Vrees voor verdere escalatie: vluchten massaal geschrapt door oorlogsdreiging

De spanningen in het Midden-Oosten hebben direct grote gevolgen voor het internationale luchtverkeer.

Luchtvaartmaatschappijen als KLM, Lufthansa, Air France en diverse prijsvechters hebben besloten hun vluchten naar meerdere bestemmingen in de regio stil te leggen. Aanleiding zijn de aanvallen van Israël en de Verenigde Staten op Iran, waarna de luchtruimen van Israël, Iran en Irak zaterdagochtend volledig werden gesloten.

Voor reizigers betekent het besluit dat tal van geplande vluchten voorlopig niet doorgaan. KLM had zaterdag nog één vlucht naar Tel Aviv op de planning staan. Die reis is geschrapt. De maatschappij laat weten dat dit besluit is genomen “uit veiligheidsoverwegingen”. Of de militaire escalatie nog verdere gevolgen heeft voor het vluchtschema van de Nederlandse luchtvaartmaatschappij, wordt momenteel onderzocht. Binnen het bedrijf wordt in kaart gebracht welke routes mogelijk aangepast of geannuleerd moeten worden als de situatie verder verslechtert.

onvoorspelbaar

De impact beperkt zich niet tot KLM. Ook Air France heeft de verbindingen met Tel Aviv en Beiroet opgeschort. Lufthansa gaat nog een stap verder en schrapt tot en met 7 maart alle vluchten naar Tel Aviv, Beiroet en Oman. Bovendien vliegt de Duitse maatschappij dit weekend niet naar Dubai. Daarmee kiest Lufthansa voor een duidelijke veiligheidsmarge in een regio waar het luchtruim plotseling onvoorspelbaar is geworden.

Wizz Air heeft met onmiddellijke ingang alle vluchten van en naar Israël, Dubai, Abu Dhabi en Jordanië stilgelegd. Deze maatregel geldt eveneens tot 7 maart. Air Arabia heeft op haar beurt besloten geen toestellen meer te sturen naar Iran, Irak en andere delen van de regio. De luchtvaartsector reageert daarmee eensgezind op de snel veranderende veiligheidssituatie.

Voor KLM stond de verbinding met Tel Aviv overigens al onder druk. Na zaterdag zou de maatschappij voorlopig sowieso niet meer op de Israëlische stad vliegen. Eerder werd aangekondigd dat de vluchten vanaf zondag 1 maart tot nader order zouden worden opgeschort. Dat besluit stond los van de huidige militaire ontwikkelingen. Volgens de maatschappij was het “commercieel en operationeel niet haalbaar” om de vluchten naar Tel Aviv langer voort te zetten. De recente escalatie lijkt dat eerdere besluit nu in een ander daglicht te plaatsen, al benadrukt KLM dat de eerdere opschorting geen directe relatie had met specifieke veiligheidsdreigingen.

Foto: © Pitane Blue – Lufthansa

Hoe lang de beperkingen zullen duren, is op dit moment onduidelijk. Zolang het luchtruim van Israël, Iran en Irak gesloten blijft en het risico op verdere aanvallen aanwezig is, lijkt hervatting van reguliere vluchten niet aan de orde. De komende dagen zullen bepalend zijn voor de vraag of luchtvaartmaatschappijen hun maatregelen verlengen of voorzichtig weer routes openen. Tot die tijd blijft de regio grotendeels afgesloten van het internationale vliegverkeer.

De aanleiding voor de plotselinge sluiting van het luchtruim is het offensief dat Israël en de Verenigde Staten zaterdagochtend zijn begonnen tegen Iran. Met deze gezamenlijke actie willen de landen voorkomen dat Iran kernwapens kan ontwikkelen. Amerikaanse media melden dat het offensief mogelijk meerdere dagen zal duren. Iran heeft inmiddels een tegenaanval ingezet, waarna in verschillende landen het luchtalarm afging. De dreiging van verdere escalatie hangt daarmee nadrukkelijk boven de regio.

annuleringen

Voor passagiers betekent dit alles onzekerheid en ongemak. Reizigers die onderweg zijn of op korte termijn naar het Midden-Oosten zouden vliegen, moeten rekening houden met annuleringen, omboekingen en vertragingen. Luchtvaartmaatschappijen verwijzen klanten naar hun websites en klantenservices voor actuele informatie. Achter de schermen wordt koortsachtig gewerkt aan alternatieve routes en terugvluchten voor gestrande passagiers.

De situatie onderstreept hoe kwetsbaar internationale luchtverbindingen zijn voor geopolitieke spanningen. Zodra luchtruimen sluiten, vallen complete netwerken stil. Toestellen moeten worden omgeleid of blijven aan de grond, bemanningen komen vast te zitten en vliegvelden draaien op halve kracht. Wat begon als een militair offensief, heeft binnen enkele uren verstrekkende gevolgen gekregen voor duizenden reizigers en de wereldwijde luchtvaart.

Munckhof aan het roer: Taxbus krijgt nieuwe baas maar blijft vertrouwd

Per 1 maart krijgt Taxbus een nieuwe vervoerder.

Personenvervoersbedrijf Munckhof neemt het stokje over en wordt verantwoordelijk voor het deur-tot-deurvervoer dat in de regio al jarenlang een onmisbare schakel vormt voor duizenden inwoners. Voor reizigers verandert er op het eerste gezicht weinig: de vertrouwde naam Taxbus blijft bestaan en ook het bestaande systeem voor mensen die niet zelfstandig kunnen reizen, het zogeheten Wmo-vervoer, blijft grotendeels intact. Toch staan er achter de schermen en in de praktijk enkele belangrijke wijzigingen op stapel.

herkenbaarheid

De overstap naar Munckhof betekent vooral dat de organisatie achter de schermen verandert, terwijl de herkenbaarheid voor de reiziger behouden blijft. Reserveren gaat nog steeds via de bekende telefoonnummers en de website www.taxbus.nl blijft gewoon in gebruik. Ook de passen die reizigers nu hebben, blijven geldig. Daarmee willen de betrokken partijen duidelijk maken dat continuïteit vooropstaat en dat gebruikers niet plotseling met een compleet nieuw systeem worden geconfronteerd.

Betalen in de taxi ondergaat wél een duidelijke verandering. Contant afrekenen behoort vanaf 1 maart tot het verleden. Reizigers kunnen hun rit voortaan uitsluitend in het voertuig betalen via pin, waarbij zowel contactloos betalen als mobiele pin mogelijk is. Daarmee sluit Taxbus aan bij de bredere ontwikkeling in het openbaar en doelgroepenvervoer, waar digitale betalingen steeds meer de norm worden. Wie liever vooraf zekerheid heeft, kan bij het reserveren via de Taxbus-app direct afrekenen met iDeal | Wero of een creditcard.

Voor Wmo-reizigers komt daar nog een extra mogelijkheid bij. Zij kunnen ervoor kiezen om via automatische incasso te betalen. Betrokkenen hebben hierover persoonlijk informatie per brief ontvangen. Wie gebruik wil maken van deze optie, kan een formulier aanvragen via het telefoonnummer 0800 – 0231 820 of per e-mail. Daarmee wordt geprobeerd het betaalproces zo eenvoudig mogelijk te maken voor mensen die afhankelijk zijn van dit vervoer.

Munckhof groep

Naast de veranderingen in betaalwijze is er ook een vernieuwde app geïntroduceerd. Inwoners kunnen hun ritten zoals gebruikelijk telefonisch reserveren via 0800 – 0234 795, maar ook via deze nieuwe app. Wmo-geïndiceerde reizigers hebben bovendien de mogelijkheid om gebruik te maken van het online reserveringssysteem. Daarmee wordt ingezet op meer digitale toegankelijkheid, terwijl telefonisch reserveren beschikbaar blijft voor wie minder digitaal vaardig is.

deur-tot-deur

Taxbus vervult een belangrijke maatschappelijke functie. Het gaat om deur-tot-deurvervoer voor mensen met een Wmo-vervoersindicatie, maar daarnaast fungeert het systeem ook als Deeltaxi voor inwoners zonder zo’n indicatie. Juist die combinatie maakt het vervoersconcept breed inzetbaar. Mensen met een Wmo-indicatie reizen tegen een gereduceerd tarief. Zij dienen zich te kunnen legitimeren en betalen per pin of via automatische incasso.

Voor inwoners zonder Wmo-indicatie blijft Taxbus een voordelige optie voor vervoer binnen de stad. Zij hebben geen speciale vervoerspas nodig. Een rit kost € 4,- en biedt daarmee een laagdrempelig alternatief voor wie geen gebruik kan of wil maken van ander vervoer. Op de website van Taxbus is meer informatie te vinden over de mogelijkheden en voorwaarden.

De komst van Munckhof per 1 maart markeert daarmee een nieuwe fase voor Taxbus, zonder dat het vertrouwde karakter verloren gaat. De focus ligt op continuïteit, gebruiksgemak en modernisering van betaal- en reserveringsmogelijkheden. Voor veel inwoners blijft Taxbus een essentiële voorziening die mobiliteit en zelfstandigheid ondersteunt. Met de combinatie van telefonische bereikbaarheid, een vernieuwde app en diverse betaalopties lijkt de organisatie klaar voor de toekomst.

Constructeur grijpt in: weer massale terugroepactie bij BMW

BMW ziet zich opnieuw genoodzaakt om wereldwijd een enorme terugroepactie op te starten vanwege brandgevaar bij verschillende modellen.

De Duitse autobouwer bevestigde vrijdag dat tienduizenden voertuigen terug moeten naar de garage. De melding verscheen in de databank van de Duitse transportautoriteit KBA en betreft in totaal 337.374 auto’s van de types i5, 7 Reeks, M5, 5 Reeks en i5. De betrokken voertuigen rolden tussen 9 juni 2022 en 5 december 2025 van de productielijn en kunnen mogelijk getroffen zijn door het probleem. Alleen al in Duitsland gaat het volgens de KBA om 29.441 wagens.

Aanleiding voor de terugroepactie is een technisch mankement dat kan leiden tot brand. Het risico ontstaat door een onjuiste geleiding van een kabelboom aan de binnenzijde van het voertuig. Wanneer bij een onderhoudsbeurt het interieurfilter wordt vervangen, kan die foutieve routering schade veroorzaken aan omliggende kabels. Dat kan vervolgens kortsluiting veroorzaken, gepaard gaand met rookontwikkeling en in het uiterste geval brand. Om dat risico uit te sluiten moet de kabelgeleiding gecontroleerd en indien nodig aangepast worden.

geen ongevallen

Een woordvoerder van BMW laat weten dat er tot dusver geen ongevallen zijn gemeld die rechtstreeks aan dit euvel te wijten zijn. Toch neemt de constructeur geen enkel risico en wordt eigenaars gevraagd hun wagen te laten inspecteren als er al een oliewissel met filtervervanging heeft plaatsgevonden. Bij die voertuigen is een onmiddellijke controle noodzakelijk. Indien tijdens de inspectie blijkt dat de bekabeling beschadigd is of verkeerd ligt, wordt die hersteld of volledig vervangen.

