Categorie archieven: De Lijn

Regering schrapt besparingen: Minister De Ridder erkent inschattingsfout na zware druk

Vlaanderen krabbelt terug na felle kritiek op schoolbussen speciaal onderwijs.

De Vlaamse regering heeft na felle kritiek een opvallende draai gemaakt in het dossier rond het schoolvervoer voor leerlingen in het speciaal onderwijs. Waar mobiliteitsminister Annick De Ridder (N-VA) aanvankelijk van plan was om vanaf september meer dan 200 buslijnen te schrappen om binnen het budget van 139 miljoen euro te blijven, wordt die ingreep nu volledig teruggedraaid. Daarmee lijkt een slepende crisis voorlopig bezworen, al blijven er vragen bestaan over de toekomst van het systeem.

verontwaardiging

De beslissing volgt op een golf van verontwaardiging bij ouders, scholen en oppositiepartijen, die vrezen dat kwetsbare kinderen de dupe zouden worden van de besparingen. Uiteindelijk koos de regering ervoor om geen bijkomende besparingen op te leggen aan vervoersmaatschappij De Lijn. De jaarlijkse kost van ongeveer 11 miljoen euro, die De Lijn tot nu toe zelf droeg voor het vervoer van leerlingen, wordt voortaan opgevangen via andere begrotingen binnen de Vlaamse overheid.

Zo zal volgens de gemaakte afspraken vijf tot zes miljoen euro komen uit onderbenutte middelen voor studentenvervoer binnen het ministerie van Onderwijs. Het ministerie van Economische Zaken neemt de resterende vijf miljoen euro voor zijn rekening. Met die verschuiving wordt de onmiddellijke druk van de ketel gehaald en kunnen de geplande schrappingen van buslijnen van tafel.

kwetsbare leerlingen

Minister-president Matthias Diependaele erkent dat de aanpak van het dossier niet vlekkeloos is verlopen. “De Vlaamse regering valt niet bepaald in de prijzen voor de manier waarop ze deze kwestie aanpakt”, gaf hij openlijk toe. Tegelijk kondigde hij een structurele wijziging aan: de bevoegdheid voor het schoolvervoer zal verschuiven van Mobiliteit naar Onderwijs. Volgens Diependaele is dat departement beter geplaatst om in te spelen op de noden van kwetsbare leerlingen.

De hervormingsplannen worden naar verwachting nog voor het zomerreces voorgelegd. De daadwerkelijke invoering staat gepland voor het schooljaar 2028-2029. Dat betekent dat het probleem voor de komende twee schooljaren in elk geval tijdelijk is opgelost, al blijft de vraag hoe het systeem er daarna concreet zal uitzien.

Foto: © Pitane Blue – De Lijn – Blaarmeersen

De geplande hervorming moet onder meer leiden tot kortere reistijden en een betere aansluiting met voor- en naschoolse opvang. Ook wordt gekeken naar verbeteringen in de arbeidsomstandigheden van busbegeleiders. Over de impact op het aanbod zelf bestaat echter nog onduidelijkheid, wat voor onrust blijft zorgen bij betrokken partijen.

Binnen de regering werd de koerswijziging positief onthaald door coalitiepartners CD&V en Vooruit. Minister De Ridder zelf erkent dat de impact van haar oorspronkelijke plannen verkeerd is ingeschat. “We hebben de gevoeligheid en de gevolgen collectief onderschat,” verklaarde ze bij VTM Nieuws. “Vooral na het ongeval in Buggenhout hadden we het anders moeten aanpakken.”

onvermijdelijk

Volgens de minister is ingrijpen onvermijdelijk wanneer budgetten ontsporen. “Als je ziet dat de begroting al na één jaar weer is overschreden, moet je ingrijpen, want ik kan geen geld uit de lucht toveren.” Daarmee onderstreept ze haar imago als een minister die streng toeziet op de uitgaven.

Ook kritiek vanuit lokale besturen, die klagen over trage procedures en vermeende voorkeursbehandelingen voor grote projecten zoals het Oosterweelproject in Antwerpen, wijst ze van de hand. “Dat is een volstrekt onterechte voorstelling van zaken,” reageerde De Ridder scherp. “In het begin kon ik er nog een beetje om lachen, want uiteindelijk moet ik in Antwerpen herkozen worden, maar het strookt totaal niet met de werkelijkheid. We hebben met de hele regering een investeringsplan goedgekeurd dat prioriteiten voor heel Vlaanderen bevat.”n.

Storm rond schrappen busritten: besparingen bij De Lijn zorgen voor felle politieke strijd

Leerlingenvervoer zet Vlaamse regering onder hoogspanning die koortsachtig zoekt naar een oplossing tegen eind augustus.

Het dossier rond het leerlingenvervoer in het buitengewoon onderwijs zorgt voor ongeziene spanning binnen de Vlaamse politiek. Wat begon als een besparingsmaatregel van vervoersmaatschappij De Lijn, is uitgegroeid tot een gevoelige kwestie die de Vlaamse regering stevig onder druk zet. De aankondiging dat vanaf het volgende schooljaar 204 busritten zouden verdwijnen, heeft niet alleen ouders en scholen ongerust gemaakt, maar ook geleid tot een fel politiek debat in het Vlaams Parlement.

De Lijn verdedigt de geplande ingreep als een noodzakelijke stap om een financieel tekort van om en bij de 11 miljoen euro op te vangen. Volgens de vervoersmaatschappij blijft de basisbelofte overeind dat elke leerling nog steeds op school geraakt. Toch klinkt er vanuit verschillende hoeken bezorgdheid over de praktische gevolgen van die beslissing. Vooral de impact op de reistijden en het comfort van de leerlingen wordt als problematisch gezien.

buitengewoon onderwijs

In de huidige berichtgeving wordt benadrukt dat sommige trajecten aanzienlijk langer zouden kunnen worden. De bestaande richtlijn waarbij een rit maximaal 90 minuten per enkele verplaatsing mag duren, lijkt daardoor onder druk te komen staan. Voor kinderen in het buitengewoon onderwijs, die vaak extra zorg en structuur nodig hebben, kan een langere reistijd een zware belasting betekenen. Daarnaast wordt er gesproken over het invoeren van centrale opstapplaatsen. Dat zou betekenen dat leerlingen niet langer thuis worden opgehaald, maar zich eerst naar een verzamelpunt moeten begeven, wat voor veel gezinnen extra organisatie en stress met zich meebrengt.

De politieke reacties laten zien hoe gevoelig het dossier ligt. TVL omschrijft de situatie als een “splijtzwam” binnen de Vlaamse regering. Vooral de meerderheidspartijen Vooruit en cd&v hebben zich duidelijk uitgesproken tegen besparingen die kwetsbare leerlingen treffen. Zij vrezen dat de maatregel een negatieve impact zal hebben op kinderen die al in een moeilijke positie zitten en pleiten voor alternatieve oplossingen die de kwaliteit van het vervoer niet ondermijnen.

Foto: © Pitane Blue – De Lijn – Blaarmeersen

Dinsdagavond werd bekend dat De Lijn vanaf volgend schooljaar 204 busritten zal schrappen in het leerlingenvervoer voor het buitengewoon onderwijs wegens besparingen. In de plenaire vergadering gaan de fracties hierover in debat met de bevoegde ministers van de Vlaamse Regering.

Aan de andere kant staat Onderwijsminister Zuhal Demir, die heeft aangekondigd dat er tegen eind augustus een nieuw plan voor het leerlingenvervoer moet worden uitgewerkt. Die timing zet extra druk op de onderhandelingen binnen de regering, aangezien er op korte termijn duidelijkheid moet komen voor ouders, scholen en vervoerders. Het is nog onduidelijk in welke mate de geplande schrappingen effectief zullen doorgaan of dat er aanpassingen komen na het politieke overleg.

topprioriteit

Het Vlaams Parlement behandelde de kwestie woensdag 17 juni als topprioriteit tijdens een actualiteitsdebat. Daar werd duidelijk dat het onderwerp niet alleen draait om budgettaire keuzes, maar ook om de vraag hoe Vlaanderen omgaat met leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben. Het debat maakt duidelijk dat het evenwicht tussen financiële haalbaarheid en sociale verantwoordelijkheid moeilijk te vinden is.

Tegelijk wordt het leerlingenvervoer steeds vaker gezien als een breder mobiliteitsprobleem dat verder reikt dan enkel het buitengewoon onderwijs. Binnen de mobiliteitscommissie wordt het dossier dan ook gekoppeld aan andere uitdagingen, zoals efficiëntie binnen het openbaar vervoer en de rol van De Lijn in een veranderend mobiliteitslandschap.

De komende weken zullen cruciaal zijn voor de verdere uitwerking van het plan. Ouders en scholen wachten in spanning af, terwijl de politieke druk verder oploopt. Wat vaststaat, is dat het leerlingenvervoer niet langer een louter praktisch vraagstuk is, maar een dossier dat de fundamenten van het Vlaamse mobiliteits- en onderwijsbeleid raakt.

Tot drie lichte overtredingen per jaar: overtredingen van buschauffeurs roepen vragen op

De Vlaamse vervoersmaatschappij De Lijn heeft een opvallende beslissing genomen die meteen heel wat reacties uitlokt.

Voortaan zullen buschauffeurs jaarlijks tot drie lichte verkeersovertredingen terugbetaald krijgen. Pas vanaf een vierde overtreding binnen een periode van twaalf maanden moeten zij de boete zelf ophoesten. Het nieuwe systeem geldt voortaan uniform in heel Vlaanderen en moet komaf maken met de grote verschillen die er tot nu toe bestonden tussen de provincies.

Volgens minister van Mobiliteit Annick De Ridder was die ongelijkheid al langer een doorn in het oog. In het oude systeem hing het immers sterk af van waar een chauffeur reed hoeveel hij zelf moest betalen na een overtreding. “Afhankelijk van de provincie waar men reed, betaalden buschauffeurs in het oude systeem na een overtreding een hogere of lagere eigen bijdrage van een verkeersboete”, legt De Ridder uit. De cijfers spreken voor zich: in 2024 betaalden chauffeurs in Limburg bijna de helft van hun boetes zelf, terwijl dat aandeel in Antwerpen slechts 13,5 procent bedroeg.

nieuwe regeling

Met de nieuwe regeling wil De Lijn een duidelijk en eenduidig kader scheppen. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar het aantal overtredingen, maar ook naar de ernst ervan. Lichte overtredingen, zoals een snelheidsovertreding van maximaal tien kilometer per uur, worden dus tot drie keer per jaar terugbetaald. Vanaf de vierde overtreding binnen dezelfde periode draait de chauffeur zelf op voor de kosten.

Ook voor iets zwaardere snelheidsovertredingen voorziet het systeem een tussenkomst, maar onder strikte voorwaarden. De Lijn betaalt één boete voor een overschrijding van meer dan tien kilometer per uur, op voorwaarde dat de chauffeur zich de twaalf maanden nadien niet opnieuw schuldig maakt aan een gelijkaardige overtreding. Gebeurt dat wel, dan moet de chauffeur niet alleen de tweede boete, maar ook de eerste volledig zelf betalen.

Voor zware inbreuken geldt er echter geen enkele tolerantie. Overtredingen zoals rijden onder invloed van alcohol of drugs, of het gebruik van een gsm achter het stuur, worden altijd volledig doorgeschoven naar de werknemer. Daarover bestaat geen discussie.

Minister De Ridder benadrukt dat het systeem net bedoeld is om chauffeurs bewuster te maken van hun verantwoordelijkheid. “Want wie elke dag verantwoordelijk is voor het veilig vervoeren van duizenden reizigers, draagt ook een grote verantwoordelijkheid in het verkeer. Verkeersveiligheid moet altijd vooropstaan, voor chauffeurs, reizigers én alle andere weggebruikers.”

Foto: © Pitane Blue – De Lijn

Toch klinkt er niet alleen applaus. Hoewel de vakbonden zich tevreden tonen met de nieuwe uniforme regeling, reageren verkeersveiligheidsorganisaties eerder terughoudend. Bij verkeersinstituut Vias wordt de maatregel zelfs openlijk in vraag gesteld. Woordvoerder Stef Willems wijst op het principe achter verkeersboetes. 

