Grote politieactie: twee vuurwapens ontdekt op toilet van Flixbus

Mysterieuze wapenvondst in flixbus blijft zonder verdachten.

Een Flixbus die zaterdag over de E40 richting de kust reed, is na een grootschalige politieactie bij Snellegem uiteindelijk vrijgegeven. Dat bevestigt de federale politie. Opmerkelijk detail: hoewel er twee vuurwapens aan boord werden aangetroffen, werd geen enkele passagier opgepakt. De bus kon later op de dag zijn reis gewoon verderzetten met alle inzittenden.

De opmerkelijke situatie ontstond rond 11 uur in de voormiddag, toen de chauffeur alarm sloeg nadat hij wapens had opgemerkt in het voertuig. Niet veel later werd de bus door de wegpolitie aan de kant gezet, zo’n 700 meter voor de afrit van Jabbeke. De interventie gebeurde in de rijrichting naar de kust en trok meteen veel aandacht van voorbijrijdend verkeer.

geen risico

Agenten waren snel ter plaatse en namen geen enkel risico. Alle passagiers moesten de bus verlaten en werden op de pechstrook grondig gefouilleerd. Tegelijkertijd werd ook de bagage van iedereen minutieus doorzocht. Tijdens die controle stootten de speurders uiteindelijk op twee vuurwapens, die verstopt bleken te zitten op het toilet van de bus.

Uit voorzorg werd ook de ontmijningsdienst DOVO opgeroepen om de aangetroffen wapens te onderzoeken. Die bleken in plastic gewikkeld te zijn. Over de herkomst of het mogelijke doel van de wapens is voorlopig niets bekendgemaakt. Het onderzoek naar de zaak loopt nog steeds en moet duidelijk maken wie verantwoordelijk is voor het achterlaten van de vuurwapens.

Foto: Pitane Blue – Flixbus

De bus zelf moest lange tijd ter plaatse blijven voor verder onderzoek, terwijl de passagiers tijdelijk naar een andere locatie werden overgebracht. Pas iets voor 17 uur kwam er groen licht en werd het voertuig vrijgegeven. Alle reizigers konden daarna opnieuw instappen en hun traject voortzetten.

Dat er geen enkele verdachte werd opgepakt, hoeft volgens de federale politie niet te verbazen. “Zo’n FlixBus is zoals een internationale trein”, legt Berger uit tegenover de nieuwsdienst VRT NWS. “Het kan goed zijn dat er iemand eerder al was op- of afgestapt.” Daarmee wordt gesuggereerd dat de wapens mogelijk door iemand zijn achtergelaten die niet langer aan boord was op het moment van de controle.

politieactie

De politieactie had intussen ook een grote impact op het verkeer op de E40. Door de gedeeltelijke afsluiting van de snelweg richting kust ontstonden lange files. Heel wat automobilisten stonden geruime tijd stil of moesten stapvoets aanschuiven. De brandweer van Brugge kwam ter plaatse om water uit te delen aan gestrande weggebruikers, die door de vertragingen in de warmte vastzaten.

Volgens het Vlaams Verkeerscentrum werd de snelweg rond 16.10 uur opnieuw vrijgegeven en kon het verkeer zich geleidelijk herstellen. Ondanks de heropening bleef het nog enige tijd druk op het traject.

Hoewel de situatie uiteindelijk zonder arrestaties werd afgehandeld, blijft het incident vragen oproepen. Hoe de vuurwapens precies in de bus zijn beland en van wie ze zijn, maakt deel uit van het lopende onderzoek. Voorlopig blijft het dus gissen naar de achtergrond van deze opvallende vondst op een drukke internationale busverbinding.

PostNL vraagt geld: oude discussie laait weer op rond strafport

Een oude discussie laait weer op rond PostNL en strafport, bangmakerij rond postbezorging zorgt voor twijfel bij consumenten.

De frustratie op de sociale media over een ogenschijnlijk simpele brief van PostNL is allesbehalve nieuw. Al jaren duikt dezelfde discussie op: moet je als ontvanger betalen voor een tekort aan porto waar je zelf niets mee te maken hebt? Wat begint als een klein bedrag, groeit telkens weer uit tot een principiële kwestie die veel mensen raakt.

Aanleiding voor de discussie is een bericht van een gebruiker die zijn verbazing uitspreekt over een betalingsverzoek dat hij ontving nadat een brief met te weinig porto toch gewoon bij hem was bezorgd. Enkele dagen na ontvangst volgde het verzoek om het tekort aan porto te voldoen. Wat hem vooral opvalt, is de ogenschijnlijke tegenstrijdigheid in de houding van PostNL. Enerzijds kan het postbedrijf hem niet helpen bij vermiste of verkeerd bezorgde pakketten, omdat er geen overeenkomst bestaat tussen ontvanger en bezorger. Anderzijds lijkt die relatie ineens wel te bestaan wanneer er geld wordt gevraagd.

geen opdracht

Volgens de schrijver van het bericht is dat moeilijk te rijmen. Hij benadrukt dat hij geen overeenkomst heeft met PostNL, geen opdracht tot verzending heeft gegeven en ook niet verantwoordelijk is voor de fout. Bovendien had hij geen mogelijkheid om de brief te weigeren, omdat deze al in de brievenbus lag voordat het betalingsverzoek volgde. Daarmee legt hij een vraag op tafel die bij veel lezers herkenning oproept: op welke juridische basis kan een ontvanger worden aangesproken voor een tekort aan porto?

De reacties onder het bericht laten zien dat veel mensen vergelijkbare ervaringen hebben. Sommigen halen hun schouders op en geven aan dergelijke verzoeken standaard te negeren. Een reactie vergelijkt het zelfs met iemand die ongevraagd werk uitvoert en daarna een rekening presenteert. Die vergelijking slaat bij veel lezers aan en wordt breed ondersteund.

Andere deelnemers aan de discussie wijzen erop dat het in de meeste gevallen gaat om een vrijblijvend verzoek. Volgens hen ontbreekt een juridische grondslag om betaling af te dwingen, juist omdat er geen overeenkomst bestaat tussen ontvanger en postbedrijf. Het verzoek wordt dan ook gezien als een poging om toch nog een deel van de kosten te verhalen, vooral wanneer de afzender onbekend is.

Foto: © Pitane Blue – PostNL

Onduidelijkheid heeft in het verleden zelfs geleid tot hardnekkige misverstanden. Zo ging lange tijd het verhaal rond dat het negeren van een betalingsverzoek gevolgen zou kunnen hebben voor de postbezorging op een adres. Sommige mensen waren ervan overtuigd dat PostNL in dat geval zou kunnen besluiten om helemaal geen post meer te bezorgen. Dat idee zorgde voor onrust en zette ontvangers onder druk om toch maar te betalen, ook al twijfelden ze aan de verplichting.


Toch klinkt er ook een meer genuanceerd geluid. Enkele reacties leggen uit dat de relatie tussen verzender, bezorger en ontvanger complexer is dan op het eerste gezicht lijkt. De verzender is formeel de opdrachtgever, maar in de praktijk is die niet altijd te achterhalen. Poststukken kunnen immers anoniem worden verstuurd, zonder duidelijke afzender. In zulke gevallen richt het postbedrijf zich tot de ontvanger, in de hoop dat die de afzender kent en het bedrag eventueel kan doorberekenen. Tegelijkertijd wordt erkend dat de ontvanger niet verplicht is om op dat verzoek in te gaan.

Verder wordt erop gewezen dat postbedrijven een bezorgplicht hebben, maar dat daar geen automatische betaalplicht voor de ontvanger uit voortvloeit. Ook komt naar voren dat zowel verzender als ontvanger soms worden benaderd om de kans op betaling te vergroten. In de praktijk blijft het echter bij een verzoek en niet bij een afdwingbare vordering.

betalingsverzoeken

Opvallend is dat sommige reacties twijfels uiten over de echtheid van dergelijke betalingsverzoeken. Er wordt gewezen op mogelijke fouten in de communicatie, zoals spelfouten of onduidelijke data. Dat roept vragen op over de betrouwbaarheid van de brieven en zorgt ervoor dat ontvangers nog terughoudender worden om te betalen.

De discussie maakt duidelijk dat het onderwerp breder leeft dan alleen deze specifieke situatie. Het raakt aan fundamentele vragen over consumentenrechten en verantwoordelijkheden binnen het postverkeer. Voor veel mensen voelt het onredelijk om op te draaien voor een fout van een ander, zeker wanneer er geen directe relatie bestaat met het postbedrijf.

geen verplichting

De algemene teneur onder de reacties is dan ook helder: het betalen van het gevraagde bedrag wordt gezien als een keuze, niet als een verplichting. Veel deelnemers geven aan dergelijke verzoeken zonder verdere gevolgen naast zich neer te leggen, al blijft de juridische vraag die aan de basis ligt voor sommigen onbeantwoord. Meer over wetten en regels voor de post- en pakketmarkt zijn hier te lezen. De ACM let erop of bedrijven zich houden aan de  regels.

Thea de Vries aan het roer bij HTM: bouwen aan sterk en wendbaar vervoersbedrijf

Mobiliteitsexpert moet bedrijf door uitdagende jaren loodsen, HTM kiest voor zwaargewicht uit Amsterdam.

Thea de Vries neemt per 1 juli 2026 het roer over als algemeen directeur van HTM Personenvervoer NV, HTM Railinfra BV en HTM Voertuigen BV. Met haar benoeming haalt het Haagse vervoersbedrijf een bestuurder binnen met een lange en veelzijdige loopbaan in het openbaar bestuur en de mobiliteitssector. De Vries staat bekend om haar ervaring binnen complexe, vaak (semi-)publieke organisaties en haar strategische blik op infrastructuur en stedelijke ontwikkeling.

Amsterdam

Op dit moment vervult De Vries de functie van stedelijk directeur Ruimte en Economie bij de gemeente Amsterdam, waar zij verantwoordelijk is voor een breed pakket aan stedelijke vraagstukken. Daarvoor was zij actief als secretaris-directeur van de Vervoerregio Amsterdam, een rol waarin zij zich intensief bezighield met de ontwikkeling en aansturing van het regionale openbaar vervoer. Eerder bekleedde zij bovendien de positie van afdelingshoofd Openbaar Vervoer en Spoor bij het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, waarmee haar kennis van het nationale mobiliteitsbeleid stevig is verankerd.

Met haar komst wordt de statutaire directie van HTM compleet gemaakt. Samen met operationeel directeur Karen Bosch en financieel directeur Rein ter Horst zal De Vries de koers van het vervoersbedrijf bepalen in een periode waarin de uitdagingen in de sector groot zijn. Denk daarbij aan de groeiende reizigersvraag, de noodzaak tot verduurzaming en de druk op infrastructuur in en rond stedelijke gebieden.

Binnen de Raad van Commissarissen klinkt vertrouwen in de nieuwe topvrouw. Debby Woesthuis, voorzitter a.i. van de Raad van Commissarissen, benadrukt het belang van haar brede achtergrond. “Met haar brede ervaring in mobiliteit, infrastructuur en strategisch leiderschap is Thea de Vries de juiste persoon om HTM verder te versterken in een periode waarin de vraag naar betrouwbaar, duurzaam en toekomstbestendig openbaar vervoer blijft groeien.” Met deze woorden onderstreept Woesthuis dat HTM zich midden in een fase van verandering bevindt, waarin koersvast leiderschap essentieel is.de vooravond van een nieuwe fase, waarin continuïteit en vernieuwing hand in hand moeten gaan.

