Tag archieven: MORA

Nieuwe regels beloven kansen: mobiliteitsraad waarschuwt voor halve oplossingen

De raad vraagt om bij de uitwerking van het decreet evenwichtige voorwaarden voor vervoerders te creëren en om het gebruikersperspectief centraal te
stellen

Met het nieuwe voorontwerp van decreet over aangepast vervoer zet Vlaanderen een stap die volgens velen al jaren onvermijdelijk was. De sector van aangepast vervoer balanceert al lange tijd op een dun koord van tijdelijke regelingen, onzekerheid over financiering en een versnipperde organisatie. 

Ook de Mobiliteitsraad van Vlaanderen laat in haar recent advies weinig twijfel bestaan over de noodzaak van structurele duidelijkheid. De raad stelt expliciet dat het afgelopen moet zijn met de onzekerheid waarin aangepast vervoer vandaag wordt georganiseerd. Voor taxibedrijven en andere vervoersoperatoren klinkt dat als een erkenning van een probleem dat al lang leeft. Tegelijk maakt het advies duidelijk dat succes niet vanzelfsprekend is en dat de uitwerking van het decreet bepalend zal zijn voor de toekomst van de sector.

cruciaal kantelpunt

Centraal staat de vraag of aangepast vervoer eindelijk zal worden behandeld als een volwaardige, professioneel georganiseerde vervoerstak. Voor veel operatoren is dat een cruciaal kantelpunt. Jarenlang investeerden zij in aangepaste voertuigen, gespecialiseerde opleidingen voor chauffeurs en een dienstverlening die rekening houdt met kwetsbare doelgroepen. Die inspanningen botsten echter te vaak op onduidelijke spelregels en ontoereikende vergoedingen. Het risico bestaat dat het nieuwe decreet blijft hangen in een hybride systeem waarin verantwoordelijkheden diffuus zijn en de lasten vooral bij de uitvoerende partijen terechtkomen.

De MORA stelt vast dat de maatschappelijke integratie van personen met een
mobiliteitsbeperking onvoldoende concreet wordt uitgewerkt. Het aangepast
vervoer moet meer omvatten dan louter deur-tot-deurvervoer en rekening
houden met de nood aan passende begeleiding.

De Mobiliteitsraad steunt de intentie van de Vlaamse overheid om aangepast vervoer structureel te verankeren en vanaf 2028 te integreren in het bredere mobiliteitsbeleid. Dat perspectief biedt kansen voor professionele vervoerders die op lange termijn willen plannen. Tegelijk waarschuwt de raad dat deze integratie niet mag ontaarden in een administratief experiment. Volgens het advies dreigt anders een situatie waarin vervoersoperatoren wel verantwoordelijkheden en risico’s dragen, maar onvoldoende zekerheid krijgen over opdrachten, inkomsten en continuïteit.

Foto: © Pitane Blue – ouder koppel bij de bushalte

Ouderen, personen met andere dan fysieke mobiliteitsbeperkingen en tijdelijke mobiliteitsbeperkingen dreigen uit de boot te vallen.

Een van de meest besproken elementen is het voorgestelde centrale reserverings- en dataplatform. Dat platform moet volgens de Mobiliteitsraad neutraal, transparant en betrouwbaar functioneren. Voor de sector is dit geen technische bijzaak. Wie dagelijks ritten uitvoert voor mensen met een beperkte mobiliteit, heeft nood aan correcte informatie, realistische planningen en een eerlijke verdeling van opdrachten. Wanneer het platform onvoldoende geïntegreerd is met andere vormen van vervoer op maat, dreigt extra complexiteit. Voor taxibedrijven kan dat leiden tot hogere kosten, meer administratieve lasten en minder mogelijkheden om ritten efficiënt te organiseren.

werkelijke kosten

Financiering vormt een tweede, minstens even gevoelig punt. De Mobiliteitsraad benadrukt dat compensaties moeten aansluiten bij de werkelijke kosten van aangepast vervoer. In de praktijk is dat vandaag vaak niet het geval. Aangepast vervoer vergt immers investeringen die aanzienlijk hoger liggen dan bij klassiek personenvervoer. Aangepaste voertuigen zijn duurder, ritten nemen meer tijd in beslag en chauffeurs moeten beschikken over specifieke vaardigheden en opleidingen. Wanneer vergoedingen deze realiteit niet weerspiegelen, dreigen professionele spelers af te haken of onder kostprijs te werken. Dat ondermijnt niet alleen de kwaliteit, maar ook de duurzaamheid van het hele systeem.

