Categorie archieven: Leerlingenvervoer

Storm rond schrappen busritten: besparingen bij De Lijn zorgen voor felle politieke strijd

Leerlingenvervoer zet Vlaamse regering onder hoogspanning die koortsachtig zoekt naar een oplossing tegen eind augustus.

Het dossier rond het leerlingenvervoer in het buitengewoon onderwijs zorgt voor ongeziene spanning binnen de Vlaamse politiek. Wat begon als een besparingsmaatregel van vervoersmaatschappij De Lijn, is uitgegroeid tot een gevoelige kwestie die de Vlaamse regering stevig onder druk zet. De aankondiging dat vanaf het volgende schooljaar 204 busritten zouden verdwijnen, heeft niet alleen ouders en scholen ongerust gemaakt, maar ook geleid tot een fel politiek debat in het Vlaams Parlement.

De Lijn verdedigt de geplande ingreep als een noodzakelijke stap om een financieel tekort van om en bij de 11 miljoen euro op te vangen. Volgens de vervoersmaatschappij blijft de basisbelofte overeind dat elke leerling nog steeds op school geraakt. Toch klinkt er vanuit verschillende hoeken bezorgdheid over de praktische gevolgen van die beslissing. Vooral de impact op de reistijden en het comfort van de leerlingen wordt als problematisch gezien.

buitengewoon onderwijs

In de huidige berichtgeving wordt benadrukt dat sommige trajecten aanzienlijk langer zouden kunnen worden. De bestaande richtlijn waarbij een rit maximaal 90 minuten per enkele verplaatsing mag duren, lijkt daardoor onder druk te komen staan. Voor kinderen in het buitengewoon onderwijs, die vaak extra zorg en structuur nodig hebben, kan een langere reistijd een zware belasting betekenen. Daarnaast wordt er gesproken over het invoeren van centrale opstapplaatsen. Dat zou betekenen dat leerlingen niet langer thuis worden opgehaald, maar zich eerst naar een verzamelpunt moeten begeven, wat voor veel gezinnen extra organisatie en stress met zich meebrengt.

De politieke reacties laten zien hoe gevoelig het dossier ligt. TVL omschrijft de situatie als een “splijtzwam” binnen de Vlaamse regering. Vooral de meerderheidspartijen Vooruit en cd&v hebben zich duidelijk uitgesproken tegen besparingen die kwetsbare leerlingen treffen. Zij vrezen dat de maatregel een negatieve impact zal hebben op kinderen die al in een moeilijke positie zitten en pleiten voor alternatieve oplossingen die de kwaliteit van het vervoer niet ondermijnen.

Foto: © Pitane Blue – De Lijn – Blaarmeersen

Dinsdagavond werd bekend dat De Lijn vanaf volgend schooljaar 204 busritten zal schrappen in het leerlingenvervoer voor het buitengewoon onderwijs wegens besparingen. In de plenaire vergadering gaan de fracties hierover in debat met de bevoegde ministers van de Vlaamse Regering.

Aan de andere kant staat Onderwijsminister Zuhal Demir, die heeft aangekondigd dat er tegen eind augustus een nieuw plan voor het leerlingenvervoer moet worden uitgewerkt. Die timing zet extra druk op de onderhandelingen binnen de regering, aangezien er op korte termijn duidelijkheid moet komen voor ouders, scholen en vervoerders. Het is nog onduidelijk in welke mate de geplande schrappingen effectief zullen doorgaan of dat er aanpassingen komen na het politieke overleg.

topprioriteit

Het Vlaams Parlement behandelde de kwestie woensdag 17 juni als topprioriteit tijdens een actualiteitsdebat. Daar werd duidelijk dat het onderwerp niet alleen draait om budgettaire keuzes, maar ook om de vraag hoe Vlaanderen omgaat met leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben. Het debat maakt duidelijk dat het evenwicht tussen financiële haalbaarheid en sociale verantwoordelijkheid moeilijk te vinden is.

Tegelijk wordt het leerlingenvervoer steeds vaker gezien als een breder mobiliteitsprobleem dat verder reikt dan enkel het buitengewoon onderwijs. Binnen de mobiliteitscommissie wordt het dossier dan ook gekoppeld aan andere uitdagingen, zoals efficiëntie binnen het openbaar vervoer en de rol van De Lijn in een veranderend mobiliteitslandschap.

De komende weken zullen cruciaal zijn voor de verdere uitwerking van het plan. Ouders en scholen wachten in spanning af, terwijl de politieke druk verder oploopt. Wat vaststaat, is dat het leerlingenvervoer niet langer een louter praktisch vraagstuk is, maar een dossier dat de fundamenten van het Vlaamse mobiliteits- en onderwijsbeleid raakt.

Grote rol voor lokale taxi’s: DVG neemt leerlingenvervoer over in Best en Nuenen

Gemeenten kiezen voor landelijke partij met lokale partners.

De gemeenten Best en Nuenen hebben het leerlingenvervoer voor het komende schooljaar ondergebracht bij vervoersbedrijf DVG. Daarmee komt de organisatie van het vervoer voor kinderen die niet zelfstandig naar school kunnen in handen van een partij die landelijk opereert, maar nadrukkelijk samenwerkt met lokale vervoerders. De start van het nieuwe schooljaar markeert het begin van de nieuwe samenwerking.

lokale vervoerders

In Best gaat DVG de ritten uitvoeren in samenwerking met franchisenemers Taxi van Kronenburg en Taxi van Kampen. In de buurgemeente Nuenen kiest DVG voor een samenwerking met Taxi Van Helvoort. Door deze constructie wordt de kennis van een grotere organisatie gecombineerd met de ervaring en aanwezigheid van lokale vervoersbedrijven. DVG laat weten uit te kijken naar de samenwerking en ziet kansen om de dienstverlening verder te versterken.

Leerlingenvervoer is bedoeld voor kinderen die niet op eigen kracht naar school kunnen reizen. Dat kan verschillende oorzaken hebben, zoals ziekte, een lichamelijke of verstandelijke beperking of gedragsproblemen. Ook wanneer de afstand tot de school te groot is om zelfstandig af te leggen, kan een beroep worden gedaan op deze regeling. Het vervoer wordt georganiseerd via de gemeente, die uiteindelijk ook bepaalt of een kind hiervoor in aanmerking komt.

Voor ouders en verzorgers betekent de nieuwe gunning dat zij vanaf het komende schooljaar te maken krijgen met een andere vervoerder. In de praktijk verandert er voor de leerlingen zelf vaak minder dan gedacht, omdat juist de inzet van lokale taxibedrijven zorgt voor herkenbaarheid en continuïteit. Chauffeurs uit de regio kennen de omgeving en zijn vaak gewend om met de doelgroep te werken.

Foto: © Pitane Blue – leerlingenvervoer

Achter DVG staat De Vier Gewesten, een organisatie die zich profileert als kennispartner in taxi- en touringcarvervoer. Vanuit Rijen wordt een uitgebreid netwerk aangestuurd van bijna 100 vervoerders, ruim 5.000 voertuigen en ongeveer 8.000 medewerkers. Die schaal maakt het mogelijk om snel te schakelen en tegelijkertijd maatwerk te leveren op lokaal niveau.

franchiseorganisatie

De organisatie bestaat uit drie gespecialiseerde onderdelen: DVG Franchiseorganisatie, DVG Kwaliteit & Opleiding en DVG Regie. Samen moeten zij ervoor zorgen dat de kracht van een landelijk netwerk wordt gekoppeld aan lokale expertise. Daarbij ligt de nadruk niet alleen op het uitvoeren van ritten, maar ook op zaken als opleiding, kwaliteitsbewaking en efficiënte planning.

Met de nieuwe contracten in Best en Nuenen verstevigt DVG zijn positie in de regio. Voor de betrokken gemeenten is het van belang dat het leerlingenvervoer betrouwbaar en veilig wordt uitgevoerd, terwijl ouders vooral hopen op duidelijkheid en stabiliteit in de dagelijkse ritten van hun kinderen. De komende periode zal moeten uitwijzen hoe de samenwerking in de praktijk verloopt, maar de basis voor een nieuwe fase in het leerlingenvervoer is gelegd.

Nieuwe samenwerking: Zwolle kiest nieuwe vervoerder maar zorgen blijven bestaan

Zwolle krijgt deze zomer een nieuwe vervoerder voor het doelgroepenvervoer.

Uit de raadsbrief blijkt dat de gunning inmiddels definitief is geworden, nadat de wettelijke standstilltermijn zonder bezwaren is verstreken. Daarmee is de weg vrijgemaakt voor de start van de implementatiefase. De opdracht is gegund aan De Vier Gewesten B.V., in combinatie met TCR B.V. en TCZ B.V., en daarnaast aan Taxicentrale Witteveen B.V., Willemsen-de Koning Groep B.V. en Gebo Tours B.V.

Het doelgroepenvervoer is bedoeld voor inwoners die niet zelfstandig kunnen reizen. Het gaat onder meer om leerlingen in het speciaal onderwijs, jongeren die onder de Jeugdwet vallen en inwoners die gebruikmaken van dagbesteding of ondersteuning vanuit de Participatiewet. Gemeenten zijn wettelijk verplicht om dit vervoer te organiseren en werken daarin nauw samen.

Zwolle trekt in dit dossier op met Kampen, Dalfsen, Ommen, Olst-Wijhe, Staphorst en Zwartewaterland. Deze regionale samenwerking blijft ook in de nieuwe situatie bestaan. Volgens het college is dat essentieel om het vervoer “stabiel, kwalitatief goed en efficiënt georganiseerd” te houden. Door gezamenlijk te blijven optrekken, hopen de gemeenten beter in te spelen op uitdagingen zoals schommelingen in de vraag en personeelsproblemen.

routevervoer

Voor Zwolle zelf is met name perceel 5 van belang. Daaronder vallen het leerlingenvervoer, jeugdvervoer, dagbestedingsvervoer en participatievervoer. Dit zogeheten routevervoer werd de afgelopen jaren uitgevoerd door Munckhof, met RM Taxi uit Zwolle als belangrijke lokale uitvoerder. Met de definitieve gunning komt daar een einde aan. De Vier Gewesten neemt het contract over en legt de uitvoering in handen van Taxicentrale Zwolle.

De overgang naar de nieuwe vervoerder wordt volgens het college zorgvuldig voorbereid. Nu de gunning definitief is, is ook de implementatiefase officieel gestart. In deze fase stemmen de betrokken partijen de uitvoering op elkaar af, zodat het vervoer per 1 augustus zonder problemen van start kan gaan. Daarbij wordt gekeken naar routes, planning en communicatie met gebruikers en instellingen.

Opvallend detail is dat een eerder apart perceel voor leerlingenvervoer met grote bussen is geschrapt en toegevoegd aan het bestaande contract. Daarnaast wordt het Wmo-vervoer via een open-houseconstructie ingekocht. Vervoerders konden zich hiervoor aanmelden tot 14 april, waarna de gemeente bekendmaakt welke partijen dit deel van het vervoer gaan verzorgen.

Het college benadrukt dat de aanbesteding past binnen bredere beleidskaders, zoals de Koers Sociaal Domein en de mobiliteitsvisie van de stad. Het uitgangspunt blijft dat het vervoer betrouwbaar, veilig en betaalbaar is, met oog voor de kwaliteit van dienstverlening aan inwoners.

chauffeurstekort

Toch klinken er ook zorgen. In de raadsbrief wordt expliciet benoemd dat het chauffeurstekort niet wordt opgelost met deze nieuwe contracten. “De aanbesteding op zichzelf geen oplossing biedt voor het bredere maatschappelijke vraagstuk van het chauffeurstekort”, schrijft het college. Daarom wordt tijdens de implementatie scherp gelet op de beschikbaarheid van personeel en de uitvoerbaarheid van de plannen.

Foto: © Pitane Blue – leerlingenvervoer

De komst van De Vier Gewesten als nieuwe vervoerder in Zwolle markeert niet alleen een wisseling van partijen, maar brengt ook een andere manier van organiseren met zich mee. De organisatie die het doelgroepenvervoer vanaf 1 augustus 2026 op zich neemt, werkt namelijk volgens een zogenoemd soft-franchisemodel. Daarmee onderscheidt De Vier Gewesten zich van traditionele vervoerders.

Financieel blijven de kosten binnen de bestaande budgetten. De uitgaven voor de implementatiefase worden verdeeld op basis van het aantal inwoners per gemeente, zodat de lasten evenwichtig worden verdeeld.