Foto: © Pitane Blue – HTM Den Haag

De Vries zelf spreekt van een logische en inspirerende volgende stap in haar loopbaan. Zij geeft aan dat haar motivatie sterk verbonden is met de maatschappelijke waarde van openbaar vervoer. “Mijn hart ligt al jaren bij openbaar vervoer en infrastructuur, beide onmisbaar voor een gezonde stedelijke ontwikkeling. Ik zie ernaar uit om HTM verder te ontwikkelen tot een zelfbewuste, wendbare organisatie die haar kerntaak – goed openbaar vervoer voor de inwoners, ondernemers en bezoekers van de Haagse regio – met trots uitvoert.” Haar woorden laten zien dat zij niet alleen oog heeft voor de operationele kant van het bedrijf, maar ook voor de bredere rol die HTM speelt binnen de samenleving.

scherpe keuzes

De komende jaren zullen bepalend zijn voor de toekomst van het openbaar vervoer in de regio Den Haag. Verduurzaming, digitalisering en het inspelen op veranderende reispatronen vragen om scherpe keuzes en een duidelijke visie. Met de benoeming van De Vries lijkt HTM bewust te kiezen voor een bestuurder die gewend is om in dynamische en bestuurlijk complexe omgevingen te opereren.

De verwachting is dat De Vries zich snel zal inwerken en haar stempel zal drukken op de organisatie. Haar ervaring in zowel gemeentelijke als landelijke context biedt haar een stevige basis om bruggen te slaan tussen beleid en uitvoering. Daarmee staat HTM aan de vooravond van een nieuwe fase, waarin continuïteit en vernieuwing hand in hand moeten gaan.

Foto: © Thea de Vries – HTM

Eindhoven Airport: kabinet vecht stikstofuitspraak aan en zet alles op alles voor duidelijkheid

Minister Van Essen zoekt juridische doorbraak in strijd rond luchthavens.

Het kabinet zet een volgende stap in de slepende stikstofkwestie rond regionale luchthavens en gaat in hoger beroep tegen de recente uitspraak over Eindhoven Airport. Minister Jaimi van Essen van Landbouw, namens D66, wil met deze stap afdwingen dat er meer juridische duidelijkheid komt over de toepassing van de stikstofregels op luchthavens. In een brief aan de Tweede Kamer benadrukt hij dat die duidelijkheid noodzakelijk is om toekomstig beleid op te kunnen bouwen.

De uitspraak van de rechter vorige maand zette de zaak op scherp. Daarin werd bepaald dat niet alleen Eindhoven Airport, maar ook Rotterdam The Hague Airport en Lelystad Airport verplicht zijn om over een geldige natuurvergunning te beschikken. Daarmee werd de druk op het kabinet aanzienlijk opgevoerd, aangezien dergelijke vergunningen aantonen dat de uitstoot van stikstof geen onaanvaardbare schade toebrengt aan beschermde natuurgebieden.

strakke deadline

De rechter gaf het ministerie bovendien een strakke deadline. Binnen acht weken, met als uiterste termijn halverwege juni, moet Van Essen beslissen of hij daadwerkelijk ingrijpt bij de betrokken luchthavens. Ook moet hij binnen die periode duidelijk maken of er handhavend zal worden opgetreden. Die verplichting legt extra gewicht op de politieke en juridische afwegingen die nu op tafel liggen.

In een poging om de situatie beheersbaar te houden, heeft de minister inmiddels een tijdelijke maatregel aangekondigd. Eindhoven Airport en Rotterdam Airport krijgen een maximum opgelegd voor hun stikstofuitstoot in de jaren 2026 en 2027. Met deze ingreep probeert het kabinet de uitstoot te beperken en tegelijkertijd ruimte te houden voor een structurele oplossing. Eerder ondernam het kabinet al soortgelijke stappen, maar die werden door de rechter van tafel geveegd, waardoor de onzekerheid voor zowel de luchtvaartsector als omwonenden bleef bestaan.

Foto: © Pitane Blue – Eindhoven Airport

Volgens Van Essen is het duidelijk dat het probleem verder reikt dan alleen de luchthavens. Hij wijst erop dat de stikstofcrisis bredere gevolgen heeft voor tal van maatschappelijke en economische dossiers. In zijn brief schrijft hij dat herstel van de natuur essentieel is om de impasse te doorbreken. “Daardoor lopen we vast op alles wat we juist wel willen: het legaliseren van PAS-melders, verduurzaming in de landbouw en projecten voor de energietransitie”, aldus de minister.

stikstofproblematiek

Die uitspraak onderstreept hoe nauw verweven de stikstofproblematiek is met andere beleidsdoelen van het kabinet. Zonder een oplossing dreigen niet alleen infrastructurele projecten stil te vallen, maar komt ook de voortgang op het gebied van duurzaamheid en landbouw onder druk te staan. De kwestie rond de luchthavens fungeert daarmee als een belangrijk juridisch en politiek testgeval.

Het hoger beroep moet nu duidelijk maken hoe de regels precies moeten worden geïnterpreteerd en toegepast. Voor zowel de luchtvaartsector als de overheid staat er veel op het spel. Een bevestiging van de eerdere uitspraak kan verstrekkende gevolgen hebben voor de bedrijfsvoering van regionale luchthavens, terwijl een andere uitkomst juist ruimte kan bieden voor aangepaste regelgeving en beleid.

Ondertussen kijkt Den Haag vooruit naar de aangekondigde stikstofplannen die volgende maand gepresenteerd moeten worden. Die plannen moeten richting geven aan een structurele aanpak van het probleem en mogelijk ook antwoorden bieden op de vragen die in deze juridische strijd centraal staan. Tot die tijd blijft de onzekerheid groot, zowel voor de betrokken luchthavens als voor de vele sectoren die afhankelijk zijn van duidelijke en werkbare stikstofregels.

GVB: ondanks problemen geven reizigers het OV nog altijd een ruime voldoende

Personeel kraakt maar reiziger blijft opvallend tevreden, werkdruk en frustratie lopen op bij GVB blijkt uit analyse.

Het openbaar vervoer in Amsterdam staat onder druk, zo blijkt uit het jaarverslag van het GVB over 2025, waarover AT5 berichtte. De vervoerder kampte het afgelopen jaar met een hoger ziekteverzuim, groeiende werkdruk onder personeel en een toename van het aantal aanrijdingen. Tegelijkertijd spreken reizigers hun waardering uit voor de dienstverlening, die ondanks de problemen overeind lijkt te blijven.

Een van de meest in het oog springende ontwikkelingen is de stijging van het ziekteverzuim naar 9 procent, zo blijkt uit een analyse van AT5. Een jaar eerder lag dat percentage nog op 8,7 procent. Opvallend is dat medewerkers zich niet vaker ziek meldden dan in 2024, maar wel aanzienlijk langer thuisbleven. Dit wijst volgens de cijfers op een zwaardere belasting en mogelijk complexere gezondheidsklachten onder het personeel.

ondersteuning

Die druk wordt bevestigd door een interne enquête, ingevuld door ongeveer de helft van de werknemers. Daaruit blijkt dat 49 procent van de medewerkers de werkdruk als te hoog ervaart. Dat aandeel ligt hoger dan in voorgaande jaren. Als belangrijkste oorzaken worden personeelstekorten genoemd, naast krappe rijtijden, agressie en intimidatie door reizigers en een gebrek aan ondersteuning vanuit de organisatie.

Ook de invoering van het nieuwe plannings- en roostersysteem Hastus zorgde voor onrust onder het personeel. Hoewel het systeem internationaal veel wordt gebruikt door ov-bedrijven, leidde het binnen het GVB tot klachten. Rijdend personeel sprak van een grillige en onvoorspelbare planning, wat de werkdruk verder opvoerde en de tevredenheid onder medewerkers negatief beïnvloedde.

Op straat ging het eveneens vaker mis. In totaal registreerde het GVB in 2025 maar liefst 965 aanrijdingen. Dat aantal ligt ruim boven de eigen norm van 639 en betekent een stijging van 10 procent ten opzichte van een jaar eerder. Volgens het GVB is deze toename grotendeels te verklaren door de vele verkeersomleidingen en tijdelijke maatregelen in de stad. In totaal waren er 470 van dergelijke aanpassingen, onder meer door evenementen, demonstraties en werkzaamheden. Hoewel dat aantal vergelijkbaar is met 2024, hadden de maatregelen dit keer een grotere impact. Ze duurden langer en waren vaak ingrijpender, wat het werk voor chauffeurs en bestuurders bemoeilijkte.

Claudia Zuiderwijk – Foto: GVB

Directeur Claudia Zuiderwijk erkent in het jaarverslag dat het jaar niet vlekkeloos verliep. “Niet alles ging goed”, schrijft zij over de prestaties van het GVB in 2025.

“We zien dat de drukte en de aanpassingen een wissel trekken op onze medewerkers. Ze moeten zich continu aanpassen, hebben te maken met opstoppingen en kunnen vaak hun ritten niet op tijd rijden,” aldus het GVB in het verslag. De combinatie van veranderende verkeerssituaties en hoge werkdruk maakt het werk niet alleen zwaarder, maar ook risicovoller.

Toch is er ook een lichtpunt te melden als het gaat om veiligheid. Het aantal gewonde reizigers nam namelijk flink af. Waar in 2024 nog 60 mensen gewond raakten, daalde dat aantal in 2025 naar 32. Het aantal gewonde medeweggebruikers bleef stabiel op 25. Daarmee lijkt het GVB erin te slagen de gevolgen van incidenten voor passagiers te beperken, ondanks het grotere aantal aanrijdingen.

personeelstekort

Ondertussen blijft het personeelstekort een hardnekkig probleem. Het gebrek aan buschauffeurs en trambestuurders leidde er in 2025 toe dat ritten vaker uitvielen dan een jaar eerder. Zowel bussen als trams hadden hier last van. De metro vormde een positieve uitzondering en reed juist betrouwbaarder dan voorheen.

Opmerkelijk genoeg blijft de waardering van reizigers hoog. Bijna 87 procent van de ondervraagden beoordeelt het GVB met een 7 of hoger. Daarmee lijkt de tevredenheid onder passagiers weinig te lijden onder de operationele problemen achter de schermen. Het contrast tussen de ervaringen van reizigers en medewerkers is daarmee groot.

Aanbesteding mobiliteit: huiverig voor zware voorwaarden in Fontys aanbesteding

De aanbesteding voor mobiliteitsdiensten van Fontys zorgt voor flinke beroering onder marktpartijen.

Uit een kritische analyse van de Nota van Inlichtingen blijkt dat de onderwijsinstelling weliswaar op enkele punten verduidelijking geeft, maar tegelijkertijd vasthoudt aan voorwaarden die door inschrijvers als juridisch en commercieel zwaar worden gezien. Vooral de manier waarop risico’s worden verdeeld, roept vragen op.

Fontys maakt meteen korte metten met een veelgebruikte constructie in de markt. Een facilitatorrol, waarbij een groot deel van de dienstverlening via derden loopt zonder directe contractuele relatie, is uitgesloten. Dat schept duidelijkheid, maar legt ook druk op aanbieders. Tegelijkertijd erkent de instelling dat vervoerders zoals NS, Arriva, GVB en RET zelf verantwoordelijk blijven voor de feitelijke uitvoering van het vervoer. 

spanningsveld

Daardoor ontstaat een spanningsveld: de opdrachtnemer blijft verantwoordelijk voor het geheel, terwijl hij niet overal directe controle over heeft. In de stukken wordt dit scherp verwoord: “Opdrachtnemer is verantwoordelijk voor toegang, platformfunctionaliteit, transactieverwerking, rapportage en support binnen zijn invloedssfeer, maar niet voor de feitelijke uitvoering, beschikbaarheid, tarieven, dienstregeling, vergunningen of operationele prestaties van publieke vervoerders/mobiliteitsaanbieders.”

