Categorie archieven: Waterstof

Kabinet trekt portemonnee: miljoeneninjectie moet waterstoftruck doorbraak geven

Nieuwe regeling versnelt aanleg waterstofnetwerk in Nederland, ondernemers krijgen stevige steun om afscheid te nemen van diesel.

Het kabinet trekt opnieuw de portemonnee om de overstap naar schoner transport te versnellen. Met een subsidiepot van maar liefst 45 miljoen euro wil het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat ondernemers verleiden om te investeren in vrachtwagens die rijden op waterstof. De regeling gaat per 1 april van start en moet Nederland minder afhankelijk maken van fossiele brandstoffen zoals diesel, benzine en LPG.

De inzet op waterstof komt niet uit de lucht vallen. De internationale onrust rond de levering van fossiele brandstoffen heeft pijnlijk duidelijk gemaakt hoe kwetsbaar de afhankelijkheid van externe energieleveranciers is. Die kwetsbaarheid raakt niet alleen huishoudens, maar ook ondernemers die dagelijks afhankelijk zijn van stabiele en betaalbare brandstof. Door te investeren in alternatieven zoals elektriciteit en waterstof wil de overheid die afhankelijkheid stap voor stap verkleinen.

duurzame oplossingen

Waterstof wordt daarbij nadrukkelijk gezien als een belangrijke aanvulling op bestaande duurzame oplossingen. Waar elektrisch rijden vooral geschikt is voor kortere afstanden, biedt waterstof juist voordelen voor het zwaardere en langere transport. Vrachtwagens op waterstof hebben een grotere actieradius, kunnen relatief snel tanken en stoten geen schadelijke stoffen uit. Bovendien zorgt deze techniek voor minder druk op het toch al volle elektriciteitsnet, wat in Nederland een groeiend probleem vormt.

Toch is de overstap naar waterstof niet eenvoudig. De kosten voor voertuigen en de benodigde infrastructuur liggen nog altijd hoog. Om die drempel te verlagen, richt de subsidie zich specifiek op samenwerkingsverbanden. Alleen combinaties van een exploitant van een waterstoftankstation en één of meerdere transport- of logistieke bedrijven komen in aanmerking voor een bijdrage. Daarmee wil het ministerie voorkomen dat de ontwikkeling vastloopt in de bekende kip-ei-discussie: zonder tankstations geen voertuigen, maar zonder voertuigen ook geen rendabele tankstations. Door beide tegelijk te stimuleren, moet het netwerk zich sneller ontwikkelen.

Foto: Vincent Karremans

De verwachting is dat steeds meer transportbedrijven de komende jaren de overstap naar waterstof zullen overwegen, zeker nu de financiële ondersteuning wordt uitgebreid en de infrastructuur langzaam maar zeker vorm krijgt. Daarmee zet Nederland opnieuw een stap richting een duurzamer en minder afhankelijk transportsysteem, waarin alternatieve brandstoffen een steeds grotere rol spelen.

Minister Karremans van Infrastructuur en Waterstaat benadrukt het belang van deze stap en wijst op de huidige geopolitieke spanningen. “De huidige crisis in het Midden-Oosten laat weer zien hoe afhankelijk we zijn van andere landen als het gaat om fossiele brandstoffen. We moeten daarom investeren in alternatieven. Waterstof is zo’n veelbelovend alternatief maar brengt wel hoge opstartkosten met zich mee. Ondernemers die de sprong willen wagen krijgen met deze subsidie een flinke steun in de rug. Zo bouwt Nederland verder aan een dekkend waterstofnetwerk.”

vrachtwagenheffing

De financiering van de regeling komt deels uit de opbrengsten van de vrachtwagenheffing, die op 1 juli 2026 wordt ingevoerd. Deze heffing verplicht eigenaren van vrachtwagens, zowel uit binnen- als buitenland, om per gereden kilometer te betalen. Daarbij geldt dat voertuigen die meer vervuilen ook meer betalen, terwijl schonere alternatieven zoals waterstof juist worden beloond. De opbrengsten van deze heffing vloeien terug naar de sector, onder meer via subsidies zoals deze, om innovatie en verduurzaming te stimuleren.

Dat eerdere steunmaatregelen effect hebben gehad, blijkt uit de resultaten van eerdere subsidierondes. Daaruit kwamen zeven nieuwe waterstoftankstations voort, terwijl nog eens zeven bestaande locaties werden uitgebreid om geschikt te maken voor zwaar transport. Daarnaast werden er in totaal 600 voertuigen aangeschaft, waarvan bijna 500 vrachtwagens. Met de nieuwe regeling hoopt het kabinet deze groei door te zetten en het netwerk verder uit te breiden.

Droom van waterstof rijdt vast: waterstofauto blijft worstelen op de weg

Waterstofauto’s gelden al jaren als een veelbelovende schakel in de verduurzaming van mobiliteit.

De techniek werkt, daar bestaat nauwelijks discussie over. Een brandstofcel zet waterstof om in elektriciteit, waardoor de auto elektrisch rijdt zonder uitlaatgassen en binnen drie tot vijf minuten weer volledig is volgetankt. Daarmee evenaart het gebruiksgemak van waterstofwagens dat van benzine- en dieselauto’s en vormt het een scherp contrast met batterij-elektrische voertuigen, die vaak langere laadtijden kennen. Toch blijft de grote doorbraak in België en Nederland uit, zeker in het personenvervoer en de taximarkt. De reden ligt niet bij de auto zelf, maar bij het ecosysteem eromheen.

uiterst beperkt

In de Benelux is het aanbod van waterstofpersonenwagens uiterst beperkt. In de praktijk gaat het vrijwel uitsluitend om de Toyota Mirai en de Hyundai Nexo. Beide modellen worden technisch geroemd, maar de prijzen vormen een forse drempel. Nieuwprijzen bewegen zich in de orde van zeventig- tot negentigduizend euro, wat ze buiten bereik plaatst van veel particulieren en kleinere ondernemers. Daar komt bij dat de restwaarde onzeker is, omdat niemand met zekerheid kan voorspellen hoe snel de markt zich ontwikkelt. Voor wagenparken en taxibedrijven betekent dit een verhoogd financieel risico.

Minstens zo bepalend is de beschikbaarheid van waterstof aan de pomp. In Nederland telt het publieke netwerk grofweg een kleine vijftien stations, afhankelijk van de definitie en de peildatum. De overheid probeert uitbreiding te stimuleren via subsidieregelingen zoals SWIM, waarbij nieuwe stations worden gebouwd en bestaande locaties worden uitgebreid. Tegelijkertijd blijft de dekking dun, zeker buiten de Randstad. Voor dagelijks personenvervoer betekent dit dat een chauffeur vrijwel altijd afhankelijk is van één vast tankstation binnen een straal van tien tot twintig minuten rijden. Zodra dat station kampt met een storing of onderhoud, verdampt het tijdvoordeel van snel tanken.

personenvervoer

België loopt in aantallen nog verder achter op Nederland, maar kent wel duidelijke regionale concentraties. In Vlaanderen en langs belangrijke verkeersassen zijn meerdere openbare waterstofstations operationeel, onder meer in de omgeving van Antwerpen, Brussel en Leuven. Grote spelers profileren zich met netwerken langs hoofdwegen, maar ook hier geldt dat inzetbaarheid sterk regio-afhankelijk is. Buiten deze clusters wordt waterstofrijden in het personenvervoer al snel een logistieke puzzel.

De snelle opmars van elektrische auto’s zet het stroomnet steeds verder onder druk. In woonwijken waar meerdere huishoudens tegelijk hun auto opladen, ontstaan al zichtbare knelpunten. Netbeheerders waarschuwen dat het elektriciteitsnet op veel plaatsen tegen zijn grenzen aanloopt en dat uitbreiding tijd, geld en ruimte kost. Tegen die achtergrond klinkt steeds vaker de vraag of waterstof een realistisch alternatief kan vormen voor het volledig elektrisch rijden, juist om die toenemende belasting van het stroomnet te verlichten.

Elektrische auto’s rijden op stroom die direct uit het net wordt gehaald. Overdag gebeurt dat op steeds meer openbare laadpleinen, ’s avonds en ’s nachts vooral thuis. Die gelijktijdige vraag naar elektriciteit zorgt voor piekbelasting, vooral in dichtbebouwde gebieden. Hoewel slimme laadoplossingen en netverzwaring enige verlichting kunnen bieden, is duidelijk dat het huidige systeem niet onbeperkt schaalbaar is. De energietransitie vraagt meer van het net dan het oorspronkelijk ooit voor bedoeld was.

Waterstof wordt door voorstanders gepresenteerd als een manier om die druk te verminderen. Een waterstofauto rijdt eveneens elektrisch, maar wekt zijn stroom zelf op via een brandstofcel. De elektriciteit wordt niet rechtstreeks uit het net gehaald op het moment van rijden of tanken, maar ontstaat in de auto zelf door de reactie tussen waterstof en zuurstof. Daardoor wordt het elektriciteitsnet op straatniveau niet belast tijdens het ‘tanken’, dat in enkele minuten gebeurt bij een speciaal waterstoftankstation.

Dat betekent echter niet dat waterstof losstaat van het stroomnet. Integendeel, de productie van waterstof vraagt juist veel energie. Groene waterstof wordt gemaakt door water via elektrolyse te splitsen, een proces dat grote hoeveelheden elektriciteit verbruikt. Die stroom moet ergens vandaan komen, bij voorkeur uit zon of wind. In die zin verschuift waterstof de belasting van het net eerder in tijd en plaats, dan dat die belasting volledig verdwijnt.

Foto: © Pitane Blue – waterstof aangedreven taxi

Het Franse taxibedrijf Hype stopte vorig jaar met de exploitatie van haar vloot waterstoftaxi’s in Parijs. De waterstof in de Franse hoofdstad was nog altijd niet groen en veel te duur. Hype schakelde over op accu-elektrische taxi’s. Hype startte eind 2015 naar aanleiding van de klimaatconferentie COP21 in Parijs met de waterstoftaxi’s. Sinds 2015 nam Hype honderden waterstofauto’s – vooral van Toyota – in bedrijf als taxi.

Ook de kosten spelen een doorslaggevende rol. De prijs van waterstof aan de pomp schommelt in Nederland vaak tussen de negentien en vijfentwintig euro per kilo. Een gemiddelde waterstofauto verbruikt ongeveer één kilo per honderd tot honderdtwintig kilometer. Omgerekend betekent dit dat de brandstofkosten al snel oplopen tot zeventien tot vijfentwintig euro per honderd kilometer. In vergelijking met batterij-elektrisch rijden, zeker wanneer slim en goedkoop wordt geladen, is waterstof daarmee in veel gevallen duurder. Alleen wanneer stilstand van voertuigen extreem kostbaar is, kan het snelle tanken de hogere brandstofprijs compenseren.