Bestuurders bij wie de olie- en filterwissel nog niet is uitgevoerd, hoeven niet meteen in actie te schieten. Zij kunnen wachten tot het moment waarop de eerste oliewissel gepland staat. Tijdens dat reguliere onderhoud zal de garage dan ook de kabelgeleiding nakijken en zo nodig corrigeren. BMW probeert zo de overlast voor klanten te beperken, maar benadrukt dat veiligheid voorop staat.

Het is niet de eerste keer in korte tijd dat BMW geconfronteerd wordt met een grootschalige terugroepactie. Eerder deze maand moesten al honderdduizenden voertuigen terug naar de werkplaats nadat bij interne kwaliteitscontroles was vastgesteld dat de magneetschakelaar na een groot aantal starts verhoogde slijtage kan vertonen. Die slijtage kan ertoe leiden dat de auto minder vlot start of in sommige gevallen zelfs helemaal niet meer aanslaat. Daarnaast kon kortsluiting niet volledig worden uitgesloten, met mogelijk lokale oververhitting van de starter tot gevolg en in het ergste scenario brand tijdens het rijden.

Foto: © Pitane Blue – moderne wagen

Onder het oppervlak van glanzend plaatwerk en krachtige motoren schuilt een fijnmazig netwerk van kabels en elektronische onderdelen. Wanneer daar iets misloopt, kan dat verstrekkende gevolgen hebben. De komende weken zal duidelijk worden hoeveel wagens effectief moeten worden aangepast en hoe groot de impact van deze nieuwe terugroepactie uiteindelijk zal zijn.

Afgelopen herfst speelde eveneens een soortgelijk probleem. Toen werden opnieuw honderdduizenden auto’s teruggeroepen vanwege een mogelijk defect in de startmotor. In dat geval ging het niet om slijtage, maar om water dat de startmotor kon binnendringen. Dat vocht kon corrosie veroorzaken, wat eveneens tot startproblemen en in uitzonderlijke gevallen brandgevaar kon leiden.

De opeenvolging van terugroepacties zet druk op het kwaliteitsimago van het Duitse premiummerk. BMW staat traditioneel bekend om zijn degelijkheid en technische innovatie, maar wordt nu in korte tijd geconfronteerd met meerdere veiligheidskwesties die telkens draaien rond elektrische componenten en brandrisico. Hoewel het bedrijf benadrukt dat er geen ongevallen bekend zijn in verband met de meest recente kabelproblematiek, blijft het woord ‘brandgevaar’ zwaar wegen bij automobilisten.

technische controles

Voor eigenaars van een betrokken model betekent de terugroepactie vooral een extra bezoek aan de garage en mogelijk tijdelijke ongemakken. Tegelijkertijd onderstreept de zaak het belang van tijdig onderhoud en nauwkeurige technische controles bij moderne voertuigen, waarin steeds meer complexe elektronische systemen verwerkt zitten.

BMW heeft inmiddels dealers wereldwijd geïnformeerd en zal de betrokken klanten rechtstreeks aanschrijven. Wie twijfelt of zijn wagen onder de terugroepactie valt, kan via de officiële kanalen van het merk nagaan of zijn voertuig geïdentificeerd is als risicogeval. Met deze nieuwe maatregel hoopt de constructeur elk potentieel gevaar in de kiem te smoren en verdere imagoschade te voorkomen.

FNV haalt hard uit naar premier Jetten: massaal protest dreigt publieke diensten te raken

Een golf van onvrede trekt door de rijksoverheid nu vakbond FNV een landelijke 24-uursstaking heeft aangekondigd voor dinsdag 3 maart.

Duizenden ambtenaren leggen die dag het werk neer uit protest tegen de zogenoemde nullijn, het besluit van het kabinet waardoor rijksmedewerkers dit jaar geen enkele salarisverhoging en zelfs geen inflatiecorrectie ontvangen. Meer dan duizend ambtenaren worden in Den Haag verwacht voor een grote stakingsbijeenkomst, terwijl op tal van ministeries en uitvoeringsdiensten de werkzaamheden ernstig verstoord zullen zijn.

De inzet is helder en volgens de bond hard nodig. Alle circa 160.000 medewerkers van het Rijk dreigen opnieuw koopkracht in te leveren. Dat betekent dat hun salaris minder waard wordt, terwijl de prijzen voor dagelijkse boodschappen, energie en vaste lasten onverminderd hoog blijven. Volgens FNV Overheid is daarmee de grens bereikt. Marcelle Buitendam, bestuurder van de vakbond, laat er geen misverstand over bestaan hoe groot de frustratie is onder haar achterban. “Rijksambtenaren zijn de mensen die Nederland elke dag draaiende houden. Ze zorgen voor veilige wegen, bewaken onze gevangenissen, controleren onze grenzen en zorgen dat uitkeringen, toeslagen en vergunningen worden afgehandeld. En wat krijgen ze van dit kabinet? Stank voor dank.”

gevolgen

De gevolgen van de staking zullen merkbaar zijn voor burgers en bedrijven. Veel rijksdiensten zijn op 3 maart beperkt of helemaal niet bereikbaar. Aanvragen kunnen vertraging oplopen en loketten blijven mogelijk gesloten. Vooral de grote uitvoeringsorganisaties, waar het merendeel van de rijksambtenaren werkzaam is, worden zwaar geraakt door de actie. Meer dan 115.000 mensen werken bij instanties zoals DUO, Rijkswaterstaat, de Immigratie- en Naturalisatiedienst, de Belastingdienst, de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit en de Dienst Justitiële Inrichtingen. Juist daar is de werkdruk al jaren hoog en kampen afdelingen met hardnekkige personeelstekorten.

Volgens de FNV maakt de nullijn de problemen alleen maar groter. Buitendam stelt dat het kabinet met het loonbesluit een verkeerd signaal afgeeft aan mensen die dagelijks verantwoordelijk zijn voor essentiële overheidstaken. “Zonder kundige ambtenaren loopt Nederland vast. Maar in plaats van waardering krijgen zij een loonstop opgelegd, waardoor het nog moeilijker wordt om collega’s te werven en behouden.” De bond vreest dat ervaren krachten zullen vertrekken en dat het aantrekken van nieuw personeel steeds moeizamer zal verlopen. Daarmee staat volgens de vakbond niet alleen het inkomen van ambtenaren onder druk, maar ook de kwaliteit van de publieke dienstverlening.

Foto: Pitane Blue – zicht op torentje Den Haag

Of het kabinet alsnog bereid is water bij de wijn te doen, zal de komende dagen blijken. Vast staat dat 3 maart een dag wordt waarop de spanning tussen de rijksoverheid en haar eigen personeel zichtbaar oploopt, met Den Haag als middelpunt van het protest.

Premier Rob Jetten wordt door de FNV rechtstreeks aangesproken. De bond roept hem op om alsnog met een verbeterd loonbod te komen en de nullijn te schrappen. Buitendam verwoordt die oproep scherp: “Premier Jetten moet zijn vakmensen serieus nemen. Je kunt niet blijven zeggen dat een betrouwbare overheid belangrijk is, en tegelijkertijd de mensen van de publieke dienstverlening achteruit laten gaan.” Daarmee legt de vakbond de verantwoordelijkheid nadrukkelijk bij het kabinet.

geen oplossing

De aankondiging van de staking komt volgens de FNV niet uit de lucht vallen. Er is naar eigen zeggen herhaaldelijk geprobeerd om via overleg tot een oplossing te komen. Dat leverde tot dusver niets op. “We hebben geprobeerd om dit via overleg op te lossen. Maar als het kabinet hardleers blijft dan rest ons geen andere keuze dan actievoeren”, besluit Buitendam. Het is een duidelijke waarschuwing dat de onrust niet zomaar zal verdwijnen als er geen beweging komt vanuit Den Haag.

Sinds 2024 hebben rijksambtenaren geen structurele loonsverhoging meer ontvangen. Met de nullijn dreigt dat patroon zich voort te zetten. Voor veel medewerkers voelt dat als een klap in het gezicht, zeker omdat zij tijdens crisissituaties en periodes van maatschappelijke onrust extra inspanningen hebben geleverd om het land draaiende te houden. De staking van 3 maart moet volgens de bond een krachtig signaal zijn dat de rek eruit is en dat waardering meer moet zijn dan mooie woorden.

Rob Jetten – Beeld: Martijn Beekman

Parket buigt zich over dossier van ombudsman: Brussels Airport betrapt

Brussels Airport ligt onder vuur na een opvallende tussenkomst van de federale ombudsman voor de luchtvaart.

Philippe Touwaide heeft officieel klacht ingediend tegen de luchthavenuitbater wegens wat hij zelf omschrijft als een “manifeste stedenbouwkundige overtreding”. Volgens de ombudsman zijn er aanpassingen uitgevoerd aan de belangrijkste start- en landingsbaan, 25L, zonder dat daarvoor de vereiste vergunning werd aangevraagd. De luchthaven zou inmiddels hebben toegegeven dat de regelgeving niet correct werd toegepast.

Centraal in het dossier staat landingsbaan 25L, de belangrijkste baan van Brussels Airport, die vooral wordt gebruikt door toestellen die vanuit de richting van Leuven aanvliegen. Tijdens aangekondigde werkzaamheden aan het tarmac, waarbij het wegdek van de landingsbaan werd vernieuwd, zou volgens Touwaide meer zijn gebeurd dan louter onderhoud. Hij spreekt over “werken die zijn uitgevoerd zonder vergunning”, “wijzigingen aan de gebruiksvoorwaarden van de baan”, en zelfs over “een manifeste stedenbouwkundige overtreding”.

turnpad

Volgens de ombudsman werd bij de werken niet alleen het tarmac aangepakt, maar ook de zogenaamde turnpad uitgebreid. Dat is het platform aan het uiteinde van de landingsbaan waar vliegtuigen kunnen draaien om zich opnieuw op te stellen voor vertrek. Die uitbreiding zou zonder enige voorafgaande vergunning of toestemming zijn gebeurd. “Deze turnpad werd zonder enige vergunning of toestemming verbreed. Zogenaamd om te voldoen aan de laatste Europese regelgeving”, hekelt Touwaide. “De luchthaven beweert dat dit nodig was om te maken dat grotere vliegtuigen veiliger zelfstandig kunnen draaien zonder hulp van buitenaf.”

Die uitleg overtuigt de ombudsman niet. Hij stelt dat grotere vliegtuigen ook vóór de uitbreiding al in staat waren om zelfstandig te keren. Naar eigen zeggen beschikt hij over beeldmateriaal dat dat moet aantonen. Bovendien benadrukt hij dat de manoeuvre om op die specifieke plaats te draaien al sinds de opening van de luchthaven in de jaren vijftig slechts zelden wordt toegepast. Daarmee zet hij vraagtekens bij de noodzaak en proportionaliteit van de ingreep.

Het juridische twistpunt draait rond veranderde regelgeving. Waar vroeger voor dergelijke aanpassingen geen bouwvergunning vereist was, is dat sinds 2023 anders wanneer een constructie de insijpeling van water in de bodem verhindert. Volgens Touwaide heeft Brussels Airport Company, de uitbater van de luchthaven, die nieuwe bepalingen verkeerd geïnterpreteerd. Doordat de verbreding van de turnpad mogelijk een impact heeft op de waterinfiltratie, had volgens hem een vergunning moeten worden aangevraagd.

