Tag archieven: stroom

Groene deal: De Lijn zet tien jaar lang in op Belgische windenergie

Gezamenlijke publieke overeenkomst moet hernieuwbare energie en prijsbeheersing combineren, vervoersmaatschappij koppelt vanaf 2027 jaarlijks 8,08 GWh aan Belgische windparken.

De Vlaamse vervoersmaatschappij De Lijn verzekert zich vanaf 2027 voor een periode van tien jaar van een deel van de productie van Belgische windenergie. De vervoerder stapt daarvoor mee in de eerste gezamenlijke virtuele Power Purchase Agreement (vPPA) die door het Vlaams Energiebedrijf is opgezet. Jaarlijks wordt 8,08 GWh van de elektriciteitsbehoefte van De Lijn aan Belgische windenergie gekoppeld.

De overeenkomst moet De Lijn niet alleen toegang geven tot hernieuwbare elektriciteit van Belgische oorsprong, maar ook meer zekerheid bieden over een deel van de toekomstige energiekosten. Het totale verwachte productievolume binnen het gezamenlijke contract bedraagt ongeveer 45,5 GWh per jaar. De Lijn neemt daarvan 17,8 procent voor haar rekening.

energieafspraak

De langlopende energieafspraak komt op een belangrijk moment voor de vervoersmaatschappij. De elektrificatie van de busvloot zorgt ervoor dat de elektriciteitsbehoefte de komende jaren aanzienlijk zal toenemen. De Lijn en haar exploitanten zijn van plan ongeveer 3.600 bussen en 138 stelplaatsen te elektrificeren. Tegelijk wil de onderneming ook bij haar gebouwen het gebruik van aardgas en stookolie verder terugdringen.

Die omschakeling betekent dat elektriciteit een steeds grotere rol krijgt binnen de energievoorziening van het bedrijf. Daardoor wordt volgens De Lijn niet alleen de beschikbaarheid van voldoende stroom belangrijker, maar moet ook nadrukkelijker worden gekeken naar de oorsprong en de prijs ervan.

De Lijn koopt momenteel al volledig groene elektriciteit aan via het Vlaams Energiebedrijf. Met de nieuwe vPPA wordt daar een langetermijnverbintenis aan toegevoegd. Daarbij wordt een gedeelte van het elektriciteitsverbruik gekoppeld aan de productie van Belgische windenergie en wordt gewerkt met een vooraf bepaald prijsmechanisme.

garanties van oorsprong

Onderdeel van de overeenkomst zijn garanties van oorsprong. Daarmee kan worden aangetoond waar de groene energie vandaan komt. Tegelijk moet de constructie ervoor zorgen dat De Lijn voor een gedeelte van haar stroomvoorziening minder sterk wordt blootgesteld aan schommelingen van de energieprijzen. Omdat meerdere publieke organisaties gezamenlijk inkopen, moeten daarnaast schaalvoordelen ontstaan.

Directeur-generaal Ann Schoubs van De Lijn ziet de overeenkomst als onderdeel van de bredere omschakeling die bij het vervoerbedrijf plaatsvindt. „De elektrificatie van onze busvloot en gebouwen doet onze elektriciteitsvraag sterk toenemen. Met deze overeenkomst kiezen we bewust voor Belgische windenergie en versterken we tegelijk onze weerbaarheid tegen prijsschommelingen. Zo zetten we een concrete stap in onze energietransitie én houden we onze publieke dienstverlening toekomstbestendig”, verklaart Schoubs in de mededeling van De Lijn.

Het Vlaams Energiebedrijf heeft voor de constructie de elektriciteitsvraag van verschillende publieke organisaties samengebracht. Gezamenlijk gaat het om een verwacht productievolume van circa 45,5 GWh per jaar. Volgens de verstrekte informatie is dat vergelijkbaar met het jaarlijkse elektriciteitsverbruik van ongeveer 13.000 gezinnen.

Binnen de overeenkomst treedt Axpo op als contractuele leverancier. De windenergie zelf is afkomstig van Belgische windparken die worden uitgebaat door het Oostendse bedrijf Elicio. Van het gezamenlijke volume is jaarlijks 8,08 GWh bestemd voor De Lijn.

De gezamenlijke aankoop moet publieke organisaties toegang geven tot een gespecialiseerde langetermijnconstructie die volgens de betrokken partijen voorheen vooral binnen het bereik lag van grote industriële energieverbruikers. Door de vraag van meerdere organisaties te bundelen, kunnen grotere volumes worden gecontracteerd en moeten gunstigere voorwaarden mogelijk worden. Daarmee willen de deelnemende organisaties ook efficiënter omgaan met publieke middelen.

