Nieuwe CDT oplossing: taxibaas valt concurrenten aan maar heeft zelf ook belang

Aanval op leveranciers krijgt bijsmaak door eigen product en dubbele pet van ondernemer.

Bart Altena, CEO van Esdal Planning en directeur-eigenaar van Taxicentrale Altena, mengt zich nadrukkelijk in het debat rond de invoering van de Centrale Database Taxivervoer (CDT). Daarbij kiest hij vol de aanval richting hardwareleveranciers in de taxibranche. Tegelijkertijd roept zijn opstelling vragen op, omdat Altena zelf niet alleen een CDT-oplossing aanbiedt, maar ook actief is als taxiondernemer. Die dubbele rol maakt zijn felle kritiek op concurrenten op zijn minst opmerkelijk.

ingrijpende verandering

De invoering van CDT markeert een ingrijpende verandering voor de sector. Sinds 1 juli 2025 werd het systeem geïntroduceerd en per 1 januari 2028 is het verplicht voor alle taxiondernemers. Daarmee verdwijnt de huidige boordcomputer taxi (BCT). Chauffeurs hoeven straks geen gebruik meer te maken van een BCT, ondernemers- of systeemkaart en afhankelijk van hun werkzaamheden mogelijk ook geen jaarlijkse keuringen van de taxameter meer te ondergaan. In plaats daarvan loggen zij in met hun rijbewijs en worden ritgegevens automatisch doorgestuurd naar de Inspectie Leefomgeving en Transport.

stevige kritiek

Waar Altena de veranderingen aangrijpt om de aanval te openen op bestaande leveranciers, wijst hij zelf direct op drie mogelijke routes voor ondernemers. Opvallend is dat hij de eerste optie, de traditionele hardware-oplossing, stevig bekritiseert. Het gaat om een kastje in de auto, de opvolger van de BCT, dat volgens hem circa €1.450 kost, exclusief btw en inbouw. Daar komen nog maandelijkse abonnementskosten van rond de €35 bij, evenals extra kosten en tijdverlies door installatie.

Zijn toon wordt scherper wanneer hij het beleid van een marktleider bespreekt op zijn sociale media. “En let op deze rotstreek: dezelfde marktleider stopte per 1 maart 2024 met het overbouwen van bestaande BCT’s voor veel vervoerders,” stelt Altena. Hij vervolgt: “Resultaat: je werkende BCT die nog tot 2028 gewoon mag, kun je niet meer overzetten. Heb je een tweedehands taxi gekocht? Of wisselt je voertuig? Pech. Niets meer mogelijk.” 

De vraag die Altena vervolgens stelt: “Wil je verder met een partij die zo met haar bestaande klanten omgaat?”, klinkt als een waarschuwing aan taxiondernemers, maar is moeilijk los te zien van zijn eigen commerciële belang. Altena is immers zelf aanbieder van een CDT-oplossing en heeft er baat bij dat ondernemers twijfelen aan bestaande hardwareleveranciers. Zijn kritiek kan inhoudelijk relevant zijn, maar de toon en timing maken duidelijk dat hij niet alleen spreekt als bezorgde ondernemer uit de sector. Hij spreekt ook als concurrent die klanten wil overtuigen om voor zijn eigen platform te kiezen.

De tweede route die hij schetst, een eenvoudige smartphone-app zonder hardware, wordt door Altena gepresenteerd als een minimale oplossing. Volgens hem is deze variant alleen geschikt om aan de CDT-verplichting te voldoen, maar schiet die tekort in functionaliteit. Zo ontbreekt een taxameter, zijn contante ritten niet mogelijk en kunnen er geen vaste prijsafspraken worden gemaakt. Ook een geïntegreerde betaalterminal ontbreekt.

Illustratie: © Pitane Blue – taxivervoer

De werkwijze laat zich samenvatten als een stevige combinatie van markt kritiek en commerciële positionering. Hij zet een bestaande hardwareleverancier neer als duur, star en klantonvriendelijk, onder meer door te wijzen op hoge aanschafkosten, inbouwverplichtingen en het stopzetten van het overbouwen van bestaande BCT’s. Tegelijkertijd presenteert hij zijn eigen oplossing als goedkoper, flexibeler en transparanter alternatief. Juist daardoor krijgt zijn kritiek een dubbele lading.

De derde optie is de oplossing van zijn eigen bedrijf: Esdal CDT. Hier wordt de toon van Altena merkbaar anders. Waar concurrenten kritisch worden benaderd, presenteert hij zijn eigen product als volledig en probleemloos. “Geen hardware, geen inbouw, geen werkplaatsbezoek,” aldus Altena. Hij spreekt van een modulair en geïntegreerd platform, inclusief vaste prijsafspraken, een ingebouwde PIN-oplossing en een koppeling met Esdal Planning.

gratis proefperiode

Ook op het gebied van prijs zet hij stevig in. “Standaard €22,95 per maand per voertuig, alles inbegrepen,” zegt hij, waarbij hij aanvullende acties noemt zoals €12,95 per maand in het eerste jaar en een korting van €10 voor de eerste duizend chauffeurs. Verder wijst hij op een gratis proefperiode van twee weken en het ontbreken van jaarcontracten. “Volkomen transparant. Alle prijzen op de site. Geen kleine lettertjes,” benadrukt hij.

Toch roept deze presentatie vragen op. Altena positioneert zich nadrukkelijk als criticus van een markt die volgens hem te duur en te star is, terwijl hij tegelijkertijd zelf een commercieel alternatief aanbiedt. Zijn rol als zowel leverancier als taxiondernemer kan daarbij als een voordeel worden gezien, maar ook als een bron van belangenverstrengeling. De scherpe aanvallen op concurrenten krijgen daardoor een andere lading, omdat ze niet los te zien zijn van zijn eigen commerciële belangen.

belangrijke keuze

Met de verplichte invoering van CDT in zicht, staan taxiondernemers voor belangrijke keuzes. De discussie die Altena aanwakkert, laat zien hoe verdeeld de markt is. Tegelijkertijd maakt zijn prominente rol duidelijk dat het debat niet alleen gaat over technologie en regelgeving, maar ook over concurrentie, positie en invloed binnen een sector die voor een grote omslag staat.

E-step blijft achter: kentekenplicht levert nog geen revolutie op

Slechts enkele honderden geregistreerde voertuigen, markt groeit maar blijft klein in vergelijking met Europa.

De opmars van de elektrische step in Nederland verloopt stroef, ondanks nieuwe regelgeving die het gebruik op de openbare weg mogelijk maakt. Uit een analyse van RDC blijkt dat het aantal toegelaten e-steps weliswaar groeit, maar nog altijd beperkt blijft in omvang. Sinds de invoering van de kentekenplicht op 1 juli 2025 lijkt de markt nog niet echt los te komen, al zijn er volgens kenners wel tekenen van groei binnen specifieke doelgroepen.

De cijfers laten zien dat het aantal geregistreerde e-steps tussen september 2025 en het voorjaar van 2026 is toegenomen. Waar in september nog 110 toegelaten exemplaren stonden geregistreerd, liep dat aantal in december op naar 237. In februari 2026 stond de teller op 325 voertuigen en een maand later waren dat er 456. Ondanks deze stijging blijft het totaal volgens RDC bescheiden, zeker in vergelijking met andere Europese landen waar de elektrische step al veel prominenter aanwezig is in het straatbeeld.

trage groei

“De data laten zien dat de markt voor toegelaten e-steps in Nederland niet aanslaat, hoewel het wel bij sommige doelgroepen groeit”, zegt Mirjam van der Esch, commercieel manager RDC. “Voor mobiliteitspartijen, beleidsmakers en verzekeraars is het belangrijk om deze ontwikkeling op basis van registratiegegevens te kunnen volgen, gezien dit in andere Europese landen wel zichtbaar in het straatbeeld is.”

Binnen het huidige aanbod domineren met name de modellen van Kickbike. In maart 2026 waren er 414 van deze steps geregistreerd, waarmee zij veruit de grootste groep vormen. Daarnaast rijden er 40 exemplaren van de Selana Alpha rond en slechts twee van de Yedoo Mezeq. Het beperkte aantal toegelaten modellen speelt volgens insiders een rol in de trage groei. Sinds juli 2025 zijn er namelijk slechts vijf typen elektrische steps goedgekeurd voor gebruik op de openbare weg in Nederland.

Vier van deze modellen vallen onder de categorie bijzondere bromfiets en vereisen een kenteken. Het gaat om de Yedoo Mezeq, de Kickbike Luxury, de Kickbike Fat Max en de Kickbike Cruise. De Selana Alpha neemt een aparte positie in met een nationale typegoedkeuring van de RDW, waardoor deze zonder dezelfde classificatie toch de weg op mag.

Hoewel de totale aantallen nog laag zijn, is er wel sprake van een toenemende instroom van nieuwe voertuigen. In april 2026 werden bijvoorbeeld 129 nieuwe Selana Alpha’s geregistreerd. Opvallend is dat deze instroom in één maand groter is dan het totale aantal geregistreerde e-steps in september 2025. Dit wijst erop dat bepaalde modellen aan populariteit winnen, ondanks de beperkte omvang van de markt als geheel.

Illustratie: © Pitane Blue – e-step

Ook de samenstelling van de gebruikersgroep geeft een interessant beeld. Particulieren vormen de grootste groep eigenaren. Van de 456 geregistreerde e-steps in maart 2026 stonden er 285 op naam van particuliere bezitters. Binnen deze groep springt vooral de leeftijdscategorie van 36 tot en met 45 jaar eruit, met 75 geregistreerde eigenaren. Daarna volgen de groepen van 56 tot en met 65 jaar met 74 eigenaren en 26 tot en met 35 jaar met 48 eigenaren.

jongere generaties

Opvallend is dat jongeren relatief weinig vertegenwoordigd zijn in de cijfers. Daarmee lijkt de elektrische step in Nederland vooralsnog geen massaal vervoermiddel onder jongere generaties, terwijl dit in andere landen juist vaak wel het geval is. Naast particuliere eigenaren zijn er ook 171 voertuigen geregistreerd onder kleinzakelijke gebruikers, wat erop wijst dat de step ook voorzichtig zijn weg vindt binnen zakelijke toepassingen.

Volgens RDC onderstrepen de cijfers dat de markt zich nog in een vroege fase bevindt. Hoewel er groei zichtbaar is, blijft het aantal toegelaten e-steps in absolute zin laag. De organisatie benadrukt dat het belangrijk is om de ontwikkelingen nauwgezet te blijven volgen, zeker nu regelgeving, aanbod en gebruik nog volop in beweging zijn.

Karremans ziet geen ruimte: strategische agenda blijft steken bij plannen door geldgebrek

Er ligt voorlopig geen extra geld op tafel om de verkeersveiligheid op Nederlandse rijkswegen verder te verbeteren.

Dat blijkt uit de Strategische Agenda die minister Vincent Karremans van Infrastructuur en Waterstaat vrijdag naar buiten heeft gebracht. In het document ontbreken concrete nieuwe maatregelen, juist omdat de financiële ruimte ontbreekt om direct in te grijpen. De minister steekt zijn boodschap niet onder stoelen of banken. 

zorgwekkend

In het voorwoord van de agenda schetst hij een zorgwekkend beeld van de huidige situatie op de snelwegen. “Op onze rijkswegen vallen jaarlijks zeventig tot tachtig verkeersdoden”, schrijft Karremans. Hoewel er op verschillende locaties al werkzaamheden gaande zijn om de veiligheid te vergroten, erkent hij dat dit niet voldoende is om het aantal slachtoffers daadwerkelijk omlaag te brengen. “Maar laat ik eerlijk zijn: zonder verdere, structurele maatregelen daalt het aantal slachtoffers niet.”