Ook de organisatie Ouders van Verongelukte Kinderen plaatst vraagtekens bij de aanpak. Zij pleiten eerder voor sensibilisering dan voor het terugbetalen van boetes. “Het is belangrijk dat De Lijn zicht heeft op hoeveel overtredingen chauffeurs begaan. Zij die dan geregeld in de fout gaan, zouden beter een extra les krijgen rond verkeersveiligheid, met een bijzondere aandacht voor de zwakke weggebruiker.” Volgens hen kan een dergelijke aanpak meer effect hebben op lange termijn. “Zo worden ze zich bewuster van het gevaar dat ze creëren en kunnen ze hun gedrag bijsturen. Dat zal doeltreffender zijn dan het kwijtschelden van boetes.”

De nieuwe regeling zet het debat over verantwoordelijkheid en verkeersveiligheid opnieuw op scherp. Waar de ene partij spreekt van een eerlijke en uniforme aanpak, vrezen anderen dat het signaal naar chauffeurs en andere weggebruikers verkeerd kan uitpakken.

Bron: Belga

Kritiek op besparingen: experts wijzen op verspilling door lege ritten en wachttijden

Vooruit ziet oplossing in slimmere planning en minder lege kilometers.

De inefficiënte inzet van chauffeurs bij De Lijn zorgt voor een opvallend groot aantal lege busritten. Volgens berichtgeving van Gazet van Antwerpen gaat slechts zestig procent van de rijtijd van chauffeurs effectief naar het vervoeren van passagiers. De resterende veertig procent wordt besteed aan het rijden zonder reizigers of aan wachttijd. Dat leidt tot groeiende kritiek, zeker nu de vervoersmaatschappij tegelijk ingrijpende besparingen doorvoert.

De discussie laait extra op nu De Lijn vanaf 1 juli een grondige hervorming van haar aanbod doorvoert. Ongeveer een derde van alle lijnen in Vlaanderen wordt aangepast, terwijl meer dan veertig lijnen volledig verdwijnen. In de vervoerregio Antwerpen alleen al worden op 23 lijnen ritten geschrapt, trajecten gewijzigd of verbindingen volledig opgeheven. Die ingrepen zijn het gevolg van besparingen die door de Vlaamse regering zijn opgelegd.

afgekeurd

Lokale besturen reageren scherp op die plannen. Vrijwel alle vervoerregioraden, waarin steden en gemeenten vertegenwoordigd zijn, hebben het nieuwe netwerk en de bijhorende besparingen afgekeurd. Toch lijkt de invoering van de maatregelen op 1 juli onafwendbaar. De Lijn geeft wel aan open te staan voor bijsturingen en suggesties, maar dat verandert voorlopig niets aan de geplande hervorming.

Intussen schuift Vooruit Antwerpen een alternatief naar voren. De partij stelt dat een slimmere en efficiëntere planning de afbouw van het aanbod grotendeels kan voorkomen. Volgens hun analyse gaat momenteel slechts zestig procent van de rijtijd naar effectief reizigersvervoer, terwijl chauffeurs de rest van hun tijd besteden aan het verplaatsen van lege bussen of wachten op hun volgende rit.

Dat vertaalt zich in herkenbare situaties voor reizigers. Zo kan een chauffeur bijvoorbeeld vertrekken vanuit de stelplaats in Turnhout met een lege bus richting Antwerpen, om pas op de Franklin Rooseveltplaats passagiers op te pikken voor de terugrit naar Turnhout. Vooral op streeklijnen komt die inefficiëntie vaak voor. Het verklaart ook waarom reizigers regelmatig geconfronteerd worden met bussen die het bericht “Geen Dienst. Mijn collega pikt je op” tonen.

Foto: © Pitane Blue – De Lijn

De komende dagen wordt het debat verdergezet binnen de vervoerregioraad van Antwerpen, waar een alternatief netwerkplan op tafel ligt. Of dat nog tot concrete aanpassingen zal leiden vóór de invoering van de nieuwe dienstregeling, blijft onzeker. Wat wel duidelijk is, is dat de discussie over efficiëntie en besparingen bij De Lijn nog lang niet is uitgewoed.

Zander Vliegen van Vooruit, lid van de Antwerpse vervoerregioraad en districtsburgemeester van Berendrecht-Zandvliet-Lillo, wijst op de mogelijke winst. “In andere landen zijn chauffeurs slechts 20 procent van hun tijd daarmee bezig”, zegt hij. “Deze analyse suggereert dat er ruimte is voor efficiëntiewinsten in de operationele planning. Wat zich kan vertalen in betere besteding of besparing van middelen zonder al te veel impact op de reiziger. Bij een efficiëntieverhoging van nog maar een tiende, van 60 naar 66 procent, is er al geen sprake meer van een afbouw van de dienstverlening.”

optimalisatie

Volgens Vooruit kan een relatief beperkte optimalisatie dus al een groot verschil maken. Minder lege kilometers zouden niet alleen kosten besparen, maar ook de noodzaak verminderen om lijnen te schrappen of frequenties te verlagen. Daarmee raakt de discussie aan een bredere vraag: ligt het probleem vooral bij het budget, of bij de manier waarop het beschikbare geld wordt ingezet?

Ook vanuit reizigershoek klinkt herkenning. Peter Meukens, voorzitter van reizigersorganisatie TreinTramBus, bevestigt de analyse. Hij merkt naar eigen zeggen geregeld onlogische planningen op, vooral in het streekvervoer. Die inefficiënties voeden de frustratie bij reizigers, die enerzijds geconfronteerd worden met besparingen en anderzijds lege bussen zien voorbijrijden.

De Lijn snijdt in aanbod: forse ingrepen zorgen voor minder ritten en meer overstappen

Vanaf 1 juli staat Vlaanderen een ingrijpende hervorming van het busnet te wachten.

De Lijn voert aanpassingen door op meer dan 230 buslijnen en schrapt er in totaal 40. Dat betekent dat ongeveer één op de drie lijnen in Vlaanderen wijzigt. De aanpassingen komen er vlak voor de zomervakantie en zullen voor heel wat reizigers een merkbare impact hebben op hun dagelijkse verplaatsingen.

hygiënemaatregelen

Volgens De Lijn gaat het deels om zogenaamde “hygiënemaatregelen”, waarbij dienstregelingen worden afgestemd op gewijzigde schooluren, treinverbindingen en lokale omstandigheden. Tegelijk spelen ook besparingen een rol in de hertekening van het netwerk. Daardoor verdwijnen sommige lijnen volledig, terwijl andere worden ingekort of minder frequent zullen rijden.

In de regio Antwerpen worden 23 van de 128 lijnen aangepast. Opvallend is de herstructurering van lijnen 20, 42a en 42b, die voortaan worden samengebracht in de nieuwe lijnen 20a en 20b. Tussen Rooseveltplaats en Wommelgem zal elke 15 minuten een bus rijden, waarna de lijn zich opsplitst richting Lier of Wommelgem Dorp. Tegelijk verdwijnen lijnen 31 en 91 volledig en worden verschillende andere lijnen samengevoegd of aangepast. Ook in de randgemeenten sneuvelen ritten, zoals op lijn 40 en 59, waar het aanbod fors wordt ingeperkt.

nachtvervoer

In de vervoerregio Brugge worden 11 van de 34 lijnen aangepast. Daar verdwijnen onder meer de eerste en laatste ritten van verschillende stadslijnen, terwijl lijnen 38, 48 en 991 volledig worden geschrapt. Het nachtvervoer op vrijdag- en zaterdagavond verdwijnt eveneens, wat een duidelijke impact heeft op het late avondverkeer.

Ook in de regio Dender worden lijnen geschrapt en frequenties verminderd. Lijn 21 en 92 verdwijnen volledig, terwijl andere lijnen minder vaak zullen rijden of enkel nog tijdens de spits actief zijn. Reizigers zullen in sommige gevallen moeten uitwijken naar alternatieven zoals flexvervoer.

Foto: © Pitane Blue – De Lijn

De brede hervorming van De Lijn toont een duidelijke trend naar een efficiënter, maar ook soberder openbaar vervoersnet. Voor reizigers betekent dit dat het belangrijk wordt om hun trajecten opnieuw te bekijken en zich goed te informeren over de wijzigingen. Vooral wie afhankelijk is van minder drukke lijnen of avondritten zal de gevolgen van deze ingrepen het sterkst voelen.

De ingrepen in de regio Gent zijn bijzonder uitgebreid: 37 van de 86 lijnen worden aangepast. Verschillende lijnen verliezen hun late ritten, trajecten worden ingekort en sommige verbindingen verdwijnen volledig. Zo wordt lijn 54 geschrapt en verdwijnen ook lijnen 79 en 85. Tegelijk worden alternatieven voorzien via andere lijnen of aangepaste trajecten, maar dat betekent vaak extra overstappen voor reizigers.

treinverbindingen

In de Kempen worden 11 van de 73 lijnen aangepast, waarbij onder meer Centrum Express 2 enkel nog tijdens de spits rijdt en andere lijnen worden ingekort of afgestemd op treinverbindingen. In de regio Kortrijk verdwijnen avondritten op meerdere lijnen en wordt de frequentie op verschillende trajecten teruggeschroefd.

De regio Leuven ziet zelfs 42 van de 138 lijnen wijzigen. Daar worden meerdere lijnen volledig geschrapt, waaronder lijn 657 en 716. Ook marktbussen verdwijnen en verschillende ritten worden aangepast of beperkt. Reizigers zullen vaker gebruik moeten maken van flexvervoer of overstappen op andere lijnen.

In Limburg worden maar liefst 76 van de 214 lijnen aangepast. Het gaat vooral om het schrappen van minder gebruikte ritten en het verminderen van frequenties. Veel van deze aanpassingen gebeuren volgens De Lijn omdat er alternatieve verbindingen beschikbaar zijn, al betekent dit in de praktijk vaak langere reistijden of extra overstappen.

ingeperkt

Ook in andere regio’s zoals Mechelen, de Vlaamse Ardennen, de Vlaamse Rand en het Waasland worden talrijke wijzigingen doorgevoerd. Lijnen verdwijnen, trajecten worden aangepast en het aanbod tijdens daluren, weekends en vakanties wordt vaak ingeperkt. In sommige gebieden wordt het klassieke busaanbod deels vervangen door flexvervoer, dat op aanvraag werkt.

Gemeente grijpt naar duim opsteken: Avelgem lanceert plan dat doet denken aan jaren 70

[{“id”:”8f3056a”,”elType”:”section”,”settings”:[],”elements”:[{“id”:”1aa26d54″,”elType”:”column”,”settings”:{“_column_size”:100},”elements”:[{“id”:”e0c1802″,”elType”:”widget”,”settings”:{“wp”:{“title”:””,”message”:”87″}},”elements”:[],”widgetType”:”wp-widget-xyz_insert_code_widget”},{“id”:”3838753″,”elType”:”widget”,”settings”:{“blockquote_content”:”De gemeente Avelgem wil het mobiliteitsprobleem dat ontstaat door besparingen bij De Lijn op een opvallende manier aanpakken.”,”author_name”:””,”tweet_button”:””,”tweet_button_label”:”Tweet”},”elements”:[],”widgetType”:”blockquote”},{“id”:”4003118b”,”elType”:”widget”,”settings”:{“editor”:”

Nu verschillende busverbindingen verdwijnen, kijkt het lokale bestuur naar alternatieven om inwoners toch vlot van de ene naar de andere deelgemeente te krijgen. Eu00e9n van de ideeu00ebn die op tafel ligt, is de plaatsing van zogenoemde u2018meerijpalenu2019, een systeem dat sterk doet denken aan het vroegere liften.