Foto: Pitane Blue – De Lijn

Voor De Lijn betekent de overeenkomst niet dat de volledige toekomstige elektriciteitsbehoefte voor tien jaar wordt afgedekt. De afspraak heeft betrekking op een gedeelte van het verbruik. De vervoersmaatschappij benadrukt vooral de combinatie van de lange looptijd, Belgische hernieuwbare energie en een grotere voorspelbaarheid van de kosten.

andere maatregelen

Het contract gaat op 1 januari 2027 van start en loopt tot en met 31 december 2036. Daarmee legt De Lijn voor een periode van tien jaar een deel van haar energievoorziening vast terwijl de elektrificatie van de vloot en infrastructuur verder wordt uitgerold.

Naast deze overeenkomst blijft De Lijn naar eigen zeggen inzetten op andere maatregelen om haar energievoorziening verder te verduurzamen. Daarbij gaat het onder meer om energie-efficiëntie en lokale energieproductie op eigen locaties. Ook wil de vervoersmaatschappij naar bijkomende oplossingen blijven kijken.

De vPPA vormt daarmee één onderdeel van een veel omvangrijkere energieomslag bij De Lijn. Terwijl duizenden bussen en meer dan honderd stelplaatsen worden geëlektrificeerd en het gebruik van fossiele brandstoffen in gebouwen moet afnemen, probeert de vervoersmaatschappij tegelijkertijd meer grip te krijgen op de herkomst en kosten van de elektriciteit die daarvoor nodig is.

Symbool van falend beleid rond energie: roltrappen uit en vertrouwen weg in Utrecht

Het uitschakelen van roltrappen in een publieke voorziening is geen structurele oplossing voor de problemen op het elektriciteitsnet.

Het besluit van Bibliotheek Utrecht om bij temperaturen vanaf 27 graden de roltrappen in de vestigingen Neude en Hoograven stil te zetten, wordt naar buiten gebracht als een verstandige poging om het elektriciteitsverbruik terug te dringen. Bezoekers worden geacht vaker de trap te nemen, terwijl de liften beschikbaar blijven voor mensen die daar afhankelijk van zijn. Op het eerste gezicht lijkt het een kleine ingreep, een praktische aanpassing die nauwelijks impact zou moeten hebben. Juist die ogenschijnlijke eenvoud maakt de maatregel echter zo veelzeggend.

Het uitschakelen van roltrappen in een publieke voorziening is geen structurele oplossing voor de problemen op het elektriciteitsnet. Het is een zichtbaar symptoom van een dieperliggend probleem dat al jaren bekend is. Achter deze keuze schuilt een ongemakkelijke realiteit waarin beleidsmakers, toezichthouders en netbeheerders er niet in zijn geslaagd om de noodzakelijke infrastructuur tijdig op orde te brengen.

geen tekort aan stroom

Nederland kampt immers niet met een tekort aan opgewekte elektriciteit. Het knelpunt zit in de capaciteit van het netwerk om die energie te transporteren naar de plekken waar en wanneer die nodig is. Terwijl burgers werden gestimuleerd om over te stappen op elektrisch rijden, te koken op inductie en hun woningen te verduurzamen met warmtepompen en zonnepanelen, bleef de uitbreiding van kabels en stations achter. De gevolgen daarvan worden nu steeds tastbaarder.

De situatie in Utrecht onderstreept die ontwikkeling op pijnlijke wijze. Vanaf 1 juli bereikt de netcongestie daar een niveau waarop zelfs kleinere verbruikers te maken kunnen krijgen met wachttijden voor een aansluiting. Dat betekent in de praktijk dat een complete regio tegen haar grenzen aanloopt. Nieuwe woningen kunnen niet zonder meer worden aangesloten, bedrijven worden afgeremd in hun groei en verduurzaming, en huishoudens lopen vast wanneer zij hun energievoorziening willen moderniseren.

geloofwaardigheid

De ambities van de gemeente Utrecht om duizenden woningen per jaar te realiseren, komen daarmee onder druk te staan. Plannen voor grootschalige woningbouw verliezen aan geloofwaardigheid wanneer de basisvoorzieningen ontbreken. Zonder aansluiting op het elektriciteitsnet blijft een woning, hoe duurzaam ook ontworpen, in feite onbruikbaar. Het contrast tussen de gepresenteerde miljardenplannen en de praktische uitvoerbaarheid daarvan wordt hiermee steeds scherper zichtbaar.