De zaak krijgt extra gewicht omdat de ombudsman inmiddels formeel klacht heeft ingediend bij het Vlaams Gewest en bij het parket Halle-Vilvoorde. Daarmee verhuist het dossier van een administratieve discussie naar een mogelijk gerechtelijk vervolg. Touwaide laat weten dat de luchthaven de fout intussen zou hebben erkend en op zoek is naar een oplossing om de huidige toestand te regulariseren. Ook zou er gewerkt worden aan maatregelen om de waterinfiltratie alsnog te garanderen.

Wegenbouw

Brussels Airport bevestigt in een reactie aan BRUZZ dat het de nieuwe wetgeving rond vergunningen en waterinfiltratie niet correct heeft geïnterpreteerd. “We zijn bezig met het ondernemen van alle nodige stappen om dit in orde te brengen. Het regularisatiedossier is ingediend en er zal een oplossing voor de waterinfiltratie gezocht worden.” Tegelijk blijft de luchthaven erbij dat de uitbreiding van de turnpad noodzakelijk was om te voldoen aan Europese regelgeving en veiligheidsvereisten.

De controverse rond landingsbaan 25L komt bovenop eerdere spanningen. De sluiting van diezelfde baan afgelopen zomer zorgde voor aangepaste aanvliegroutes. Daardoor kregen dichtbevolkte Brusselse wijken te maken met intensiever vliegverkeer, wat leidde tot luid protest van Brusselse politici en buurtbewoners. De huidige klacht van de ombudsman dreigt het debat over de werking en controle van de nationale luchthaven opnieuw aan te wakkeren.

Of het parket verdere stappen zal zetten, moet nog blijken. Vast staat dat de discussie over vergunningen, veiligheid en milieuregels de luchthaven opnieuw in het oog van de storm plaatst. Terwijl de luchthaven inzet op naleving van Europese normen en veiligheid, stelt de ombudsman scherpe vragen over transparantie en correcte toepassing van de stedenbouwkundige voorschriften. Het laatste woord in dit dossier lijkt dan ook nog lang niet gezegd.

NS onder vuur: FNV trekt aan de noodrem om chaos bij klantenservice

De FNV is een petitie gestart om de kwaliteit van de klantenservice van de NS fors te verbeteren.

Volgens de vakbond staat de dienstverlening onder zware druk en blijft de spoorvervoerder achter bij de eigen beloftes. FNV Spoor spreekt duidelijke taal en stelt: ‘Geen loze woorden, maar daden’. De bond vindt dat de kloof tussen ambitie en werkelijkheid te groot is geworden. ‘De NS zegt dat zij de beste service wil bieden, maar de werkelijkheid laat iets anders zien’, zegt Henri Janssen, bestuurder FNV Spoor. ‘Reizigers worden niet altijd goed geholpen en medewerkers staan onder grote druk.’

De klantenservice van de NS vormt het aanspreekpunt voor zowel binnenlandse als internationale reizigers. Via telefoon, chat, sociale media en e-mail proberen medewerkers dagelijks duizenden vragen te beantwoorden over vertragingen, abonnementen, internationale tickets en klachten. Toch klinkt er volgens de vakbond steeds meer onvrede, zowel bij reizigers als bij het personeel zelf. Een deel van de dienstverlening is ondergebracht bij callcenterbedrijf Concentrix. Deze medewerkers werken niet alleen in Nederland, maar ook in zogenoemde lagelonenlanden.

arbeidsvoorwaarden

Juist daar wringt volgens FNV de schoen. Werknemers in die landen beginnen soms al om 3 uur ’s nachts aan hun dienst en zouden moeten werken onder slechte arbeidsvoorwaarden. De bond wijst op een uurloon van €3,00. Tegelijkertijd is er ook een groep medewerkers die rechtstreeks voor de NS werkt, in vaste dienst of als uitzendkracht. Volgens Janssen zorgt deze constructie voor ongelijkheid en onrust op de werkvloer.

De kritiek van FNV richt zich nadrukkelijk op de manier waarop het systeem is ingericht. Externe callcenters ontvangen een vergoeding per gewerkt uur. Dat betekent volgens de vakbond dat langere gesprekken en herhaald contact financieel gunstig zijn voor het callcenter. Janssen stelt dat deze prikkel verkeerd uitpakt voor reizigers. Zij zouden regelmatig meerdere keren moeten bellen, worden doorverbonden of onjuiste informatie ontvangen, waardoor opnieuw contact nodig is. Dat leidt niet alleen tot frustratie bij klanten, maar ook tot extra druk bij medewerkers die de problemen moeten oplossen.

Tegelijkertijd benadrukt Janssen dat de medewerkers van de externe callcenters zelf niet de schuldigen zijn. ‘De werknemers van de callcenters zelf zetten zich elke dag keihard in om onmogelijke en onmenselijke deadlines te halen, zonder goed opgeleid of ingewerkt te zijn. Maar dat resulteert in onvoldoende servicekwaliteit naar de reizigers. Dat moet echt anders.’ Volgens de vakbond zijn het juist deze werknemers die klem zitten tussen hoge verwachtingen en beperkte middelen.

Of de NS gehoor zal geven aan de oproep, moet de komende maanden blijken. Duidelijk is dat de discussie over kwaliteit, werkdruk en verantwoordelijkheid daarmee voorlopig nog niet van de rails is verdwenen.

Binnen de eigen organisatie van NS speelt ondertussen een ander probleem. Het ziekteverzuim onder vaste klantenservicemedewerkers ligt hoog. Daarnaast heerst er onzekerheid over de toekomst. Janssen legt uit dat de vakbond vermoedt dat de NS met het uitbesteden van werk probeert onder cao-verplichtingen uit te komen. ‘De NS probeert met het uitbesteden van de klantenservice gewoon onder de cao-afspraken uit te komen om uitzendkrachten na 18 maanden in vaste dienst te nemen’, legt Janssen uit. ‘In verleden was het externe callcenter een extra aanvulling op het aantal uitzendkrachten. Nu worden er simpelweg steeds minder uitzendkrachten ingehuurd. Het gevolg is minder vaste banen met alle gevolgen, zoals geen bestaanszekerheid, lage inkomens en door hoog verloop ook minder kwaliteit.’

personeelsverloop

Volgens de bond raakt deze ontwikkeling niet alleen de werknemers, maar ook de reiziger. Minder vaste krachten en een hoog personeelsverloop zouden ten koste gaan van kennis, ervaring en betrokkenheid. Daarmee komt de ambitie van de NS om de beste service te bieden volgens FNV verder onder druk te staan.

Met het aflopen van het contract met het externe callcenter, over ongeveer een jaar, ziet de vakbond een kans om het roer om te gooien. ‘Het contract met het externe callcenter loopt over ongeveer een jaar af’, legt Janssen uit. ‘Dit is hét moment om de klantenservice weer volledig in eigen huis te halen. Alleen dan kan NS echt bouwen aan kwaliteit, vaste banen en trots op het werk en maatschappelijk verantwoord ondernemerschap.’

De eisen van de FNV zijn helder. Er moet geen nieuwe aanbesteding komen voor de NS-klantenservice. Medewerkers van Concentrix zouden in vaste dienst moeten komen bij de NS. Daarnaast pleit de bond voor meer autonomie, ontwikkel- en doorgroeimogelijkheden voor klantadviseurs en meer betrokkenheid van medewerkers bij beleid en technologische vernieuwing. Volgens de vakbond kan alleen op die manier de service weer centraal komen te staan en kan het vertrouwen van reizigers worden hersteld.

Vakbonden slaan alarm: Vlaanderen wacht onzekere lente vol busstakingen

De vakbonden bij De Lijn hebben een stakingsaanzegging ingediend voor maar liefst negen actiedagen in maart en april.

De acties zullen verspreid plaatsvinden over heel Vlaanderen en zijn het rechtstreekse gevolg van de bijkomende besparingen die de Vlaamse regering eind januari aankondigde. Het sociale klimaat binnen de openbaarvervoersmaatschappij staat daarmee opnieuw zwaar onder druk.

Eind januari kregen de vakbonden te horen dat er bovenop de eerder geplande besparing van 30 miljoen euro op het aanbod in 2026 nog eens 5,5 miljoen euro extra moet worden ingeleverd. Die bijkomende financiële ingreep komt hard aan bij het personeel. Volgens de bonden dreigen de gevolgen vooral voelbaar te worden in landelijke gebieden, waar het aanbod nu al kwetsbaar is en alternatieven vaak beperkt zijn. Vooral in rurale regio’s zou het schrappen of verminderen van ritten een grote impact hebben op scholieren, ouderen en mensen die afhankelijk zijn van het openbaar vervoer voor woon-werkverkeer.

besparingen

De aankondiging van de extra 5,5 miljoen euro aan besparingen kwam voor de vakbonden als een nieuwe klap. Eerder was al duidelijk gemaakt dat er tegen 2026 30 miljoen euro moest worden bespaard op het aanbod van De Lijn. Dat bedrag alleen al zorgde voor grote ongerustheid onder chauffeurs, technische medewerkers en administratief personeel. Met de bijkomende ingreep groeit de vrees dat de dienstverlening verder zal worden uitgehold.

De bonden benadrukken dat de impact niet louter intern voelbaar zal zijn, maar ook rechtstreeks bij de reizigers. In landelijke gemeenten, waar buslijnen vaak de enige vorm van openbaar vervoer zijn, dreigen haltes minder frequent bediend te worden of zelfs helemaal te verdwijnen. Voor veel inwoners betekent dat langere wachttijden, grotere afstanden tot de dichtstbijzijnde halte of een noodgedwongen overstap naar de auto. Dat laatste staat haaks op de ambitie om meer mensen uit de wagen en op het openbaar vervoer te krijgen.

Foto: © Pitane Blue – De Lijn

Het ongenoegen bij het personeel is groot. De werknemers voelen zich volgens de vakbonden al geruime tijd geconfronteerd met toenemende werkdruk, organisatorische veranderingen en financiële beperkingen. De extra besparingsronde wordt gezien als een verdere aantasting van de kwaliteit van het openbaar vervoer en van de arbeidsomstandigheden. De stakingsaanzegging voor negen dagen in maart en april moet dan ook een krachtig signaal zijn aan de Vlaamse regering.

gespreide actiedagen

De keuze voor gespreide actiedagen over Vlaanderen wijst erop dat de bonden de druk willen opvoeren zonder het volledige netwerk in één klap stil te leggen. Toch zullen de gevolgen voor reizigers aanzienlijk zijn. Afhankelijk van de regio en de actiedag kunnen bus- en tramverbindingen verstoord of geannuleerd worden. Dat zorgt onvermijdelijk voor onzekerheid bij pendelaars en scholieren die afhankelijk zijn van De Lijn.

De financiële context waarin de Vlaamse regering deze besparingen aankondigde, speelt ongetwijfeld een rol in het debat. Toch stellen de vakbonden zich vragen bij de prioriteiten. Volgens hen dreigt het openbaar vervoer opnieuw het kind van de rekening te worden. Zeker in dunbevolkte regio’s, waar commerciële alternatieven ontbreken, kan een verminderd aanbod leiden tot sociale isolatie en minder bereikbaarheid van essentiële voorzieningen.