De raad vraagt transparante criteria en procedures voor het weigeren of beperken van ritten, inclusief een duidelijke klachten- en beroepsprocedure.
Doorverwijzing naar regulier openbaar vervoer kan enkel via een objectieve en
onafhankelijke beoordeling en vereist blijvende investeringen in de toegankelijkheid van het regulier openbaar vervoer

Daarnaast wijst het advies op het delicate evenwicht tussen professionele vervoerders en vrijwilligersinitiatieven. Vrijwilligers vervullen een belangrijke rol, maar mogen geen structurele vervanging worden voor professioneel georganiseerd vervoer. Voor taxibedrijven is een gelijk speelveld essentieel. Wanneer commerciële operatoren aan strikte regels en tarieven gebonden zijn, terwijl andere spelers buiten dat kader opereren, ontstaat marktverstoring en onzekerheid.

transparante criteria

Ook het gebruikersperspectief krijgt aandacht. Duidelijke toegangscategorieën en transparante criteria zijn noodzakelijk om discussies, annulaties en inefficiënte ritten te vermijden. Onduidelijkheid aan de voordeur vertaalt zich immers rechtstreeks in operationele verliezen voor vervoerders.

Het advies van de Mobiliteitsraad fungeert daarmee als een duidelijke waarschuwing. Aangepast vervoer kan uitgroeien tot een stabiele en professionele pijler binnen het Vlaamse mobiliteitslandschap en tot een waardevolle markt voor taxibedrijven en vervoersoperatoren. Dat vereist echter moedige keuzes rond vergoedingen, rolverdeling en organisatie. Zonder die keuzes dreigt het nieuwe decreet vooral oude problemen een nieuw jasje te geven.

Beluister onze podcast over dit onderwerp.

Bedrijfswagens ontsnappen aan GAS-boetes in Vlaanderen door gat in de wetgeving

Ambtenaren en de Vlaamse Mobiliteitsraad roepen op tot dringende aanpassingen in de boeteprocedure om straffeloosheid en verkeersonveiligheid aan te pakken.

In Vlaanderen blijkt het mogelijk om aan administratieve geldboetes, beter bekend als GAS-boetes, te ontsnappen voor lichte snelheidsovertredingen. Met name bestuurders van bedrijfswagens en leasingauto’s kunnen dit doen door simpelweg op het antwoordformulier te verklaren dat zij niet achter het stuur zaten ten tijde van de overtreding. Volgens een rapport van de Gazet van Antwerpen is dit ook expliciet aangegeven in een advies van de Vlaamse Mobiliteitsraad (MORA) aan het Vlaamse parlement. Het advies benadrukt dat het weigeren om de werkelijke bestuurder bekend te maken meestal leidt tot het stopzetten van de boeteprocedure.

Mobiliteitsminister Peeters stelt echter dat het verzwijgen van de identiteit van de bestuurder door zogenaamde rechtspersonen, een term die in dit geval verwijst naar bedrijven en leasingmaatschappijen, een strafbaar feit is. Desondanks merkt ze op dat Vlaamse rechtbanken deze dossiers niet als een prioriteit beschouwen. Het is dus de vraag of er daadwerkelijk een wettelijke vervolging zal volgen. Bovendien zijn de sanctionerende ambtenaren, die de GAS-boetes uitdelen, afhankelijk van de medewerking van deze bedrijven om de naam van de daadwerkelijke bestuurder te verkrijgen.

De Vlaamse Vereniging voor Steden en Gemeenten (VVSG) heeft, net als de Mobiliteitsraad, meermaals gewaarschuwd voor deze gang van zaken. Beide organisaties benadrukken dat dit tot straffeloosheid leidt. Ondanks dat in theorie iedereen deze achterpoort kan gebruiken, is het probleem vooral zichtbaar bij bestuurders van bedrijfswagens. Zowel MORA als VVSG roepen op tot het aanpassen van de huidige regelgeving. Het ontduiken van boetes is niet slechts een kwestie van sluwheid. Het heeft ook concrete gevolgen voor de verkeersveiligheid. Snelheidsovertredingen zijn namelijk een van de voornaamste oorzaken van verkeersongevallen. De huidige situatie ondergraaft de pogingen om dit gedrag te ontmoedigen en daarmee de veiligheid op de Vlaamse wegen te vergroten.

Het is evident dat het huidige systeem van GAS-boetes niet alleen inefficiënt is maar ook bijdraagt aan een cultuur van straffeloosheid, met name onder bestuurders van bedrijfswagens en leasingauto’s.