Een van de grootste struikelblokken is de aansprakelijkheid. Fontys stelt dat de regeling proportioneel is omdat alleen directe schade wordt vergoed en indirecte schade is uitgesloten. Critici vinden dat onvoldoende. Het ontbreken van een duidelijke financiële bovengrens voor bepaalde risico’s, zoals AVG-schendingen en intellectuele eigendomsrechten, maakt de regeling volgens hen potentieel onbeheersbaar. In de analyse wordt dat scherp neergezet: “Een aansprakelijkheidsregeling zonder kwantitatieve bovengrens kan disproportioneel zijn als de opdrachtwaarde relatief beperkt is en de potentiële schade veel hoger ligt dan de marge of vergoeding van opdrachtnemer.”

rolverdeling

Ook de rolverdeling rond privacy ligt onder een vergrootglas. Fontys gaat er vanuit dat de opdrachtnemer verwerker is, maar dat wordt als te kort door de bocht gezien. In de praktijk kan een leverancier namelijk ook zelfstandig verwerkingsverantwoordelijke zijn, bijvoorbeeld bij fraudepreventie of eigen administratieve verplichtingen. De stukken benadrukken dat dit onderscheid essentieel is: “Een partij wordt niet automatisch verwerker omdat de aanbestedende dienst dat contractueel zo noemt. De feitelijke zeggenschap over doel en essentiële middelen is bepalend.”

Daarnaast blijft de vervoersgarantie een heikel punt. Fontys noemt deze enerzijds een inspanningsverplichting, maar koppelt er anderzijds boetes aan alsof het een resultaatsverplichting is. Die dubbelzinnigheid zorgt voor onzekerheid. “Fontys lijkt beide posities tegelijk te willen behouden. Dat is juridisch onzuiver en commercieel riskant,” luidt de conclusie in de analyse.

De komende periode zal moeten blijken of Fontys bereid is verdere concessies te doen of dat inschrijvers hun strategie aanpassen en de risico’s doorberekenen in hun prijs. Zeker is dat deze aanbesteding de discussie over risicodeling in de mobiliteitssector opnieuw op scherp zet.

Op financieel vlak schuift Fontys een belangrijk deel van het risico door naar de markt. Leveranciers moeten alle vervoerskosten voorfinancieren en mogen pas achteraf factureren. Volgens de stukken kan dat leiden tot forse liquiditeitsdruk, zeker bij grote volumes. Daarbij komt dat boetes en kosten van derden uiteindelijk bij de opdrachtnemer kunnen belanden, ook als die afhankelijk is van externe partijen.

lichtpuntjes

Toch zijn er ook lichtpuntjes. Fontys biedt ruimte op onderdelen zoals data-export, laadkosten en het gebruik van publieke mobiliteitsaanbieders zonder volledige onderaannemersstructuur. Ook bevestigt de instelling dat maatwerkexport tegen een redelijke vergoeding mogelijk is, al blijft onduidelijk waar de grens ligt tussen standaard en maatwerk.

Per saldo ontstaat het beeld van een aanbesteding waarin risico’s stevig bij de opdrachtnemer worden neergelegd, terwijl de invloed op de uitvoering deels buiten diens macht ligt. Marktpartijen zullen daarom scherp moeten afwegen of deelname onder deze voorwaarden verantwoord is. Zoals in de analyse wordt geconcludeerd, is inschrijven zonder grondige interne risicoafweging geen vanzelfsprekendheid.

Nieuwe leaseheffing: bedrijven onderschatten impact leasebelasting volledig

Kennis groeit maar actie blijft uit bij meeste bedrijven, nieuwe heffing dreigt hen financieel te verrassen.

Driekwart van de Nederlandse werkgevers heeft nog altijd geen concrete stappen gezet richting de invoering van de zogeheten pseudo-eindheffing op fossiele leaseauto’s. Die nieuwe belastingmaatregel gaat op 1 januari 2027 van kracht en kan grote financiële gevolgen hebben voor bedrijven met een wagenpark. Dat blijkt uit onderzoek van leasemaatschappij Ayvens, uitgevoerd in maart 2026 onder werkgevers in Nederland.

De cijfers laten weinig ruimte voor twijfel. Slechts 26 procent van de werkgevers beschikt momenteel over een duidelijk plan om met de nieuwe heffing om te gaan. Nog eens 24 procent bevindt zich in een oriënterende fase, terwijl de rest aangeeft nog geen concrete actie te hebben ondernomen of simpelweg niet weet welke stappen nodig zijn. Daarmee lijkt een aanzienlijk deel van het bedrijfsleven achter te lopen op de aankomende veranderingen.

onderschatting

Volgens Robert Jan Eikelenboom, Commerce Director bij Ayvens Nederland, ligt de oorzaak deels bij onderschatting van de impact. “Vooral werkgevers met een klein wagenpark wachten nog af”, zegt hij. “Veel bedrijven realiseren zich niet dat leasecontracten die je nu afsluit vanaf 2030 kunnen leiden tot hogere kosten. Vanaf dat moment geldt de overgangsregeling voor brandstofauto’s namelijk niet meer, en dat is sneller dan je denkt.”

De regeling houdt in dat werkgevers vanaf begin 2027 jaarlijks een pseudo-eindheffing van 12 procent moeten betalen over de fiscale waarde van personenauto’s die zij aan werknemers beschikbaar stellen en die ook privé gebruikt mogen worden. Onder dat privégebruik valt ook het woon-werkverkeer. Dit betekent dat vooral niet-volledig-elektrische leaseauto’s fors duurder worden voor werkgevers.

Ondanks de beperkte actie tot nu toe, is er wel een groeiend bewustzijn zichtbaar. Uit het onderzoek blijkt dat 55 procent van de werkgevers aangeeft goed tot zeer goed op de hoogte te zijn van de nieuwe heffing. Tegelijkertijd zegt 45 procent slechts beperkt of helemaal niet bekend te zijn met de regeling. Vooral kleinere organisaties blijven achter: bij werkgevers met minder dan vijf voertuigen geeft slechts 33 procent aan goed geïnformeerd te zijn.

Foto: © Ayvens

De boodschap van de leasemaatschappij is duidelijk: wachten kan duur uitpakken. Werkgevers die nu geen actie ondernemen, lopen het risico straks geconfronteerd te worden met oplopende kosten en beperkte keuzemogelijkheden. De tijd om te anticiperen op de nieuwe regels lijkt daarmee sneller te verstrijken dan veel organisaties beseffen.

Bedrijven die al wel stappen zetten, richten zich vooral op aanpassingen binnen hun bestaande mobiliteitsbeleid. Zo geeft 66 procent aan elektrisch rijden te stimuleren, terwijl 61 procent werkt aan het aanpassen van de auto- of mobiliteitsregeling. Een kwart van de werkgevers kiest ervoor om de rijdende vloot aan te passen. Volgens Eikelenboom zoeken organisaties daarmee vooral naar oplossingen die aansluiten bij hun huidige situatie. “Organisaties zoeken vooral naar oplossingen binnen hun huidige lease- en mobiliteitsregeling”, licht hij toe.

overgangsregeling

Toch waarschuwt Ayvens dat uitstel risico’s met zich meebrengt. Beslissingen die nu worden genomen, kunnen nog jaren doorwerken. Leasecontracten voor brandstofauto’s die vóór 1 januari 2027 zijn gestart, vallen nog onder een overgangsregeling tot september 2030. Daarna vervalt die uitzondering en geldt de heffing volledig. “Keuzes die werkgevers op dit moment maken, werken vier tot vijf jaar door. Voor contracten met brandstofauto’s die voor 1 januari 2027 zijn ingezet, geldt een overgangsregeling tot september 2030. Dat betekent dat deze contracten nog buiten de pseudo-eindheffing vallen. Maar 2030 is sneller dan je denkt”, aldus Eikelenboom. “Daarom is het belangrijk om voor een niet-volledig-elektrische leaseauto rekening te houden met de looptijd van het leasecontract.”

De onzekerheid onder werkgevers vertaalt zich ook in een groeiende vraag naar informatie en ondersteuning. Ayvens heeft daarom een speciaal team samengesteld dat zich volledig richt op de pseudo-eindheffing. De interesse in het onderwerp blijkt groot: een recent webinar over de maatregel werd door ruim 1.200 bedrijven bekeken. Volgens Eikelenboom komt het onderwerp inmiddels in vrijwel ieder klantgesprek aan bod. “De behoefte aan kennis en advies bij werkgevers is erg groot”, zegt hij. “Recent organiseerden we een webinar over de pseudo-eindheffing: die werd door ruim 1.200 bedrijven bekeken. Het onderwerp komt bij vrijwel ieder klantgesprek aan bod en het is daarbij cruciaal om direct concrete oplossingen aan te kunnen bieden.”

Nijmegen gooit taxibeleid om: taxichauffeurs vrezen chaos tijdens de vierdaagseweek

Branche vreest onveilige situaties en verlies inkomsten wanneer vierdaagseweek zonder duidelijk taxi plan dreigt te beginnen.

De Nijmeegse taxibranche staat aan de vooravond van een ingrijpende verandering tijdens de drukbezochte Vierdaagseweek. Waar chauffeurs de afgelopen twee edities nog konden rekenen op vaste, speciaal voor hen ingerichte standplaatsen in en rond het centrum, verdwijnt dat systeem nu volledig. De maatregel zorgt voor grote onrust onder taxichauffeurs, die vrezen voor wanorde en onveilige situaties tijdens het evenement dat jaarlijks tienduizenden bezoekers trekt.

Voorheen mochten uitsluitend taxi’s met een zogeheten VTN-sticker op de voorruit gebruikmaken van de officiële standplaatsen. Die plekken bevonden zich op strategische locaties zoals het Stationsplein, Doddendaal en in de Smetiusstraat, Bisschop Hamerstraat en Hertogstraat. Het systeem werd destijds ingevoerd om zogenoemde ‘ronselaars’ en malafide chauffeurs buiten de deur te houden. Veel taxichauffeurs reageerden destijds opgelucht op deze maatregel, omdat het zorgde voor meer overzicht en eerlijkere concurrentie.

branchevereniging

Nu, na slechts twee jaar, wordt het systeem alweer losgelaten. Een belangrijke reden hiervoor is het verdwijnen van de branchevereniging die een rol speelde bij de organisatie en handhaving van de regeling. Daarmee valt een belangrijk coördinatiepunt weg, wat volgens de gemeente mede aanleiding is om het beleid te herzien.

Burgemeester Hubert Bruls wijst daarnaast op problemen die zich tijdens de vorige editie hebben voorgedaan. Volgens hem waren er “meerdere signalen van chauffeurs die zich onveilig voelden” en was er sprake van aanzienlijke overlast in de binnenstad. De situatie liep op sommige momenten zo uit de hand dat de politie meerdere keren moest ingrijpen. Deze incidenten hebben bijgedragen aan het besluit om het bestaande systeem niet voort te zetten.

Wat ervoor in de plaats komt, is op dit moment nog onduidelijk. De gemeente en de stichting Vierdaagsefeesten houden de kaarten voorlopig tegen de borst. Wel wordt er gesproken over een scenario waarbij er nog slechts twee locaties aan de rand van het centrum beschikbaar blijven voor taxi’s om passagiers op te halen en af te zetten. Dat zou een flinke beperking betekenen ten opzichte van de eerdere situatie, waarin meerdere centrale standplaatsen beschikbaar waren.

bezorgdheid

Binnen de taxibranche groeit ondertussen de bezorgdheid. Chauffeurs vrezen dat het ontbreken van duidelijke regels en vaste plekken zal leiden tot chaos tijdens de komende Vierdaagseweek. Zonder een systeem zoals de VTN-sticker is het bovendien onduidelijk hoe de gemeente wil voorkomen dat ongewenste aanbieders opnieuw de markt betreden. Juist dat probleem was eerder aanleiding voor de invoering van het stickersysteem.

Via Gladiola – Nijmegen

Met nog enkele maanden te gaan tot het evenement groeit de druk op de gemeente om snel met duidelijkheid te komen. Zonder een concreet en goed doordacht plan dreigt een situatie waarin zowel chauffeurs als feestgangers de dupe worden van een gebrek aan structuur. De komende periode zal moeten uitwijzen of Nijmegen erin slaagt om een werkbaar alternatief te presenteren dat zowel veiligheid als bereikbaarheid garandeert.