Met de definitieve gunning breekt een nieuwe fase aan voor het doelgroepenvervoer in Zwolle en de regio. De komende maanden staan volledig in het teken van voorbereiding en afstemming. Voor de inwoners die dagelijks afhankelijk zijn van het vervoer, zal uiteindelijk vooral tellen of deze nieuwe start leidt tot betrouwbaardere ritten en minder problemen.

De Vier Gewesten

Vanuit de vestiging in Rijen opereert De Vier Gewesten op landelijke schaal. De organisatie verbindt naar eigen zeggen een netwerk van bijna 100 vervoerders, goed voor ruim 5.000 voertuigen en circa 8.000 medewerkers. Daarmee beschikt het samenwerkingsverband over een aanzienlijke omvang en slagkracht, die volgens betrokkenen van grote waarde kan zijn voor gemeenten die afhankelijk zijn van stabiel en betrouwbaar vervoer.

Die landelijke structuur wordt gecombineerd met een nadrukkelijke focus op lokale uitvoering. In Zwolle komt die taak te liggen bij Taxicentrale Zwolle, die als uitvoerende partij verantwoordelijk wordt voor de dagelijkse ritten. Tegelijkertijd kan deze lokale vervoerder terugvallen op de ondersteuning en expertise van het grotere netwerk waar De Vier Gewesten voor staat.

De organisatie is opgebouwd uit drie gespecialiseerde onderdelen, die ieder een eigen rol vervullen binnen het geheel. “Met drie gespecialiseerde bedrijven: DVG Franchiseorganisatie, DVG Kwaliteit & Opleiding en DVG Regie verbinden we de kracht van een landelijk netwerk met lokale expertise”, aldus De Vier Gewesten. Daarmee wordt ingezet op een combinatie van structuur, ondersteuning en inhoudelijke kennis.

Motie Beckerman: optie om aanbesteding van vervoer te stoppen nadrukkelijk op tafel

De Tweede Kamer heeft ingestemd met een motie van het lid Beckerman waarin wordt aangedrongen op een grondige verbetering van het leerlingenvervoer.

Daarmee krijgt een probleem dat al jaren speelt bij ouders, scholen en gemeenten opnieuw nadrukkelijk politieke aandacht. Het besluit van de Kamer betekent dat de regering samen met gemeenten aan de slag moet om een concreet plan te maken dat de kwaliteit van het vervoer van leerlingen, vooral uit het speciaal onderwijs, moet verbeteren.

De aangenomen motie stelt dat goed georganiseerd leerlingenvervoer geen luxe is, maar een essentiële voorwaarde om onderwijs te kunnen volgen. Voor veel kinderen, met name leerlingen uit het speciaal onderwijs, vormt aangepast vervoer immers de enige manier om dagelijks op school te komen. Wanneer dat vervoer hapert, betekent dat voor deze groep leerlingen vaak dat onderwijs simpelweg niet bereikbaar is.

landelijke politiek

De tekst van de motie laat weinig ruimte voor twijfel over de ernst van de situatie. Daarin staat letterlijk dat er “al jaren grote problemen zijn met het leerlingenvervoer, waaronder te lange ritten, ongeschikte vervoersmiddelen en kinderen die überhaupt niet worden opgehaald”. Ouders en verzorgers hebben die klachten al langere tijd onder de aandacht gebracht bij gemeenten en landelijke politiek. Lange reistijden, onverwachte routewijzigingen en chauffeurs die niet bekend zijn met de specifieke behoeften van kinderen met een beperking vormen volgens hen structurele knelpunten.

De motie benadrukt ook het belang van het vervoer voor leerlingen die afhankelijk zijn van speciaal onderwijs. Volgens de indiener is leerlingenvervoer “voor een grote groep leerlingen van met name het speciaal onderwijs een essentiële voorwaarde voor het kunnen volgen van onderwijs”. Zonder betrouwbaar vervoer komen deze kinderen simpelweg niet op school en lopen zij onderwijsachterstanden op.

Een belangrijk punt van discussie dat in de motie wordt genoemd, is het commercieel aanbesteden van het leerlingenvervoer. Volgens de tekst ontstaan veel problemen juist door dit systeem. De motie stelt dat “veel problemen voortkomen uit het commercieel aanbesteden van leerlingenvervoer”. Gemeenten schrijven het vervoer vaak via aanbestedingen uit, waarbij vervoersbedrijven concurreren op prijs en contractvoorwaarden.

Met het aannemen van de motie is het debat over de toekomst van het leerlingenvervoer nog lang niet afgerond. Wel staat vast dat het onderwerp opnieuw hoog op de politieke agenda staat en dat zowel gemeenten als het kabinet met voorstellen moeten komen om de problemen die al jaren spelen eindelijk aan te pakken.

Critici zeggen dat deze werkwijze leidt tot druk op kosten en personeel, waardoor de kwaliteit van het vervoer onder druk komt te staan. Wisselende chauffeurs, complexe routes en voertuigen die niet altijd geschikt zijn voor de doelgroep worden door ouders en scholen regelmatig genoemd als gevolg van deze aanbestedingen.

aanbesteden vervoer

De aangenomen motie vraagt de regering daarom om samen met gemeenten te onderzoeken hoe het vervoer structureel kan worden verbeterd. Daarbij moeten verschillende opties worden uitgewerkt. Eén van die opties is nadrukkelijk het stoppen met het aanbesteden van leerlingenvervoer. Door alternatieve vormen te onderzoeken hoopt de Kamer dat er meer stabiliteit en kwaliteit kan ontstaan in het systeem.

Volgens voorstanders van verandering kunnen lokale taxibedrijven daarbij een belangrijke rol spelen. Zij wijzen erop dat regionale vervoerders vaak beter zicht hebben op de lokale situatie. Lokale chauffeurs kennen de omgeving, weten hoe routes lopen en bouwen bovendien een band op met de kinderen die zij dagelijks vervoeren. Juist die vaste gezichten zijn voor veel leerlingen uit het speciaal onderwijs van grote waarde, omdat voorspelbaarheid en vertrouwen essentieel zijn.

flexibeler

Daarnaast wordt aangevoerd dat regionale vervoerders flexibeler kunnen inspelen op individuele behoeften. Vaste chauffeurs herkennen gedrag, weten welke ondersteuning een kind nodig heeft en kunnen sneller schakelen wanneer zich onderweg problemen voordoen. Voor ouders kan dat een groot verschil maken in het gevoel van veiligheid en vertrouwen.

De regering krijgt nu de opdracht om samen met gemeenten een plan uit te werken waarin deze en andere mogelijkheden worden onderzocht. De Kamer wil bovendien dat zij op de hoogte wordt gehouden van de voortgang. In de motie staat daarom dat de regering wordt verzocht “de Kamer voor de zomer van 2026 te rapporteren over de voortgang”.

Tilburg op vingers getikt: moeder strijdt tegen gemeente om taxivervoer voor dochter

Gemeente moet opnieuw kijken naar vervoer leerling met beperking.

De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft in Breda een tussenuitspraak gedaan in een slepende kwestie over leerlingenvervoer, waarin een moeder uit de regio Tilburg botst met het college van burgemeester en wethouders over de vergoeding van taxivervoer voor haar dochter met een autismespectrumstoornis. De zaak werpt opnieuw licht op de spanningen tussen gemeentelijk beleid en de dagelijkse realiteit van gezinnen die afhankelijk zijn van passend vervoer naar school.

leerlingenvervoer

De moeder had op 16 december 2024 een aanvraag ingediend voor een vergoeding van de kosten van leerlingenvervoer voor het schooljaar 2024-2025. Het ging om haar dochter, die is gediagnosticeerd met een autismespectrumstoornis en speciaal onderwijs volgt. Begin januari 2025 werd die aanvraag door de gemeente Tilburg afgewezen, met als reden dat de afstand tussen de woning en de school minder dan zes kilometer bedraagt. Volgens de geldende verordening zou daarmee geen recht bestaan op vergoeding van aangepast vervoer, zoals taxivervoer.

Na bezwaar kwam de gemeente gedeeltelijk terug op dat besluit. In april 2025 verklaarde het college het bezwaar gegrond en werd alsnog een reiskostenvergoeding toegekend, gebaseerd op de kosten van het openbaar vervoer voor het kind en een begeleider. De moeder bleef echter met lege handen staan waar het ging om taxivervoer. Volgens het college voldeed zij niet aan de voorwaarden van de Verordening leerlingenvervoer gemeente Tilburg 2020, waarin is vastgelegd wanneer aangepast vervoer moet worden vergoed.

afwijzing

Die afwijzing liet de moeder niet los. In beroep voerde zij aan dat haar dochter, gezien haar psychische beperking, niet in staat is om ook niet onder begeleiding gebruik te maken van het openbaar vervoer. Daarmee zou volgens haar zijn voldaan aan de voorwaarden die de verordening stelt. Daarnaast wees zij op de zware belasting voor het gezin. Door de situatie rond haar dochter moet haar andere kind iedere ochtend naar de voorschoolse opvang, een extra kostenpost waar in de toegekende vergoeding geen rekening mee wordt gehouden. Ook stelde zij dat de gemeente te laat was met het nemen van een beslissing op bezwaar en dat daar consequenties aan verbonden zouden moeten worden.

Als de leerling door zijn structurele handicap niet in staat is, zelfs niet onder begeleiding, van het openbaar
vervoer gebruik te maken, verstrekt het college een voorziening in de vorm van aangepast vervoer. De
vraag of een leerling al dan niet als gehandicapt valt aan te merken is hierbij niet van belang. Het gaat om
de vraag of de leerling, door zijn handicap, al dan niet zelfstandig van het openbaar vervoer gebruik kan
maken.

Tijdens de zitting in november 2025 bleek dat de kern van het geschil draait om de vraag of de dochter, gelet op haar handicap, daadwerkelijk in staat is om met het openbaar vervoer te reizen. Het college stelde zich op het standpunt dat uit het overgelegde psychologisch onderzoek uit 2023 niet volgt dat sprake is van een onhoudbare situatie bij reizen met bus of trein. Daarbij werd aangevoerd dat ook taxivervoer prikkels met zich meebrengt, bijvoorbeeld doordat een taxi wordt gedeeld met andere kinderen of in de file kan komen te staan.

tussenuitspraak

De rechtbank zette daar stevige vraagtekens bij. In de tussenuitspraak oordeelt de rechter dat het college onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de relevante bepaling uit de verordening niet van toepassing zou zijn. In de toelichting bij de regels staat juist dat verklaringen van deskundigen zwaar moeten meewegen en dat de gemeente, als die verklaringen onduidelijk of onvolledig zijn, zelf een onafhankelijk deskundig advies kan inwinnen. De moeder had niet alleen een psychologisch rapport ingebracht, maar ook een verklaring van de begeleider van haar dochter. Dat de gemeente die stukken terzijde schoof zonder aanvullend deskundig onderzoek, noemt de rechtbank een motiverings- en zorgvuldigheidsgebrek.

motivering

Om die reden krijgt het college nu de opdracht om het gebrek te herstellen. Binnen twee weken moet de gemeente laten weten of zij van die mogelijkheid gebruikmaakt en vervolgens heeft zij zes weken de tijd om alsnog een deugdelijke motivering te geven of een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen. Dat kan betekenen dat een onafhankelijk sociaal-medisch advies wordt ingewonnen, zoals de verordening voorschrijft. Tot die tijd houdt de rechtbank iedere verdere beslissing aan en is er nog geen oordeel over proceskosten of griffierecht.

De zaak laat zien hoe strikt beleid en menselijke maat elkaar kunnen raken. Voor de betrokken moeder staat niet alleen een juridische interpretatie op het spel, maar vooral de dagelijkse haalbaarheid van het schooltraject van haar dochter en de impact daarvan op het hele gezin. De definitieve uitspraak wordt pas verwacht nadat de gemeente haar huiswerk opnieuw heeft gedaan.

Petitie: helft van ouders ontevreden over vervoer naar speciaal onderwijs

Wisselende chauffeurs, uren in taxi’s, touringcars en lange reistijden zorgen voor stress.

Het vervoer van kinderen naar het speciaal onderwijs blijft een bron van frustratie voor veel ouders. Uit een nieuwe peiling van Ouders & Onderwijs blijkt dat bijna de helft van de ouders nog altijd ontevreden is. Van de 234 ondervraagde ouders geeft 48 procent aan dat het leerlingenvervoer niet goed geregeld is. De meest gehoorde klachten gaan over lange reistijden, steeds wisselende chauffeurs en een te volle taxi.