In de praktijk blijkt waterstof vooral kansrijk in nichetoepassingen binnen het personenvervoer. Denk aan luchthaven- en hotelshuttles, contractvervoer of taxi’s met een zeer hoge inzetgraad en vaste standplaatsen vlak bij een betrouwbaar 700-bar tankstation. In zulke scenario’s kan waterstof functioneren, mits er altijd een alternatief station binnen bereik is en risico’s contractueel zijn afgedekt. Zodra die randvoorwaarden ontbreken, loopt de inzetbaarheid snel spaak.

marktontwikkeling 

De bredere marktontwikkeling wijst bovendien in een andere richting. Investeringen in waterstof verschuiven steeds vaker naar zwaar transport en internationale corridors. In meerdere Europese landen worden stations die vooral op personenauto’s waren gericht gesloten of omgevormd, terwijl de focus komt te liggen op trucks en bussen. Europese regelgeving stelt weliswaar minimumnormen voor waterstofstations richting 2030, maar dat garandeert niet dat de waterstofpersonenauto massaal zal doorbreken.

De praktijk laat zien dat deze theorie nog ver verwijderd is van grootschalige toepassing. Waterstofinfrastructuur voor personenauto’s is beperkt en de kosten zijn hoog. Bovendien gaat bij de omzetting van stroom naar waterstof en weer terug naar elektriciteit veel energie verloren. Dat maakt waterstof minder efficiënt dan direct elektrisch rijden. Vanuit dat perspectief is waterstof geen wondermiddel dat het probleem van netcongestie in één klap oplost.

Alles afwegend blijft de conclusie helder. Voor grootschalige inzet van waterstofauto’s in het personenvervoer in België en Nederland is de kans op succes vóór 2030 beperkt. De combinatie van hoge kosten, een smal modellenaanbod en een fragiele infrastructuur vormt een te grote drempel. Waterstof kan werken, maar alleen daar waar de omstandigheden uitzonderlijk gunstig zijn en waar elke minuut stilstand zwaarder weegt dan de prijs aan de pomp.

Proefkonijnen: waterstoftaxi’s in Brussel staan stil door falende infrastructuur

Woede en ontgoocheling na mislukte beloften overheid, waterstofproject verandert in financiële nachtmerrie.

De belofte van een groene toekomst met waterstoftaxi’s in Brussel is op korte tijd veranderd in een verhaal van frustratie, financiële problemen en wantrouwen tegenover de overheid. Waar het project in eerste instantie gepresenteerd werd als een vooruitstrevend voorbeeld van duurzame mobiliteit, blijkt nu dat tientallen taxichauffeurs in een uitzichtloze situatie zijn beland.

Toen Brussel Mobiliteit eind 2023 de weg vrijmaakte voor een nieuw tijdperk van taxivergunningen, klonk het vooruitzicht hoopvol. Een vijftigtal licenties werd speciaal gereserveerd voor waterstofvoertuigen. Het concept leek aantrekkelijk: voertuigen zonder CO₂-uitstoot die de voordelen van elektrische wagens zouden combineren met het gemak van een snelle tankbeurt. Geen lange wachttijden aan laadpalen, maar binnen vijf minuten weer de weg op, net zoals bij traditionele benzine- of dieselwagens.

fors investeren

De belofte klonk overtuigend genoeg voor een groep chauffeurs die bereid waren fors te investeren. Sommigen legden bijna 80.000 euro op tafel voor een nieuw model, anderen kozen voor tweedehands, maar ook die bleken duur in aanschaf. Ze vertrouwden daarbij op de communicatie van de Brusselse autoriteiten, die het project als innovatief en toekomstbestendig naar voren hadden geschoven.

Voor taxichauffeur Hatim, die sinds 2019 actief is, leek dit de kans om zijn carrière naar een hoger niveau te tillen. “In 2022 heeft Brussel Mobiliteit mij gecontacteerd om me te laten weten dat ik bovenaan de wachtlijst stond voor een waterstoflicentie,” legt hij uit. “Dus heb ik eind 2023 mijn wagen gekocht en ben ik begin 2024 gestart met werken.” Zijn enthousiasme sloeg echter snel om in ontgoocheling.

storingen

Het probleem kwam nauwelijks een jaar later aan het licht. De weinige tankstations die waterstof aanbieden, kampen regelmatig met technische storingen of zijn gewoon niet operationeel. Daardoor kunnen veel chauffeurs hun voertuigen niet gebruiken en staan hun dure investeringen letterlijk stil. De chauffeurs, die vaak leningen moesten afsluiten om hun wagen te kunnen bekostigen, zien zich geconfronteerd met hoge schulden en een inkomen dat volledig is weggevallen.

Foto: © Pitane Blue – taxi in Brussel

De frustratie groeit met de dag. Chauffeurs voelen zich misleid en in de steek gelaten. Ze wijzen met de vinger naar Brussel Mobiliteit, dat volgens hen veel te rooskleurige verwachtingen heeft geschetst zonder de nodige garanties te bieden voor de praktische werking van de infrastructuur. “Men heeft ons als proefkonijnen gebruikt,” klinkt het bij verschillende gedupeerden. De droom van een ecologische en rendabele taxidienst blijkt in de praktijk een financiële nachtmerrie te zijn.

wanhoop

Naast de materiële schade is er ook de menselijke kant van het verhaal. De wanhoop onder de chauffeurs is groot. Velen zijn afhankelijk van hun taxi om hun gezin te onderhouden. Het wegvallen van hun werk betekent dat ze hun rekeningen niet meer kunnen betalen en in een neerwaartse spiraal belanden. Ze vragen dan ook met aandrang om concrete oplossingen en een duidelijk plan van de Brusselse overheid.

De situatie roept vragen op over hoe voorbereid het beleid werkelijk was. Hoewel de ambitie om Brussel groener te maken lovenswaardig is, blijkt uit dit dossier dat de uitvoering gebrekkig en haastig is geweest. Zonder betrouwbare tankinfrastructuur en zonder vangnet voor de chauffeurs lijkt de waterstoftaxi in Brussel voorlopig vooral een mislukt experiment.

BMW kiest vol voor waterstof: autofabrikant brengt in 2028 eerste model op de markt

BMW blijft zich onderscheiden van de meeste autofabrikanten door vol in te zetten op waterstoftechnologie.

Terwijl het gros van de industrie zich richt op batterij-elektrische voertuigen, kijkt BMW vooruit naar een toekomst waarin niet alle mobiliteit afhankelijk is van het elektriciteitsnet. In 2028 wil de Duitse autobouwer de eerste in serie geproduceerde waterstofauto op de markt brengen, een beslissing die tot veel discussie leidt in de sector.

De BMW iX5 Hydrogen, gebaseerd op het bestaande X5-model, is het voorlopige resultaat van een intensieve samenwerking met Toyota. Het voertuig is uitgerust met twee waterstoftanks die onder een druk van 700 bar tot 6 kilogram waterstof kunnen opslaan. Daarmee kan de SUV een afstand van ongeveer 500 kilometer afleggen op één tankbeurt. Het tanken zelf duurt amper drie tot vier minuten, een tijdsduur die vergelijkbaar is met die van conventionele benzine- of dieselvoertuigen. Met een vermogen van 401 pk levert de auto bovendien prestaties die aansluiten bij de sportieve reputatie van het merk.

strategie

De keuze voor waterstof is niet alleen een technologische, maar ook een strategische. In veel Europese landen, waaronder Nederland, staat het stroomnet onder druk. Netbeheerders waarschuwen al enige tijd voor netcongestie, wat het uitrollen van laadpalen voor elektrische auto’s vertraagt. Waterstofauto’s vormen in dat licht een aantrekkelijk alternatief, omdat ze het elektriciteitsnet nauwelijks belasten.

Foto: © Pitane Blue – waterstof aangedreven taxi

Toch is niet iedereen overtuigd van deze route. De productie van groene waterstof – die essentieel is om de beloofde emissievrije voordelen te realiseren – is op dit moment nog zeer beperkt en kostbaar. Ook de infrastructuur laat te wensen over: in heel Nederland zijn slechts enkele waterstoftankstations operationeel. BMW en Toyota hebben daarom aangegeven gezamenlijk te werken aan de uitbreiding van dit netwerk, om het gebruik van waterstofauto’s op grotere schaal mogelijk te maken.

De meningen onder experts zijn verdeeld. Waar sommigen de waterstofauto zien als een waardevolle aanvulling op batterij-elektrisch rijden, vooral bij langeafstandsritten of in regio’s waar laden moeilijk is, wijzen anderen op de relatief lage energie-efficiëntie van waterstof en de hoge kosten voor productie en distributie. Toch houdt BMW vast aan haar koers.

keuzevrijheid

Juergen Guldner, hoofd van BMW’s waterstofprojecten, benadrukt het belang van keuzevrijheid voor de consument. “Als je het gedrag van mensen wilt veranderen, is het altijd beter om keuze te bieden dan om iets weg te nemen en te zeggen: ‘Dit is de oplossing. Je moet er nu mee leven.’” Met die filosofie positioneert BMW de waterstofauto niet als vervanging, maar als waardevolle aanvulling op het bestaande aanbod van batterij-elektrische modellen.

De geplande introductie van een waterstofauto in 2028 markeert een belangrijk moment in de evolutie van mobiliteit. Of deze technologie daadwerkelijk breed geaccepteerd zal worden, is afhankelijk van meerdere factoren: de snelheid van technologische vooruitgang, investeringen in infrastructuur en de bereidheid van consumenten om alternatieven voor conventionele aandrijflijnen te omarmen. Voor BMW is één ding alvast duidelijk: waterstof krijgt een vaste plaats binnen de strategie voor emissievrije mobiliteit.

Duurzame mobiliteit: Rentacab breidt uit naar Eindhoven met elektrisch taxi-verhuurmodel

Vanaf 1 november breidt RentaCab, een verhuurbedrijf van elektrische taxi’s, uit naar Eindhoven.

