie. Dit is een baanbrekende overeenkomst die de overgang naar emissievrij vervoer mogelijk zal maken en zal bijdragen aan onze doelstelling om de netto uitstoot van broeikasgassen tegen 2030 met ten minste 55% te verminderen.

De nieuwe verordening voor de uitrol van infrastructuur voor alternatieve brandstoffen (AFIR) bevat verplichte uitroldoelstellingen voor infrastructuur voor elektrisch opladen en tanken van waterstof voor de wegsector, voor walstroomvoorziening in zee- en binnenvaarthavens en voor elektriciteitsvoorziening voor stilstaande vliegtuigen. Door een minimum aan oplaad- en tankinfrastructuur beschikbaar te maken in de hele EU, zal de verordening een einde maken aan de zorgen van consumenten over de moeilijkheid om een ​​voertuig op te laden of bij te tanken. AFIR maakt ook de weg vrij voor een gebruiksvriendelijke oplaad- en tankervaring, met volledige prijstransparantie, gemeenschappelijke minimale betalingsopties en coherente klantinformatie in de hele EU.

Infrastructuur voor wegtransport, scheepvaart en luchtvaart 

De nieuwe AFIR-regels zorgen voor voldoende en gebruiksvriendelijke infrastructuur voor alternatieve brandstoffen voor de weg, de scheepvaart en de luchtvaart. Dit maakt het gebruik van emissievrije wegvoertuigen mogelijk, met name elektrische en lichte en zware voertuigen op waterstof, evenals de stroomvoorziening van afgemeerde schepen en stilstaande vliegtuigen. 

De nieuwe AFIR-regels zorgen voor voldoende en gebruiksvriendelijke infrastructuur voor alternatieve brandstoffen voor de weg, de scheepvaart en de luchtvaart.

Concreet zullen de volgende belangrijkste implementatiedoelstellingen in 2025 of 2030 moeten worden gehaald:

  • De oplaadinfrastructuur voor auto’s en bestelwagens moet in hetzelfde tempo groeien als het gebruik van voertuigen. Daartoe moet voor elke geregistreerde batterij-elektrische auto in een bepaalde lidstaat een vermogen van 1,3 kW worden geleverd door openbaar toegankelijke oplaadinfrastructuur. Bovendien moeten vanaf 2025 om de 60 km langs het trans-Europese vervoersnetwerk (TEN-T) snellaadstations van minstens 150 kW worden geïnstalleerd.
  • Op het TEN-T-kernnetwerk moeten vanaf 2025 om de 60 km oplaadstations voor zware bedrijfsvoertuigen met een minimumvermogen van 350 kW worden geplaatst, en vanaf 2025 om de 100 km op het grotere uitgebreide TEN-T-netwerk, met volledige netwerkdekking moet worden bereikt in 2030. Daarnaast moeten oplaadstations worden geïnstalleerd op veilige en beveiligde parkeerterreinen voor nachtelijk opladen en in stedelijke knooppunten voor bestelwagens.
  • Waterstoftankinfrastructuur die zowel auto’s als vrachtwagens kan bedienen, moet vanaf 2030 worden uitgerold in alle stedelijke knooppunten en om de 200 km langs het TEN-T-kernnetwerk, zodat er een voldoende dicht netwerk ontstaat om waterstofvoertuigen door de hele EU te laten rijden.
  • Zeehavens die ten minste 50 havenbezoeken door grote passagiersschepen of 100 havenbezoeken door containerschepen zien, moeten tegen 2030 walstroom voor dergelijke schepen leveren. Dit helpt niet alleen om de ecologische voetafdruk van maritiem transport te verminderen, ook de lokale luchtverontreiniging in havengebieden aanzienlijk verminderen. 
  • Luchthavens moeten tegen 2025 elektriciteit leveren aan stilstaande vliegtuigen op alle contactstands (gates) en tegen 2030 op alle afgelegen standplaatsen (outfield-posities). 
  • Exploitanten van elektrische oplaad- en waterstoftankstationsmoeten zorgen voor volledige prijstransparantie, een gemeenschappelijke ad-hocbetaalmethode zoals debet- of creditcard aanbieden en relevante gegevens, bijvoorbeeld op locatie, elektronisch beschikbaar stellen, zodat de klant verzekerd is volledig op de hoogte is.