Schepen van Mobiliteit Bram Van den Bunder bracht het voorstel ter sprake tijdens de jongste gemeenteraad en lichtte daar ook meteen toe hoe het systeem in de praktijk zou werken. u201cGewoon bij de paal gaan staan en je duim opsteken, meer is er niet nodigu201d, klonk het. Met dat eenvoudige principe hoopt de gemeente een laagdrempelig alternatief te bieden voor inwoners die zich moeilijk kunnen verplaatsen nu het openbaar vervoer wordt afgebouwd.

smalle saucisse

De specifieke structuur vanu00a0Avelgemu00a0speelt volgens de schepen in het voordeel van het project. De gemeente bestaat uit een centraal gedeelte met aan weerszijden telkens twee deelgemeenten. Die langgerekte vorm maakt dat veel verplaatsingen zich langs dezelfde as situeren. Van den Bunder omschrijft Avelgem zelf als u201ceen lange smalle saucisseu201d, wat volgens hem net ideaal is voor dit soort initiatief. u201cDoordat Avelgem een lange smalle saucisse is, met aan beide kanten van het centrum de deelgemeenten, lijkt ons dat een ideaal alternatief voor als de bus niet rijdt.u201d

“},”elements”:[],”widgetType”:”text-editor”},{“id”:”7b76afe”,”elType”:”widget”,”settings”:{“wp”:{“title”:””,”message”:”99″}},”elements”:[],”widgetType”:”wp-widget-xyz_insert_code_widget”},{“id”:”1ba2969″,”elType”:”widget”,”settings”:{“blockquote_content”:”Liften, of autostop, is in Belgiu00eb in principe toegestaan, aangezien de wegcode geen expliciet verbod voorziet op gewone wegen. Wie de duim opsteekt, wordt juridisch beschouwd als voetganger en moet zich dus aan de geldende verkeersregels houden. Toch zijn er duidelijke beperkingen: op autosnelwegen en autowegen is liften verboden, net als op opritten, afritten en de pechstrook, waar voetgangers enkel in noodgevallen mogen komen. Ook op plaatsen waar een specifiek verbodsbord staat, zoals u201cNo autostopu201d, riskeer je een boete die kan oplopen tot ongeveer 137 euro. Daarnaast is liften niet toegestaan op locaties waar het verkeer in gevaar wordt gebracht of gehinderd, zoals in scherpe bochten, op de rijbaan zelf of vlak bij kruispunten. Op gewone wegen, bij voorkeur buiten de bebouwde kom, is het wel toegelaten, zolang je op de berm of het trottoir blijft en automobilisten veilig kunnen stoppen, bijvoorbeeld aan tankstations, rustplaatsen of nabij afritten van snelwegen.n”,”author_name”:””,”tweet_button”:””,”tweet_button_label”:”Tweet”,”__globals__”:{“border_color”:”globals/colors?id=primary”}},”elements”:[],”widgetType”:”blockquote”},{“id”:”56e8369″,”elType”:”widget”,”settings”:{“editor”:”

Een belangrijke troef is de gewestweg die dwars door de gemeente loopt. Die verbindingsweg wordt intensief gebruikt en ligt voor veel inwoners binnen handbereik. Volgens het gemeentebestuur woont het merendeel van de bevolking op minder dan u00e9u00e9n kilometer van deze weg. Daardoor zouden de meerijpalen voor een groot aantal inwoners toegankelijk zijn, zonder dat zij eerst lange afstanden moeten afleggen.

“},”elements”:[],”widgetType”:”text-editor”},{“id”:”f26252a”,”elType”:”widget”,”settings”:{“wp”:{“title”:””,”message”:”23″}},”elements”:[],”widgetType”:”wp-widget-xyz_insert_code_widget”},{“id”:”d2c0b05″,”elType”:”widget”,”settings”:{“image”:{“url”:”https://pitane.blue/wp-content/uploads/2026/04/pitane_Avelgem_liften.jpg”,”id”:193754,”size”:””,”alt”:”liften”,”source”:”library”},”caption_source”:”attachment”},”elements”:[],”widgetType”:”image”},{“id”:”bbe11f4″,”elType”:”widget”,”settings”:{“editor”:”

De gemeente heeft al concrete locaties in gedachten voor de plaatsing van de palen. Zowel in het centrum als in de deelgemeenten zullen er opstappunten komen. Voor wie richting Kerkhove en Waarmaarde wil, wordt gedacht aan palen ter hoogte van de parking van het atheneum en aan de overkant van de weg. In de richting van Outrijve en Bossuit zouden de palen geplaatst worden aan beide zijden van de weg nabij de Colruyt.

verantwoorde manier

Bij de keuze van die locaties is niet over u00e9u00e9n nacht ijs gegaan. Veiligheid en zichtbaarheid staan centraal in het plan. u201cWe zochten locaties waar je veilig kan stoppen en waar je ook van ver de paal kan zien staanu201d, aldus Van den Bunder. Het is de bedoeling dat automobilisten tijdig kunnen anticiperen en op een verantwoorde manier halt houden om iemand mee te nemen.

Op de meerijpalen zelf komt een bord met duidelijke richtlijnen voor gebruikers. Daarop zullen enkele basisregels vermeld staan, waaronder het belang van hoffelijkheid en respect tussen bestuurder en passagier. Het gemeentebestuur wil daarmee vermijden dat het systeem tot misverstanden of ongewenste situaties leidt.

solidariteit

Als alles volgens plan verloopt, moeten de eerste palen tegen de zomer geplaatst zijn. Daarmee zet Avelgem een stap richting een alternatieve vorm van mobiliteit die inzet op solidariteit tussen inwoners. Het initiatief roept herinneringen op aan het liften, dat vooral in de jaren zeventig bijzonder populair was bij jongeren en toen als een vanzelfsprekend vervoersmiddel werd gezien.

Avelgem is overigens niet de eerste gemeente die experimenteert met dit soort oplossingen. Eerder nam ook Diksmuide al een gelijkaardig initiatief met zogenaamde u2018meerijbankjesu2019, waar mensen kunnen wachten tot iemand hen een lift aanbiedt. Met de meerijpalen kiest Avelgem voor een eigen variant, afgestemd op de lokale situatie en de specifieke noden van haar inwoners.

“},”elements”:[],”widgetType”:”text-editor”},{“id”:”3de8df2″,”elType”:”widget”,”settings”:{“blockquote_content”:”De wielerkoorts stijgt opnieuw in Avelgem, want dit weekend staat volledig in het teken van Vlaanderens Mooiste. Op zondag 5 april 2026 raast het peloton van de Ronde van Vlaanderen opnieuw door de gemeente, waar de renners in de slotfase over Avelgemse wegen denderen. De dag voordien, op zaterdag 4 april 2026, is het de beurt aan de vele wielertoeristen die zelf willen proeven van het mythische parcours. Tijdens de Cyclo Ronde van Vlaanderen, beter bekend als u2018We Ride Flandersu2019, trekken duizenden fietsers hun stoute schoenen aan om dezelfde hellingen en kasseistroken te bedwingen als de profs. Daarmee vormt het weekend een tweeluik waarin zowel amateurs als wereldtoppers hun hart kunnen ophalen.”,”author_name”:””,”tweet_button”:””,”tweet_button_label”:”Tweet”,”__globals__”:{“border_color”:”globals/colors?id=primary”}},”elements”:[],”widgetType”:”blockquote”},{“id”:”e2c0196″,”elType”:”widget”,”settings”:{“wp”:{“title”:””,”message”:”92″}},”elements”:[],”widgetType”:”wp-widget-xyz_insert_code_widget”},{“id”:”6591a3c”,”elType”:”widget”,”settings”:{“wp”:{“title”:””,”message”:”29″}},”elements”:[],”widgetType”:”wp-widget-xyz_insert_code_widget”},{“id”:”3dcccf0″,”elType”:”widget”,”settings”:{“wp”:{“title”:””,”message”:”98″}},”elements”:[],”widgetType”:”wp-widget-xyz_insert_code_widget”}],”isInner”:false}],”isInner”:false},{“id”:”e3239ad”,”elType”:”section”,”settings”:[],”elements”:[{“id”:”ffa7608″,”elType”:”column”,”settings”:{“_column_size”:100,”_inline_size”:null},”elements”:[{“id”:”33927a4″,”elType”:”widget”,”settings”:{“wp”:{“title”:””,”message”:”2″}},”elements”:[],”widgetType”:”wp-widget-xyz_insert_code_widget”}],”isInner”:false}],”isInner”:false}]

Gemeente grijpt naar duim opsteken: Avelgem lanceert plan dat doet denken aan vroeger

De gemeente Avelgem wil het mobiliteitsprobleem dat ontstaat door besparingen bij De Lijn op een opvallende manier aanpakken.

Nu verschillende busverbindingen verdwijnen, kijkt het lokale bestuur naar alternatieven om inwoners toch vlot van de ene naar de andere deelgemeente te krijgen. Eén van de ideeën die op tafel ligt, is de plaatsing van zogenoemde ‘meerijpalen’, een systeem dat sterk doet denken aan het vroegere liften.

Schepen van Mobiliteit Bram Van den Bunder bracht het voorstel ter sprake tijdens de jongste gemeenteraad en lichtte daar ook meteen toe hoe het systeem in de praktijk zou werken. “Gewoon bij de paal gaan staan en je duim opsteken, meer is er niet nodig”, klonk het. Met dat eenvoudige principe hoopt de gemeente een laagdrempelig alternatief te bieden voor inwoners die zich moeilijk kunnen verplaatsen nu het openbaar vervoer wordt afgebouwd.

smalle saucisse

De specifieke structuur van Avelgem speelt volgens de schepen in het voordeel van het project. De gemeente bestaat uit een centraal gedeelte met aan weerszijden telkens twee deelgemeenten. Die langgerekte vorm maakt dat veel verplaatsingen zich langs dezelfde as situeren. Van den Bunder omschrijft Avelgem zelf als “een lange smalle saucisse”, wat volgens hem net ideaal is voor dit soort initiatief. “Doordat Avelgem een lange smalle saucisse is, met aan beide kanten van het centrum de deelgemeenten, lijkt ons dat een ideaal alternatief voor als de bus niet rijdt.”

Liften, of autostop, is in België in principe toegestaan, aangezien de wegcode geen expliciet verbod voorziet op gewone wegen. Wie de duim opsteekt, wordt juridisch beschouwd als voetganger en moet zich dus aan de geldende verkeersregels houden. Toch zijn er duidelijke beperkingen: op autosnelwegen en autowegen is liften verboden, net als op opritten, afritten en de pechstrook, waar voetgangers enkel in noodgevallen mogen komen. Ook op plaatsen waar een specifiek verbodsbord staat, zoals “No autostop”, riskeer je een boete die kan oplopen tot ongeveer 137 euro. Daarnaast is liften niet toegestaan op locaties waar het verkeer in gevaar wordt gebracht of gehinderd, zoals in scherpe bochten, op de rijbaan zelf of vlak bij kruispunten. Op gewone wegen, bij voorkeur buiten de bebouwde kom, is het wel toegelaten, zolang je op de berm of het trottoir blijft en automobilisten veilig kunnen stoppen, bijvoorbeeld aan tankstations, rustplaatsen of nabij afritten van snelwegen.

Een belangrijke troef is de gewestweg die dwars door de gemeente loopt. Die verbindingsweg wordt intensief gebruikt en ligt voor veel inwoners binnen handbereik. Volgens het gemeentebestuur woont het merendeel van de bevolking op minder dan één kilometer van deze weg. Daardoor zouden de meerijpalen voor een groot aantal inwoners toegankelijk zijn, zonder dat zij eerst lange afstanden moeten afleggen.

Foto: © Pitane Blue – liften

De gemeente heeft al concrete locaties in gedachten voor de plaatsing van de palen. Zowel in het centrum als in de deelgemeenten zullen er opstappunten komen. Voor wie richting Kerkhove en Waarmaarde wil, wordt gedacht aan palen ter hoogte van de parking van het atheneum en aan de overkant van de weg. In de richting van Outrijve en Bossuit zouden de palen geplaatst worden aan beide zijden van de weg nabij de Colruyt.

verantwoorde manier

Bij de keuze van die locaties is niet over één nacht ijs gegaan. Veiligheid en zichtbaarheid staan centraal in het plan. “We zochten locaties waar je veilig kan stoppen en waar je ook van ver de paal kan zien staan”, aldus Van den Bunder. Het is de bedoeling dat automobilisten tijdig kunnen anticiperen en op een verantwoorde manier halt houden om iemand mee te nemen.

Op de meerijpalen zelf komt een bord met duidelijke richtlijnen voor gebruikers. Daarop zullen enkele basisregels vermeld staan, waaronder het belang van hoffelijkheid en respect tussen bestuurder en passagier. Het gemeentebestuur wil daarmee vermijden dat het systeem tot misverstanden of ongewenste situaties leidt.

solidariteit

Als alles volgens plan verloopt, moeten de eerste palen tegen de zomer geplaatst zijn. Daarmee zet Avelgem een stap richting een alternatieve vorm van mobiliteit die inzet op solidariteit tussen inwoners. Het initiatief roept herinneringen op aan het liften, dat vooral in de jaren zeventig bijzonder populair was bij jongeren en toen als een vanzelfsprekend vervoersmiddel werd gezien.