Dit initiatief, dat al enkele jaren succesvol in Amsterdam draait, biedt zelfstandige taxichauffeurs een alternatief voor traditionele taxi’s door hen toegang te geven tot emissievrije voertuigen zonder lange-termijnverplichtingen. Chauffeurs betalen alleen voor het daadwerkelijke gebruik van de taxi, wat hen niet alleen flexibiliteit biedt, maar ook helpt om onnodige kosten te vermijden tijdens rustige periodes. Hiermee speelt RentaCab in op de groeiende behoefte aan betaalbare en milieuvriendelijke mobiliteitsoplossingen in Nederland.

geen taxicentrale

In tegenstelling tot een conventionele taxicentrale, waar chauffeurs vaste ritten en routes toegewezen krijgen, profileert RentaCab zich als een facilitaire dienstverlener voor zzp-chauffeurs. Hun vloot bestaat volledig uit elektrische en waterstofauto’s, waaronder modellen als de Tesla Model 3 en Hyundai Nexo. Volgens RentaCab past deze opzet naadloos binnen hun missie om duurzame stedelijke mobiliteit te stimuleren. Door chauffeurs de mogelijkheid te bieden om een taxi per uur te reserveren, kunnen zij efficiënt inspelen op vraagfluctuaties en hun werktijden afstemmen op drukke periodes, zoals tijdens grote evenementen of in het hoogseizoen.

De uitbreiding naar Eindhoven komt op een strategisch moment. Steeds meer steden voeren strengere emissienormen in om de luchtkwaliteit te verbeteren en klimaatdoelen te behalen. RentaCab speelt hier handig op in door volledig uitstootvrije voertuigen aan te bieden die passen bij de ambitie van Nederlandse steden om de CO₂-uitstoot drastisch te verminderen. “We willen bijdragen aan schonere lucht in de steden en een leefbaardere omgeving creëren,” zegt een woordvoerder van RentaCab.

Een van de opvallende aspecten van RentaCab is het aanbieden van waterstofvoertuigen, een segment waarin het bedrijf nog steeds een pionierspositie inneemt. Vooral de samenwerking met Toyota maakt het aanbod bijzonder, aangezien hun Mirai-model is uitgerust met technologie die de omgevingslucht zuivert tijdens het rijden. In Amsterdam heeft dit al geleid tot een merkbare toename in populariteit onder chauffeurs die waarde hechten aan milieubewuste oplossingen. “Het is niet alleen een taxi, maar een rijdend luchtfilter,” aldus een chauffeur die gebruikmaakt van een waterstofauto uit de RentaCab-vloot.

RentaCab is geen taxicentrale, maar zij kennen de branche en weten wat taxiondernemers op dit moment nodig hebben: de mogelijkheid om omzet te draaien zonder investeringen en zonder vaste lasten.

Voor zelfstandige chauffeurs biedt het flexibele model van RentaCab aanzienlijke voordelen. Tijdens de coronapandemie werden veel chauffeurs zwaar getroffen door de afname in vraag en de financiële druk van eigendoms- en onderhoudskosten. Door deze flexibele huuroptie hebben zzp-chauffeurs nu een alternatief dat hen in staat stelt om hun werk voort te zetten zonder grote investeringen in een eigen voertuig. RentaCab stelt dat dit model in de toekomst nog verder uitgebreid kan worden, zeker nu de vraag naar elektrische en waterstofvoertuigen toeneemt.

Uber

Daarnaast past de samenwerking van RentaCab met platformen als Uber perfect in het streven naar een emissievrije taxivloot in Europese steden tegen 2030. Uber heeft namelijk ambitieuze plannen aangekondigd om binnen vijf jaar 100.000 elektrische voertuigen op de Europese wegen te krijgen. Voor chauffeurs die voor Uber rijden maar geen eigen elektrische auto willen aanschaffen, biedt RentaCab een uitkomst: zij kunnen een volledig elektrische of waterstofauto huren en betalen alleen voor de tijd dat zij deze gebruiken. Het partnerschap met RentaCab stelt onze chauffeurs in staat om bij te dragen aan de verduurzaming van het Uber platform, zonder dat ze zelf een grote investering hoeven te doen.

Waterstof: Franse Hype brengt waterstoftaxi’s naar Brussel

Het Franse platform voor zero-emissiemobiliteit Hype gaat “in de komende dagen” een taxidienst in Brussel lanceren.

Hype, een Frans taxibedrijf, gaat zijn waterstofgedreven taxi’s naar Brussel brengen. Dit maakt deel uit van een ambitieuze uitbreiding van het bedrijf in Europa, met plannen om tegen 2024, het jaar van de Olympische Spelen in Parijs, 1.500 waterstoftaxi’s te hebben. De stap naar Brussel is een natuurlijke evolutie in Hypes strategie, gezien de Belgische hoofdstad tegen 2050 CO2-neutraal wil zijn.

Het bedrijf, dat in 2015 door Mathieu Gardies werd opgericht in Parijs, heeft onlangs een belang genomen in Mol-Tax, een lokale taxionderneming in Brussel. Dit partnerschap zal het voor Hype mogelijk maken om een directe toegang tot de markt in de Belgische hoofdstad te verkrijgen en tegelijkertijd haar groene waterstofstations daar te installeren.

In de context van een strenger wordende regelgeving, waarbij vanaf 2025 alle nieuwe taxi’s in Brussel emissievrij moeten zijn, is de keuze voor waterstof een logische. De bestaande taxi-exploitanten in de stad, waaronder Taxis Verts van D’Ieteren en Virya Energy van Colruyt, hebben al een pilotproject voor waterstoftaxi’s gelanceerd, dat een voorbode was van deze nieuwe ontwikkeling. Deze firma’s begonnen in september 2022 met de inzet van de eerste waterstof taxi in Brussel.

Foto: © Pitane Blue – waterstof tanken

Verder wordt Hypes inspanning ondersteund door Europese subsidies; het bedrijf heeft onlangs 18 miljoen euro ontvangen voor de uitrol van haar netwerk. Dit geld zal onder meer gebruikt worden voor de installatie van waterstofstations en de ontwikkeling van nieuwe voertuigen in samenwerking met Stellantis, waaronder een hybride versie van de Peugeot e-Expert en Citroën ë-Jumpy. Daarnaast zullen de Toyota Mirai en Hyundai Nexo ook deel gaan uitmaken van het wagenpark in Brussel.

Een van de uitdagingen die Hype zal moeten aangaan is het overtuigen van taxichauffeurs in Brussel om over te stappen op waterstoftaxi’s. Het bedrijf plant hiervoor een reeks incentives, waaronder pakketten die niet alleen de auto’s zelf omvatten, maar ook toegang tot de laadstations en gebruik van de Hypp-applicatie. Dit alles moet bijdragen aan een naadloze transitie naar schonere mobiliteitsopties.

Het exacte aantal auto’s dat Hype zal uitrollen in Brussel is nog niet bekend, maar gezien de steun van de Europese Unie en de lokale regelgeving lijkt het bedrijf goed gepositioneerd om een belangrijke speler te worden in de toekomst van emissievrij vervoer in de hoofdstad. Dit project toont de groeiende trend van waterstofenergie in stedelijke mobiliteit en hoe dit kan bijdragen aan de duurzaamheidsdoelstellingen van Europese steden.

Fiscale veranderingen voor ondernemers in 2024 raken vervoer

De redactie van Pitane Blue hoopt dat iedereen een gelukkig en gezond 2024 mag beleven.

Het nieuwe jaar 2024 begint met een knal in het zuiden van Nederland, ondanks de invoering van vuurwerkverboden in steden als Eindhoven en Tilburg. Het verbod, bedoeld om het zelf afsteken van vuurwerk te beperken, lijkt weinig effect te hebben gehad op de feestvreugde van de inwoners. In Eindhoven bijvoorbeeld, waar men voor het eerst een vuurwerkverbod invoerde, was de nachtelijke hemel alsnog verlicht door vuurwerk. De stad bood wel een alternatief in de vorm van een openbare vuurwerkshow, wat kan worden gezien als een stap naar het vormen van nieuwe tradities. Het idee van een landelijk vuurwerkverbod lijkt nog ver weg, temeer omdat sommige burgemeesters aangaven niet streng te zullen handhaven op het verbod.

fiscale regelgeving

Parallel aan de festiviteiten brengt 2024 ook veranderingen in de fiscale regelgeving voor ondernemers. Een belangrijke wijziging is het wegvallen van belastingvoordeel voor investeringen in vervoersmiddelen met fossiele brandstofmotoren. Dit geldt ook voor hybride voertuigen, ‘dual-fuel’-varianten en waterstof aangedreven werktuigen. De overheid heeft nieuwe staatsteuneisen geïmplementeerd, waaronder een verbod op het gebruik van grijze waterstof, omdat dit moeilijk te controleren is. Dergelijke werktuigen zijn daarom van de Milieulijst verwijderd.

Foto: Pitane Blue – Taxistandplaats in Amsterdam

Ook de regels rond elektrische taxi’s zijn aangescherpt. Vanwege de afnemende meerprijs van elektrische taxi’s ten opzichte van conventionele taxi’s, wordt het belastingvoordeel voor deze voertuigen stopgezet. 

Een vergelijkbare aanpassing treft elektrisch aangedreven bakfietsen, waarbij het belastingvoordeel vervalt als de bakfietsen ook privé gebruikt worden. Voor wat betreft laadpunten: alleen de laadpunten voor zwaar vervoer komen nog in aanmerking voor fiscale voordelen, in tegenstelling tot die voor lichter vervoer zoals bestelauto’s.

Waterstoftechnologie in de auto-industrie: een stille revolutie op gang

Grote automerken vernieuwen hun toewijding aan waterstof, met een blik op een duurzame toekomst.

Terwijl critici de haalbaarheid van waterstofauto’s in twijfel trekken, hebben prominente spelers in de auto-industrie aanzienlijke stappen gezet die duiden op een hernieuwde toewijding aan waterstoftechnologie, een ontwikkeling die een nieuwe dimensie kan geven aan de toekomst van duurzame mobiliteit. Taxibedrijf Noot Personenvervoer uit Ede schafte als innovatief voorloper maar liefst 35 waterstofauto’s van Toyota aan. Na een succesvolle proef met de taxi’s in Den Haag, toont ook Brussel aan dat waterstof een haalbaar alternatief is voor diesel. 

Toyota, een pionier in de wereld van de hybride auto’s, heeft niet de handdoek in de ring gegooid na de uitdagende ontvangst van hun Mirai waterstofauto. In plaats daarvan is er een verschuiving in focus waar te nemen. De Japanse automaker verdiept zich in de optimalisatie van waterstoftechnologie voor zware voertuigen, een sector waarin ze al leidend zijn. Hun inspanningen gaan verder met de ontwikkeling van compactere waterstoftanks en efficiëntere brandstofcellen, die de kosten kunnen drukken en de technologie aantrekkelijker kunnen maken voor massa-adoptie. Er gaan geruchten over innovatieve tankdesigns die integratie in huidige automodellen mogelijk kunnen maken, wat perspectief biedt op een nieuwe generatie waterstofaangedreven personenauto’s.