De onzekerheid wordt versterkt doordat concrete plannen voor de nieuwe aanpak nog ontbreken. Zowel de gemeente als de organisatie van de Vierdaagsefeesten heeft nog geen details gedeeld over hoe de taxistromen straks in goede banen moeten worden geleid. Ook blijft de vraag onbeantwoord hoe de veiligheid van chauffeurs en passagiers gewaarborgd zal worden in een mogelijk minder gereguleerde omgeving.

werkomstandigheden

Voor veel taxichauffeurs staat er veel op het spel. De Vierdaagseweek is traditioneel een van de drukste en meest lucratieve periodes van het jaar. Het wegvallen van vaste standplaatsen kan directe gevolgen hebben voor hun inkomsten en werkomstandigheden. Tegelijkertijd bestaat de vrees dat bezoekers van de stad te maken krijgen met langere wachttijden of onduidelijke opstaplocaties.

Gemeenten en provincies slaan alarm: wegen dreigen massaal dicht te gaan

Verouderde bruggen en tunnels zorgen voor groeiende chaos op de Nederlandse wegen.

Nederland stevent af op een periode van ingrijpende verkeershinder, nu gemeenten en provincies waarschuwen voor langdurige afsluitingen van wegen als er niet snel extra geld beschikbaar komt. Bruggen, tunnels, kades en sluizen verkeren op veel plekken in verouderde staat en vragen om ingrijpende renovatie of volledige vervanging. Zonder financiële impuls dreigt het verkeer op cruciale verbindingen ernstig vast te lopen, zo stellen de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en het Interprovinciaal Overleg (IPO).

recent onderzoek

De waarschuwing is gebaseerd op een recent onderzoek van Arcadis en Berenschot, uitgevoerd in samenwerking met het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Daaruit blijkt dat een groot deel van de Nederlandse infrastructuur, vaak gebouwd in de periode na de Tweede Wereldoorlog, zijn levensduur heeft bereikt. De kosten voor herstel en renovatie lopen ondertussen snel op. Tot en met 2030 zijn deze al met 30 procent gestegen. Gemeenten en provincies besteden momenteel jaarlijks ruim 4 miljard euro aan onderhoud en beheer, maar dat bedrag is bij lange na niet voldoende om de noodzakelijke vernieuwing te bekostigen.

Volgens gedeputeerde Harry van der Maas uit Zeeland, tevens voorzitter van de IPO-commissie Bereikbaarheid en Infrastructuur, zijn de gevolgen niet te onderschatten. „Zonder extra geld dreigen meer en langdurige afsluitingen van wegen”, waarschuwt hij. Daarmee komt niet alleen de doorstroming van het verkeer in gevaar, maar ook de bereikbaarheid van essentiële voorzieningen.

Wethouder Jan van Burgsteden uit Meierijstad, die namens de VNG betrokken is bij mobiliteitsvraagstukken, onderstreept de ernst van de situatie. „Wegen moeten veilig blijven en scholen, ziekenhuizen en winkels moeten bereikbaar blijven. Werknemers moeten zonder grote vertragingen op hun werk kunnen komen.” Hij wijst erop dat gemeenten nu al worstelen met achterstallig onderhoud. „Gemeenten vrezen grote overlast voor inwoners en ondernemers door langdurige of zelfs definitieve afsluitingen van wegen, bruggen en tunnels.”

De financiële opgave is enorm. Naar schatting is tot het einde van deze eeuw ruim 2,1 miljard euro extra nodig, bovenop de huidige uitgaven, om de infrastructuur op peil te houden. Daarbij zijn prijsstijgingen nog niet eens meegerekend. In totaal wordt het bedrag voor renovatie en vervanging geraamd op 66,5 miljard euro.

Nieuw in het onderzoek is de inventarisatie van kademuren, waarvan er bijna 40.000 in kaart zijn gebracht. Een aanzienlijk deel daarvan verkeert in slechte staat. Alleen al het herstel van deze kades kost naar verwachting 16 miljard euro. Vooral provincies als Zuid-Holland, Noord-Holland en Utrecht worden hierdoor zwaar getroffen. Voorbeelden zijn onder meer de zeekade in Maassluis en diverse havens op Goeree-Overflakkee.

Foto: © Pitane Blue – file bij Vlaketunnel

Zonder snelle actie dreigt Nederland vast te lopen op zijn eigen verouderde infrastructuur, met alle gevolgen van dien voor economie, bereikbaarheid en veiligheid.

Op verschillende plekken in het land zijn de gevolgen nu al merkbaar. Zo gelden er beperkingen op de Papendrechtsebrug, waar vrachtwagens niet meer mogen inhalen en voertuigen boven de 50 ton worden geweerd. Grotere projecten hangen als een donkere wolk boven de infrastructuur. De Haringvlietbrug, een essentiële verbinding tussen Zuid-Holland, Noord-Brabant en Zeeland, moet vanaf 2030 volledig worden aangepakt. De kosten lopen op tot minstens een miljard euro en de brug zal minimaal een half jaar dicht moeten.

Zeelandbrug

Ook de Zeelandbrug staat voor een ingrijpende toekomst. De brug uit 1965 moet tussen 2035 en 2040 volledig worden vervangen door een nieuwe verbinding, mogelijk een brug, tunnel of dam. De uiteindelijke kosten kunnen oplopen tot miljarden euro’s. In Overijssel is de Zwartewaterbrug bij Hasselt aan het einde van zijn levensduur. Eerdere ramingen van 110 miljoen euro zijn inmiddels gestegen naar 180 miljoen euro, terwijl oplappen geen optie meer is.

In Limburg is de situatie bij de brug over het Julianakanaal bij Roosteren nijpend. Vanwege de slechte staat geldt daar al een rijverbod voor zwaar verkeer, dat streng wordt gehandhaafd. Ook op gemeentelijk niveau stapelen de problemen zich op. Op Goeree-Overflakkee zijn veertien havens en sluizen verouderd, wat al heeft geleid tot afsluitingen. In Maassluis is de zeekade slechts tijdelijk gestabiliseerd, terwijl volledige vervanging onvermijdelijk is.

De Visserbrug in Groningen werd na een defect volledig verwijderd en kan pas in 2027 worden vervangen. Tot die tijd moeten fietsers en voetgangers gebruikmaken van een tijdelijke voorziening. In De Meern werd de Loobrug in 2025 per direct gesloten na funderingsschade, met een verwachte vervanging die pas over enkele jaren gereed zal zijn.

Volgens Van der Maas groeit het gemeentefonds en provinciefonds niet voldoende mee met de stijgende kosten. „We staan voor een enorme opgave om Nederland bereikbaar te houden. Dat vraagt ook om voldoende geld.” Hoewel provincies alternatieve financieringsmogelijkheden onderzoeken, benadrukt hij dat dit onvoldoende zal zijn om de problemen structureel op te lossen.

Groter dan je denkt: Manneken Pis blijft klein maar trekt miljoenen bezoekers

Het beroemdste jongetje van Brussel verovert nog altijd harten, toeristen blijven massaal komen voor plassend beeldje.

Wie Brussel voor het eerst bezoekt en koers zet richting Manneken Pis, verwacht vaak een monument van formaat. Iets dat de grandeur van een hoofdstad weerspiegelt, een beeld dat oprijst op een ruim plein en indruk maakt nog voor men dichtbij komt. De realiteit is anders. In een smalle straat, omringd door chocoladewinkels, wafelkramen en souvenirzaken, staat een klein jongetje dat onverstoorbaar zijn behoefte doet. Toeristen verdringen zich, smartphones in de aanslag, om het tafereel vast te leggen.

relativering en humor

Juist dat contrast vormt de aantrekkingskracht van Manneken Pis. Het beeld dankt zijn status niet ondanks zijn bescheiden afmetingen, maar precies dankzij die kleinschaligheid. Het sluit naadloos aan bij het karakter van Brussel, een stad die een belangrijke rol speelt als hoofdstad van België en Europa, maar tegelijkertijd bekendstaat om haar gevoel voor relativering en humor.

Manneken Pis is uitgegroeid tot veel meer dan een verplichte tussenstop voor bezoekers op weg naar de Grote Markt. Het beeld staat symbool voor de eigenzinnigheid van de stad. De Stad Brussel omschrijft hem treffend als “een symbool van de rebelse geest van de stad.” Die reputatie wordt versterkt door een opmerkelijke traditie: de garderobe van het beeld. Met honderden kostuums en een aankleedritueel dat teruggaat tot minstens de zeventiende eeuw, wordt het jongetje ongeveer de helft van het jaar in verschillende outfits gehuld.

Die traditie maakt van Manneken Pis geen statisch monument, maar een levend onderdeel van de Brusselse cultuur. Bij feestdagen, herdenkingen, diplomatieke bezoeken en culturele evenementen krijgt het beeld een passend kostuum aangemeten. De GardeRobe MannekenPis laat zien hoe deze verzameling is uitgegroeid tot een indrukwekkend erfgoed. Jaarlijks komen er volgens het museum nog altijd twintig tot dertig nieuwe kostuums bij, waarmee het verhaal van het beeld voortdurend wordt aangevuld.

Manneken Pis bewijst dat een monument geen indrukwekkende afmetingen nodig heeft om een blijvende indruk achter te laten. Soms is het juist het kleine, onverwachte dat een stad het beste vertegenwoordigt. Brussel heeft geen imposant standbeeld nodig om zich te profileren. Een ondeugend jongetje dat al eeuwenlang zijn gang gaat, blijkt meer dan voldoende om miljoenen mensen te blijven fascineren.

Foto: © Pitane Blue – aan de hoek van de Stoofstraat en de Eikstraat, niet ver van de Grote Markt.

Het 55,5 cm grote ventje op een sokkel is geplaatst aan de hoek van de Stoofstraat en de Eikstraat, niet ver van de Grote Markt. Het is een replica uit 1966 van een creatie van Hiëronymus Duquesnoy uit 1619.

Toeristisch gezien blijft Manneken Pis een opmerkelijk fenomeen. Vrijwel niemand kiest Brussel als bestemming uitsluitend om dit kleine bronzen beeld te bewonderen. Toch staat het bij bijna iedere bezoeker op de lijst. Dat is de paradox van iconische plekken: hun betekenis overstijgt hun fysieke omvang. Waar de Eiffeltoren symbool staat voor Parijs, vervult Manneken Pis een vergelijkbare rol voor Brussel, zij het op een typisch Belgische manier. Niet door grootsheid of macht, maar door speelsheid en een vleugje absurdisme.

miljoenen bezoekers

De populariteit van het beeld sluit aan bij de bredere aantrekkingskracht van de stad. Brussel trekt jaarlijks miljoenen bezoekers en heeft herkenbare symbolen nodig die de identiteit van de stad tastbaar maken. Manneken Pis vervult die rol moeiteloos. Het beeld is toegankelijk, begrijpelijk en laagdrempelig. Bezoekers hoeven geen uitgebreide uitleg of historische kennis te hebben. Eén blik volstaat om een glimlach op te roepen en een herinnering vast te leggen.

Tegelijkertijd klinkt er ook kritiek. Sommigen vinden het beeld overgewaardeerd en wijzen op de drukte en commercialisering van de omgeving. Het zou niet meer zijn dan een vluchtige attractie waar men na enkele seconden op uitgekeken is. Die kritiek bevat een kern van waarheid, maar doet geen recht aan de bredere betekenis van de plek. Rond Manneken Pis komt namelijk iets tot stand wat voor steden van groot belang is: bezoekers maken kennis met een verhaal. Ze ontdekken een andere kant van Brussel, waarin folklore, traditie en humor centraal staan.

symboliek

De waarde van Manneken Pis schuilt dan ook niet in zijn materiaal of omvang, maar in zijn symboliek. Het beeld fungeert als toegangspoort tot een stad vol tegenstellingen. Brussel toont zich er tegelijk officieel en speels, historisch en levendig, internationaal en lokaal. Veel bezoekers komen voor een foto, maar blijven hangen voor de sfeer die deze bijzondere plek oproept.