De komende weken beloven dan ook cruciaal te worden. De stakingsaanzegging is een formele stap, maar laat nog ruimte voor overleg. Of dat overleg tot een doorbraak leidt, zal bepalen of Vlaanderen zich moet opmaken voor negen dagen van hinder op het openbaar vervoer. Vast staat dat de aankondiging van de extra 5,5 miljoen euro bovenop de eerder geplande 30 miljoen euro de spanningen opnieuw heeft aangewakkerd.

bezorgheid

Terwijl beleidsmakers rekenen en herrekenen, kijken reizigers en werknemers met groeiende bezorgdheid naar de toekomst van De Lijn. Wat ooit werd voorgesteld als een efficiënter en toekomstgericht openbaar vervoersnet, dreigt volgens de bonden steeds verder uitgekleed te worden. De komende maanden zullen duidelijk maken of de geplande acties een kantelpunt vormen in het debat over de financiering en organisatie van het Vlaamse openbaar vervoervakbonden slaan alarm na nieuwe klap voor De Lijn.

Eed en belofte: Koning verleent ontslag en kabinet kan direct aan de slag

Paleis Huis ten Bosch vormde het statige decor voor een nieuwe politieke bladzijde in Den Haag.

Daar hebben de nieuwe ministers en staatssecretarissen officieel de eed of de belofte afgelegd, waarmee het kabinet-Jetten nu daadwerkelijk aan het werk kan. In de Oranjezaal stonden de bewindslieden één voor één tegenover koning Willem-Alexander opgesteld, terwijl de plechtigheid volgens vast protocol verliep. Met de beëdiging is de samenstelling van het kabinet definitief bekrachtigd en kan het bestuur van het land onder leiding van de nieuwe ploeg van start gaan.

ingetogen

De ceremonie verliep zoals gebruikelijk in een ingetogen en plechtige sfeer. Iedere minister en staatssecretaris werd naar voren geroepen en sprak duidelijk de gekozen formulering uit. Sommigen kozen voor de religieuze variant en spraken de woorden “zo waarlijk helpe mij God almachtig” uit, terwijl anderen de seculiere belofte uitspraken met de woorden “dat verklaar en beloof ik”. Beide formuleringen zijn toegestaan binnen de regels van het staatsrecht. Ook bestaat de mogelijkheid om de eed of belofte in het Fries af te leggen, maar van die optie werd deze keer geen gebruikgemaakt door de aanwezige bewindspersonen.

Niet iedereen hoefde opnieuw de eed af te leggen. Vier ministers maakten immers al deel uit van het vorige kabinet-Schoof en konden daarom hun werkzaamheden zonder nieuwe beëdiging voortzetten. Het gaat om minister Hermans van Volksgezondheid, Karremans van Infrastructuur, Van Weel van Justitie en Veiligheid en Heinen van Financiën. Hun positie binnen het kabinet blijft ongewijzigd, waardoor een nieuwe eed volgens de regels niet noodzakelijk was.

Voor twee staatssecretarissen lag dat anders. Palmen, belast met Herstel Toeslagen, en Tielen, verantwoordelijk voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, maakten eveneens al deel uit van het kabinet-Schoof. Toch moesten zij opnieuw de eed of de gelofte afleggen. De reden daarvoor is dat zij onder een nieuwe minister zijn komen te vallen. Volgens de geldende voorschriften vereist een dergelijke wijziging in hiërarchische aansturing een nieuwe formele bekrachtiging door de koning.

Rob Jetten – Beeld: Martijn Beekman

Tijdens de plechtigheid werd ook stilgestaan bij het vertrek van de overige bewindspersonen uit het kabinet-Schoof. Koning Willem-Alexander verleende hen zoals gebruikelijk ontslag en deed dat, zo luidde de officiële formulering, “op de meest eervolle wijze”. Daarmee werd een periode afgesloten en ruimte gemaakt voor de nieuwe samenstelling van het kabinet-Jetten. Het moment markeerde niet alleen een bestuurlijke wisseling, maar ook een symbolische overgang naar een volgende fase in de politieke koers van het land.

formele handelingen

Na het uitspreken van de eed en het afronden van de formele handelingen begaven de ministers en staatssecretarissen zich naar het bordes van het paleis voor de traditionele groepsfoto met de koning. Daar wachtte hen echter een ander geluid dan het ceremoniële binnen in het paleis. Voor het hek van Huis ten Bosch hadden zich tientallen demonstranten van Extinction Rebellion verzameld. Zij lieten luidruchtig van zich horen en maakten kabaal terwijl de bewindslieden poseerden voor de fotografen.

Het contrast tussen de plechtige stilte binnen en het protest buiten was groot. Waar binnen de woorden zorgvuldig en volgens protocol werden uitgesproken, klonk buiten het geluid van actievoerders die hun onvrede kenbaar maakten. De demonstranten stonden zichtbaar en hoorbaar opgesteld tegenover het bordes, terwijl camera’s het moment vastlegden waarop het nieuwe kabinet zich aan Nederland presenteerde.

Een dag vol waardering: waarom planners onmisbaar zijn voor elke organisatie

[{“id”:”15fc4db6″,”elType”:”section”,”settings”:[],”elements”:[{“id”:”51af80a1″,”elType”:”column”,”settings”:{“_column_size”:100},”elements”:[{“id”:”6c8f591″,”elType”:”widget”,”settings”:{“wp”:{“title”:””,”message”:”87″}},”elements”:[],”widgetType”:”wp-widget-xyz_insert_code_widget”},{“id”:”64ec21b”,”elType”:”widget”,”settings”:{“blockquote_content”:”Vrijdag 6 maart 2026 staat in het teken van een beroepsgroep die zelden op de voorgrond treedt, maar zonder wie organisaties al snel vastlopen.”,”author_name”:””,”tweet_button”:””,”tweet_button_label”:”Tweet”},”elements”:[],”widgetType”:”blockquote”},{“id”:”1a5c3594″,”elType”:”widget”,”settings”:{“editor”:”

De Dag van de Planner is bedoeld om planners uit uiteenlopende sectoren erkenning te geven voor hun vaak onzichtbare maar onmisbare werk. Achter strakke schemau2019s, soepel lopende processen en het tijdig oplossen van knelpunten gaat dagelijks een grote dosis vakmanschap schuil. Deze dag biedt ruimte om daar bewust bij stil te staan en waardering uit te spreken.

Planners worden geregeld omschreven als de stille krachten achter de schermen. Zij zorgen ervoor dat mensen, middelen en tijd samenkomen op het juiste moment. Of het nu gaat om logistiek, zorg, onderwijs, politie, evenementen of horeca, overal waar planning een rol speelt, zijn zij degenen die rust brengen in de chaos. Hun werk vraagt om overzicht, stressbestendigheid en een scherp oog voor detail. Juist omdat dat werk vaak vanzelfsprekend lijkt, is een speciale dag meer dan gerechtvaardigd.

persoonlijk

De Dag van de Planner leent zich uitstekend voor persoonlijke en doordachte gebaren. Waardering zit niet per se in grote cadeaus, maar vooral in de aandacht die eraan wordt besteed. Een goed begin van de dag kan bijvoorbeeld een verzorgd ontbijt zijn dat bij de planner op het bureau of in een vergaderruimte wordt geserveerd. Afkomstig van een favoriete lunchzaak of een bekend restaurant laat zou2019n verrassing zien dat er is nagedacht over persoonlijke voorkeuren.

Ook investeren in professionele groei past bij deze dag. Het aanbieden van een training of workshop, gericht op geavanceerde planningstechnieken of projectmanagement, onderstreept het vertrouwen in de kwaliteiten van de planner en draagt bij aan verdere ontwikkeling. Daarnaast kan een gepersonaliseerd planbord, voorzien van een naam of inspirerende tekst, zowel praktisch als motiverend werken in de dagelijkse werkomgeving.

erkenning

Erkenning binnen de organisatie speelt eveneens een belangrijke rol. Een moment van lof tijdens een teamoverleg of een bericht op het interne communicatieplatform vergroot de zichtbaarheid van het werk dat planners verzetten. Voor velen kan ook tijd het mooiste geschenk zijn. Een voucher voor een extra vrije dag geeft ruimte om op te laden en vormt een tastbaar teken van waardering voor de inzet gedurende het jaar.

Naast deze gebaren zijn er tallozeu00a0andere manierenu00a0om planners in het zonnetje te zetten. Denk aan slimme gadgets die het werk vergemakkelijken, een gezamenlijke activiteit zoals een escape room waarbij plannen centraal staat, of een persoonlijke videoboodschap van collegau2019s waarin dank wordt uitgesproken. Bloemen blijven daarbij een klassiek en effectief middel om iemand zich gezien te laten voelen. Een boeket op het bureau kan de hele dag een glimlach oproepen.

“},”elements”:[],”widgetType”:”text-editor”},{“id”:”3c2ebcf”,”elType”:”widget”,”settings”:{“wp”:{“title”:””,”message”:”23″}},”elements”:[],”widgetType”:”wp-widget-xyz_insert_code_widget”},{“id”:”ee97f24″,”elType”:”widget”,”settings”:{“image”:{“url”:”https://pitane.blue/wp-content/uploads/2022/10/pitane_planning_dag_van_de_planner.png”,”id”:123478,”size”:””,”alt”:”dvdp”,”source”:”library”},”caption_source”:”attachment”},”elements”:[],”widgetType”:”image”},{“id”:”79610df”,”elType”:”widget”,”settings”:{“blockquote_content”:”Door op 6 maart bewust stil te staan bij hun bijdrage, krijgen planners de erkenning die zij verdienen. Met persoonlijke aandacht en oprechte waardering wordt niet alleen een mooie dag gecreu00eberd, maar ook een blijvend positief effect op motivatie en welzijn.”,”author_name”:””,”tweet_button”:””,”tweet_button_label”:”Tweet”,”__globals__”:{“border_color”:”globals/colors?id=primary”}},”elements”:[],”widgetType”:”blockquote”},{“id”:”5bf0f67″,”elType”:”widget”,”settings”:{“editor”:”

Samen eten is eveneens een krachtig moment van verbinding. Een gezamenlijke lunch op kantoor of een uitstapje naar een geliefd restaurant biedt gelegenheid om successen te vieren en herinneringen te delen. Persoonlijke cadeaus, zoals een bedrukte koffiemok, een waterfles, een wellnesspakket of zelfs een persoonlijke assistent voor een dag, laten zien dat het werk van planners serieus wordt genomen.

n

De mogelijkheden reiken verder dan materiu00eble geschenken. Een handgeschreven kaart, een rustige werkplek, een dag zonder vergaderingen of een abonnement op een relevant vakblad kunnen minstens zoveel impact hebben. Voor wie echt wil uitpakken, zijn er opties zoals een korte reis, een cadeau dat aansluit bij een hobby, een ingelijst certificaat of een donatie aan een goed doel in naam van de planner.

n

breed gedragen

n

De Dag van de Planner vindt jaarlijks plaats op de eerste vrijdag van maart en werd in het leven geroepen door Pitane Blue Media. Vanuit de logistieke sector ontstond het initiatief, maar inmiddels is de dag uitgegroeid tot een breed gedragen moment van erkenning voor planners in tal van vakgebieden. Het doel blijft onveranderd: laten zien hoe essentieel deze beroepsgroep is en hoeveel verschil aandacht en waardering kunnen maken.