Ook Ford Trucks heeft recentelijk zijn interesse in waterstoftechnologie bevestigd door een overeenkomst voor strategische samenwerking met Quantron. Deze overeenkomst is een voorbode voor de integratie van waterstof in de productlijn van zware voertuigen en onderschrijft de visie van het bedrijf op een diverse toekomst in voertuigaandrijving. Hoewel de focus nog steeds ligt bij de verdere ontwikkeling van elektrische voertuigen, erkent Ford Trucks het potentieel van waterstof als een complementaire technologie binnen hun portfolio.

op waterstof aangedreven BMW

Het Duitse BMW beschouwt waterstofceltechnologie als een belangrijke pijler in de strijd tegen klimaatverandering, naast batterij-elektrische voertuigen.

BMW heeft een duidelijk standpunt ingenomen door waterstoftechnologie als een essentieel onderdeel van hun lange-termijnstrategie voor emissievrij transport te positioneren. Met de onthulling van de BMW iX5 Hydrogen, weerspiegelt het bedrijf de vruchten van jarenlang onderzoek en ontwikkeling en zet het een stap dichter bij de ambitie om tegen 2050 een netto nul uitstoot te realiseren.

IKEA, bekend om zijn betaalbare Zweedse designmeubels, heeft eveneens een stap voorwaarts gezet door de invoering van waterstofvrachtwagens in Oostenrijk. Deze stap wordt ingegeven door de noodzaak om de actieradius van het bestaande wagenpark te vergroten, vooral voor leveringen in minder bereikbare gebieden. De introductie van vijf nieuwe brandstofcel-elektrische voertuigen, aangeleverd door het Duitse Quantron, illustreert een innovatieve aanpak in het transportbeleid van IKEA. Dit besluit tot diversificatie in hun vervoersmiddelen bevestigt een toewijding aan duurzaamheid zonder de operationele efficiëntie uit het oog te verliezen.

Deze ontwikkelingen in de auto-industrie laten zien dat waterstofauto’s wellicht een langzamere start kennen dan verwacht, maar door innovatie en samenwerking een sterke comeback kunnen maken. De toekomst van waterstof in de automobielindustrie lijkt dus niet aan een zijden draadje te hangen, maar eerder aan het begin van een nieuw hoofdstuk van technologische doorbraken en duurzame ontwikkelingen.

Brussel test waterstoftaxi maar de huidige infrastructuur vormt een aanzienlijk obstakel

Na een succesvolle proef met taxi’s in Den Haag, toont ook Brussel aan dat waterstof een haalbaar alternatief is voor diesel, maar er zijn meer tankstations nodig.

Terwijl Europese steden steeds meer onder druk staan om milieuvriendelijke vervoersoplossingen te adopteren, zijn waterstofvoertuigen in opkomst als een veelbelovende optie. Brussel, dat al de ambitie heeft uitgesproken om tegen 2025 alleen nog emissievrije taxi’s toe te staan, zoekt actief naar duurzame alternatieven. De recente samenwerking tussen Virya Energy en Taxis Verts in Brussel is een stap in die richting, die volgt op een soortgelijke inspanning in Den Haag door Noot Personenvervoer.

Naar aanleiding van de Brusselse verplichting voor volledig emissievrije taxi’s tegen 2025 en het Brussels klimaatactieplan, hebben Virya Energy en Taxis Verts een jaar lang getest of waterstofgas (H2) geschikt zou zijn als brandstof voor taxi’s en andere voertuigen in de stad. Dit volgde op een soortgelijke initiatief in Den Haag, waar Noot Personenvervoer al aanzienlijke ervaring had opgedaan met het rijden op waterstof.

“Door deze combinatie van eigenschappen zijn waterstofvoertuigen een veelbelovende optie voor taxi’s,” concluderen de onderzoekers. “Het integreren van dit type voertuig in de Brusselse taxivloot zou bijdragen aan de Brusselse ambities op vlak van koolstofneutraliteit, zonder inkomstenverlies voor taxibedrijven.”

De testresultaten uit Brussel lieten volgens Bruzz zien dat waterstofauto’s op veel vlakken vergelijkbaar zijn met elektrische auto’s. Ze zijn even stil, maar hebben het voordeel van een grotere actieradius. Bovendien kunnen ze binnen enkele minuten volledig worden bijgetankt. Een volle tank biedt een bereik van 470 km, ongeacht de weersomstandigheden. In Den Haag had Noot Personenvervoer al 1,5 miljoen gezamenlijke kilometers geregistreerd met hun waterstofwagens, waarvoor ze de Toyota Mirai gebruikten. Directeur Martijn Kersing van Noot Personenvervoer, had oorspronkelijk elektrisch rijden overwogen, maar zijn onderzoek bracht hem bij waterstof als de betere optie, en vervolgens bij Toyota.

Desondanks zijn er nog enkele obstakels te overwinnen voor waterstof kan worden gezien als een volwaardig alternatief in Brussel. Hoewel de proef in grote lijnen positief was, vereist de uitrol van waterstofvoertuigen op grotere schaal een betere infrastructuur. Op dit moment zijn er in België maar zeven waterstofstations, waarvan er vijf deel uitmaken van het DATS24-netwerk. Geen van deze stations bevindt zich in Brussel. Tijdens het proefproject moest de waterstoftaxi tanken bij een station in Halle.

Foto: Pitane Blue – waterstof aangedreven taxi

Virya Energy wijst erop dat er dringend infrastructuur voor de verdere ontwikkeling van waterstofmobiliteit voorzien moet worden in de regio Brussel.

Om te zorgen dat het project soepel verliep hebben chauffeurs die de waterstoftaxi besturen, een specifieke opleiding gekregen over waterstoftechnologie en de werking van de brandstofcel. Deze training werd verzorgd door experts van Virya. Het was essentieel dat de chauffeurs goed geïnformeerd zijn, niet alleen omdat zij het eerste contactpunt voor nieuwsgierige klanten en het publiek vormen, maar ook omdat hun directe ervaring met het voertuig waardevolle informatie kon bieden over de haalbaarheid van een dergelijke technologie op grote schaal.

De betrokkenheid van prominente lokale stakeholders benadrukt het belang van dit initiatief voor Brussel en heel België. Jean-Michel Courtoy, CEO van Taxis Verts, sprak zijn enthousiasme uit over het pilootproject en benadrukte de toewijding van zijn bedrijf aan CO2-neutrale mobiliteit. Daarnaast onderstreepte Stephan Windels, CEO van Eoly, het belang van samenwerking en innovatie voor een duurzamere toekomst en de algemene doelstellingen van het klimaat-energieplan 2030.

infrastructuur

Voor een stad die streeft naar een emissievrije taxi-industrie in slechts een paar jaar, kan het ontbreken van voldoende tankstations een groot struikelblok zijn. Het benadrukt de noodzaak voor zowel openbare als private investeringen in de opbouw van een uitgebreider netwerk van waterstofstations, niet alleen in Brussel maar in heel België.

De positieve resultaten van het proefproject benadrukken echter dat, met de juiste ondersteuning en investering, waterstof een levensvatbaar alternatief kan zijn voor traditionele brandstoffen in het stedelijk vervoer. Als Brussel en andere Europese steden deze weg inslaan en de noodzakelijke infrastructuur creëren, kan dit een kantelpunt betekenen voor de manier waarop we denken over stedelijk vervoer in het licht van klimaatverandering.

Nieuwe regeling moet leiden tot een landelijk netwerk van waterstoftankstations

De voorgestelde subsidieregeling wordt nu opengesteld voor publieke consultatie, waardoor burgers, ondernemers en belanghebbenden hun mening kunnen geven en potentiële kwesties kunnen aankaarten voordat de regeling definitief wordt vastgesteld.

Het Nederlandse kabinet heeft 125 miljoen euro vrijgemaakt om de waterstofindustrie een impuls te geven. Staatssecretaris Heijnen kondigde vandaag de subsidieregeling aan, die ondernemers moet stimuleren om over te stappen op waterstof als brandstof voor hun voertuigen. Deze financiële injectie zou de komende jaren leiden tot de bouw van ongeveer veertig nieuwe waterstoftankstations en de inzet van enkele duizenden waterstofvoertuigen.

Met zijn aanzienlijke actieradius, snelle tanktijd en verminderde impact op het elektriciteitsnet, wordt waterstof steeds vaker gezien als een ideaal alternatief voor traditionele brandstoffen en elektrische voertuigen op batterijen. Vooral voor ondernemers die lange afstanden moeten afleggen met zware voertuigen zoals vrachtwagens, biedt waterstof uitkomst. “Het wordt tijd dat we ervoor zorgen dat waterstof zijn belofte in gaat lossen,” aldus Heijnen.

‘kip-ei’

In een poging om de zogenaamde ‘kip-ei’ discussie te beslechten—het dilemma of je eerst tankstations moet hebben om voertuigen te kunnen tanken, of eerst voertuigen om tankstations rendabel te maken—eist de subsidieregeling dat elke aanvraag zowel de bouw van een tankstation als de aanschaf van een voldoende aantal voertuigen omvat. Om een tankstation vanaf het begin winstgevend te maken, zijn gemiddeld 10-15 waterstofvrachtwagens nodig. Hiermee stimuleert het kabinet samenwerkingsverbanden tussen transportbedrijven en tankstationhouders.

Het beleid benadrukt niet alleen het potentiële voordeel van waterstof als een schoon alternatief voor fossiele brandstoffen, maar het maakt Nederland ook tot een voorloper binnen de Europese Unie als het gaat om het behalen van de Europese duurzaamheidsdoelen.

De subsidieregeling, die loopt van 2024 tot 2028, kan tot 40% van de bouwkosten van een nieuw waterstoftankstation dekken. Voor de voertuigen zelf kan dit oplopen tot 80% van het prijsverschil met een dieselvariant. Belangrijk is dat deze nieuwe tankstations openbaar toegankelijk moeten zijn en zowel vrachtwagens als personenauto’s moeten kunnen bedienen.