De onvrede speelt al jaren. Ouders & Onderwijs hield dit onderzoek inmiddels voor de derde keer en ziet nauwelijks verbetering. Volgens de resultaten vindt 42 procent van de ouders dat er de afgelopen jaren niets veranderd is, ondanks alle gesprekken in de politiek en het onderwijsveld. Maar liefst 23 procent ziet zelfs dat de problemen groter zijn geworden.

begeleiding

Ouders melden dat hun kinderen dagelijks uren in een busje doorbrengen, vaak zonder de juiste begeleiding. Daarnaast wordt de toegang tot leerlingenvervoer voor steeds meer gezinnen beperkt door nieuwe regels die gemeenten hanteren. Ouders ervaren dit als onrechtvaardig en schadelijk voor hun kinderen.

De persoonlijke verhalen maken duidelijk hoe groot de impact is. Moeder Marian Keuning vertelt hoe zwaar het vervoer weegt op haar gezin: “De onrust in het taxivervoer zorgt voor extra stress en onzekerheid, waardoor gedurende de week hier veel tijd en negatieve aandacht heen gaat. Ik denk niet dat beleidsmakers en uitvoerenden hier zich voldoende bewust van zijn.”

Voor haar kind voelt de keuze van de gemeente extra wrang. “Dat er nu van touringcars gebruik wordt gemaakt, is natuurlijk idioot. De kinderen worden niet voor niets overgeplaatst naar speciaal onderwijs; waar de klassen kleiner zijn, meer kennis is van de problematiek en meer structuur wordt geboden.” Volgens haar laat dit zien dat het vervoer steeds verder losstaat van de behoeften van de kinderen waarvoor het juist bedoeld is.

kindvriendelijk

Ook Lobke Vlaming, directeur van Ouders & Onderwijs, stelt dat het systeem tekortschiet. Zij ziet dat de verantwoordelijkheden tussen gemeenten en vervoersbedrijven zorgen voor problemen: “Deze peiling laat opnieuw zien dat het systeem niet goed werkt. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het vervoer, maar geven de uitvoering aan bedrijven. Die doen hun werk vaak niet op een kindvriendelijke manier. Ouders zijn boos en verdrietig als ze zien dat hun kind elke dag uren in een busje zit. Het is tijd dat de landelijke politiek iets doet.”

Foto: © Pitane Blue – leerlingenvervoer

De boodschap van ouders en belangenorganisaties is helder: zolang gemeenten en vervoerders het probleem niet zelf kunnen oplossen, moet de landelijke politiek ingrijpen. Alleen met landelijke regels en duidelijke kaders kan worden gegarandeerd dat alle kinderen veilig, menselijk en passend naar school kunnen reizen.

De roep om landelijke regels wordt steeds sterker. Ouders willen afspraken over maximale reistijden, vaste chauffeurs en voldoende kwaliteit van het vervoer. Een van hen is Jethro Geelen, die de petitie Onze kinderen zijn geen pakketje! Regel leerlingenvervoer landelijk en menselijk is gestart. Hij pleit voor meer aandacht voor de menselijke maat in plaats van een puur logistieke benadering. Ouders & Onderwijs ondersteunt dit initiatief en roept alle betrokkenen op om de petitie te tekenen.

overprikkeld

Voor veel gezinnen voelt het leerlingenvervoer inmiddels als een dagelijkse strijd die ten koste gaat van het welzijn van hun kinderen. Ouders zien dat hun kinderen vermoeid, overprikkeld of gestrest op school aankomen, wat hun leerprestaties en welzijn ernstig beïnvloedt. Zij willen dat er eindelijk werk wordt gemaakt van structurele hervormingen.

Ouders & Onderwijs nodigt daarnaast ouders uit om mee te praten over het onderwerp. In een speciale klankbordgroep kunnen zij ervaringen delen en oplossingen aandragen. Via het Landelijk Ouderpanel worden ouders regelmatig bevraagd over onderwijsthema’s. Met ruim 9.500 deelnemers klinkt de stem van ouders steeds luider, en volgens de organisatie is het van groot belang dat zoveel mogelijk ouders zich aansluiten.

Chauffeurstekort: zorgen om kinderen met autisme en down door overstap naar grote bus

In verschillende gemeenten in de regio Utrecht woedt al weken een felle discussie over het leerlingenvervoer voor kinderen in het speciaal onderwijs.

Vervoersbedrijf Willemsen de Koning heeft aangekondigd dat er na de zomervakantie geen kleinschalige taxibusjes meer worden ingezet, maar grote touringcars. Het besluit heeft geleid tot hevige onvrede onder ouders, die vrezen dat hun kinderen hierdoor extra stress en gezondheidsproblemen zullen ervaren.

In Stichtse Vecht, de Ronde Venen, IJsselstein en Nieuwegein wordt het leerlingenvervoer normaal gesproken uitgevoerd met taxibusjes waarin maximaal acht kinderen plaats kunnen nemen. Deze kleinschalige vorm van vervoer sluit aan bij de behoeften van kinderen met bijvoorbeeld autisme of het syndroom van Down, die snel overprikkeld raken en voor wie zelfstandig naar school reizen niet mogelijk is. De busjes halen de kinderen op bij hun woning en brengen hen na school ook weer thuis, waardoor er nauwelijks extra spanning ontstaat.

opstapplaatsen

Vanaf het nieuwe schooljaar wordt die vertrouwde aanpak vervangen door touringcars die plaats bieden aan zo’n dertig leerlingen. Deze grote bussen rijden niet meer langs de huizen, maar hebben vaste opstapplaatsen waar ouders hun kinderen naartoe moeten brengen. Volgens Willemsen de Koning is dit noodzakelijk door een tekort aan chauffeurs. Het besluit lijkt praktisch voor de vervoerder, maar ouders vrezen grote gevolgen voor hun kinderen.

Een moeder van een 16-jarig meisje met het syndroom van Down maakt zich ernstig zorgen over de gezondheid van haar dochter. Het meisje kampt met hartklachten, waardoor ze het snel koud krijgt en blauw kan aanlopen. De moeder vertelt dat extra prikkels haar dochter compleet kunnen laten terugtrekken: “Ze sluit zich dan af van de wereld.” Juist daarom is de overstap naar een drukke touringcar volgens haar onverantwoord.

autisme

Ook ouders van kinderen met autisme maken zich zorgen. Een vader legt uit dat zijn zoon niet kan praten en daardoor niet kan vertellen wat er onderweg gebeurt. “Hij kan niet praten, dus je kunt niet vragen wat er is,” zegt de man bezorgd. Hij vreest dat zijn zoon boos en onrustig thuiskomt, iets wat in het verleden vaker gebeurde wanneer de jongen werd blootgesteld aan te veel prikkels.

Foto: © Pitane Blue – Pouw vervoer

Willemsen de Koning benadrukt dat er in de touringcars maatregelen worden genomen om rust en structuur te bewaren. Zo krijgen de leerlingen vaste zitplaatsen en is er toezicht door begeleiders. Toch blijven veel ouders sceptisch. Voor hen is de combinatie van een grotere groep kinderen, langere reistijden en de drukte van een opstapplaats een extra risico voor hun kwetsbare kinderen.

De zorgen spelen niet alleen op emotioneel vlak, maar ook praktisch. Het wegvallen van het ophalen aan de deur betekent dat ouders hun kinderen naar de opstapplaats moeten brengen, iets dat niet voor alle gezinnen haalbaar is. Voor sommige ouders betekent dit een extra belasting, zeker als er nog andere kinderen naar school moeten worden gebracht of als zij werken.

niet nieuw

Het chauffeurstekort in de regio Utrecht is niet nieuw. Landelijk kampen vervoerders met problemen bij het vinden van voldoende personeel voor het leerlingenvervoer. Toch lijkt de keuze voor grote touringcars een oplossing die de pijn vooral bij ouders en kinderen neerlegt. Zij voelen zich niet gehoord en vrezen dat de belangen van kwetsbare leerlingen ondergeschikt worden gemaakt aan praktische problemen van de vervoerder.

De komende weken zal duidelijk worden hoe de plannen in de praktijk uitpakken. Ouders geven echter nu al aan dat zij hun zorgen niet zomaar naast zich neer zullen leggen. Voor hen staat het welzijn van hun kinderen op het spel, en zij hopen dat de gemeenten alsnog met een alternatief komen dat beter aansluit bij de behoeften van de kinderen.

Nieuwe aanpak: geen standaard taxi meer voor kinderen in Oude IJsselstreek

De gemeente Oude IJsselstreek heeft de afgelopen anderhalf jaar een flinke omslag gemaakt in de manier waarop zij het schoolvervoer organiseert.

Waar voorheen gesproken werd over ‘leerlingenvervoer’, wordt nu de term ‘vervoer naar school’ gebruikt. Die verandering lijkt op het eerste gezicht klein, maar staat volgens betrokkenen symbool voor een bredere beweging: het loslaten van standaardregelingen en het omarmen van maatwerk, waarbij gekeken wordt naar de mogelijkheden van het kind en het gezin. Het doet denken aan de aanpak die eerder al werd ingevoerd binnen de Wet maatschappelijke ondersteuning, waarbij eigen kracht en persoonlijke oplossingen centraal staan.

werkwijze

De nieuwe werkwijze in de gemeente richt zich nadrukkelijk op het verminderen van papierwerk en bureaucratie. In plaats daarvan komt de nadruk te liggen op persoonlijke gesprekken met ouders en kinderen. Het uitgangspunt is dat een oplossing niet standaard in de vorm van taxivervoer hoeft te komen. Alleen als het echt noodzakelijk is, wordt dat ingezet. Veel meer dan voorheen wordt gekeken naar wat een kind zelf kan, of welke alternatieven passend zijn voor het gezin.

Een belangrijk onderdeel van de vernieuwde aanpak is dat er vooraf meer inzicht wordt geboden in de reistijden. Dit geeft ouders een realistischer beeld van de dagelijkse praktijk en zorgt ervoor dat de gesprekken over vervoer concreter worden. Bovendien krijgen gezinnen zekerheid over de hele schoolperiode, iets waar veel ouders behoefte aan hebben. Tegelijkertijd is er ruimte ingebouwd voor bijsturing. Als een kind bijvoorbeeld in de loop der jaren zelfstandiger wordt en zelf kan leren reizen, kan het beleid daarop worden aangepast.

Foto: © Pitane Blue – leerlingenvervoer

Volgens wethouder Marco Bennink, die het proces vanaf het begin heeft gevolgd, is het niet alleen een praktische, maar ook een gevoelige verandering. “Schoolvervoer raakt gezinnen direct en dat maakt het onderwerp soms beladen,” zo stelt hij. Daarbij wijst hij erop dat sommige raadsleden ook persoonlijk betrokken zijn bij het thema, wat de discussies binnen de gemeenteraad extra lading kan geven. Toch ziet Bennink de omslag als een noodzakelijke stap om de dienstverlening toekomstbestendig te maken en beter aan te laten sluiten bij de behoeften van ouders en kinderen.

bijsturen

Het afgelopen anderhalf jaar stond in het teken van zorgvuldig uitwerken, testen en bijsturen van de nieuwe aanpak. Daarbij werden ervaringen van gezinnen, maar ook de signalen uit de raad, serieus meegenomen. De wethouder benadrukt dat er bewust is gekozen om niet in dikke rapporten te blijven hangen, maar om direct met mensen in gesprek te gaan en van daaruit verbeteringen door te voeren. Dat zorgde volgens betrokkenen voor meer vertrouwen en een groter gevoel van betrokkenheid bij de uiteindelijke uitkomst.

De gemeente geeft hiermee een duidelijk signaal af dat het niet gaat om een standaardvoorziening die voor iedereen hetzelfde wordt geregeld. Het gaat om maatwerk, om luisteren naar de specifieke situatie van elk gezin en om oplossingen die daadwerkelijk passen bij de mogelijkheden en wensen. Daarmee hoopt Oude IJsselstreek niet alleen de kwaliteit van het schoolvervoer te verbeteren, maar ook het draagvlak en de tevredenheid onder ouders en kinderen te vergroten.

Opvallend percentage: duizenden Nederlandse kinderen naar school in Vlaanderen

Basisonderwijs in Antwerpen populair bij nederlandse gezinnen.