Nieuws uit Hangzhou: Zeeuwse delegatie onder de indruk van moderne busproductie

Nieuwe generatie Zeeuwse bussen al bijna klaar in China, belooft meer comfort en veiligheid.

Een bezoek aan de fabriek van BYD in het Chinese Hangzhou vormde het absolute hoogtepunt van de reis die in het teken stond van de komst van nieuwe bussen naar Zeeland. Daar, duizenden kilometers van huis, werd zichtbaar hoe de voertuigen die straks het straatbeeld in de provincie gaan bepalen, vorm krijgen. Het moment waarop de bijna voltooide bussen van dichtbij konden worden bekeken, maakte indruk en gaf een tastbaar beeld van wat reizigers later dit jaar mogen verwachten.

Zeeuwse passagiers

In de fabriek werd duidelijk dat er in hoog tempo is gewerkt aan de productie. Het merendeel van de bussen staat inmiddels grotendeels gereed. De laatste stappen vinden straks plaats in Nederland, waar onder meer schermen en betaalapparatuur worden ingebouwd. De betrokken partijen, BYD en EBS Public Transportation BV, gaven een uitgebreide toelichting op het proces en de innovaties die zijn doorgevoerd. Daarbij werd nadrukkelijk stilgestaan bij verbeteringen op het gebied van betrouwbaarheid, veiligheid en comfort, zowel voor reizigers als voor chauffeurs. Opvallend is dat in het ontwerp expliciet rekening is gehouden met de wensen van Zeeuwse passagiers en bestuurders, waardoor de bussen beter aansluiten op de praktijk in de regio.

Tijdens de rondleiding door de fabriek ontvouwde zich een indrukwekkend beeld van het productieproces. Van de eerste stappen in de chassisbouw tot het lakwerk en de uiteindelijke montage van batterijen, bekabeling en stoelen: elke fase werd zorgvuldig toegelicht. De fabriek zelf oogt modern en ruim, met een sterke focus op kwaliteit en veiligheid. Die professionele aanpak draagt bij aan het vertrouwen in het eindproduct. De medewerkers die er werken, maken volgens de bezoekers een gemotiveerde en deskundige indruk, wat het gevoel versterkt dat de bouw van de Zeeuwse bussen in goede handen is.

Een bijzonder moment volgde toen zeven vrijwel volledig afgewerkte bussen klaarstonden om van dichtbij te bekijken en zelfs uit te proberen. Die ervaring gaf, volgengs gedeputeerde Harry van der Maas, een eerste realistisch beeld van hoe het reizen straks zal aanvoelen. De voertuigen zijn stil, comfortabel en ruim opgezet. De toegankelijkheid is duidelijk verbeterd en er is extra aandacht besteed aan de werkplek van de chauffeur. Het rijgedrag werd als zeer prettig ervaren. “Het rijdt voortreffelijk!”, klonk het enthousiast na een korte proefrit in een van de nieuwe bussen. Inmiddels zijn de eerste exemplaren al onderweg naar Zeeland, waar ze binnenkort verder worden afgewerkt.

rijkwaliteit

Naast het fysieke product werd ook stilgestaan bij de technische vooruitgang die BYD de afgelopen jaren heeft geboekt. Sinds de introductie van de eerste generatie bussen zijn er aanzienlijke stappen gezet. De rijkwaliteit is merkbaar verbeterd en de chauffeurscabines zijn beter afgestemd op Europese standaarden en wensen. Ook zijn de bussen uitgerust met diverse moderne ondersteunende systemen die bijdragen aan zowel veiligheid als gebruiksgemak.

Na het fabrieksbezoek vervolgde het gezelschap de reis per hogesnelheidstrein richting Shanghai, een traject dat eveneens indruk maakte. Met snelheden van ruim 300 kilometer per uur werd het comfort van modern vervoer nog eens onderstreept. Vanuit Shanghai volgde de terugreis per vliegtuig naar Brussel, waarmee een intensieve en leerzame week werd afgesloten.

De reis werd gezamenlijk beleefd met Michel Van Maanen, Jan-Kees Korteweg en Steven van der Burg van EBS, evenals Maurice Buuron en Steven Meerburg van de Provincie Zeeland. Het gezelschap kijkt terug op een waardevol bezoek, waarin niet alleen de productie van de bussen centraal stond, maar ook de samenwerking en uitwisseling van kennis. De blik is nu gericht op de toekomst, wanneer de nieuwe bussen vanaf 13 december 2026 daadwerkelijk op de Zeeuwse wegen te zien zullen zijn.

Oranjekoorts op Scheveningen: bewoners Reepstraat investeren samen in een traditie

Scheveningen kleurt weer massaal oranje nu een nieuw groot voetbaltoernooi voor de deur staat.

In de bekende Reepstraat is het vertrouwde beeld teruggekeerd: vlaggenlijnen, wimpels en andere feestelijke versieringen domineren het straatbeeld. Voor veel bewoners is het optuigen van de wijk allang geen spontane actie meer, maar een jaarlijks terugkerende traditie die met toewijding wordt voortgezet.

Achter die feestelijke aanblik schuilt echter normaal een flinke organisatie. Buurtbewoners slaan vooral financieel de handen ineen om de straat in de juiste sfeer te brengen, al komt het grootste deel van het werk vaak op de schouders van een enkeling terecht. Zo is er in deze straat één kartrekker die zich vrijwel volledig bezighoudt met het ophangen van vlaggen en het coördineren van de versieringen. Hoewel er aanvankelijk meerdere mensen bereid waren om te helpen, blijkt de uitvoering in de praktijk weerbarstig en tijdrovend. Het ophangen van meterslange vlaggenlijnen en het stevig bevestigen ervan vraagt niet alleen tijd, maar ook fysieke inspanning.

betrokkenheid

De betrokkenheid van de buurt is er desondanks niet minder om. Bewoners dragen financieel bij via een gezamenlijke inzamelingsactie, waarmee de aanschaf van vlaggen, slingers en andere decoraties wordt bekostigd. Die gezamenlijke investering zorgt ervoor dat iedereen zich mede-eigenaar voelt van het eindresultaat. Het oranje straatbeeld is daarmee niet alleen een uiting van nationale trots, maar ook van lokale saamhorigheid.

Het werk is bovendien nog niet afgerond. Naast de al zichtbare vlaggen en versieringen staan er nog extra aankledingen op de planning. Op een centraal punt in de buurt zullen aanvullende feestelijke elementen worden geplaatst om de sfeer verder te versterken. Daarmee willen de bewoners ervoor zorgen dat de straat niet alleen overdag, maar ook tijdens de wedstrijden zelf een levendige ontmoetingsplek wordt.

Die wedstrijden vormen namelijk het hoogtepunt van de gezamenlijke inspanningen. Er zijn plannen om de duels samen te bekijken, wat de saamhorigheid in de straat nog verder moet vergroten. De organisatie daarvan brengt echter ook de nodige uitdagingen met zich mee. Zeker wanneer wedstrijden op late tijdstippen worden gespeeld, bijvoorbeeld door tijdsverschillen, vraagt dat om extra afstemming en flexibiliteit van de bewoners. Toch lijkt die praktische hobbel de pret niet te drukken.

Foto: © Pitane Blue – oranjekoorts op Scheveningen

Voor de bewoners van de Reepstraat betekent dit dat zij niet alleen creatief moeten zijn in het versieren van hun straat, maar ook zorgvuldig moeten omgaan met hun budget. De gezamenlijke inzamelingsacties blijven noodzakelijk om de aankleding mogelijk te maken. Ondanks de hogere kosten en de beperkte beschikbaarheid van materialen, blijft de bereidheid om bij te dragen groot.

Buurtbewoners slaan nog altijd financieel de handen ineen om de straat in de juiste sfeer te brengen, maar het wordt steeds lastiger om de benodigde materialen te bemachtigen. Vooral vlaggenlijnen zijn moeilijk verkrijgbaar. Waar deze voorheen relatief eenvoudig in te kopen waren, merken bewoners nu dat de beschikbaarheid beperkt is. Tegelijkertijd zijn de prijzen flink gestegen, wat een extra druk legt op het gezamenlijke budget.

Die prijsstijging heeft verschillende oorzaken. Zo worden de vlaggetjes vaak van plastiek gemaakt, wat invloed heeft op de productiekosten. Daarnaast spelen strengere veiligheidseisen een belangrijke rol. Alle versieringen die in de openbare ruimte worden opgehangen, moeten voldoen aan brandveiligheidsvoorschriften. Dat betekent dat materialen speciaal behandeld of geproduceerd moeten worden om aan die eisen te voldoen, wat de kosten verder opdrijft.

Foto: © Pitane Blue – oranjekoorts op Scheveningen

“Het is wel de bedoeling dat we met een beamer maar gaan kijken.”

De traditie van oranje versieringen op Scheveningen laat zien hoe sport mensen kan verbinden. Waar het voor de buitenstaander misschien slechts gaat om vlaggetjes en slingers, vertegenwoordigt het voor de bewoners iets groters: samen werken aan een doel, elkaar ontmoeten en gezamenlijk toeleven naar spannende sportmomenten. Zelfs wanneer de organisatie zwaar leunt op een kleine groep, blijft de bereidheid om bij te dragen aanwezig.

betrokkenheid

De Reepstraat vormt daarmee een treffend voorbeeld van hoe een buurt tot leven komt rond een internationaal toernooi. De combinatie van inzet, creativiteit en betrokkenheid zorgt ervoor dat de straat elk toernooi opnieuw verandert in een oranje feestdecor. En hoewel het werk soms zwaar is en niet altijd eerlijk verdeeld lijkt, overheerst uiteindelijk het gevoel van trots wanneer alles op zijn plek hangt en de eerste wedstrijd wordt afgetrapt.

Ondernemers vrezen nieuwe rellen: politie grijpt in bij nieuwe onrust rond De Pier

De politie heeft vrijdagavond stevig ingegrepen in Scheveningen na nieuwe oproepen op social media voor een zogenoemde Block Party.

Met een grote politiemacht werd geprobeerd om herhaling van eerdere ongeregeldheden te voorkomen. Die aanpak leek effect te hebben: de avond verliep grotendeels rustig, al werden er wel meerdere jongeren aangehouden. De zichtbare aanwezigheid van de ordediensten moest voorkomen dat de situatie uit de hand zou lopen, zoals in het verleden gebeurde. Op verschillende plekken langs de boulevard en rond de Pier hield de politie toezicht. 

gefouilleerd

Al vroeg op de avond hield de politie de situatie strak onder controle. Jongeren die naar de badplaats kwamen, werden direct gefouilleerd. Ook werd voorkomen dat groepen zich konden verzamelen bij de Pier, een plek die eerder het toneel was van spanningen. Door deze zichtbare en directe aanpak bleef het op de boulevard relatief kalm, zonder grote opstootjes of massale incidenten.

Toch bleef het niet volledig zonder ingrijpen. Verspreid over de avond verrichtte de politie enkele arrestaties. Waarvoor de betrokken jongeren precies zijn aangehouden, is nog niet duidelijk gemaakt. De politie heeft daar vooralsnog geen nadere toelichting op gegeven.

kwetsbaar

De gebeurtenissen van vrijdagavond laten zien dat een stevige politieaanpak effect kan hebben op het voorkomen van grootschalige onrust. Tegelijkertijd blijft de situatie in Scheveningen kwetsbaar, zeker zolang oproepen via social media jongeren blijven mobiliseren. Voor zowel de autoriteiten als ondernemers blijft het balanceren tussen waakzaamheid en het waarborgen van een veilige, toegankelijke badplaats.