Europese ambities

Deze nationale inspanning sluit aan bij bredere Europese ambities. De Europese Unie eist dat er tegen 2030 langs alle belangrijke snelwegen waterstoftankstations te vinden zijn. Voor Nederland betekent dit dat er minimaal dertig stations verspreid over het hele land moeten komen die voldoen aan de EU-eisen op het gebied van grootte, capaciteit en toegankelijkheid. Op dit moment telt Nederland 17 waterstoftankstations, waarvan slechts vier voldoen aan de normen die voor 2030 zijn gesteld.

Hoewel de waterstoftechnologie nog in de kinderschoenen staat—er rijden momenteel slechts enkele tientallen waterstofvrachtwagens en bestelbussen in Nederland—geven autofabrikanten aan dat zij hun productlijnen in de komende jaren zullen uitbreiden.

De aangekondigde subsidieregeling gaat nu in internetconsultatie, wat betekent dat het publiek de mogelijkheid krijgt om feedback te geven voordat deze definitief wordt vastgesteld en in maart van het volgende jaar van kracht wordt.

Deense waterstofgigant Everfuel verandert koers en sluit onrendabele waterstoftankstations

Zware klap voor de autoverkoop nu waterstoftankstations voor auto’s worden gesloten.

Everfuel, de Deense leverancier van waterstofinfrastructuur, maakt bekend zijn ‘onrendabele’ oude waterstoftankstations voor auto’s te zullen sluiten om zich te heroriënteren op de productie van milieuvriendelijke ‘groene’ waterstof. Deze aankondiging kwam aan het licht in het financiële verslag van het tweede kwartaal van 2023. Hierin benadrukte het bedrijf dat de ontwikkeling van groene waterstofproductiecapaciteit voorrang krijgt, terwijl het investeringen in het netwerk van tankstations zal terugdringen door een meer geselecteerde aanpak van zijn portfolio van waterstofstations.

Jacob Krogsgaard, oprichter en CEO van Everfuel, stelde onomwonden dat de markt voor mobiliteit op waterstof naar verwachting nog geruime tijd beperkt zal blijven. “We zullen ons stationnetwerk herstructureren, inclusief het stopzetten van onrendabele tankstations voor auto’s, en onze downstream-organisatie aanpassen aan een lager activiteitenniveau”, aldus Krogsgaard. 

Foto: Everfuel – CEO Jacob Krogsgaard

“We kunnen het niet rechtvaardigen om meer geld te steken in het alleen subsidiëren van waterstof,” aldus Jacob Krogsgaard, CEO van Everfuel.

Het bedrijf zal blijven investeren in tankstations die bedoeld zijn voor zwaar transport en grote voertuigen. Dit sluit aan bij de onlangs door de EU aangenomen Alternatieve Brandstofinfrastructuurregelgeving (AFIR), die tot doel heeft tegen 2030 minstens 667 waterstoftankstations op te zetten in EU-lidstaten. Everfuel is van plan zijn strategie af te stemmen op deze nieuwe regelgeving, met een focus op locaties met een hoge capaciteit en modulaire schaalmogelijkheden die al in ontwikkeling zijn of worden beheerd door het bedrijf. Deze omvatten locaties in Denemarken, Noorwegen, Zweden en Duitsland.

DRIVR

Hoewel het bedrijf verontschuldigingen aanbood voor het ongemak dat dit zou veroorzaken voor klanten en werknemers, stelde Krogsgaard dat het niet langer mogelijk is om openbare waterstoftankstations te subsidiëren. Het bedrijf gaf echter aan dat lopende leveringscontracten zullen worden nagekomen. Een van de afnemers is het taxibedrijf DRIVR. In 2017 kwamen de grootste taxiondernemersfamilie van het land en een app-ontwikkelingsbedrijf bij elkaar met het gezamenlijke doel een “groen kind” te creëren en zo zag DRIVR voor het eerst het levenslicht. 

De keuze voor waterstof weerspiegelt de ambitie van DRIVR om niet alleen met elektrische voertuigen, maar ook met andere duurzame technologieën voorop te lopen. In samenwerking met Everfuel worden in Kopenhagen waterstoftankstations toegankelijk gemaakt voor de taxivloot van DRIVR, wat niet alleen bijdraagt aan de operationele efficiëntie van het bedrijf maar ook aan het algemene doel om de taxibranche te verduurzamen.

Foto: Everfuel – DRIVR

In Heinenoord, nabij Rotterdam, heeft Everfuel een waterstoftankstation opgezet voor meer dan 20 brandstofcelbussen. Dit past in het ambitieuze plan van de Provincie Zuid-Holland om zero-emissie transport te realiseren. Het station heeft een redundant ontwerp en kan meer dan 50 brandstofcelbussen van brandstof voorzien. Bovendien kan het station worden opgeschaald om ook andere brandstofcelvoertuigen zoals vrachtwagens en taxi’s te bedienen. Het openbaar vervoersbedrijf Connexxion, de toonaangevende zero-emissie-exploitant in Nederland, beheert de brandstofcel-elektrische bussen in Heinenoord. Everfuel heeft zich verplicht om voor minimaal 12 jaar groene waterstof te leveren en service en onderhoud te verzorgen bij dit station.

Foto: Everfuel – Connexxion

Het tankstation is tot stand gekomen door een samenwerking tussen de provincie Zuid-Holland, de gemeente Hoeksche Waard, Connexxion en Everfuel, de partij die het station heeft gebouwd en in gebruik neemt.

Everfuel en Hy24, dat ’s werelds grootste fonds voor schone waterstofinfrastructuur beheert, kondigden eerder dit jaar de oprichting aan van een joint venture ter waarde van €200 miljoen. Deze samenwerking is bedoeld om de ontwikkeling van elektrolysecapaciteit in de Scandinavische landen te versnellen. Everfuel zal een meerderheidsbelang van 51% in de joint venture hebben, terwijl het door Hy24-beheerde Clean H2 Infra Fund de overige 49% zal bezitten.

De Deense minister van Buitenlandse Zaken, Lars Løkke Rasmussen, juicht de investering en het partnerschap toe. “Groene waterstof en e-brandstoffen zullen een grote rol spelen in het koolstofvrij maken van industrieën zoals de scheepvaart, de luchtvaart en het zware transport,” aldus Rasmussen. “Dit is dus niet alleen goed nieuws voor de productie van groene energie in Denemarken, maar ook voor onze wereldwijde inspanningen om de CO2-uitstoot te verminderen.”

Deze nieuwe investering in elektrolysecapaciteit lijkt in lijn te zijn met het streven van het bedrijf om zich te focussen op duurzamere en potentieel meer rendabele marktsegmenten, zoals zwaar transport en industriële toepassingen. Het partnerschap met Hy24 en de aanzienlijke financiële injectie bieden Everfuel nu de mogelijkheid om deze ambitieuze plannen sneller te realiseren.

Ten slotte onthulde Everfuel een totale omzet van €2,06 miljoen in het tweede kwartaal van 2023, een aanzienlijke stijging ten opzichte van €456.000 in dezelfde periode van het voorgaande jaar. Directe inkomsten uit waterstofverkoop bedroegen €282.000, een stijging van 3% ten opzichte van hetzelfde kwartaal in 2022.

Waterstof als sleutel tot duurzame mobiliteit is de visie van Colruyt Group

Het bedrijf neemt verantwoordelijkheid als retailer om slim en duurzaam om te gaan met goederenmobiliteit.

Colruyt Group, een gerespecteerd Belgisch familiebedrijf met roots die teruggaan tot drie generaties, zet grote stappen in de wereld van duurzame mobiliteit. Met meer dan 33.000 werknemers verspreid over drie landen behoudt de groep nog altijd de kernwaarden van een familiebedrijf: passie, expertise, eenvoud en efficiëntie.

Waterstof is een lichte, kleur- en reukloze gasvormige stof. Wanneer waterstof wordt gecombineerd met zuurstof in een brandstofcel, produceert het elektriciteit, met water en warmte als enige bijproducten. Het wordt beschouwd als een schone brandstof, vooral wanneer het wordt geproduceerd uit hernieuwbare bronnen.

Colruyt’s inzet voor een groenere toekomst is indrukwekkend: tegen 2035 streeft de groep ernaar om al hun vrachtvervoer zero-emissie te maken. Hoe? Door een geleidelijke overgang naar batterij-elektrische en waterstof-elektrische voertuigen. Colruyt heeft al meer dan een decennium ervaring met waterstof en gaat nog een stap verder door te investeren in waterstoffabrieken in Noordzeehavens.

De visie van Colruyt op waterstof gaat verder dan alleen transport. Door te investeren in waterstoffabrieken positioneert Colruyt zichzelf als een belangrijke speler in de gehele waterstofwaardeketen.

Waterstof heeft in de afgelopen jaren veel aandacht gekregen als een veelbelovende groene brandstof. Wat het “groen” maakt, is dat het wordt geproduceerd uit hernieuwbare energiebronnen zoals zon en wind, waardoor de uitstoot van broeikasgassen tijdens de productie wordt geminimaliseerd. Colruyt ziet het immense potentieel van groene waterstof als een schone en hernieuwbare brandstof. 

“We nemen onze verantwoordelijkheid als retailer om slim en duurzaam om te gaan met goederenmobiliteit. We vermijden kilometers en kiezen waar mogelijk voor alternatieve vervoersmiddelen. En als we toch de baan op moeten, dan doen we dat zo groen mogelijk. Tegen 2035 maken we immers de volledige omschakeling naar zero-emissietransport.”

Colruyt Group

Momenteel heeft Colruyt één 44-tons waterstofvrachtwagen, maar dit najaar zullen er nog twee bijkomen. In 2017 begon de groep met vijftien heftrucks op waterstof. Dit aantal groeide later naar negentig, voornamelijk vanwege hun efficiëntie: ze kunnen in anderhalve minuut worden volgetankt, vergeleken met een oplaadtijd van zes uur voor batterijen.

Maar wat maakt waterstof zo aantrekkelijk voor mobiliteit? Vooral in landen als Nederland zijn de limieten van elektrische energie zichtbaar. Elektriciteitsnetten staan onder druk bij massale elektrificatie van voertuigen. Hier komt waterstof in beeld, met snellere tanktijden en langere actieradii dan batterijvoertuigen. Colruyt ziet een toekomst waarin beide technologieën hand in hand gaan, afhankelijk van de behoeften van de actieradius en de laadtijd.

Colruyt heeft in het verleden al geïnvesteerd in waterstofinfrastructuur, met de lancering van de eerste publieke waterstofpomp in 2018. De groep, die traditioneel bekend staat om zijn retailactiviteiten, is al lang betrokken bij hernieuwbare energieprojecten.