Volgende stappen

Het deze week bereikte politieke akkoord moet nu formeel worden aangenomen. Zodra dit proces door het Europees Parlement en de Raad is voltooid, zullen de nieuwe regels in het Publicatieblad van de Europese Unie worden gepubliceerd en na een overgangsperiode van zes maanden in werking treden.

Achtergrond

De Europese Green Deal is de langetermijngroeistrategie van de EU om de EU tegen 2050 klimaatneutraal te maken. Om deze doelstelling te halen, moet de EU haar uitstoot tegen 2030 met ten minste 55% verminderen ten opzichte van het niveau van 1990. Het akkoord van deze week is een nieuwe belangrijke stap in de goedkeuring van het wetgevingspakket “Fit for 55” van de Commissie om de Europese Green Deal tot stand te brengen. Het volgt op andere recente deals, meest recentelijk over duurzame brandstoffen voor de scheepvaart, aldus de Europese Commissie. 

Merendeel verkochte auto’s binnen EU rijdt op benzine

Het aantal nieuwe personenauto’s dat in 2021 werd verkocht in de Europese Unie bestond nog voornamelijk uit benzine-auto’s. Zo’n 60 procent van alle nieuwe auto’s rijdt nog op conventionele brandstoffen, meldt Europese branchevereniging ACEA.

Wel nam het aandeel hybride-auto’s, dat op zowel elektriciteit als benzine rijdt, toe naar bijna een vijfde van het totale marktaandeel verkochte nieuwe auto’s. Dat was een jaar eerder nog bijna 12 procent. Het marktaandeel van volledig elektrische auto’s steeg ook flink, naar 18 procent tegenover 10,5 procent een jaar eerder. De stijgingen hadden onder meer te maken met overheidssubsidies om elektrisch rijden te stimuleren.

Tegelijkertijd had de Europese automarkt nog wel last van krimp, onder meer door tekorten aan computerchips en problemen in de leveringsketen die ontstonden door de coronapandemie. Van zowel benzine- als dieselauto’s werden er een stuk minder verkocht, respectievelijk bijna 18 procent en ruim 31 procent minder op jaarbasis.

In Nederland daalde het aantal verkochte dieselauto’s het afgelopen jaar met bijna 47 procent naar bijna 7000 auto’s. Een jaar eerder waren dat er nog bijna 13.000. Het aantal benzine-auto’s daalde met ruim 28 procent minder hard, van ruim 205.000 verkochte exemplaren in 2020 naar bijna 147.000 in 2021.

Het aantal volledig elektrische auto’s in Nederland daalde afgelopen jaar met ruim 12 procent naar ruim 64.000 tegenover ruim 73.000 auto’s in 2020. Van de plug-in hybride-voertuigen werden er meer dan twee keer zoveel verkocht, van bijna 15.000 in 2020 naar ruim 31.000 in 2021. In Nederland was het subsidiepotje voor elektrische auto’s in 2021 al halverwege het jaar leeg.

Lees ook: Minder voertuigen gestolen in 2021

Financiële steun voor ontslagen KLM-medewerkers

De personeelsleden die KLM wegens de coronacrisis heeft moeten ontslaan, krijgen financiële steun van de Europese Unie. Het gaat om een bedrag van vijf miljoen euro dat direct voor deze oud-KLM-medewerkers bedoeld is. Dat heeft het Europees Parlement dinsdag besloten. Met het geld kunnen mensen zich laten omscholen, nieuw werk vinden of een eigen bedrijf starten. Ook getroffen werknemers uit drie andere EU-landen krijgen financiële ondersteuning.

De hulpgelden gaan direct naar de 1.201 KLM’ers die in de coronacrisis hun baan verloren en zijn dus niet bedoeld voor het concern zelf. Nederland heeft voor deze burgers een aanvraag ingediend bij het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) en het Europarlement heeft deze goedgekeurd. De passagiersluchtvaart heeft door de coronacrisis grote klappen gekregen. Omdat er geen werk meer voor hen was, zitten de oud-KLM-medewerkers nu thuis op de bank. Het geld uit Europa kan voor hen het verschil maken in hun carrière.