In dat licht krijgt de maatregel van Bibliotheek Utrecht een andere lading. De instelling probeert binnen haar mogelijkheden een bijdrage te leveren, maar wordt tegelijkertijd onderdeel van een bredere verschuiving waarbij de verantwoordelijkheid voor een systeemprobleem steeds vaker bij individuele organisaties en burgers wordt neergelegd. De vraag dringt zich op hoeveel effect het daadwerkelijk heeft om enkele roltrappen uit te schakelen. Het is moeilijk voor te stellen dat deze ingreep substantieel bijdraagt aan het oplossen van capaciteitsproblemen op regionaal niveau.

Het is te simpel om dit direct als een gevolg van alleen D66-beleid te bestempelen. Daar zit wel politieke lading in, maar het doet geen recht aan hoe dit probleem is ontstaan. De problemen rond het stroomnet zijn het resultaat van jarenlang beleid en keuzes van meerdere kabinetten, provincies, gemeenten, toezichthouders en netbeheerders. D66 heeft in recente jaren een duidelijke rol gespeeld in het versnellen van de energietransitie — denk aan stimulering van elektrificatie, duurzaamheid en klimaatdoelen — en daar kun je kritisch op zijn. Een terechte kritiek is dat de nadruk op snelle elektrificatie niet altijd gepaard is gegaan met even snelle uitbreiding van de infrastructuur. Maar die achterstand op het elektriciteitsnet gaat verder terug dan één partij of één kabinetsperiode. Wat je wél kunt zeggen, als je het scherp formuleert, is dat meerdere politieke partijen — waaronder D66 — de vraag naar elektriciteit actief hebben aangejaagd, terwijl de uitbreiding van het net daar structureel bij achterbleef. Dat spanningsveld zie je nu terug in dit soort maatregelen.

Daarbij komt dat roltrappen in een openbare bibliotheek geen overbodige luxe zijn. Ze vervullen een praktische functie voor uiteenlopende bezoekers, van ouderen en ouders met kinderen tot mensen die slecht ter been zijn of zware spullen bij zich dragen. Hoewel de liften beschikbaar blijven, betekent het stilleggen van roltrappen wel degelijk een verslechtering van de toegankelijkheid en het comfort.

De symboliek is daardoor moeilijk te negeren. Bezoekers krijgen feitelijk de boodschap dat zij hun gedrag moeten aanpassen omdat de infrastructuur tekortschiet. Dat roept vragen op over de rol van de overheid en de mate waarin deze haar eigen ambities heeft afgestemd op de uitvoeringscapaciteit.

De stilgelegde roltrappen zijn dus minder een “D66-probleem” en meer een symptoom van breed bestuurlijk falen over meerdere jaren en bestuurslagen. Als je het toch politiek wilt duiden, dan gaat het eerder om een collectieve onderschatting van de uitvoeringskant van de energietransitie dan om één partij die dit heeft veroorzaakt.

Het vooruitzicht op verbetering biedt weinig houvast. Uitbreidingen van belangrijke hoogspanningsstations in de regio laten mogelijk tot 2031 op zich wachten. Dat betekent dat de huidige beperkingen geen tijdelijk ongemak zijn, maar een situatie waarmee nog jaren rekening moet worden gehouden. Tijdelijke oplossingen zoals batterijen, flexibele tarieven en het gebruik van gasgeneratoren kunnen enige verlichting bieden, maar lossen het fundamentele probleem niet op.

energietransitie

Het gebruik van gasgestookte noodvoorzieningen om een overbelast elektriciteitsnet te ondersteunen, legt bovendien een pijnlijke tegenstrijdigheid bloot. Terwijl burgers worden aangespoord om afscheid te nemen van aardgas, blijkt datzelfde gas in sommige gevallen nodig om de gevolgen van de energietransitie op te vangen.

Netcongestie wordt vaak gepresenteerd als een complex technisch vraagstuk. Dat is het zonder twijfel. Tegelijkertijd was de groei van de vraag naar elektriciteit geen verrassing. De signalen dat het netwerk onder druk zou komen te staan, waren al geruime tijd aanwezig. Het uitblijven van tijdige maatregelen maakt het moeilijk om de huidige situatie uitsluitend toe te schrijven aan onvoorziene omstandigheden.

De stilstaande roltrappen in Utrecht vormen daarmee meer dan een lokale ingreep. Ze staan symbool voor een land dat grote ambities heeft geformuleerd, maar er niet in slaagt de noodzakelijke randvoorwaarden gelijktijdig te realiseren. Economische groei, woningbouw en verduurzaming komen daardoor in elkaars vaarwater terecht.

verantwoordelijkheid

Wat resteert is een beeld dat moeilijk te negeren valt. In een land dat zich profileert als modern en vooruitstrevend, worden publieke voorzieningen aangepast om een tekort aan infrastructuur op te vangen. Het is een ontwikkeling die niet alleen vragen oproept over de huidige aanpak, maar ook over de manier waarop toekomstige uitdagingen worden voorbereid.