Ondanks de hogere prijzen van waterstofvoertuigen voor particulieren, zijn er al initiatieven zoals de Belgian Hydrogen Council (BHC) die zijn opgericht om de Belgische waterstofindustrie te promoten en te adviseren over beleid. Hierbij zijn toonaangevende bedrijven betrokken, waaronder ENGIE, John Cockerill, en Fluxys.

Kabinet investeert fors in opschaling waterstof

Het kabinet wil het gebruik van waterstof in de industrie en in het vervoer bevorderen door wettelijke verplichtingen.

In een poging om een klimaatneutraal energiesysteem en een duurzame industrie te realiseren, stellen Nederland en Europa hun ambities in waterstoftechnologie op scherp. Volgens ministers Micky Adriaansens (Economische Zaken en Klimaat) en Rob Jetten (Klimaat en Energie) vereist de realisatie van deze doelen een assertief en doortastend beleid, dat zich richt op zowel de productie als de consumptie van waterstof.

Om de waterstofmarkt op een hoger niveau te brengen, heeft het kabinet maatregelen genomen om de elektrolyse te subsidiëren en de industrie te stimuleren steeds meer hernieuwbare waterstof te gebruiken vanaf 2026 door middel van subsidies en wettelijke verplichtingen. Hiervoor is een indrukwekkend bedrag van € 9 miljard gereserveerd in het Klimaatfonds.

In aanvulling op een beleid gericht op de import van waterstof, spant het kabinet zich ook in om de binnenlandse vraag naar en aanbod van waterstof aan te wakkeren. Het Klimaatakkoord van Nederland stelt een doel van minstens 4 Gigawatt aan elektrolysecapaciteit (het proces om groene waterstof te produceren) in 2030, met een streven naar 8 Gigawatt in 2032. Of deze doelstellingen gehaald worden, is sterk afhankelijk van de uitrol van offshore windenergie, de uitbreiding van de energie-infrastructuur en de vraag naar elektriciteit van grote verbruikers zoals de industrie.

De eerste beleidsfocus van het kabinet is het verhogen van de productie van hernieuwbare waterstof door middel van diverse subsidieprogramma’s. Bovenop de bestaande subsidies voor elektrolyse (zoals SDE++ en IPCEI), maakt het kabinet in 2024 een extra € 1 miljard vrij. Voor de daaropvolgende jaren heeft het kabinet € 3,9 miljard opzijgezet voor de uitbreiding van hernieuwbare waterstofproductie. Met het Energiehoofdstructuur Programma worden er locaties in Nederland geselecteerd voor de installatie van elektrolysers (waterstoffabrieken). De toekenning van € 300 miljoen subsidie onder het H2Global-initiatief geeft de import van waterstof naar Noordwest-Europa een flinke stimulans. Bovendien werkt het kabinet aan de nodige infrastructuur voor het transport en de opslag van waterstof.

“We versterken onze energierelaties voor de import van waterstof, maar we willen ook de waterstofproductie binnen Nederland flink vergroten. We investeren flink in deze ambitie, passend bij de grote doelen die we als land hebben gesteld voor de ontwikkeling van waterstof. Het behalen van onze CO2-doelstellingen heeft de hoogste prioriteit, en waterstof is een onmisbare schakel in deze inspanningen.”

Minister Jetten (Klimaat en Energie)

Het kabinet wil het gebruik van waterstof in de industrie en in het vervoer bevorderen door middel van zowel subsidies als wettelijke verplichtingen. In afwachting van een overeenkomst binnen de Europese Unie over bindende doelstellingen voor waterstof, wil het kabinet dat de industrie in toenemende mate hernieuwbare waterstof gaat gebruiken. 

Het kabinet streeft ernaar de benodigde investeringen voor het gebruik van hernieuwbare waterstof aantrekkelijker te maken. In die lijn onderzoekt het ministerie de mogelijkheid om subsidies te introduceren voor waterstofgebruikers, die de kosten voor het aanpassen van installaties of het gebruik van hernieuwbare waterstof zouden dekken.

Subsidie voor emissieloze vrachtwagen binnenkort weer beschikbaar

Wil je voor je bedrijf een nieuwe volledige emissieloze vrachtwagen kopen of (financieel) leasen? Of heb je een leasemaatschappij die vrachtwagens verhuurt dan kun je de Aanschafsubsidieregeling emissieloze vrachtwagens (AanZET) aanvragen.

Binnenkort is het weer mogelijk, ondernemers kunnen vanaf dinsdag 4 april 2023 subsidie aanvragen voor de aanschaf van een emissieloze vrachtwagen. De Aanschafsubsidieregeling Zero-Emissie Trucks (AanZET) gaat dan weer open. Het budget voor dit jaar bedraagt €30.000.000. Vorig jaar was deze subsidieregeling ook beschikbaar, het budget was alleen al binnen een dag op dus wil je hier voor in aanmerking komen dan zul je er snel bij moeten zijn.

Wil je voor je bedrijf een nieuwe volledige emissieloze vrachtwagen kopen of (financieel) leasen? Of heb je een leasemaatschappij die vrachtwagens verhuurt dan kun je de Aanschafsubsidieregeling emissieloze vrachtwagens (AanZET) aanvragen. De AanZET-subsidieregeling maakt het voor ondernemers aantrekkelijker om te investeren in schone vrachtwagens. De subsidie verkleint namelijk het prijsverschil tussen een ‘klassieke’ dieseltruck en een schone zero-emissie (volledig uitstootvrije) truck.

De subsidie is bedoeld als stimulans om niet te kiezen voor een ‘gewone dieseltruck’, maar voor een schone, emissieloze vrachtwagen met batterij-elektrische of waterstof-elektrische aandrijving. Er kan subsidie worden aangevraagd voor de aanschaf van één of meer vrachtauto’s (maximaal 20). Je kunt een percentage van de aankoopprijs als subsidie krijgen. Dat percentage is afhankelijk van het type vrachtwagen en hoe groot je bedrijf is. Als het gaat om leasen, dan moet de leasemaatschappij de subsidie aanvragen.

Je moet voldoen aan onder andere deze voorwaarden om in aanmerking te komen voor de subsidie:

  • De vrachtwagen moet nieuw zijn.
  • De vrachtwagen moet voertuigklasse N3 of N2 zijn en minimaal 4.250 kilogram wegen.
  • De vrachtwagen is elektrisch aangedreven.
  • Brandstofcodes E en W komen in aanmerking.
  • De batterij mag geen lood bevatten.
Binnenkort is het weer mogelijk, ondernemers kunnen vanaf dinsdag 4 april 2023 subsidie aanvragen voor de aanschaf van een emissieloze vrachtauto.

Bouwbedrijven kunnen vanaf 9 mei gebruik maken van de Subsidieregeling Schoon en Emissieloos Bouwmaterieel (SSEB). Met deze subsidieregeling kun je als bouwbedrijf of bedrijf die bouwmaterialen verhuren, emissieloze bouwmachines kopen. Onder bouwmachines worden bedoeld: bouwwerktuigen, bouwvoertuigen en hulpfuncties. 

Je moet voldoen aan onder andere deze voorwaarden om in aanmerking te komen voor de subsidie:

  • De bouwmachine moet nieuw en emissieloos zijn.
  • De bouwmachine moet in de Lijst bouwmachines SSEB Aanschaf staan onder onderdeel A, B of C (met een J in de betreffende kolom) om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie.
  • Voor een bouwvoertuig geldt dat deze de voertuigkwalificatie N2 of N3 heeft (volgens kentekenregister RDW) en de carrosseriecode 9, 10, 15, 16, 26, 27 en 28 of de aanduiding voor speciale doeleinden SF. Heeft het bouwvoertuig voertuigcategorie N2? Dan is er alleen een aanvraag mogelijk bij een gewicht vanaf 4.250 kg.
  • De elektrische aandrijfmotor met een brandstofcel of een loodvrij accupakket voor aandrijving van een opbouw (hulpfunctie) komt alleen in aanmerking als de hulpfunctie geplaatst wordt op een vrachtwagen met tenminste milieuklasse Euro VI. Ook moet de hulpfunctie de verbrandingsmotor automatisch afschakelen als de elektromotor van de hulpfunctie wordt gebruikt. Het batterijpakket moet met een stekker oplaadbaar zijn.
  • De bouwmachine is bedoeld (en wordt minimaal 70 % van de tijd gebruikt) voor het verrichten van bouwwerkzaamheden in de open lucht en in Nederland.
  • De bouwmachine beschikt – indien elektrisch aangedreven – over een continu elektrisch vermogen van 8 kilowatt of hoger.
  • Het accupakket bevat geen lood.

Het budget van dit jaar bedraagt €36.000.000.

Akkoord vergroten infrastructuur alternatieve brandstoffen

Door een minimum aan oplaad- en tankinfrastructuur beschikbaar te maken in de hele EU, zal de verordening een einde maken aan de zorgen van consumenten over de moeilijkheid om een voertuig op te laden of bij te tanken.

De Commissie is verheugd over het politieke akkoord dat is bereikt tussen het Europees Parlement en de Raad om het aantal openbaar toegankelijke elektrische oplaad- en waterstoftankstations te vergroten, met name langs de belangrijkste vervoerscorridors en -knooppunten van de Europese Unie. Dit is een baanbrekende overeenkomst die de overgang naar emissievrij vervoer mogelijk zal maken en zal bijdragen aan onze doelstelling om de netto uitstoot van broeikasgassen tegen 2030 met ten minste 55% te verminderen.

De nieuwe verordening voor de uitrol van infrastructuur voor alternatieve brandstoffen (AFIR) bevat verplichte uitroldoelstellingen voor infrastructuur voor elektrisch opladen en tanken van waterstof voor de wegsector, voor walstroomvoorziening in zee- en binnenvaarthavens en voor elektriciteitsvoorziening voor stilstaande vliegtuigen. Door een minimum aan oplaad- en tankinfrastructuur beschikbaar te maken in de hele EU, zal de verordening een einde maken aan de zorgen van consumenten over de moeilijkheid om een ​​voertuig op te laden of bij te tanken. AFIR maakt ook de weg vrij voor een gebruiksvriendelijke oplaad- en tankervaring, met volledige prijstransparantie, gemeenschappelijke minimale betalingsopties en coherente klantinformatie in de hele EU.

Infrastructuur voor wegtransport, scheepvaart en luchtvaart 

De nieuwe AFIR-regels zorgen voor voldoende en gebruiksvriendelijke infrastructuur voor alternatieve brandstoffen voor de weg, de scheepvaart en de luchtvaart. Dit maakt het gebruik van emissievrije wegvoertuigen mogelijk, met name elektrische en lichte en zware voertuigen op waterstof, evenals de stroomvoorziening van afgemeerde schepen en stilstaande vliegtuigen. 