Van ex-medewerkers van KLM die meedingen naar het geld wordt verwacht dat ze ‘aanvullende prikkels’ ontvangen, zoals een opleidings-, vervoers- of verblijfsvergoeding. Op die manier moeten ze geholpen worden om kansen op de arbeidsmarkt te benutten. Lokale arbeidsbureaus in lidstaten zullen contact opnemen met de getroffen werknemers om hun behoeften vast te stellen. Vervolgens komen er op maat gemaakte training, persoonlijke begeleiding en hulp bij het zoeken naar nieuw werk.

Niet alleen gaat er vijf miljoen euro naar de Nederlanders, ook wordt er 1,8 miljoen euro vrijgemaakt voor steun aan ontslagen personeelsleden van Finnair in Finland. Hiernaast krijgen 1.500 weggestuurde Belgische luchthavenmedewerkers 3,7 miljoen euro aan steun en ontvangen vijfhonderd Duitse metaalarbeiders 1,1 miljoen euro aan ondersteuning. Met het geld worden ontslagen medewerkers geholpen bij het vinden van een nieuwe baan. Dat gebeurt middels vervolgonderwijs, trainingen of steun bij het starten van een eigen onderneming, aldus het Europees Parlement.

Nederland kon uit het EFG-fonds putten en heeft dat dus ook voor ontslagen KLM’ers gedaan. De nationale luchtvaartmaatschappij kwam vorig jaar in de problemen door de coronacrisis. Zo daalden de inkomsten met 53,8 procent naar 5120 miljoen euro ten opzichte van 2019. Het EFG is niet opgericht vanwege de coronacrisis. Het bestaat sinds 2007 en heeft als doel om werknemers in de EU te beschermen tegen de negatieve gevolgen van de globalisering. De crisis in de luchtvaartbranche als gevolg van de pandemie valt daar zeker onder.

Lees ook: Reissector hoopt op steun tot het einde van het jaar 

Griekenland schrapt quarantaineplicht voor toeristen uit EU

Griekenland wil af van de quarantaineplicht voor toeristen uit de Europese Unie. Zij moeten nu nog een week in zelfisolatie na aankomst. Die maatregel moet komende maandag al komen te vervallen, berichten Griekse media.

Vakantiegangers uit Europese landen moeten straks wel aan een aantal voorwaarden voldoen. Ze moeten ingeënt zijn tegen het coronavirus of een negatieve coronatestuitslag laten zien. Ook willen de autoriteiten steekproefsgewijs reizigers gaan testen. Experts moeten nog wel groen licht geven voor het plan van de Griekse regering. Dat zou vrijdag kunnen gebeuren.

Toerisme is een belangrijke sector voor de Griekse economie. De autoriteiten waren eigenlijk van plan om maatregelen voor buitenlandse bezoekers op 14 mei te versoepelen, maar die datum wordt nu vervroegd. Ook toeristen uit de Verenigde Staten, Israël, het Verenigd Koninkrijk, Servië en de Verenigde Arabische Emiraten krijgen straks niet meer te maken met de verplichte zelfisolatie na aankomst.

Lees ook: Proefvakantie gaat begin mei naar Gran Canaria

Het Europese Jaar van het Spoor

Het Europese Jaar van het Spoor is onlangs begonnen. Hoewel we door de coronacrisis maar beperkt op reis kunnen, vraagt de Europese Unie dit jaar aandacht voor het belang van goede Europese treinverbindingen. Doel is ervoor te zorgen dat na de pandemie in heel Europa meer mensen en goederen met de trein gaan reizen om op die manier bij te dragen aan het halen van de klimaatdoelen.

Staatssecretaris Stientje van Veldhoven (Infrastructuur en Waterstaat): “Reizen met de trein is duurzaam en comfortabel. Het is belangrijk dat we in Europa samenwerken om internationale treinreizen makkelijker te maken voor reizigers. Voor elke bestemming tot 700 kilometer zou de trein een betaalbaar en groen alternatief moeten zijn. We hebben de afgelopen vier jaar daar belangrijke stappen in gezet: er rijdt een rechtstreekse trein naar Londen, de nachttrein naar Wenen staat in de startblokken en de intercity naar Berlijn doet er vanaf 2024 een half uur korter over, maar het is belangrijk dat er nog meer verbeteringen worden gerealiseerd”.