Avelgem is overigens niet de eerste gemeente die experimenteert met dit soort oplossingen. Eerder nam ook Diksmuide al een gelijkaardig initiatief met zogenaamde ‘meerijbankjes’, waar mensen kunnen wachten tot iemand hen een lift aanbiedt. Met de meerijpalen kiest Avelgem voor een eigen variant, afgestemd op de lokale situatie en de specifieke noden van haar inwoners.

De wielerkoorts stijgt opnieuw in Avelgem, want dit weekend staat volledig in het teken van Vlaanderens Mooiste. Op zondag 5 april 2026 raast het peloton van de Ronde van Vlaanderen opnieuw door de gemeente, waar de renners in de slotfase over Avelgemse wegen denderen. De dag voordien, op zaterdag 4 april 2026, is het de beurt aan de vele wielertoeristen die zelf willen proeven van het mythische parcours. Tijdens de Cyclo Ronde van Vlaanderen, beter bekend als ‘We Ride Flanders’, trekken duizenden fietsers hun stoute schoenen aan om dezelfde hellingen en kasseistroken te bedwingen als de profs. Daarmee vormt het weekend een tweeluik waarin zowel amateurs als wereldtoppers hun hart kunnen ophalen.

Staking: reizigers moeten rekening houden met zware hinder bij De Lijn

Het bus- en tramverkeer van De Lijn in Vlaanderen zal donderdag zwaar verstoord zijn.

Reizigers moeten rekening houden met een aanzienlijk aantal geschrapte ritten door een nationale vakbondsbetoging in Brussel. Volgens de Vlaamse openbaarvervoermaatschappij zal gemiddeld ongeveer veertig procent van de geplande bus- en tramritten niet doorgaan. Vooral in Vlaams-Brabant, Brussel en Limburg wordt de grootste hinder verwacht.

De aanleiding voor de verstoring ligt bij een nationale betoging die donderdag in Brussel plaatsvindt tegen het beleid van de federale regering. In het kader van die actie heeft het gemeenschappelijk vakbondsfront bij De Lijn een stakingsaanzegging ingediend. Door die aanzegging kunnen werknemers beslissen om het werk neer te leggen, wat een directe impact heeft op het openbaar vervoer in Vlaanderen.

dienstregeling

Om reizigers toch zo goed mogelijk van dienst te zijn, heeft De Lijn een alternatieve dienstregeling uitgewerkt. Daarbij wordt geprobeerd een groot deel van het netwerk operationeel te houden, al blijft het aanbod duidelijk beperkter dan normaal. Volgens de vervoersmaatschappij zal gemiddeld zestig procent van alle ritten in Vlaanderen worden uitgevoerd, wat betekent dat ongeveer vier op de tien ritten geschrapt zijn.

De impact verschilt sterk per provincie. In Vlaams-Brabant en Brussel zal naar verwachting slechts 56 procent van de ritten kunnen plaatsvinden. Ook in Limburg blijft het aanbod beperkt, waar ongeveer 57 procent van de geplande bus- en tramritten zal worden gereden. Dat betekent dat reizigers in die regio’s extra rekening moeten houden met langere wachttijden, drukkere voertuigen of alternatieve vervoersopties.

In de provincie Antwerpen ligt het percentage iets hoger. Daar verwacht De Lijn dat ongeveer zestig procent van de ritten doorgaat. In andere delen van Vlaanderen lijkt de situatie minder zwaar, al blijft er ook daar sprake van duidelijke hinder voor reizigers.

De Lijn geeft zelf aan: “In West-Vlaanderen wordt meer dan twee derde van alle tram- en busritten gereden en in de provincie Oost-Vlaanderen rijdt meer dan drie kwart van alle bussen en trams uit.” Daarmee lijkt de impact in die provincies beperkter, al kunnen ook daar bepaalde lijnen tijdelijk uitvallen.

Voor veel pendelaars, studenten en andere reizigers wordt donderdag dus een dag waarop vooraf plannen essentieel is. De Lijn roept reizigers op om hun traject vooraf te controleren. Om dat mogelijk te maken zijn de digitale hulpmiddelen van de vervoersmaatschappij aangepast aan de alternatieve dienstregeling.

Foto: © Pitane Blue – De Lijn

Voor donderdag lijkt één ding duidelijk: wie zich met bus of tram wil verplaatsen, doet er goed aan om zijn reis vooraf zorgvuldig te controleren en eventueel een alternatief achter de hand te houden. subtitel: alternatieve dienstregeling moet deel van ritten redden

De routeplanner op de website en in de app van De Lijn is inmiddels bijgewerkt. Reizigers kunnen daar bekijken welke bus- en tramritten effectief zullen rijden en welke geschrapt zijn. Op die manier kunnen zij hun verplaatsing beter voorbereiden en indien nodig op zoek gaan naar een alternatief.

MIVB

De gevolgen van de nationale actie blijven niet beperkt tot Vlaanderen. Ook andere openbaarvervoermaatschappijen in België verwachten hinder. De Brusselse vervoersmaatschappij MIVB waarschuwt eveneens voor verstoringen in haar netwerk. Daarnaast laat ook de Waalse vervoersmaatschappij Letec weten dat reizigers rekening moeten houden met problemen.

Door de nationale vakbondsbetoging kan het openbaar vervoer in verschillende delen van het land dus onder druk komen te staan. Voor veel reizigers betekent dat mogelijk een langere reistijd of de noodzaak om andere vervoermiddelen te gebruiken.

Vakbonden slaan alarm: Vlaanderen wacht onzekere lente vol busstakingen

De vakbonden bij De Lijn hebben een stakingsaanzegging ingediend voor maar liefst negen actiedagen in maart en april.

De acties zullen verspreid plaatsvinden over heel Vlaanderen en zijn het rechtstreekse gevolg van de bijkomende besparingen die de Vlaamse regering eind januari aankondigde. Het sociale klimaat binnen de openbaarvervoersmaatschappij staat daarmee opnieuw zwaar onder druk.

Eind januari kregen de vakbonden te horen dat er bovenop de eerder geplande besparing van 30 miljoen euro op het aanbod in 2026 nog eens 5,5 miljoen euro extra moet worden ingeleverd. Die bijkomende financiële ingreep komt hard aan bij het personeel. Volgens de bonden dreigen de gevolgen vooral voelbaar te worden in landelijke gebieden, waar het aanbod nu al kwetsbaar is en alternatieven vaak beperkt zijn. Vooral in rurale regio’s zou het schrappen of verminderen van ritten een grote impact hebben op scholieren, ouderen en mensen die afhankelijk zijn van het openbaar vervoer voor woon-werkverkeer.

besparingen

De aankondiging van de extra 5,5 miljoen euro aan besparingen kwam voor de vakbonden als een nieuwe klap. Eerder was al duidelijk gemaakt dat er tegen 2026 30 miljoen euro moest worden bespaard op het aanbod van De Lijn. Dat bedrag alleen al zorgde voor grote ongerustheid onder chauffeurs, technische medewerkers en administratief personeel. Met de bijkomende ingreep groeit de vrees dat de dienstverlening verder zal worden uitgehold.

De bonden benadrukken dat de impact niet louter intern voelbaar zal zijn, maar ook rechtstreeks bij de reizigers. In landelijke gemeenten, waar buslijnen vaak de enige vorm van openbaar vervoer zijn, dreigen haltes minder frequent bediend te worden of zelfs helemaal te verdwijnen. Voor veel inwoners betekent dat langere wachttijden, grotere afstanden tot de dichtstbijzijnde halte of een noodgedwongen overstap naar de auto. Dat laatste staat haaks op de ambitie om meer mensen uit de wagen en op het openbaar vervoer te krijgen.

Foto: © Pitane Blue – De Lijn

Het ongenoegen bij het personeel is groot. De werknemers voelen zich volgens de vakbonden al geruime tijd geconfronteerd met toenemende werkdruk, organisatorische veranderingen en financiële beperkingen. De extra besparingsronde wordt gezien als een verdere aantasting van de kwaliteit van het openbaar vervoer en van de arbeidsomstandigheden. De stakingsaanzegging voor negen dagen in maart en april moet dan ook een krachtig signaal zijn aan de Vlaamse regering.

gespreide actiedagen

De keuze voor gespreide actiedagen over Vlaanderen wijst erop dat de bonden de druk willen opvoeren zonder het volledige netwerk in één klap stil te leggen. Toch zullen de gevolgen voor reizigers aanzienlijk zijn. Afhankelijk van de regio en de actiedag kunnen bus- en tramverbindingen verstoord of geannuleerd worden. Dat zorgt onvermijdelijk voor onzekerheid bij pendelaars en scholieren die afhankelijk zijn van De Lijn.

De financiële context waarin de Vlaamse regering deze besparingen aankondigde, speelt ongetwijfeld een rol in het debat. Toch stellen de vakbonden zich vragen bij de prioriteiten. Volgens hen dreigt het openbaar vervoer opnieuw het kind van de rekening te worden. Zeker in dunbevolkte regio’s, waar commerciële alternatieven ontbreken, kan een verminderd aanbod leiden tot sociale isolatie en minder bereikbaarheid van essentiële voorzieningen.

De komende weken beloven dan ook cruciaal te worden. De stakingsaanzegging is een formele stap, maar laat nog ruimte voor overleg. Of dat overleg tot een doorbraak leidt, zal bepalen of Vlaanderen zich moet opmaken voor negen dagen van hinder op het openbaar vervoer. Vast staat dat de aankondiging van de extra 5,5 miljoen euro bovenop de eerder geplande 30 miljoen euro de spanningen opnieuw heeft aangewakkerd.

bezorgheid

Terwijl beleidsmakers rekenen en herrekenen, kijken reizigers en werknemers met groeiende bezorgdheid naar de toekomst van De Lijn. Wat ooit werd voorgesteld als een efficiënter en toekomstgericht openbaar vervoersnet, dreigt volgens de bonden steeds verder uitgekleed te worden. De komende maanden zullen duidelijk maken of de geplande acties een kantelpunt vormen in het debat over de financiering en organisatie van het Vlaamse openbaar vervoervakbonden slaan alarm na nieuwe klap voor De Lijn.

De Lijn onder vuur na vernietigend rapport: reizigers voelen zich in de kou gezet

Woordbreuk en groeiende klachten, De Lijn schrapte haltes en flexbussen zorgen voor storm.

De grootste hervorming ooit bij De Lijn moest het openbaar vervoer in Vlaanderen klaarstomen voor de toekomst, maar ruim twee jaar later klinkt de evaluatie allesbehalve euforisch. Een lijvig rapport van de Vervoersautoriteit legt pijnpunten bloot en geeft munitie aan critici die al langer waarschuwden voor kinderziektes en structurele tekortkomingen. Terwijl 3.247 bushaltes verdwenen en flexbussen hun intrede deden, groeide bij lokale besturen en reizigers het gevoel dat de bereikbaarheid er niet overal op vooruitging.

Iets meer dan twee jaar geleden rolde De Lijn de tweede fase van de zogenoemde basisbereikbaarheid uit. Het uitgangspunt was helder: het aanbod afstemmen op de vraag. Lijnen met veel reizigers kregen meer ritten, trajecten met minder passagiers zagen hun frequentie dalen. Het plan werd aangekondigd als een historische omwenteling. Bussen zouden zich meer concentreren op hoofdwegen om de doorstroming te verbeteren. Op minder drukke assen kwamen flexbussen die enkel rijden na reservatie.

alarmbel

De praktijk bleek weerbarstig. Gemeentebesturen trokken aan de alarmbel omdat haltes verdwenen en dorpskernen minder bediend werden. Reizigers uitten hun scepsis over het reservatiesysteem voor flexbussen. Klachten stroomden binnen. Hier en daar stuurde De Lijn bij, maar de vervoersmaatschappij wachtte vooral op een grondige doorlichting. Die is er nu, in de vorm van een rapport over 2024, een jaar waarin het systeem nog niet volledig was uitgerold.

De Vervoersautoriteit, die in opdracht van het Departement Mobiliteit en Openbare Werken het openbaar vervoer in Vlaanderen mee vormgeeft en coördineert, spaart de kritiek niet. “Dit rapport legt de vinger op de zere plek”, zegt Peter Meukens van reizigersvereniging TreinTramBus bij de nieuwszender VRT NWS. “Het toont aan dat de basisbereikbaarheid vooraf niet goed was uitgewerkt.” Zijn woorden snijden diep in een dossier dat politiek gevoelig ligt.

Toch is het beeld niet uitsluitend negatief. Volgens de cijfers is 77 procent van de klanten tevreden over De Lijn. Vooral de veiligheid, de rijstijl en vriendelijkheid van de chauffeur, de reisinformatie en het gedrag van medereizigers krijgen goede punten. Maar op cruciale domeinen zoals stiptheid, netheid, overstaptijd en niet gereden ritten blijven de resultaten achter. Dat vertaalt zich ook in cijfers van de Vlaamse Ombudsdienst, die in 2024 vijftig procent meer klachten noteerde.

Met de hervorming werd Vlaanderen opgedeeld in vijftien vervoerregio’s. Die regio’s moeten De Lijn adviseren over wijzigingen aan het kernnet en beslissen, in overleg met de vervoersmaatschappij, over het aanvullende net. Op papier kregen ze inspraak, maar volgens het rapport knelt daar het schoentje. “Vervoerregio’s hebben momenteel te weinig zicht op de beschikbare budgetten”, staat in het rapport van de Vervoersautoriteit. Verder klinkt het dat ze onvoldoende weten waarvoor middelen precies worden ingezet door De Lijn. In theorie mogen de regio’s dus beslissen, in de praktijk is het onduidelijk of ze over de nodige financiële slagkracht beschikken.

Foto: © Pitane Blue – De Lijn

De Vervoersautoriteit wijst nog op een tweede structureel probleem. “Het nieuwe netwerk werd gefaseerd ingevoerd. Ondertussen werd dat basisnetwerk echter ingeperkt omwille van besparingen, operationele problemen en beperkte middelen bij De Lijn.” Die vaststelling ondergraaft het oorspronkelijke opzet van de hervorming. Wat betekenen ambitieuze plannen als de uitvoerende partner tegelijk moet besparen?

besparingen

Aanvankelijk was het de bedoeling om vanaf dit jaar jaarlijks vijftig miljoen euro extra te investeren in de exploitatie. Dat engagement stond in het regeerakkoord. De realiteit ziet er anders uit. Eerder dit jaar bleek dat De Lijn geen extra middelen krijgt, maar 35,5 miljoen euro moet besparen. Voor Peter Meukens is dat onverteerbaar. “Eigenlijk pleegt de Vlaamse regering woordbreuk”, zegt hij onomwonden.

Het rapport maakt duidelijk dat de hervorming van De Lijn geen afgerond hoofdstuk is, maar een proces dat nog volop bijsturing vraagt. De vraag of de grootste verandering ooit bij de Vlaamse vervoersmaatschappij ook effectief tot betere bereikbaarheid leidt, blijft voorlopig onbeantwoord. Wat wel vaststaat, is dat de combinatie van geschrapte haltes, flexbussen op reservatie en besparingen een complex kluwen heeft gecreëerd waarin reiziger, regio en vervoersmaatschappij elkaar soms moeilijk vinden.

Minister De Ridder test zelfrijdende shuttle: autonome busjes klaar voor reizigersvervoer

Minister Annick De Ridder heeft zich als eerste officiële passagier laten vervoeren door een zelfrijdende shuttle van De Lijn in Leuven.

Daarmee is een nieuwe fase ingegaan voor het openbaar vervoer in Vlaanderen. Sinds de maand januari vervoeren twee autonome shuttles passagiers tussen het treinstation van Leuven en de deelgemeente Heverlee. De voertuigen rijden volledig zelfstandig een vaste lus met meerdere haltes in de binnenstad en doen dat in druk stadsverkeer waar voetgangers, fietsers en ander gemotoriseerd verkeer elkaar voortdurend kruisen.

primeur

De lancering geldt als een Europese primeur voor een openbare vervoermaatschappij en wordt door betrokkenen omschreven als een van de meest performante openbaarvervoerlijnen van Europa. Vlaams minister van Mobiliteit Annick De Ridder stapte samen met federaal minister van Mobiliteit Jean-Luc Crucke, directeur-generaal van De Lijn Ann Schoubs en Leuvens burgemeester Mohamed Ridouani op een van de shuttles. De minister van Mobiliteit benadrukte het belang van het project voor Vlaanderen en het bredere Europese mobiliteitslandschap. “Voor het eerst rijdt deze technologie in zeer drukke verkeersomstandigheden. Daarmee is Vlaanderen pionier,” verklaarde Annick De Ridder tijdens de rit.

autonome shuttles

Sinds 11 september 2025 rijden de twee autonome shuttles van technologiebedrijf WeRide al rond in de Leuvense binnenstad, aanvankelijk zonder passagiers. Ingenieurs van het bedrijf programmeerden de software in de voertuigen, waarna chauffeurs van De Lijn de shuttles de route aanleerden met behulp van camera’s, radar en LiDAR-technologie. Door het afleggen van voldoende testkilometers en intensieve voorbereiding werd het mogelijk om nu ook reizigers toe te laten aan boord.

Volgens Annick De Ridder toont het project aan dat Vlaanderen zijn ambities op het vlak van autonoom vervoer concreet maakt. “Vlaanderen wil pionieren in autonoom vervoer. Dit project toont aan dat we deze ambitie ook uitdragen. Zelfrijdende busjes die veilig en comfortabel door een druk stadscentrum rijden, dat leek nog niet zo lang geleden pure science-fiction. Maar kijk, vanaf vandaag stappen de eerste passagiers op. Autonoom rijden in de historische kern van Leuven is een benchmark prestatie voor de technologie en toont dat we in een tijdperk beland zijn waarin nieuwe stappen kunnen genomen worden met deze technologie. De kennis die we met dit project opbouwen laat toe om met open blik naar de toekomst van het openbaar vervoer te kijken,” aldus de minister.

Ook federaal minister Jean-Luc Crucke benadrukte het bredere maatschappelijke belang. “Ik ben voorstander van een visie waarin we in ons land een sleutelrol spelen in de invoering van autonome voertuigen, met een duidelijke prioriteit: autonome, gedeelde en elektrische voertuigen voor openbaar gebruik. Zo garanderen we een veiligere, duurzamere en inclusievere mobiliteit,” zei hij na zijn rit.

Sinds 22 januari rijden de shuttles onder lijnnummer 16 tussen het busstation van De Lijn aan het Martelarenplein en Heverlee. Het traject loopt via de Maria-Theresiastraat, de Andreas Vesaliusstraat en de Hendrik Consciencestraat naar de Naamsestraat. Daar steken de voertuigen de Leuvense ring over om vervolgens een lus te maken ter hoogte van de spoorwegovergang. Via de Prins de Lignestraat, de Waversebaan en de Sint-Lambertusstraat keren de shuttles via de Naamsesteenweg terug naar het Martelarenplein.

algoritmes

Langs het traject bevinden zich verschillende hogeschool- en universiteitsgebouwen. Wanneer een aula leegloopt, komen soms honderden studenten tegelijk de straat op. De autonome shuttles moeten dan omgaan met een plotse toestroom van voetgangers en fietsers. De algoritmes zijn daarop getraind en hebben zich het Leuvense stadsverkeer eigen gemaakt. Volgens De Lijn werd deze training sneller afgerond dan gemiddeld voor een project met een dergelijke hoge moeilijkheidsgraad.

Directeur-generaal Ann Schoubs ziet het project als een belangrijke stap richting de toekomst. “Op enkele maanden tijd slaagt de projectgroep autonome mobiliteit erin om een lijn op te zetten in druk stadsverkeer. Door de snelle evolutie van algoritmes komt de doorbraak van autonoom vervoer eraan, met dit project willen we klaar zijn voor de shift die zich aandient binnen 5 à 10 jaar,” verklaarde zij.

Ook WeRide spreekt van een mijlpaal. Oprichter en CEO Dr. Tony Han stelde: “Onze technologie voor autonoom rijden is wereldwijd — ook in Europa — grondig getest en ingezet. De voorbije maanden heeft WeRide samen met onze partners de Robobus in Leuven getest, en we zijn nu klaar voor reizigersvervoer. Met deze uitrol bereiken we een mijlpaal die het vertrouwen van Europese beleidsmakers versterkt terwijl we onze visie voor de uitbreiding van autonome mobiliteit op het hele continent verder vormgeven.”

begeleider

Hoewel de shuttles volledig zelfstandig rijden, blijft bij elke rit een speciaal opgeleide chauffeur aan boord als begeleider. Deze chauffeurs geven aan dat de technologie onveilige situaties vaak sneller detecteert dan het menselijk oog. Volgens hen ligt het veiligheidsrisico van een rit met de autonome voertuigen lager dan bij andere stedelijke vervoersmiddelen, doordat de voertuigen voortdurend anticiperen en proactief handelen in het verkeer.

Nieuwe tarieven: reizigers voelen prijsstijgingen bij NMBS De Lijn en MIVB

Vanaf 1 februari worden reizigers in België geconfronteerd met hogere tarieven bij verschillende vervoersmaatschappijen.

Wie dagelijks of occasioneel gebruikmaakt van trein, tram, bus of metro zal merken dat de prijzen gemiddeld stijgen tussen iets meer dan 2 procent en ruim boven de 4 procent. De aanpassingen verschillen per maatschappij en per type vervoerbewijs, waarbij naast verhogingen ook enkele opvallende uitzonderingen en zelfs prijsdalingen te noteren vallen.

Bij spoorwegmaatschappij NMBS worden de prijzen van tickets met gemiddeld 2,14 procent verhoogd. Voor abonnementen ligt de stijging iets hoger en bedraagt die 2,60 procent. De aanpassing past binnen de algemene indexering die bij het spoor wordt doorgevoerd, maar toch zijn er enkele tarieven die buiten schot blijven. Zo verandert de prijs van de Train+-kaart niet. Ook reizigers die hun fiets meenemen op de trein of een huisdier vervoeren, hoeven geen extra kosten te vrezen, want het fietssupplement en het huisdiersupplement blijven ongewijzigd. Tegelijkertijd voert NMBS enkele gerichte verlagingen door. Abonnementen voor trajecten langer dan 120 kilometer worden goedkoper, wat vooral langeafstandspendelaars ten goede komt. Daarnaast dalen ook de tarieven voor dagtickets voor de autoparking voor treinreizigers, een maatregel die automobilisten moet aanmoedigen om vaker de trein te nemen.

gemiddeld 4.2 procent

De Vlaamse openbaarvervoermaatschappij De Lijn past haar tarieven aan via een indexering die gemiddeld 4,2 procent bedraagt. Dat betekent dat de meeste abonnementen duurder worden, net als de meerrittenkaarten en de groepstickets. Voor reizigers die sporadisch gebruikmaken van bus of tram is er echter minder verandering. Bij de occasionele vervoerbewijzen, zoals losse tickets en dagtickets, blijven de meeste tarieven ongewijzigd. Opvallend binnen het nieuwe tarievenpakket is de forse prijsdaling van één specifiek abonnement. De Buzzy Pazz voor jongeren tussen 18 en 24 jaar wordt bijna een kwart goedkoper. De prijs zakt van 215 euro naar 165 euro, een ingreep die het openbaar vervoer voor jongvolwassenen aanzienlijk betaalbaarder moet maken.

Ook in Brussel worden de tarieven aangepast. De Brusselse vervoersmaatschappij MIVB voert eveneens een indexering door. Daardoor stijgt de prijs van een enkele rit van 2,30 euro naar 2,40 euro. Een maandabonnement gaat van 55 naar 56 euro en een jaarabonnement van 550 naar 560 euro. Niet alle reizigers worden getroffen door deze aanpassingen, want sommige prijzen blijven ongewijzigd. Schoolabonnementen behouden hun huidige tarief, wat voor gezinnen met schoolgaande kinderen een zekere stabiliteit biedt in een periode van algemene prijsstijgingen.

Foto: © Pitane Blue – Dinant – NMBS/SNCB

In Wallonië past de openbaarvervoermaatschappij Letec haar tarieven aan met een gemiddelde indexering van 2,15 procent. Naast deze prijsverhoging wordt ook een structurele wijziging doorgevoerd in het tariefsysteem. De bestaande zonetarieven verdwijnen en maken plaats voor een eenheidsprijs op de klassieke lijnen. Die hervorming moet het tariefsysteem eenvoudiger en duidelijker maken voor de reiziger, al betekent ze in de praktijk dat sommige trajecten duurder kunnen uitvallen terwijl andere net goedkoper worden.

aanpassingen

De verschillende prijsaanpassingen tonen aan dat vervoersmaatschappijen zoeken naar een evenwicht tussen financiële haalbaarheid en betaalbaarheid voor de reiziger. Terwijl de algemene trend wijst op hogere tarieven, worden hier en daar bewuste keuzes gemaakt om bepaalde groepen te ontzien of net extra te ondersteunen. Langeafstandspendelaars bij NMBS en jongeren bij De Lijn zien hun kosten dalen, terwijl occasionele reizigers in Vlaanderen grotendeels gespaard blijven. Tegelijkertijd blijft de impact van de indexering voelbaar voor wie dagelijks afhankelijk is van het openbaar vervoer, zeker in een periode waarin ook andere kosten stijgen.