Ruim dertigduizend Nederlandse kinderen trokken dagelijks naar een school in Vlaanderen. Uit de nieuwste cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) blijkt dat 17 duizend van hen onderwijs volgden op een Vlaamse basisschool en dat bijna 13 duizend leerlingen in het voortgezet onderwijs of middelbaar beroepsonderwijs (mbo) zaten. Het overgrote deel van deze kinderen woont eveneens in Vlaanderen, vaak in de nabijheid van de Belgische grens.

Vooral het Vlaamse basisonderwijs blijkt in trek onder Nederlandse gezinnen die in Vlaanderen zijn neergestreken. Het arrondissement Antwerpen voert de lijst aan met het grootste aantal Nederlandse basisschoolleerlingen: 4.530 in totaal. Ook in het voortgezet onderwijs en mbo is Antwerpen populair, met 2.690 ingeschreven leerlingen uit Nederland. De cijfers onderstrepen dat de aanwezigheid van Nederlandse kinderen in Vlaamse klassen inmiddels een structureel gegeven is.

Limburg

Wanneer gekeken wordt naar Nederlandse leerlingen die wel in Nederland wonen maar toch in Vlaanderen naar school gaan, valt op dat zij vooral kiezen voor het secundair onderwijs, de Vlaamse variant van het voortgezet onderwijs en mbo. Dit patroon is het duidelijkst zichtbaar in het arrondissement Maaseik, dat grenst aan de provincie Limburg. Daar volgen 1.360 Nederlandse kinderen een secundaire opleiding, terwijl slechts 270 in het basisonderwijs zitten. De nabijheid en vaak korte reistijd spelen hierin een doorslaggevende rol, aangezien veel Limburgse ouders hun kinderen bewust richting Vlaamse middelbare scholen sturen.

De beweging van leerlingen over de grens werkt overigens ook de andere kant op. In hetzelfde schooljaar 2023/’24 bezochten bijna 8 duizend Belgische en Duitse leerlingen een school in Nederland. Van hen kwamen er 2.260 uit België en 5.630 uit Duitsland. Opvallend genoeg wonen deze kinderen in de meeste gevallen ook daadwerkelijk in Nederland, vaak in gezinnen met een migratieachtergrond of in situaties waarin ouders uit het buurland zich aan de Nederlandse kant van de grens hebben gevestigd.

Foto: © Pitane Blue – De Lijn

Hoewel het gaat om een relatief klein aandeel van de totale leerlingpopulatie in Nederland – slechts 0,3 procent – zijn er duidelijke regionale uitzonderingen. In grensregio’s zoals Zeeuws-Vlaanderen springt het percentage Belgische leerlingen er bijvoorbeeld uit. Daar heeft 2,1 procent van de kinderen in het basisonderwijs en voortgezet onderwijs een Belgische achtergrond. In Zuid-Limburg ligt dit aandeel lager, maar ook daar steekt het boven het landelijke gemiddelde uit met 0,5 procent Duitse leerlingen.

onderwijssysteem

De cijfers laten zien dat de grens tussen Nederland en België in het dagelijks leven voor veel gezinnen nauwelijks een barrière vormt. Het onderwijssysteem aan de andere kant van de grens kan aantrekkelijk zijn om uiteenlopende redenen: de afstand van huis naar school, de onderwijscultuur, of simpelweg omdat het gezin daar woont terwijl de kinderen nog de Nederlandse nationaliteit hebben. Tegelijkertijd profiteren scholen in de grensstreek van deze diversiteit in hun klassen, al vergt het ook aanpassingsvermogen van zowel leerlingen als leraren.

Met de groeiende mobiliteit binnen de Europese Unie lijkt het erop dat dergelijke cijfers in de toekomst nog verder zullen stijgen. Zowel in Nederland als in Vlaanderen wordt nauwlettend bijgehouden hoe deze bewegingen zich ontwikkelen, omdat ze direct van invloed zijn op de onderwijsplanning, de capaciteit van scholen en de culturele uitwisseling in de grensregio’s.

Bestuurster Connexxion claimt parkeerplek bij bewoners: bus moet hier staan

In woonwijken door heel Nederland wordt tijdens de zomervakantie een groeiende bron van ergernis zichtbaar: busjes, bussen en bestelwagens van vervoerders en bouwbedrijven die wekenlang blijven staan, midden in de wijk, pal voor woonhuizen.

Parkeren in een drukke woonwijk is voor veel bewoners al een dagelijkse uitdaging. Laat staan als je dat moet doen tussen de bestelwagens, werkbusjes en busjes voor schoolvervoer die zich tijdens vakanties massaal in de wijk verzamelen. Van schoolbusjes tot werkbusjes — bewoners zien hun uitzicht verdwijnen, hun parkeerplek ingenomen worden en hun woonomgeving in rap tempo veranderen in een bedrijventerrein. En terwijl de overlast groeit, blijven gemeenten machteloos toekijken.

woonwijk

Een steeds terugkerend patroon komt boven: zodra de schoolvakantie of bouwvak begint, verdwijnen de chauffeurs en bouwvakkers, maar blijven hun voertuigen staan. Busjes van het leerlingenvervoer worden bij gebrek aan centrale stallingslocaties door bedrijven bij chauffeurs ‘geparkeerd’. Die nemen de voertuigen noodgedwongen mee naar hun eigen woonwijk. Niet zelden krijgen ze die opdracht van de werkgever, simpelweg omdat het bedrijf geen terrein beschikbaar heeft. De publieke ruimte wordt zo, zonder overleg of vergunning, gebruikt als gratis opslagplaats.

In Eindhoven bereikte de overlast onlangs een nieuw dieptepunt. Een vrouw, bestuurster van busje voor leerlingenvervoer, belde aan bij bewoners met de mededeling dat ze haar bus voor hun deur moest parkeren. Volgens de bewoners was haar verklaring kort en krachtig: “Bij mij thuis is geen plek, dus ik zet ‘m hier neer.” Er werd geen toestemming gevraagd. Integendeel, de toon werd als dwingend en onbeschoft ervaren. “Ze claimde de plek alsof het vanzelfsprekend was,” aldus een van de bewoners. “Alsof wij daar niets over te zeggen hebben. Terwijl het gaat om de plek pal voor onze woonkamer. Je kijkt ineens uit op een wand van reclamebestickering.”

Foto: © Pitane Blue – Connexxion

Kort daarop deed zich opnieuw een incident voor met dezelfde bestuurster. Ze trof een automobilist aan die geparkeerd stond op de plek waar zij normaliter haar busje stalt. Via het open raam van zijn auto vroeg ze de man: “Ga je daar lang staan? Mijn bus moet daar staan.” De verbaasde bestuurder had slechts even stilgestaan om iemand te laten instappen. De impliciete boodschap: die plek is van mij — en wie daar staat, zit fout.

dagenlang

Vergelijkbare taferelen voltrekken zich in Tilburg, waar bewoners van meerdere straten melden dat ze hun eigen straat nauwelijks meer in kunnen. Bestelbussen staan dagenlang geparkeerd, terwijl bewoners hun auto’s straten verderop moeten parkeren. Op forums en lokale platforms wordt volop geklaagd over het gebrek aan actie. “Ze zetten de bussen door heel Tilburg,” schrijft een bewoner. “Bij mij in de straat wonen ze en ze zetten de bussen altijd ergens neer waar geen vergunning is.”

De frustratie in de wijken is des te schrijnender omdat de regelgeving duidelijk is. Volgens de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) is het in veel gemeenten verboden een voertuig dat, inclusief lading, langer is dan zes meter of hoger dan 2,4 meter, te parkeren bij een gebouw dat voor bewoning of dagelijks gebruik dient, wanneer dit het uitzicht van bewoners belemmert of hinder veroorzaakt. Maar in de praktijk gebeurt dit dagelijks, met instemming of op zijn minst met medeweten van de gemeente.

Een inwoner van Utrecht laat weten: “We melden het keer op keer. Maar de gemeente zegt dat ze per situatie beoordelen of iets hinderlijk is. Ondertussen staan die bussen hier gewoon wekenlang geparkeerd. Er gebeurt niks.” Ook in Breda uiten bewoners hun frustraties. “Elke ochtend kijken we tegen een bouwbus aan. De zon in de ochtend is verdwenen, kinderen kunnen niet veilig spelen, en de stoep is onbegaanbaar. Wat moeten we nog meer doen om gehoord te worden?”

wetgeving

Voertuigen die langer zijn dan 6 meter, hoger zijn dan 2,40 meter, of een oplegger/aanhangwagen betreffen, mogen binnen de bebouwde kom niet zomaar geparkeerd worden tussen 18:00 en 8:00 uur, tenzij op een daarvoor aangewezen plek. Maar hier wringt de schoen. De busjes die door vervoersbedrijven voor leerlingenvervoer of door kleinere aannemers worden gebruikt, zijn doorgaans net korter dan zes meter en lager dan 2,4 meter. Daardoor vallen ze formeel niet onder het verbod dat bedoeld is om juist deze overlast te voorkomen. En dus kunnen deze voertuigen — ook als ze structureel het uitzicht blokkeren of parkeerplekken innemen — juridisch ongestoord blijven staan. Niet voor een paar uur, maar soms weken achter elkaar.

Het probleem ligt dus niet alleen bij het ontbreken van handhaving. Dieper ligt het structurele tekort aan stallingsruimte bij vervoers- en bouwbedrijven. Bedrijven bezuinigen op terreinhuur en rekenen erop dat chauffeurs hun voertuigen wel meenemen. Dat deze keuze de verantwoordelijkheid én de overlast bij de wijkbewoners neerlegt, lijkt voor veel ondernemers van ondergeschikt belang.

vergunning

Het is een kwalijke ontwikkeling. De openbare ruimte is bedoeld voor bewoners, niet als verlengstuk van het wagenpark van bedrijven. Bedrijven zouden bij het aanvragen van opdrachten of vergunningen verplicht moeten aantonen dat zij beschikken over voldoende stallingscapaciteit. Geen plek? Dan ook geen vergunning.

Toch blijft gemeentelijke actie uit. Gemeenten geven aan dat de beoordeling subjectief is en dat zij handhaven op basis van meldingen en capaciteit. Ondertussen blijft het voor bewoners dweilen met de kraan open. Klachten worden niet of nauwelijks opgevolgd, en elke vakantieperiode herhaalt het patroon zich.

parkeerbeleid

De situatie raakt aan meer dan alleen parkeerbeleid. Het tast het woongenot aan, beïnvloedt de verkeersveiligheid en ondermijnt het vertrouwen in gemeentelijke besluitvorming. In veel wijken groeit het gevoel dat bedrijven mogen doen wat ze willen, zonder dat bewoners enige bescherming genieten.

Zolang er geen duidelijke landelijke richtlijnen komen of gemeenten geen striktere eisen stellen bij aanbestedingen en vergunningverlening, blijven woonwijken ongewild het toneel van wildparkerende busjes, tot grote frustratie van hen die er wonen.

Pijnlijk en misplaatst: Fred Teeven noemt eisen te hoog, LBVSO woest

De woede bij ouders en leerlingen uit het voortgezet speciaal onderwijs is groot.

Aanleiding zijn uitspraken van Fred Teeven, voorzitter van branchevereniging Koninklijk Nederlands Vervoer (KNV), die zich op kwalitatief platform voor ambtenaren en bestuurders Binnenlands Bestuur uitliet over de in zijn ogen “te hoge eisen” die gemeenten stellen aan het leerlingenvervoer. Teeven suggereerde dat elektrische fietsen en openbaar vervoer prima alternatieven zijn voor het taxivervoer waar duizenden kwetsbare jongeren dagelijks op zijn aangewezen.

De belangenorganisatie LBVSO, die opkomt voor leerlingen in het voortgezet speciaal onderwijs, reageerde fel via sociale media. “Sorry dat we bestaan, meneer Teeven. Sorry dat we leerlingenvervoer nodig hebben. Sorry dat wij niet in uw efficiency- en lobbyclubmodel passen,” schrijven zij in een vlammende verklaring. Volgens de organisatie bewijzen meer dan 1.500 meldingen dit schooljaar alleen al dat het huidige systeem structureel tekortschiet. Leerlingen worden te laat opgehaald, instappunten zijn onveilig en aanvragen voor vervoer worden regelmatig afgewezen.

schrijnende situaties

In diezelfde verklaring laat LBVSO weten dat hun achterban vaak schrijnende situaties rapporteert. Leerlingen die door hun beperking niet zelfstandig kunnen reizen, missen tientallen uren onderwijs per jaar omdat het vervoer niet op orde is. “Mijn kind heeft ruim 100 lesuren gemist door te late bussen,” luidt een van de citaten. “Ze vonden mijn beperking niet ernstig genoeg,” zegt een andere leerling. LBVSO stelt dat het systeem doelbewust wordt uitgekleed en noemt het “besparen over de rug van kwetsbare kinderen.”