Makkelijker een kaartje kopen

Vijfentwintig EU-lidstaten zijn samen met Noorwegen en Zwitserland verenigd in het Platform on International Rail Passenger Transport en doen bij de start van het Europese Jaar van het Spoor een aantal aanbevelingen om internationale treinreizen te bevorderen. Deze aanbevelingen worden vandaag door staatssecretaris Stientje van Veldhoven (Infrastructuur en Waterstaat) tijdens de Europese digitale kick-off van het Year of Rail gepresenteerd.

Zo moet het makkelijker worden om online een internationale treinreis te boeken. Ook is het belangrijk dat dienstregelingen van lidstaten beter op elkaar aansluiten en er genoeg ruimte op het spoor is voor internationale treinverbindingen. Het Duits initiatief Trans Europa Express 2.0, een internationaal spoornetwerk dat Europese steden moet gaan verbinden met een combinatie van hogesnelheidstreinen en nachttreinen, zou hierbij een belangrijke rol kunnen spelen. Voor Nederland wordt in dit initiatief gekeken naar betere verbindingen met Berlijn, Frankfurt, Brussel, Parijs, Barcelona, Londen en Kopenhagen.

Daarnaast zijn de lidstaten enthousiast over het voorstel van de Europese Commissie om 15 pilots voor nieuwe en innovatieve treindiensten te lanceren. De bedoeling is dat deze voor 2030 gerealiseerd worden. Als laatste bevelen de lidstaten aan om intensiever samen te werken bij het afsluiten van contracten voor internationale treinverbindingen.

Ambassadeur

Om het belang van het Europese Jaar van het Spoor te onderstrepen heeft staatssecretaris Van Veldhoven voormalig Europarlementariër Wim van de Camp aangesteld als ambassadeur. Hij zal Nederland vertegenwoordigen bij verschillende bijeenkomsten.

Wim van de Camp (ambassadeur European Year of Rail): “Er liggen grote kansen voor het Europese spoor. Slechts 7% van de reizigers en 11% van de goederen in Europa worden nu over het spoor vervoerd, terwijl het een van de meest duurzame vormen van transport is. Ik ga mij daar namens Nederland sterk voor in zetten dit jaar.”

Door de coronacrisis zullen veel van de bijeenkomsten digitaal worden gehouden. Nederland wil aan het einde van het Europese Jaar van het Spoor een spoortop met Duitsland, België en Luxemburg organiseren over internationaal personenvervoer. Dit meldt de Rijksoverheid op hun website.

Lees ook: Subsidie beschikbaar voor evenementen

Dezelfde droneregels voor dronevliegers in de Europese Unie

Vanaf 31 december 2020 gelden in de Europese Unie voor alle dronevliegers dezelfde regels. Dat geeft duidelijkheid en maakt het makkelijker om met een drone in de EU te vliegen.

De nieuwe regelgeving moet het luchtruim veilig houden en meer ruimte creëren voor innovatieve toepassingen met drones die verschillende werkzaamheden ondersteunen, denk aan inspecties van bijvoorbeeld dijken, verkeersmanagement, het gebruik door media en toepassingen in de landbouw. Mensen die met een drone vliegen die zwaarder is dan 250 gram of een lichtere drone met een camera moeten zich vanaf 31 december verplicht registreren bij de RDW. Is de drone zwaarder dan 250 gram dan moet er ook een vliegbewijs worden gehaald. Dit geldt ook voor mensen die een drone alleen recreatief gebruiken.

Minister Van Nieuwenhuizen (Infrastructuur en Waterstaat): “Steeds meer Nederlanders hebben een drone. Ze krijgen er eentje cadeau of kopen een drone online. Drones worden ook steeds meer ingezet voor de ondersteuning van werkzaamheden. Een mooie ontwikkeling. Het is goed dat in heel Europa nu dezelfde regels voor een veilig gebruik van drones gaan gelden. Voor professionals maar zeker ook voor particulieren geldt dat je je goed moet informeren over wat er nodig is om ook in het nieuwe jaar veilig te kunnen vliegen.”