Toch blijft het voorlopig bij constateringen en analyses. Uit een ambtelijk advies dat gelijktijdig naar de Tweede Kamer is gestuurd, blijkt dat er door het gebrek aan financiële middelen geen ruimte is voor nieuwe, concrete ingrepen. In plaats daarvan richt het ministerie zich eerst op het in kaart brengen van mogelijke maatregelen en hun effectiviteit. Pas in een later stadium wordt bekeken welke keuzes gemaakt kunnen worden, afhankelijk van wat er financieel haalbaar is. Daarbij wordt expliciet gesproken over beslissingen “binnen de beschikbare middelen”.

De beperkte budgetten dwingen het ministerie tot scherpe keuzes, benadrukt Karremans. Hij onderkent dat de ambities botsen met de realiteit van de overheidsfinanciën. “Dat vraagt om scherpe en slimme keuzes. Keuzes waarbij we elke euro laten renderen in minder slachtoffers.” Volgens de minister heeft de agenda daarom een “realistische insteek”, waarbij niet wordt beloofd wat op korte termijn niet waargemaakt kan worden.

vier centrale thema’s

De Strategische Agenda zelf is opgebouwd rond vier centrale thema’s die samen de basis moeten vormen voor toekomstig beleid. De eerste pijler richt zich op een veilige inrichting van de wegen. Daarbij willen overheidsorganisaties nauwkeurig onderzoeken welke infrastructurele aanpassingen daadwerkelijk bijdragen aan minder ongevallen en slachtoffers. Denk aan aanpassingen in wegontwerp, signalering en inrichting van risicovolle trajecten.

Foto: Vincent Karremans

Daarnaast is er aandacht voor het gedrag van weggebruikers, een factor die volgens experts een grote rol speelt bij verkeersongevallen. Binnen dit tweede thema wordt gekeken naar manieren om veiliger rijgedrag te stimuleren, al blijven concrete acties voorlopig uit. Het derde speerpunt draait om technologische ontwikkelingen, zoals rijhulpsystemen in voertuigen. Het ministerie wil onderzoeken hoe deze systemen breder ingezet kunnen worden om risico’s op de weg te verkleinen.

data-analyse

Het vierde en laatste thema focust op het gebruik van data. Door beter gebruik te maken van beschikbare gegevens over verkeersstromen, ongevallen en risicopunten, hoopt het ministerie gerichter beleid te kunnen ontwikkelen. Data-analyse moet helpen om prioriteiten te stellen en middelen effectiever in te zetten.

Ondanks het ontbreken van directe maatregelen, presenteert Karremans de agenda nadrukkelijk als een beginpunt en niet als een eindstation. Hij wil voorkomen dat het document slechts op de plank belandt zonder concrete opvolging. “Deze agenda is niet geschreven om in een bureaula te belanden”, stelt hij. “Het is een startschot.”

beperkingen

Daarmee lijkt de minister vooral tijd te willen winnen om, binnen de financiële beperkingen, alsnog tot keuzes te komen die de verkeersveiligheid op termijn verbeteren. Voor nu blijft de conclusie echter dat de ambities groot zijn, maar de middelen ontbreken om ze direct waar te maken. De komende periode zal moeten uitwijzen of de beloofde vervolgstappen daadwerkelijk leiden tot concrete acties die het aantal verkeersslachtoffers terugdringen.

Kritiek op besparingen: experts wijzen op verspilling door lege ritten en wachttijden

Vooruit ziet oplossing in slimmere planning en minder lege kilometers.

De inefficiënte inzet van chauffeurs bij De Lijn zorgt voor een opvallend groot aantal lege busritten. Volgens berichtgeving van Gazet van Antwerpen gaat slechts zestig procent van de rijtijd van chauffeurs effectief naar het vervoeren van passagiers. De resterende veertig procent wordt besteed aan het rijden zonder reizigers of aan wachttijd. Dat leidt tot groeiende kritiek, zeker nu de vervoersmaatschappij tegelijk ingrijpende besparingen doorvoert.

De discussie laait extra op nu De Lijn vanaf 1 juli een grondige hervorming van haar aanbod doorvoert. Ongeveer een derde van alle lijnen in Vlaanderen wordt aangepast, terwijl meer dan veertig lijnen volledig verdwijnen. In de vervoerregio Antwerpen alleen al worden op 23 lijnen ritten geschrapt, trajecten gewijzigd of verbindingen volledig opgeheven. Die ingrepen zijn het gevolg van besparingen die door de Vlaamse regering zijn opgelegd.

afgekeurd

Lokale besturen reageren scherp op die plannen. Vrijwel alle vervoerregioraden, waarin steden en gemeenten vertegenwoordigd zijn, hebben het nieuwe netwerk en de bijhorende besparingen afgekeurd. Toch lijkt de invoering van de maatregelen op 1 juli onafwendbaar. De Lijn geeft wel aan open te staan voor bijsturingen en suggesties, maar dat verandert voorlopig niets aan de geplande hervorming.

Intussen schuift Vooruit Antwerpen een alternatief naar voren. De partij stelt dat een slimmere en efficiëntere planning de afbouw van het aanbod grotendeels kan voorkomen. Volgens hun analyse gaat momenteel slechts zestig procent van de rijtijd naar effectief reizigersvervoer, terwijl chauffeurs de rest van hun tijd besteden aan het verplaatsen van lege bussen of wachten op hun volgende rit.

Dat vertaalt zich in herkenbare situaties voor reizigers. Zo kan een chauffeur bijvoorbeeld vertrekken vanuit de stelplaats in Turnhout met een lege bus richting Antwerpen, om pas op de Franklin Rooseveltplaats passagiers op te pikken voor de terugrit naar Turnhout. Vooral op streeklijnen komt die inefficiëntie vaak voor. Het verklaart ook waarom reizigers regelmatig geconfronteerd worden met bussen die het bericht “Geen Dienst. Mijn collega pikt je op” tonen.

Foto: © Pitane Blue – De Lijn

De komende dagen wordt het debat verdergezet binnen de vervoerregioraad van Antwerpen, waar een alternatief netwerkplan op tafel ligt. Of dat nog tot concrete aanpassingen zal leiden vóór de invoering van de nieuwe dienstregeling, blijft onzeker. Wat wel duidelijk is, is dat de discussie over efficiëntie en besparingen bij De Lijn nog lang niet is uitgewoed.

Zander Vliegen van Vooruit, lid van de Antwerpse vervoerregioraad en districtsburgemeester van Berendrecht-Zandvliet-Lillo, wijst op de mogelijke winst. “In andere landen zijn chauffeurs slechts 20 procent van hun tijd daarmee bezig”, zegt hij. “Deze analyse suggereert dat er ruimte is voor efficiëntiewinsten in de operationele planning. Wat zich kan vertalen in betere besteding of besparing van middelen zonder al te veel impact op de reiziger. Bij een efficiëntieverhoging van nog maar een tiende, van 60 naar 66 procent, is er al geen sprake meer van een afbouw van de dienstverlening.”

optimalisatie

Volgens Vooruit kan een relatief beperkte optimalisatie dus al een groot verschil maken. Minder lege kilometers zouden niet alleen kosten besparen, maar ook de noodzaak verminderen om lijnen te schrappen of frequenties te verlagen. Daarmee raakt de discussie aan een bredere vraag: ligt het probleem vooral bij het budget, of bij de manier waarop het beschikbare geld wordt ingezet?

Ook vanuit reizigershoek klinkt herkenning. Peter Meukens, voorzitter van reizigersorganisatie TreinTramBus, bevestigt de analyse. Hij merkt naar eigen zeggen geregeld onlogische planningen op, vooral in het streekvervoer. Die inefficiënties voeden de frustratie bij reizigers, die enerzijds geconfronteerd worden met besparingen en anderzijds lege bussen zien voorbijrijden.

Elektrische koets verovert steden: oude traditie zonder dierenleed

Veel steden hebben we ondertussen een opvallende trekpleister bij die bij menig toerist de wenkbrauwen doet fronsen én nieuwsgierigheid opwekt. Klassieke koetsen rijden in een aantal steden nog altijd door de straten, maar wie goed kijkt, merkt al snel dat er iets ontbreekt. Geen gehinnik, geen hoefgetrappel, geen paarden voor de wagen. In plaats daarvan zorgen stille elektromotoren ervoor dat de rijtuigen soepel door het stadsverkeer glijden.

De introductie van deze elektrische koetsen heeft niet alleen het straatbeeld veranderd, maar ook een bredere discussie nieuw leven ingeblazen. Zijn paardenkoetsen nog wel van deze tijd? Steden zoals Brussel en Antwerpen lijken daar inmiddels een duidelijk antwoord op te hebben gegeven. Al in 2022 werd beslist om het gebruik van paarden voor toeristische rondritten stop te zetten. Daarmee koos Brussel resoluut voor een diervriendelijker alternatief, zonder afscheid te nemen van de nostalgische charme waar bezoekers zo dol op zijn. Sinds dit jaar zijn deze koetsen ook het straatbeeld in Antwerpen geworden.

moderne technologie

De elektrische varianten doen visueel nauwelijks onder voor hun traditionele voorgangers. Ze beschikken nog steeds over de kenmerkende hoge wielen, sierlijke afwerking en comfortabele bankjes. Ook de koetsier is gewoon aanwezig, gezeten op de bok, klaar om toeristen langs de mooiste plekjes van de stad te begeleiden. Het verschil zit volledig onder de motorkap, waar moderne technologie het zware werk overneemt.

Voor dierenrechtenorganisaties komt deze ontwikkeling als geroepen. Zij wezen al jaren op de nadelen van paardenkoetsen in drukke steden. Vooral tijdens warme zomerdagen zouden de dieren het zwaar hebben, terwijl ze tegelijkertijd blootgesteld worden aan uitlaatgassen en het constante stadsrumoer. Het beeld van paarden die urenlang door drukke straten trekken, paste volgens critici steeds minder bij een moderne, diervriendelijke samenleving.

Daar komt bij dat het onderhoud van paarden aanzienlijk intensiever en kostbaarder is. Ze hebben stallen nodig, verzorging, voedsel en rustmomenten. Een elektrische koets daarentegen hoeft enkel opgeladen te worden. De vergelijking met een laadpaal in plaats van een stal wordt dan ook snel gemaakt. Bovendien kennen de nieuwe koetsen geen vermoeidheid, wat het voor exploitanten makkelijker maakt om ritten te plannen en uit te voeren.

Foto: © Pitane Blue – elektrische koets

Met de geruisloze koetsen, het zachte rinkelen van een bel en het verdwijnen van het hoefgetrappel, schrijven steden een nieuw hoofdstuk in een eeuwenoude traditie. Een hoofdstuk waarin stilte en vooruitgang hand in hand gaan met charme en beleving.

Ook op praktisch vlak bieden de elektrische koetsen voordelen. Het bekende hoefgetrappel op de kasseien heeft plaatsgemaakt voor een vrijwel geruisloze rit. Dat zorgt niet alleen voor een rustiger straatbeeld, maar wordt ook door omwonenden gewaardeerd. En waar vroeger paardenpoep nog wel eens voor overlast zorgde, behoort dat nu definitief tot het verleden.

geen koopje

Toeristen lijken het nieuwe concept zonder moeite te omarmen. Voor een rondrit van ongeveer een half uur betalen bezoekers in Brussel zo’n 70 euro. Dat is geen koopje, maar de prijs geldt voor een gezelschap van maximaal vijf personen, wat het voor groepen aantrekkelijker maakt. De ervaring blijft volgens veel reizigers even sfeervol en pittoresk als voorheen, met als extra voordeel dat men zich geen zorgen hoeft te maken over het welzijn van dieren.