Reizigers doen er goed aan om hun abonnementen en vervoersbewijzen tijdig te herbekijken en te vergelijken. De wijzigingen die op 1 februari ingaan, maken duidelijk dat het openbaar vervoer in beweging blijft, niet alleen op de rails en wegen, maar ook op het vlak van tarieven en structuren.

Op naar vervoerseilanden: bussen verdwijnen en flexvervoer blijft achter

De balans, twee jaar later: minder haltes, minder bereikbaarheid – vooral op het platteland.

Twee jaar na de invoering van wat door de Vlaamse regering en De Lijn zelf werd aangekondigd als de grootste hervorming ooit, blijft de balans bijzonder scherp. De tweede fase van de zogenoemde basisbereikbaarheid moest het openbaar vervoer in Vlaanderen efficiënter, flexibeler en beter afgestemd op de vraag maken. Dag op dag twee jaar geleden werd het nieuwe systeem uitgerold, met grote gevolgen voor reizigers, lokale besturen en het dagelijkse mobiliteitsleven in steden en gemeenten.

De kern van de hervorming bestond uit een duidelijke keuze. Het aanbod van bussen en trams zou niet langer overal gelijk zijn, maar mee evolueren met het aantal reizigers. Waar meer mensen gebruikmaken van het openbaar vervoer, zouden extra ritten worden voorzien. Waar minder vraag is, zou het aanbod worden afgebouwd. Volgens de toenmalige Vlaamse minister van Mobiliteit Lydia Peeters van Open VLD was dat noodzakelijk. “We willen de vraag meer volgen en de middelen efficiënt inzetten waar ze nodig zijn”, klonk het bij de voorstelling van het plan. Het uitgangspunt was helder, de praktijk bleek complexer.

flexvervoer

In heel Vlaanderen verdwenen 3.247 bushaltes, goed voor zeventien procent van het totale aantal. Bussen moesten vaker op hoofdwegen blijven om sneller en stipter te rijden. Haltes in woonstraten of afgelegen dorpskernen verdwenen, met de belofte dat flexvervoer het gat zou opvullen. Reizigers die geen vaste buslijn meer hadden, konden een flexbus reserveren, vooraf en op aanvraag. Zo zouden busjes niet langer leeg rondrijden, maar precies daar komen waar iemand ze nodig had.

Twee jaar later is het enthousiasme bij veel lokale besturen volledig weggeëbd. Burgemeester Kenneth Taylor van Wichelen spaart zijn kritiek niet. “De basisbereikbaarheid voor iedereen is er niet op vooruitgegaan”, zegt hij in een reactie bij VRT NWS. Hij wijst erop dat zijn gemeente weinig tot geen inspraak had in beslissingen die nochtans grote impact hebben op het dagelijkse leven van inwoners. “Onze vervoersregio Aalst heeft dit plan niet goedgekeurd. De grootste beslissingen voor mijn gemeente worden trouwens genomen in de vervoersregio Gent, en ik heb helemaal geen vat daarop. De inspraak die wij zouden hebben, is een lege doos.”

Twee jaar na de invoering blijft de vraag hangen of de basisbereikbaarheid werkelijk iedereen bereikt, of vooral een rekensom is geworden waarin efficiëntie zwaarder weegt dan toegankelijkheid.

Het gevoel van machteloosheid leeft niet alleen in Wichelen. In verschillende landelijke gemeenten wordt gesproken over ‘vervoerseilanden’, plekken waar inwoners zonder auto nauwelijks nog van A naar B geraken. In Assenede rijden er bijvoorbeeld wel bussen, maar vooral tijdens de ochtendspits voor schoolgaande kinderen. Overdag, in het weekend en tijdens schoolvakanties valt het aanbod in sommige deelgemeenten bijna volledig stil. Volgens De Lijn is het niet mogelijk om een bus met een beperkte omrijtijd van tien minuten extra haltes te laten bedienen, omdat dat de efficiëntie van het netwerk zou ondermijnen.

budgetneutraal

De hervorming werd van bij het begin als budgetneutraal voorgesteld. Dat betekende dat er geen extra middelen beschikbaar kwamen. Nieuwe lijnen of extra ritten konden enkel als er elders werd bespaard. Dat uitgangspunt blijft zwaar doorwegen op het systeem. Het flexvervoer, bedoeld als vangnet, blijkt ondertussen een zorgenkind. Het aantal gebruikers blijft beperkt, terwijl de kosten oplopen door lege kilometers. Vorig jaar raakte bekend dat flexbusjes gemiddeld slechts 1,2 reizigers vervoeren. Dat cijfer voedt de kritiek dat het systeem zijn doel mist en vooral op papier goed klinkt.

Voor veel reizigers voelt de hervorming als een stap achteruit. De afstand tot de dichtstbijzijnde halte is groter geworden, het plannen van een verplaatsing vraagt meer voorbereiding en spontaniteit lijkt verdwenen. Lokale besturen klagen dat ze verantwoordelijk worden gehouden door hun inwoners, terwijl ze zelf nauwelijks beslissingsmacht hadden. 

Gentse trams komen niet vooruit: binnenstad zucht onder auto’s en volle parkings

Een oproep aan stadsbestuur en automobilisten want de winterse files gijzelen het openbaar vervoer.

De Gentse binnenstad kreunt onder de combinatie van eindejaarsdrukte, winkelende bezoekers en een stroom auto’s die zich vastbijt richting parkeergarages. Het gevolg laat zich elke winter opnieuw voelen op de tramsporen. De Reizigersbond trekt daarom aan de alarmbel en eist dat het stadsbestuur dringend ingrijpt om het openbaar vervoer weer vlot te laten rijden. Volgens de organisatie staan trams tijdens de weekends van de Winterfeesten regelmatig muurvast, met duizenden reizigers die noodgedwongen moeten wachten in de kou.

Sinds de start van de Gentse Winterfeesten is de situatie volgens de Reizigersbond opnieuw verslechterd. Bij de Vlaamse Nieuwszender VRT NWS schetst Luc Desmedt van de bond een beeld van overvolle tramstellen die minutenlang, soms zelfs langer, geen meter vooruitkomen. Reizigers zien hoe hun tram letterlijk wordt ingesloten door auto’s die aanschuiven voor parkeergarages in het centrum. Vooral de omgeving van de Kouter is een gekend pijnpunt. Daar blokkeren automobilisten de tramsporen terwijl ze hopen op een vrij plekje in de parkeergarage. De tram kan nergens heen en de wachttijd voor de reizigers loopt verder op.

dringende brief

Het probleem is volgens de Reizigersbond allerminst nieuw, maar de ernst ervan neemt jaar na jaar toe. De bond wijst op het structurele karakter van de hinder. De parkeergarages Kouter, Reep en Center liggen diep in het hart van de stad en zijn enkel bereikbaar via dezelfde assen waar ook de trams rijden. Daardoor komen auto en tram letterlijk met elkaar in conflict. Wanneer de garages vol raken, blijven automobilisten toch aanschuiven, met stilstaande files tot gevolg. De tramsporen worden daarbij mee geblokkeerd, waardoor het openbaar vervoer zijn rol als vlotte en betrouwbare verplaatsingsvorm niet meer kan waarmaken.

Om die reden stuurde de Reizigersbond een dringende brief naar het Gentse stadsbestuur. Een antwoord bleef voorlopig uit, maar de bond formuleert alvast twee duidelijke voorstellen. Op korte termijn vraagt de organisatie om politiebegeleiding op strategische knelpunten zoals het Rooseveltplein en het Graaf van Vlaanderenplein. Het idee is om het verkeer tijdelijk te bufferen wanneer er een tram nadert, zodat die ongehinderd kan doorrijden. Daarnaast wil de bond dat automobilisten aan de inritten van parkeergarages verplicht worden om door te rijden zodra een parking vol is. Volgens de Reizigersbond zou dat al een groot deel van de stilstaande files kunnen voorkomen.

Foto: © Pitane Blue – Gent

Op langere termijn pleit de bond voor een fundamentele verschuiving in het parkeerbeleid. De focus moet volgens hen verschuiven van parkeren in het centrum naar de stadsrand. Meer park-and-rides moeten automobilisten overtuigen om hun wagen buiten de stad achter te laten en verder te reizen met tram of bus. Dat zou niet alleen de doorstroming van het openbaar vervoer verbeteren, maar ook de leefbaarheid in de binnenstad ten goede komen.

vol is vol

Schepen voor Mobiliteit Joris Vandenbroucke van Voor Gent erkent de problematiek, maar plaatst kanttekeningen bij de haalbaarheid van sommige voorstellen. Permanent politietoezicht op alle knelpunten ziet hij niet als een structurele oplossing. “De politie kan altijd tussenkomen bij acute situaties, maar dat gaat ten gronde niks veranderen aan de problematiek waarbij automobilisten voorbij de signalisatieborden op onze stadsring rijden, waarop staat dat de parkings vol zijn en dan toch naar het centrum van de stad rijden,” klinkt het.

Volgens de schepen ligt een deel van de verantwoordelijkheid bij de bezoekers zelf. Hij richt zich expliciet tot iedereen die met de wagen naar Gent afzakt. “Als er op de signalisatieborden staat dat de parkings vol zijn, zijn ze vol. Vol is vol. Het heeft geen enkele zin om toch naar die parkings te rijden.” Met die oproep hoopt hij het aantal wagens dat zich vastzet in het centrum te verminderen en zo ook de druk op het tramverkeer te verlichten.

noodkreet

Intussen blijven de reizigers wachten op concrete maatregelen. Voor velen is de tram tijdens de wintermaanden het belangrijkste vervoermiddel om de stad te bereiken of te doorkruisen. Wanneer die stilvalt door vastgelopen autoverkeer, tast dat niet alleen het comfort maar ook het vertrouwen in het openbaar vervoer aan. De komende weken zal moeten blijken of het stadsbestuur gehoor geeft aan de noodkreet van de Reizigersbond en of er snel ingrepen komen om de Gentse trams weer vrij baan te geven.

De Lijn: raamovereenkomst met Daimler en afronding BYD-deal versnellen transitie

Miljoeneninjectie zet deur open voor 630 nieuwe elektrische bussen, De Lijn kiest massaal voor e-bussen in grootste vergroening ooit.

De Vlaamse vervoermaatschappij De Lijn zet een stevige nieuwe stap richting volledig emissievrij openbaar vervoer tegen 2035, een doel dat de organisatie al enige tijd naar voren schuift als één van haar belangrijkste pijlers. De recente gunning van een omvangrijke raamovereenkomst aan Daimler Buses Belgium, met een maximale investeringswaarde van 303 miljoen euro, vormt een essentieel onderdeel van deze strategie. Tegelijkertijd worden 268 extra e-bussen besteld bij BYD Europe en ruim 80 voertuigen bij Daimler, een beslissing die mogelijk werd dankzij een gerichte financiële impuls van 400 miljoen euro van Vlaams minister van Mobiliteit en Openbare Werken Annick De Ridder.

raamovereenkomst

Volgens De Lijn moet de volledige vloot van meer dan tweeduizend voertuigen binnen tien jaar geëlektrificeerd zijn. Het streven naar een stiller, schoner en comfortabeler openbaar vervoer gaat gepaard met de ambitie om meer reizigers aan boord te krijgen. De recente beslissingen vormen een verdere versnelling van het al lopende elektrificatieproces. De bestelling bij Daimler, gebaseerd op een nieuwe raamovereenkomst die ruimte biedt voor de levering van maximaal 500 e-bussen, volgt op een beoordeling waarbij Daimler het hoogste scoorde van alle inschrijvers. De eerste Mercedes-Benz eCitaro’s worden vanaf het eerste kwartaal van 2027 verwacht, waarmee de vernieuwing van de vloot in een nieuwe fase komt.