Foto: © Pitane Blue – politie te paard op Scheveningen

Rond zonsondergang werd de omvang van de inzet pas echt zichtbaar. Terwijl grote groepen mensen naar het strand trokken om van de avond te genieten, hield de politie nadrukkelijk toezicht. Tussen de strandtenten patrouilleerden agenten onafgebroken te voet, terwijl ook politie op de fiets en te paard aanwezig was. De brede inzet onderstreepte hoe serieus de situatie werd genomen. De beschikbare politiecapaciteit werd maximaal benut om de orde te bewaren en eventuele ongeregeldheden direct de kop in te drukken.

ondernemers

De voortdurende dreiging van onrust heeft zichtbare gevolgen voor de ondernemers in het gebied rond de Pier en het Gevers Deynootplein. Waar normaal gesproken drukte en toerisme de boventoon voeren, klinkt nu een ander geluid. Een ondernemer op het Gevers Deynootplein schetst een zorgwekkend beeld van de huidige situatie. Op momenten waarop het normaal gesproken vol zou zitten, blijft het opvallend rustig in zijn zaak.

“De politie moet meer macht hebben om dat tuig aan te pakken,” zegt hij. Volgens de ondernemer is er sprake van een scheve verhouding, waarbij niet alleen de overlastgevers voor problemen zorgen, maar ook de manier waarop er naar politieoptreden wordt gekeken. “Het lijkt er meer op dat de maatschappij de politie aanvalt wanneer deze kordaat optreden.”

Foto: © Pitane Blue – politie tussen de strandtenten

Tussen de strandtenten patrouilleerden agenten onafgebroken te voet, terwijl ook politie op de fiets en te paard aanwezig was op de Boulevard.

De zorgen onder ondernemers nemen toe, mede doordat Scheveningen volgens hen langzaam een negatieve reputatie opbouwt. Waar de badplaats jarenlang bekendstond als een populaire bestemming voor dagjesmensen en toeristen, vrezen zij dat dit beeld aan het kantelen is. Bezoekers zouden vaker wegblijven uit angst voor onrust of negatieve berichten.

Dat heeft directe gevolgen voor de omzet en de sfeer in het gebied. Ondernemers geven aan dat zij steeds vaker genoodzaakt zijn om extra personeel in te zetten op dagen waarop ongeregeldheden worden verwacht. Tegelijkertijd blijven de inkomsten achter wanneer bezoekers wegblijven. De combinatie van verhoogde kosten en dalende drukte zorgt voor groeiende frustratie.

eerdere spanningen

De grootschalige inzet volgt op eerdere spanningen in Scheveningen. Begin deze maand liep de situatie al op na vergelijkbare oproepen via social media. Op 1 mei kwamen toen veel jongeren af op het gebied rond de Pier, wat leidde tot een kat-en-muisspel met de politie. Grote rellen bleven uit, maar vier personen werden wel aangehouden. Burgemeester Jan van Zanen noemde de onrust destijds ‘onacceptabel’.

De datum van die bijeenkomst verwees naar de rellen van een jaar eerder, toen het volledig uit de hand liep in de badplaats. Relschoppers gooiden met stoelen, glaswerk en zelfs fietsen naar de politie. Hoewel er die avond zelf niemand werd opgepakt, volgden later alsnog veroordelingen. In totaal kregen zestien betrokkenen taakstraffen opgelegd.

Technologie: Pitane Blue duikt in jaarverslag ILT en ziet organisatie onder druk staan

Drones boven zee en ai op het spoor geven ILT nieuwe slagkracht, slimme technologie moet toezicht sneller en scherper maken.

De nieuwste aflevering van de podcast Pitane Blue werpt een uitgebreide blik op het jaarverslag van de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) en schetst een helder beeld van hoe de toezichthouder zich in 2025 heeft ontwikkeld. In de uitzending wordt duidelijk dat de ILT zich nadrukkelijk positioneert als een organisatie die midden in de samenleving staat en zich inzet voor veiligheid, duurzaamheid en het vertrouwen van het publiek binnen uiteenlopende sectoren zoals luchtvaart, scheepvaart, spoor en wegvervoer.

flinke stappen

Het jaarverslag laat zien dat de inspectie het afgelopen jaar flinke stappen heeft gezet in de manier waarop toezicht wordt gehouden. Traditionele controlemethoden maken steeds vaker plaats voor een risicogerichte aanpak, waarbij data en technologie een centrale rol spelen. Volgens de analyse in de podcast stelt deze werkwijze de ILT in staat om gerichter te werken en sneller in te grijpen wanneer dat nodig is. Dat is geen overbodige luxe, want de druk op de organisatie neemt toe door maatschappelijke ontwikkelingen en groeiende mobiliteit.

Een opvallend onderdeel van het verslag is de inzet van innovatieve middelen zoals drones en kunstmatige intelligentie. De inspectie gebruikt drones onder meer om containerschepen al op volle zee te controleren. Met camera’s worden beelden vastgelegd van het sjorren, het vastzetten van containers, nog voordat een schip de haven bereikt. Deze aanpak maakt het mogelijk om risico’s vroegtijdig te signaleren en de veiligheid te vergroten zonder dat inspecteurs fysiek aan boord hoeven te gaan.

Ook op het spoor wordt volop geëxperimenteerd met nieuwe technologie. De ILT zet drones in om grote hoeveelheden beeldmateriaal van spoorlijnen te verzamelen. Vervolgens komt kunstmatige intelligentie in beeld. Een computermodel analyseert de beelden automatisch met behulp van beeldherkenning. Dit systeem is in staat om razendsnel mogelijke schade te detecteren en relevante beelden te selecteren. Hierdoor kunnen inspecteurs zich richten op de meest urgente situaties en wordt kostbare tijd bespaard.


De podcast benadrukt dat deze technologische vooruitgang niet alleen zorgt voor efficiënter toezicht, maar ook bijdraagt aan een hogere kwaliteit van inspecties. Door slimmer te werken kan de ILT meer doen met dezelfde of zelfs minder middelen. Dat is van groot belang, want uit het jaarverslag blijkt dat de organisatie kampt met stijgende kosten en personeelstekorten. Deze uitdagingen dwingen tot scherpe keuzes en een voortdurende zoektocht naar manieren om processen te verbeteren.

menselijke factor

Tegelijkertijd blijft de menselijke factor onmisbaar. Technologie ondersteunt het werk van inspecteurs, maar vervangt hen niet. Deskundigheid en ervaring blijven cruciaal bij het beoordelen van risico’s en het nemen van beslissingen. De ILT probeert dan ook een balans te vinden tussen innovatie en vakmanschap, zodat de kwaliteit van het toezicht gewaarborgd blijft.

Een ander belangrijk thema dat in de podcast naar voren komt, is de onafhankelijkheid van de inspectie. In een tijd waarin belangen soms botsen, is het volgens de ILT essentieel om als toezichthouder zelfstandig en objectief te opereren. Alleen zo kan het vertrouwen van burgers en bedrijven worden behouden. Het jaarverslag onderstreept daarnaast het belang van samenwerking, zowel nationaal als internationaal. Door kennis en informatie te delen met partners kan de ILT effectiever optreden en beter inspelen op grensoverschrijdende vraagstukken.

De terugblik op 2025 laat zien dat de Inspectie Leefomgeving en Transport zich in een periode van verandering bevindt. Innovatie, samenwerking en efficiëntie vormen de kern van de strategie, terwijl tegelijkertijd wordt gewerkt aan het oplossen van interne knelpunten. De analyse in Pitane Blue maakt duidelijk dat de ILT zich blijft aanpassen aan een wereld die steeds complexer en dynamischer wordt, met als doel mens en milieu zo goed mogelijk te beschermen.

Sleutelrol bij NMBS: Transvision steekt grens over en gaat Belgisch spoor helpen

Het Nederlandse mobiliteitsbedrijf Transvision zet een opvallende stap over de grens.

Per 1 januari 2027 gaat het bedrijf voor de Belgische spoorwegmaatschappij NMBS aan de slag met het treinvervangend vervoer in Vlaanderen. Daarmee krijgt Transvision een sleutelrol in de organisatie en coördinatie van busdiensten die worden ingezet bij werkzaamheden en verstoringen op het spoor.

Binnen deze opdracht neemt Transvision de centrale regie in handen. Het bedrijf wordt verantwoordelijk voor de volledige coördinatie van het vervangende vervoer, een taak die cruciaal is om reizigers zo soepel mogelijk op hun bestemming te krijgen wanneer treinverkeer stilvalt. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar logistiek en capaciteit, maar ook naar de manier waarop reizigers worden geïnformeerd. Volgens de betrokken partijen ligt daar een belangrijke uitdaging én kans.

investeringen

Transvision investeert daarom stevig in de eigen IT-systemen en operationele aansturing. Die investeringen moeten leiden tot een duidelijke verbetering van de reisinformatie. Reizigers kunnen in de toekomst rekenen op snellere, duidelijkere en betrouwbaardere updates tijdens werkzaamheden en verstoringen. In de praktijk betekent dit dat informatie beter op elkaar wordt afgestemd en sneller beschikbaar is, zodat onzekerheid en wachttijden worden beperkt.

De samenwerking met NMBS markeert een belangrijke ontwikkeling voor het bedrijf. Voor het eerst richt Transvision zich officieel op de Belgische markt. Daarmee wordt de stap gezien als een uitbreiding van de activiteiten buiten Nederland, waarbij de kennis en ervaring die in eigen land is opgebouwd, nu ook internationaal wordt ingezet. De ambitie om processen verder te professionaliseren en te digitaliseren speelt daarbij een centrale rol.

Een belangrijk onderdeel van de opdracht is het verbeteren van de real time reisinformatie. Door systemen slimmer met elkaar te laten communiceren, moet het mogelijk worden om reizigers direct te informeren over wijzigingen in hun reis. Denk aan actuele vertrektijden van vervangende bussen, gewijzigde opstaplocaties en eventuele vertragingen. Die transparantie moet bijdragen aan een betere reiservaring, juist op momenten waarop het treinverkeer niet volgens plan verloopt.

Naast de focus op technologie blijft duurzaamheid hoog op de agenda staan. Transvision en NMBS benadrukken dat er volop wordt ingezet op de verdere uitbreiding van zero-emissie vervoer. Dat betekent dat steeds meer bussen die worden ingezet bij vervangend vervoer, geen uitstoot meer veroorzaken. Deze ontwikkeling sluit aan bij bredere doelstellingen op het gebied van milieuvriendelijk transport en het terugdringen van CO₂-uitstoot.

Foto: © Pitane Blue – NS vervangend vervoer

Met deze stap laat Transvision zien dat het bedrijf klaar is voor een volgende fase. De combinatie van technologische innovatie, operationele expertise en aandacht voor duurzaamheid moet ervoor zorgen dat reizigers in Vlaanderen straks beter worden geholpen wanneer de trein even niet rijdt.

De betrokken partijen spreken zelf van een belangrijke mijlpaal. In de aankondiging klinkt het duidelijk: “Daarmee zetten ze samen een grote stap richting real time reisinformatie voor reizigers, zodat we sneller, duidelijker en betrouwbaarder kunnen informeren tijdens werkzaamheden en verstoringen.” Die ambitie onderstreept het belang van de samenwerking en laat zien waar de prioriteiten liggen in de komende jaren.

strategische betekenis

Ook de strategische betekenis van de stap wordt benadrukt. “Deze opdracht markeert een mooie nieuwe stap voor onze organisatie: onze eerste officiële focus op de Belgische markt.” Met die woorden wordt duidelijk dat het project verder gaat dan alleen operationele ondersteuning. Het vormt een springplank voor verdere groei en internationale samenwerking.

De komende periode zal in het teken staan van voorbereiding en implementatie. Systemen moeten worden ingericht, processen afgestemd en samenwerkingen opgezet met lokale vervoerders. Wanneer begin 2027 de eerste bussen daadwerkelijk gaan rijden onder regie van Transvision, moet alles naadloos op elkaar aansluiten.

Fraude met bestuurderskaarten: inspectie grijpt hard in bij sjoemelende transporteur

De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) heeft bij een transportonderneming ernstige fraude met bestuurderskaarten vastgesteld.

Dat blijkt uit een langdurig onderzoek dat inmiddels is afgerond. Niet alleen het bedrijf zelf, maar ook de directeur en drie chauffeurs zijn beboet. De definitieve hoogte van de sancties is nog niet bekend, omdat de procedures nog lopen.

Aanleiding voor het onderzoek waren meerdere controles langs de weg, waarbij politie en ILT opvallende onregelmatigheden constateerden. Tijdens deze controles bleek dat chauffeurs mogelijk reden met bestuurderskaarten die niet van henzelf waren. Dat vormde de start van een intensief onderzoek dat ruim tweeënhalf jaar geleden werd opgezet in samenwerking met de politie en de Nederlandse Arbeidsinspectie.

onaangekondigd

Tijdens een onaangekondigd bedrijfsbezoek heeft de ILT uitgebreide bedrijfs- en loonadministratie opgevraagd. Op basis van deze gegevens kreeg de inspectie inzicht in de werkwijze binnen het bedrijf en de omvang van de fraude. Het onderzoek werd in december 2025 afgerond en schetst een verontrustend beeld van structurele overtredingen.

Uit de bevindingen blijkt dat minstens twaalf chauffeurs niet alleen hun eigen bestuurderskaart gebruikten, maar ook kaarten van achttien andere kaarthouders. Door deze werkwijze konden chauffeurs hun rij- en rusttijden omzeilen en werkdagen maken die opliepen tot wel twintig uur. Bestuurderskaarten zijn juist bedoeld om rij- en rusttijden nauwkeurig te registreren en zo de verkeersveiligheid te waarborgen.

De inspectie stelt dat het niet ging om incidenten, maar om een patroon van bewuste overtredingen. Verschillende chauffeurs bleken in het verleden al te zijn gewaarschuwd of zelfs beboet voor soortgelijke praktijken. Ondanks deze eerdere maatregelen bleef het gedrag voortduren. Juist die herhaling was voor de ILT reden om niet alleen de onderneming, maar ook de directeur en individuele chauffeurs persoonlijk te bestraffen.

Foto: ILT – controleweek wegtransport

De transportsector ligt al langer onder een vergrootglas als het gaat om naleving van rij- en rusttijden. Deze zaak laat zien dat overtredingen niet alleen incidenteel voorkomen, maar ook systematisch kunnen worden georganiseerd binnen bedrijven. De uitkomst van de lopende procedures zal naar verwachting met belangstelling worden gevolgd binnen de sector.

Volgens de inspectie werd er binnen het bedrijf actief gestuurd op het manipuleren van bestuurderskaarten en het negeren van de regels rond rij- en rusttijden, zoals vastgelegd in het Arbeidstijdenbesluit Vervoer en de Arbeidstijdenwet. Door deze regels te overtreden, ontstonden volgens de ILT gevaarlijke situaties op de weg. Oververmoeide chauffeurs vormen een aanzienlijk risico, zowel voor henzelf als voor andere weggebruikers.

concurrentieverhoudingen

Daarnaast wijst de inspectie op het effect van deze fraude op de concurrentieverhoudingen binnen de transportsector. Bedrijven die zich wel aan de regels houden, worden benadeeld wanneer concurrenten door overtredingen meer uren kunnen draaien en daardoor goedkoper kunnen opereren. De ILT benadrukt dat eerlijke concurrentie alleen mogelijk is wanneer alle partijen zich aan dezelfde regels houden.

De zaak onderstreept het belang van toezicht binnen de sector. De ILT ziet het als haar taak om erop toe te zien dat transportondernemingen zich houden aan de wet- en regelgeving die is opgesteld om de veiligheid en duurzaamheid van het wegvervoer te garanderen. Met controles en onderzoeken probeert de inspectie misstanden aan het licht te brengen en overtreders aan te pakken.

Hoewel de boetes nog niet definitief zijn vastgesteld, maakt de zaak duidelijk dat overtredingen van deze aard zwaar worden opgevat. De combinatie van structurele fraude, eerdere waarschuwingen en de mogelijke gevolgen voor de verkeersveiligheid maakt dat de betrokkenen rekening moeten houden met forse sancties.

Dreigende acties: reizigers de dupe van OV-staking door conflict over sociale zekerheid

Vakbond FNV zet de toon richting het kabinet met een landelijke werkonderbreking in het openbaar vervoer op 24 juni.

Op die dag beginnen werknemers in trein, bus, tram en metro pas om 08.00 uur met hun diensten, waardoor in de vroege ochtenduren geen enkel openbaar vervoermiddel rijdt. De actie raakt daarmee direct duizenden reizigers die afhankelijk zijn van het ov om op tijd op hun werk, school of afspraak te komen.

De staking is volgens de bond geen op zichzelf staand incident, maar een nadrukkelijk signaal richting de politiek. Edwin Kuiper, bestuurder van FNV Vervoer, laat er geen misverstand over bestaan hoe hoog de spanningen zijn opgelopen. “Als het kabinet Jetten doorgaat met de afbraak van de sociale zekerheid, dan zijn stakingen onvermijdelijk. Dit is een duidelijke waarschuwing: de maatregelen moeten van tafel. Gebeurt dat niet, dan volgen er acties.” Met deze woorden onderstreept Kuiper dat de werkonderbreking slechts het begin kan zijn van een langere reeks acties.

kabinet Jetten

De kern van het conflict ligt bij de plannen van het kabinet rond de sociale zekerheid. Volgens vakbonden FNV en CNV worden bestaande afspraken uitgehold en verslechteren belangrijke regelingen. Zo zou er worden ingegrepen in de AOW, wordt de duur van de WW verkort en verandert de WIA op een manier die nadelig uitpakt voor werknemers. De bonden stellen dat werkenden hierdoor niet alleen langer moeten doorwerken, maar ook minder zekerheid hebben op het moment dat zij ziek worden of hun baan verliezen.

De onvrede hierover leeft breed binnen de sector. Werknemers in het stadsvervoer, streekvervoer en op het spoor hebben zich volgens de bond in grote meerderheid achter mogelijke acties geschaard. Interne raadplegingen laten zien dat de bereidheid om het werk neer te leggen aanzienlijk is. Daarmee groeit de druk op de regering om in te grijpen voordat het conflict verder escaleert.

Aan de aangekondigde actie ging al een stevig ultimatum vooraf. De vakbonden gaven het kabinet tot maandag 25 mei middernacht de tijd om de plannen aan te passen. In dat ultimatum eisen zij dat de voorgenomen versoberingen van de WW en de WIA volledig van tafel gaan. Ook moet het plan om het maximum dagloon te verlagen worden geschrapt. Daarnaast ligt de versnelde verhoging van de AOW-leeftijd onder vuur. Volgens de bonden zijn deze maatregelen onacceptabel en tasten zij de bestaanszekerheid van werkenden fundamenteel aan.

FNV vakbond

Wanneer het kabinet niet aan deze eisen tegemoetkomt, volgt dus de werkonderbreking op 24 juni. Daarmee willen de bonden laten zien dat zij bereid zijn om drukmiddelen in te zetten om hun punt kracht bij te zetten. Tegelijkertijd benadrukt Kuiper dat de staking niet lichtvaardig is besloten. Hij spreekt van een uiterste middel, waar de bond pas toe overgaat nadat andere pogingen om gehoord te worden zijn vastgelopen. “Wij begrijpen goed dat reizigers last hebben van deze actie en dat vinden wij heel vervelend. Mensen moeten naar hun werk, school of afspraken kunnen. Onze leden doen dat het liefst ook. Maar het kabinet weigert te luisteren naar de zorgen van werkenden. Onze leden zien geen andere mogelijkheid meer dan staken. We doen dit niet alleen voor werknemers in het ov, maar voor alle Nederlanders die afhankelijk zijn van goede sociale zekerheid.”

ochtendspits

De impact van de actie zal vooral in de ochtendspits voelbaar zijn. Forenzen die normaal vroeg vertrekken, zullen alternatieven moeten zoeken of hun reis moeten uitstellen. Daarmee wordt de maatschappelijke druk verder opgevoerd, precies zoals de bonden beogen. Het doel is om de gevolgen van de kabinetsplannen zichtbaar te maken en tegelijkertijd de urgentie van het conflict te onderstrepen.

Kuiper waarschuwt bovendien dat het hier mogelijk niet bij blijft. “Als we na de zomer nog steeds in deze positie zitten, dan zullen er grotere acties volgen. Dan moet je echt denken aan 24-uurs-stakingen, dus wat dat betreft is dit een eerste speldenprik.” Die woorden maken duidelijk dat de aangekondigde werkonderbreking slechts een voorproefje kan zijn van wat Nederland te wachten staat als de impasse niet wordt doorbroken.

Werkgevers slaan handen ineen: grote fietschallenge van start in Utrecht Oost:

Donderdag 21 mei gaat in Utrecht Oost een opvallende mobiliteitsactie van start die duizenden werknemers moet verleiden om vaker de fiets te pakken.

Onder de noemer Expeditie Oost bundelen meer dan tien grote werkgevers hun krachten in een zes maanden durende challenge die niet alleen draait om bereikbaarheid, maar ook om gezondheid en duurzaamheid. Het initiatief komt uit de koker van het UMC Utrecht en samenwerkingsprogramma Goedopweg. 

Met de actie willen zij inspelen op de groeiende drukte in en rond het Utrecht Science Park en Rijnsweerd. Die gebieden blijven zich ontwikkelen, terwijl de infrastructuur niet in hetzelfde tempo meegroeit. Door medewerkers te stimuleren de auto vaker te laten staan, hopen de initiatiefnemers de regio bereikbaar en leefbaar te houden.

breed draagvlak

Deelnemende organisaties zijn onder meer het UMC Utrecht, de Universiteit Utrecht, Hogeschool Utrecht, het Hubrecht Instituut, de Provincie Utrecht, ROM Utrecht Region, Danone en a.s.r. Daarmee krijgt de challenge een breed draagvlak onder zowel publieke als private partijen. Medewerkers van deze organisaties kunnen hun fiets- en wandelkilometers registreren via de Da’s zo gefietst-app. Elke rit levert punten op die ingewisseld kunnen worden voor beloningen. Aan het einde van de rit wacht bovendien een extra stimulans: de organisatie die na zes maanden de meeste ritten heeft verzameld, wint een prijs voor alle deelnemende collega’s. Tussendoor worden er elke twee maanden prijzen verloot om de motivatie hoog te houden.

Volgens Celina Kroon, Manager Duurzaamheid bij het UMC Utrecht, is samenwerking cruciaal om echte verandering te realiseren. “Als initiatiefnemer van Expeditie Oost zien we dat de ambities uit de Pledge 2.0, waaronder +10% fiets, +9% OV en –18% auto, alleen haalbaar zijn wanneer organisaties samen optrekken en beleid weten te vertalen naar concreet gedrag in de dagelijkse praktijk. Daarom heeft het UMC Utrecht dit initiatief samen met Goedopweg opgezet. Inmiddels doen meer dan tien organisaties mee en maken we duurzame mobiliteit steeds toegankelijker en aantrekkelijker voor onze collega’s en studenten. Door vaker te kiezen voor de fiets of een wandeling dragen zij niet alleen bij aan een beter bereikbaar en duurzamer Utrecht Oost, maar ook aan hun eigen gezondheid en welzijn.”

De drempel om mee te doen is bewust laag gehouden. Deelname is kosteloos en het registreren van ritten kan automatisch of handmatig via de app. Daar zit nog een extra voordeel aan: slimme verkeerslichten springen bij aankomst van deelnemers sneller op groen, waardoor de fietstocht niet alleen duurzamer maar ook efficiënter wordt.

De officiële aftrap vindt plaats op Fiets naar je Werk Dag, donderdag 21 mei. Om het startschot extra feestelijk te maken, zijn er speciale fietsroutes uitgezet door het Utrecht Science Park. Deze routes zijn ontworpen door fietsdeskundige Merijn Heijne en voeren deelnemers langs een bijzondere tussenstop bij melkveebedrijf ’t Zuivelhoekje in Zeist. Tussen 11.00 en 13.00 uur kunnen fietsers daar terecht voor een kaasproeverij, een vers broodje van de boer en een speels potje boter-kaas-en-eieren. Wie onderweg stopt, wordt bovendien beloond met extra punten in de challenge.

Photo: © Goedopweg

Johannes van de Water, gebiedsregisseur Utrecht Oost voor Goedopweg, benadrukt het belang van collectieve actie. “Utrecht Oost groeit. Meer mensen, meer organisaties, maar dezelfde wegen. De enige manier om dat op te lossen is door het samen anders te doen. Expeditie Oost laat zien dat werkgevers in een gebied enorme kracht hebben als ze gezamenlijk optrekken. Geen beleidsnotitie, maar gewoon: collega’s die elkaar aansteken om op de fiets te stappen. Dat is precies het soort beweging dat beklijft.”

samenwerkingsverband

Goedopweg speelt al langer een actieve rol in het verbeteren van de bereikbaarheid in de regio Utrecht en Amersfoort. De organisatie is een samenwerkingsverband van onder meer de Provincie Utrecht, de gemeenten Utrecht en Amersfoort, Regio Amersfoort, MRU West, Rijkswaterstaat en het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Met praktische en vernieuwende oplossingen probeert Goedopweg reizigers en werkgevers te stimuleren om slimmer en duurzamer te reizen.

Met Expeditie Oost krijgt die ambitie een concreet gezicht. De komende maanden zal moeten blijken of de gezamenlijke inspanning van werkgevers en medewerkers daadwerkelijk leidt tot minder autoverkeer en een blijvende gedragsverandering in Utrecht Oost.

NBd waarschuwt voor te snelle afbouw: Tesla jaagt discussie over verkeersborden aan

Snelle opkomst rijhulpsystemen zet toekomst bewegwijzering onder druk.

De ontwikkelingen rond geavanceerde rijhulpsystemen volgen elkaar in rap tempo op en roepen tegelijkertijd nieuwe vragen op over de toekomst van verkeersveiligheid en bewegwijzering. Dick Ottevanger, directeur van de Nationale Bewegwijzeringsdienst (NBd), kijkt met bijzondere aandacht naar de recente berichtgeving over Tesla’s Full Self Driving-systeem. Volgens hem kwam het nieuws over de goedkeuring van dit systeem sneller dan verwacht en onderstreept het hoe snel de technologie zich ontwikkelt.

impact innovaties

De impact van deze innovaties werd voor Ottevanger extra tastbaar door een interview met een weggebruiker die met het systeem het drukke Keizer Karelplein in Nijmegen wist te passeren. Die praktijkervaring maakte indruk. Tegelijkertijd benadrukt hij dat het systeem voorlopig niet meer is dan een hulpmiddel. De bestuurder blijft eindverantwoordelijk en moet voortdurend alert blijven. “Het is en blijft vooralsnog een ondersteunend systeem waarbij de bestuurder nog altijd verantwoordelijk is en de controle moet blijven houden. Geen krantje lezen achter het stuur, maar blijven opletten dus,” aldus Ottevanger.

De opkomst van dit soort technologieën roept ook fundamentele vragen op over de rol van traditionele bewegwijzering. Ottevanger vraagt zich hardop af of voertuigen met dergelijke systemen nog afhankelijk zijn van fysieke borden langs de weg. Moderne auto’s zijn immers steeds beter in staat om verkeersborden te ‘lezen’ via camera’s en sensoren. Tegelijkertijd blijft onduidelijk in hoeverre systemen zoals die van Tesla daadwerkelijk gebruikmaken van fysieke bewegwijzering, of dat zij vooral vertrouwen op digitale kaarten en databronnen.

Binnen de sector is duidelijk dat digitale informatie een steeds grotere rol speelt. Navigatiebedrijven maken al volop gebruik van gegevens over bewegwijzering, zo blijkt onder meer uit een minisymposium van het Nationaal Dataportaal Wegverkeer (NDW), dat samen met de NBd werd georganiseerd. Deze partijen hechten veel waarde aan een betrouwbare en goed toegankelijke database met bewegwijzeringsinformatie. Volgens Ottevanger wordt er daarom intensief samengewerkt met het NDW om die informatievoorziening verder te verbeteren en toekomstbestendig te maken.

niet vervangen

Tegelijkertijd spelen er zorgen over de fysieke infrastructuur. Rijkswaterstaat heeft besloten om bepaalde slecht leesbare bewegwijzering voorlopig niet te vervangen en deze niet hoog op de prioriteitenlijst te zetten. Dat besluit roept kritiek op. Ottevanger vindt dat hiermee te snel wordt gehandeld, juist omdat niet iedere weggebruiker beschikt over een geavanceerd rijhulpsysteem. Volgens hem brengt dit risico’s met zich mee voor de verkeersveiligheid, omdat een deel van de weggebruikers nog altijd afhankelijk is van duidelijke en goed zichtbare borden.

Wanneer financiële overwegingen de doorslag geven bij het niet vervangen van bewegwijzering, wordt de discussie fundamenteel anders. Dan gaat het niet langer om een toekomstgerichte keuze in een tijdperk van snelle technologische vooruitgang, maar om een bezuiniging die mogelijk gevolgen heeft voor de verkeersveiligheid. Juist omdat een groot deel van de weggebruikers nog altijd afhankelijk is van duidelijke en goed zichtbare borden, is het risico reëel dat hier te snel wordt ingeleverd. Als die keuze niet stevig wordt onderbouwd met aantoonbare effecten op veiligheid en gebruik, krijgt de kritiek extra gewicht. In dat licht is de zorg gerechtvaardigd dat niet technologie, maar budgettaire druk het tempo bepaalt — en dat is een ontwikkeling die met de nodige voorzichtigheid moet worden benaderd.

Illustratie: © – blijft vooralsnog een ondersteunend systeem

Zijn belangrijkste zorg – dat het te vroeg afschalen van fysieke bewegwijzering risico’s oplevert – is verdedigbaar. Het huidige wagenpark bestaat immers grotendeels uit auto’s zonder geavanceerde rijhulpsystemen zoals Tesla’s FSD. Bovendien werken die systemen nog niet foutloos en blijven bestuurders verantwoordelijk.

De discussie raakt aan een bredere ontwikkeling waarin wordt gekeken naar mogelijke versobering van fysieke bewegwijzering. De snelle digitalisering van mobiliteitssystemen speelt daarin een belangrijke rol. Er loopt momenteel onderzoek naar de vraag in hoeverre fysieke borden kunnen worden verminderd zonder dat dit ten koste gaat van de veiligheid en toegankelijkheid van het wegennet. De resultaten van dat onderzoek worden tegen het einde van het jaar verwacht en moeten meer duidelijkheid geven over de richting die Nederland op wil.

voorzichtigheid geboden

Ondanks de onzekerheden is één conclusie volgens Ottevanger onvermijdelijk: de technologische vooruitgang gaat snel en zal de manier waarop weggebruikers navigeren ingrijpend veranderen. Tegelijkertijd blijft voorzichtigheid geboden, zeker zolang niet iedereen over dezelfde technologische hulpmiddelen beschikt. De balans tussen innovatie en veiligheid zal de komende jaren centraal blijven staan in het debat over de toekomst van mobiliteit en infrastructuur.

Onderzoek legt pijnpunt bloot: nieuwe 30 km wegen werken niet zoals gehoopt

Automobilisten houden zich massaal niet aan de verlaagde snelheidslimiet op zogeheten GOW30-wegen, zo blijkt uit onderzoek.

Op deze gebiedsontsluitingswegen, waar sinds enkele jaren een maximumsnelheid van 30 kilometer per uur geldt, ligt de gemiddelde rijsnelheid nog altijd ruim boven de toegestane grens. Bestuurders rijden er gemiddeld meer dan 35 kilometer per uur, terwijl een aanzienlijke groep van 15 procent zelfs 44 kilometer per uur of harder aantikt.

De cijfers laten zien dat alleen het aanpassen van de maximumsnelheid op verkeersborden onvoldoende effect heeft. Wanneer gemeenten uitsluitend de limiet verlagen, neemt de snelheid van automobilisten gemiddeld met slechts twee kilometer per uur af. Dat effect wordt pas echt merkbaar wanneer ook de inrichting van de weg wordt aangepast aan de nieuwe norm. In dat geval daalt de snelheid met gemiddeld 5,5 kilometer per uur, een aanzienlijk verschil dat volgens onderzoekers het belang van fysieke ingrepen onderstreept.

concrete aanpassingen

Vooral concrete aanpassingen aan het wegdek en de vormgeving van kruispunten blijken effectief. Het vervangen van traditioneel asfalt door klinkers zorgt ervoor dat bestuurders automatisch hun snelheid aanpassen. Daarnaast hebben verhoogde kruispunten, uitgevoerd met plateaus, een remmend effect op het rijgedrag. Deze ingrepen maken de lagere snelheid niet alleen zichtbaarder, maar ook voelbaar voor weggebruikers.

Het onderzoek is uitgevoerd op basis van een steekproef van 54 locaties verspreid over Nederland waar de GOW30 inmiddels is ingevoerd. De uitkomsten bieden een eerste inkijk in het effect van deze relatief nieuwe wegcategorie, die pas in 2020 werd geïntroduceerd. De GOW30 is bedacht als tussenoplossing voor wegen waar een limiet van 50 kilometer per uur niet langer als veilig of wenselijk wordt gezien, maar die tegelijkertijd een belangrijke verkeersfunctie behouden. Hierdoor kunnen deze wegen niet simpelweg worden omgevormd tot erftoegangswegen, waar doorgaans een maximumsnelheid van 30 kilometer per uur geldt en de nadruk ligt op verblijven in plaats van doorstroming.

Om gemeenten te helpen bij het maken van keuzes rondom deze nieuwe wegcategorie, ontwikkelde kennisplatform CROW een afwegingskader. Daarmee kan worden bepaald welke wegen geschikt zijn voor omvorming naar een GOW30. In 2023 volgde bovendien een handreiking met voorlopige inrichtingskenmerken, bedoeld om richting te geven aan de praktische uitvoering. Toch bleef het tot nu toe grotendeels onduidelijk in hoeverre deze richtlijnen daadwerkelijk effect hebben op het gedrag van weggebruikers.

Illustratie: © Pitane Blue – zone 30

Bij het opstellen van de richtlijnen speelde een ingewikkelde balans een rol. Wegen moesten zo worden ingericht dat automobilisten hun snelheid verlagen, zonder dat de doorstroming van verkeer ernstig wordt belemmerd. Juist dat spanningsveld maakt de GOW30 tot een complex experiment in verkeersbeleid. De eerste resultaten tonen aan dat zonder aanvullende maatregelen het gewenste effect slechts beperkt wordt bereikt.

vervolgonderzoek

Om die reden start SWOV een meerjarig vervolgonderzoek, waarin de steekproef wordt uitgebreid en meer specifieke inrichtingskenmerken onder de loep worden genomen. Het doel is om beter te begrijpen welke ontwerpelementen cruciaal zijn voor zowel de herkenbaarheid van de weg als het naleven van de maximumsnelheid. De centrale vraag in dat onderzoek luidt: “Welke ontwerpelementen zijn essentieel voor het realiseren van de herkenbaarheid van de GOW30 en voor de opvolging van de limiet van 30 km/uur?”

De uitkomsten van dat vervolgonderzoek moeten gemeenten uiteindelijk meer houvast bieden bij de inrichting van deze wegen. Want zolang automobilisten zich massaal niet aan de limiet houden, blijft de vraag overeind of de GOW30 in de huidige vorm daadwerkelijk bijdraagt aan een veiliger verkeersbeeld.