De nieuwe AFIR-regels zorgen voor voldoende en gebruiksvriendelijke infrastructuur voor alternatieve brandstoffen voor de weg, de scheepvaart en de luchtvaart.

Concreet zullen de volgende belangrijkste implementatiedoelstellingen in 2025 of 2030 moeten worden gehaald:

  • De oplaadinfrastructuur voor auto’s en bestelwagens moet in hetzelfde tempo groeien als het gebruik van voertuigen. Daartoe moet voor elke geregistreerde batterij-elektrische auto in een bepaalde lidstaat een vermogen van 1,3 kW worden geleverd door openbaar toegankelijke oplaadinfrastructuur. Bovendien moeten vanaf 2025 om de 60 km langs het trans-Europese vervoersnetwerk (TEN-T) snellaadstations van minstens 150 kW worden geïnstalleerd.
  • Op het TEN-T-kernnetwerk moeten vanaf 2025 om de 60 km oplaadstations voor zware bedrijfsvoertuigen met een minimumvermogen van 350 kW worden geplaatst, en vanaf 2025 om de 100 km op het grotere uitgebreide TEN-T-netwerk, met volledige netwerkdekking moet worden bereikt in 2030. Daarnaast moeten oplaadstations worden geïnstalleerd op veilige en beveiligde parkeerterreinen voor nachtelijk opladen en in stedelijke knooppunten voor bestelwagens.
  • Waterstoftankinfrastructuur die zowel auto’s als vrachtwagens kan bedienen, moet vanaf 2030 worden uitgerold in alle stedelijke knooppunten en om de 200 km langs het TEN-T-kernnetwerk, zodat er een voldoende dicht netwerk ontstaat om waterstofvoertuigen door de hele EU te laten rijden.
  • Zeehavens die ten minste 50 havenbezoeken door grote passagiersschepen of 100 havenbezoeken door containerschepen zien, moeten tegen 2030 walstroom voor dergelijke schepen leveren. Dit helpt niet alleen om de ecologische voetafdruk van maritiem transport te verminderen, ook de lokale luchtverontreiniging in havengebieden aanzienlijk verminderen. 
  • Luchthavens moeten tegen 2025 elektriciteit leveren aan stilstaande vliegtuigen op alle contactstands (gates) en tegen 2030 op alle afgelegen standplaatsen (outfield-posities). 
  • Exploitanten van elektrische oplaad- en waterstoftankstationsmoeten zorgen voor volledige prijstransparantie, een gemeenschappelijke ad-hocbetaalmethode zoals debet- of creditcard aanbieden en relevante gegevens, bijvoorbeeld op locatie, elektronisch beschikbaar stellen, zodat de klant verzekerd is volledig op de hoogte is.

Volgende stappen

Het deze week bereikte politieke akkoord moet nu formeel worden aangenomen. Zodra dit proces door het Europees Parlement en de Raad is voltooid, zullen de nieuwe regels in het Publicatieblad van de Europese Unie worden gepubliceerd en na een overgangsperiode van zes maanden in werking treden.

Achtergrond

De Europese Green Deal is de langetermijngroeistrategie van de EU om de EU tegen 2050 klimaatneutraal te maken. Om deze doelstelling te halen, moet de EU haar uitstoot tegen 2030 met ten minste 55% verminderen ten opzichte van het niveau van 1990. Het akkoord van deze week is een nieuwe belangrijke stap in de goedkeuring van het wetgevingspakket “Fit for 55” van de Commissie om de Europese Green Deal tot stand te brengen. Het volgt op andere recente deals, meest recentelijk over duurzame brandstoffen voor de scheepvaart, aldus de Europese Commissie. 

E-truck niet de enige oplossing voor CO2-vrij transport

Duidelijk is dat zonder een volledige overstap naar zero-emissievoertuigen het CO2-reductie einddoel in de transportsector niet gerealiseerd wordt.

Europese brancheorganisaties, waaronder de Internationale Wegtransport Unie, waarschuwen voor risico’s van nieuwe EU CO2-regels voor vrachtwagens. Zij vragen daarbij naast elektrificatie en waterstof ook erkenning van CO2-neutrale biobrandstoffen als een langetermijnoplossing voor het CO2-vrij maken van Transport in de EU.

Een terecht pleidooi. Duidelijk is dat zonder een volledige overstap naar zero-emissievoertuigen het CO2-reductie einddoel in de transportsector niet gerealiseerd wordt. Deze transitie komt echter moeizaam op gang vanwege de grote complexiteit bij het overstappen naar zero-emissievoertuigen. Dat zit vooral in de hogere kosten, beperkingen van de laadinfra, benodigde laadpleinen, forse investeringskosten en de beperkte ruimte op het elektriciteitsnet. Daarom zijn er naast zero-emissievoertuigen andere sneller te realiseren maatregelen noodzakelijk zoals brandstofbesparing en biobrandstoffen om de CO2-uitstoot in de komende vijf à tien jaar significant terug te dringen.

Biobrandstoffen worden gemaakt van plantaardige materialen en afval. Technisch gezien is het mogelijk om op 100 procent biobrandstof te rijden. Maar in de huidige praktijk is de beschikbare totale voorraad te klein en daarom worden deze biobrandstoffen gemengd met fossiele diesel. Sinds 2022 is het verplicht om daarvoor minimaal 17,9 procent biobrandstoffen te gebruiken. Dit percentage loopt op tot 28 procent in 2030.

Biobrandstoffen worden gemaakt van plantaardige materialen en afval.

Het nadeel van bijmenging is niet alleen dat het geen zero-emissieoplossing is, maar ook dat zo alle typen transportmotorvoertuigen gebruik maken van de schaarse biobrandstoffen, dus ook die voertuigen (zoals personenauto’s en busjes) waarvoor goede zero-emissiealternatieven zijn, namelijk 100 procent elektrisch. Hierdoor worden de schaarse biobrandstoffen niet optimaal benut. Door de schaarse voorraad 100 procent aan te wenden voor vrachtwagens, waarvoor de stap naar 100 procent-elektrisch nog tijd en moeite kost, ontstaat er een snel te realiseren hoognodige nieuwe zero-emissievariant voor het transport.

Inmiddels is het accent in het Nederlandse zero-emissiebeleid verschoven naar elektrisch en waterstof. Hoogtijd dus voor een aanpassing van het beleid waarbij 100 procent CO2-neutrale brandstof ook als onderdeel van de lange termijn aanpak bij het CO2-vrij maken van transport wordt erkend. Wat daarbij past is het stoppen met bijmengen voor gebruik voor busjes en personenauto’s omdat daar nu al betere alternatieven zijn in de vorm van elektrisch rijden, aldus Machiel Bode, sectorspecialist Transport, Logistics and Mobility, ING Sector Banking.

In 2025 waterstof elektrische vluchten vanaf Rotterdam The Hague Airport

Het idee is dat de partijen tegen eind 2024 demonstratievluchten van Rotterdam The Hague Airport naar bestemmingen in Europa zullen uitvoeren en zich voorbereiden op commerciële passagiersvluchten in 2025.

ZeroAvia is een leider op het gebied van emissievrije luchtvaart, gericht op waterstof-elektrische luchtvaartoplossingen om een ​​verscheidenheid aan markten aan te spreken. De aankomende maanden gaat ZeroAvia met Rotterdam The Hague Airport, Shell en Rotterdam The Hague Innovation Airport voorbereidingen treffen voor de eerste proefvluchten met een waterstofvliegtuig.

“Als een stichting die wordt ondersteund door Rotterdam The Hague Airport en de gemeente Rotterdam, wil RHIA altijd innovatie en duurzame luchtvaartontwikkelingen bij RTHA stimuleren, samen met en voor een netwerk van partners. RHIA werkt actief samen met partners binnen haar DutcH2 Aviation Hub-programma om vluchten op waterstof vanuit RTHA te ontwikkelen. Deze samenwerking is een van de projecten binnen het programma die ons helpt de open-access infrastructuur te creëren die nodig is voor de sector. RHIA helpt graag om dit specifieke partnerschap te faciliteren en het project tot leven te brengen, en om de basis te leggen voor de partners binnen de gemeenschap”.

Miranda Janse, CEO Rotterdam The Hague Innovation Airport.

Vorig jaar sloten de partijen al een overeenkomst met elkaar om de eerste commerciële vlucht op waterstof/elektrisch mogelijk te maken. Onlangs is een samenwerkingsovereenkomst getekend door bovenstaande partijen. Het idee is dat de partijen tegen eind 2024 demonstratievluchten van Rotterdam The Hague Airport naar bestemmingen in Europa zullen uitvoeren en zich voorbereiden op commerciële passagiersvluchten in 2025.

“Waterstof is de sleutel tot het koolstofarm maken van de luchtvaart. Deze samenwerking helpt ons bij het demonstreren en valideren van nieuwe luchthaveninfrastructuurvereisten en operationele concepten. En daarmee de luchthaventransformatie richting Zero-Emission versnellen en stimuleren”.

Wilma van Dijk, CEO Rotterdam The Hague Airport van Royal Schiphol Group.

Ook willen ze Waterstof op de luchthaven beschikbaar maken. De vluchten zullen uitgevoerd gaan worden met vliegtuigen met ZA600 motoren (waterstof/elektrisch) van ZeroAvia. De demonstratievluchten moeten naar bestemmingen binnen een straal van 250 zeemijl (460 kilometer) van Rotterdam.

“Dit project en deze samenwerking is een mijlpaal omdat het een snelle decarbonisatie van een moeilijk te elektrificeren sector zoals de luchtvaart mogelijk maakt. Het biedt ook de kans om één van de eerste internationale emissievrije passagiersroutes te ondersteunen. Bovendien biedt het de mogelijkheid om multi-fuel en multimodaal tanken op de weg te testen in een live luchthavenomgeving. Dit is een grote stap voorwaarts voor de waterstofluchtvaart en voor de plannen van Shell op dit gebied.”

Oliver Bishop, General Manager Waterstof bij Shell.

Het project richt zich ook op de ontwikkeling van luchtvaartspecifieke normen en protocollen rond veiligheid, tanken en waterstofbeheer. De partijen zullen samenwerken in gesprekken met potentiële luchtvaartmaatschappijen voor de eerste demonstratie en daaropvolgende commerciële vluchten. Het doel is het koolstofvrij maken van het hele luchtvaartecosysteem.