“},”elements”:[],”widgetType”:”text-editor”},{“id”:”a985cca”,”elType”:”widget”,”settings”:{“wp”:{“title”:””,”message”:”92″}},”elements”:[],”widgetType”:”wp-widget-xyz_insert_code_widget”},{“id”:”5c1709b”,”elType”:”widget”,”settings”:{“wp”:{“title”:””,”message”:”29″}},”elements”:[],”widgetType”:”wp-widget-xyz_insert_code_widget”},{“id”:”564a219″,”elType”:”widget”,”settings”:{“wp”:{“title”:””,”message”:”46″}},”elements”:[],”widgetType”:”wp-widget-xyz_insert_code_widget”},{“id”:”4adbe4d”,”elType”:”widget”,”settings”:{“wp”:{“title”:””,”message”:”2″}},”elements”:[],”widgetType”:”wp-widget-xyz_insert_code_widget”}],”isInner”:false}],”isInner”:false}]

Spoorplannen: België en Nederland zetten handtekening onder ambitieus akkoord

Extra vaart achter 3RX en nieuwe railverbindingen brengen havens en hightechregio dichter bij elkaar.

Nederland en België slaan de handen opnieuw stevig ineen om het spoor tussen beide landen sneller, sterker en toekomstbestendig te maken. In Antwerpen zetten minister Jean-Luc Crucke, bevoegd voor Mobiliteit, Klimaat en Ecologische Transitie namens België, en staatssecretaris Thierry Aartsen van Infrastructuur en Waterstaat namens Nederland hun handtekening onder een gezamenlijke verklaring die de samenwerking op het spoor een krachtige impuls moet geven. Het doel is helder: vaart maken met een reeks belangrijke spoordossiers die al langer op tafel liggen, maar nu met meer ambitie en urgentie worden aangepakt.

Centraal in de plannen staan onder meer de zogeheten 3RX-verbinding, een railgoederenverbinding tussen de haven van Gent en Terneuzen en het verder ontwikkelen van nieuwe spoorverbindingen tussen België en Noord-Brabant. Daarbij wordt nadrukkelijk gekeken naar een mogelijke connectie tussen Brainport Eindhoven en Brussel. De economische motoren van beide regio’s moeten beter met elkaar worden verbonden, zodat zowel reizigers als bedrijven profiteren van snellere en efficiëntere verbindingen.

rap tempo

De ondertekenaars benadrukken dat de wereld in hoog tempo verandert en dat dit vraagt om doortastend optreden. Volgens de gezamenlijke verklaring verschuiven de geopolitieke en economische verhoudingen in rap tempo. Dat heeft directe gevolgen voor bereikbaarheid, veiligheid en zelfs militaire mobiliteit. Juist op die terreinen willen Nederland en België intensiever samenwerken.

Minister Jean-Luc Crucke liet er in Antwerpen geen misverstand over bestaan dat hij meer tempo wil zien. “Onze samenwerking met Nederland is altijd constructief geweest, maar soms ontbrak het aan ambitie. Vandaag willen we daar nieuw leven in blazen, zodat we onze banden versterken en de ontwikkeling van veilige en efficiënte grensoverschrijdende spoorverbindingen kunnen versnellen.” Met die woorden onderstreepte hij dat het niet alleen gaat om plannen op papier, maar om concrete vooruitgang op het spoor.

samenwerking

Ook staatssecretaris Thierry Aartsen sprak duidelijke taal over het belang van nauwere samenwerking. “De wereld verandert in hoog tempo. Goede grensoverschrijdende samenwerking is dan van strategisch belang – in economisch en militair opzicht. En als reiziger moet je gemakkelijk naar een ander land kunnen gaan. We geven nu een nieuwe impuls en versnelling aan de samenwerking tussen België en Nederland op het gebied van spoor. Deze verklaring is daarin een fantastische eerste stap. Het draagt bij aan de inzet van het nieuwe kabinet om verder te werken aan een betere bereikbaarheid en veiligheid van ons land in een internationale context.”

Met de nieuwe afspraken willen beide landen verder bouwen op de bestaande samenwerking en eerdere spoorafspraken uit 2022. Toch is volgens de betrokken bewindspersonen meer nodig. Het potentieel van de grensregio’s moet beter worden benut en knelpunten die projecten vertragen, moeten uit de weg worden geruimd. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar betere verbindingen, maar ook naar meer capaciteit op bestaande trajecten.

Foto: Pitane Blue – Eindhoven Centraal

Regionale partijen en spoorinfrastructuurbeheerders worden nadrukkelijk betrokken bij de verdere uitwerking. De intensivering van de samenwerking vraagt om extra inzet en waar nodig om inhoudelijke verdieping. Alleen met gezamenlijke inspanningen kan het spoor tussen Nederland en België uitgroeien tot een robuuste levensader voor economie, mobiliteit en veiligheid.

De 3RX-verbinding geldt als een van de projecten die extra aandacht krijgt. Daarnaast staat de railgoederenverbinding tussen Gent en Terneuzen hoog op de agenda. Die verbinding is van groot belang voor de havens en de industrie in de regio. Door goederen efficiënter over het spoor te vervoeren, kunnen economische kansen worden vergroot en kan de druk op het wegennet worden verminderd. 

Verder wordt onderzocht hoe nieuwe verbindingen tussen de Nederlandse provincies Brabant en Limburg en België kunnen worden gerealiseerd. De studie naar een spoorverbinding tussen Brainport Eindhoven en Brussel moet duidelijk maken hoe deze innovatieve regio’s beter met elkaar kunnen worden verbonden. Daarmee wordt niet alleen ingezet op economische groei, maar ook op kennisuitwisseling en arbeidsmobiliteit.

Naast economische belangen speelt veiligheid een steeds grotere rol. Beide landen willen de capaciteit voor grensoverschrijdende militaire mobiliteit vergroten en het spoor weerbaarder maken tegen verstoringen. Dat betekent dat infrastructuur niet alleen snel en efficiënt moet zijn, maar ook bestand tegen nieuwe dreigingen en onverwachte omstandigheden.

Om te voorkomen dat de plannen verzanden in overleg zonder resultaat, is afgesproken dat de verantwoordelijke bewindspersonen elkaar minimaal één keer per jaar spreken om de voortgang te bewaken. Daarnaast komt de Belgisch-Nederlandse werkgroep twee keer per jaar bijeen en blijven deskundigen per spoordossier regelmatig overleggen. Komende zomer willen beide landen hun handtekening zetten onder een uitgebreider afsprakenkader waarin de verschillende projecten concreet worden vastgelegd.

OV in vrije val door stapeling van eisen: reiziger betaalt de prijs voor boetes

Het regent boetes in ov-land en uiteindelijk betaalt de reiziger de rekening.

Dat is de harde conclusie die steeds vaker wordt getrokken nu provincies als concessieverleners met forse geldstraffen zwaaien richting vervoersbedrijven. Wie denk je dat uiteindelijk opdraait voor die boetes? Juist, de reiziger. Via verhoging van de ritprijzen. Wat ooit werd gepresenteerd als een middel om de kwaliteit van het openbaar vervoer te verbeteren, voelt voor veel mensen als een sigaar uit eigen doos.

klantgerichter

Provincies delen vaker en hogere boetes uit aan vervoerders die volgens hen tekortschieten. Het idee daarachter is helder: het geld dat wordt geïnd, zou ten goede moeten komen aan de reiziger. De sancties zouden bedrijven moeten prikkelen om stipter te rijden, schoner materieel in te zetten en klantgerichter te werken. Maar de vraag die steeds nadrukkelijker klinkt, is wat die boetes nu werkelijk oplossen. Volgens critici helemaal niets.

De kern van het probleem ligt volgens hen niet alleen bij de vervoersbedrijven. Gemeenten en provincies stellen torenhoge eisen bij aanbestedingen. Er wordt tot achter de komma doorgerekend. Hoge en zeer duur betaalde ambtenaren controleren lijnen, diensten en bepalen zelfs met welke bussen er gereden moet worden. Toch gaan gemeenten en provincies uiteindelijk akkoord met wat vervoerders aanbieden. Wanneer het vervolgens misgaat, wordt de rekening neergelegd bij het bedrijf, dat op zijn beurt de kosten doorberekent aan de reiziger.

overheid

Zoals bij zoveel dossiers in Nederland, wordt gewezen naar de rol van de overheid. Ambtenaren bepalen veel, maar als het fout loopt, wassen zij hun handen in onschuld. De verwijzing naar eerdere pijnlijke dossiers wordt snel gemaakt. Denk aan de mijnsluiting in Limburg, de problemen in Groningen en de toeslagenaffaire waarbij ouders en kinderen zwaar werden getroffen. Steeds weer zijn het werknemers en burgers die de gevolgen dragen, terwijl beleidsmakers buiten schot blijven.

Boetes worden bovendien vaak al ingecalculeerd. Niet volledig, omdat vervoerders erop rekenen dat zij met een goed verhaal de opdrachtgever kunnen overtuigen om een sanctie te matigen of zelfs achterwege te laten. Externe factoren worden dan aangevoerd als oorzaak: personeelstekorten, netcongestie, leveringsproblemen van materieel. Feit blijft dat veel van die risico’s al bekend zijn op het moment dat een offerte wordt ingediend. Het bedrijf dat het verst durft te gaan door de boete niet of nauwelijks mee te nemen in de begroting, vergroot zijn kans om de concessie te winnen. Wordt de boete vervolgens niet opgelegd, dan levert dat extra winst op.

Daarbovenop komt de haast waarmee is ingezet op vergroening en energietransitie. Alles moet elektrisch. Op papier klinkt dat prachtig, maar de praktijk blijkt weerbarstig. Het stroomnet kan de vraag niet altijd aan, nieuwe elektrische bussen worden niet tijdig geleverd en technische problemen zorgen voor uitval van materieel. Toch worden concessies soms zo streng geformuleerd dat vervoerders nauwelijks ruimte hebben om realistisch in te schrijven. Er zijn zelfs gevallen waarin eisen zo hoog worden opgeschroefd dat bedrijven afhaken.

Foto: © Pitane Blue –
Bravo – busvervoer

Volgens critici is Den Haag een ideaal nagelopen zonder voldoende te onderzoeken of het haalbaar en uitvoerbaar is. Niet de ov-bedrijven zijn hier de hoofdschuldigen, zo klinkt het, maar de overheid met haar doorgeschoten groene ambities. Provincies kijken bij een concessiewisseling te weinig naar wat het onderaan de streep kost en of groene beloftes financieel en praktisch houdbaar zijn. Wanneer blijkt dat kosten hoger uitvallen, elektrische bussen later komen of prestaties tegenvallen, volgt alsnog de sanctie.

onrust

Concessiewisselingen zelf zorgen bovendien voor onrust. Personeel moet overstappen naar een nieuwe werkgever, dienstregelingen veranderen en reizigers moeten wennen aan nieuwe systemen. Dat leidt tot frustratie onder medewerkers en passagiers. De vraag blijft wat al die boetes nu daadwerkelijk verbeteren. De kwaliteit gaat er volgens veel reizigers niet merkbaar op vooruit. Het openbaar vervoer wordt ondertussen steeds duurder, juist voor mensen die geen alternatief hebben. Wie afhankelijk is van bus of trein, ziet de prijzen stijgen en het aanbod verschralen.