De aanvullende bestelling bij BYD Europe, goed voor 268 standaard e-bussen van twaalf meter lang, maakt de eerdere overeenkomst uit 2023 volledig rond. Daarmee benut BYD de volle capaciteit van de raamovereenkomst van 500 voertuigen. Volgens De Lijn verlopen de operationele ervaringen met de eerder geleverde voertuigen van BYD positief, wat aanleiding gaf tot een derde bestelling. Deze voertuigen komen gefaseerd toe vanaf het tweede kwartaal van 2027, waardoor de verjonging van de vloot op meerdere fronten tegelijk wordt voortgezet.

modernisering

Vlaams minister Annick De Ridder benadrukt dat de financiële injectie een cruciale rol speelt in de versnelling van het programma. Ze zegt: ‘We zijn blij om te zien dat De Lijn via de nieuwe raamovereenkomst de continuïteit van haar vergroeningsoperatie verzekert. Dankzij de “turbo” van 400 miljoen bestelt De Lijn dit jaar ruim 630 nieuwe e-bussen (de 290 bussen die al in het voorjaar werden besteld en de 268 + 80 nu) moderniseert ze haar aanbod en versterkt ze haar dienstverlening aan haar reizigers. Denk onder meer aan de schermen met real-time ritinformatie aan boord.’ Haar woorden weerspiegelen de overtuiging dat modernisering van het openbaar vervoer niet alleen technologisch maar ook qua dienstverlening vooruitgang moet opleveren.

Foto: © De Lijn – Mercedes eCitaro

De opeenvolgende bestellingen en de grootschalige raamovereenkomst tonen aan dat Vlaanderen niet alleen een ambitieus doel heeft gesteld, maar ook de middelen inzet om de transitie waar te maken. Met de eerste leveringen vanaf 2027 belooft de vernieuwing van het Vlaamse openbaar vervoer zichtbaarder dan ooit te worden.

Directeur-generaal Ann Schoubs licht toe dat nieuwe voertuigen standaard worden uitgerust met voorzieningen die ondertussen als Europese norm gelden. Ze zegt: ‘Zowel de e-bussen van BYD als de voertuigen van Daimler of Mercedes krijgen de typische De Lijn-uitrusting, die intussen zowat de Europese norm is geworden. USB-laadpunten en een elektrische oprijplaat voor minder mobiele reizigers zijn bij ons al vier jaar de norm en vind je hoe langer hoe meer terug bij onze collega’s in binnen- en buitenland. Ook onze verbeterde stuurpost met volledig instelbare en geventileerde en verwarmde chauffeursstoel, zijcamera’s in plaats van spiegels en geavanceerde veiligheidsuitrusting zijn intussen algemeen ingeburgerd.’ De nadruk op comfort, toegankelijkheid en veiligheid toont aan dat de vernieuwde voertuigen meer moeten worden dan enkel een ecologische oplossing.

tevredenheid

Ook vanuit de betrokken leveranciers klinkt tevredenheid over de beslissingen van De Lijn. Steven Somers, CEO van Daimler Buses Belgium, zegt: ‘Met de innovatieve technologie van de Mercedes-Benz eCitaro stadsbus, haar hoog comfortniveau en onze focus op duurzaamheid, draagt Daimler Buses Belgium graag bij aan de ambitie die wij delen met De Lijn om de mobiliteit en het openbaar vervoer in Vlaanderen toekomstbestendig te maken, zowel voor de reizigers, medewerkers en voor onze eigen leefomgeving.’ Daarmee onderstreept hij de lange termijnvisie die de Vlaamse vervoersmaatschappij deelt met haar partners.

Stella Li, Executive Vice-President bij BYD, bevestigt dat haar bedrijf hetzelfde pad bewandelt. Ze zegt: ‘We zijn blij om De Lijn te ondersteunen in haar volgende fase naar een volledig emissievrije vloot tegen 2035. Onze recentste B12.b e-bussen maken gebruik van onze sterke O&O mogelijkheden om geavanceerde veiligheidsstandaarden, grote efficiëntie in energieverbruik en een zuivere en stille ervaring in elektrische mobiliteit te leveren. Dankzij hun hoogstaande comfortuitrusting zowel voor reizigers als voor chauffeurs zijn deze voertuigen ontworpen om een moderner en aantrekkelijker netwerk voor openbaar vervoer in Vlaanderen te helpen scheppen. We kijken ernaar uit om bij te dragen aan de elektrificatiestrategie van De Lijn op de lange termijn en aan de bijdrage van De Lijn voor een groenere mobiliteit in lokale gemeenschappen.’

Reorganisatie volgt na discussie: besparingsronde zet vervoerregio’s onder druk

Op 5 januari past De Lijn haar dienstregeling beperkt aan in 5 vervoerregio’s.

De Lijn bereidt zich voor op een nieuwe fase in haar hervormingstraject en kiest daarbij voor een gerichte bijsturing van de dienstregeling in vijf Vlaamse vervoerregio’s. Vanaf 5 januari worden in Brugge, Midwest, Kortrijk, Limburg en de Vlaamse Rand meerdere aanpassingen doorgevoerd die volgens de vervoersmaatschappij noodzakelijk zijn om de budgetten opnieuw te laten aansluiten bij het oorspronkelijke financiële kader van de basisbereikbaarheid. De Lijn benadrukt dat het gaat om een beperkt pakket van zowat twintig ingrepen, vooral op trajecten waar de bezetting laag ligt tijdens verschillende tijdsblokken en typedagen. Reizigers kunnen alle details van de nieuwe regeling raadplegen via de website en de app, waar de updates sinds deze week toegankelijk zijn.

targetbudget

De betrokken vervoerregio’s hadden tijdens de uitrol van de basisbereikbaarheid hoger ingeschreven budgetten dan voorzien. De Lijn kreeg daarom nog eerder dit jaar de opdracht om het aanbod per regio opnieuw af te stemmen op het zogenaamde targetbudget. Volgens de maatschappij werd die oefening deze zomer intensief besproken met de vijf regio’s die nu in januari met de afgesproken correcties van start gaan. Het gaat daarbij hoofdzakelijk om lijnen of stukken van lijnen waar relatief weinig reizigers gebruik van maken, wat volgens De Lijn een objectief criterium vormde bij de evaluatie.

Los van deze financiële bijsturing lopen na de kerstvakantie ook operationele aanpassingen in bijna alle regio’s. De Lijn spreekt over aanpassingen die vooral bijdragen aan een betere afstemming met treinverbindingen of ontstaan op vraag van scholen die andere begin- of einduren hanteren. De maatschappij stelt dat dergelijke wijzigingen traditioneel in januari plaatsvinden wanneer scholen na de vakantie hun uurroosters definitief vastleggen en NMBS kleine optimalisaties doorvoert in de eigen dienstregeling. Deze operationele wijzigingen staan volgens De Lijn volledig los van de budgetoefening.

Foto: De Lijn – 65+

Reizigers in de betrokken regio’s volgen ondertussen nauwgezet hoe de nieuwe dienstregeling hun dagelijkse verplaatsingen beïnvloedt, terwijl de maatschappij zelf een evenwicht zoekt tussen dienstverlening, efficiëntie en budgettaire haalbaarheid.

Hoewel deze twintig besparingsmaatregelen reeds gecommuniceerd zijn, wijst De Lijn erop dat er nog een andere taak wacht: een bijkomende besparing van dertig miljoen euro die later nog gerealiseerd moet worden. De vervoersmaatschappij geeft mee dat deze oefening nog gedetailleerder zal worden uitgevoerd en dat vooral lijnen met zeer laag gebruik daarbij onder de loep komen. “Deze oefening start zo snel mogelijk en gebeurt in samenspraak met de vervoerregio’s,” klinkt het volgens de interne mededeling die bij de aankondiging werd gedeeld. Extra details over die volgende ronde zijn nog niet bekend, maar De Lijn benadrukt dat het proces samen met de lokale besturen wordt opgezet.

Volgens betrokkenen binnen de regio’s is het belangrijk dat reizigers de wijzigingen tijdig kunnen inkijken en hun verplaatsingen indien nodig aanpassen. De Lijn bevestigde eerder dat alle informatie volledig is opgeladen in de routeplanner en dat reizigers meteen zicht hebben op de invloed van de nieuwe regeling op hun dagelijkse traject. De vervoersmaatschappij gaf verder aan dat ze de effecten van de aanpassingen nauwgezet zal opvolgen wanneer de nieuwe regeling in werking treedt. De nadruk ligt daarbij op het garanderen van een zo efficiënt mogelijke inzet van middelen binnen het kader van de basisbereikbaarheid, een hervorming die voortaan het volledige Vlaamse openbaar vervoer aanstuurt.

De start van de aangepaste regeling op 5 januari markeert daarmee een nieuwe stap in het grotere hervormingsproject waarbij elke vervoerregio een eigen aanbod tekent binnen zijn budgettaire grenzen. Hoe de bijkomende dertig miljoen besparing eruit zal zien, blijft voorlopig nog onderwerp van overleg, maar duidelijk is dat De Lijn de komende maanden verder zal sleutelen aan haar netwerk. 

De Lijn waarschuwt: vakbondsactie legt bus en tram dagenlang lam in Vlaanderen

Schrale dienstregeling en onverwachte rituitval, reizigers moeten routeplanner voortdurend controleren.

Door een gecoördineerde vakbondsactie op maandag 24, dinsdag 25 en woensdag 26 november 2025 komt het openbaar vervoer in Vlaanderen zwaar onder druk te staan. De Lijn bevestigt dat haar vakbondsafdelingen mee aansluiten bij de actie, waardoor het aanbod aan bus- en tramritten over de drie dagen heen sterk uitgedund zal zijn. De vervoersmaatschappij spreekt zelf van een periode van algemene hinder waarbij reizigers merkbaar beperkt zullen worden in hun dagelijkse verplaatsingen.

communicatie

Communicatiediensten van De Lijn benadrukken dat zij voor elke actiedag een alternatieve dienstverlening op poten zetten om de gevolgen voor het publiek zo goed mogelijk op te vangen. Volgens de woordvoerders wordt alle informatie over de aangepaste dienstregeling gefaseerd beschikbaar gemaakt. “Op zaterdag 22 november in de loop van de avond publiceren we de updates voor maandag, op zondagavond 23 november die voor dinsdag, en op maandagavond 24 november volgen de updates voor woensdag,” luidt het. De Lijn maakt duidelijk dat reizigers deze gegevens zowel op de website als in de app kunnen raadplegen, zodat zij zich tijdig kunnen voorbereiden.

voorzichtig

De Lijn blijft echter voorzichtig in haar communicatie en waarschuwt dat onverwachte rituitval mogelijk blijft. Zij benadrukt dat reizigers ook op de dag zelf het best de routeplanner blijven controleren om zeker te zijn van de meest actuele situatie. Volgens de maatschappij is dit de enige manier om het risico op onaangename verrassingen te beperken, gezien de impact van de actie afhankelijk is van de effectieve deelname van het personeel en dus van dag tot dag kan verschillen.

Foto: © Pitane Blue – Vlaamse kusttram De Lijn

Tijdens de drie actiedagen zullen alle ritten die wél gereden worden zichtbaar zijn in de routeplanner van De Lijn. Ritten die uitbreken of niet uitgevoerd worden, verdwijnen volledig uit de planner. De vervoersmaatschappij licht toe dat op de halte- en lijnpagina’s de niet-rijdende ritten specifiek gemarkeerd zullen worden met de vermelding ‘rijdt niet’. Daarmee wil De Lijn voorkomen dat reizigers zich naar een halte begeven in de veronderstelling dat een rit toch nog wordt uitgevoerd.

De vervoersmaatschappij laat weten dat zij begrip heeft voor de bekommernissen van haar personeel, maar tegelijk beseft hoe zwaar de hinder voor het publiek kan zijn. Daarom biedt De Lijn op voorhand haar excuses aan. “De Lijn verontschuldigt zich voor de hinder en het ongemak die deze vakbondsactie met zich zal meebrengen,” klinkt het in de officiële mededeling. De excuses worden vooral ingegeven door de wetenschap dat de driedaagse actie precies plaatsvindt tijdens een periode waarin veel pendelaars, scholieren en occasionele reizigers afhankelijk zijn van vlot openbaar vervoer.

onzekerheid

Voor de reizigers blijft het dus een periode van onzekerheid, waarbij elke dag opnieuw moet worden bekeken welke verbindingen overeind blijven. De Lijn hoopt dat door een consequente informatieverstrekking via haar digitale platformen de verstoring enigszins beheersbaar blijft. Reizigers die tijdens deze dagen de bus of tram willen nemen krijgen uiteindelijk één duidelijke boodschap mee: blijf de updates volgen, plan uw route kort voor vertrek en reken niet op de gebruikelijke frequentie of betrouwbaarheid van het aanbod.