Zolang er geen duidelijke antwoorden komen op wie verantwoordelijk is voor de vertragingen en hoe deze in de toekomst worden voorkomen, blijft het ongemakkelijke gevoel bestaan dat de rekening van jarenlang uitstelgedrag uiteindelijk bij de samenleving wordt neergelegd. De roltrappen mogen dan stilstaan, de discussie over bestuurlijk falen komt daarmee juist in beweging.

Wachten op stroom wordt de laadstrijd van taxichauffeurs

Uber heeft, in samenwerking met Tesla, gegevens gedeeld over de populairste routes van chauffeurs om zo de gebieden te identificeren waar de behoefte aan laadinfrastructuur het grootst is.

New York City kampt met een uitdaging die zijn reputatie als vooruitstrevende metropool mogelijk kan aantasten: het achterblijvende elektrische laadinfrastructuur voor voertuigen. Ondanks de toenemende verkoop van elektrische voertuigen (EV’s), blijft de uitbreiding van laadstations achter, wat leidt tot overbelasting van de bestaande faciliteiten.

Dit probleem heeft met name impact op de bedrijfsvoering van rideshare-chauffeurs, die steeds vaker kiezen voor elektrische voertuigen. Dat schrijft Suvrat Kothari op het populaire InsideEVs. Onlangs uitte een Tesla-eigenaar via X, het socialemediaplatform voorheen bekend als Twitter, zijn noodkreet over de situatie bij een Tesla Supercharger in Brooklyn, New York. Deze post, inclusief een foto van een file van Tesla’s die wachtten om op te laden, trok de aandacht en benadrukte de ernst van de situatie.

Een onderzoek door InsideEVs op locatie, in de buurt van hun hoofdkantoor in Midtown Manhattan, onthulde de realiteit. Tientallen rideshare-chauffeurs, die door nieuwe regels van de stad New York gedwongen waren over te stappen op elektrische auto’s, vonden weinig ondersteuning op het gebied van laadmogelijkheden. De Supercharger, gelegen op de parkeerplaats van een Raymour en Flanigan meubelzaak in het zuiden van Brooklyn, omgeven door diverse bedrijven, beschikt over 12 Tesla-dispensers en vier EVgo-stations, waarvan de schermen een ‘buiten dienst’-melding vertoonden.

De lange wachtrijen bij deze laadstations zijn een terugkerend fenomeen, vertelt Bezgod Hoja, een Uber-chauffeur van Turkse afkomst. Hoja, die vlakbij woont, ondervindt dagelijks de gevolgen van deze ontoereikende infrastructuur. De Tesla-dispensers, geïnstalleerd in maart 2023, werden pas laat in het jaar geactiveerd, deels vanwege traagheid in het vergunningsproces van de stad New York, een claim die InsideEVs niet onafhankelijk kon verifiëren.

Deze situatie is symptomatisch voor een groter probleem: de recente eis van de New York City Taxi and Limousine Commission (TLC) dat nieuwe licenties voor huurvoertuigen enkel worden verstrekt aan elektrische voertuigen. Hoewel dit beleid bedoeld is om de uitstoot van schadelijke gassen te verminderen en de afhankelijkheid van benzineauto’s te verminderen, heeft het ook geleid tot een onvoorziene belasting van de laadinfrastructuur. Sinds de invoering van de regel heeft TLC meer dan 4.700 aanvragen goedgekeurd, maar de benodigde laadfaciliteiten blijven achter.

parkeerkosten

De situatie wordt verder gecompliceerd doordat veel van de laadstations parkeerkosten in rekening brengen of lange wachttijden hebben, zoals ook Ellie Simpson, een Uber-chauffeur en alleenstaande moeder van drie kinderen, benadrukt. De tijd die verloren gaat met wachten op een laadbeurt, kost haar aanzienlijk in inkomsten en heeft directe gevolgen voor haar gezin. Daarnaast worden chauffeurs geconfronteerd met extra kosten in de vorm van een congestieheffing bij drukke Superchargers, geïntroduceerd door Tesla om de doorstroom te bevorderen. Desondanks blijven de laadstations drukbezocht, wat wijst op een duidelijke behoefte aan meer en beter toegankelijke laadfaciliteiten in de stad.

Andrew Macdonald, senior vicepresident van mobiliteit en bedrijfsoperaties bij Uber, benadrukte het belang van deze samenwerking voor het aanpakken van de twee grootste barrières voor chauffeurs die willen overstappen op elektrisch rijden: de kosten van bezit en toegang tot gemakkelijke laadmogelijkheden.