Ook het gevoel van veiligheid staat onder druk. Voor sommigen is dat zelfs reden om het ov helemaal te mijden. Wanneer punctualiteit hapert, prijzen stijgen en het veiligheidsgevoel afneemt, groeit het wantrouwen in het systeem. Het systeem is gewoon ziek, klinkt het scherp. De reiziger verliest op alle fronten.

welk doel dienen ze?

Wat resteert is een fundamentele vraag. Als boetes niet leiden tot betere dienstverlening en de kosten uiteindelijk toch bij de burger terechtkomen, welk doel dienen ze dan nog? Misschien is het tijd om eerst goede plannen te maken, grondig te onderzoeken of ambities uitvoerbaar zijn en pas daarna harde eisen te stellen. Zolang dat niet gebeurt, blijft de reiziger de melkkoe van een beleid dat zijn eigen tekortkomingen probeert te maskeren met sancties.

Reizigers niet langer in de kou: CNV wil af van winterwissel openbaar vervoer

Vakbond wil rigoureuze breuk met oude decembertraditie en eist zomerstart voor nieuwe busbedrijven.

De oproep van vakbond CNV om concessiewisselingen in het openbaar vervoer voortaan niet langer in december, maar in juni te laten plaatsvinden, zet de verhoudingen in de sector op scherp. Volgens de bond is het huidige systeem, waarbij nieuwe vervoerders midden in de winter het stokje overnemen, vragen om problemen. CNV-onderhandelaar Niels Rook windt er geen doekjes om. “De zomer is een veel logischer moment voor ingrijpende wisselingen. Het is langer licht, mooier weer en het is een stuk rustiger in de bus. We willen geen concessiewisselingen in de winter meer. Als het dan misgaat, zoals nu in Utrecht, is de ellende niet te overzien.”

Nederland telt dertig concessiegebieden in het regionale openbaar vervoer. Daarbinnen zijn vijf grote vervoerders actief: Arriva, EBS, Qbuzz, Keolis en Transdev, dat in Nederland onder meer rijdt met merknamen als Connexxion en Hermes. Provincies zijn verantwoordelijk voor de aanbestedingen en bepalen wanneer een concessie ingaat. Traditioneel is dat moment halverwege december, tegelijk met de landelijke dienstregelingswijziging in het openbaar vervoer.

decembermoment

Volgens CNV is juist dat vaste decembermoment een risico. Een concessiewisseling is geen simpele overdracht van sleutels, maar een ingrijpende operatie. Wanneer een nieuwe vervoerder het gebied overneemt, gaan alle werknemers in vaste dienst wettelijk over naar de nieuwe partij. Tegelijkertijd worden vaak nieuwe bussen ingezet, soms volledig nieuwe vlootconcepten, en wordt een nieuwe dienstregeling ingevoerd met aangepaste roosters. Rook benadrukt hoe groot de impact is: “Het is enorm ingrijpend, voor het hele bedrijf. Er zijn dus in het begin ook altijd problemen op te lossen. Maar het is de laatste jaren wel veel erger geworden, onder andere door de grootschalige overgang naar elektrische bussen. Dat zijn mega-operaties. Dan is het risico op brokken ontzettend groot.”

De overgang naar emissievrij openbaar vervoer is landelijk beleid. In het Klimaatakkoord is afgesproken dat nieuwe bussen in het regionale openbaar vervoer sinds 2025 emissievrij moeten zijn. Dat betekent dat vervoerders bij nieuwe concessies massaal elektrische bussen aanschaffen en laadinfrastructuur moeten aanleggen in remise en langs routes. Die operatie vergt niet alleen investeringen van honderden miljoenen euro’s, maar ook technische aanpassingen aan het elektriciteitsnet. Netcongestie, een groeiend probleem in verschillende provincies, kan daarbij voor vertraging zorgen.

In de provincie Utrecht werd pijnlijk zichtbaar wat er mis kan gaan wanneer een nieuwe concessie samenvalt met de winterdienstregeling. Transdev nam daar het busvervoer over, maar kampte wekenlang met uitgevallen ritten, personeelstekorten en problemen rond de inzet van nieuwe elektrische bussen. Reizigers stonden in de kou te wachten op bussen die niet kwamen opdagen. “We zien nu in Utrecht hoe vreselijk het misgaat. Bijna 2 maanden na het ingaan van de nieuwe dienstregeling heeft Transdev de boel nog steeds niet op orde. Het is ontzettend frustrerend, voor de chauffeurs en de reizigers,” aldus Rook.

Foto: © Pitane Blue

De problemen in het Utrechtse openbaar vervoer hebben de afgelopen maanden geleid tot een situatie die volgens betrokkenen nauwelijks nog houdbaar was. Waar een concessiewisseling doorgaans gepaard gaat met enkele opstartproblemen, liep het ditmaal volledig uit de hand. In de provincie Utrecht nam Transdev het busvervoer over, maar de overgang bleek een stuk grilliger dan voorzien. De gevolgen waren zichtbaar op straat: uitgevallen ritten, overvolle haltes en chauffeurs die de druk nauwelijks nog aankonden.

De vakbond pleit daarom voor twee concrete maatregelen. Allereerst moet een nieuwe concessie voortaan in juni ingaan, nooit meer in de wintermaanden. Daarnaast moet de bestaande dienstregeling in de eerste periode ongewijzigd blijven, zodat de nieuwe vervoerder zich kan concentreren op een soepele overgang van personeel en materieel. “Middenin de winter. Als dan een bus vertraging heeft of zelfs uitvalt, staan reizigers in de kou te blauwbekken. Het geeft een hoop chagrijn,” zegt Rook over de huidige praktijk. “In de zomer zijn er minder reizigers, is het langer licht en is er meer stroom beschikbaar dan in de winter. Het nieuwe vervoersbedrijf heeft dan tijdens de rustige zomerperiode de tijd om alles goed op de rit te krijgen.”

Er zijn al voorbeelden waarbij concessies in de zomer van start gingen, zoals in Arnhem-Nijmegen, Noord-Holland Noord, West-Brabant en Veluwe Zuid. Volgens CNV laten die gebieden zien dat een zomerse overgang werkbaarder is, juist omdat de druk op het systeem lager ligt tijdens de vakantieperiode. De bond verwacht dan ook steun van chauffeurs en reizigers voor het voorstel.

consessiewisseling

De bal ligt nu bij de provincies. Zij zullen moeten bepalen of het traditionele decembermoment nog houdbaar is in een tijd waarin de complexiteit van concessiewisselingen groter is dan ooit. De inzet van elektrische bussen, personeelstekorten in de sector en de druk van netcongestie maken iedere overgang tot een precair moment. Wat voorheen een jaarlijkse routine leek, is uitgegroeid tot een operatie waarbij weinig ruimte is voor fouten. CNV wil die kwetsbaarheid verkleinen door het seizoen te veranderen. Of de provincies die oproep volgen, zal de komende aanbestedingsrondes duidelijk worden.

Brabantse primeur: Gemeente Vught kiest voor vergunningsvrij bouwen

Vught zet een opvallende en mogelijk baanbrekende stap in de strijd tegen de woningnood.

Bouwbedrijf Heijmans en de gemeente Vught slaan de handen ineen om gebruik te maken van een relatief nieuwe mogelijkheid binnen de Omgevingswet: vergunningsvrij bouwen. Daarmee wordt Vught de eerste gemeente in Brabant die deze route daadwerkelijk inslaat. Het doel is helder: sneller woningen realiseren en kostbare tijd winnen in een markt die snakt naar tempo.

De nieuwe werkwijze wordt toegepast bij het project Buitenplaats Kraaijenberg. Op deze locatie moeten ruim 200 grondgebonden woningen verrijzen. Dankzij de gekozen aanpak kan de bouw naar verwachting 1,5 tot 2 jaar eerder van start gaan dan bij een traditionele procedure. Dat is een aanzienlijke winst in een tijd waarin wachttijden oplopen en woningzoekenden steeds vaker achter het net vissen.

omgevingsplan

De Omgevingswet biedt sinds twee jaar de mogelijkheid om woningbouw zonder afzonderlijke omgevingsvergunning toe te staan, mits het plan past binnen het geldende omgevingsplan. Wanneer een bouwproject binnen die vooraf vastgestelde kaders valt, is een aparte vergunning niet langer nodig. Dat betekent minder administratieve rompslomp, minder papierwerk en vooral minder tijdverlies door stapeling van juridische procedures.

De provincie Noord-Brabant riep gemeenten onlangs op om gebruik te maken van deze wettelijke mogelijkheid, die sinds 2024 bestaat. Het college van burgemeester en wethouders van Vught heeft die oproep ter harte genomen en ingestemd met de toepassing van vergunningsvrij bouwen voor Kraaijenberg. De gemeenteraad moet het besluit nog formeel goedkeuren, maar de toon is gezet.

vergunningsvrij

Belangrijk is dat de rechtsbescherming van omwonenden en andere belanghebbenden overeind blijft. Ook bij vergunningsvrij bouwen kunnen juridische middelen worden ingezet. Het verschil zit in het moment waarop de ruimtelijke afweging plaatsvindt. Die gebeurt voortaan volledig vooraf, bij het vaststellen van het omgevingsplan. Daarna volgt geen afzonderlijke vergunningsprocedure meer met bijbehorende bezwaar- en beroepsrondes. Buitenplaats Kraaijenberg is vooralsnog de enige ontwikkeling in Vught waarbij deze methode wordt toegepast.

De maatschappelijke roep om versnelling klinkt al langer. Onderzoek wijst uit dat ongeveer 60 procent van de Nederlanders vindt dat juridische procedures rond woningbouw korter en minder uitgebreid mogen zijn om de bouw te versnellen. De stap van Vught sluit daar direct op aan, terwijl volgens betrokkenen zorgvuldigheid en inspraak behouden blijven.

Brabants gedeputeerde Wilma Dirken, die gemeenten eerder opriep om deze mogelijkheid te benutten, spreekt van een noodzakelijke beweging. Zij zegt: “Dit is precies de beweging die we nodig hebben. De woningnood is groot, in Vught én in de rest van Nederland. Door slim gebruik te maken van de mogelijkheden van de Omgevingswet kunnen we procedures verkorten en sneller woningen opleveren, zonder afbreuk te doen aan zorgvuldigheid en inspraak. Ik pleit hier al langer voor, en het is geweldig om te zien dat Vught en Heijmans nu laten zien dat het ook echt kan. Ik hoop van harte dat veel meer gemeenten dit voorbeeld volgen en de versnelling omarmen.”