De uitspraken van Teeven zijn volgens LBVSO pijnlijk en misplaatst. Hij verklaarde dat de eisen van gemeenten – zoals vaste chauffeurs of gespecialiseerde begeleiding – te kostbaar en inefficiënt zouden zijn. “Zelden zagen we het masker zo snel vallen,” reageert LBVSO. De suggestie dat leerlingen zelf maar met de bus of fiets moeten, is volgens hen niet alleen onrealistisch, maar ook gevaarlijk.

Foto: © Pitane Blue – leerlingenvervoer

De kritiek staat niet op zichzelf. Al in september 2023 was eer sprake dat veel leerlingen in het speciaal onderwijs dagelijks vervoer misten. Sommige kinderen werden zelfs dagenlang niet opgehaald. Gemiddeld ging het om honderden gemiste lesuren per leerling per jaar. Ouders trokken steeds vaker aan de bel over falend vervoer, soms met inzet van touringcars als noodoplossing.

beleidsvorming

Wat LBVSO het meest steekt, is dat zij als vertegenwoordigers van de grootste doelgroep binnen het leerlingenvervoer niet zijn betrokken bij de beleidsvorming. “U heeft ons, de eindgebruikers, niet eens gesproken!” luidt hun aanklacht aan het adres van Teeven. Die zou vooral geluisterd hebben naar lobbyclubs en vervoerders, niet naar de kinderen en ouders die dagelijks afhankelijk zijn van het systeem.

Op de zogeheten ‘Leerlingenvervoerdag’, georganiseerd door vervoerders en lobbyisten, was LBVSO zelfs niet welkom. “Uw boodschap is luid en duidelijk: wij zijn nog minder dan een postpakket,” stellen ze in hun reactie. Ze eisen dat het beleid niet langer draait om marges en marktaandeel, maar om de behoeften van kinderen.

Ministeriële bemoeienis blijft tot nu toe uit, maar de roep om structurele verandering groeit. LBVSO wil niet langer als kostenpost worden gezien, maar als wat ze zijn: leerlingen die recht hebben op veilig, waardig en passend onderwijs. “Wij laten ons niet uitroken. Wij bestaan. En we gaan nergens heen,” luidt het slot van hun verklaring.

Nieuwe vervoersregeling in Drechtsteden: DVG en partners nemen taak over

De komende jaren zal het doelgroepenvervoer in de Drechtsteden in handen zijn van De Vier Gewesten (DVG) Personenvervoer.

Vanaf 1 augustus 2025 verzorgt DVG, samen met de vervoerspartners HaarsGroep en Taxistam, het leerlingenvervoer, jeugdhulpvervoer en WMO-vervoer in de regio. De opdracht, verstrekt door verschillende gemeenten en instanties, loopt tot 31 juli 2029.

DVG zal het leerlingenvervoer organiseren voor de gemeenten Alblasserdam, Dordrecht, Hendrik-Ido-Ambacht, Papendrecht, Sliedrecht en Zwijndrecht. Dit vervoer is essentieel voor scholieren die vanwege een beperking of andere omstandigheden niet zelfstandig naar school kunnen reizen. Daarnaast wordt het jeugdhulpvervoer gecoördineerd door de Serviceorganisatie Jeugd, die verantwoordelijk is voor de samenwerking tussen tien gemeenten in Zuid-Holland Zuid. Dit vervoer richt zich specifiek op kinderen en jongeren die voor behandelingen, dagbesteding of andere vormen van jeugdhulp afhankelijk zijn van speciaal vervoer. Het WMO-vervoer, dat bedoeld is voor inwoners met een mobiliteitsbeperking, wordt in opdracht van Stroomlijn door DVG uitgevoerd.

soepel verloop

Om de overgang naar de nieuwe vervoersregeling soepel te laten verlopen, vond vorige week een kick-offbijeenkomst plaats bij Stroomlijn. Tijdens deze bijeenkomst zijn de eerste stappen gezet om de implementatie zorgvuldig voor te bereiden. Alle betrokken partijen werken samen om ervoor te zorgen dat het vervoer vanaf augustus 2025 probleemloos verloopt. Daarbij ligt de nadruk op de kwaliteit van het vervoer en de beschikbaarheid van voldoende gekwalificeerde chauffeurs. Dit is een belangrijk aandachtspunt, aangezien in de sector al langer sprake is van een tekort aan chauffeurs.

Foto: © Pitane Blue – leerlingenvervoer

Ouders van kinderen die met taxibusjes naar het speciaal onderwijs worden gebracht, kunnen opgelucht ademhalen. Na de financiële problemen bij vervoerder RMC, die vorig jaar aangaf tonnen verlies te lijden op het doelgroepenvervoer in de Drechtsteden, is er nu een opvolger gevonden.

DVG Personenvervoer laat in een verklaring weten tevreden te zijn met de gunning van de opdracht. “Wij zijn zeer tevreden met de gunning en kijken ernaar uit om samen met onze partners hoogwaardig en betrouwbaar vervoer te leveren voor de inwoners van de Drechtsteden,” aldus een woordvoerder van DVG.

De vervoerder benadrukt dat toegankelijkheid en veiligheid belangrijke speerpunten blijven in de dienstverlening. Voor veel mensen in de regio is doelgroepenvervoer een onmisbare voorziening om deel te kunnen nemen aan de samenleving. Door samen te werken met ervaren vervoerders als HaarsGroep en Taxistam, wil DVG garanderen dat passagiers kunnen rekenen op betrouwbare en kwalitatief hoogwaardige vervoersdiensten.

Met deze nieuwe overeenkomst zet DVG een volgende stap in de verdere ontwikkeling van doelgroepenvervoer in de regio. De komende maanden zullen in het teken staan van verdere voorbereiding en afstemming met gemeenten, instellingen en reizigers. Uiteindelijk is het doel om vanaf augustus 2025 een soepele en goed georganiseerde vervoersdienst te bieden aan de inwoners die hier dagelijks van afhankelijk zijn.

Rotterdam: ouders kunnen vergoeding blijven krijgen voor zelf regelen leerlingenvervoer

Ouders in Rotterdam die hun kind met recht op aangepast vervoer zelf naar school brengen en ophalen, blijven een kilometervergoeding van €0,38 ontvangen.

De gemeente heeft besloten deze regeling, die sinds 2022 bestaat, te handhaven als alternatief voor het omstreden leerlingenvervoer via Trevvel, zo meldt Dagblad010.

De vergoeding werd eind 2022 verhoogd om ouders te stimuleren hun kind zelf te vervoeren in plaats van gebruik te maken van taxivervoer. Financieel gezien is deze regeling voordeliger voor de gemeente, omdat de kosten per leerling lager uitvallen dan bij het inhuren van Trevvel.

Zorgwethouder Ronald Buijt spreekt van positieve ervaringen met deze kilometervergoeding. Hij heeft echter geen inzicht in de vraag of steeds meer ouders overstappen op deze regeling sinds de vele klachten over Trevvel zich opstapelden. Al jarenlang ligt Trevvel onder vuur vanwege problemen met stiptheid, communicatie en incidenten waarbij kwetsbare leerlingen niet op tijd of zelfs helemaal niet werden opgehaald.

De gemeenteraad klaagt al sinds de vorige coalitieperiode (2018-2022) over de gebrekkige prestaties van Trevvel. Desondanks blijft het vervoersbedrijf voorlopig actief in Rotterdam. De gemeente heeft een overbruggingsovereenkomst gesloten die de continuïteit van het leerlingenvervoer waarborgt tot maximaal de zomer van 2026. Dit betekent dat de nieuwe vervoersovereenkomst, die uit een lopende aanbestedingsprocedure voortkomt, pas op 21 juli 2026 ingaat.

Wethouder Ronald Buijt (Leefbaar Rotterdam)

Politieke partijen zoals Leefbaar Rotterdam en de Jongere Ouderen Unie hadden liever gezien dat Trevvel eerder zou worden vervangen. De wens om het contract versneld te beëindigen strandde echter op de complexiteit en de risico’s die zo’n stap met zich meebrengt. Het voortijdig ontbinden van het contract zou juridische en praktische complicaties kunnen veroorzaken, waardoor de continuïteit van het leerlingenvervoer in gevaar zou komen.

Ouders die voor de kilometervergoeding kiezen, blijven zo de mogelijkheid behouden om hun kind zelf te vervoeren en tegelijkertijd financieel gecompenseerd te worden. Hoeveel ouders hier daadwerkelijk gebruik van maken en of deze regeling in de toekomst verder wordt uitgebreid, blijft voorlopig onduidelijk.

Rotterdam verlengt contract met Trevvel: aanbesteding vervoer vertraagd

Het Rotterdamse stadsbestuur heeft besloten het contract met vervoersbedrijf Trevvel met een jaar te verlengen.

Oorspronkelijk zou de overeenkomst deze zomer aflopen, maar juridische complicaties hebben de gemeente gedwongen om de samenwerking tijdelijk voort te zetten, aldus het Algemeen Dagblad. De verlenging is een direct gevolg van een kort geding dat Trevvel eind vorig jaar aanspande tegen de gemeente, waardoor de aanbestedingsprocedure flinke vertraging opliep.

Wethouder Ronald Buijt benadrukt dat de keuze voor Trevvel als tijdelijke oplossing is gemaakt om de impact op gebruikers zo klein mogelijk te houden. “Een wisseling van vervoerder zou een aanzienlijke impact op gebruikers kunnen hebben”, schrijft Buijt in een verklaring. Het gaat hierbij om kwetsbare groepen, zoals ouderen en kinderen met een beperking, die voor hun mobiliteit afhankelijk zijn van aangepast vervoer. De gemeente wil voorkomen dat deze groep midden in het jaar plotseling te maken krijgt met een nieuwe vervoerder, met alle logistieke uitdagingen en mogelijke problemen van dien.

onvrede

De kwestie begon in november vorig jaar, toen Trevvel besloot naar de rechter te stappen vanwege onvrede over de aanbestedingsvoorwaarden. Volgens het vervoersbedrijf lag de nadruk in de nieuwe aanbesteding te veel op kostenbesparing in plaats van kwaliteit. Trevvel stelde dat de gemeente primair op de laagste prijs aanstuurde, wat volgens het bedrijf neerkwam op een bezuiniging van miljoenen euro’s op het vervoer van kwetsbare Rotterdammers. Ook andere vervoerders en het Aanbestedingsinstituut Mobiliteit uitten kritiek op de procedure en wezen op mogelijke gebreken in de aanbesteding.

Uiteindelijk leidde de rechtszaak tot aanpassingen in de aanbestedingsvoorwaarden door de gemeente. Trevvel trok daarop het kort geding in, maar de vertraging was inmiddels zo groot dat het niet meer mogelijk was om deze zomer al een nieuwe vervoerder aan te wijzen. De verlenging van het contract met Trevvel is dan ook een overbruggingsmaatregel, met als doel om de overgang naar een nieuwe vervoerder zo soepel mogelijk te laten verlopen.

Foto: © Pitane Blue – Trevvel Rotterdam

Hoewel Trevvel dus nog een jaar langer doorgaat, is niet zeker dat het bedrijf ook na die periode verantwoordelijk blijft voor het vervoer in Rotterdam. De aangepaste aanbestedingsprocedure loopt nog en het is mogelijk dat er uiteindelijk een andere partij wordt gekozen. 

gemengde gevoelens

Voor veel gebruikers van Trevvel zal het nieuws gemengde gevoelens oproepen. De vervoerder ligt al langere tijd onder vuur vanwege klachten over lange wachttijden en ritten die niet volgens planning verlopen. Tegelijkertijd heerst er onzekerheid over een eventuele nieuwe vervoerder, wat kan leiden tot zorgen onder passagiers en hun families.

De komende maanden zal de gemeente zich buigen over de verdere invulling van het nieuwe contract. Of Trevvel na 2025 definitief uit beeld verdwijnt, is nog onduidelijk. Wat wel vaststaat, is dat de discussie over de balans tussen kosten en kwaliteit voorlopig nog niet voorbij is.