“Met dit consortium, inclusief Rotterdam The Hague Innovation Airport en Shell, wordt de bal een aanzienlijk eind verder over het veld verplaatst naar onze doellijn van commerciële operaties. Enkele eerste passagiers op emissievrije vluchten ter wereld zouden vanuit Rotterdam kunnen vliegen. Er is nog veel werk aan de winkel, maar met duidelijke mijlpalen en doelstellingen, begint het harde werk nu echt om de infrastructuur op te leveren en de vereiste protocollen en standaarden te verkennen.”

Arnab Chatterjee, VP Infrastructuur, ZeroAvia.

Regio Foodvalley schoon op weg met waterstof

Toyota dealer Van Gent uit Ede presenteerde na de bijeenkomst deze schone en duurzame waterstofauto. Deze waterstofauto sluit als ‘gebruiker’ van waterstof perfect aan bij de inzet van de Regio Foodvalley om waterstof van opwek tot aan het gebruik voor verschillende doeleinden te stimuleren.

Na afloop van de bijeenkomst ‘Werkplaats Waterstof: Innovatie & Businesscases’ nam wethouder Engbert Stroobosscher (Veenendaal), bestuurlijk verantwoordelijk voor Mobiliteit in Regio Foodvalley, de sleutel van de Toyota Mirai in ontvangst. Toyota dealer Van Gent uit Ede presenteerde na de bijeenkomst deze schone en duurzame waterstofauto. Deze waterstofauto sluit als ‘gebruiker’ van waterstof perfect aan bij de inzet van de Regio Foodvalley om waterstof van opwek tot aan het gebruik voor verschillende doeleinden te stimuleren.

Schoon op weg

Regio Foodvalley rijdt het komende jaar schoon en duurzaam. Wethouder Engbert Stroobosscher, bestuurlijk verantwoordelijk voor het thema Mobiliteit in Regio Foodvalley: “Er rijden nu nog maar weinig voertuigen op waterstof en Regio Foodvalley wil bijdragen aan het opstarten van een regionale waterstof economie. Als meer mensen op waterstof gaan rijden, breng je de markt en de benodigde infrastructuur op gang.” De waterstofauto wekt in de brandstofcel, uit waterstof, elektriciteit op en stoot alleen waterdamp uit. De actieradius is veel hoger dan bij een elektrische auto en waterstof kan snel en eenvoudig getankt worden bij een vulpunt.

“Ik ben trots dat wij als organisatie met een waterstofauto gaan rijden. De waterstofauto wordt ingezet als deelauto. Daarmee rijden wij schone zakelijke kilometers die anders met een benzine- of dieselauto worden gereden. De waterstofauto stoot geen CO2 maar waterdamp uit en zo dragen we bij aan schonere lucht”.

Arjen Droog, directeur Regio Foodvalley.

Groepsfoto met deelnemers werkplaats Waterstof: ‘Innovatie & Businesscases’.

Waterstof is een kansrijke energiedrager voor de toekomst

Waterstof is een energiedrager die ingezet kan worden in meerdere toepassingen. Bijvoorbeeld voor voertuigen die lange afstanden moeten afleggen. Maar kan ook worden ingezet als energieopslag in een duurzaam energiesysteem, waarbij energie wordt opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen (zoals zon en wind). Het kan als oplossing dienen om de kloof tussen het aanbod van groene energie en de vraag ernaar te verkleinen door buffer. Er zijn diverse stappen nodig om waterstof daadwerkelijk toe te passen. Denk aan de opwek van duurzame energie, de omzetting naar waterstof, opslag, distributie en uiteindelijk eindgebruik in bijvoorbeeld een vrachtwagen.

In Regio Foodvalley zijn al volop initiatieven, zoals het project ‘Milkrun’ in Ede of de ontwikkeling van tankstations in Ede en Veenendaal. In Arnhem en Nieuwegein zijn er al vulpunten en in Amersfoort wordt gebouwd aan een waterstoftankstation. Deze is in maart 2023 operationeel. Dat zijn goede stappen om het befaamde ‘kip-ei’ probleem bij nieuwe mobiliteit op te lossen. Je hebt voertuigen nodig om de marktvraag te ontwikkelen en vulpunten om gebruikers te overtuigen om daadwerkelijk over te stappen. Als beide op elkaar wachten, dan leidt dat tot vertraging. Samenwerking tussen overheid en bedrijfsleven is onontbeerlijk om dit te doorbreken.

Vanuit het Living Lab Regio Foodvalley Circulair worden een aantal keer per jaar werkplaatsbijeenkomsten op het gebied van waterstof georganiseerd. De toenemende waterstofinitiatieven rondom transport, opslag en distributie in de regio worden gesignaleerd en waar mogelijk ondersteund. Bedrijfsleven, overheid, en kennisinstellingen werken samen om de ontwikkeling te versnellen en om innovatie een boost te geven. De werkplaats Waterstof op 25 januari stond in het teken van innovatie over de hele keten en toepassing van waterstof in de agrarische sector. Elke keer wordt een ander aspect uitgelicht, zo is het o.a. in eerdere werkplaatsen gegaan over regelgeving, financiering en onderwijs.

Foto boven en beneden: Beeldbank Foodvalley.

Rolls-Royce bouwt vliegtuigmotor om tot waterstofmotor

EasyJet en Rolls-Royce hebben een baanbrekende nieuwe samenwerking voor H2ZERO.

Waterstof doet nu ook intrede om de beloftes om de CO2-intensieve luchtvaartsector te vergroenen waar te maken. Beide bedrijven hadden afgelopen zomer toegezegd samen te werken aan een reeks motortests op de grond. Het doel van de samenwerking is om aan te tonen dat waterstof het potentieel heeft om vanaf het midden van de jaren 2030 een reeks vliegtuigen aan te drijven.

De luchtvaart is op dit moment goed voor 2,4 procent van de wereldwijde CO2-uitstoot. Om Europese doelstelling voor 2050 te behalen en een emissieloze economie te hebben, kijken luchtvaartmaatschappijen en vliegtuigbouwers naar zowel waterstof als elektrische accu’s om de CO2-uitstoot van vliegtuigen terug te dringen.

H2ZERO

Ondertussen heeft de Britse fabrikant van vliegtuigmotoren Rolls-Royce en vliegtuigmaatschappij Easyjet een waterstofmotor voor vliegtuigen gepresenteerd. Binnen het H2ZERO programma werd de bestaande AE 2100-A vliegtuigmotor omgebouwd tot een waterstofmotor. Deze motor wordt gebruikt in propellervliegtuigen voor regionaal verkeer, en draait normaal gesproken op kerosine. Er is nog geen sprake van een straalmotor die in lange-afstandsvliegtuigen wordt gebruikt. Dit zal worden gevolgd door een grootschalige grondtest van een Rolls-Royce Pearl 15 straalmotor.

Rolls-Royce – Easyjet

H2ZERO is geïnspireerd door de wereldwijde, door de VN gesteunde Race to Zero-campagne die beide bedrijven hebben ondertekend, waarmee ze zich ertoe verbinden om tegen 2050 een netto nul-koolstofuitstoot te bereiken. Het H2ZERO-partnerschap is tot stand gekomen als reactie op gedetailleerde studies en marktonderzoek – inclusief het Fly Zero-team van het UK Aerospace Technology Institute en Project NAPKIN (New Aviation Propulsion Knowledge and Innovation Network) – die beide concludeerden dat er marktpotentieel is voor vliegtuigen op waterstof.

Stimuleringsbeleid waterstof in mobiliteit

Kamerbrief over start stimuleringsbeleid waterstof in mobiliteit.

Staatssecretaris Heijnen (IenW) informeerde de Tweede Kamer over de ontwikkeling van publieke waterstoftankstations vanaf 2022 tot 2025. Het stimuleren van waterstof in mobiliteit is 1 van de doelstellingen in het Klimaatakkoord uit 2019. Bij de Kamerbrief stuurde de Minister enkele onderzoeksrapporten mee.

In het Klimaatakkoord uit 2019 staan doelstellingen om waterstof in mobiliteit verder te ontwikkelen, naast batterij-elektrisch rijden. Een van de doelen is de ontwikkeling van 50 waterstoftankstations in 2025. Op dit moment zijn er 14 publieke waterstoftankstations in bedrijf, waarvan er enkele ook geschikt zijn voor zwaar wegvervoer.

ontwikkeling

Omdat deze techniek nog verder ontwikkeld en getest moest worden, heeft IenW in de afgelopen jaren meerdere waterstofprojecten gefinancierd vanuit de DKTI subsidie. Die projecten hebben zowel de ontwikkelaars van voertuigen als exploitanten van waterstoftankinfra de gelegenheid gegeven in een pilotsetting ervaring op te doen met het rijden in voertuigen op waterstof. Daarnaast heeft de Minister verschillende rapporten uitgevraagd die een handelingskader bieden voor de verdere uitrol van de ambities zoals neergelegd in het Klimaatakkoord.

Voor een rendabele exploitatie van een
waterstoftankstation is een gegarandeerde basisafname van waterstof door een
vloot aan voertuigen noodzakelijk. Dat betekent dat niet alleen geïnvesteerd dient
te worden in voertuigen, maar ook in bijbehorende tankinfrastructuur met een
focus op zwaar wegvervoer.

Voor een rendabele exploitatie van een waterstoftankstation is een gegarandeerde basisafname van waterstof noodzakelijk.

Staatssecretaris Heijnen is tot de conclusie gekomen dat een regeling, waarbij voertuigen gekoppeld worden aan een waterstoftankstation, het beste instrument is om opschaling mogelijk te maken. Omdat bestaande subsidieregelingen voor zero emissievervoer de mogelijkheid van die koppeling niet geven, zal zij RVO opdracht geven een stimuleringsregeling voor waterstof in mobiliteit te ontwikkelen met de reeds gereserveerde middelen van € 22 miljoen euro uit het Klimaatakkoord voor de  infrastructuur waterstoftanks en voor de doorontwikkeling van waterstof in mobiliteit.

Daarmee kunnen naar verwachting meerdere projectvoorstellen worden gehonoreerd voor de ontwikkeling van een tankstation dat voldoet aan de AFIR normen en bijbehorende gegarandeerde basisafname door voertuigen. Dit betekent een relevante start in de opschaling en de invulling van de verplichting uit de toekomstige REDIII en de AFIR, al zal afhankelijk van de uitkomsten van de onderhandelingen nog aanvullende inzet nodig zijn voor volledige implementatie.

Vivianne Heijnen
staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat – foto: Pitane Blue