Registreren en opleiding

Het wordt steeds drukker in de lucht. Om ervoor te zorgen dat vliegen met een drone ook in de toekomst veilig is, gaan de regels veranderen. Voor mensen die voor recreatief gebruik met een zwaardere drone (>250 gram) willen vliegen, geldt dat ze zich net als mensen die een drone hebben voor professioneel gebruik moeten registreren bij de RDW, een kennistest over de regels moeten afleggen en een vliegbewijs moeten halen. Voor het vliegen met een drone lichter dan 250 gram met een camera geldt dat een RDW-registratie voldoende is. Om te kunnen vliegen met een drone onder de 250 gram zonder camera is geen registratie en vliegbewijs nodig. Voor vliegers geldt dat ze niet mogen vliegen boven mensenmenigten en rond vliegvelden. Vliegen boven mensen is onder voorwaarden toegestaan als de dronebezitter opgeleid is en over de juiste papieren beschikt.

Innovatie

Het gelijktrekken van de droneregels in de EU betekent dat professionals meer ruimte krijgen om met drones te werken. In verschillende beroepen wordt steeds meer gebruik gemaakt van drones. De onbemande vliegtuigjes vormen een innovatieve aanvulling en zorgen ervoor dat bestaande werkwijzen efficiënter en duurzamer kunnen worden uitgevoerd. Denk aan inspecties met drones op moeilijk bereikbare plekken zoals daken en bruggen, toezicht op verlaten bedrijventerreinen of bij incidentmanagement in het verkeer, metingen van zwaveluitstoot en zoek- en reddingsacties. Ook film- en televisiemakers maken vaak gebruik van drones. De nieuwe regelgeving maakt de verschillende toepassingen van drones door professionals eenvoudiger en geeft meer ruimte voor testen en experimenten met nieuwe toepassingen, zoals een proef met medicijnbezorging tussen ziekenhuizen in Meppel en Zwolle.

Campagne

Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat start op 1 januari een online-campagne om dronebezitters uit te leggen wat de nieuwe regelgeving voor hen betekent. Dit meldt het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat middels bovenstaand bericht op hun website.

Lees ook: Minister van Nieuwenhuizen overhandigt kentekenplaat

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp


software koppelen aan Chiron


Pitane Blue App

EU investeert in 140 belangrijke vervoersprojecten

De EU ondersteunt het economisch herstel in alle lidstaten met een investering van bijna 2,2 miljard euro in 140 belangrijke vervoersprojecten. Met deze investeringen wil de EU op het hele continent missing links wegwerken, duurzaam vervoer ondersteunen en banen scheppen. De projecten worden gefinancierd via de Connecting Europe Facility (CEF), het subsidie-instrument van de Unie voor vervoersinfrastructuur.

Met deze middelen zal de EU haar klimaatdoelstellingen van de Europese Green Deal verwezenlijken. Er wordt met name ingezet op investeringen in het spoorvervoer, met inbegrip van grensoverschrijdende verbindingen en de ontsluiting van havens en luchthavens. Het vervoer over de binnenwateren wordt gestimuleerd dankzij een uitbreiding van de capaciteit en betere multimodale verbindingen met het wegen- en spoorwegennet. In de zeevaart wordt prioriteit gegeven aan projecten voor de korte vaart en ligt de focus op alternatieve brandstoffen en de uitrol van walstroom in havens om de uitstoot van aangemeerde schepen te verminderen.

Adina Vălean, commissaris voor Vervoer: ‘De EU-bijdrage van 2,2 miljard euro voor deze cruciale vervoersinfrastructuur zal de economie weer op gang helpen trekken en naar verwachting 5 miljard euro investeringen genereren. De geselecteerde projecten variëren van de binnenvaart, multimodaal vervoer en alternatieve brandstoffen tot grote spoorinfrastructuurprojecten. De Connecting Europe Facility (CEF) is een van de belangrijkste instrumenten voor de ontwikkeling van een crisisbestendig en veerkrachtig vervoerssysteem, dat zowel nu als op lange termijn van vitaal belang is’.

De EU verleent in totaal 1,6 miljard euro steun voor 55 spoorinfrastructuurprojecten op het kernnetwerk van het trans-Europees vervoersnetwerk (TEN-T). Daartoe behoren het Rail Balticaproject, dat de Baltische staten in het Europese spoorwegnet integreert, alsook het grensoverschrijdende baanvak van de spoorlijn Dresden-Praag.