College Rotterdam terechtgewezen: leerling had recht op taxivervoer

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 15 januari 2025 een belangrijke uitspraak gedaan in een geschil over aangepast leerlingenvervoer in Rotterdam.

De zaak betrof een moeder die bij het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam een aanvraag had ingediend voor aangepast vervoer voor haar zoon naar speciaal basisonderwijs, maar deze aanvraag werd aanvankelijk afgewezen. De Raad van State heeft de eerdere uitspraak van de rechtbank bevestigd, wat betekent dat het college onterecht heeft gehandeld bij het afwijzen van de aanvraag.

De kern van de zaak draaide om de vraag of de zoon van de moeder recht had op aangepast vervoer, zoals taxivervoer, omdat hij door een verstandelijke en lichamelijke handicap niet zelfstandig of met begeleiding gebruik kon maken van openbaar vervoer. De afstand tussen de woning van het gezin en de school bedraagt 5,17 kilometer, en de moeder stelde dat deze reis niet haalbaar was zonder aangepast vervoer.

aanvraag en afwijzing

Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam wees de aanvraag in september 2021 af, evenals het bezwaar dat de moeder daarna indiende. Volgens het college was er geen sprake van een situatie waarin de leerling, op basis van artikel 12 van de Verordening leerlingenvervoer Rotterdam 2015, recht zou hebben op aangepast vervoer. Het college vond dat de leerling wel onder begeleiding met het openbaar vervoer naar school kon reizen, ondanks de medische en psychologische problemen die door de moeder en deskundigen werden aangevoerd.

De moeder ging tegen deze beslissing in beroep bij de rechtbank Rotterdam. In april 2023 oordeelde de rechtbank dat het college niet correct had gehandeld en dat de aanvraag voor aangepast vervoer ten onrechte was afgewezen. De rechtbank baseerde zich op verschillende medische verklaringen, waaronder een rapport van een orthopedagoog en een psycholoog, waaruit bleek dat de zoon door een autismespectrumstoornis, een licht verstandelijke beperking en posttraumatische stressstoornis niet in staat was om zelfstandig of met begeleiding van het openbaar vervoer gebruik te maken. De rechtbank gaf het college de opdracht om een nieuw besluit te nemen en daarbij de uitspraak mee te nemen.

Foto: © Pitane Blue – Raad van State

Het college bleef echter volhouden dat niet aan alle voorwaarden van de verordening was voldaan en ging in hoger beroep bij de Raad van State.

De Raad van State oordeelde dat het college opnieuw in de fout was gegaan en dat het besluit om aangepast vervoer te weigeren onterecht was. De hoogste bestuursrechter baseerde zich op een medisch advies uit augustus 2023, waarin expliciet werd geconcludeerd dat de zoon vanwege zijn beperkingen zelfs onder begeleiding niet in staat was om gebruik te maken van het openbaar vervoer. Ook werd vastgesteld dat de problematiek van de zoon al tijdens het schooljaar 2021-2022 aanwezig was en dat er sprake was van structurele reisbeperkingen. Het argument van het college dat de beperkingen pas later relevant zouden zijn geworden, werd door de Raad van State verworpen.

De Raad van State ging verder dan de rechtbank door te bepalen dat de moeder recht had op een vergoeding van €1.540 voor de reiskosten in het schooljaar 2021-2022. Deze vergoeding is gebaseerd op de werkelijke benzinekosten die de moeder maakte, aangezien het college destijds geen aangepast vervoer had toegekend. Het eerdere bedrag van €580, dat het college had toegekend op basis van de kosten van openbaar vervoer, werd als onvoldoende beschouwd.

bredere impact

Deze uitspraak heeft niet alleen gevolgen voor de betrokken familie, maar biedt ook een precedent voor andere ouders die met vergelijkbare situaties kampen. De Raad van State benadrukte dat bij de beoordeling van aanvragen voor aangepast vervoer medische en sociale omstandigheden van de leerling zwaar moeten meewegen. Het college van Rotterdam is verplicht om bij toekomstige aanvragen zorgvuldiger te toetsen en medische adviezen serieuzer mee te nemen in de besluitvorming.

De uitspraak onderstreept daarnaast het belang van duidelijke communicatie en adequate ondersteuning van ouders in complexe procedures rondom leerlingenvervoer. Het college werd ook veroordeeld tot het betalen van de proceskosten van de moeder, die werden vastgesteld op €1.312,50.

Leerlingenvervoer: kleine vervoerders verdwijnen door complexe aanbestedingen

Het leerlingenvervoer in Nederland kampt met grote problemen die directe gevolgen hebben voor kinderen die afhankelijk zijn van deze essentiële dienst.

Fred Teeven, voorzitter van Koninklijk Nederlands Vervoer (KNV), luidt de noodklok in de ochtenduitzending van WNL en wijst op twee kernproblemen: een schrijnend personeelstekort en de ingewikkelde aanbestedingsregels die de sector verstikken.

Volgens Teeven is het tekort aan gekwalificeerd personeel een van de grootste obstakels voor een goed functionerend leerlingenvervoer. “Met meer personeel kunnen vervoerders flexibeler inspelen op de specifieke behoeften van leerlingen, zoals kinderen met een beperking of andere speciale vereisten. Dat lukt nu vaak niet,” stelt hij. Het tekort heeft bovendien een domino-effect: routes worden langer, wachttijden nemen toe en chauffeurs staan onder enorme druk, wat de kwaliteit van het vervoer niet ten goede komt.

Het andere grote probleem is volgens Teeven het complexe aanbestedingssysteem. Europese aanbestedingsregels dwingen gemeenten om vervoersopdrachten openbaar aan te besteden, wat vaak ten koste gaat van lokale vervoerders die al jarenlang vertrouwd zijn met de omgeving en de specifieke behoeften van de leerlingen. “Kleine, betrouwbare vervoerders worden vervangen door grotere bedrijven die minder binding hebben met de gemeenschap. Dit leidt niet alleen tot onzekerheid voor ouders en kinderen, maar kan ook de continuïteit en kwaliteit van het vervoer in gevaar brengen,” aldus Teeven.

chaos in leerlingenvervoer

De problemen in het leerlingenvervoer hebben zowel ouders, scholen als vervoerders op scherp gezet. De KNV voorzitter ziet mogelijkheden voor de staatssecretaris om in te grijpen en het tij te keren, ondanks de beperkingen die de Europese aanbestedingsregels met zich meebrengen. Met gerichte acties kan volgens Teeven niet alleen de kwaliteit van het vervoer verbeteren, maar ook het personeelstekort worden aangepakt.

Een van de belangrijkste stappen die de staatssecretaris kan nemen, is het aanpassen van de aanbestedingspraktijken. Teeven benadrukt dat gemeenten vaak te veel gericht zijn op de laagste prijs, wat leidt tot een “race to the bottom”. “Het gaat niet alleen om wat goedkoop is, maar om wat werkt,” stelt hij. Volgens hem zouden gemeenten moeten worden aangemoedigd om eerlijke prijzen te betalen aan vervoerders. Dit zou hen niet alleen de middelen geven om betere service te leveren, maar ook om voldoende personeel aan te trekken en te behouden.

Foto: © KNV – Fred Teeven bij WNL

Het televisieprogramma Zembla bracht deze week een onthullende uitzending over de groeiende problemen in het leerlingenvervoer. Aan de hand van persoonlijke verhalen en deskundige analyses werd pijnlijk duidelijk hoe ernstig de situatie is. Fred Teeven, voorzitter van Koninklijk Nederlands Vervoer (KNV), leverde scherpe kritiek op het huidige systeem en wees op de diepgaande gevolgen voor kwetsbare kinderen.

Een andere suggestie van Teeven is om het beroep van chauffeur aantrekkelijker te maken. Hij stelt voor om het leerlingenvervoer te combineren met andere vormen van zorgvervoer, zoals het vervoer dat wordt geregeld onder de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). “Door de werkzaamheden te combineren, kunnen chauffeurs een stabieler inkomen krijgen en wordt het vak aantrekkelijker,” legt Teeven uit. Dit zou niet alleen helpen om nieuwe mensen te werven, maar ook om de flexibiliteit binnen de sector te vergroten.

Het personeelstekort is een van de grootste knelpunten binnen het leerlingenvervoer en heeft verregaande gevolgen voor de kinderen en hun ouders. Lange wachttijden, onregelmatige ophaaltijden en stressvolle situaties voor kwetsbare leerlingen worden hierdoor steeds vaker de norm. Door chauffeurs betere arbeidsvoorwaarden en meer variatie in hun werk te bieden, kan een structurele verbetering worden bereikt.

Zembla

Een terugkerend thema in de Zembla uitzending was de benadering van kinderen die louter als “pakketjes” die van A naar B gebracht moeten worden. Deze vergelijking, vaak door meerdere ouders en betrokkenen gebruikt, onderstreepte hoe gevoelloos het systeem soms opereert. “Kinderen moeten met zorg en aandacht worden vervoerd, niet als pakketjes in een busje worden gepropt,” benadrukte Teeven. Vooral voor kinderen met speciale behoeften, zoals een handicap of autisme, is een persoonlijke en gestructureerde aanpak essentieel.

Een van de meest opvallende voorbeelden die in de uitzending aan bod kwam was de zogenaamde “touringcar” in de provincie Utrecht, een noodoplossing die werd ingezet na een mislukte aanbesteding. Deze tijdelijke maatregel werd in de uitzending beschreven als een symbool voor hoe het misgaat in het leerlingenvervoer.

warme overdracht

Een ander belangrijk punt dat Teeven naar voren brengt, is de zogenoemde “warme overdracht” van kinderen. Dit houdt in dat er meer aandacht moet zijn voor de begeleiding van kinderen vanaf het moment dat ze worden opgehaald tot het moment dat ze veilig op school arriveren. “Het gaat erom dat kinderen niet alleen veilig vervoerd worden, maar ook op een rustige en prettige manier de schooldag beginnen,” legt hij uit.

Teeven legt uit dat sommige kinderen alleen op de voorbank kunnen zitten of geen andere kinderen naast zich kunnen hebben. Dit benadrukt de noodzaak voor voldoende personeel, zodat vervoerders flexibeler kunnen inspelen op de specifieke behoeften van de kinderen. Als je voldoende personeel hebt, dan ben je als vervoerder flexibeler. 

“En als laatste, ik denk dat ook een warme overdracht van kinderen belangrijk is”, besluit Fred Teeven. “Dat betekent als een vervoerder bij een school aankomt met vijf kinderen in een busje en hij moet tien minuten door een school lopen om te zorgen dat het kind kan worden begeleid en naar de klas gaat, dan zitten er vier andere kinderen in zo’n busje.”

Onderzoek onthult: speciaal onderwijs zwaar getroffen door problemen in taxivervoer

Het leerlingenvervoer in het gespecialiseerd onderwijs wordt steeds vaker onder de loep genomen, nu een nieuwe flitspeiling van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) laat zien dat veel problemen blijven bestaan.

Uit de resultaten blijkt dat taxi’s en busjes die dagelijks leerlingen vervoeren naar scholen voor speciaal onderwijs, vaak te laat arriveren en terugreizen. Daarnaast worden regelmatig klachten geuit over de kwaliteit van de dienstverlening en de impact hiervan op het welzijn en de prestaties van de leerlingen.

Het onderzoek, uitgevoerd door onderzoeksbureau Oberon in juni 2024, beoogt inzicht te geven in de ervaringen van scholen met het taxivervoer en de gevolgen hiervan voor de leerlingen. De enquête was gericht op 877 scholen binnen het gespecialiseerd onderwijs (GO), waarvan 263 scholen (30 procent) reageerden. Het onderzoek is uitgevoerd in samenwerking met scholen voor speciaal basisonderwijs (SBO), speciaal onderwijs (SO) en voortgezet speciaal onderwijs (VSO).

afhankelijk

Uit de peiling blijkt dat meer dan de helft van de leerlingen in het gespecialiseerd onderwijs afhankelijk is van taxivervoer om naar school te komen. Hoewel dit vervoer essentieel is voor deze leerlingen, geeft 32 procent van de scholen aan ontevreden te zijn over de service. Ruim een kwart van de vestigingen ervaart structurele vertragingen, waardoor leerlingen vaak te laat op school verschijnen. Dit probleem treft met name de regio Midden, waar scholen hogere percentages te laat arriverende leerlingen rapporteren in vergelijking met andere regio’s.

De problemen met het taxivervoer hebben ook hun weerslag op de schoolprestaties van leerlingen. Gemiddeld meldt 12 procent van de scholen dat leerlingen door het gemiste lestijd vanwege vertragingen een negatieve invloed ondervinden op hun prestaties. De grootste groep scholen, ongeveer 40 procent, gaf aan geen nadelige invloed op de schoolprestaties te ervaren, maar een aanzienlijke minderheid meldt wel problemen. Vooral in het speciaal basisonderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs worden negatieve gevolgen voor de schoolresultaten opgemerkt, wat suggereert dat bepaalde onderwijstypen extra kwetsbaar zijn voor de nadelen van vertraagd leerlingenvervoer.

prestaties

Daarnaast heeft het vervoer niet alleen invloed op de schoolprestaties, maar ook op de lesparticipatie van de leerlingen. Een kwart van de scholen meldt dat leerlingen door vermoeidheid of overprikkeling regelmatig niet optimaal aan de lessen kunnen deelnemen. Dit fenomeen is in het speciaal onderwijs, zoals het VSO, prominenter aanwezig, waar de intensieve zorgbehoefte van de leerlingen vaak botst met de lange reistijden en soms chaotische omstandigheden tijdens het vervoer. In sommige gevallen leidt het zelfs tot uitval, waarbij 10 procent van de scholen aangeeft dat het vervoer een factor is geweest die heeft bijgedragen aan het schooluitval.

Een andere zorg die uit de enquête naar voren komt, is het veelvuldig te laat ophalen van leerlingen na schooltijd. Gemiddeld meldt 15 procent van de scholen dat leerlingen per week te laat worden opgehaald. Deze vertragingen zorgen voor onrust bij zowel leerlingen als ouders en benadrukken de gebrekkige communicatie en organisatie bij sommige vervoersbedrijven. De ontevredenheid over het vervoer is voornamelijk te herleiden tot meerdere knelpunten, zoals wisselende chauffeurs en weinig kennis en ervaring van de chauffeurs met de doelgroep, volgens 32 procent van de respondenten.

knelpunten

Naast de concrete cijfers brachten de open toelichtingen van scholen nog andere knelpunten aan het licht. Zo klaagt bijna de helft van de scholen over het feit dat leerlingen structureel te laat worden gebracht en opgehaald, soms zonder begeleiding. Ook melden veel scholen dat leerlingen in gemengde groepen worden vervoerd, wat kan leiden tot onrust en spanning tussen de leerlingen. Verder wordt in 16 procent van de gevallen aangegeven dat wisselingen in chauffeurs onrust veroorzaken onder de leerlingen. Daarnaast bleek uit de toelichtingen dat leerlingen soms lange ritten maken, wat bijdraagt aan vermoeidheid en overprikkeling.

De peiling toont duidelijk aan dat er nog veel verbeterpunten zijn in het leerlingenvervoer binnen het gespecialiseerd onderwijs. Het ministerie van OCW en betrokken instanties zullen naar verwachting dit rapport nader bestuderen en overwegen welke stappen nodig zijn om het leerlingenvervoer te optimaliseren. Voor nu benadrukt dit rapport de urgentie om het leerlingenvervoer binnen het gespecialiseerd onderwijs te verbeteren, zodat de veiligheid, punctualiteit en algemene kwaliteit gewaarborgd worden.

bron

Het Ministerie van OCW heeft Oberon gevraagd een flitspeiling uit te voeren naar de ervaringen van het gespecialiseerd onderwijs (GO) met het aangepast vervoer. Aangepast vervoer is een vorm van leerlingenvervoer met busjes of taxi’s en is de meest voorkomende vorm van leerlingenvervoer. In nauw overleg met de opdrachtgever is een vragenlijst opgesteld. De link naar de digitale enquête is verspreid onder alle 877 vestigingen binnen het gespecialiseerd onderwijs. De vragenlijst heeft van 17 juni tot 1 juli 2024 open gestaan.

Onrust in Zoetermeer om leerlingenvervoer: vertragingen en slechte communicatie

Inwoners van Zoetermeer maken zich grote zorgen over de toestand van het leerlingen- en jeugdhulpvervoer.

Sinds de start van het nieuwe schooljaar op 26 augustus 2024 ontvangt de gemeente Zoetermeer een groeiend aantal klachten over het leerlingen- en jeugdhulpvervoer, uitgevoerd door Trevvel. De problemen zijn divers, maar draaien voornamelijk om de telefonische bereikbaarheid, vertraagde ritten, het te laat ophalen van kinderen en een gebrek aan duidelijke communicatie. Deze situatie veroorzaakt niet alleen veel stress bij ouders, maar brengt ook de kinderen zelf in een kwetsbare positie doordat ze vaak te laat op school of bij zorginstellingen arriveren.

De problemen die door ouders worden gemeld, zijn deels te wijten aan opstartproblemen bij Trevvel, dat sinds augustus verantwoordelijk is voor het vervoer van 340 kinderen in de gemeente Zoetermeer. In de eerste twee weken van het nieuwe schooljaar had Trevvel te kampen met een terugkerende telefoonstoring, waardoor de communicatie met ouders ernstig werd bemoeilijkt. Deze storing is op 6 september 2024 definitief verholpen, maar daarmee waren de klachten nog lang niet van de baan.

Een ander groot probleem betreft de communicatie tussen het portaal van Trevvel en dat van één van hun onderaannemers. Door deze technische storing kunnen ouders de taxi’s niet volgen, zijn wijzigingen in de ritten niet zichtbaar en kunnen afmeldingen niet worden verwerkt. Hoewel Trevvel meermaals heeft toegezegd dat dit probleem op korte termijn zou worden opgelost, bleek tijdens een gesprek met de gemeente op 1 oktober 2024 dat dit nog steeds niet het geval is. Eerdere toezeggingen van Trevvel waren te optimistisch, en de verwachting is nu dat de oplossing binnen enkele werkdagen wordt gerealiseerd.

gevolgen voor kinderen

Naast de technische problemen is er ook sprake van een personeelstekort. Tot 16 september 2024 hadden 15 tot 18 kinderen nog geen vaste chauffeur, waardoor zij vaak pas vervoerd worden nadat een andere route is afgerond. Dit leidt ertoe dat zij regelmatig te laat op hun bestemming arriveren. Op 16 september meldde Trevvel dat ze wekelijks voor 4 tot 5 kinderen een vaste chauffeur zou vinden, een belofte die redelijk in lijn ligt met de huidige voortgang. Toch zijn er per dag nog 4 tot 10 kinderen zonder vaste chauffeur, wat betekent dat zij op onregelmatige tijden worden opgehaald en afhankelijk zijn van vervangende routes.

Trevvel heeft aangegeven dat het personeelstekort langzaam wordt opgelost, maar de vertragingen zorgen bij ouders voor veel onrust. Het vervoer van deze kinderen, die vaak baat hebben bij een vaste routine, blijft onzeker. Uit onderzoek blijkt dat andere vervoerders niet genoeg capaciteit hebben om de ritten structureel over te nemen, wat een oplossing via een andere aanbieder vooralsnog onmogelijk maakt.

financiële sancties

De gemeente Zoetermeer heeft inmiddels stappen ondernomen om Trevvel aan te sporen tot verbetering. Op 23 september 2024 is aan de vervoerder duidelijk gemaakt dat zij binnen drie weken onder de norm van maximaal twee gegronde klachten per 500 ritten moeten zitten. Als deze norm op 14 oktober 2024 niet is gehaald, dient Trevvel een plan van aanpak op te stellen om de situatie te verbeteren. Deze termijn van drie weken is om juridische redenen vastgesteld, omdat het contract met Trevvel pas twee maanden oud is. De gemeente wil voorkomen dat hen verweten wordt dat ze niet redelijk en billijk hebben gehandeld bij de begeleiding van een nieuwe partner.

Naast deze waarschuwing zijn er financiële sancties toegepast. Op basis van de klachten is al op 25 september aangekondigd dat 5% van de volgende factuur zal worden ingehouden. Dit percentage kan oplopen als Trevvel de problemen met hun portaal niet op tijd oplost. Toen op 1 oktober bleek dat het portaal nog steeds niet operationeel was, is besloten dat er nogmaals 5% van de factuur wordt ingehouden, waardoor de totale inhouding nu op 10% staat.

Hoewel deze financiële sancties zijn bedoeld om druk uit te oefenen op Trevvel om de situatie te verbeteren, merken ouders en kinderen hier in de praktijk weinig van. Zij blijven de directe gevolgen ondervinden van de problemen in het leerlingen- en jeugdhulpvervoer, zoals vertraagde ritten en een gebrek aan communicatie. Voor hen is het cruciaal dat de problemen snel worden opgelost, omdat de huidige situatie hun dagelijkse leven ernstig ontregelt.

De gemeente Zoetermeer houdt de vinger aan de pols en blijft in gesprek met Trevvel om de dienstverlening zo snel mogelijk op het gewenste niveau te krijgen. Ondertussen blijft de druk vanuit de politiek en de ouders toenemen. Het is afwachten of de vervoerder erin slaagt om binnen de gestelde termijn verbeteringen door te voeren, of dat er mogelijk nog strengere maatregelen genomen moeten worden.

Hoewel een nieuwe vervoerder doorgaans enige tijd nodig heeft om in te werken, wordt het gebrek aan efficiëntie en communicatie momenteel scherp bekritiseerd door ouders, vooral in vergelijking met de vorige vervoersbedrijven.

Foto: © Pitane Blue – Trevvel Rotterdam

Het leerlingen- en jeugdhulpvervoer van de gemeente Zoetermeer werd voorheen uitgevoerd door De Vier Gewesten Personenvervoer (DVG), waarbij de diensten werden verzorgd door twee lokale taxibedrijven: Taxi van den Heuvel en Royal Taxi Service. Deze bedrijven waren jarenlang verantwoordelijk voor het vervoeren van kinderen naar scholen en zorginstellingen, en werden door veel ouders gewaardeerd vanwege hun lokale aanwezigheid en persoonlijke benadering.

Aan het begin van een nieuw schooljaar is het niet ongebruikelijk dat er klachten binnenkomen over het leerlingen- en jeugdhulpvervoer. Dit komt vaak door de overgang naar een nieuwe vervoerder, wat bij ouders tot frustratie kan leiden. De verwachtingen van ouders zijn vaak hoog en de vergelijking met de vorige vervoerder speelt daarbij een belangrijke rol. Zeker als de nieuwe vervoerder nog niet aan de hoge eisen van ouders lijkt te voldoen, worden de kritische geluiden snel geuit.

Het blijkt dat ouders vaak terugverlangen naar de oude vervoerder, zeker als de start met de nieuwe partij moeizaam verloopt. Daarbij komt dat de meeste ouders een lage tolerantie hebben voor problemen als vertragingen of slechte communicatie, aangezien het gaat om kwetsbare groepen kinderen die afhankelijk zijn van deze vervoersdiensten om naar school of zorginstellingen te komen. De verantwoordelijkheid om alles in goede banen te leiden ligt echter bij de nieuwe vervoerder, die in de eerste maanden vaak onder een vergrootglas ligt.

lokale politiek

Niet alleen ouders roeren zich in zulke situaties, ook de lokale politiek blijft niet stilzitten. Oppositiepartijen in de gemeenteraad zijn er doorgaans snel bij om zich kritisch uit te laten over problemen in het leerlingenvervoer. Ze stellen al vroeg vragen aan de verantwoordelijke wethouder en gebruiken dergelijke kwesties om druk uit te oefenen op het college. Zó! Zoetermeer is daar een goed voorbeeld van. De partij stelt scherpe vragen over de kwaliteit van het leerlingenvervoer en pleit voor snelle oplossingen. “De gemeente heeft een verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat ouders niet het slachtoffer worden van een falende vervoerder,” aldus een woordvoerder van de partij.

Het is echter belangrijk om op te merken dat het vervoer aan het begin van een schooljaar doorgaans gepaard gaat met aanloopproblemen. Nieuwe routes moeten ingewerkt worden, chauffeurs moeten wennen aan de kinderen en er is soms tijd nodig om de planningen goed op elkaar af te stemmen. Dit kan leiden tot de nodige kinderziektes, maar veel van deze problemen worden in de eerste weken vaak opgelost.

Desondanks begrijpen ouders die afhankelijk zijn van leerlingen- en jeugdhulpvervoer dat dergelijke problemen niet lang mogen duren. Voor hen gaat het niet alleen om een dienst, maar om een essentieel onderdeel van hun dagelijks leven. Het gaat om kinderen die vaak extra zorg en aandacht nodig hebben, en een falend vervoerssysteem kan voor deze gezinnen ernstige gevolgen hebben.

Vader autistisch kind trekt aan de bel: stop onnodig aanbesteden leerlingenvervoer

De afgelopen maanden is er in de provincie Utrecht een intensief debat losgebarsten over het leerlingenvervoer, vooral nadat vervoersbedrijf Noot het contract verloor aan een nieuwe aanbieder.

Tim Robbe uit Nieuwegein, een vader van een autistische zoon, trekt aan de bel en doet een oproep om te stoppen met het onnodig aanbesteden van leerlingenvervoer. Als vader en aanbestedingsjurist, die tevens promoveert op dit onderwerp, biedt hij een unieke kijk op de problematiek en stelt hij voor om ervaringen van ouders en kinderen leidend te maken in plaats van een puur zakelijke aanbestedingsprocedure.

Robbe heeft van dichtbij ervaren hoe het leerlingenvervoer, dat jarenlang zonder problemen verliep, nu een bron van frustratie is geworden. Vijf jaar lang reisde zijn zoon zonder problemen met een taxibus van vervoersbedrijf Noot van Nieuwegein naar zijn school in Utrecht. “Hij zat prima in zijn vel. We voelden dat, we zagen dat, want hij praat niet. Wij als ouders waren heel tevreden over het vervoer”, vertelt hij. De communicatie met de chauffeurs was goed en persoonlijk, iets dat volgens Robbe cruciaal was voor het welzijn van zijn zoon.

bezorgde ouder

Toch verloor Noot dit jaar de opdracht na een nieuwe aanbestedingsronde, ondanks dat het bedrijf nog juridische stappen ondernam. Het contract werd toegekend aan een nieuwe vervoerder, Willemsen-de Koning, en sindsdien gaat het niet meer zo soepel, met alle gevolgen van dien voor zijn zoon en vele andere kinderen. Robbe is niet alleen een bezorgde ouder, maar ook een expert op het gebied van aanbestedingen. Hij ziet de aanbestedingsprocedure als een groot probleem wanneer het gaat om doorlopende dienstverlening, zoals het vervoer van kwetsbare kinderen.

Aanbesteden is een juridisch complexe procedure, ingegeven door Europese wetgeving om concurrentie te bevorderen en vriendjespolitiek te voorkomen. Dit klinkt op papier als een goede oplossing, maar volgens Robbe en andere critici gaat de kwaliteit van het leerlingenvervoer hierdoor juist achteruit. Bedrijven worden gedwongen om zo scherp mogelijk in te schrijven, wat kan leiden tot lagere kwaliteit in de dienstverlening. Het Aanbestedingsinstituut Mobiliteit stelt bijvoorbeeld dat bedrijven vanwege de lage prijzen geen ruimte hebben om te investeren in essentiële zaken zoals de opleiding van chauffeurs.

Foto: © Pitane Blue – leerlingenvervoer

Advocaat Tim Robbe heeft een opvallende conclusie getrokken in zijn proefschrift, dat hij afgelopen donderdag verdedigde aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Volgens Robbe is de verplichting voor (lokale) overheden om vrijwel altijd te kiezen voor marktwerking grotendeels door rechters gecreëerd en niet door de wetgever zelf. Dit geldt voor een breed scala aan activiteiten van de overheid, zoals de aanbesteding van jeugdhulp, de verkoop van grond, of het verlenen van vergunningen voor kansspelautomaten. Deze bevinding werpt een nieuw licht op de manier waarop overheidsinstellingen omgaan met het verdelen van schaarse publieke middelen.

Tim Robbe pleit daarom voor een andere aanpak. In zijn proefschrift stelt hij dat overheden de mogelijkheid moeten krijgen om af te zien van aanbesteding als dat in het belang is van de continuïteit en de kwaliteit van de dienstverlening. Hij heeft hiervoor een model ontwikkeld waarin de kwaliteit en de prijs van het vervoer centraal staan, met ervaringen van de gebruikers als de belangrijkste graadmeter. Volgens Robbe moeten deze ervaringen, zoals de tevredenheid van ouders en kinderen, gedurende de looptijd van het contract in real time worden bijgehouden. “Dat is de beste manier om de kwaliteit van het vervoer te meten,” aldus Robbe.

verlengen

Aan het einde van het contract moet volgens zijn model worden beoordeeld of de prijs nog marktconform is. Is de prijs niet meer in overeenstemming met de markt, dan kan de gemeente onderhandelen met de vervoerder. Lukt dat niet, dan volgt alsnog een aanbesteding. Maar als de kwaliteit en de prijs beide op orde zijn, moet het volgens Robbe mogelijk zijn om de overeenkomst te verlengen zonder opnieuw Europees aan te besteden.

Robbe benadrukt dat dit proces transparant en controleerbaar moet verlopen, om willekeur en vriendjespolitiek te voorkomen. “Als je kwaliteit en prijs op deze manier laat wegen, bereik je altijd efficiëntie. De prijs is immers gerelateerd aan de maatstaf van kwaliteit,” stelt hij. Zijn pleidooi is dan ook om leerlingenvervoer niet te behandelen als een eenmalige transactie, zoals het aanleggen van een rotonde, maar als een doorlopende dienstverlening die cruciaal is voor de dagelijkse routine van kwetsbare kinderen.

Gemeenten reageren wisselend op zijn oproep. Zo noemt de gemeente Utrecht aanbesteden “een noodzakelijk kwaad” en geeft aan dat er momenteel geen alternatief is, maar dat vernieuwende mogelijkheden altijd onderzocht worden. Andere gemeenten, zoals Nieuwegein en Woerden, benadrukken dat zij altijd naar alternatieven kijken, maar dat ook die geen garantie bieden voor betere kwaliteit. Wel wordt erkend dat de toename van aanvragen voor aangepast vervoer en het tekort aan chauffeurs een uitdaging vormen die vraagt om innovatieve oplossingen.

Tim Robbe hoopt dat zijn onderzoek en model een bijdrage kunnen leveren aan die verbetering. Hij verdedigt zijn proefschrift op de Vrije Universiteit Amsterdam, waar hij ingaat op de rol van aanbestedingen in de democratische rechtsstaat en pleit voor een fundamentele heroverweging van hoe schaarse middelen, zoals leerlingenvervoer, verdeeld worden.

Foto: © Pitane Blue – leerlingenvervoer

Tim Robbe is niet zomaar een vader die zich inzet voor beter leerlingenvervoer. Hij is ook een ervaren jurist en adviseur die al jaren betrokken is bij gemeentelijke inkoop- en aanbestedingstrajecten, met een bijzondere focus op het sociaal domein. Zijn persoonlijke betrokkenheid bij het leerlingenvervoer van zijn autistische zoon is slechts één kant van zijn verhaal.

Als jurist heeft Robbe uitgebreide expertise in het complexe veld van overheidsaanbestedingen. Afgelopen donderdag verdedigde hij zijn proefschrift aan de Vrije Universiteit Amsterdam, waarin hij dieper inging op de fundamentele vraagstukken rondom aanbestedingen en verdeling van schaarse middelen.

proefschrift

De titel van zijn proefschrift luidt volledig: *Verdelingsrecht en democratische rechtsstaat – democratische en rechtsstatelijke overwegingen bij het met mededinging verdelen van schaarse vergunningen, subsidies, overheidsopdrachten en overheidseigendom*. In dit proefschrift onderzoekt Robbe hoe mededinging, zoals aanbestedingen, een rol speelt binnen de democratische rechtsstaat. Hij belicht de spanningen tussen de noodzaak om publieke middelen efficiënt te verdelen en de verantwoordelijkheid om rekening te houden met de sociale impact van dergelijke beslissingen.

Robbe’s onderzoek draait om de vraag hoe schaarse publieke middelen, zoals vergunningen, subsidies, en overheidsopdrachten, op een eerlijke manier kunnen worden verdeeld, zonder dat dit ten koste gaat van kwetsbare groepen of de kwaliteit van de dienstverlening. Dit onderwerp sluit nauw aan bij zijn ervaringen met het leerlingenvervoer, waar hij zich zorgen maakt over de manier waarop aanbestedingen momenteel plaatsvinden. Zijn proefschrift vormt daarmee niet alleen een academische bijdrage, maar ook een praktisch pleidooi voor hervorming van de manier waarop gemeenten aanbestedingen inrichten.

Bron: RTV Utrecht / Vrije Universiteit Amsterdam / Tim Robbe

Zoetermeer: jeugdwet- en leerlingenvervoer in handen van Trevvel

Deze jongeren kunnen om uiteenlopende redenen niet zelfstandig of met hulp van ouders en verzorgers reizen. Daarom voert een gespecialiseerde vervoerder deze ritten uit, al dan niet in aanwezigheid van extra begeleiders.

Vandaag begint Trevvel officieel met het verzorgen van het jeugdwet- en leerlingenvervoer in de gemeente Zoetermeer. Het Rotterdamse bedrijf won eerder dit jaar de aanbesteding die de gemeente Zoetermeer had uitgeschreven en start per 1 augustus met de uitvoering van de opdracht.

In Zoetermeer maken ongeveer 350 jongeren gebruik van het vervoer dat onder de jeugdwet valt of het leerlingenvervoer. Deze jongeren reizen dagelijks naar locaties waar zij jeugdhulp ontvangen of naar scholen binnen het regulier en speciaal onderwijs. Om uiteenlopende redenen kunnen deze jongeren niet zelfstandig reizen of met hulp van hun ouders en verzorgers. Daarom is er een gespecialiseerde vervoerder nodig, die deze ritten vaak ook uitvoert met extra begeleiders.

Mirl de Bruin, General Manager van Trevvel, legt uit: “Ons personeel is goed opgeleid om deze bijzondere vorm van vervoer in goede banen te leiden. We kunnen dan ook niet wachten om onze expertise nu ook in Zoetermeer aan de dag te leggen.” Trevvel heeft vergelijkbare opdrachten in Rotterdam en Capelle aan den IJssel en beschikt daarmee over ruime ervaring in het doelgroepenvervoer.

zorg- en onderwijsinstellingen

De ritten van Trevvel voeren van en naar diverse zorg- en onderwijsinstellingen. Dit zijn onder meer locaties voor dagbesteding, (para)medische behandeling en jeugd-ggz. Daarnaast gaat het om instellingen voor speciaal onderwijs (so), voortgezet speciaal onderwijs (vso) en regulier basis- of voortgezet onderwijs. Ook speciale scholen voor basisonderwijs (sbo) en richtingsscholen vallen onder de bestemmingen.

Het leerlingenvervoer richt zich op zowel leerlingen met een beperking als leerlingen die onderwijs volgen aan bijzondere scholen met een specifieke levensbeschouwelijke of religieuze visie. “Een leerling komt in Zoetermeer in aanmerking voor het leerlingenvervoer als de richtingsschool meer dan zes kilometer van het huisadres verwijderd is. Dat is een afstand die jongeren niet vanzelfsprekend zelfstandig en veilig kunnen afleggen. Ook in zulke gevallen biedt Trevvel uitkomst,” aldus De Bruin.

Foto: © Pitane Blue – Trevvel Rotterdam

Trevvel is gevestigd aan de Bahialaan in Rotterdam en gespecialiseerd in doelgroepenvervoer en zorgvervoer. Het bedrijf is actief in de regio Rijnmond en werkt in opdracht van verschillende gemeentes en regionale zorginstellingen. Trevvel biedt diverse vervoersvormen aan, zoals Trevvel Route en Trevvel Samen. Daarnaast voert het bedrijf met Trevvel Sociaal ook welzijnswerk uit, wat nog een stap verder gaat in hun dienstverlening.

Trevvel is niet onbekend met complexe vervoersopdrachten. In Rotterdam en Capelle aan den IJssel heeft het bedrijf al diverse succesvolle projecten afgerond. De focus ligt altijd op veiligheid, betrouwbaarheid en klanttevredenheid, wat blijkt uit de positieve feedback van zowel opdrachtgevers als gebruikers. De Bruin benadrukt dat het bedrijf continue werkt aan verbeteringen en innovaties om de dienstverlening verder te optimaliseren.