MORA

De Mobiliteitsraad van Vlaanderen (MORA) is de strategische adviesraad voor het beleidsdomein Mobiliteit en Openbare Werken. De MORA adviseert de Vlaamse Regering en het Vlaams Parlement over de krachtlijnen van het mobiliteitsbeleid en de openbare werken in Vlaanderen en brengt advies uit over voorontwerpen en voorstellen van decreet, ontwerpen van besluit en ontwerpen van samenwerkingsakkoord die de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest wil sluiten met de Staat of met andere gemeenschappen en gewesten, het te voeren begrotingsbeleid inzake mobiliteit, met inbegrip van de meerjareninvesteringsplannen van de entiteiten die bevoegd zijn voor verkeer en vervoer, en exploitaties van het geregeld vervoer.

VVSG

De Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG) is belangenbehartiger, kennisdeler en netwerkbouwer van en voor de lokale besturen. Bij de VVSG staat het opkomen voor de belangen van de Vlaamse lokale besturen centraal. Dat vormt de kern van hun rol als belangenbehartiger. Elk jaar behandelen ze vele tientallen Vlaamse, federale en Europese beleidsdossiers, die ze aankaarten bij ministers en hun kabinet, in het parlement, op administraties en tijdens tal van formele en informele contacten. Zo oefenen ze invloed uit op het beleid en de besluitvorming op verschillende bestuursniveaus.

MORA hamert op realistische benadering milieu vereisten voor taxivoertuigen

De MORA blijft samen met de sector hameren op een realistische benadering van de milieu vereisten voor taxivoertuigen.

Vlaams minister van Mobiliteit en Openbare Werken Lydia Peeters vroeg Mora om advies over het ontwerpbesluit betreffende de exploitatievoorwaarden voor het individueel bezoldigd personenvervoer. De MORA stelde vast dat het oorspronkelijke besluit op 30 maart 2023 vernietigd werd door de Raad van State op basis van een procedurefout, met name het niet opvragen van een advies bij de Gegevensbeschermingsautoriteit. Gezien het juridisch vacuüm dat door de vernietiging is ontstaan, begrijpt de MORA het verzoek om deze adviesvraag bij hoogdringendheid te behandelen.

toets Raad van State

De aard van de argumentatie van de Raad van State leent zich ertoe om de procedurefout te remediëren en een ongewijzigd BVR goed te keuren. De MORA is echter onzeker of het voorgelegde ontwerpbesluit, dat identiek is aan het oorspronkelijke besluit en de daaropvolgende wijzigingsbesluiten, een volgende toets van de Raad van State zal doorstaan. De Raad van State heeft zich immers nog niet ten gronde uitgesproken over de inhoudelijke bezwaren die de sector bij de Raad heeft aangebracht. 

De Raad van State vernietigde op 30 maart 2023 het oorspronkelijke besluit over de exploitatievoorwaarden voor het individueel bezoldigd personenvervoer op basis van een procedurefout. Om zo snel mogelijk opnieuw rechtszekerheid te garanderen voor de sector, werd de MORA om een spoedadvies gevraagd over het herstelbesluit. Dit ontwerpbesluit is identiek aan het oorspronkelijke besluit, aangevuld met de wijzigingen uit opeenvolgende wijzigingsbesluiten.

De nood om zo snel mogelijk opnieuw rechtszekerheid te creëren voor de sector en de lokale besturen zorgt er voor dat een aantal van de bestaande discussiepunten ongewijzigd blijven bestaan. Dit is volgens de MORA een gemiste kans. In eerdere adviezen over de regelgeving m.b.t. het individueel bezoldigd personenvervoer plaatste de raad meermaals vraagtekens bij de taalvereisten voor chauffeurs en de milieu vereisten voor voertuigen.

Lydia Peeters – Vlaams minister van Mobiliteit en Openbare Werken

De MORA begrijpt dat de Vlaamse Regering het juridisch vacuüm snel wil remediëren, maar een aantal inhoudelijke discussiepunten blijven voorlopig onbehandeld. Twee belangrijke voorbeelden die de MORA in zijn briefadvies aanbrengt zijn de zeer strenge taalvereisten voor chauffeurs en de milieuvereisten voor voertuigen, die voor sommige segmenten haaks staan op de beschikbaarheid van voertuigen op de markt. Daarom vraagt de MORA expliciet om het overleg met de taxisector en de MORA over deze discussiepunten verder te zetten en naar oplossingen te zoeken, onder meer met het oog op een eventuele inhoudelijke toets in de toekomst door de Raad van State.

In het wijzigingsbesluit van 3 juni 2022 herbevestigde de Vlaamse Regering dat taxichauffeurs mondeling en schriftelijk taalniveau B1 moeten halen. In zijn advies op dit wijzigingsbesluit bleef de raad bij zijn oordeel dat deze vereiste, gezien de benodigde vaardigheden voor de functie, de huidige situatie op de arbeidsmarkt (post-COVID) en de economische kenmerken van de taxisector, te streng is. De raad blijft aandringen op een meer realistische benadering van de taalvoorwaarden – bijvoorbeeld door een specifieke sectorgerichte taalvorming – die de dienstverlening naar klanten toe niet in het gedrang brengt.

milieu vereisten

De MORA blijft samen met de sector hameren op een realistische benadering van de milieu vereisten voor taxivoertuigen. Veel bedrijven en chauffeurs hebben al de overstap naar zero-emissievoertuigen gemaakt. Maar in sommige segmenten, zoals bijvoorbeeld minibusjes, zijn er amper voldoende voertuigen te vinden die voldoen aan de milieu vereisten in het BVR. De MORA herhaalt daarom zijn vraag om de omslag naar zero-emissievervoer in de sector zo veel mogelijk te ondersteunen door het realiseren van randvoorwaarden (voldoende specifieke laadinfrastructuur) en een realistische benadering van de milieu vereisten. 

En hoewel het wijzigingsbesluit van 3 juni 2022 de door de MORA voorspelde problemen met de ecoscores tijdelijk remedieerde, blijft het instrument ‘ecoscore’ centraal staan in de exploitatievoorwaarden. Zowel in 2019 als in 2022 stelde de MORA dat het niet slim is om een niet decretaal verankerd instrument als de ‘ecoscore’ te hanteren als graadmeter voor milieu kenmerken. De MORA voorzitter Daan Schalck en algemeen secretaris Tim Buyse vertrouwen erop dat het herstelbesluit zo spoedig mogelijk opnieuw rechtszekerheid creëert, maar dringen erop aan om het overleg met de sector en de MORA (Mobiliteitsraad Vlaanderen) verder te zetten, met het oog op een meer optimale regelgeving voor alle betrokkenen.

de MORA

De MORA adviseert de Vlaamse Regering en het Vlaams Parlement over de krachtlijnen van het mobiliteitsbeleid en de openbare werken in Vlaanderen en brengt advies uit over voorontwerpen en voorstellen van decreet, ontwerpen van besluit en ontwerpen van samenwerkingsakkoord die de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest wil sluiten met de Staat of met andere gemeenschappen en gewesten, het te voeren begrotingsbeleid inzake mobiliteit, met inbegrip van de meerjareninvesteringsplannen van de entiteiten die bevoegd zijn voor verkeer en vervoer, en  exploitaties van het geregeld vervoer.

Vlaamse taxisector en vakbonden waarschuwen voor kaalslag in Vlaamse taxisector

De Vlaamse regering in lopende zaken zal binnenkort het Uitvoeringsbesluit goedkeuren dat het nieuwe Taxidecreet moet implementeren. De sociale partners van de taxisector luiden de alarmbel, steunend op een vernietigend advies door de Vlaamse Mobiliteitsraad (MORA). Volgens dat advies voert de Vlaamse regering onrealistische criteria in op het vlak van milieu en taalkennis. 

Bovendien, aldus het vakblad Personenvervoer Magazine, biedt het Uitvoeringsbesluit onvoldoende hulpmiddelen aan lokale overheden om te implementeren en te controleren. Ten slotte komt mobiliteitsminister Weyts zijn belofte niet na om de prijzen te monitoren.

In haar recent uitgebrachte advies geeft MORA aan dat de huidige ontwerptekst de vele leemten van het taxidecreet niet opvult. De MORA waarschuwt dat een ongewijzigd uitvoeringsbesluit de duurzaamheid van de taxisector ernstig in het gedrang brengt. De werkgeversorganisatie GTL en de werknemersorganisaties ACV-Transcom en ABVV-BTB roepen de Vlaamse Regering op om alsnog rekening te houden met de adviezen van de MORA en de sector en een sociaaleconomisch bloedbad te vermijden.

Het uitvoeringsbesluit legt zeer strenge milieunormen op aan de taxivoertuigen. Het MORA-advies wijst erop dat er een te groot verschil bestaat tussen de opgelegde ecoscores en de huidige milieuprestaties van de taxivloot om dit zonder overgangsmaatregelen door te voeren: “Op basis van onze cijfers betekent deze maatregel dat 75% van de Vlaamse taxi’s en 50% van de minibusjes op zeer korte termijn vervangen moeten worden”, zegt Pierre Steenbergen, secretaris-generaal van GTL. “Uiteraard staan wij achter een vergroening van de taxi’s. Heel wat taxiondernemingen zetten in op elektrische en hybride voertuigen. We stellen echter vast dat de criteria die minister Weyts ons nu wil opleggen totaal onrealistisch zijn en honderden KMO’s verplicht om nog voor begin van volgend jaar het grootste deel van hun vloot te vervangen”.

De extra investering voor de omschakeling van een populair dieselmodel naar een evenwaardig hybride model bedraagt ongeveer 20.000 euro per wagen. Sommige taxibedrijven vervangen 25 auto’s per jaar. Dat betekent dat vele taxiondernemers op deze wijze het mes op de keel krijgen.

De situatie is nog schrijnender voor minibusjes, die ondermeer  gebruikt worden voor het vervoer van rolstoelgebruikers. Naast de veel hogere aankoopprijs van de busjes, zullen de ondernemingen ook extra geld moeten steken in de ombouw ervan voor rolstoelgebruik. Bovendien zal hetzelfde type minibus minder personen kunnen vervoeren, omdat de elektrische batterij veel ruimte inneemt. Tenslotte zal het gewicht van de nieuwe minibus de chauffeurs ook verplichten om een rijbewijs type D voor autobussen te halen. 

“Is de Vlaamse regering bereid om de gevolgen te dragen van haar onbezonnen ambities: faillissementen, duurdere ritten en een tekort aan vervoer voor mindervaliden?” vraagt Jan Sannen van ACV-Transcom.  

MORA stelt vast dat de huidige taalvereisten in het uitvoeringsbesluit de lat zeer hoog leggen voor de taxichauffeurs. In de toekomst zullen de chauffeurs hun kennis van het Nederlands moeten aantonen door middel van een B1-attest. De sociale partners zijn het eens dat het Nederlands een belangrijke vereiste blijft om te communiceren met de klanten. De voorgestelde taaleis is echter een ernstige barrière voor de invulling van deze jobs. 

“De taxisector biedt reeds decennialang laagdrempelige jobs aan personen die moeilijk aan werk komen. Door de lat te verlagen naar een A2-attest kan een optimale dienstverlening voor de klant worden verzekerd én sluiten we uit dat laaggeschoolde werknemers en nieuwkomers geen kansen meer krijgen”, zegt Erik Maes van ABVV-BTB.

“Voor de gemeenten serveert minister Weyts kaas met gaten, heel veel gaten”, stelt Pierre Steenberghen van GTL. “Terwijl het taxidecreet het onderscheid invoert tussen standplaatstaxi en straattaxi, stelt de MORA vast dat de Vlaamse Regering niet de nodige hulpmiddelen invoert om de lokale besturen te laten controleren of de chauffeurs zich aan de nieuwe regels houden”. “Wat belet een individuele bestuurder om zijn kans te wagen bij een standplaats waar hij geen machtiging voor heeft? Hoe moet de handhaver controleren of een taxi al dan niet aan het rijden is onder categorie standplaatstaxi of onder categorie straattaxi?”, merkt het MORA-advies op.

De sociale partners hebben reeds eerder aangekaart dat het nieuwe Taxidecreet een verregaande liberalisering doorvoert op maat van Uber. Minister Weyts heeft steeds beweerd dat er bijkomende maatregelen in het uitvoeringsbesluit zouden staan om de mogelijke uitwassen de baas te kunnen. De minister beloofde bijvoorbeeld de prijzen te monitoren om sociale dumpingpraktijken of ontsporingen bij de prijszetting een halt toe te roepen. Ook van deze belofte is echter niks terug te vinden in het ontwerp van uitvoeringsbesluit.

Het MORA-advies stelt dat er zelfs geen sprake is van een uitgewerkt mechanisme voor prijsmonitoring en -evaluatie. “Zonder controle op de prijs, zullen giganten zoals Uber de Vlaamse KMO’s wegconcurreren door middel van dumpingprijzen. Het Uber-model zal leiden tot monopolievorming, lagere lonen en

– op termijn – hogere prijzen. De minister moet op z’n minst zijn beloftes nakomen en een monitoringsysteem oprichten, zodat sociale dumping kan worden vermeden“, concludeert Erik Maes van ABVV-BTB