Foto: © Pitane Blue – elektrische koets op de Grote Markt in Brussel

De Brusselse keuze heeft inmiddels navolging gekregen. Kort na de introductie in de hoofdstad doken ook in Antwerpen soortgelijke elektrische koetsen op. Het lijkt daarmee een bredere trend te worden in grote steden, waar men zoekt naar manieren om traditie en moderniteit met elkaar te verzoenen.

Met deze stille revolutie op wielen bewijzen steden dat het mogelijk is om erfgoed en innovatie hand in hand te laten gaan. De romantiek van een koetsrit blijft behouden, maar dan in een vorm die beter aansluit bij de eisen en waarden van deze tijd.

LGBTQIA+-gemeenschap: Brussels Pride wil krachtig signaal geven aan Europa

Brussel maakt zich op voor een bijzondere mijlpaal: dertig jaar Pride in de hoofdstad van Europa.

De Brusselse ochtend breekt aan met een onafgebroken stroom vliegtuigen die richting Zaventem trekken. Net na zes uur hangt er al een voelbare bedrijvigheid in de lucht, alsof de stad zichzelf wakker schudt voor een dag die allesbehalve gewoon zal zijn. Wat zich aankondigt, is een drukte van formaat, met duizenden bezoekers die afzakken naar het hart van de hoofdstad voor een van de meest kleurrijke en betekenisvolle evenementen van het jaar.

De nacht liet zich niet onopgemerkt voorbijgaan. In verschillende straten klonk tot in de vroege uurtjes het geluid van opbouwende podia, het geratel van vrachtwagens en het geroezemoes van organisatoren die de laatste voorbereidingen troffen. Straatlawaai mengde zich met de energie van een stad in volle verwachting. Brussel sliep nauwelijks, maar lijkt daar vandaag geen last van te hebben. Integendeel, alles wijst erop dat de hoofdstad klaar is om te bruisen.

Wat begon als een strijd voor erkenning is uitgegroeid tot een jaarlijkse manifestatie van zichtbaarheid, solidariteit en feest. In 2026 krijgt deze jubileumeditie een extra geladen betekenis, met een thema dat de vinger op de wonde legt van een wereld onder druk: “When Times Get Darker, We Shine Brighter.” De boodschap is duidelijk en krachtig, en klinkt luider dan ooit in een internationaal klimaat waarin de rechten van de LGBTQIA+-gemeenschap steeds vaker ter discussie staan.

krachtig signaal

De Pride March vormt het kloppend hart van de Brussels Pride – In the Capital of Europe 2026. Met een kleurrijke stoet die door de Brusselse straten trekt, wordt niet alleen gevierd, maar ook een krachtig signaal gegeven. Diversiteit, tolerantie en aanvaarding staan centraal, ongeacht seksuele geaardheid of genderidentiteit. Het evenement brengt duizenden mensen samen die zich willen uitspreken voor gelijkheid en respect, en die hun stem willen laten horen in tijden waarin die rechten niet vanzelfsprekend blijken.

Internationaal groeit de bezorgdheid. In verschillende delen van Europa en daarbuiten worden LGBTQIA+-rechten ingeperkt of openlijk aangevallen. Zo probeerde de Hongaarse regering de Pride in Boedapest aan banden te leggen, terwijl in het Verenigd Koninkrijk recente gerechtelijke beslissingen het debat rond de wettelijke definitie van geslacht opnieuw op scherp hebben gezet, met directe gevolgen voor trans vrouwen. Ook in de Verenigde Staten nemen maatregelen toe die gericht zijn op het beperken van genderbevestigende zorg, waarbij vooral trans personen het doelwit zijn van systematische uitsluiting.

Die tendensen blijven niet zonder gevolgen dichter bij huis. Ook in België groeit het gevoel van onveiligheid binnen de LGBTQIA+-gemeenschap. Haatspraak en geweld nemen toe, zowel in de publieke ruimte als op sociale media en zelfs in politieke discussies. Vooral trans- en intersekse personen en LGBTQIA+-vluchtelingen worden geconfronteerd met aanvallen en ontmenselijking. De toename van seksistisch en anti-LGBTQIA+-discours online speelt daarin een grote rol. Dat discours vindt vaak zijn oorsprong in masculinistische kringen die zich fel verzetten tegen gendergelijkheid en diversiteit, en die deze ontwikkelingen als een bedreiging beschouwen.

Foto: © Pitane Blue – Brussels Pride 2026

Toch blijft de reactie van de gemeenschap krachtig en zichtbaar. “Wanneer vlaggen verdwijnen en haat politiek wordt, reageert de gemeenschap met zichtbaarheid, solidariteit en verzet,” klinkt het vastberaden. De Pride March is daarvan het levende bewijs. Met praalwagens, muziek en een feestelijke sfeer wordt de boodschap niet alleen gehoord, maar ook gevierd.

optocht

De optocht vertrekt om 14.30 uur aan de Kunstberg en zal naar verwachting rond 18 uur eindigen. De organisatie belooft binnenkort een gedetailleerd parcours bekend te maken. Iedereen is welkom om deel te nemen, en er is bewust gekozen om geen strikt thema op te leggen voor de mars zelf. De oproep is eenvoudig: haal je mooiste kostuum boven en vier mee. Het overkoepelende thema van de editie blijft echter als een rode draad doorheen het evenement lopen.

Foto: © Pitane Blue – Brussels Pride 2026

Bijzondere aandacht gaat uit naar toegankelijkheid en inclusiviteit. Kinderen en mensen met een beperking worden nadrukkelijk uitgenodigd om deel te nemen. Er worden concrete stappen gezet om ervoor te zorgen dat de Pride March voor iedereen toegankelijk is, zodat niemand wordt uitgesloten van dit moment van verbinding en zichtbaarheid.

Met dertig jaar op de teller is de Brussels Pride meer dan een feest alleen. Het is een herinnering aan de strijd die werd gevoerd, maar ook een oproep om waakzaam te blijven. In een tijd waarin verworven rechten onder druk staan, wil Brussel een duidelijk signaal geven: hoe donkerder de tijden, hoe feller het licht zal schijnen.

Herbenoeming: vertrouwen in Koolmees groeit na moeilijke periode bij NS

Wouter Koolmees blijft de komende jaren aan het roer staan van de Nederlandse Spoorwegen.

De minister van Financiën heeft hem, op voordracht van de Raad van Commissarissen, herbenoemd als president-directeur van NS. Daarmee wordt zijn leiderschap verlengd met een nieuwe termijn van vier jaar, die ingaat op 1 november 2026. De beslissing markeert een belangrijk moment voor het spoorbedrijf, dat de afgelopen jaren door een roerige periode ging.

De Raad van Commissarissen spreekt openlijk zijn tevredenheid uit over de voortzetting van Koolmees’ aanstelling. Volgens voorzitter Herman Dijkhuizen heeft de topman in een uitdagende tijd laten zien het bedrijf stabiel te kunnen houden én vooruit te helpen. “Koolmees heeft NS afgelopen jaren door een intensieve periode geleid, met onder meer personeelstekorten, financiële druk en onzekerheid over het Hoofdrailnetcontract,” aldus Dijkhuizen. Daarmee doelt hij op een fase waarin het spoorbedrijf te maken kreeg met grote operationele en strategische vraagstukken.

duidelijke verbeteringen

Ondanks die omstandigheden zijn volgens de Raad duidelijke verbeteringen zichtbaar. Dijkhuizen benadrukt dat het bedrijf, mede dankzij de inzet van medewerkers, stappen heeft gezet die ook meetbaar zijn. “Samen met de inzet van vele NS’ers is het bedrijf de afgelopen periode aantoonbaar vooruitgegaan: alle prestatieafspraken met de overheid zijn behaald en reizigers waarderen het reizen met NS met een 7,8.” Die waardering onder reizigers geldt binnen NS als een belangrijke graadmeter voor succes, zeker in een tijd waarin betrouwbaarheid en comfort onder druk stonden.

Niet alleen de tevredenheid van reizigers laat een positieve trend zien. Ook op operationeel vlak zijn verbeteringen doorgevoerd. De Raad van Commissarissen wijst erop dat de prestaties op het spoor zijn toegenomen en dat steeds meer mensen de trein weer weten te vinden. Het herstel van reizigersaantallen is van groot belang voor de financiële gezondheid van het bedrijf, dat in de nasleep van eerdere verliezen nu weer een beter evenwicht ziet tussen inkomsten en uitgaven.

Foto: © Pitane Blue – Wouter Koolmees

Met de nieuwe termijn krijgt Koolmees de kans om de ingezette koers voort te zetten en verder uit te bouwen. De komende jaren zullen bepalend zijn voor hoe het Nederlandse spoor zich ontwikkelt in een tijd van groeiende mobiliteitsvraag en toenemende druk op duurzaamheid. De verwachting is dat stabiliteit in de top daarbij een belangrijke rol zal spelen.

De financiële stabiliteit vormt echter slechts één aspect van de bredere opdracht waar NS voor staat. Volgens de Raad wordt er tegenwoordig meer verwacht van een spoorbedrijf dan alleen het aanbieden van betrouwbaar vervoer. Dijkhuizen onderstreept dat nadrukkelijk en kijkt daarbij vooruit naar de rol die NS in de samenleving moet blijven spelen. “Minstens zo belangrijk vinden we de koers voor de toekomst: van NS als maatschappelijk bedrijf wordt immers meer verwacht dan betrouwbaar vervoer en gezonde financiën alleen.”

vertrouwen

De herbenoeming van Koolmees moet dan ook worden gezien als een signaal van vertrouwen in zijn visie op die toekomst. De Raad van Commissarissen spreekt de verwachting uit dat hij, samen met de duizenden medewerkers van NS, het bedrijf verder zal ontwikkelen in lijn met veranderende wensen van reizigers en samenwerkingspartners. Daarbij spelen thema’s als duurzaamheid, bereikbaarheid en innovatie een steeds grotere rol.

“Koolmees, samen met alle NS’ers, blijft het bedrijf ontwikkelen in lijn met de veranderende wensen van reizigers en partners. Zo blijven we werken aan de ambitie voor duurzame bereikbaarheid voor alle Nederlanders,” aldus Dijkhuizen. Met die woorden wordt de nadruk gelegd op de maatschappelijke verantwoordelijkheid van NS, die verder reikt dan alleen het spoor.

Liefkenshoektunnel dure omweg: Antwerpse ring blijft knelpunt met vertragingen

Oosterweelproject belooft beterschap pas tegen 2027, Antwerpse ring blijft knelpunt met vertragingen tot drie kwartier.

Automobilisten die vanuit de kust richting Breda rijden, krijgen opnieuw een duidelijke waarschuwing: wie denkt de beruchte files op de Antwerpse Ring te slim af te zijn via de Liefkenshoektunnel, komt vaak bedrogen uit. De toltunnel ten noorden van Antwerpen blijkt in de praktijk zelden een volwaardig alternatief voor de aansluiting met de E19. Bestuurders worden na de passage immers opnieuw in het drukke verkeer geleid, met als gevolg dat het tijdverlies zich gewoon verplaatst in plaats van verdwijnt.

uitwijkroute

De Liefkenshoektunnel, onderdeel van de R2 en gelegen onder de Schelde tussen de Beverentunnel en de Frans Tijsmanstunnel, wordt nochtans vaak naar voren geschoven als een mogelijke uitwijkroute. Daar hangt echter een prijskaartje aan vast. Wie met een bankkaart betaalt, is tot 6,20 euro kwijt, terwijl contante betaling oploopt tot 8,00 euro. En dat zonder garantie op een vlotte doorstroming. Alleen wie richting Bergen op Zoom via de A12 rijdt, lijkt doorgaans te kunnen rekenen op een relatief filevrije rit.

Intussen blijft de situatie op de Antwerpse Ring bijzonder precair. Vertragingen van ruim een half uur tot zelfs 45 minuten richting Nederland zijn allerminst uitzonderlijk. Het verkeer begint al te vertragen ter hoogte van Sint-Anna Linkeroever, waar bestuurders tot aan Antwerpen-West gemiddeld 18 minuten verliezen. Daar stopt de ellende niet, want voorbij Antwerpen-West schuift het verkeer opnieuw aan tot in Borgerhout, goed voor nog eens 18 minuten extra wachttijd.

Om deze structurele problemen het hoofd te bieden, wordt volop ingezet op de zogenaamde bypass, een tijdelijke snelweg die deel uitmaakt van de grootschalige Oosterweelwerken. Deze bypass moet het verkeer in de toekomst vlotter laten verlopen, al is het project nog in volle ontwikkeling. De infrastructuur bestaat uit een oostelijk en een noordelijk deel, met de AFAS Dome als centraal knooppunt. De ingebruikname gebeurt gefaseerd.

trajectcontrole

Het eerste traject, tussen de AFAS Dome en Antwerpen-Noord, is al enige tijd operationeel. Tegen de zomer van 2026 wordt een belangrijk bijkomend stuk geopend, namelijk tussen Borgerhout en de AFAS Dome. Op dat moment wordt ook een trajectcontrole ingevoerd, wat mogelijk een impact zal hebben op het rijgedrag en de doorstroming. Nadien volgen nog uitbreidingen richting Gent, eerst via het noordelijke deel in het najaar van 2026 en vervolgens via het oostelijke deel in 2027. Als alles volgens plan verloopt, zal de volledige bypass in 2027 in gebruik zijn.

Foto: © Pitane Blue – brug bij Merksem

Voorlopig blijft het echter behelpen voor de dagelijkse pendelaar. Wie richting Nederland moet, doet er goed aan zijn route zorgvuldig te plannen en rekening te houden met aanzienlijke vertragingen. De hoop is dat de combinatie van de bypass, de Kanaaltunnels en de rest van de Oosterweelwerken op termijn voor een structurele oplossing zal zorgen. Tot die tijd lijkt fileleed rond Antwerpen een onvermijdelijk gegeven.

Parallel met deze werken is ook een ander cruciaal infrastructuurproject officieel van start gegaan. De bouw van de Kanaaltunnels in het Albertkanaal is in een nieuwe fase beland, waarbij inmiddels beton wordt gestort voor de tunnelvloeren. Deze tunnels moeten in de toekomst een directe verbinding vormen met de Antwerpse Ring, zodra de Oosterweelverbinding volledig gerealiseerd is.

ontbrekende schakels

De Kanaaltunnels gelden samen met de Scheldetunnel en het Oosterweelknooppunt als de laatste ontbrekende schakels in het sluiten van de Antwerpse Ring. Vooral voor het havenverkeer wordt een aanzienlijke verbetering verwacht. Vrachtwagens en personenwagens zullen via deze nieuwe infrastructuur sneller en efficiënter aansluiting kunnen vinden op het snelwegennet rond Antwerpen.

De voorbereidende werken voor deze tunnels namen de voorbije jaren al een hoge vlucht. Ter hoogte van het Havenhuis werd een gigantische bouwzone ingericht, waarbij in 2024 en 2025 onder meer twee rijen stalen damwanden in het Albertkanaal werden geplaatst. Deze ingrepen waren noodzakelijk om de eigenlijke bouwwerken mogelijk te maken, die nu dus volop aan de gang zijn.

Grote doorbraak of luchtkasteel: één treinticket voor heel europa lijkt dichterbij dan ooit

Brussel werkt aan een plan dat het boeken van internationale treinreizen ingrijpend moet veranderen.

Waar reizigers nu vaak meerdere websites moeten afstruinen om een reis over het spoor samen te stellen, wil de Europese Commissie dat proces terugbrengen tot iets wat net zo eenvoudig is als het kopen van een vliegticket. Met een nieuw voorstel mikt Brussel op één digitaal systeem waarin reizigers hun complete treinreis kunnen plannen en boeken, ongeacht het aantal betrokken spoorbedrijven.

De aanleiding voor het plan ligt in een probleem dat veel treinreizigers herkennen. Wie vandaag de dag van bijvoorbeeld Amsterdam naar Barcelona wil reizen, moet vaak verschillende tickets kopen bij meerdere aanbieders. Nationale spoorbedrijven houden hun systemen grotendeels gesloten en werken beperkt samen met concurrenten. Daardoor ontbreekt een overzicht van de beste routes, prijzen en reistijden. 

digitale revolutie

Volgens de Europese Commissie kost het boeken van een internationale treinreis momenteel zelfs aanzienlijk meer tijd dan het regelen van een vlucht. „De luchtvaart en hotelsector heeft deze digitale revolutie al meegemaakt. Het boeken van een internationale treinreis kost nu 70 procent meer tijd dan de aankoop van een vliegticket”, zegt een betrokken EU-ambtenaar.

Met nieuwe regels wil Brussel daar verandering in afdwingen. Nationale spoorwegmaatschappijen zoals de Nederlandse Spoorwegen en het Franse SNCF moeten hun ticketverkoop openstellen, zodat ook tickets van concurrenten via hun systemen verkrijgbaar worden. Dat betekent dat aanbieders als European Sleeper en prijsvechter FlixTrain beter zichtbaar worden voor het grote publiek. Opvallend is dat de regels niet alleen voor EU-lidstaten gaan gelden, maar ook voor landen als Noorwegen en Zwitserland, die nauw verbonden zijn met het Europese spoor.

platformen

Een belangrijk onderdeel van het voorstel is de mogelijkheid voor een Europese treinticket-app. Ondernemers moeten de ruimte krijgen om een platform te bouwen waarop reizigers eenvoudig routes kunnen vergelijken en direct kunnen boeken. Daarmee zou het zoeken naar de goedkoopste of snelste treinreis net zo overzichtelijk moeten worden als bij vliegtickets, waar vergelijkingssites al jaren de norm zijn.

Daarnaast wil de Europese Commissie reizigers beter beschermen tijdens hun reis. Wie met één ticket door meerdere landen reist, moet bij vertragingen of annuleringen niet langer van het kastje naar de muur worden gestuurd. Net als in de luchtvaartsector zouden passagiers recht krijgen op compensatie. Bij ernstige vertraging kan een deel van de ticketprijs worden teruggevraagd, terwijl ook kosten voor bijvoorbeeld een hotelovernachting verhaald moeten kunnen worden.

Foto: © Pitane Blue – European Sleeper

Voor reizigers lonkt in ieder geval een toekomst waarin internationale treinreizen een stuk toegankelijker worden. Of die belofte ook werkelijkheid wordt, hangt af van de bereidheid van landen en spoorbedrijven om hun deuren echt open te zetten.

Hoewel het plan ambitieus klinkt, is de kans op weerstand groot. Nationale spoorbedrijven en hun vakbonden staan traditioneel huiverig tegenover het openstellen van hun systemen voor concurrentie. Protectionisme speelt al jaren een rol binnen de sector, waardoor eerdere pogingen om tot een Europees ticketsysteem te komen strandden. In 2022 werd al gesproken over vergelijkbare maatregelen. Toen dreigde Eurocommissaris Frans Timmermans met ingrijpen om het monopolie op ticketverkoop te doorbreken. Door politieke druk en zijn vertrek naar Den Haag verdwenen die plannen echter geruisloos naar de achtergrond.

politieke wil

De huidige Eurocommissaris voor Transport, Apostolos Tzitzikostas, probeert het dossier nu nieuw leven in te blazen. Hij lijkt vastbesloten om alsnog door te zetten wat eerder niet lukte. Toch ligt de uiteindelijke beslissing bij het Europees Parlement en de lidstaten, die zich nog over het voorstel moeten buigen. Daar zal blijken of de politieke wil groot genoeg is om nationale belangen opzij te zetten in ruil voor een gebruiksvriendelijker Europees spoor.

Vertraging door megaklus: treinverkeer plat tussen Amsterdam en Utrecht

Werk aan het spoor zorgt dagenlang voor hinder op druk traject tussen Amsterdam en Utrecht.

ProRail grijpt de periode van 18 tot en met 26 mei aan om grootschalig onderhoud uit te voeren, met als doel de betrouwbaarheid van het treinverkeer op de lange termijn te verbeteren. Reizigers moeten in deze periode rekening houden met aangepaste dienstregelingen en mogelijke vertragingen.

De ingreep richt zich onder meer op het verbeteren van de spoorligging, een probleem dat machinisten al langer signaleren. Op het traject tussen Utrecht en Amsterdam komen regelmatig verzakkingen voor. Door slijtage en intensief gebruik is de kwaliteit van de spoorligging in de loop der jaren achteruitgegaan. ProRail pakt dit nu aan door de twee noordelijke sporen tussen Breukelen en Abcoude grondig te herstellen. Daarbij worden ballaststenen, de stenen die onder het spoor liggen en zorgen voor stabiliteit, aangevuld. Met behulp van een zogenoemde stopmachine wordt het spoor vervolgens weer stevig op zijn plek gelegd.

grote operatie

Volgens ProRail moet deze operatie ervoor zorgen dat het spoor er de komende jaren weer stabiel bij ligt. Daarmee neemt de kans op storingen af en wordt de treindienst tussen Utrecht en Amsterdam betrouwbaarder. Het traject geldt als een van de drukste spoorverbindingen van Nederland, waardoor zelfs kleine verstoringen al snel grote gevolgen kunnen hebben voor reizigers.

Naast het aanpakken van de spoorligging worden ook de seinen op het traject vernieuwd. Tussen Breukelen en Amsterdam Bijlmer ArenA worden in totaal 76 seinen vervangen. Deze installaties dateren uit 2007, toen het traject werd uitgebreid met extra sporen. Na ongeveer twintig jaar zijn ze volgens ProRail toe aan vervanging. Door de nieuwe seinen te plaatsen, wil de spoorbeheerder het aantal technische storingen verder terugdringen en de veiligheid en doorstroming verbeteren.

levensduur

De werkzaamheden maken deel uit van een bredere moderniseringsslag die ProRail momenteel uitvoert. Veel delen van het Nederlandse spoor zijn kort na de Tweede Wereldoorlog aangelegd of herbouwd. Spoorinfrastructuur heeft doorgaans een levensduur van ongeveer veertig jaar voordat grootschalig onderhoud nodig is. Inmiddels is Nederland tachtig jaar verder, wat betekent dat veel trajecten toe zijn aan een tweede ronde van ingrijpende vernieuwing.

Utrecht Centraal

Door onderhoud tijdig uit te voeren, probeert ProRail grotere problemen in de toekomst te voorkomen. Het vervangen van onderdelen voordat ze daadwerkelijk falen, moet ervoor zorgen dat het aantal storingen beperkt blijft. Tegelijkertijd betekent dit soort werkzaamheden wel dat reizigers tijdelijk hinder ondervinden.

vervangend vervoer

Tijdens de werkzaamheden is het treinverkeer tussen Utrecht en Amsterdam en tussen Utrecht en Schiphol Airport aangepast. Reizigers wordt aangeraden om voor vertrek hun reis goed te plannen en rekening te houden met extra reistijd. Alternatieve routes, aangepaste dienstregelingen en mogelijk vervangend vervoer maken deel uit van de maatregelen om de impact te beperken.

Hoewel de overlast voor reizigers onvermijdelijk is, benadrukt ProRail dat de werkzaamheden noodzakelijk zijn om het spoor toekomstbestendig te maken. Met de combinatie van herstelwerkzaamheden en vernieuwing van essentiële onderdelen moet het drukke traject de komende jaren weer beter bestand zijn tegen intensief gebruik.

Toezichthouder grijpt hard in: klap voor PostNL met miljoenenboete van ACM

Vertrouwen in postdienst opnieuw onder druk, toezichthouder grijpt hard in na slechte cijfers postbezorging.

De Autoriteit Consument & Markt (ACM) heeft PostNL een stevige tik op de vingers gegeven met een boete van bijna 6,9 miljoen euro. De sanctie volgt op het feit dat het postbedrijf in 2023 niet heeft voldaan aan de wettelijke eisen voor tijdige bezorging van brievenbuspost. Daarmee komt de betrouwbaarheid van de postvoorziening opnieuw onder druk te staan, terwijl juist die zekerheid een kernbelofte vormt van de Universele Postdienst.

bezorgplicht

Uit cijfers blijkt dat PostNL in 2023 slechts 89,48 procent van de brieven met een vijfdaagse bezorgplicht op tijd afleverde. Daarmee bleef het bedrijf fors onder de wettelijke norm van minimaal 95 procent. Voor consumenten en bedrijven betekent dit dat een aanzienlijk deel van de post later arriveerde dan verwacht, wat in sommige gevallen tot praktische problemen kan hebben geleid.

ACM-bestuurslid Manon Leijten laat er geen misverstand over bestaan hoe de toezichthouder naar de situatie kijkt. „Zij zijn de wettelijke uitvoerder van de Universele Postdienst. Dan heb je de plicht en verantwoordelijkheid om te zorgen dat post op tijd wordt bezorgd. Mensen en bedrijven die iets op de post doen, moeten erop kunnen rekenen dat ze krijgen waarvoor ze hebben betaald.” Met die woorden onderstreept zij dat het niet slechts gaat om een commerciële prestatie, maar om een publieke taak met duidelijke verplichtingen.

PostNL verweert zich door te wijzen op omstandigheden buiten haar directe invloed, waaronder de krapte op de arbeidsmarkt. Volgens het bedrijf maakte het tekort aan personeel het lastig om alle poststromen tijdig te verwerken en te bezorgen. De ACM gaat echter niet mee in dat verweer. De toezichthouder stelt dat er geen sprake was van overmacht en dat PostNL voldoende mogelijkheden had om zich aan te passen aan de arbeidsmarktsituatie. Daarbij wordt benadrukt dat het aan het bedrijf zelf is om met aantrekkelijke arbeidsvoorwaarden en een doordachte strategie voldoende personeel aan te trekken en te behouden.

Foto: Pitane Blue – pakketbezorger PostNL

Of de sanctie daadwerkelijk leidt tot structurele verbeteringen, zal de komende jaren moeten blijken. Vast staat dat zowel consumenten als bedrijven afhankelijk blijven van een goed functionerende postdienst, en dat de druk op PostNL om die rol waar te maken alleen maar groter wordt.

De kwestie raakt aan de kern van de Universele Postdienst, een regeling waarbij PostNL door de overheid is aangewezen om een basispakket aan postdiensten te garanderen. Het gaat daarbij om zogenoemde enkelstukspost, zoals brieven, kaarten en kleine pakketten die door consumenten worden verstuurd. Grote zakelijke poststromen van bijvoorbeeld banken of overheidsinstanties vallen buiten deze regeling.

wetgeving

De eisen voor deze dienstverlening zijn strikt vastgelegd in de wet. De gedachte daarachter is dat iedereen in Nederland moet kunnen vertrouwen op een toegankelijke en betrouwbare postbezorging, ongeacht waar men woont. De ACM houdt toezicht op de naleving van deze regels en kan ingrijpen wanneer bedrijven tekortschieten.

Opvallend is dat de problemen met tijdige bezorging geen incident lijken te zijn. Het percentage post dat op tijd wordt geleverd, laat al jaren een dalende lijn zien. Sinds 2014 is sprake van een gestage afname, wat de vraag oproept of het huidige model van postbezorging nog toekomstbestendig is in een tijd waarin digitalisering en veranderend consumentengedrag de sector ingrijpend hebben veranderd.

De boete van bijna 7 miljoen euro is dan ook meer dan een financiële sanctie. Het is een duidelijk signaal van de toezichthouder dat de ondergrens is bereikt en dat verbetering noodzakelijk is. Voor PostNL betekent dit dat het bedrijf zich zal moeten herpakken en maatregelen moet treffen om de betrouwbaarheid van de dienstverlening te herstellen.

Vooruitpas Amersfoort: gratis treinreizen voor lage inkomens grote proef van start

De Nederlandse Spoorwegen zetten een opvallende stap om reizen toegankelijker te maken voor mensen met een kleine portemonnee.

In samenwerking met gemeenten en andere overheden werkt NS aan de ontwikkeling van een speciale treinpas voor inwoners met een laag inkomen. De eerste proef vindt plaats in Amersfoort, waar een selecte groep inwoners tijdelijk gratis gebruik kan maken van de trein.

De proef draait om de zogenoemde Vooruitpas Amersfoort, een initiatief dat gericht is op het vergroten van de mobiliteit en maatschappelijke participatie. Inwoners met een laag inkomen krijgen hiermee de kans om gedurende een halfjaar kosteloos met de trein te reizen. Daarmee wil NS niet alleen praktische ondersteuning bieden, maar ook onderzoeken wat de impact is van vrij reizen op het dagelijks leven van deelnemers.

essentieel

Binnen het plan staat één gedachte centraal: mobiliteit is essentieel om mee te kunnen doen in de samenleving. Daan Schut, lid van de Raad van Bestuur van NS, benadrukt het belang hiervan en zegt: “Reizen is vrijheid. Als je te weinig geld hebt om met de trein te reizen, word je daarin beperkt. Je moet steeds afwegen: ga ik wel of niet op pad, en wat moet ik daarvoor laten? Om die reden willen veel gemeenten en provincies goedkoper ov aanbieden. Als NS willen we dat de trein beschikbaar is voor iedereen. Daarom willen we nu samen met die overheden onderzoeken of we voor mensen met een laag inkomen een speciale pas kunnen samenstellen.”

De gemeente Amersfoort speelt een sleutelrol in deze eerste fase. Gezinnen die in aanmerking komen voor de regeling worden actief benaderd door de gemeente. In totaal zijn er duizend passen beschikbaar. Mocht de belangstelling groter zijn dan het aanbod, dan wordt er geloot onder de aanmeldingen. Daarmee wil de gemeente het proces eerlijk laten verlopen en zoveel mogelijk inzicht krijgen in de behoefte onder inwoners.

afgebakend

De proefperiode is duidelijk afgebakend. De Vooruitpas gaat van start op 1 juli en loopt automatisch af op 31 december 2026. In die zes maanden worden de reisbewegingen, behoeften en ervaringen van deelnemers nauwkeurig gevolgd. De verzamelde gegevens moeten inzicht geven in hoe vaak en waarvoor de trein wordt gebruikt, en of gratis reizen daadwerkelijk bijdraagt aan meer deelname aan werk, onderwijs en sociale activiteiten.

Foto: © Pitane Blue – Sprinter Lighttrain

De resultaten van het experiment worden begin volgend jaar verwacht. NS wil deze inzichten gebruiken om te bepalen of een landelijke of bredere regeling haalbaar is. Daarbij wordt nadrukkelijk gekeken naar samenwerking met andere overheden, zowel op lokaal als regionaal en nationaal niveau. Het uiteindelijke doel is om een structurele oplossing te ontwikkelen die reizen voor mensen met een laag inkomen betaalbaarder maakt.

aanvullende maatregelen

Naast deze proef is NS ook in gesprek met het Rijk en andere vervoerders over aanvullende maatregelen. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar betaalbaarheid, maar ook naar duurzaamheid en energieverbruik binnen het openbaar vervoer. De proef in Amersfoort kan daarmee dienen als een belangrijke eerste stap in een bredere herziening van hoe het openbaar vervoer toegankelijk wordt gehouden voor kwetsbare groepen.

De komende maanden moeten uitwijzen of de Vooruitpas daadwerkelijk het verschil maakt. Voor de deelnemers betekent het in ieder geval een unieke kans om zonder financiële drempels gebruik te maken van het spoor. Voor NS en de betrokken overheden vormt het een belangrijke test om te bepalen hoe mobiliteit eerlijker verdeeld kan worden in Nederland.

Aantal incidenten verdubbeld: bijna ongelukken stapelen zich op rond overwegen

Het aantal jongeren dat betrokken raakt bij gevaarlijke situaties rond spoorwegovergangen is de afgelopen jaren flink toegenomen.

Dat blijkt uit recente cijfers van spoorbeheerder ProRail. Waar in 2021 nog 17 procent van de incidenten jongeren betrof, is dat aandeel in 2025 opgelopen tot 33 procent. In diezelfde periode kwamen twaalf jongeren tussen de 10 en 29 jaar om het leven bij ongelukken op overwegen.

De stijging baart zorgen, zeker omdat het vaak gaat om situaties die eenvoudig te voorkomen zijn. Jongeren steken bijvoorbeeld nog snel het spoor over terwijl de slagbomen al naar beneden gaan, of negeren het rode waarschuwingslicht nadat er net een trein is gepasseerd. Dergelijk risicogedrag komt jaarlijks honderden keren voor. Volgens ProRail spelen ongeduld, haast en afleiding door smartphones daarbij een belangrijke rol.

nieuwe campagne

Om die reden start de spoorbeheerder een nieuwe campagne die zich specifiek richt op jongeren tussen de 15 en 21 jaar. In de campagne worden confronterende beelden gebruikt van berichten die worden getypt terwijl een trein nadert. De bedoeling is om jongeren bewust te maken van de gevaren van afleiding op en rond het spoor. Woordvoerder Martijn de Graaf verwoordt het scherp bij de openbare omroep: “Een trein swipe je niet zomaar weg.” Hij voegt daaraan toe: “Je kunt beter een minuutje te laat komen dan nooit aankomen.”

Niet alleen slachtoffers en hun nabestaanden worden geraakt door incidenten op het spoor. Ook machinisten dragen de impact van dit soort momenten met zich mee. Edwin van de Vegte, al 25 jaar werkzaam als machinist, herinnert zich een recent voorval nog levendig. “Laatst zag ik bij Staphorst een joggende dame. Zonder te kijken stak ze doodleuk over. Ik passeerde met 120 kilometer per uur.” De schrik zit er bij hem nog goed in. “Als ik een halve seconde eerder was geweest, had ik haar geraakt. Dan voel je weer precies waar je hart zit, hoor. Bij Steenwijk trilde ik niet meer, maar zulke situaties gaan je niet in de koude kleren zitten.”

Foto: © Pitane Blue – overweg

Ook zijn collega Amber Huigen maakte onlangs een gevaarlijk moment mee. “Een fatbiker reed vlak voor me het spoor over. Gelukkig reed ik maar 40 kilometer per uur en kon de persoon passeren. Maar het hoort natuurlijk niet en je hart zit op zo’n moment in je keel.” Het zijn voorbeelden die duidelijk maken hoe klein de marge soms is tussen een bijna-ongeluk en een tragedie.

aanpassingen

Naast gedragsverandering zet ProRail ook in op aanpassingen aan de infrastructuur. Vooral onbewaakte spoorwegovergangen, waar geen slagbomen of waarschuwingslichten aanwezig zijn, blijken risicovol. Op deze plekken gebeuren relatief veel ongelukken. Daarom worden deze overgangen stap voor stap aangepakt. Zo worden er onder meer slagbomen, bellen en lichtsignalen geplaatst om weggebruikers beter te waarschuwen.

Daarnaast zijn sinds 2024 op tientallen risicovolle overgangen flitscamera’s geïnstalleerd. Deze camera’s registreren overtredingen van automobilisten en andere weggebruikers met een kenteken. Uit eerdere evaluaties van ProRail blijkt dat deze maatregel effect heeft. Op sommige locaties is het aantal overtredingen met maar liefst 60 procent afgenomen.

menselijke factor

Toch blijft de menselijke factor volgens de spoorbeheerder doorslaggevend. Zolang mensen risico’s blijven nemen, blijft het gevaar bestaan. Met de nieuwe campagne hoopt ProRail vooral jongeren te bereiken en hen bewust te maken van de gevolgen van hun gedrag. De boodschap is helder: een moment van onoplettendheid kan levensveranderende gevolgen hebben.

Nieuwe autoloze zondag: moederdag dreigt speelbal te worden van mobiliteitsplan

Brussel stevent af op een extra autoloze zondag, maar nog voor de plannen concreet zijn uitgewerkt, laait de discussie al hoog op.

Vooral de mogelijke timing van die bijkomende dag zorgt voor beroering, aangezien die volgens de huidige kalender in 2027 zou samenvallen met Moederdag. Critici spreken van een ongelukkige keuze die gezinnen rechtstreeks treft.

De aankondiging kwam er tijdens de plechtigheden van 8 mei in het Brussels parlement, waar minister-president Boris Dilliès (MR) bevestigde dat de hoofdstad vanaf volgend jaar een tweede autoloze zondag zal invoeren. Die extra dag zal telkens plaatsvinden op de zondag van het weekend van de Irisfeesten. Voor 2027 zou dat concreet neerkomen op zondag 9 mei, zo gaf Brussels parlementslid Lotte Stoops (Groen) aan in een toelichting.

regeerakkoord

Helemaal onverwacht komt de beslissing niet. Het plan voor een bijkomende autoloze zondag stond al expliciet opgenomen in het Brusselse regeerakkoord. Toch zorgt vooral de praktische invulling nu voor spanningen, met name bij tegenstanders van het mobiliteitsbeleid in de hoofdstad.

Het Comité Non au plan Good Move, een koepel van verschillende lokale verenigingen die zich verzetten tegen het Brusselse mobiliteitsplan, reageert bijzonder scherp. Volgens hen is de maatregel totaal misplaatst in een stad die volgens hun analyse nu al kreunt onder mobiliteitsproblemen. De organisatie stelt dat Brussel “al voor een groot deel verlamd is door openbare werken, Good Move-plannen, het schrappen van parkeerplaatsen en permanente autofiles”.

Volgens de koepel moet de focus net liggen op het verbeteren van de doorstroming voor automobilisten. In hun communicatie klinkt het dat “op een bepaald moment de ideologische obsessie tegen de auto moet stoppen”. Met die uitspraak zetten ze hun ongenoegen kracht bij en trekken ze de intenties van het beleid in twijfel.

De grootste verontwaardiging richt zich echter op de mogelijke datum van de autoloze zondag in 2027. In een persbericht noemt de organisatie de timing ronduit problematisch. “Het meest ongelooflijke van alles is de timing”, klinkt het scherp. Ze wijzen erop dat de dag midden in de lentevakantie van de Franstalige scholen zou vallen, een periode waarin gezinnen traditioneel vaker op pad gaan.

Daarbovenop komt het symbolische en praktische belang van Moederdag. Volgens de critici dreigt de maatregel net op die dag voor extra hinder te zorgen voor families die hun moeder of grootouders willen bezoeken. “Concreet betekent dit dat families die soms van ver komen om hun moeder, ouders of grootouders in Brussel te bezoeken, opnieuw te maken zullen krijgen met blokkades, beperkingen en extra complicaties”, luidt het.

De tegenstanders vinden dat de Brusselse regering deze samenloop van omstandigheden had moeten voorzien en vermijden. Hun kritiek richt zich daarbij expliciet op minister van Mobiliteit Elke Van den Brandt (Groen) en minister-president Boris Dilliès (MR). Ook vanuit politieke hoek klinkt ongenoegen. De Schaarbeekse burgerpartij Ensemble 1030, met Georges Verzin als uithangbord, stelt dat de MR met deze beslissing “zijn campagnebeloften breekt over de verdediging van de vrijheid om zich te verplaatsen”.

tweede autoloze zondag

Toch is de kous daarmee nog niet af. Vanuit het kabinet van minister-president Dilliès wordt benadrukt dat er weliswaar een akkoord bestaat over het principe van een tweede autoloze zondag, maar dat de concrete uitwerking nog niet vastligt. De praktische modaliteiten moeten nog besproken worden binnen de regering, waardoor ook de exacte timing nog kan verschuiven.

Daarmee blijft voorlopig onduidelijk of de autoloze zondag in 2027 effectief op Moederdag zal vallen. Wat wel vaststaat, is dat de aankondiging nu al het debat over mobiliteit in Brussel opnieuw op scherp zet, met voor- en tegenstanders die lijnrecht tegenover elkaar staan.

Een taxi boeken: slimme QR-code laat hotelgast zelf rit regelen zonder gedoe

Pitane Link introduceert een nieuwe manier om vervoer te regelen, waarbij eenvoud en zelfstandigheid voor de reiziger centraal staan.

Met slechts één QR-code kunnen klanten voortaan hun rit boeken via hun eigen smartphone, zonder dat daar extra apparatuur of ondersteuning van personeel voor nodig is. Het systeem speelt in op de groeiende behoefte aan contactloze en efficiënte oplossingen in sectoren waar mobiliteit een belangrijke rol speelt.

De klant hoeft geen apps te installeren of ingewikkelde stappen te doorlopen. Een bord of sticker met een unieke QR-code op een zichtbare plek, zoals bij een receptie of ingang, is voldoende om het systeem te activeren. Zodra een reiziger de code scant, opent automatisch een actuele vooraf ingevulde boekingspagina op de smartphone. Daar kan de gebruiker in enkele eenvoudige stappen een rit regelen, zonder tussenkomst van medewerkers. Het proces verloopt snel en intuïtief, wat niet alleen de klanttevredenheid verhoogt, maar ook de werkdruk voor personeel verlaagt.

gebruiksgemak

De kracht van Pitane Link ligt in de combinatie van gebruiksgemak en flexibiliteit. Ondernemers kunnen de oplossing volledig afstemmen op hun eigen locatie of situatie. Met slechts enkele handelingen is het systeem ingesteld en direct operationeel. Daarmee vormt het een toegankelijk alternatief voor traditionele oplossingen zoals taxikiosken of tablets die vaak op balies te vinden waren. Waar dergelijke systemen gepaard gingen met hogere kosten en onderhoud, biedt Pitane Link een betaalbare en moderne variant met hetzelfde doel, maar zonder de nadelen.

Vooral op plekken waar snel vervoer nodig is, blijkt de toepassing bijzonder effectief. Denk aan hotels waar gasten na een verblijf eenvoudig een taxi willen regelen, restaurants waar bezoekers na een avond uit veilig naar huis willen, of zorginstellingen waar patiënten en bezoekers afhankelijk zijn van vervoer. Ook bedrijven en evenementlocaties kunnen profiteren van de efficiënte werkwijze die Pitane Link biedt. Overal waar mensen samenkomen en mobiliteit een rol speelt, kan het systeem worden ingezet om processen te stroomlijnen.

Foto: © Pitane Blue – taxi boeken met een QR-code

Geen wachttijden, geen telefoontjes, geen extra handelingen voor uw medewerkers – alleen tevreden gasten en een efficiëntere frontdesk.

De introductie van deze technologie past binnen een bredere ontwikkeling waarin digitalisering en contactloos werken steeds belangrijker worden. Klanten verwachten snelheid, gemak en autonomie, terwijl organisaties zoeken naar manieren om kosten te besparen en processen te optimaliseren. Pitane Link speelt in op beide behoeften door een oplossing te bieden die zowel de gebruiker als de aanbieder voordelen oplevert.

zelf regelen

Bovendien draagt het systeem bij aan een professionele uitstraling. Door bezoekers de mogelijkheid te geven zelfstandig vervoer te regelen, laten organisaties zien dat zij meegaan met de tijd en investeren in innovatieve dienstverlening. Tegelijkertijd behouden zij zelf de controle over hoe en waar de oplossing wordt ingezet, aangezien alles per locatie of adres kan worden aangepast.

Het gebruik van Pitane Link betekent ook dat wachttijden tot een minimum worden beperkt. Waar voorheen medewerkers handmatig een taxi moesten regelen of gasten moesten wachten op beschikbaarheid bij een kiosk, kan nu iedere reiziger direct actie ondernemen. Dit versnelt niet alleen het proces, maar zorgt ook voor een soepelere doorstroming op drukke locaties.

vervoersoplossing

Met Pitane Link wordt duidelijk dat de toekomst van personenvervoer steeds meer in handen van de gebruiker zelf ligt. De combinatie van eenvoud, snelheid en flexibiliteit maakt het systeem tot een aantrekkelijke keuze voor uiteenlopende sectoren. Door slechts één QR-code te plaatsen, ontstaat een complete digitale vervoersoplossing die direct inzetbaar is en weinig onderhoud vraagt.

De belofte is helder: geen apps, geen wachttijden en geen extra belasting voor personeel. In plaats daarvan krijgen klanten de vrijheid om zelf hun vervoer te regelen, precies op het moment dat het hen uitkomt. Daarmee zet Pitane Link een duidelijke stap richting een efficiëntere en modernere manier van mobiliteit organiseren.

Uber onder vuur om gokloon voor chauffeurs: werken voelt als een loterij

De roep om strengere regels voor platformbedrijven klinkt steeds luider in het Verenigd Koninkrijk.

De vakbondskoepel Trades Union Congress (TUC) heeft de regering opgeroepen om zogenoemde “dynamische verloning” bij bedrijven als Uber volledig te verbieden. Volgens de vakbond leidt het systeem tot grote onzekerheid onder chauffeurs, die hun inkomsten steeds minder kunnen voorspellen doordat algoritmes bepalen wat zij per rit verdienen.

Het omstreden systeem werd door Uber in 2023 ingevoerd en verving het eerdere model waarbij een vaste commissie werd ingehouden op ritten. In de huidige situatie worden zowel de prijs voor de klant als de vergoeding voor de chauffeur continu aangepast op basis van vraag en aanbod. Daarmee ligt de uiteindelijke beloning niet langer vast, maar wordt die berekend door een algoritme dat voor chauffeurs grotendeels ondoorzichtig blijft.

onvoorspelbaar

Volgens The Guardian blijkt uit een nieuw rapport van de TUC dat veel chauffeurs deze manier van werken als problematisch ervaren. In het onderzoek beschrijven bestuurders hun inkomsten als onvoorspelbaar en spreken zij over “gokken” op hun salaris. Vooraf is het volgens hen lastig in te schatten hoeveel een rit daadwerkelijk oplevert. Sommigen trekken daarbij een opvallende vergelijking en noemen het systeem zelfs een loterij, waarbij zij niet weten welke regels precies gelden.

De vakbond stelt dat de inkomsten van chauffeurs steeds verder los komen te staan van factoren als tijd, ervaring en geleverde inspanning. In plaats daarvan zou een “schimmig algoritme” bepalen hoeveel iemand verdient. Verschillende chauffeurs geven aan dat hun uurloon sinds de invoering van het systeem is gedaald. Er zijn zelfs bestuurders die vrezen dat zij onder het minimumloon uitkomen, ondanks lange werkdagen.

Het debat raakt ondertussen veel verder dan alleen taxivervoer. De manier waarop platformbedrijven arbeid organiseren, wordt steeds vaker een blauwdruk voor andere sectoren.

Naast de financiële onzekerheid wijst het rapport ook op mogelijke risico’s voor de veiligheid. Omdat chauffeurs proberen hun inkomsten op peil te houden, zouden zij geneigd zijn langer door te werken, ook wanneer zij vermoeid raken. Volgens de onderzoekers kan dat gevolgen hebben voor zowel de gezondheid van de bestuurder als de veiligheid van passagiers. Het beeld dat naar voren komt, is dat economische druk chauffeurs ertoe aanzet grenzen te verleggen die zij anders mogelijk niet zouden overschrijden.

Foto: © Pitane Blue – Alex – Londen

Uber presenteert zichzelf al jaren als hét voorbeeld van moderne, flexibele arbeid. Chauffeurs zouden vrijheid krijgen: zelf bepalen wanneer ze werken, hoeveel ze rijden en hoeveel ze verdienen. Maar achter die belofte schuilt volgens nieuw onderzoek van Worker Info Exchange en de Universiteit van Oxford een steeds hardere werkelijkheid. Niet de chauffeur bepaalt de regels, maar het algoritme.

De zorgen van de TUC staan niet op zichzelf. Een eerder onderzoek van de University of Oxford bevestigde dat veel Uber-chauffeurs sinds de invoering van dynamische tarieven aanzienlijk minder per uur zijn gaan verdienen. Tegelijkertijd zou het aandeel van Uber in de ritprijs juist zijn toegenomen, wat de discussie over de verdeling van inkomsten verder aanwakkert.

onzekerheid

Met het rapport in de hand dringt de vakbond aan op ingrijpen door de overheid. De TUC pleit voor strengere regelgeving voor platformbedrijven en wil dat er meer transparantie komt over de werking van algoritmes. Daarnaast vraagt de organisatie om extra rechten voor werknemers in de zogenoemde gig-economie, waar flexibiliteit vaak gepaard gaat met onzekerheid.

Uber zelf verwerpt de kritiek en benadrukt dat chauffeurs vooraf kunnen zien wat een rit oplevert. Het bedrijf stelt bovendien dat het als enige grote taxiplatform in het Verenigd Koninkrijk vakantiegeld en pensioenrechten aanbiedt aan chauffeurs met een werknemersstatus. Daarmee probeert Uber aan te tonen dat het juist stappen zet om de positie van chauffeurs te verbeteren.

Toch lijkt de discussie daarmee allerminst beslecht. De oproep van de TUC raakt aan bredere vragen over de rol van technologie op de arbeidsmarkt en de mate waarin algoritmes beslissingen mogen nemen over inkomen en werkzekerheid. Terwijl platformbedrijven blijven groeien, neemt ook de druk toe op overheden om duidelijke kaders te stellen en werknemers beter te beschermen tegen de keerzijden van digitale flexibiliteit.

rapport

Het rapport Not Even Nice Work If You Can Get It onderzoekt hoe Uber in het Verenigd Koninkrijk sinds de invoering van dynamische, algoritmische prijsbepaling chauffeurs steeds slechter behandelt. Het onderzoek werd uitgevoerd door onderzoekers van de Universiteit van Oxford samen met Worker Info Exchange en analyseerde 1,5 miljoen ritten van 258 Uber-chauffeurs tussen 2016 en 2024.

Uber noemt dit efficiëntie. Critici noemen het algoritmische uitbuiting. Want hoewel de technologie steeds slimmer wordt, lijken de arbeidsvoorwaarden juist achteruit te gaan. Wachttijd blijft vaak onbetaald, kosten voor voertuig en verzekering liggen volledig bij de chauffeur, en het platform kan de spelregels op elk moment aanpassen.

Kabinet worstelt met toekomst: onderzoek zet vraagtekens bij meer concurrentie op rails

Nederland staat voor een fundamentele keuze over de toekomst van het spoor.

Moet het netwerk na 2033 verder worden opengebroken voor concurrentie, of blijft een centraal aangestuurde structuur met één dominante vervoerder de beste garantie voor een betrouwbaar systeem? Uit een omvangrijke studie van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat blijkt dat die vraag minder eenvoudig te beantwoorden is dan vaak wordt gedacht.

Het rapport, opgesteld door een consortium van Goudappel, Rebel en APPM, schetst vijf mogelijke modellen voor de organisatie van het spoor. Daarbij variëren de scenario’s van het behoud van het huidige hoofdrailnet met één landelijke concessie tot een vergaand open netwerk waarin tientallen vervoerders actief kunnen zijn. Tussen die uitersten liggen varianten met meerdere concessies, regionale corridors of een functionele scheiding tussen intercity’s en stoptreinen.

de verschillen

Wat opvalt is dat de verschillen voor de reiziger op papier relatief klein lijken. Alle modellen gaan uit van hetzelfde dienstregelingsniveau, het zogenoemde ‘6-basis’-model, waarbij op drukke trajecten elke tien minuten een trein rijdt. Daardoor blijven reistijden, bereikbaarheid en zelfs het aantal reizigers in de meeste varianten vrijwel gelijk. Toch zit de echte spanning niet in de dienstregeling, maar in de organisatie erachter.

Het Nederlandse spoor behoort tot de drukst bereden netwerken van Europa. Treinen rijden met hoge frequenties over een infrastructuur die weinig ruimte laat voor fouten. Juist in zo’n systeem blijkt samenwerking cruciaal. De onderzoekers waarschuwen dat meer vervoerders automatisch leidt tot complexere coördinatie. Denk aan storingen, onderhoud, het verdelen van capaciteit en het afstemmen van dienstregelingen. Hoe meer partijen betrokken zijn, hoe groter de kans op conflicten en vertragingen in de besluitvorming.

Een ander belangrijk punt is de robuustheid van het netwerk. Kleinere concessies kunnen lokaal juist minder gevoelig zijn voor verstoringen, maar verliezen tegelijkertijd flexibiliteit. Materieel en personeel zijn minder uitwisselbaar en bij grote storingen wordt centrale bijsturing lastiger. De studie stelt dan ook dat niet eenduidig kan worden vastgesteld of meer marktwerking de betrouwbaarheid verbetert of verslechtert. Wel wordt duidelijk dat de organisatie complexer wordt.

In het rapport “Toekomstige Marktordening Spoor – Een vergelijking van studievarianten” worden vijf mogelijke modellen onderzocht voor de organisatie van het spoor nadat de huidige concessie van NS afloopt. De studie laat zien dat meer marktwerking kansen biedt, maar ook grote risico’s meebrengt voor een van de drukst bereden spoorwegnetten van Europa.

Foto: © Pitane Blue – ICE station Utrecht

De kernvraag blijft daarmee overeind: hoeveel concurrentie kan het Nederlandse spoor aan zonder de stabiliteit van het systeem te ondermijnen? Het antwoord daarop zal bepalen hoe miljoenen reizigers zich in de toekomst door het land verplaatsen.

Op financieel vlak zet het rapport vraagtekens bij de veronderstelling dat concurrentie automatisch leidt tot lagere prijzen. De onderzoekers schrijven dat “er weinig zekerheid is over de financiële baten van marktwerking”. Hoewel concurrentie theoretisch kan zorgen voor efficiëntere bedrijfsvoering, blijkt uit internationale ervaringen dat dit effect moeilijk aantoonbaar is. Ook kunnen extra kosten ontstaan door aanbestedingen, toezicht en ingewikkeldere systemen.

innovatie

Daar komt bij dat het huidige model schaalvoordelen biedt. Eén grote vervoerder kan kosten spreiden, processen standaardiseren en investeringen efficiënter uitvoeren. Bij opsplitsing van het netwerk verdwijnen deze voordelen deels. Tegelijkertijd kan meer concurrentie juist innovatie stimuleren en nieuwe diensten opleveren. De balans tussen die twee krachten blijft volgens het rapport onzeker.

Voor reizigers speelt eenvoud een grote rol. In varianten met meerdere vervoerders neemt het aantal overstappen toe, en daarmee ook de kans op verwarring. Het rapport wijst erop dat bij meer aanbieders het belang van uniforme systemen groeit, zoals één betaalmethode en duidelijke reisinformatie. Zonder zulke afspraken dreigt versnippering, wat de reiservaring kan verslechteren.

geen voorkeur

Opvallend is dat de studie geen duidelijke voorkeur uitspreekt voor één model. Dat is bewust: het onderzoek moet vooral inzicht geven in de verschillen, niet in de uiteindelijke keuze. Wel valt tussen de regels door te lezen dat vergaande liberalisering risico’s met zich meebrengt, zeker in een dicht en intensief gebruikt netwerk als het Nederlandse spoor.

De komende jaren moet Den Haag knopen doorhakken. De huidige concessie van NS loopt tot 2033, waarna een nieuw systeem moet worden ingevoerd. Daarbij spelen niet alleen economische overwegingen een rol, maar ook politieke keuzes over publieke belangen zoals bereikbaarheid, betaalbaarheid en betrouwbaarheid.

de praktijk

De discussie over de toekomst van het Nederlandse spoor krijgt ook een stem vanuit de praktijk. Wouter van Gessel, voorzitter van Stichting Freedom of Mobility, spreekt zich fel uit tegen verdere liberalisering van het spoor. Volgens hem staat de kern van het openbaar vervoer haaks op het idee van concurrentie.

Van Gessel benadrukt dat het openbaar vervoer in de eerste plaats een publieke taak heeft. “OV heeft een publieke taak en daarmee ook een verantwoordelijkheid,” stelt hij. Daarmee raakt hij aan een punt dat ook in recente beleidsstudies terugkomt: het spoor is niet zomaar een markt, maar een systeem waarin maatschappelijke belangen centraal staan.

Volgens de voorzitter van de stichting functioneert het spoor als een samenhangend geheel waarin alles met elkaar verbonden is. “OV is een mechaniek dat serieel geschakeld is waar alles met elkaar samenvalt,” zegt hij. Juist die samenhang maakt het volgens hem kwetsbaar voor versnippering. Waar één vervoerder het netwerk integraal kan aansturen, leidt concurrentie volgens Van Gessel tot een parallel aanbod dat moeilijk op elkaar af te stemmen is.

extra complexiteit

Met die opvatting zet hij zich af tegen het idee dat marktwerking automatisch leidt tot betere dienstverlening. Zijn redenering sluit aan bij zorgen die breder leven binnen de sector, namelijk dat meer aanbieders kunnen zorgen voor extra complexiteit, meer afstemming en mogelijk minder betrouwbaarheid.

Van Gessel waarschuwt bovendien voor een te theoretische benadering van het spoor. “Spoor is niet te benaderen als een modelbaan waar je maar wat kan doen,” stelt hij scherp. Daarmee doelt hij op beleidskeuzes die volgens hem onvoldoende rekening houden met de operationele realiteit van het netwerk, waar kleine verstoringen grote gevolgen kunnen hebben.

Ook de rol van Europa komt in zijn kritiek naar voren. Hij vindt dat er op Europees niveau nog onvoldoende begrip is voor de specifieke kenmerken van nationale spoorsystemen. “Ook op dit dossier moet Europa nog veel leren,” aldus Van Gessel. Daarmee plaatst hij vraagtekens bij de Europese trend richting verdere liberalisering van het spoorvervoer.

Michael O’Leary slaat alarm: drank op luchthaven loopt uit de hand

De frustratie bij Ryanair-topman Michael O’Leary loopt hoog op door het toenemende aantal incidenten met dronken passagiers.

De uitgesproken Ier richt zijn pijlen nadrukkelijk op de horeca op luchthavens, waar volgens hem al in alle vroegte alcohol wordt geschonken. Dat leidt, zo stelt hij, steeds vaker tot gevaarlijke situaties in de lucht. De luchtvaartbaas roept daarom op tot strengere regels en wil dat er een einde komt aan het serveren van alcohol in de vroege ochtenduren.

O’Leary maakt in een interview met de Britse krant The Times duidelijk dat hij zich ernstig stoort aan het drinkgedrag van reizigers voordat zij aan boord gaan. „Ik snap niet waarom er in bars op vliegvelden om vijf of zes uur ’s ochtends al alcohol wordt geserveerd. Wie heeft er op dat tijdstip nu zin in bier?” vraagt hij zich hardop af. Volgens hem ontbreekt het op luchthavens aan dezelfde discipline die geldt voor reguliere cafés, waar vaste vergunningstijden bepalen wanneer alcohol geschonken mag worden. „Buiten de officiële licentie-uren zou er op vliegvelden helemaal geen alcohol geserveerd mogen worden”, stelt hij nadrukkelijk.

alcoholgebruik

De topman pleit al langer voor een duidelijke limiet op alcoholgebruik onder reizigers. In zijn ogen zou iedere passagier maximaal twee alcoholische consumpties moeten kunnen bestellen, om excessen te voorkomen. O’Leary wijst erop dat luchtvaartmaatschappijen vaak worden opgezadeld met de gevolgen van overmatig drankgebruik, terwijl luchthavens volgens hem profiteren van de verkoop. Hij beschuldigt de exploitanten ervan een probleem te creëren en dit vervolgens bij de airlines neer te leggen. Aan boord van Ryanair wordt, zo benadrukt hij, „redelijk verantwoordelijk” met alcohol omgegaan en komt het zelden voor dat passagiers meer dan twee drankjes krijgen.

Toch kun je daar vraagtekens bij zetten. Want ook in het vliegtuig blijft alcohol een factor die gedrag kan beïnvloeden, zeker op grotere hoogte waar het effect sneller kan toeslaan. Critici zouden daarom zeggen dat het inconsequent is om enerzijds strengere regels te eisen voor luchthavens, maar anderzijds zelf alcohol te blijven verkopen, ook al gebeurt dat onder toezicht.

De cijfers onderstrepen volgens O’Leary dat het probleem serieus is. De internationale luchtvaartorganisatie IATA meldt dat er gemiddeld op elke 468 vluchten een incident plaatsvindt met een onhandelbare passagier. In veel gevallen speelt alcohol daarbij een doorslaggevende rol. Waar dergelijke situaties vroeger sporadisch voorkwamen, ziet Ryanair een duidelijke toename. Tien jaar geleden moest de maatschappij ongeveer één keer per week uitwijken vanwege agressief gedrag aan boord. Inmiddels gebeurt dat volgens O’Leary bijna dagelijks, een ontwikkeling die hij als zorgwekkend bestempelt.

Michael O’Leary

Het lijkt inderdaad tegenstrijdig, maar vanuit het perspectief van O’Leary maakt hij juist een duidelijk onderscheid tussen drinken vóór en tijdens de vlucht. Zijn kritiek richt zich vooral op het ongecontroleerde alcoholgebruik op luchthavens, waar passagiers vaak meerdere drankjes achter elkaar kunnen bestellen zonder dat iemand echt ingrijpt. Tegen de tijd dat ze aan boord stappen, zijn sommigen al flink onder invloed, wat het risico op agressie of verstorend gedrag vergroot.
Aan boord ligt dat volgens hem anders. Daar heeft de bemanning direct toezicht en kan er worden ingegrepen. O’Leary benadrukt zelf dat er bij Ryanair „redelijk verantwoordelijk” met alcohol wordt omgegaan en dat passagiers zelden meer dan twee drankjes krijgen. In die redenering is het dus niet zozeer alcohol op zich dat het probleem vormt, maar het gebrek aan controle vóór het instappen.

De Ryanair-baas waarschuwt dat de gevolgen nog ernstiger kunnen worden als er niet snel wordt ingegrepen. „Totdat iemand een ongeluk veroorzaakt waardoor een vliegtuig neerstort en er honderden mensen omkomen, zal geen enkele regering dit probleem serieus nemen en zitten luchtvaartmaatschappijen met de handen in het haar”, zegt hij. Met die stevige woorden probeert hij overheden wakker te schudden en aan te zetten tot strengere regelgeving.

recente incidenten

Dat de zorgen niet uit de lucht gegrepen zijn, blijkt uit recente incidenten. Begin dit jaar moest een toestel van luchtvaartmaatschappij Jet2, onderweg van Antalya naar Manchester, een noodlanding maken in Brussel na een massale vechtpartij aan boord. De situatie escaleerde nadat er racistische opmerkingen waren gemaakt, waarna meerdere passagiers met elkaar op de vuist gingen. Getuigen spraken van een chaotische en gewelddadige scène, waarbij „tanden werden uitgeslagen en bloed op de stoeltjes” terechtkwam. Het incident zorgde voor grote onrust onder de overige reizigers en onderstreept volgens betrokkenen hoe snel een vlucht kan ontsporen wanneer alcohol en spanningen samenkomen.

De oproep van O’Leary zal ongetwijfeld tot discussie leiden binnen de luchtvaartsector en de horeca op luchthavens. Waar de één pleit voor strengere regels om de veiligheid te waarborgen, zullen anderen wijzen op de commerciële belangen en de verantwoordelijkheid van de reiziger zelf. Feit blijft dat het aantal incidenten in de lucht stijgt en dat de druk op luchtvaartmaatschappijen toeneemt om dit probleem aan te pakken.

Nationale staking legt luchtverkeer lam: ook Brussels Airport getroffen door protest

De luchthaven van Charleroi zal op 12 mei volledig stilliggen.

Alle vertrekkende en aankomende vluchten worden die dag geschrapt, zo bevestigt de luchthavenuitbater in een officieel bericht. De maatregel volgt op de aankondiging van een nieuwe nationale betoging, georganiseerd door de drie grote vakbonden ABVV, ACV en ACLVB, die zich opnieuw richten tegen het beleid van de federale regering.

De impact van de actiedag is aanzienlijk. Volgens de luchthavenleiding is het onmogelijk om de veiligheid van het vliegverkeer te waarborgen door een ernstig personeelstekort dat rechtstreeks verband houdt met de vakbondsactie. In het persbericht klinkt het duidelijk: “Wegens die actiedag en het gebrek aan personeel om de veiligheid van de vluchten te garanderen, kan de luchthaven van Charleroi de geplande vluchten niet uitvoeren.” Daarmee wordt elke vorm van vliegverkeer op de luchthaven voor die dag uitgesloten.

annuleringen

Voor duizenden reizigers betekent dit een forse streep door de rekening. Passagiers die op 12 mei een vlucht gepland hadden, moeten rekening houden met annuleringen en mogelijke vertragingen in hun reisschema’s. De luchthavenuitbater benadrukt dat getroffen reizigers niet zelf actie hoeven te ondernemen. Luchtvaartmaatschappijen zullen hen in de komende dagen rechtstreeks contacteren met meer informatie over een omboeking of terugbetaling. Die communicatie moet duidelijkheid scheppen in een situatie die voor velen onzeker en frustrerend is.

De luchthaven toont zich bewust van de gevolgen en reageert met een verontschuldiging richting de getroffen reizigers. In de verklaring staat dat men de impact van de maatregel “betreurt” en zich excuseert voor het ongemak dat hierdoor ontstaat. Toch lijkt er weinig speelruimte te zijn geweest om een alternatief scenario uit te werken, gezien de omvang van de actie en de beperkte beschikbaarheid van personeel.

Charleroi staat niet alleen in deze situatie. Ook Brussels Airport liet eerder al weten dat het diezelfde dag zwaar getroffen zal worden door de nationale betoging. Daar zal minder dan de helft van de geplande vertrekkende vluchten kunnen doorgaan. Het onderstreept de brede impact van de vakbondsactie op het Belgische luchtverkeer en de mobiliteit in het algemeen.

acties

De betoging van 12 mei past in een reeks van acties die sinds begin 2025 met regelmaat het land lamleggen. Het gaat inmiddels om de negende keer dit jaar dat het vliegverkeer hinder ondervindt van vakbondsprotest tegen het federale beleid. De herhaling van dergelijke acties wijst op aanhoudende spanningen tussen de vakbonden en de regering, waarbij vooral sociale en economische maatregelen onder vuur liggen.

Reizigers die de komende periode via Charleroi of Brussel willen vliegen, doen er goed aan om de situatie op de voet te volgen. De kans bestaat dat ook toekomstige acties opnieuw voor verstoringen zullen zorgen. Voor nu is de boodschap duidelijk: op 12 mei blijft de luchthaven van Charleroi volledig gesloten en zullen geen vluchten plaatsvinden.

Rechter veegt bezwaren van tafel: opluchting onder reizigers en groen licht voor RMC

RMC gaat vanaf juli dit jaar alle ritten binnen het doelgroepenvervoer in Rotterdam uitvoeren. Daarmee komt er een einde aan een lange periode van onzekerheid en juridische strijd rondom de aanbesteding van het vervoer. Andere vervoerders, waaronder Trevvel, hadden bezwaar gemaakt tegen de uitkomst van die aanbesteding, maar de rechter heeft hun bezwaren nu definitief van tafel geveegd.

De onrust begon in de zomer van 2025, toen de gemeente Rotterdam aankondigde dat ritten van 25 kilometer of langer per juli 2026 niet langer onder het doelgroepenvervoer zouden vallen. Die boodschap zorgde voor grote ongerustheid bij gebruikers die afhankelijk zijn van deze vorm van vervoer, met name in gebieden als Rozenburg en Hoek van Holland. Voor veel mensen in die regio’s zijn langere ritten essentieel, bijvoorbeeld voor ziekenhuisbezoeken of andere noodzakelijke afspraken.

spanning

Volgens Sjoerd Bootsma van Rijnmond gaf verantwoordelijk wethouder Ronald Buijt in eerste instantie aan dat het besluit niet teruggedraaid kon worden. Zijn argument was dat een wijziging zou betekenen dat de aanbesteding opnieuw moest worden uitgevoerd. Die uitleg zorgde voor nog meer spanning bij betrokkenen, die vreesden voor hun mobiliteit en toegang tot zorg.

In december kwam er echter een opvallende wending. Via een officiële bekendmaking liet Buijt weten dat alle afstanden binnen Rotterdam toch onder het nieuwe contract zouden vallen dat op 20 juli ingaat. Daarmee werd het eerdere besluit feitelijk teruggedraaid. Voor de vervoerders die de aanbesteding hadden verloren, vormde die wijziging aanleiding om naar de rechter te stappen. Zij stelden dat de gemeente de regels had overtreden door de voorwaarden tussentijds aan te passen.

De rechter oordeelde dat er inderdaad sprake was van een verandering, maar dat die niet groot genoeg was om te spreken van een schending van de aanbestedingswet. De gevolgen van de aanpassing werden als beperkt beschouwd. Daarmee bleef de gunning aan RMC in stand en kunnen zij het vervoer vanaf juli uitvoeren.

Toch kreeg de gemeente Rotterdam een tik op de vingers. De rechter was kritisch op de manier waarop de aanbesteding is verlopen en hoe de verwarring is ontstaan. “De gemeente heeft in dat opzicht dan ook niet gehandeld als een zorgvuldige aanbestedende dienst,” luidt het oordeel. Die uitspraak onderstreept dat er fouten zijn gemaakt in het proces, ook al blijven de praktische gevolgen uiteindelijk beperkt.

Wethouder Ronald Buijt (Leefbaar Rotterdam)

Onder gebruikers van het doelgroepenvervoer overheerst vooral opluchting nu de uitspraak er ligt. Ook het comité Rozenburg in Actie is tevreden met de uitkomst. Zij trokken volgens Rijnmond eerder aan de bel omdat zij vreesden dat inwoners van Rozenburg en Hoek van Holland bij langere ritten zouden worden aangewezen op andere vervoerders zoals Valys. Dat scenario lijkt nu van de baan, waardoor gebruikers hun vertrouwde vervoersregeling kunnen blijven gebruiken.

Met de uitspraak van de rechter lijkt er een einde te komen aan maanden van onzekerheid en juridische procedures. Voor de betrokken reizigers betekent dit vooral rust en duidelijkheid over hun vervoersmogelijkheden. Tegelijkertijd blijft de kritiek op het handelen van de gemeente hangen, wat mogelijk nog een nasleep krijgt in toekomstige aanbestedingen.