Foto: Heijmans

Ook binnen het Vughtse gemeentebestuur klinkt enthousiasme. Wethouder Jos den Otter, verantwoordelijk voor Wonen, benadrukt dat de stap een andere manier van denken vraagt. Hij zegt: “Het idee dat je woningen kunt bouwen zonder een vergunning vraagt om een omslag in hoe we daar als gemeente al jaren naar kijken. Bij het uitwerken raakten we er steeds meer van overtuigd dat het goed mogelijk is. Dat vraagt wel om goede afspraken vooraf en een uitgebreidere voorbereiding van het omgevingsplan. Die afspraken hebben we nu gemaakt. We gaan samen met Heijmans aan de slag om het omgevingsplan op te stellen, waarbij we de betrokkenheid van de omgeving waarborgen.”

rechtsbescherming

Voor Heijmans betekent de samenwerking een concrete doorbraak in een lang gekoesterde wens om procedures te verkorten. Clemens Hoedjes, directeur Vastgoed voor de zuidelijke regio, onderstreept het belang van gezamenlijke inzet. Hij zegt: “Het is goed om te zien dat wanneer overheid en marktpartij samen optrekken en gebruikmaken van de mogelijkheden die de Omgevingswet biedt, er daadwerkelijk versnelling kan ontstaan in de woningbouw. Dit laat zien dat tempo maken mogelijk is, zonder concessies te doen aan zorgvuldigheid of rechtsbescherming.”

Met deze primeur positioneert Vught zich nadrukkelijk als voortrekker in Brabant. Of andere gemeenten het voorbeeld snel zullen volgen, moet blijken. Duidelijk is wel dat de druk op de woningmarkt hoog blijft en dat iedere versnelling welkom is. Als Kraaijenberg daadwerkelijk sneller uit de grond schiet, kan dat de opmaat zijn naar een bredere omslag in de manier waarop Nederland bouwt aan zijn toekomst.

Foto: Beeldbank Heijmans

Geen taxilicht zonder meter: taximeter of app dit zijn de regels voor taxi’s in Vlaanderen

Het gebruik van taximeters en digitale apps in de Vlaamse taxisector zorgt al geruime tijd voor discussie onder exploitanten en chauffeurs.

De regelgeving is echter glashelder voor wie ze grondig leest. Vlaanderen maakt een scherp juridisch onderscheid tussen straattaxi’s en standplaatstaxi’s, en precies dat onderscheid bepaalt of een klassieke, Europees gehomologeerde taximeter verplicht is, dan wel of een Chirongekoppelde softwareoplossing kan volstaan.

Diensten voor individueel bezoldigd personenvervoer, kortweg IBP, worden in het decreet van 29 maart 2019 onderverdeeld in verschillende categorieën. De twee belangrijkste voor deze analyse zijn de straattaxi en de standplaatstaxi. Het verschil lijkt op het eerste gezicht technisch, maar heeft verstrekkende gevolgen voor de uitrusting van het voertuig, de tariefweergave en de registratie van ritgegevens.

taxistandplaats

Een standplaatstaxi is een voertuig dat het publiek bedient vanaf een officiële taxistandplaats op de openbare weg. Voor deze categorie laat de regelgeving geen ruimte voor interpretatie. Het uitvoeringsbesluit van 9 juni 2023 bepaalt uitdrukkelijk dat het voertuig moet beschikken over een meetinstrument zoals bedoeld in bijlage 9 bij het federale koninklijk besluit betreffende meetinstrumenten. Het gaat om de zogenoemde MI-007 taximeter, een Europees gehomologeerd toestel dat onder de meetinstrumentenrichtlijn 2014/32/EU valt. Daarnaast is ook een taxilicht op het dak verplicht. De combinatie van taxilicht en meetinstrument is onlosmakelijk. Wie een standplaats inneemt, moet dus zowel een geijkte taximeter als een taxilicht hebben. Een loutere app of boordsoftware, hoe geavanceerd ook, kan hier juridisch geen vervanging zijn van de fysieke taximeter.

De situatie ligt anders bij de straattaxi. Dat is een voertuig dat ter beschikking wordt gesteld van het publiek op de openbare weg, maar niet vanaf een officiële standplaats. Vlaanderen stelt expliciet dat een straattaxi geen taxilicht of taximeter nodig heeft. Dat betekent echter niet dat er geen verplichtingen gelden. Ook zonder fysieke taximeter moet de exploitant voldoen aan strikte regels inzake apparatuur, gegevensregistratie en transparantie.

Chiron

Centraal in die verplichtingen staat de Vlaamse gegevensbank, in de praktijk bekend als Chiron. Die gegevensbank is geen app, maar een digitale databank met een API-koppeling. Exploitanten of hun tussenpersonen moeten ritgegevens aanleveren bij reservatie, bij de start en bij het einde van de rit. Het gaat om gegevens zoals exploitant, bestuurder, voertuig, tijdstip, vertrek- en aankomstplaats, uniek ritnummer, afstand en eindprijs. De Chiron Startersgids spreekt in dat verband over een “realtime registratie” van elke bezoldigde rit.

De Chiron Startersgids van de Vlaamse overheid verduidelijkt dat Chiron een centrale databank met een API is, bedoeld om ritgegevens te ontvangen. Chiron is expliciet geen mobiele of webapplicatie; exploitanten sturen data door via hun taxisoftware (mobiele webapp, platform of taximeter).

Een straattaxi ontvangt een bestelling via een platform, maakt een prijsafspraak en stuurt (via software) de bestelgegevens en ritdata naar de Vlaamse gegevensbank op het voorziene tijdstip (reservatie/start/ einde). Omdat het een bestelde rit is, mag de tariefstructuur elektronisch meegedeeld worden met schriftelijke
bevestiging, en is de tarievenkaart niet de verplichte drager (vergunningskaart vervangt). Aan het einde moet een vervoerbewijs met alle verplichte vermeldingen worden afgegeven; de
exploitant bewaart de beveiligde data gedurende zeven jaar.

Voor straattaxi’s kan “andere apparatuur dan een taximeter” volstaan, op voorwaarde dat die apparatuur de vereiste gegevens beveiligd registreert, opslaat en raadpleegbaar maakt. Het uitvoeringsbesluit benadrukt dat de integriteit, onveranderlijkheid, oorsprong en niet-weerlegbaarheid van de gegevens gewaarborgd moeten zijn. Bovendien moeten de gegevens extern worden opgeslagen zodat bevoegde overheidsdiensten er toegang toe hebben. Exploitanten en tussenpersonen moeten deze gegevens zeven jaar bewaren en op verzoek kunnen voorleggen.

Een exploitant neemt met een voertuig een taxistandplaats in (standplaatstaxi). Dan zijn taxilicht en
meetinstrument verplicht. De ritprijs volgt het toepasselijke tariefkader; het meetinstrument en de
apparatuur moeten de dienststaat en het vervoerbewijs kunnen genereren, en de gegevens moeten
opvraagbaar zijn.


Foto: © Pitane Blue – Taxis Pitane Link

Een exploitant wil “zichtbaarheid” zoals een klassieke taxi en monteert taxilicht op een straattaxi, maar installeert geen meetinstrument. Dit is expliciet strijdig met de regel dat taxilicht alleen mag als er ook een meetinstrument aanwezig is. De boetetabel voorziet hiervoor een onmiddellijke inning van € 350.

De keuze voor een taxilicht heeft belangrijke gevolgen. Een voertuig mag alleen een taxilicht dragen als het ook beschikt over het vereiste meetinstrument. Wie als straattaxi toch met taxilicht wil rijden, activeert daarmee automatisch de verplichting om een MI-007 taximeter te installeren. De sanctie bij overtreding is duidelijk vastgelegd in bijlage 10 van het uitvoeringsbesluit: een onmiddellijke inning van 350 euro voor een voertuig met taxilicht zonder meetinstrument aan boord.

tarieven

Naast de technische uitrusting speelt tarieftransparantie een sleutelrol. Het decreet verplicht dat tarieven op transparante wijze kenbaar worden gemaakt vóór de klant de rit aanvraagt of bestelt. Het uitvoeringsbesluit werkt dit verder uit. De tariefstructuur moet vooraf duidelijk zijn en kan bestaan uit een startprijs, kilometerprijs, wachtprijs, uurprijs of forfaits. Bij niet-bestelde ritten moet een tarievenkaart op de achterste rechter zijruit worden bevestigd en van buitenaf leesbaar zijn. Bij een bestelde rit mag de tariefstructuur telefonisch of elektronisch worden meegedeeld, mits schriftelijke bevestiging. Bovendien moet vóór de rit een prijsindicatie van het eindbedrag worden meegedeeld.

Prijsinformatie moet in het voertuig zichtbaar zijn voor de passagier, tenzij er een voorafgaande prijsafspraak is. Ook zonder taximeter moet er dus een duidelijke prijsweergave zijn. Aan het einde van elke rit moet zonder verzoek een vervoerbewijs worden afgeleverd met verplichte vermeldingen zoals exploitant, voertuig, bestuurder, ritnummer, tijdstip en plaats van in- en uitstappen, kilometerstand, tarief en te betalen bedrag. Een handgeschreven vervoerbewijs is enkel toegestaan als het op geen andere manier kan worden bezorgd, en in dat geval mag de bestuurder niet verder rijden zolang die onmogelijkheid blijft bestaan.

handhaving

Handhaving is streng georganiseerd. Toezichthouders en politie kunnen documenten inkijken, voertuigen controleren en zelfs vergunningen tijdelijk inhouden. Niet-conforme of ontbrekende apparatuur kan leiden tot onmiddellijke inningen die variëren van 300 tot 500 euro, afhankelijk van de aard van de inbreuk. Bij niet-betaling door personen zonder vaste verblijfplaats in België kan het voertuig tot 96 uur worden ingehouden en nadien zelfs in beslag genomen.

De conclusie is duidelijk. Voor standplaatstaxi’s is een fysieke, Europees gehomologeerde taximeter verplicht en kan een app die rol niet overnemen. Voor straattaxi’s kan een Chirongekoppelde app juridisch volstaan, mits volledige naleving van alle registratie-, beveiligings- en transparantieverplichtingen. Wie echter kiest voor het zichtbare taxilicht, kiest automatisch voor de taximeterplicht. De Vlaamse regelgeving laat weinig ruimte voor improvisatie en legt de lat hoog voor digitale én klassieke spelers in de taxisector.

Regio Noord Oost Brabant: vol inzetten op fiets bus en betere bereikbaarheid

Noordoost-Brabant staat aan de vooravond van een ingrijpende verbetering van de bereikbaarheid.

