De Vlaamse regering zet een ingrijpende hervorming in gang van het leerlingenvervoer in het buitengewoon onderwijs.
Wat jarenlang bijna automatisch gelijk stond aan collectief busvervoer, moet tegen het schooljaar 2028-2029 plaatsmaken voor een flexibel en meer op maat gemaakt systeem. De centrale gedachte is duidelijk: niet langer het vervoermiddel, maar de leerling zelf moet centraal staan.
Het huidige systeem heeft volgens de visienota zijn grenzen bereikt. Hoewel het collectieve busvervoer jarenlang een belangrijke rol speelde, leidt het steeds vaker tot problemen. Leerlingen zitten vaak lang op de bus en de organisatie is complex. Bovendien houdt één uniforme oplossing onvoldoende rekening met de grote verschillen tussen leerlingen. “Leerlingen verschillen sterk in wat ze nodig hebben om op een veilige, haalbare en ontwikkelingsbevorderende manier op school te geraken,” staat in de nota.
“one-size-fits-all”-model
De cijfers onderstrepen die problematiek. In het schooljaar 2024-2025 maakte maar liefst 74 procent van de leerlingen in het buitengewoon onderwijs gebruik van collectief busvervoer, terwijl slechts 22 procent koos voor individueel vervoer. Tegelijk loopt de kostprijs stevig op: gemiddeld kost een leerling in het collectieve systeem zo’n 4.700 euro per jaar. In totaal liep de factuur in 2025 op tot meer dan 200 miljoen euro, goed voor 98 procent van alle uitgaven voor leerlingenvervoer.
De Vlaamse regering wil daarom afstappen van het huidige “one-size-fits-all”-model. In de plaats komt een systeem van mobiliteitsondersteuning, waarbij per leerling wordt bekeken welke vorm van vervoer het meest geschikt is. Dat kan nog steeds een bus zijn, maar ook andere oplossingen worden nadrukkelijk naar voren geschoven. Denk aan openbaar vervoer, fiets- en wandelinitiatieven of kleinschalige vervoersoplossingen. “We evolueren van een absoluut recht op leerlingenvervoer naar een recht op mobiliteitsondersteuning,” klinkt het.
Leerlingenvervoer voor leerlingen in het buitengewoon onderwijs wordt in Vlaanderen al jarenlang
vrijwel automatisch gelijkgesteld aan collectief busvervoer. Dat systeem heeft veel leerlingen
geholpen, maar botst steeds vaker op zijn grenzen.
Een belangrijk onderdeel van de hervorming is het opstellen van een mobiliteitsprofiel voor elke leerling. Op basis van objectieve criteria en in overleg met ouders, scholen en het CLB wordt bepaald welke ondersteuning het best past. Daarbij wordt ook gekeken naar de zelfredzaamheid van de leerling en de context van het gezin. Het doel is niet alleen om leerlingen op school te krijgen, maar ook om hun zelfstandigheid te versterken.
De hervorming gaat verder dan alleen vervoer. Zo wordt ook sterk ingezet op de uitbouw van voor- en naschoolse opvang, die vandaag nauwelijks aanwezig is in het buitengewoon onderwijs. Het gebrek daaraan zorgt er nu voor dat leerlingen vaak verplicht zijn om lange busritten te maken, simpelweg omdat er geen alternatief is. Door opvang beter te organiseren, hoopt de overheid de druk op het vervoer te verminderen en ritten korter te maken.
Ook de rol van busbegeleiders wordt onder de loep genomen. Het huidige statuut is volgens de nota onvoldoende aantrekkelijk, wat leidt tot tekorten. De regering wil de arbeidsvoorwaarden verbeteren en onderzoeken of busbegeleiders ook andere taken binnen de schoolcontext kunnen opnemen. Daarmee moet het beroep duurzamer en aantrekkelijker worden.
lokale samenwerking
Opvallend is dat de hervorming sterk inzet op lokale samenwerking. Regionale samenwerkingsverbanden tussen scholen en lokale besturen krijgen een centrale rol in de organisatie van het vervoer. Zij kunnen beter inspelen op lokale noden en maatwerk leveren. Vanaf het schooljaar 2027-2028 kunnen deze samenwerkingen rekenen op subsidies om eigen mobiliteitsoplossingen uit te werken.
De timing van de hervorming is ambitieus maar gefaseerd. De komende jaren wordt gewerkt aan de concrete uitwerking, met betrokkenheid van ouders, scholen en andere partners. Tegen het begin van het schooljaar 2028-2029 moet het nieuwe systeem volledig operationeel zijn. Tot die tijd blijft het huidige systeem behouden en worden er geen besparingen doorgevoerd.
Met deze ingreep wil de Vlaamse regering niet alleen de efficiëntie verbeteren, maar vooral de kwaliteit van het leerlingenvervoer verhogen. Minder lange busritten, meer maatwerk en een sterkere focus op de noden van de leerling moeten ervoor zorgen dat het systeem klaar is voor de toekomst.