Er wordt ook 142 miljoen euro steun verleend voor de overschakeling op groenere brandstoffen (19 projecten). Een aantal projecten voorzien in de ombouw van schepen om te kunnen varen op vloeibaar aardgas (Liquefied Natural Gas, LNG) en in de installatie van de bijbehorende infrastructuur in havens. Ook in het wegvervoer staat de uitrol van alternatieve brandstoffen op het programma, met de installatie van 17 275 laadpunten langs de Europese wegen en de aanschaf van 355 nieuwe bussen.

Negen projecten dragen bij tot de naadloze exploitatie van treinen in heel Europa dankzij de uitrol van ERTMS, het Europees beheersysteem voor het spoorverkeer. De upgrade van het rollend materieel en de infrastructuur naar het uniforme Europese treinbesturingssysteem zal de veiligheid ten goede komen, de reistijden verminderen en zorgen voor een efficiënter gebruik van het spoornet. Voor deze negen projecten trekt de EU 49,8 miljoen euro uit. Bovenstaande gegevens zijn door de Europese Commissie op hun website geplaatst middels een persbericht.

Lees ook: Esther van Garderen nieuwe directeur van de Fietsersbond

 

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp

We kunnen eindelijk weer op vakantie binnen Europa

[responsivevoice_button voice=”Dutch Female” buttontext=”lees voor”]

Wie had dit nog verwacht in deze tijden van coronacrisis? Het kabinet heeft het reisadvies naar meer Europese landen eerder versoepeld, zolang reizigers rekening houden met eventuele veiligheidsrisico’s. Vanaf vandaag 15 juni is het weer mogelijk om naar diversen landen binnen de Europese Unie of de Schengenzone op vakantie te gaan. Het reisadvies was voor veel landen ‘code’ oranje, (vakantiereizen afgeraden) en is nu veranderd naar ‘code’ geel (vakantiereizen mogelijk, let op risico’s). 

Per vandaag 15 juni kunnen we volgens de website van het Ministerie van Buitenlandse Zaken weer (het advies kan dagelijks aangepast worden) naar de volgende landen afreizen: België, Bulgarije, Duitsland, Estland, Frankrijk, IJsland, Italië, Kroatië, Letland, Liechtenstein, Litouwen, Luxemburg, Monaco, Polen, Portugal, Tsjechië, en Zwitserland. Tot nu toe worden reizen naar Zweden en Het Verenigd Koninkrijk afgeraden, mocht je toch gaan dan word je geadviseerd bij terugkomst om 14 dagen in thuisquarantaine te blijven. Naar verwachting blijven de grenzen van Denemarken deze zomer gesloten voor Nederlandse toeristen en dus op ‘code’ oranje.

Minister Blok: ‘Vakantie vieren in het buitenland, het kan weer. Maar het wordt niet zo zorgeloos als voor de coronacrisis, want er blijven risico’s. Het virus is nog onder ons en de situatie blijft onzeker. In alle landen blijven maatregelen van kracht om de verspreiding van het virus tegen te gaan. Vakantiegangers krijgen daarmee te maken. Ga je op vakantie? Ga dan wijs op reis en bereid je goed voor. Begin bij het downloaden van de BZ-reisapp en lees goed het reisadvies van je vakantiebestemming.’

De volgende landen moeten nog een besluit nemen wanneer de Nederlandse toeristen weer welkom zijn: Aruba, Bonaire, Curaçao, Cyprus, Finland, Griekenland, Hongarije, Ierland, Malta, Noorwegen, Oostenrijk, Roemenië, Saba, Sint Eustatius, Sint Maarten, Slovenië, Slowakije en Spanje. Waarschijnlijk zal dit de komende weken gebeuren. Oostenrijk heeft al bekend gemaakt dat ze de grenzen op 16 juni weer open willen stellen voor Europese en dus ook voor Nederlandse vakantiegangers. Tot nu toe blijft het reisadvies voor reizen buiten Europa ‘code’ oranje (vakantiereizen afgeraden). Er wordt verwacht dat de richtlijnen binnen enkele weken versoepeld zullen worden. Ook kunnen de maatregelen veranderen en opnieuw strenger worden.

Lees ook: Marc Beers benoemd tot Directeur New Business Europcar

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp