Categorie archieven: Leerlingenvervoer

Noodkreet ouders: “hoe krijgen we onze kinderen naar school?”

De gemeentes zeggen te werken aan mogelijke oplossingen. Zo wordt er gezocht naar een partij die de ritten wél kan uitvoeren, maar die is nog niet gevonden.

In de Utrechtse gemeenten Bunnik, De Bilt, Utrechtse Heuvelrug, Wijk bij Duurstede en Zeist heerst grote onrust onder ouders van ruim 600 schoolgaande kinderen. Door een acuut tekort aan chauffeurs kunnen vervoersbedrijven Connexxion en Willemsen-De Koning de ritten voor het leerlingenvervoer niet meer garanderen. Dit zorgt ervoor dat ouders hals over kop op zoek moeten naar alternatieve manieren om hun kinderen naar school te brengen.

De problemen komen voort uit een tekort aan chauffeurs, precies op het moment dat de regio een wissel van vervoersbedrijven doormaakt. Recentelijk hebben 22 Utrechtse gemeenten samen met de provincie de Regiotaxi en het leerlingenvervoer opnieuw aanbesteed. Hieruit bleek dat vanaf 2025 Willemsen-De Koning en Connexxion gezamenlijk het vervoer zullen verzorgen. Willemsen-De Koning blijft verantwoordelijk voor de regio’s Utrecht Stad, Utrecht West en Lekstroom, terwijl Connexxion het vervoer in Eemland en Zuidoost Utrecht overneemt.

In de gemeenten Bunnik, De Bilt, Utrechtse Heuvelrug, Wijk bij Duurstede en Zeist gaat het nu echter mis. Het contract van Willemsen-De Koning loopt tot de zomervakantie van 2024, terwijl het contract van Connexxion pas ingaat in januari 2025. Beide vervoerders hebben aangegeven door de krappe arbeidsmarkt niet genoeg chauffeurs te hebben om de tussenliggende maanden te overbruggen. Dit betekent dat er van september tot aan de kerstvakantie geen leerlingenvervoer beschikbaar is voor de circa 640 kinderen die er normaal gebruik van maken.

Ouders zijn wanhopig. “Ik heb nog geen idee hoe ik dit ga oplossen,” zegt een ouder tegen RTV Utrecht. De situatie zorgt voor grote zorgen en paniek, aangezien velen afhankelijk zijn van het leerlingenvervoer om hun kinderen veilig en op tijd op school te krijgen.

Foto: © Pitane Blue – Connexxion

Het tekort aan chauffeurs komt middenin een wissel van de vervoersbedrijven die het leerlingenvervoer uitvoeren.

De betrokken gemeenten werken hard aan mogelijke oplossingen. Er wordt gezocht naar alternatieve partijen die de ritten kunnen overnemen, maar tot nu toe is er nog geen geschikte vervanger gevonden. Daarnaast wordt onderzocht of taxi’s of vrijwilligers kunnen worden ingezet om het vervoer te verzorgen. Deze onzekerheid zorgt echter voor veel stress onder de ouders, die zich afvragen hoe zij hun kinderen de komende maanden naar school moeten krijgen.

Connexxion en Willemsen-De Koning geven aan alles in het werk te stellen om de problemen op te lossen, maar wijzen ook op de grote uitdaging die de huidige arbeidsmarkt met zich meebrengt. De krapte op de arbeidsmarkt maakt het moeilijk om op korte termijn voldoende gekwalificeerde chauffeurs te vinden.

Ondertussen blijven ouders in de vijf gemeenten in onzekerheid. “Dit had voorkomen moeten worden,” zegt een ouder. “Het is onbegrijpelijk dat er geen noodplan is voor zo’n essentiële dienst als het leerlingenvervoer.” De gemeenten benadrukken dat zij de hoogste prioriteit geven aan het vinden van een oplossing, maar de tijd dringt.

Het leerlingenvervoer is van vitaal belang voor kinderen die niet zelfstandig naar school kunnen reizen, bijvoorbeeld vanwege een beperking of de grote afstand tot de school. Het wegvallen van dit vervoer zet niet alleen de ouders onder druk, maar kan ook de schoolprestaties en het welzijn van de kinderen negatief beïnvloeden.

Met de zomervakantie voor de deur, hopen veel ouders op een snelle en effectieve oplossing. De komende weken zullen bepalend zijn voor de vraag of er in september weer leerlingenvervoer beschikbaar is, of dat ouders noodgedwongen zelf voor vervoer moeten zorgen.

Focus op kwaliteit: doelgroepenvervoer krijgt stevige verbeteragenda

De juridische mogelijkheden voor het afzien van aanbesteden zijn beperkt gebleken.

De staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Maarten van Ooijen, heeft de Tweede Kamer geïnformeerd over de voortgang van de Verbeteragenda Doelgroepenvervoer. Deze agenda, opgezet in samenwerking met onder meer de minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs, de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), richt zich op het aanpakken van de uitdagingen binnen het doelgroepenvervoer. Het doelgroepenvervoer, dat onder andere leerlingen, ouderen en mensen met een beperking betreft, kampt met diverse problemen zoals chauffeurstekorten en lange reistijden voor kinderen.

De verbeteragenda heeft vijf hoofdthema’s vastgesteld die prioriteit krijgen in 2024. Deze thema’s zijn: aanbesteden en contractmanagement, ontschotten van vervoer, klanttevredenheid, dataverzameling, en toezicht op kwaliteit en veiligheid. Een goede aanbesteding en contractbeheer zijn cruciaal voor kwalitatief hoogwaardig doelgroepenvervoer. Het handboek aanbesteden helpt gemeenten bij het beoordelen van offertes, niet alleen op prijs maar ook op kwaliteit. Specifiek voor leerlingenvervoer wordt het opnemen van maximale reistijden en een maximum aantal chauffeurs per leerling aanbevolen.

De juridische mogelijkheden voor het afzien van aanbesteden zijn beperkt gebleken. Het Oberon-rapport geeft aan dat ouders gemiddeld een 7 geven voor het leerlingenvervoer, maar er blijven knelpunten, vooral aan het begin van het schooljaar. Quasi-inbesteding, zoals toegepast in de regio Gooi- en Vechtstreek, biedt een alternatief waarbij de gemeente zelf vervoer organiseert bij gebrek aan marktpartijen.

ontschotten

Het ontschotten van vervoer betekent het integreren van verschillende vormen van doelgroepenvervoer, zodat bijvoorbeeld het vervoer van Wmo-gebruikers, leerlingen en ouderen efficiënter kan worden georganiseerd. Dit vereist een goede samenwerking binnen gemeenten en een integrale aanpak bij aanbestedingen. Regionale aanbestedingen kunnen hierbij helpen, door het vergroten van de contracten en het aantrekkelijker maken van het beroep van chauffeur.

Klanttevredenheid wordt gemeten door een uniforme barometer, vergelijkbaar met de klantenbarometer van het openbaar vervoer. Dit uniforme onderzoek helpt bij het verkrijgen van landelijk inzicht in de tevredenheid over het doelgroepenvervoer en biedt gemeenten de mogelijkheid om van elkaar te leren.

Het gebruik van het Woordenboek Reizigerskenmerken draagt bij aan een betere communicatie tussen betrokken partijen en zorgt ervoor dat vervoerders een realistischer offerte kunnen uitbrengen. Voor Valysvervoer, een bovenregionale vervoersdienst voor sociaal-recreatieve uitstapjes, wordt het gebruik van dit woordenboek verplicht.

Voor effectieve beleidsinterventies is dataverzameling essentieel. Samen met de staatssecretaris van IenW en de minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs wordt onderzocht hoe de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) en het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM) hieraan kunnen bijdragen.

Foto: © Pitane Blue – Stephan van Baarle (DENK)

Tijdens het debat over het leerlingenvervoer in oktober 2022 heeft het Tweede Kamerlid Van Baarle (DENK) een motie ingediend waarin werd gevraagd om te verkennen hoe toezicht op het leerlingenvervoer, Valysvervoer en Wmo-vervoer kan worden bevorderd. Toezicht is een essentieel onderdeel van de goede uitvoering van het doelgroepenvervoer en speelt een rol in het waarborgen van zowel de kwaliteit van de dienstverlening als de (sociale) veiligheid van de passagiers.

Het onderdeel toezicht binnen de Verbeteragenda Doelgroepenvervoer is van cruciaal belang om de kwaliteit en veiligheid van het vervoer voor specifieke doelgroepen, zoals leerlingen, ouderen en mensen met een beperking, te waarborgen. Toezicht zorgt ervoor dat de afgesproken normen en standaarden daadwerkelijk worden nageleefd en biedt de mogelijkheid om tijdig in te grijpen bij eventuele problemen.

Het verbeteren van de sociale veiligheid binnen het doelgroepenvervoer is een prioriteit. Dit kan bijvoorbeeld door het invoeren van maatregelen die de veiligheid van passagiers en chauffeurs vergroten. Denk hierbij aan het gebruik van beveiligingscamera’s in voertuigen, trainingen voor chauffeurs om om te gaan met lastige situaties, en een strikte naleving van gedragsprotocollen.

taxiregels

Chauffeurstekorten blijven een groot probleem in de vervoersbranche. Er wordt gekeken naar campagnes om chauffeurs te werven en aanpassingen in de taxiregels om het eenvoudiger te maken een taxi-examen af te leggen. Besprekingen met het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) moeten mogelijkheden verkennen om werken als chauffeur financieel aantrekkelijker te maken.

Toezicht op de kwaliteit van de dienstverlening en de reistijd is eveneens van groot belang. Dit omvat het monitoren van de punctualiteit, de staat van de voertuigen, en de tevredenheid van de reizigers. Door middel van regelmatige controles en audits kan worden vastgesteld of de vervoerders voldoen aan de gestelde kwaliteitsnormen. Bovendien helpt het bijsturen van het beleid op basis van de uitkomsten van deze controles om de dienstverlening continu te verbeteren.

De implementatie van verbeteringen ligt grotendeels bij de gemeenten, die de opdrachtgevers zijn van het doelgroepenvervoer. Goede voorbeelden en acties gericht op het ontschotten, aanbesteden en contractmanagement worden gestimuleerd en ondersteund door een aanjaagteam.

Specifieke verbeterpunten richten zich onder andere op het vervoer naar Wmo-dagbesteding en leerlingenvervoer. De Monitor Leerlingenvervoer geeft inzicht in de omvang en kwaliteit van het leerlingenvervoer, met verdere metingen gepland voor 2024 en 2026. Ook is er aandacht voor zelfstandig(er) reizen door middel van OV-ambassadeurs en projecten die de toegankelijkheid van het openbaar vervoer verbeteren.

In het voorjaar van 2025 zal de Tweede Kamer worden geïnformeerd over de bereikte resultaten van de Verbeteragenda Doelgroepenvervoer.

Leerlingenvervoer: nieuwe VNG verordening zet leerlingen op eigen benen

Ondanks dat de vorige modelverordening in samenwerking met gemeenten was opgesteld, kreeg de VNG de afgelopen jaren kritische vragen van gemeentelijke medewerkers.

De recent aangepaste VNG Modelverordening leerlingenvervoer brengt subtiele maar belangrijke wijzigingen met zich mee voor gemeenten in Nederland. De update, die een vervanging is van de versie uit december 2020, legt nieuwe accenten op het gebied van aangepast vervoer en de bevordering van zelfredzaamheid onder leerlingen met een beperking.

De verordening bevat nu een gedetailleerdere omschrijving van ‘aangepast vervoer’. Hieronder valt elk type vervoer dat door de gemeente speciaal georganiseerd wordt voor kinderen die vanwege hun handicap niet zelfstandig van openbaar vervoer gebruik kunnen maken. Dit omvat een breed scala aan mogelijkheden, van vergoedingen voor fietsvervoer tot het beschikbaar stellen van speciaal aangepaste voertuigen.

Een opvallend nieuw element binnen de verordening is de introductie van het ‘persoonlijk vervoersontwikkelingsplan’. Dit plan kan door het college worden opgesteld voor leerlingen die de leeftijd van negen jaar bereiken. Het doel van dit plan is om deze leerlingen te helpen de vaardigheden te ontwikkelen die nodig zijn om zo veel mogelijk zelfstandig te kunnen reizen. Dit markeert een significante verschuiving richting het stimuleren van onafhankelijkheid bij deze jongeren.

De VNG Modelverordening bekostiging leerlingenvervoer van december 2020 wordt vervangen door een nieuwe versie, de VNG Modelverordening leerlingenvervoer. Deze vervanging heeft een aantal beperkte gevolgen voor beleid en uitvoering bij gemeenten.

Tevens wordt in de nieuwe verordening sterk de nadruk gelegd op kosteneffectiviteit. De gemeente kijkt naar de goedkoopst passende vervoersoptie die voldoet aan de behoeften van de leerling. De beslissingen hierover worden genomen op basis van de individuele situatie van elke leerling, waardoor maatwerk centraal staat in de benadering van de gemeente.

Van fietsvergoeding tot aangepast busje, gemeenten vernieuwen leerlingenvervoer.

De implementatie van de verordening is echter niet zonder uitdagingen. Het vraagt om een nauwe samenwerking en heldere communicatie tussen gemeentelijke afdelingen, scholen en ouders. Dit is cruciaal om te waarborgen dat elke leerling de benodigde ondersteuning krijgt.

Daarnaast heeft de gemeente het proces voor het aanvragen van vervoersvoorzieningen gestroomlijnd. Aanvragen kunnen zowel digitaal als op papier worden ingediend, waarbij het college de taak heeft binnen acht weken na ontvangst van een complete aanvraag een beslissing te nemen. Deze termijn kan indien nodig met nog vier weken worden verlengd.

Verder zorgen duidelijke richtlijnen voor het beoordelen van de afstand en de route naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school ervoor dat het vervoer zowel kostenefficiënt als toegankelijk is. Hiermee wordt geprobeerd om de mobiliteit van leerlingen met speciale behoeften te verbeteren en inclusief onderwijs toegankelijker te maken.

Dit beleid illustreert de voortdurende inspanningen van de Nederlandse gemeenten om gelijke onderwijskansen te garanderen voor alle leerlingen, ongeacht hun fysieke of cognitieve beperkingen. Het toont een duidelijke vooruitgang in het denken over onderwijs en mobiliteit, gericht op de integratie en zelfstandigheid van jongeren met speciale behoeften.

Probeeractie: jongeren omarmen gratis abonnement van De Lijn

Bye Bye kindertijd – Halloooo onafhankelijkheid.

De Lijn, het Vlaamse openbaarvervoerbedrijf, heeft de start van hun jaarlijkse probeeractie aangekondigd, specifiek gericht op twaalfjarigen die hun intrede doen in het middelbaar onderwijs. Deze campagne, die in het leven is geroepen om de jonge scholieren te ondersteunen bij hun eerste stappen naar zelfstandigheid, biedt hen een gratis maandabonnement voor september 2024. Dit initiatief is niet alleen een stimulans voor de scholieren om het openbaar vervoer te gebruiken, maar draagt ook bij aan de duurzaamheidsdoelstellingen van Vlaanderen.

De Lijn heeft voor deze actie verschillende promotiestrategieën opgezet. Allereerst worden persberichten verspreid en worden de communicatiekanalen van steden en gemeenten ingezet om de boodschap te verspreiden. Daarnaast werkt De Lijn samen met alle lagere scholen in Vlaanderen. Zij spelen een cruciale rol in het informeren van leerlingen en ouders over de beschikbaarheid en de voordelen van het probeerabonnement.

Volgens de Vlaams minister van Mobiliteit en Openbare werken is dit “een ideale actie om het aanbod van De Lijn te ontdekken en jongeren aan te moedigen om het openbaar vervoer te gebruiken in hun verdere schoolcarrière en ook daarbuiten.”

Foto: De Lijn – Reiziger toont ticket aan vrouwelijke chauffeur

Ann Schoubs, directeur-generaal van De Lijn, benadrukt het belang van deze transitieperiode: “De overgang naar het eerste middelbaar is voor veel jongeren een grote stap. Het is vaak ook het moment waarop ze opnieuw moeten beslissen over hun vervoer naar school. Met onze probeeractie willen we eerstejaars laten kennismaken met het openbaar vervoer in Vlaanderen en de voordelen van een Buzzy Pazz, het abonnement voor jongeren.”

De actie is een directe reactie op de positieve resultaten van vorig jaar, waaruit bleek dat 1 op de 10 scholieren het aanbod voor een kosteloos abonnement benutte. Van deze groep gebruikte 68% het abonnement actief en besloot 56% na afloop van de probeerperiode over te gaan tot de aanschaf van een Buzzy Pazz-jaarabonnement.

Ouders worden uitgenodigd om hun kinderen vóór 13 augustus 2024 aan te melden via de website van De Lijn, waarna de abonnementen op een elektronische kaart worden verstrekt. Deze zijn geldig van 1 tot en met 30 september 2024. Eind september ontvangen de ouders een tweede mailing, waarin ze worden aangemoedigd een jaarabonnement te kopen, geldig vanaf oktober.

Dit initiatief speelt niet alleen in op de behoefte van jongeren om hun zelfstandigheid te verkennen, het vermindert ook de noodzaak voor ouders om als taxi te fungeren. Met dergelijke initiatieven bewijst De Lijn dat het niet alleen gaat om het vervoeren van passagiers, maar ook om het ondersteunen van de gemeenschap in bredere zin.

De Lijn

De Lijn is het Vlaamse overheidsbedrijf dat zorgt voor openbaar vervoer met bus en tram in Vlaanderen. Ongeveer 3,5 miljoen mensen maken jaarlijks één of meerdere keren gebruik van de diensten van De Lijn. Voor haar werking krijgt de vervoermaatschappij een dotatie van het Vlaams Gewest, de belangrijkste aandeelhouder. De verkoop van vervoerbewijzen is de tweede inkomstenbron.

Het net van De Lijn telt ongeveer 1 000 lijnen en 16 000 haltes. Alles samen rijden de bussen en trams per jaar meer dan 200 miljoen kilometer. De eigen vloot telt 2 250 bussen en 400 trams. De privéfirma’s die rijden in opdracht van De Lijn hebben zelf ook bussen. Zij nemen ongeveer de helft van de buskilometers voor hun rekening.

Met bijna 8 000 werknemers is De Lijn een van de grote werkgevers van het land. Bij de privé-exploitanten werken nog eens meer dan 2 000 mensen. Als hoofdaandeelhouder van deelfietsen Blue-bike promoot en ondersteunt De Lijn combimobiliteit. Hierbij kunnen reizigers voor het laatste stuk van hun verplaatsing een bus- of tramrit combineren met een deelfiets.

Zorgen: de toekomst van leerlingenvervoer in Rotterdam

Het Rotterdamse vervoersbedrijf Trevvel, belast met het vervoeren van ouderen en leerlingen, staat aan de vooravond van een nieuwe aanbestedingsronde onder politieke druk.

Met kritiek uit verschillende hoeken, waaronder de Rotterdamse Raad, lokale media, en specifiek van raadsleden Mina Morkoç (GroenLinks) en Naoufal Akhatab (DENK), die de situatie omschrijven als “een grote bende”, ligt het bedrijf eens te meer opnieuw onder een vergrootglas. De kritiek komt op een moment dat de gemeente Rotterdam de markt peilt voor het nieuwe vervoerscontract en over de aanbesteding moet beslist worden.

De huidige problemen zijn niet gering. Klachten over de dienstverlening, zoals de punctualiteit, communicatie en klantvriendelijkheid, hebben de reputatie van Trevvel door de jaren heen geen goed gedaan. Dit werd eerder bevestigd door de resultaten van een telefonische enquête onder stakeholders zoals zorginstellingen en scholen voor speciaal onderwijs, waaruit bleek dat slechts een kleine meerderheid Trevvel’s dienstverlening als voldoende of goed beoordeelt. Specifieke punten van verbetering zijn onder meer de stiptheid, telefonische bereikbaarheid en de houding van de chauffeurs.

verschil in visie

De kritiek was niet zonder gevolgen gebleven. Incidenten in het vervoer en het vertrek van toenmalig directeur Ron van de Peppel vanwege een verschil in visie op het te voeren beleid, hadden de situatie verscherpt. Ondanks deze turbulente tijden en de negatieve publiciteit, bleef de financiering vanuit de gemeente stromen, ook tijdens de COVID-19 pandemie toen het aantal klachten weliswaar daalde, maar dat door minder vervoersbehoefte.

Over de aanbesteding van het Doelgroepenvervoer waren vrijwel alle partijen enthousiast. ‘Heel erg innovatief’, zo typeerde oud-wethouder Sven de Langen het contract met Trevvel waar hij in oktober 2017 verantwoordelijk voor werd.

In reactie op de kritiek had de gemeente Rotterdam onafhankelijke onderzoeken laten uitvoeren naar zowel het functioneren van Trevvel als de gemeentelijke aansturing. De resultaten tonen dat, ondanks de kritiek, Trevvel volgens de wethouder aan de gemeentelijke maatstaven voldoet en zelfs bovengemiddeld presteert binnen de taxibranche. Dit nam echter niet weg dat er ruimte voor verbetering was, iets wat ook de ombudsman benadrukte in het onafhankelijk meldpunt Trevvel. Hieruit bleek dat er naast de negatieve ook positieve ervaringen zijn, zoals behulpzame chauffeurs en een zorgvuldige ritverwerking.

frisse wind

Ondertussen had de vervoerder zijn hoofdkantoor Villa Trompenburg aan de Kralingse Honingerdijk verruilt voor een modernere behuizing aan de Bahialaan en ontving CEO Stef Hesselink de sleutels van het nieuwe hoofdkantoor. Het vertrek van van de Peppel had ook voor nieuw leiderschap gezorgd binnen Trevvel Rotterdam wat zowel binnen als buiten de organisatie voor opschudding heeft gezorgd. 

Foto: © Pitane Blue – Arno van Haasterecht

Arno van Haasterecht, voorheen actief bij DHL, nam in augustus 2019 de rol van algemeen directeur bij Trevvel op zich, waar hij interim-directeur Aad Romijn verving. Zijn achtergrond bij DHL Parcel Service Benelux, waar hij verantwoordelijk was voor de dagelijkse operaties binnen het B2B NL netwerk beloofde een frisse wind te brengen in de organisatorische structuur van Trevvel.

Met de komst van Arno van Haasterecht werd een opvallende verschuiving in managementstijl en operationele aanpak ervaren. In de beginperiode van zijn aanstelling domineerde van Haasterecht de media-aandacht, niet zozeer vanwege beleidswijzigingen of innovatieve strategieën, maar als de centrale figuur die antwoord gaf op de prangende vragen over de situatie binnen de organisatie.

Naast zijn initiële rol als algemeen directeur, zette van Haasterecht stappen om de operationele leiding te herstructureren, wat resulteerde in de benoeming van Raoul Verheij als de nieuwe manager operations. Verheij, ook een voormalig medewerker van DHL met uitgebreide ervaring in het managen van complexe processen, nam de verantwoordelijkheid over alle directe operationele activiteiten binnen de organisatie.

vertrek

De aanstelling van Verheij markeerde een nieuwe fase voor Trevvel. Echter, ondanks de positieve ontvangst van zijn leiderschap op de werkvloer, was Verheij’s periode bij Trevvel kortstondig. Zijn vertrek, aangekondigd enkele maanden na zijn aanstelling, liet velen binnen de organisatie teleurgesteld achter. De redenen achter zijn plotselinge vertrek werden niet breed gecommuniceerd, wat leidde tot speculaties en onzekerheid onder het personeel.

Ondertussen heerste in Rotterdam een verhit debat over de toekomst van het leerlingen- en doelgroepenvervoer, een cruciaal vraagstuk dat de gemeenteraad had verdeeld. De kern van deze discussie was opnieuw de dienstverlening door Trevvel. Dit dossier heeft niet alleen politieke fracties op scherp gesteld, maar legde tevens een dieper maatschappelijk probleem bloot: de noodzaak om de meest kwetsbare groepen in de samenleving te ondersteunen.

motie

Fractievoorzitter Ellen Verkoelen van 50PLUS nam het voortouw in deze kwestie door een motie in te dienen met als doel Trevvel ertoe te bewegen haar samenwerking met onderaannemers en vervoersaanbieders te intensiveren. Dit om de dienstverlening vóór de streefdatum van 1 november aanzienlijk te verbeteren en te waarborgen. De motie, gedoopt als “Trevvel Samen”, beoogde een directe verbetering van de mobiliteit van ouderen, een groep die volgens Verkoelen extra kwetsbaar is voor sociale isolatie als gevolg van verminderde mobiliteit.

De achterliggende motivatie van de motie was het aan de kaak stellen van een eerder besluit van het college om de bewegingsvrijheid van ouderen te beperken ten gunste van het leerlingenvervoer. Dit besluit was een doorn in het oog van 50PLUS. Verkoelen beschuldigde Leefbaar, een van de tegenstanders van Trevvel, ervan 50PLUS het zwijgen op te willen leggen, op aandringen van hun eigen wethouder.

Dat de motie tijdens de raadsvergadering van 29 september 2022 werd verworpen wil niet zeggen dat de problemen van Trevvel zijn opgelost, integendeel.

De casus van Trevvel en de gemeente Rotterdam belicht de complexiteit en gevoeligheid van aanbestedingen in het openbaar vervoer, waarbij de belangen van kwetsbare groepen zwaar wegen. Sinds de aanbesteding in 2018, waarbij Trevvel als winnaar uit de bus kwam, regende het klachten. Deze kwestie, die vooral kwetsbare kinderen treft die hierdoor onderwijs missen, trok de aandacht van het consumentenprogramma Radar.

Op maandag 10 oktober gaf Radar uitgebreid aandacht aan een situatie waarbij kinderen te laat of soms helemaal niet worden opgehaald. Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs, Dennis Wiersma, uitte zijn schrik over de berichten. Daarnaast klagen veel gebruikers over een onbereikbare klantenservice bij Trevvel, waardoor de communicatie stroef verloopt.

Dennis Wiersma schrikt van alle verhalen over de huidige staat van het leerlingenvervoer.

In de kern van de aanpak in Rotterdam om de voortdurende problemen met het leerlingenvervoer aan te pakken, stond een uniek politiek voorstel dat zowel lof als kritiek oogst. De stad introduceert een vergoedingsregeling die ouders stimuleert om zelf voor het vervoer van hun kinderen naar school te zorgen. Deze maatregel was een direct antwoord op de aanhoudende kritiek en operationele uitdagingen waarmee de vervoersdienst te kampen heeft.

chauffeurs

Het leerlingenvervoer in Rotterdam, een essentiële service voor veel gezinnen, werd geplaagd door een schrijnend tekort aan chauffeurs. Dit probleem, dat vlak voor de zomerse vakantieperiode aan het licht kwam, zorgde voor onzekerheid en frustratie onder ouders en leerlingen. In reactie op deze situatie nam Arno van Haasterecht een prominente rol in de media op zich om uitleg en geruststelling te bieden. 

Wethouder Ronald Buijt (Leefbaar Rotterdam)

“Er zijn ongelofelijk veel maatregelen genomen op het niveau waarop we nu zitten”, zegt Buijt tegenover Rijnmond naar aanleiding van het laatste incident waarbij de 5-jarige Mete aan de aandacht van de chauffeur van vervoersbedrijf ontsnapte. “We praten over miljoenen bewegingen per jaar. Er is genoeg aan te merken op Trevvel, maar het is zo’n grote klus op zo’n ingewikkelde markt. Iedere vervoerder heeft daarmee te maken.”

De vergoedingsregeling, die van start ging in januari 2023 en liep tot de zomervakantie, bood aan ouders de mogelijkheid om een financiële tegemoetkoming te ontvangen als ze ervoor kozen om hun kinderen zelf naar school te vervoeren. Voor kinderen die meer dan 13 kilometer van school wonen, werd een vergoeding van 38 cent per kilometer aangeboden.

Wethouder Ronald Buijt van Leefbaar Rotterdam, de politieke partij die deze maatregel mede had vormgegeven, suggereerde dat de problemen met het leerlingenvervoer dieper liggen dan enkel een tekort aan chauffeurs. Hij benadrukte de noodzaak van flexibele werkafspraken voor ouders, waardoor zij de mogelijkheid krijgen om hun kinderen persoonlijk naar school te brengen. 

De invoering van deze regeling heeft tot gemengde reacties geleid. Enerzijds werd het gezien als een innovatieve oplossing die ouders meer flexibiliteit en autonomie biedt. Anderzijds waren er zorgen geuit over de toegankelijkheid en de uitvoerbaarheid van de regeling voor alle gezinnen. Niettemin, de regeling toonde de bereidheid van de gemeente Rotterdam en Trevvel om nieuwe wegen te verkennen in het aanpakken van complexe stedelijke uitdagingen.

Stans Goudsmit – Kinderombudsman

De Rotterdamse Kinderombudsman Stans Goudsmit wil dat er voor de herfstvakantie een oplossing is of dat de gemeente anders maar ouders compenseert die zelf vervoer regelen.

In de afgelopen jaren hebben de organisatorische turbulenties binnen Trevvel de gemoederen hoog doen oplopen. Een voortdurende verandering van softwareleveranciers, onenigheid met onderaannemers en taxichauffeurs, en frequente personeelswisselingen hebben de stabiliteit van de dienstverlening aanzienlijk beïnvloed. 

planning

In reactie op de aanhoudende problematiek had wethouder Struijvenberg aangekondigd dat er behoefte was aan een grondige analyse van de situatie. “Hoe vaak en op welke routes gaat het mis en hoe kunnen we dat veranderen?” vroeg Struijvenberg zich af. Zijn doel was om de feiten helder op tafel te krijgen en om transparantie te bieden aan de ouders en andere betrokkenen. Daarnaast benadrukte hij het belang van tijdige communicatie over wijzigingen in de planning, zodat ouders niet voor onaangename verrassingen komen te staan. De klachten varieerden van onbeschikbaarheid van de bijbehorende app tot verkeerde informatie over de planning. Om de dienstverlening op korte termijn te verbeteren, worden er gesprekken gevoerd met tien alternatieve vervoerders en een aantal bedrijven die al voor Trevvel werken.

aanbesteding

De politieke discussie rondom de aanbesteding en de kwaliteit van het vervoer in Rotterdam wordt verder aangewakkerd door raadsleden zoals Dennis Tak, die pleit voor meer openheid en frequentere rapportages over onder andere klanttevredenheid en punctualiteit. Ook de vraag of het vervoer aan slechts één bedrijf moet worden gegund, wordt door hem ter discussie gesteld.

De situatie rondom Trevvel en het doelgroepenvervoer in Rotterdam is exemplarisch voor de complexiteit van publieke aanbestedingen en de uitdagingen die komen kijken bij het leveren van essentiële diensten aan kwetsbare groepen in de samenleving. Terwijl de gemeente en betrokken partijen werken aan verbeteringen, blijft de vraag hoe de dienstverlening kan worden geoptimaliseerd zonder daarbij de menselijke maat uit het oog te verliezen.

De Lijn neemt maatregelen na schokkend deurincident

Dwangsluiting door chauffeurs zorgt voor zeer onveilige situaties tijdens de spits en blijkt gevaarlijk voor reizigers.

Na een verontrustend incident waarbij een meisje bekneld raakte tussen de deuren van een bus van De Lijn, heeft het Vlaamse openbaarvervoerbedrijf in samenwerking met de gemeente Kampenhout en de politiezone KASTZE grondige maatregelen genomen om de veiligheid van passagiers te waarborgen. Op 5 december 2023, op de route van Steenokkerzeel naar Keerbergen, vond het voorval plaats dat aanleiding gaf tot een uitvoerige evaluatie van de deursluitingsmechanismen op de bussen.

Uit een gedetailleerd onderzoek, verricht door zowel De Lijn als een externe expert aangesteld door de onderaannemer, is gebleken dat het beveiligingsmechanisme tegen het inklemmen van reizigers feilloos functioneert, behalve in gevallen van dwangsluiting. Deze specifieke modus maakt het mogelijk de deuren te sluiten terwijl er mensen voor de optische sensoren staan, een scenario dat zich voordoet wanneer de bus overvol is.

Dwangsluiting is een proces waarbij de deuren sluiten terwijl er nog mensen voor de optische sensoren staan, vaak voorkomend bij overvolle bussen.

Deze bevinding heeft geleid tot directe actie van De Lijn, die in samenwerking met de fabrikant van de bussen aanpassingen aan de software doorvoert om ook bij dwangsluiting de veiligheid van passagiers te garanderen. Totdat deze aanpassingen zijn geïmplementeerd, heeft De Lijn instructies gegeven aan chauffeurs op de desbetreffende schooldiensten om de deuren enkel automatisch te laten sluiten, gebruikmakend van de bestaande beveiligingsmechanismen.

Daarnaast heeft De Lijn de bezetting op de schoollijnen in Kampenhout onder de loep genomen. Hoewel uit observaties blijkt dat er geen sprake is van structurele overbezetting, is wel geconstateerd dat de capaciteit van de voertuigen niet optimaal wordt benut. Passagiers neigen ernaar dicht bij de deuren te blijven staan, wat het doorschuiven naar binnen toe bemoeilijkt. Als reactie hierop heeft De Lijn sensibiliseringsacties gelanceerd, gericht op het stimuleren van passagiers om door te schuiven, waardoor de beschikbare ruimte binnen de bus efficiënter wordt gebruikt.

Foto: De Lijn – Reiziger toont ticket aan vrouwelijke chauffeur

Chauffeurs van de betreffende schooldiensten zijn geïnstrueerd om de deuren enkel automatisch te laten sluiten, waardoor de standaardbeveiligingsmechanismen altijd actief zijn.

De gemeente Kampenhout en De Lijn benadrukken beiden dat veiligheid voorop staat en blijven de situatie nauwgezet monitoren. In het kader van de invoering van het nieuwe Hoppin-netwerk, een initiatief dat streeft naar een geïntegreerd en gebruiksvriendelijk openbaar vervoersnetwerk, zullen de schoollijnen verder worden geëvalueerd en geïntegreerd, met als doel de dienstverlening en veiligheid te verbeteren.

Deze reeks maatregelen onderstreept het commitment van alle betrokken partijen aan het verbeteren van de veiligheid en de kwaliteit van het openbaar vervoer in Vlaanderen. Het is een duidelijk signaal dat de veiligheid van de passagiers prioriteit heeft en dat er actief wordt gewerkt aan het voorkomen van soortgelijke incidenten in de toekomst.

KNV zoekt oplossingen voor groeiende problemen in leerlingenvervoer

Moet KNV een positievere rol spelen in de sector en bijdragen aan het verbeteren van de situatie in het leerlingenvervoer?

De kritiek van Koninklijk Nederlands Vervoer (KNV) over het leerlingenvervoer neemt toe na opnieuw een jaar van disbalans tussen vraag en aanbod. Voorzitter Bertho Eckhardt, die tijdens de Dag van het Leerlingenvervoer opriep tot dringend overleg tussen betrokken partijen, benadrukte de urgentie om incidenten in het schooljaar 2024-2025 te voorkomen. Het persistente capaciteitstekort, benoemd als ‘een nieuwe werkelijkheid’ door KNV, blijft een uitdaging. 

Ook toenemende kritiek op de brancheorganisatie KNV zelf door haar eigen leden is een teken van groeiende frustratie en ontevredenheid binnen de sector. Het feit dat de sector zelf momenteel weinig concrete oplossingen biedt en zich voornamelijk beperkt tot het vaststellen van problemen en het uiten van waarschuwingen, kan wijzen op een aantal onderliggende uitdagingen en gebieden die aandacht behoeven waarbij KNV kan helpen. 

KNV kan zelf proactief de dialoog aangaan met alle belanghebbenden, inclusief gemeenten, scholen, ouders en chauffeurs, om de problemen gezamenlijk te bespreken en op te lossen. De huidige situatie waarin Koninklijk Nederlands Vervoer mogelijk te veel wordt beïnvloed door de grootste vervoersbedrijven in de sector, kan een hindernis vormen bij het effectief aanpakken van de problemen in het leerlingenvervoer. Het is cruciaal dat de belangen van alle stakeholders, waaronder kleinere vervoersbedrijven, chauffeurs, planners, ouders en scholen, evenwichtig worden vertegenwoordigd.

adviesraden

KNV zou kunnen denken aan het oprichten van onafhankelijke commissies of adviesraden, die verschillende belanghebbenden vertegenwoordigen, kan helpen bij het formuleren van beleid en strategieën die recht doen aan de diverse behoeften en uitdagingen in de sector met betrekking tot het leerlingenvervoer. De vereniging kan streven naar een meer gediversifieerde leiding, waarbij leden van verschillende groottes en soorten vervoersbedrijven, alsmede vertegenwoordigers van chauffeurs en planners, betrokken zijn. Dit zorgt voor een meer gebalanceerde besluitvorming die rekening houdt met een breder scala aan perspectieven en belangen.

Er is een duidelijke behoefte aan een meer proactieve en oplossingsgerichte aanpak vanuit de brancheorganisatie. Dit vereist leiderschap dat verder gaat dan het alleen identificeren van problemen en zich richt op het actief ontwikkelen en implementeren van strategieën.

Het bevorderen van duurzame en maatschappelijk verantwoorde praktijken kan niet alleen de impact op het milieu verminderen, maar ook de reputatie van het leerlingenvervoer verbeteren. KNV kan specifieke programma’s of ondersteuning bieden aan KMO’s in de sector om ervoor te zorgen dat hun belangen en uitdagingen adequaat worden aangepakt. Effectieve communicatie met alle belanghebbenden, inclusief tijdige updates en transparantie over problemen en oplossingen, kan helpen bij het opbouwen van vertrouwen en het verminderen van frustraties.

Het is belangrijk dat de brancheorganisatie niet alleen reageert op onmiddellijke problemen, maar ook werkt aan een langetermijnvisie voor de sector. Dit omvat het anticiperen op toekomstige uitdagingen en trends.

De toename van de vraag naar leerlingenvervoer en de onvoldoende respons van de taxisector vormen de kern van de problematiek. KNV Zorgvervoer en Taxi, een branchevereniging, heeft herhaaldelijk gewaarschuwd voor een onhoudbare situatie, waarin men steeds meer moet doen met minder middelen. Echter, het onvermogen van de sector om zelf doeltreffende oplossingen te vinden, blijft een doorn in het oog voor opdrachtgevers of gemeenten die met de problemen worstelen.

achteruitgang

De door taxichauffeurs aangewezen problemen zoals bedrijfscultuur, loonkwesties, en onprofessionele planningen, vervaardigd door onervaren personeel, zijn belangrijke aandachtspunten die directe impact hebben op de kwaliteit van het leerlingenvervoer. De tendens van vervoerders om te besparen op ICT-kosten door zelfgebouwde software en vervoersplanningen te gebruiken, heeft blijkbaar geleid tot een achteruitgang in de kwaliteit van planningen en routes. Besparen op ICT-kosten mag niet ten koste gaan van de kwaliteit van de dienstverlening. Investeringen in robuuste, bewezen softwareoplossingen voor routeplanning en vervoersbeheer zijn cruciaal voor het optimaliseren van operationele efficiëntie.

Daarnaast blijkt uit een enquête van de branchevereniging dat een kwart van de KNV-leden samen meer dan 1600 vacatures open heeft staan. Dit wijst op een steeds complexer wordende vervoersvraag en de behoefte aan meer maatwerk, wat een professionele aanpak vereist.

Het opzetten van effectieve feedbackmechanismen waarbij chauffeurs en planners hun ervaringen en suggesties kunnen delen, kan helpen bij het identificeren van problemen en het ontwikkelen van praktische oplossingen.

Het is van groot belang te erkennen dat leerlingenvervoer primair een verantwoordelijkheid is van gemeenten, waarbij de inzet van taxibussen vaak als laatste optie wordt gezien, en niet als een standaardvereiste. Dit biedt ruimte voor het overwegen van alternatieve vervoerswijzen, die zowel praktisch als kosteneffectief kunnen zijn.

taxi geen ‘must-have’

Voor sommige groepen leerlingen kan het openbaar vervoer een haalbare optie zijn. Dit kan de druk op het leerlingenvervoer verminderen en leerlingen meer zelfstandigheid bieden. Gemeenten kunnen samenwerken met openbaarvervoerbedrijven om routes en dienstregelingen af te stemmen op de behoeften van schoolgaande kinderen, al dan niet onder begeleiding. In gebieden waar het veilig en praktisch is, kan het stimuleren van fietsen als vervoersmiddel bijdragen aan de fysieke gezondheid van leerlingen en het milieu.

Deelvervoersystemen, zoals carpoolen georganiseerd door ouders of via gemeenschapsinitiatieven, kunnen een kosteneffectieve en sociale oplossing bieden. Dit vereist goede coördinatie en betrouwbare communicatiekanalen. In sommige gevallen kunnen ouders of vrijwilligers het vervoer van leerlingen organiseren, vooral in kleinere gemeenschappen of voor specifieke activiteiten. Dit vraagt om goede afspraken en eventueel ondersteuning vanuit de gemeente.

Het informeren en onderwijzen van ouders en leerlingen over de beschikbare vervoersalternatieven kan helpen bij het maken van geïnformeerde keuzes en het bevorderen van zelfstandigheid van leerlingen.

Door schooltijden binnen het speciaal onderwijs flexibeler te maken, kan de druk op het vervoer in piekuren verminderd worden. Dit kan helpen bij het efficiënter organiseren van vervoer en het verminderen van kosten. Samenwerking met lokale organisaties, zoals buurtverenigingen of non-profitorganisaties, kan helpen bij het opzetten van innovatieve vervoersoplossingen die aansluiten bij de specifieke behoeften van de gemeenschap.

Foto: © Pitane Blue – Voorzitter Koninklijk Nederlands Vervoer Bertho Eckhardt

De uitspraken van Bertho Eckhardt, voorzitter van KNV, benadrukken verschillende cruciale aspecten in de discussie over leerlingenvervoer in Nederland. Eckhardt’s nadruk op het belang van de doelgroep, de oproep tot het maken van ‘echte, structurele oplossingen’, en de erkenning van de inzet van chauffeurs, belichten de complexiteit van het vraagstuk en de noodzaak van een gecoördineerde aanpak.

Er is behoefte aan diepgaande veranderingen in plaats van tijdelijke oplossingen. Dit kan betekenen dat het huidige systeem grondig wordt herzien en dat er nieuwe strategieën worden ontwikkeld die duurzamer en effectiever zijn. Bij het zoeken naar oplossingen moet altijd rekening worden gehouden met de behoeften en het welzijn van de leerlingen. Dit omvat veilig, betrouwbaar en toegankelijk vervoer dat is afgestemd op hun specifieke behoeften.

De oproep van KNV Zorgvervoer en Taxi aan gemeenten om het vervoer minder complex te maken, wijst op de noodzaak van vereenvoudiging. Dit kan worden bereikt door het verminderen van bureaucratie, het verbeteren van communicatiekanalen en het inzetten van technologie voor efficiëntere planning. De toewijding van chauffeurs aan ‘hun’ kinderen moet worden erkend en ondersteund.

Het toepassen van geavanceerde technologieën in de optimalisatie van routes en verbetering van vervoersefficiëntie kan significant bijdragen aan kostenverlaging in operationele processen. Deze taak dient echter verschoven te worden van grote vervoersbedrijven die neigen naar het ontwikkelen van eigen ICT-oplossingen met goedkope arbeidskrachten zoals schoolverlaters en stagiairs. Hoewel dit een kostenbesparende strategie lijkt, compromitteert het vaak de kwaliteit van het vervoer, waarbij bedrijven afhankelijk worden van volumewinst in plaats van dienstverlening van hoge kwaliteit.

Het verbeteren van arbeidsomstandigheden en salarissen is cruciaal voor het aantrekken en behouden van bekwaam personeel, wat onmisbaar is voor het handhaven van een hoge kwaliteit van dienstverlening. Echter, simpelweg meer financiële middelen inzetten is geen langetermijnoplossing voor de uitdagingen in de sector. KNV zou zich moeten richten op het onderzoeken van en adviseren over meer flexibele en aanvullende vervoersmogelijkheden, zoals gedeeld vervoer, om beter tegemoet te komen aan diverse vervoersbehoeften.

Door te investeren in de scholing en professionalisering van het personeel, inclusief planners en chauffeurs, kan de kwaliteit van de dienstverlening worden verhoogd en kunnen operationele problemen worden verminderd. Bovendien kan de branchevereniging een actieve rol vervullen in het beïnvloeden van zowel lokaal als nationaal beleid, met als doel een gunstiger klimaat te scheppen voor het leerlingenvervoer.

Wachten op de bus blijft dagelijkse realiteit voor Rotterdamse speciaal onderwijs

Het leerlingenvervoer in Rotterdam blijft een rit vol obstakels voor sommige kinderen en scholen.

De ongemakken van het leerlingenvervoer in Rotterdam blijven een bron van frustratie voor zowel leerlingen als scholen. Hoewel Trevvel, de organisatie verantwoordelijk voor dit vervoer, beweert dat het chauffeurstekort is opgelost, blijkt de praktijk anders. Uit een rondgang van het Algemeen Dagblad langs diverse scholen komt een beeld naar voren van kinderen die soms anderhalf uur moeten wachten of te laat komen omdat de busjes uitblijven.

De directeur van De Koppeling, een Rotterdamse school voor christelijk speciaal basisonderwijs, spreekt van een ‘heel vervelende’ situatie. Hij erkent de goede wil van de chauffeurs, maar wijst op problemen in de planning en organisatie. Deze problematiek is niet uniek voor De Koppeling. Ook bij het Passer College, locatie Hillevliet, ervaren leerlingen regelmatig vertragingen van dertig tot veertig minuten. De conciërge van de school, Tansel Dilci, merkt op dat de leerlingen inmiddels gewend zijn geraakt aan deze ongemakken.

Ook De Piloot, een school voor speciaal onderwijs met meerdere vestigingen, deelt soortgelijke ervaringen. De situatie lijkt echter verrassend voor Trevvel. In een schriftelijke reactie laat de vervoerder weten verbaasd te zijn over deze signalen. Trevvel benadrukt dat er voldoende chauffeurs zijn en trekt een parallel met automobilisten die ook niet altijd op tijd komen in de spits. De organisatie, verantwoordelijk voor ongeveer vierduizend dagelijkse ritten in de regio, is bereid om met de scholen in gesprek te gaan om tot een oplossing te komen.

Foto: © Pitane Blue – Trevvel Rotterdam

Deze discrepantie tussen de ervaringen van de scholen en de reactie van Trevvel werpt licht op een groter probleem. De complexiteit van het organiseren van vervoer in een dichtbevolkte en drukke stad als Rotterdam is aanzienlijk. Vooral in de spitsuren is het een uitdaging om op tijd te zijn, iets wat niet alleen geldt voor het leerlingenvervoer, maar voor alle weggebruikers.

communicatie

Het is duidelijk dat de communicatie en samenwerking tussen de scholen en Trevvel verbeterd moet worden. Dit vraagt om een zorgvuldige planning en wellicht innovatieve oplossingen om de efficiëntie van het vervoer te verhogen. Het belang van betrouwbaar vervoer voor deze kwetsbare groep leerlingen, die speciaal onderwijs volgen, kan niet worden onderschat. Het is essentieel voor hun educatieve ervaring en dagelijkse routine.

In deze context is het belangrijk om niet alleen de korte termijn problemen aan te pakken, maar ook te kijken naar concrete oplossingen. Dit kan variëren van betere verkeersplanning in de stad tot het inzetten van geavanceerdere technologieën voor routeplanning en tijdmanagement. Terwijl Trevvel en de scholen werken aan een oplossing, blijft de hoop bestaan dat dit niet alleen zal leiden tot verbeterd leerlingenvervoer, maar ook tot een dieper begrip van de onderliggende uitdagingen binnen stedelijke mobiliteit en onderwijslogistiek.

Uitdagingen en oplossingen tijdens de dag van het leerlingenvervoer

Door de eisen die belangenorganisaties bij de ministers blijven neerleggen beginnen ouders steeds harder met hun vuist op tafel te slaan

De 10e editie van de Dag van het Leerlingenvervoer, die oorspronkelijk gepland was in november 2023, maar uitgesteld werd door de samenloop met de nationale verkiezingen, vindt nu plaats op 25 januari 2024 in Concertgebouw De Vereeniging in Nijmegen. Dit congres belicht de cruciale aspecten van het leerlingenvervoer en brengt experts samen om de toekomst van dit veld vorm te geven.

Dagvoorzitter Carolien Aalders, initiatiefneemster van  ‘De Reiskoffer’, leidt het evenement en zal zelf een deelsessie verzorgen over casuïstiek. De invloed van haar werk is significant, mede door de uitdagingen en kritieken vanuit instanties zoals “Ouders en Onderwijs” en de “Belangenvereniging voor leerlingen in het VSO”.

Al in 2008 pleitte Carolien Aalders in Binnenlands Bestuur voor een minder prominent gebruik van het taxibusje voor kinderen in het speciaal onderwijs. “In mijn optiek is er helemaal geen tekort aan chauffeurs, maar zijn er té veel gebruikers van het taxivervoer.”, aldus Aalders.

Een belangrijk thema dit jaar is de politieke druk rondom het leerlingenvervoer. De visie van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) hierop zal uitvoerig worden besproken. René Peters, Tweede Kamerlid voor het CDA, zal zijn perspectief delen, gezien zijn achtergrond in het onderwijs en ervaring als oud-wethouder.

De Koninklijk Nederlands Vervoer (KNV) zal ook aanwezig zijn om te spreken over de uitdagingen en mogelijke oplossingen in het leerlingenvervoer. Hun inzichten zijn van cruciaal belang, vooral in het licht van de chauffeurskrapte en andere operationele problemen.

Het congres behandelt ook de bredere maatschappelijke misvattingen rondom leerlingenvervoer. De focus ligt op het aanmoedigen van zelfstandig reizen voor die leerlingen die dat kunnen, wat ruimte biedt voor degenen die daadwerkelijk afhankelijk zijn van gespecialiseerd vervoer.

Communicatie met ouders en verzorgers is een ander kritiek punt. Linda Zwetsloot, expert in communicatietraining, zal inzichten delen over het effectief aangaan van deze gesprekken, een vaak onderschat aspect van het leerlingenvervoer.

Daarnaast richt het congres zich op de beleidsmatige aspecten, zoals aanbestedingen. Het Aanbestedingsinstituut Mobiliteit (AIM) zal spreken over de complexiteiten en noodzakelijke aandachtspunten in dit proces. Henk van Gelderen en Joris de Vries nemen de aanwezigen mee in de aanbestedingswereld.

Foto: © Pitane Blue – Voorzitter Koninklijk Nederlands Vervoer Bertho Eckhardt

Diverse sprekers, waaronder Bertho Eckhardt (KNV) en Petra Raaijen (VNG), zullen hun ervaringen en inzichten delen. Verder zal Edwin de Bruin van Connexxion, een belangrijke speler in het vervoersveld, zijn expertise delen over de praktische kanten van het leerlingenvervoer.

Linda Germs, voorzitter van “Stichting Upside van Down” en moeder van Lukas, zal spreken over de reismogelijkheden voor kinderen met het Syndroom van Down, en de rol van de stichting in het bevorderen van een realistische beeldvorming over deze groep.

Maarten van der Weijden, Olympisch en Wereldkampioen lange afstand zwemmen, zal het congres verrijken met zijn inspirerende verhaal over doorzettingsvermogen en het overwinnen van uitdagingen. Tot slot zal Kim Schrijvers, oprichter van Eljakim Information Technology BV, inzichten delen over de technologische ondersteuning van het leerlingenvervoer.

Dit congres belooft een veelzijdig platform te zijn voor discussie, kennisdeling en het aandragen van oplossingen voor de uitdagingen binnen het leerlingenvervoer.

Beter leerlingenvervoer vraagt een diepgaande kijk op de VNG handreiking

De bekostiging van het leerlingenvervoer is een gemeentelijke taak, waarbij gemeenten financieel verantwoordelijk zijn.

Dagelijks maken 72.000 kinderen gebruik van een vorm van leerlingenvervoer. Gelukkig gaat het meestal goed, maar we kennen ook de verhalen in de media van een leerling die tevergeefs op een bus wacht, overvolle taxi’s of personeelstekort bij een vervoersbedrijf. Zo ontstond de aanleiding om een VNG-handreiking leerlingenvervoer beschikbaar te stellen aan de gemeenten.

De “VNG-handreiking leerlingenvervoer” is een uitgebreide gids die richtlijnen en adviezen biedt voor de efficiënte en effectieve organisatie van leerlingenvervoer door Nederlandse gemeenten. De handreiking is opgesteld door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) in samenwerking met experts uit de sector. Het document biedt een gedetailleerd overzicht van de juridische grondslagen, beleidskaders, en verschillende rollen en verantwoordelijkheden binnen het proces van leerlingenvervoer.

Een van de hoofddoelen van de handreiking is het bieden van ondersteuning aan vier specifieke groepen gemeentelijke medewerkers: consulenten leerlingenvervoer, beleidsadviseurs, contractmanagers/accountbeheerders, en medewerkers inkoop en aanbesteding. Deze professionals werken samen om een soepele en effectieve uitvoering van het leerlingenvervoer te garanderen.

De handreiking benadrukt het belang van een zorgvuldige planning en coördinatie van het leerlingenvervoer, evenals de noodzaak voor gemeenten om hun verordeningen en beleidskaders regelmatig bij te werken. Dit is vooral van belang om te voldoen aan de voortdurend veranderende wettelijke vereisten en lokale behoeften.

Gemeenten zijn verplicht een verordening Leerlingenvervoer te hebben, gebaseerd op wetten zoals de WPO, WVO2020 en WEC. De VNG biedt een modelverordening aan die gemeenten kunnen aanpassen aan hun lokale situatie​​. De nadruk ligt ook op zelfstandig reizen van leerlingen, met aandacht voor de zelfredzaamheid en het zelfvertrouwen van kinderen. Ouders spelen een cruciale rol in dit proces​​.

Dagelijks maken ongeveer 72.000 kinderen gebruik van het leerlingenvervoer.

Het bepalen van de beste route van huis naar school is afhankelijk van diverse factoren, waaronder onderwijsbehoefte, afstand en vervoersmogelijkheden​​. Een belangrijk aspect van de handreiking is de nadruk op samenwerking tussen verschillende functies en stakeholders, met een focus op optimale uitvoering en het oplossen van knelpunten​​.

De handreiking introduceert twee belangrijke cycli: de voorbereiding van het nieuwe schooljaar en de cyclus van inkoop, aanbesteding en contractmanagement. De consulent leerlingenvervoer speelt een centrale rol in de dagelijkse uitvoering van het beleid en is het eerste aanspreekpunt voor ouders en scholen. De aanvraag voor leerlingenvervoer kan verschillende redenen hebben, waaronder afstand, handicap en denominatie. Het proces van toekenning begint met een gesprek tussen de consulent en de ouders/verzorgers, waarbij de meest passende vervoersvoorziening wordt bepaald.

Het document behandelt ook uitdagingen zoals piekbelastingen in het vervoer en de noodzaak om alternatieve vervoersoplossingen te verkennen. Bovendien wordt de rol van ouders en scholen in het proces benadrukt, waarbij de nadruk wordt gelegd op samenwerking en communicatie om de beste resultaten te bereiken. De handreiking bevat ook specifieke adviezen en richtlijnen voor de organisatie van het leerlingenvervoer, zoals het vaststellen van een jaarlijkse planning, het opstellen van contracten met vervoersbedrijven, en het beheren van klachten en klanttevredenheidsonderzoeken.

De “VNG-handreiking leerlingenvervoer” is dus een essentieel document voor Nederlandse gemeenten, omdat het hen helpt bij het navigeren door de complexiteit van het leerlingenvervoer en het bieden van effectieve, efficiënte en op maat gemaakte vervoersoplossingen voor leerlingen.

Langere busritten voor leerlingen buitengewoon onderwijs

Veranderingen in busvervoer raken leerlingen buSO Sint-Elisabeth met als overstappen als de voornaamste nieuwe hindernis.

Het busvervoer in het buitengewoon onderwijs blijft een punt van zorg. Drie maanden na de aanvang van het schooljaar is gebleken dat ongeveer 6% van de leerlingen in het buitengewoon onderwijs langer dan 90 minuten op de bus zit, ondanks beloftes voor kortere reistijden. Dit is onthuld in een recent onderzoek door VRT NWS.

Om de situatie te verbeteren, heeft De Lijn vlak voor de herfstvakantie extra bussen ingezet. Dit had als doel de duur van de busritten, die eerder binnen de gestelde limiet van 90 minuten vielen, te verkorten. De Lijn heeft bevestigd dat na de herfstvakantie extra ritten zijn ingevoerd. Echter, deze aanpassingen hebben geleid tot wijzigingen in de bestaande routes, wat invloed heeft op de leerlingen die gebruik blijven maken van hun reguliere busrit.

Een specifiek voorbeeld van de gevolgen van dit nieuwe vervoerplan is zichtbaar bij de leerlingen van BuSO Sint-Elisabeth in Wijchmaal. Zoals gerapporteerd door Het Belang van Limburg, zullen deze 150 leerlingen, die momenteel nog een directe bus naar school kunnen nemen, vanaf 6 januari geconfronteerd worden met de noodzaak om twee tot drie keer over te stappen. Dit brengt aanzienlijke uitdagingen met zich mee voor deze groep leerlingen.

Niet alles is negatief in het leerlingenvervoer. Op verschillende plaatsen in Nederland worden stappen gezet om het leerlingenvervoer te verbeteren, waarbij zowel de kwaliteit van het vervoer als de zelfstandigheid van de leerlingen centraal staan.

In eigen land was er de afgelopen week ook extra aandacht voor het leerlingenvervoer. In Katwijk, bijvoorbeeld, lijkt het leerlingenvervoer beter te verlopen na de eerste vier schoolweken. Ondanks een piek in klachten in de tweede week, waren er uiteindelijk slechts zeven gebruikers met klachten in week vier. Er is een beleid geïmplementeerd waarbij chauffeurs voor het begin van het schooljaar kennismaken met de leerlingen, hoewel dit in de praktijk niet altijd even soepel verloopt.

In Veenendaal wordt een nieuwe aanpak van het leerlingenvervoer geïntroduceerd. Kinderen die niet zelfstandig naar school kunnen reizen, krijgen onder bepaalde voorwaarden een vergoeding voor het leerlingenvervoer van de gemeente. De nieuwe regels zijn gericht op het bevorderen van zelfstandig reizen. Veenendaal volgt hierin een nieuw voorstel van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) dat beter aansluit bij de ontwikkelingen in het passend onderwijs. Het doel is om de zelfstandigheid van de leerlingen te vergroten en ouders en verzorgers financieel te ondersteunen in de vervoerskosten die samenhangen met schoolbezoek.

In Leiderdorp gaat het leerlingenvervoer ook steeds beter. Het college van burgemeester en wethouders baseert deze conclusie op cijfers van vervoerder NOOT en een uitvraag onder scholen. Hoewel er nog steeds uitdagingen zijn, is de situatie aanzienlijk verbeterd ten opzichte van het vorige schooljaar. Deze verbetering zet zich voort in het huidige schooljaar. Daarnaast overlegt de gemeente met Arriva en scholen over de mogelijkheid voor leerlingen om (begeleid) gebruik te maken van openbaar vervoer in plaats van het gespecialiseerde vervoer van NOOT.

Breda past het vervoer voor leerlingen speciaal onderwijs aan

De gemeente Breda past het vervoer voor leerlingen speciaal onderwijs aan maar ouderen zien daardoor hun regiotaxi beperkt worden en dat terwijl vervoerder Connexxion tegen een boete aanloopt.

De gemeente Breda heeft besloten tot een ingrijpende wijziging in haar vervoersbeleid. Chauffeurs die tot voor kort de ouderenpopulatie bedienden, worden nu ingeschakeld om de aanhoudende problemen binnen het leerlingenvervoer aan te pakken. Dit besluit volgt op maanden van onzekerheid voor 47 leerlingen uit het speciaal onderwijs die nog verstoken zijn van transport, naast rapportages over frequente vertragingen en wegblijvende ritten.

Ondanks de deadline van 1 november die aan vervoerder Connexxion was gesteld om de kwesties op te lossen, blijft een structurele oplossing uit. De gemeente heeft als reactie hierop niet alleen ingegrepen maar ook een substantiële boete aan de vervoerder opgelegd, hoewel het exacte bedrag onbekend blijft. Wethouder Arjen van Drunen heeft zijn diepe bezorgdheid geuit over de aanhoudende tekortkomingen in het vervoerssysteem. 

“Deze problemen duren al zolang dat we onorthodoxe maatregelen moeten inzetten.”

wethouder Arjen van Drunen

Volgens Omroep Brabant gaat de gemeente Breda chauffeurs die normaal alleen ouderen rondrijden inzetten om kinderen van het speciaal onderwijs naar school te brengen. De recente maatregel betekent dat ouderen gedurende de ochtenduren hun gebruikelijke beroep op regiotaxi’s moeten beperken. Uitzonderingen worden gemaakt voor dringende zaken, zoals medische afspraken en belangrijke persoonlijke gebeurtenissen. Deze stap wordt door de wethouder als een onorthodoxe maar noodzakelijke gezien om ervoor te zorgen dat kinderen toegang tot onderwijs krijgen.

Connexxion, aan de andere kant, staat voor de uitdagende taak om te navigeren tussen de opgelegde sancties en het in stand houden van hun dienstverlening.

Diezelfde maatregel werd destijds ingezet in Rotterdam toen een capaciteitstekort parten speelde bij vervoerder Trevvel en men ook daar er niet in slaagde het leerlingenvervoer op orde te brengen. Met een motie wilde de politieke partij 50PLUS toen voor elkaar krijgen dat de beperkingen bij het vervoer van ouderen niet aan de orde was. “van levensbelang om te voorkomen dat ouderen steeds minder  mobiele ouderen worden en  vereenzaming zou optreden”, was de stelling. De motie werd verworpen en men ging over tot de orde van de dag.

nieuwe medewerkers

De gemeente houdt verdere maatregelen open, waaronder het mogelijk inschakelen van een ander vervoersbedrijf om de dienstverlening te verbeteren. Hiermee wordt Connexxion de mogelijkheid geboden om hun zaken op orde te krijgen en te investeren in het werven van nieuwe medewerkers wat geen gemakkelijke opgave is. Connexxion zelf reageert dat het team verrast is door de dreiging van een boete en benadrukt dat er hard gewerkt wordt aan het versterken van het personeelsteam, waarvoor zelfs een gespecialiseerde recruiter is aangesteld. 

De vervoerder erkent het belang van betrouwbaar en zorgzaam vervoer voor deze gevoelige groep en betreurt het dat ze op dit moment niet aan de verwachtingen kunnen voldoen. De uitdagingen worden toegeschreven aan een groter, landelijk probleem van personeelstekorten die de sector treffen.

Touringcars als schijnoplossing in het leerlingenvervoer

Het antwoord op een chauffeurstekort met een touringcar lijkt een oplossing die meer vragen oproept dan beantwoordt.

Het inzetten van touringcars lijkt op het eerste gezicht een pragmatische oplossing, maar bij nader onderzoek komen er ethische en praktische vraagstukken naar boven. Bijvoorbeeld, is het gepast om kinderen die extra zorg nodig hebben, met een touringcar te vervoeren? Dit roept vragen op over de kwaliteit van de zorg en aandacht die deze kinderen krijgen tijdens hun rit naar school.

In een tijd waarin de taxisector een harde klap krijgt, lijken gemeenten een wondermiddel te hebben gevonden om het nijpende probleem van het leerlingenvervoer op te lossen: touringcars. De beleidsmakers besluiten te makkelijk leerlingen van basisschool te vervoeren met een touringcar, in plaats van de gebruikelijke taxibusjes. Maar lost dit werkelijk het probleem op, of legt het slechts de latente tekortkomingen in de aanbestedingsprocedures en politieke overwegingen bloot?

implicaties

De juridische implicaties zijn eveneens niet te verwaarlozen. Gemeenten die kiezen voor onconventionele oplossingen kunnen zich in de toekomst mogelijk geconfronteerd zien met juridische uitdagingen. Als aanbestedingen worden gewonnen op basis van onhaalbare beloftes, kan dit leiden tot rechtszaken die het vertrouwen in het openbaar bestuur kunnen schaden. Daarnaast is het rechtmatig dat verliezende partijen bij een aanbesteding de winnaars kritisch volgen en nawijzen. “De gunning werd oneerlijk beoordeeld en de winnende organisaties hebben een onrealistisch aanbod gedaan. Dat er nu personeelsgebrek is snijdt geen hout.”, klinkt het in de reacties.

Ondertussen zijn er ook geluiden vanuit de branchevereniging KNV richting de gemeenten. In een dringende oproep aan alle Nederlandse colleges van Burgemeesters en Wethouders luidt de Koninklijke Nederlandse Vervoer (KNV) de noodklok over de onhoudbare situatie in het leerlingenvervoer. Voorzitter Bertho Eckhardt beklemtoont de ontoelaatbare druk waaronder vervoerders en hun personeel momenteel opereren.

De trend om touringcars in te zetten legt diepgaande problemen in de aanbesteding, het personeelsbeleid en de politieke wil bloot.

Gemeenten moeten zelf naar oplossingen zoeken om politieke spelletjes vermijden. De kilometervergoeding voor “zelf vervoer regelen” verhogen lijkt slechts een pleister op de wonde. Gemeenten lijken meer bezig met het vinden van een snelle oplossing dan met het adresseren van de onderliggende oorzaken, zoals de reden van personeelstekorten en inefficiënte aanbestedingen en procedures.

mogelijkheden

De gemeente Utrecht onderzocht eerder dit jaar verschillende mogelijkheden zoals flexibele schooltijden en het opleiden van 65-plussers en nieuwkomers om het tekort aan chauffeurs in het leerlingenvervoer op te lossen. Rotterdam volgt in de voetsporen door ook meer leerlingen per touringcar te vervoeren, met vaste routes waarbij leerlingen op vooraf bepaalde haltes kunnen opstappen. De gemeente Beesel had aanvankelijk het plan om de kosten te verhalen op het vervoersbedrijf. 

De gemeente claimt terecht of onterecht dat ze overvallen werd door problemen in de bezetting ondanks voorbereidende gesprekken. In de tussentijd blijft de taxisector, die traditioneel gezien het leerlingenvervoer op zich nam, achter met mogelijk definitieve uitval van contracten en nog meer afnemende werkgelegenheid. Niemand lijkt bereid om verantwoordelijkheid te nemen voor de situatie.

Samenvattend is het inzetten van touringcars een symptomatische oplossing voor een veel groter, complexer probleem. Terwijl het misschien op korte termijn soelaas biedt, doet het niets om de structurele problemen in de aanbestedingsprocedures, de taxisector en het openbaar bestuur aan te pakken. Het wordt tijd dat alle betrokken partijen, van gemeenten tot vervoerders, serieus gaan nadenken over duurzamere en ethisch verantwoorde oplossingen voor die kinderen.

Zorgvervoerders luiden noodklok: leerlingenvervoer aan de rand van de afgrond

De voorzitter van de branchevereniging roept op tot een kritische evaluatie van de instroom van het vervoer en zou graag zien dat het aantal route-mutaties wordt verminderd

In een dringende oproep aan alle Nederlandse colleges van Burgemeesters en Wethouders luidt de Koninklijke Nederlandse Vervoer (KNV) Zorgvervoer en Taxi de noodklok over de onhoudbare situatie in het leerlingenvervoer. Voorzitter Bertho Eckhardt beklemtoont de ontoelaatbare druk waaronder zorgvervoerders en hun personeel momenteel opereren. De verzuchting komt niet alleen vanuit de vervoerders; opdrachtgevers, ouders en kinderen zijn eveneens bezorgd over de problematische start van het leerlingenvervoer voor het schooljaar 2023-2024.

De verstrengelde problemen beginnen bij een nijpend tekort aan chauffeurs. Ondernemers kampen met dit tekort vanwege uiteenlopende redenen, variërend van de beperkingen van hun huidige contracten tot de dagelijkse praktijk die grilliger blijkt dan verwacht. Daarnaast bemoeilijkt de toegenomen complexiteit in de vervoersvraag de planning. Er is meer maatwerk nodig en ook het aantal solo-vervoerritten is toegenomen. Verder worden er regelmatig aanpassingen gedaan in het aantal te vervoeren leerlingen, soms zelfs nadat het schooljaar al is begonnen. Dit werpt zorgvuldig opgestelde planningen omver juist op het moment dat het werk van start gaat.

inzet

Taxichauffeurs manoeuvreren in een systeem dat soms niet optimaal is opgezet en verdienen erkenning en waardering voor hun inspanningen. De kritiek op het vervoer voor speciaal onderwijs en Valys, de dienst voor reizigers met een mobiliteitsbeperking, is inderdaad een veelbesproken onderwerp in Nederland. Vaak zijn er klachten over de punctualiteit en betrouwbaarheid van deze vormen van vervoer. Voor gezinnen en individuen die afhankelijk zijn van deze diensten, kan dit veel stress en ongemak veroorzaken.

De inzet van taxichauffeurs voor speciaal vervoer zoals leerlingenvervoer en Valys-diensten roept een aantal ethische en praktische vragen op. Het hangt van verschillende factoren af of het verantwoord is om taxichauffeurs dit soort werk te laten uitvoeren. Taxichauffeurs zijn professionals als het gaat om vervoer. Ze zijn bekend met de wegen, regelgeving en logistiek. Taxi’s zijn over het algemeen gemakkelijk beschikbaar en kunnen flexibel worden ingezet, dus in veel gevallen uitermate geschikt voor dit vervoer.

Toch zijn er aandachtspunten. De doelgroep van dit soort vervoer kan speciale behoeften hebben die buiten de expertise van een gewone taxichauffeur vallen, zoals medische of gedragsmatige uitdagingen. Als taxichauffeurs deze diensten aanbieden, moeten ze mogelijk extra training ondergaan om te kunnen omgaan met de specifieke behoeften van deze groepen.

Kinderen moeten veilig en op tijd op school kunnen komen, en vervoerders moeten in staat zijn om hun diensten op een duurzame manier te leveren

Tegelijkertijd nemen de verwachtingen van ouders en leerlingen toe. Dit zorgt voor een spanningsveld aangezien de huidige contracten met de zorgvervoerders vaak niet zijn afgestemd op deze verwachtingen. Bertho Eckhardt stelt onomwonden dat de vervoerders niet de mogelijkheid hebben om wachtrijen te creëren of een dienstregeling te versoberen, iets wat in andere sectoren van de economie wel mogelijk is.

herziening

Eckhardt pleit dan ook voor een radicale herziening van het systeem. Hij roept op tot een kritische evaluatie van de instroom van het vervoer en zou graag zien dat het aantal route-mutaties wordt verminderd. Daarnaast moeten boetes voor vervoerders die al overbelast zijn vanwege personeelstekorten en ziekteverzuim stoppen. In plaats van elkaar in gebreke te stellen, zouden opdrachtgevers en ondernemers samen aan tafel moeten om praktische oplossingen te vinden. Eckhardt benadrukt dat als dit betekent dat er afgeweken moet worden van eerder gemaakte afspraken, men de moed moet hebben om deze stap te nemen.

De bottom line is duidelijk: als we niet snel en gezamenlijk actie ondernemen, is de kans groot dat de fragiele staat van het leerlingenvervoer onherstelbare schade aanricht, met verregaande gevolgen voor het onderwijs en de toekomstige generatie.

Naast de roep om meer flexibiliteit en samenwerking is er ook aandacht voor technologische oplossingen die het probleem kunnen verlichten. Het gebruik van geavanceerde routeplanningssoftware kan hier een significante bijdrage aan leveren. Het automatiseren van routeplanning niet alleen kan helpen om de efficiëntie te verhogen, maar ook om de complexiteit van het vervoer beter te beheren. Vooral in een situatie waar maatwerk en snelle aanpassingen steeds vaker vereist zijn, kan dergelijke software de belasting op zowel de vervoerders als hun personeel verminderen.

De implementatie van moderne routeplanningssoftware kan ook de communicatie tussen opdrachtgevers, vervoerders en ouders verbeteren. Met real-time tracking en updates kunnen ouders beter op de hoogte worden gehouden over de verwachte aankomsttijden, wat de algemene tevredenheid kan verhogen en de druk op de vervoerders kan verlagen. Het kan tevens bijdragen aan het verminderen van het aantal last-minute wijzigingen in het aantal leerlingen of hun bestemmingen, een factor die momenteel de planning vaak in de war stuurt.

Deze technologische aanpak zou hand in hand moeten gaan met de structurele en contractuele veranderingen waar KNV voor pleit. Want terwijl software veel kan oplossen, kan het geen vervanging zijn voor het fundamentele menselijke element: het begrip en de samenwerking tussen alle betrokken partijen. Maar in een tijd waarin het leerlingenvervoer zo duidelijk op een kruispunt staat, kunnen alle beschikbare middelen en ideeën om het systeem te verbeteren niet snel genoeg worden ingezet.

Langere schoolbusritten plagen Vlaams buitengewoon onderwijs

Een maand na schoolstart zitten honderden leerlingen dagelijks langer dan beloofde 90 minuten op de bus, ondanks toezeggingen van de Vlaamse regering.

In een recent persbericht van Katholiek Onderwijs Vlaanderen worden verontrustende cijfers naar voren gebracht over de ritduur van schoolbussen voor buitengewoon onderwijs. Volgens deze organisatie zitten honderden leerlingen dagelijks langer dan anderhalf uur op de bus, en dat terwijl de Vlaamse minister van Mobiliteit, Lydia Peeters van de Open VLD, juist had beloofd dat geen enkele leerling langer dan 90 minuten onderweg zou zijn naar school. Een maand na de start van het nieuwe schooljaar blijkt deze doelstelling verre van gehaald. Sterker nog, bijna een op de tien leerlingen zit zelfs langer dan de beloofde 90 minuten in de bus, zowel ’s ochtends als ’s avonds.

Deze problematiek is nog groter dan het op het eerste gezicht lijkt. Uit een eigen enquête van Katholiek Onderwijs Vlaanderen blijkt dat veel bussen regelmatig pas aankomen na het begin van de schooltijd. Dit zorgt ervoor dat mogelijk meer dan duizend leerlingen per week de start van hun lessen missen. En het zijn niet alleen de vertragingen die zorgen baren. De scholen klagen ook over de staat van de bussen; onvoldoende ventilatie, kapotte veiligheidsgordels en defecte airconditioning zijn slechts enkele van de problemen die worden gemeld.

softwaresysteem

Volgens VRT-nieuws zouden problemen met een nieuw softwaresysteem ook bijdragen aan de moeizame organisatie van het leerlingenvervoer. Zo zouden kinderen die in dezelfde straat wonen en naar dezelfde school gaan, soms door verschillende bussen worden opgehaald. De Lijn, die verantwoordelijk is voor het organiseren van het vervoer, wijst onder meer naar chauffeurstekorten en een toename van ruim 6.300 leerlingen dit jaar als oorzaken voor de vertragingen en de langere ritduren.

Het is dus duidelijk dat het huidige systeem niet voldoet aan de behoeften van de leerlingen en de scholen. Dit is extra pijnlijk omdat de Vlaamse regering onlangs in de Septemberverklaring heeft aangekondigd vanaf 2024 jaarlijks 30 miljoen euro extra uit te trekken voor het leerlingenvervoer van het buitengewoon onderwijs. Hoe dit geld precies zal worden ingezet om de huidige problemen aan te pakken, blijft vooralsnog onduidelijk.

Foto: De Lijn

Ondanks beloften en financiële toezeggingen blijkt de Vlaamse overheid moeite te hebben met het oplossen van een aanhoudend probleem: de lange ritduur van schoolbussen in het buitengewoon onderwijs. Terwijl de financiële investering voor de komende jaren lijkt verzekerd, met een extra 30 miljoen euro die vanaf 2024 jaarlijks zal worden vrijgemaakt, ontbreekt het aan onmiddellijke oplossingen voor de problemen waar scholen en leerlingen nu mee te maken hebben.

De onhoudbare situatie heeft ook een administratieve impact op scholen. Ze worstelen met de extra organisatie die nodig is om leerlingen op te vangen die te laat aankomen, en zijn bovendien genoodzaakt om aanvullende maatregelen te treffen voor het welzijn van de leerlingen. Naast het missen van onderwijstijd is er namelijk ook de kwaliteit van het vervoer zelf; een gebrek aan comfort en veiligheid draagt niet bij aan een goede start van de schooldag.

aantal leerlingen

Volgens De Lijn zijn er verschillende factoren die bijdragen aan de moeizame organisatie dit jaar, waaronder chauffeurstekorten en een significante toename van het aantal leerlingen. Ook de late inschrijvingen in september en problemen met nieuwe software droegen bij aan de problemen. De complexiteit van deze kwestie vraagt om een multifaceted benadering, die verder gaat dan enkel financiële investeringen.

Wat de zaak nog problematischer maakt, is dat de lange ritten en vertragingen niet alleen ongemakkelijk zijn, maar ook pedagogische implicaties hebben. Het constant missen van de start van de schooldag kan leiden tot leerachterstanden en onnodige stress bij leerlingen, die al te maken hebben met de uitdagingen van het buitengewoon onderwijs.

In dit licht wordt de urgentie van de oproep van Katholiek Onderwijs Vlaanderen aan de Vlaamse regering alleen maar groter. De tijd dringt voor het vinden van een adequate oplossing die meer behelst dan het beloven van toekomstige financiële middelen. Het gaat hier niet alleen om comfort en gemak, maar ook om het welzijn en de onderwijskansen van enkele van de meest kwetsbare leden van de samenleving.

Minibusjes en taxi’s afgeschaft want het aantal ritten is geoptimaliseerd

Met slechts enkele dagen te gaan voor het nieuwe schooljaar is het angstvallig stil rondom concrete oplossingen.

Met het einde van de zomervakantie zetten veel ouders en scholen zich schrap voor de start van het nieuwe schooljaar. Vooral voor kinderen in het buitengewoon onderwijs dreigen er problemen bij het vervoer naar school. Dankzij de eerste fase van Hoppin, een initiatief van De Lijn, zou het openbaar vervoer efficiënter en duurzamer moeten worden. Echter, de nadelen wegen zwaar voor sommige gezinnen.

Het verhaal van Lien Koelman is slechts een van vele. In haar verhaal in de Vlaamse krant De Standaard noemt Koelman de situatie ‘mensonterend’. Na jaren zoeken naar een goede oplossing voor haar zoontje Louis, die door een hersenverlamming in een rolstoel zit, werd hij eindelijk per taxi naar zijn school voor buitengewoon onderwijs gebracht. Wat voorheen vier tot vijf uur per dag in beslag nam, werd teruggebracht tot een half uur. Echter, onlangs kreeg Koelman te horen dat de taxiservice volgend jaar wordt stopgezet. Louis kan zich nu opmaken voor busritten die elke dag ongeveer twee uur duren. 

Katholiek Onderwijs Vlaanderen meldt dat de helft van de 135 ondervraagde scholen zich ernstige zorgen maakt over het vervoer van hun leerlingen. Kleinere minibusjes en taxi’s worden stopgezet en sommige scholen melden zelfs dat er helemaal geen busvervoer meer is. Een enorm probleem, want voor veel gezinnen zijn er simpelweg geen alternatieven.

Dat er niet langer minibusjes en taxi’s worden ingezet, klopt volgens het kabinet-Peeters niet. Dat hoorde De Standaard tijdens een belronde bij scholen. Een op de acht directeurs gaf aan dat er busritten geschrapt zijn. Een op de vijf zei dat nog niet alle busritten toegewezen zijn via aanbestedingen. Wel kan het volgens het kabinet gebeuren dat kinderen die vorig jaar nog met een taxi werden gebracht, nu met een bus moeten reizen omdat het efficiënter is.

Met een stijging van meer dan 4.000 extra leerlingen in het bijzonder onderwijs dit schooljaar wordt het vraagstuk van geschikt leerlingenvervoer nog nijpender. Volgens minister van Mobiliteit Lydia Peeters (Open VLD) zijn er extra middelen nodig om ervoor te zorgen dat niemand langer dan 90 minuten onderweg is. Maar is dit haalbaar? En is 90 minuten niet al veel te lang voor kinderen met speciale behoeften?

toename

De minister erkent dus dat er extra fondsen nodig zijn, maar een cruciale vraag is of deze fondsen ook daadwerkelijk zullen worden toegekend en of ze tijdig zullen worden ingezet. In het verleden hebben we gezien dat beloften niet altijd leiden tot concrete acties. Ook is het de vraag of een rit van 90 minuten een aanvaardbare norm is. Voor kinderen die al met diverse uitdagingen kampen, kan een lange busrit een extra last zijn die hun leerervaring beïnvloedt.

De toename van 4.000 extra leerlingen laat zien dat de behoefte aan gespecialiseerd vervoer groter is dan ooit. Dit roept vragen op over hoe het huidige beleid, dat al tekortschiet, deze groeiende behoefte zal kunnen opvangen. Het lijkt erop dat de ‘optimalisatie’ van het aantal ritten wellicht moet worden herzien in het licht van deze nieuwe ontwikkelingen.

Foto: beeldmateriaal De Lijn – Een jongere toont zijn digitaal ticket aan de chauffeur

Vorig jaar investeerde Vlaams minister van Mobiliteit Lydia Peeters nog 27 miljoen euro extra in busvervoer om soelaas te bieden voor schrijnende verhalen uit 2021. Toch lijkt er weinig te zijn veranderd. Kathleen Lebbe, coördinator leerlingenvervoer voor vier scholen in Antwerpen, stelt dat er momenteel voor zo’n 500 tot 600 leerlingen in de regio geen vervoersoplossing is.

nieuwe visie, oude problemen

Op 1 juli is het beleid Hoppin in werking getreden, gericht op een efficiënter, duurzamer en flexibeler openbaar vervoer. Hoewel het plan goed klinkt, lijkt het vooral nadelen te hebben voor de meest kwetsbare groepen in de samenleving. De belofte van een “geoptimaliseerd” vervoer lijkt vooral een verslechtering in te houden voor hen die het meest afhankelijk zijn van goed openbaar vervoer. In de aanloop naar het nieuwe schooljaar adviseert De Lijn reizigers om de app of website te raadplegen om te zien of er wijzigingen zijn die hun reis zullen beïnvloeden. Dit advies klinkt echter hol voor de ouders die zich afvragen hoe ze hun kinderen naar school moeten krijgen.

De term ‘optimalisatie’ heeft voor velen een bittere nasmaak gekregen. Wat bedoeld was als een verbetering van het openbaar vervoer, lijkt voor een specifieke, maar belangrijke groep juist een stap terug te zijn. Het is cruciaal dat deze problemen serieus worden genomen en dat er een duurzame en humane oplossing komt. Zo niet, dan is de ‘optimalisatie’ niets meer dan een loze belofte, met ernstige gevolgen voor degenen die het meest kwetsbaar zijn.

Een multi-disciplinaire aanpak lijkt noodzakelijk. Extra middelen zijn een deel van de oplossing, maar er moet ook gekeken worden naar innovatieve manieren om het vervoer efficiënter en meer op maat gemaakt te maken. Kunnen er bijvoorbeeld samenwerkingen met lokale taxibedrijven worden opgezet? Of kunnen er subsidies worden gegeven aan ouders die kiezen voor carpooling?

Scholen Zeeburgereiland spreiden lestijden voor beter openbaar vervoer

Amsterdamse scholen pionieren met gespreide lestijden om OV-drukte te verminderen.

In de immer groeiende wijk Zeeburgereiland in Amsterdam-Oost zijn nieuwe scholen bezig met het ontwerpen van innovatieve maatregelen om de drukte in het openbaar vervoer te verminderen. Deze oplossing, ondersteund door het stadsbestuur van Amsterdam en het Gemeentelijk Vervoerbedrijf (GVB), is gericht op het spreiden van lestijden in toekomstige onderwijsinstellingen.

“Met z’n allen in een volle tram of op een druk fietspad tegelijkertijd naar school of college. Voor veel mensen is dat iedere dag de realiteit. Voor de toekomstige scholieren, studenten en docenten op de scholen op Zeeburgereiland gaat dat anders zijn. Zij gaan verspreid over de ochtend naar school. En de lestijden lopen door tot later in de middag en avond. Zo ga je de ene dag vroeger en de andere dag later naar school. En heb je minder tussenuren, met meer tijd voor een bijbaantje of sport.”

Melanie van der Horst – Wethouder Amsterdam

Inholland, een hogeschool die in 2024 de deuren zal openen voor naar verwachting 6700 studenten, en Montessori Lyceum #2, dat in 2025 zo’n 1100 scholieren zal verwelkomen, zetten de toon voor deze verandering. Door het implementeren van verspreide lestijden, proberen deze scholen een meer beheersbare stroom van passagiers in het openbaar vervoer te creëren, waardoor de ervaring van reizigers aangenamer wordt.

“Door het spreiden van de lestijden kunnen studenten en medewerkers vermijden om als sardines in de tram te staan”, zegt een woordvoerder van Inholland. De hogeschool merkt ook op dat deze strategie andere voordelen biedt, zoals minder gaten in de roosters, waardoor studenten minder tussenuren hebben.

Deze aanpak krijgt de steun van Melanie van der Horst, de Amsterdamse Verkeerswethouder, die hoopt dat andere scholen het voorbeeld zullen volgen. Zij ziet de potentie om deze strategie toe te passen in de bredere context van stadsplanning en mobiliteit.

“Deze afspraken die we samen met GVB met Inholland en het Montessori Lyceum #2 maakten dragen bij aan een betere bereikbaarheid van Zeeburgereiland. Deze scholen verdienen een groot compliment!”

Melanie van der Horst – Wethouder Amsterdam

Zeeburgereiland is een gebied waar steeds meer mensen komen wonen, werken en studeren. Als reactie hierop worden meer trams toegevoegd aan het openbaar vervoersnetwerk en is sinds januari een pontverbinding in bedrijf. Echter, ondanks deze aanpassingen, blijft de spits druk en noodzakelijk voor extra maatregelen, zo merkt de gemeente op.

Dit initiatief van de scholen, in samenwerking met het stadsbestuur en het GVB, illustreert het soort flexibiliteit en adaptiviteit dat nodig is in onze steeds veranderende steden. Het is een belangrijke stap in de richting van een duurzamere, veerkrachtigere en meer bewoonbare stad.

Willemsen- de Koning Groep zoekt chauffeurs voor leerlingenvervoer Den Bosch

Het leerlingenvervoer in Den Bosch wordt vanaf 1 augustus verzorgd door Willemsen- de Koning.

Het vervoersbedrijf Willemsen- de Koning, één van de grotere bedrijven in Nederland op het gebied van kleinschalig personenvervoer, voldeed aan alle gunningscriteria. Na een weging van 50% voor de kwaliteit van het implementatieplan, 10% voor duurzaamheid en 40% voor de prijs won het bedrijf de aanbesteding leerlingenvervoer voor  de initiële looptijd van 6 jaar. 

De overeenkomst kan worden verlengd met twee perioden van één jaar. Het  vervoer omvat  het aangepast vervoer, zoals omschreven in de verordening leerlingenvervoer, van leerlingen binnen de gemeente Den Bosch. Naast het leerlingenvervoer binnen Den Bosch verzorgt Willemsen de Koning vanaf 1 augustus ook de ritten van en naar scholen, stagelocaties, jeugdzorglocaties en beschutte werkplekken (voor WeenerXL) in Vught en Sint-Michielsgestel.

geen garantie

Bewezen diensten bieden geen garantie voor de toekomst. Na een aanbestedingsprocedure bleek de Arnhemse vervoerder de geschikte opvolger voor Van Driel die door een gebrek aan chauffeurs een moeizame Bossche periode achter de rug heeft. Het leerlingenvervoer voor speciaal onderwijs in de gemeente Den Bosch liep spaak. Reden was een personeelstekort bij Van Driel en ritten werden niet op tijd gereden waardoor leerlingen te laat op school kwamen.

emissievrij

Minimaal veertig procent  van de voertuigkilometers (beladen en onbeladen) moeten worden gereden met voertuigen die emissievrij zijn. Dit zijn elektrische voertuigen of waterstofvoertuigen. Uitzondering hierop zijn voertuigen waarin rolstoel gebonden leerlingen of scootmobielen worden vervoerd. Inschrijvingen onder het minimum van 40,00% en boven het maximum van 100,00% respectievelijk maximaal 70,00% zijn ongeldig en worden uitgesloten.

twee percelen

Inschrijven voor beide percelen door dezelfde opdrachtnemer was niet toegestaan. Den Bosch heeft ervoor gekozen een Europees openbaar openbare aanbestedingsprocedure zonder voorselectie te doorlopen. Leerlingen, werknemers van Weener XL en kinderen uit de jeugdzorg die buiten de gemeente Den Bosch, Vught of Sint-Michielsgestel moeten zijn, worden tot 2029 door Munckhof vervoerd.

Chauffeurs

Willemsen- de Koning is begonnen met het werven van chauffeurs en het op orde brengen van het wagenpark. Wil je aan de slag, dat kan. Gedurende het schoolseizoen vervoer je van maandag tot en met vrijdag een groep leerlingen van en naar school. Mocht je nog niet in het bezit zijn van een taxi-pas dan regelen en vergoeden zij de opleiding.

Foto: Willemsen- de Koning Groep / Munckhof

Planningen herzien en schoolbusjes slimmer inzetten

Het opzetten van een effectief vervoersysteem is niet alleen de verantwoordelijkheid van de vervoerders.

Het vervoer van schoolkinderen naar verschillende scholen op verschillende locaties met behulp van taxibusjes kan een complex logistiek probleem zijn. Dat hebben we het afgelopen schooljaar gezien. Gebrek aan personeel en een gebrekkige vervoersplanning hebben er in ieder geval voor gezorgd dat de taxisector in diskrediet kwam. Koren op de molen van politici in de oppositiebankjes en  wethouders die ter verantwoording werden geroepen. In de meeste gevallen ging de vervoerder licht beschadigd door de lokale media toch vrijuit.

Aan de vooravond van de vakantieperiode kunnen we de balans opmaken en concrete plannen maken hoe we de komende periode de planning aanpakken voor het komende schooljaar. In ieder geval is het overnemen van bestaande routes en planningen een grote denkfout. Een nieuw schooljaar betekent kritisch kijken naar planningen, bezetting en samenwerking met opdrachtgevers. Het doel is in de afgelopen periode niet veranderd. Ervoor zorgen dat alle kinderen veilig en tijdig op hun respectievelijke scholen aankomen, terwijl de bezettingsgraad van de taxibusjes zo hoog mogelijk wordt gehouden. Dit vereist zorgvuldige planning en coördinatie, evenals het gebruik van moderne technologieën om het proces te optimaliseren.

Het is belangrijk om regelmatig feedback te vragen aan alle betrokkenen, inclusief de kinderen, hun ouders, de chauffeurs en de schoolmedewerkers.

Het eerste wat in overweging moet worden genomen, is de begintijd van de scholen. Gezien het feit dat de aanvangstijden tussen 8:00 en 8:45 uur variëren, zou je kunnen overwegen om een gestructureerd schema te maken waarbij kinderen die naar scholen gaan die vroeger beginnen, eerst worden opgehaald. Daarna kunnen de kinderen die naar scholen gaan die later beginnen, worden opgehaald. Dit kan helpen om ervoor te zorgen dat kinderen niet onnodig vroeg worden opgehaald en te lang in de busjes hoeven te zitten.

routeplanningssoftware

Vervolgens kan het gebruik van moderne technologieën zoals routeplanningssoftware helpen om de meest efficiënte routes voor de taxibusjes te bepalen. Deze software kan rekening houden met verschillende factoren zoals verkeersinformatie, de locatie van de scholen en de huizen van de kinderen, evenals de begintijd van de scholen. Met behulp van dergelijke technologieën kan een optimale route worden vastgesteld die de tijd die kinderen in de busjes doorbrengen minimaliseert en tegelijkertijd de bezettingsgraad van de busjes maximaliseert.

Daarnaast moeten we bewaken dat we flexibele vervoersplannen hebben. Dit betekent dat er back-up plannen moeten zijn in geval van onvoorziene omstandigheden zoals verkeersongevallen, slecht weer of ziekte van chauffeurs. Dit kan bijvoorbeeld inhouden dat er extra taxibusjes op stand-by staan, of dat er alternatieve routes zijn die kunnen worden gebruikt als de normale route niet beschikbaar is.

Er moet een heldere communicatie zijn tussen de taxichauffeurs, de schoolautoriteiten, de ouders en de kinderen. Dit kan helpen om verwarring en misverstanden te voorkomen. Bijvoorbeeld, als er wijzigingen zijn in de ophaaltijd of de route, moet deze informatie tijdig worden gecommuniceerd aan alle betrokken partijen.

Het doel is om ervoor te zorgen dat alle kinderen tijdig en veilig op school aankomen, terwijl de bezettingsgraad van de busjes zo hoog mogelijk wordt gehouden en de tijd die reizigers in de busjes doorbrengen wordt geminimaliseerd.

Om de efficiëntie van dit proces verder te verbeteren, kunnen verschillende strategieën worden toegepast. Uitgangspunt is in plaats van kinderen één voor één op te halen, efficiëntie te zoeken in het clusteren van de reizigers. Vanuit de scholen kan dit makkelijker omdat er dan an sprake is van van verzamelpunten. De andere kant op vraagt meer denkwerk en er automatisch van uit gaan dat de ochtendroute in de middag omgekeerd moet worden gereden is een structurele denkfout van veel planners. Het is vaak wel de makkelijke weg om handmatig routes samen te stellen.

De ochtendplanning is complexer. Om de totale tijd die kinderen in het busje doorbrengen te verminderen, kunnen kinderen die dichter bij hun school wonen later worden opgehaald dan kinderen die verder weg wonen. Hierdoor kunnen de kinderen die langer in het busje moeten zitten, later opgehaald worden en zo hun tijd in het busje minimaliseren.

voorspellingen

Vervoersdiensten moeten gebruik maken van realtime tracking technologieën. Deze kunnen ouders, schooladministratie en de vervoerscoördinator in staat stellen de locatie van de busjes te volgen en de aankomsttijd nauwkeurig te voorspellen. Dit helpt ook bij het identificeren van problemen op de route in realtime, zoals verkeersopstoppingen of vertragingen, en kan helpen bij het snel reageren op deze situaties. Het is essentieel om het totale systeem regelmatig te herzien om eventuele problemen te identificeren en mogelijke verbeteringen te implementeren. Dit kan onder meer het verzamelen en analyseren van feedback van leerlingen, ouders, scholen en chauffeurs omvatten.

Het gebruik van een app of online platform kan het proces van coördinatie en communicatie verbeteren. Ouders kunnen bijvoorbeeld de aankomsttijd van de busjes in realtime volgen, waardoor ze hun kinderen op tijd naar de ophaalpunten kunnen brengen. Daarnaast kan zo’n platform ook worden gebruikt om meldingen te sturen in geval van veranderingen in de planning, vertragingen of andere problemen.

De chauffeurs spelen een cruciale rol in dit systeem. Ze moeten goed opgeleid zijn, niet alleen in rijvaardigheden en veiligheid, maar ook in het omgaan met kinderen en in crisisbeheer. Dit helpt hen beter te reageren op onvoorziene situaties, en zorgt ervoor dat de kinderen zich veilig en comfortabel voelen tijdens de rit.

bezetting

Als de taxibusjes met acht zitplaatsen niet altijd volledig benut worden, kan het efficiënter zijn om kleinere wagens te gebruiken. Dit zou kunnen leiden tot meer routes maar met een hogere bezettingsgraad, wat kan leiden tot een grotere efficiëntie in het algemeen. Opdrachtgevers moeten nauw samenwerken met de vervoersbedrijven. Om de efficiëntie te verhogen, kan het handig zijn om ouders aan te moedigen om deel te nemen aan een carpoolprogramma. Dit zou het aantal kinderen dat vervoerd moet worden met de taxibusjes kunnen verminderen, waardoor de druk op de dienstverlening vermindert en de efficiëntie verbetert.

Ouders onderling kunnen ook meewerken aan een betere planning. Het verminderen van het aantal haltes kan ook bijdragen aan de efficiëntie van het vervoer. Door het aantal keer dat het busje moet stoppen om kinderen op te halen te minimaliseren, kunnen we de totale rit tijd verminderen. Dit zou kunnen betekenen dat kinderen naar een centraal ophaalpunt moeten lopen onder begeleiding van de ouders, maar het zou de totale tijd die ze in het busje doorbrengen kunnen verminderen. Als er meerdere scholen in dezelfde omgeving zijn, kan het nuttig zijn om samen te werken en een gezamenlijk vervoersysteem op te zetten. Dit zou de kosten kunnen delen en de efficiëntie kunnen verbeteren.

Met de voortschrijdende technologie kan het gebruik van geavanceerde data-analyse en machine learning technieken nuttig zijn voor het verbeteren van de efficiëntie van de busroutes. Door historische data te verzamelen over de tijden waarop kinderen worden opgehaald en afgezet, verkeerspatronen, en zelfs weersomstandigheden, kan een model worden ontwikkeld dat de meest efficiënte routes en tijdschema’s voorspelt.

aanvangstijden

Hoewel de begintijden van de scholen vast zijn, kan er flexibiliteit zijn in het rooster van de taxibusjes, met name voor scholen die later beginnen. Het kan mogelijk zijn om de ophaaltijden aan te passen op basis van de behoeften van de kinderen en de ouders, en op deze manier de efficiëntie van het vervoer te maximaliseren.

Als de scholen en ophaalpunten niet te ver uit elkaar liggen, kan het haalbaar zijn om gebruik te maken van alternatieve, milieuvriendelijke vervoersmethoden, zoals elektrische busjes. Dit kan bijdragen aan de vermindering van de ecologische voetafdruk van het vervoersysteem.

Het vervoer van schoolkinderen naar verschillende scholen met behulp van taxibusjes is een uitdagende taak die een grondige planning, een efficiënte coördinatie en effectieve communicatie vereist. Naast de reguliere planning, moet er ook een noodplan opgesteld worden. Wat gebeurt er als een busje uitvalt of een chauffeur ziek wordt? Zijn er reserve busjes of chauffeurs beschikbaar? Wat gebeurt er bij extreme weersomstandigheden? Deze vragen moeten vooraf worden beantwoord om ervoor te zorgen dat de dienstverlening zo min mogelijk wordt onderbroken.

Communicatie vervoerder kan niet rekenen op succes bij de ouders

Het advies om zelf het kind weg te brengen, of erger nog thuis te houden slaat werkelijk alles.

De communicatie tussen het vervoersbedrijf en de ouders van leerlingen kan stukken duidelijker bij vertragingen. Wellicht kan het bedrijf dan ook rekenen op meer begrip bij de gedupeerden. Het is een idee om weloverwogen berichtgeving te verzenden om sociale onrust te vermijden. Volgens de minister Wiersma hebben leerlingen en examenleerlingen van het speciaal onderwijs helemaal niet zoveel lesuren gemist vanwege leerlingenvervoer. LBVSO vraagt zich ondertussen af of ze zich in een parallel universum bevinden, maar geven aan dat dit de dagelijkse werkelijkheid is.

normaalste zaak van de wereld

Leerlingen en ouders kunnen zich na ontvangst van onderstaande bericht opmaken voor weer een uitzonderlijk plezierige reiservaring in het leerlingenvervoer. Munckhof Regie informeert de reizigers wel, maar dan op een heel vreemde manier. De kans op vertraging is namelijk nóg groter dan normaal, zo waarschuwt het vervoersbedrijf met de tekst: “Kans op vertraging is morgen groter dan u gebruikelijk van ons gewend bent.”


Als u dacht dat het niet erger kon, heeft u het mis. Het vervoersbedrijf, dat zich inmiddels heeft gespecialiseerd in het oplossen van vertragingen en ongemak, overtreft zichzelf met nog langere wachttijden. Ouders en leerlingen kunnen hun geluk niet op en zullen ongetwijfeld een vreugdedansje doen bij het lezen van deze boodschap.

factoren

Deze bijzondere situatie is wellicht te danken aan een combinatie van factoren maar dat blijkt niet echt uit echt het bericht aan de ouders van de leerling. Stof voor sociale ontmoetingsplekken waar iedereen ruimschoots de tijd heeft om bij te praten en de laatste roddels te bespreken. Het vervoersbedrijf stelt ondertussen wellicht alles in het werk om de vertraging tot een minimum te beperken, maar daar is geen begrip meer voor bij de ouders. Wie wil er immers niet nóg langer in de regen staan, wachtend op een bus die maar niet lijkt te komen? 

Het advies om zelf het kind weg te brengen, of erger nog thuis te houden slaat werkelijk alles. Natuurlijk zijn er altijd zeurpieten die klagen over dit soort ontwikkelingen. Zij hebben vast geen waardering voor het harde werk dat het vervoersbedrijf verzet om van het leerlingenvervoer een onvergetelijke ervaring te maken. Gelukkig zijn er ook mensen die het glas halfvol zien en zich verheugen op een paar extra minuten quality time met hun kinderen.