Hasselt–Maastricht: Nederlandse overheden krijgen eindelijk duidelijkheid

Vlaanderen aansprakelijk voor miljoenenstrop rond gestrande grens­tram.

De Vlaamse regering is volgens een uitspraak van de rechtbank in Limburg aansprakelijk voor de miljoenen die in Nederland zijn uitgegeven aan de voorbereidingen voor de omstreden tramlijn tussen Maastricht en het Belgische Hasselt. Het vonnis is het voorlopige hoogtepunt in een jarenlang dossier waarin politieke wendingen, financiële druk en grensoverschrijdende irritaties elkaar al sinds 2004 opvolgen. 

De gemeente Maastricht en de provincie Limburg trokken naar de rechter nadat eerdere overleggen met Vlaanderen geen akkoord opleverden. Vanuit Nederlandse zijde werd meer dan negentien miljoen euro gestoken in het project dat het hart van beide Limburgse hoofdsteden in veertig minuten had moeten verbinden.

Vlaams Gewest

De plannen voor de sneltram gingen in de loop der jaren door talloze technische en bestuurlijke fases, maar kwamen in 2022 abrupt tot stilstand toen het Vlaamse Gewest besloot zich terug te trekken. Dat onverwachte besluit viel in Maastricht en bij de provincie Limburg bijzonder slecht. De twee overheden gaven destijds aan dat de beslissing niet alleen financieel ernstige gevolgen had, maar ook het vertrouwen in de grensoverschrijdende samenwerking op scherp zette. 

Volgens Nederlandse bestuurders was er al sprake van een vergevorderde aanbestedingsfase, terwijl uitvoerende partijen voorbereidingen troffen die directe kosten met zich meebrachten. Uit het vonnis blijkt dat de rechtbank de Nederlandse redenering grotendeels volgt en Vlaanderen aanmerkt als partij die verantwoordelijk is voor de schade die door de afgelasting is ontstaan.

Met het vonnis in de hand bereiden Maastricht en Limburg zich voor op de volgende juridische stappen, terwijl in Vlaanderen de vraag openstaat of beroep wordt ingesteld. Zolang dat niet duidelijk is, blijft het ongewis hoe lang dit slepende verhaal zich nog zal voortslepen.

Het Vlaamse Gewest kreeg in de zittingszaal te horen dat het in beginsel aansprakelijk is, al blijft de exacte omvang van de schadepost onderwerp van verdere juridische stappen. De Vlaamse deelregering heeft de mogelijkheid om tussentijds beroep in te stellen tegen het oordeel. Daardoor is onduidelijk of Vlaanderen uiteindelijk de volledige kosten moet vergoeden. De rechter oordeelde daarnaast dat de Vlaamse vervoersmaatschappij De Lijn, die ook als partner betrokken was bij het project, buiten schot blijft. Voor deze organisatie geldt geen aansprakelijkheid, omdat zij niet verantwoordelijk werd gehouden voor de politieke koerswijziging van de Vlaamse regering.

opgelucht

Maastricht en Limburg reageren opgelucht op de uitspraak. In een gezamenlijke verklaring laten zij weten tevreden te zijn met de duidelijkheid die nu is ontstaan. “In ieder geval is met deze uitspraak in de afhandeling van het tramdossier een belangrijke stap gezet en is door de rechtbank de zo gewenste duidelijkheid geboden.” De overheden benadrukken dat het dossier jarenlang vastzat in een patstelling waarin zij naar eigen zeggen steeds tevergeefs aandrongen op een redelijke schaderegeling. Het vonnis wordt door hen gezien als een bevestiging dat de investeringen die aan Nederlandse kant zijn gedaan niet zonder consequenties kunnen worden afgeschreven.

Het project dat ooit symbool stond voor ambitieuze grensoverschrijdende mobiliteit, lijkt inmiddels vooral een dossier vol teleurstellingen geworden. De beoogde 33 kilometer lange tramlijn, die beide steden in een rechte lijn door Limburg zou verbinden, blijft voorlopig een plan dat nooit tot uitvoering kwam. 

Kleurrijk eerbetoon: Genkse kinderen kleuren elektrische bus van De Lijn

Winnende schooltekeningen maken van elektrische bus een rijdend kunstwerk.

De elektrische bussen van De Lijn krijgen in Limburg een opvallend kleurrijk jasje dankzij het talent van jonge kunstenaars uit Genk. In samenwerking met de stad organiseerde de vervoersmaatschappij een tekenwedstrijd voor lagereschoolkinderen rond het thema duurzame mobiliteit. De winnende creaties van leerlingen uit drie Genkse scholen prijken nu op één van de gloednieuwe elektrische bussen, die dagelijks het Limburgse straatbeeld doorkruist. Het resultaat is een rijdend kunstwerk dat niet alleen de toekomst van het openbaar vervoer symboliseert, maar ook de verbeeldingskracht van de jeugd eert.

De winnende ontwerpen komen van leerlingen van Leefschool Uniek (Leefgroep 4 en 5) en de Vrije Basisschool Optimum (Jungle Klas en Wonderzoekers). Hun tekeningen, vol kleur, hoop en fantasie, werden professioneel verwerkt tot een bestickering die de volledige buitenkant van de bus siert. Daarmee zijn de ideeën van jonge Genkenaren letterlijk zichtbaar op de weg — een creatieve knipoog naar de mobiliteit van morgen.

vergroenen

Het initiatief kadert in de bredere ambitie van De Lijn om haar vloot te vergroenen. In Winterslag, een deel van Genk, beschikt de vervoersmaatschappij over een van de modernste stelplaatsen van het land, waar elektrische bussen worden gestald en opgeladen. Deze voertuigen worden via geavanceerde laadinfrastructuur van energie voorzien en bedienen heel Limburg. Ze vormen een cruciale stap in de richting van emissievrij openbaar vervoer in Vlaanderen.

De elektrische bussen zijn niet alleen milieuvriendelijk, maar ook bijzonder comfortabel. Reizigers kunnen gebruikmaken van USB-oplaadpunten en zitplaatsen in gerecycleerd leder, terwijl de voertuigen voorzien zijn van een elektrische oprijplaat voor mensen met beperkte mobiliteit. Daarnaast zorgen heldere schermen met realtime ritinformatie voor een vlotte reiservaring. Ook voor de chauffeurs is er gedacht aan veiligheid en comfort, met moderne rijhulpsystemen en cameraspiegels die zorgen voor een beter zicht en meer controle.

Foto: © De Lijn – Leefschool Uniek

De opvallende bus rijdt de komende maanden door verschillende Limburgse gemeenten, waardoor de kunstwerken van de jonge talenten zichtbaar worden voor duizenden reizigers en voorbijgangers. Zo wordt elke rit een ontmoeting tussen technologie en fantasie, tussen ecologische vooruitgang en kinderlijke verbeelding.

Volgens Annick De Ridder, Vlaams minister van Mobiliteit, past het project perfect binnen de toekomstgerichte koers van De Lijn. “Overal in Vlaanderen zien we gloednieuwe bussen opduiken, ook de komende maanden en jaren, mede dankzij de heuse turbo van 400 miljoen euro extra die deze Vlaamse Regering investeert in nieuwe, duurzame voertuigen voor De Lijn,” verklaarde ze. “We zetten volop in op de vlootvernieuwing, zodat tegen het einde van deze legislatuur zowat de helft van de bussen van De Lijn nieuw zullen zijn. Goed nieuws voor de reizigers én de chauffeurs!”

trots

Ook binnen de stad Genk heerst trots over het creatieve project. Anniek Nagels, schepen van Talentontwikkeling en Opgroeien, sprak met ontroering over de bijdrage van de kinderen. “Het is hartverwarmend om te zien hoe de Genkse kinderen hun dromen over duurzame mobiliteit tot leven brengen. Hun creaties op de elektrische bussen maken ons straatbeeld niet alleen groener, maar ook kleurrijker. Als stad kunnen we daar alleen maar trots op zijn.”

Ann Schoubs, directeur-generaal van De Lijn, benadrukte dat het project verder gaat dan enkel duurzaamheid. “Met deze nieuwe voertuigen maken we niet alleen werk van duurzame en comfortabele mobiliteit. Door kinderen mee te nemen in ons verhaal, zetten we ook letterlijk hun visie op de toekomst in beweging. De creativiteit van de leerlingen maakt deze bus tot veel meer dan een vervoermiddel: het is een boodschap op wielen.”

Liever boete: vertraging bij De Lijn vertraagt groene ambities van Gent

Vervoersmaatschappij worstelt met vergunningen en levering van elektrische bussen.

De vervoersmaatschappij De Lijn zal ook volgend jaar nog boetes moeten betalen voor het gebruik van vervuilende bussen in de Gentse lage-emissiezone. Dat bevestigt woordvoerster Ine Pieters. De geplande overstap naar een volledig elektrische busvloot loopt vertraging op, waardoor oudere dieselbussen voorlopig in dienst moeten blijven.

De situatie zorgt voor wrevel bij zowel de stad Gent als bij de Vlaamse overheid. De Lijn kreeg dit jaar al bijna 125.000 euro aan boetes opgelegd, goed voor ongeveer 800 overtredingen in amper zes maanden tijd. Dat bedrag ligt ruim drie keer hoger dan wat de maatschappij vorig jaar moest betalen. De boetes hebben betrekking op dieselbussen die niet langer in de Gentse lage-emissiezone (LEZ) mogen rijden, maar toch op de route blijven omdat er nog geen vervangende voertuigen beschikbaar zijn.

leveringsproblemen

Volgens De Lijn zou de vernieuwing van het wagenpark aanvankelijk in de loop van 2026 voltooid worden. Door problemen bij de levering van nieuwe elektrische bussen zal dat doel niet gehaald worden. “Door die vertraging stromen de bussen niet zo vlot in als we willen en kunnen de oudere voertuigen niet op tijd vervangen worden door nieuwe,” zegt woordvoerster Ine Pieters.

Ze benadrukt dat de maatschappij voor een moeilijke keuze staat. “We betalen liever een boete dan dat we ritten moeten schrappen,” verklaart Pieters in een gesprek met de nieuwsdienst van VRT NWS. “We zouden natuurlijk liever geen boetes betalen, maar we willen onze reiziger centraal stellen.” Volgens haar is het belangrijker om de dienstverlening te blijven garanderen dan om tijdelijk strengere milieuregels te respecteren, zolang de nieuwe voertuigen nog niet beschikbaar zijn.

stelplaatsen

De vertraging in de levering van de elektrische bussen is niet het enige probleem waar De Lijn mee kampt. Ook de infrastructuur moet worden aangepast om de nieuwe voertuigen operationeel te krijgen. “Een elektrische bus moet ook opgeladen worden,” legt Pieters uit. “Dat betekent dat we aan onze stelplaatsen laadpalen moeten installeren en we hebben af en toe problemen om daar de juiste vergunningen voor te krijgen.”

Foto: © Pitane Blue – De Lijn

Daarnaast moet er in Gent een volledig nieuwe stelplaats komen die uitgerust is voor het opladen van elektrische voertuigen. “Ook daar hebben we een probleem met de vergunning,” zegt Pieters. De vergunningsprocedure voor zowel de laadinstallaties als de nieuwe stelplaats verloopt trager dan verwacht, wat de overstap naar een groene vloot verder bemoeilijkt.

obstakels

De Vlaamse minister van Mobiliteit, Annick De Ridder (N-VA), reageert teleurgesteld op het nieuws. Ze betreurt dat de vertraging bij De Lijn een negatieve impact heeft op de klimaatdoelstellingen van Vlaanderen. “Elke maand dat oude dieselbussen blijven rijden, vertraagt de overgang naar emissievrij openbaar vervoer,” klinkt het in regeringskringen. Gent is een van de steden die het voortouw wil nemen in de vergroening van stedelijke mobiliteit, maar ziet die ambitie voorlopig afgeremd door praktische obstakels.

Hoewel De Lijn benadrukt dat de bestelling van nieuwe elektrische bussen al geplaatst is, is er geen exacte datum bekend voor wanneer de volledige vervanging rond zal zijn. De vervoersmaatschappij belooft wel dat alle betrokken partijen nauw samenwerken om de vertraging zoveel mogelijk te beperken. Voorlopig lijkt het echter onvermijdelijk dat de oude dieselbussen nog een tijd door de Gentse straten zullen rijden, ondanks de geldende emissieregels.