Met een investeringspakket van bijna 130 miljoen euro willen gemeenten en provincie de regio de komende jaren klaarstomen voor de toekomst. Onlangs hebben RNOB en de provincie Noord-Brabant gezamenlijk het Regionaal Mobiliteitsprogramma 2026–2027 vastgesteld. Tijdens de Bestuurlijke Overlegtafel Mobiliteit van RNOB gaven alle aanwezige mobiliteitswethouders en de provincie hun goedkeuring aan het omvangrijke maatregelenpakket. Daarmee is een belangrijke stap gezet richting een beter bereikbaar en toekomstbestendig Noordoost-Brabant.

bereikbaarheid

Het Regionaal Mobiliteitsprogramma, kortweg RMP 2026-2027, vertegenwoordigt een totaalbedrag van 129.930.000 euro. De provincie Noord-Brabant neemt daarvan maximaal 56.028.000 euro voor haar rekening. Ook het Rijk levert een bijdrage via de regeling Woningbouw op Korte Termijn, bedoeld om de bereikbaarheid van nieuwe woningbouwlocaties te versterken. De financiële injectie moet ervoor zorgen dat de regio niet alleen beter bereikbaar wordt, maar ook aantrekkelijk blijft om te wonen en te werken.

De komende twee jaar slaan de tien gemeenten binnen RNOB en de provincie de handen ineen om de plannen verder uit te werken. Dat gebeurt gebiedsgericht, waarbij per deelgebied wordt gekeken welke maatregelen nodig zijn en hoe deze het beste kunnen worden uitgevoerd. Het programma bestaat uit vijf deelpakketten. Daarmee wordt zowel ingezet op de bereikbaarheid van kleinere kernen als op de mobiliteitstransitie in de grotere steden. Daarnaast richten de partners zich op drie belangrijke corridors: A2 en A59/N65, N264/A50 en Bus Rapid Transit Eindhoven-Oss, en de Maaslijn.

doorstroming

Deze corridors vormen de ruggengraat van het mobiliteitssysteem in de regio. Ze verbinden middelgrote steden met dorpen en kleinere kernen en moeten zorgen voor een vlotte doorstroming van verkeer. Daarbij ligt de nadruk niet uitsluitend op de auto. Integendeel, de plannen zijn juist bedoeld om alternatieven te stimuleren. Denk aan lopen, fietsen en openbaar vervoer. Snelfietsroutes, ruime fietsenstallingen, hoogwaardige openbaarvervoerverbindingen en de ontwikkeling van OV-knooppunten moeten bewoners verleiden vaker voor duurzame mobiliteit te kiezen.

Met name het Bus Rapid Transit-concept, snelle busverbindingen met een hoge frequentie, wordt gezien als een belangrijke schakel in de mobiliteitstransitie. In combinatie met snelfietsroutes, deelmobiliteit en goed ingerichte mobiliteitsknooppunten kan dit systeem een serieus alternatief vormen voor de auto. Opvallend is dat de maatregelen op de corridors niet vallen binnen het landelijke Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport van het Rijk. Toch wordt nadrukkelijk gezocht naar samenhang en versterking van bestaande infrastructuur.

Foto: © Pitane Blue – fietsen in Nederland

Met bijna 130 miljoen euro op tafel ligt er een stevig fundament. De komende jaren moet blijken hoe de plannen zich vertalen naar concrete verbeteringen op straat, langs het spoor en op de fietspaden. Noordoost-Brabant zet daarmee een grote stap richting een mobiliteitssysteem dat klaar is voor de toekomst.

De komende periode staat in het teken van verdere uitwerking. Alle maatregelen worden vertaald naar concrete voorstellen die zowel inhoudelijk als financieel worden beoordeeld. Voor elk deelpakket is een bestuurlijk trekker aangewezen die het proces in goede banen moet leiden. Het streven is dat de provincie uiterlijk eind 2027 voor alle maatregelen een officiële beschikking heeft afgegeven. Jaarlijks zijn er twee tranches binnen de provinciale bijdrageregeling mobiliteit waaruit financiering kan worden toegekend.

schoolfietsroutes

Naast de ruim 56 miljoen euro die via het RMP wordt ingebracht, stelt de provincie extra middelen beschikbaar voor specifieke programma’s en onderzoeken. Zo gaat 896.000 euro naar verkeersveiligheid en wordt 2.500.000 euro geïnvesteerd in veilige schoolfietsroutes. Ook worden voorzieningen bij belangrijke OV-haltes binnen de nieuwe OV-concessie aangepakt. Daarnaast komt er onder meer een studie naar de mobiliteitsknoop in Nistelrode. RNOB vervult hierbij, via de Opgaveregisseur Mobiliteit, een coördinerende rol.

De ambitie reikt verder dan alleen asfalt en bushaltes. Het programma verbindt mobiliteit nadrukkelijk met woningbouw, leefbaarheid en brede welvaart, in de regio omschreven als ’t Goeie leven. Wethouder Jan van Burgsteden, voorzitter van de Bestuurlijke Overlegtafel Mobiliteit RNOB en bestuurlijk trekker van de Corridor N264/A50 en Bus Rapid Transit, benadrukt het gezamenlijke karakter van de plannen. Hij zegt: “Met dit programma werken we samen met onze partners aan een toekomstbestendig mobiliteitssysteem voor Noordoost-Brabant, in samenhang met verstedelijking en economische ontwikkeling.”

Die samenwerking vormt de kern van het programma. RNOB, de tien gemeenten, de provincie Noord-Brabant en diverse mobiliteitspartners hebben het plan gezamenlijk opgesteld. De overtuiging is dat alleen door krachtenbundeling de groei van de regio in goede banen kan worden geleid. Met nieuwe woningen op komst en een economie die zich blijft ontwikkelen, is bereikbaarheid een cruciale factor.

Politie pakt door: minder snelheidsboetes maar meer controles op afleiding

De Nederlandse verkeershandhaving heeft het afgelopen jaar een duidelijke koerswijziging laten zien.

Terwijl het totaal aantal boetes in 2025 lager uitviel dan in 2024, nam de controle op specifieke overtredingen juist fors toe. Vooral bestuurders die hun mobiele telefoon vasthielden achter het stuur of op de fiets, kregen aanzienlijk vaker een bekeuring. Ook fietsers zonder verlichting en automobilisten zonder gordel moesten vaker hun portemonnee trekken.

Uit cijfers van het ministerie van Justitie en Veiligheid, het Centraal Justitieel Incassobureau, de politie en het Openbaar Ministerie blijkt dat de handhaving steeds gerichter en minder voorspelbaar wordt ingezet. Door het gebruik van flexibele handhavingsmiddelen, zoals de zogeheten flexflitser en de focusflitser, verschuift de controle voortdurend van locatie. Weggebruikers kunnen daardoor minder eenvoudig anticiperen op vaste flitspalen of bekende controleplekken. Het gezamenlijke doel van de betrokken instanties is helder: de pakkans vergroten en zo het algemene naleefgedrag verbeteren, zodat de verkeersveiligheid toeneemt.

afleiding

Opvallend is de forse stijging binnen de categorie ‘afleiding in het verkeer’. Het aantal boetes voor ‘het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat’ steeg van 165.408 in 2024 naar 248.020 in 2025. Dat betekent een toename van ruim 82.000 overtredingen. Ruim 73 duizend daarvan werden geregistreerd door de nieuwe focusflitsers die dit jaar door het Openbaar Ministerie in gebruik zijn genomen. De overige overtredingen kwamen aan het licht via staandehoudingen door de politie of met behulp van andere apparatuur. Het gaat hierbij niet alleen om automobilisten, maar ook om fietsers die al append of bellend door het verkeer bewegen. Afleiding vormt volgens de autoriteiten een groot risico voor de verkeersveiligheid. Daarom wordt in 2026 het aantal focusflitsers uitgebreid tot vijftig tegen het einde van het jaar.

Ook het aantal beschikkingen dat volgde op een staandehouding door de politie nam merkbaar toe. In 2025 werden 589.281 beschikkingen opgelegd na direct contact met een bestuurder, tegenover 510.420 een jaar eerder. Deze stijging onderstreept dat de politie actiever inzet op zichtbare verkeerscontroles. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar snelheid, maar ook naar gedragingen die direct invloed hebben op de veiligheid van weggebruikers.

Zo nam het aantal bekeuringen voor fietsers zonder licht toe van 34.001 in 2024 naar 42.233 in 2025. Vooral in de donkere maanden werd intensiever gecontroleerd op verlichting. Eveneens steeg het aantal boetes voor het niet dragen van de autogordel aanzienlijk: van 26.281 naar 33.360. Het niet dragen van een gordel vergroot de kans op ernstig letsel bij een ongeval aanzienlijk, reden voor de politie om hier scherper op te letten.

Foto: Politie toezicht

Op het gebied van milieuverboden tekende zich een ander beeld af. Nadat het aantal overtredingen van inrijverboden vanwege milieuzones of autoluwe binnensteden in 2024 was verdubbeld tot bijna 300.000, daalde dit cijfer in 2025 naar ruim 230.000. Daarmee lijkt een einde te zijn gekomen aan de voortdurende stijging van deze overtredingen. Tegelijkertijd werden in 2025 40.934 boetes uitgeschreven voor het overtreden van de nieuwe nul-emissiezones. Deze zones, waar alleen uitstootvrije voertuigen zijn toegestaan, zorgen voor een nieuwe categorie handhaving.

Mulder-boetes

Het totaalbeeld laat zien dat het aantal zogenoemde Mulder-boetes in 2025 uitkwam op 7.570.861. Dat waren er in 2024 nog 7.913.692. De daling van ruim 340.000 boetes wordt grotendeels verklaard door een afname van het aantal snelheidsboetes met bijna een half miljoen. Deze daling hangt onder meer samen met de vervanging van apparatuur. Overtredingen zoals rijden door rood licht bleven vrijwel gelijk: 214.962 in 2024 tegenover 215.539 in 2025. Parkeerovertredingen namen daarentegen toe tot 493.220, tegen 465.819 een jaar eerder.

De cijfers tonen een verschuiving in prioriteiten. Minder nadruk op snelheid, meer aandacht voor afleiding, zichtbaarheid en gedragsregels die direct invloed hebben op de veiligheid. Met de uitbreiding van flexibele controleapparatuur en een grotere inzet op staandehoudingen lijkt de verkeershandhaving de komende jaren nog nadrukkelijker aanwezig op de Nederlandse wegen.

De Lijn onder vuur na vernietigend rapport: reizigers voelen zich in de kou gezet

Woordbreuk en groeiende klachten, De Lijn schrapte haltes en flexbussen zorgen voor storm.

De grootste hervorming ooit bij De Lijn moest het openbaar vervoer in Vlaanderen klaarstomen voor de toekomst, maar ruim twee jaar later klinkt de evaluatie allesbehalve euforisch. Een lijvig rapport van de Vervoersautoriteit legt pijnpunten bloot en geeft munitie aan critici die al langer waarschuwden voor kinderziektes en structurele tekortkomingen. Terwijl 3.247 bushaltes verdwenen en flexbussen hun intrede deden, groeide bij lokale besturen en reizigers het gevoel dat de bereikbaarheid er niet overal op vooruitging.

Iets meer dan twee jaar geleden rolde De Lijn de tweede fase van de zogenoemde basisbereikbaarheid uit. Het uitgangspunt was helder: het aanbod afstemmen op de vraag. Lijnen met veel reizigers kregen meer ritten, trajecten met minder passagiers zagen hun frequentie dalen. Het plan werd aangekondigd als een historische omwenteling. Bussen zouden zich meer concentreren op hoofdwegen om de doorstroming te verbeteren. Op minder drukke assen kwamen flexbussen die enkel rijden na reservatie.

alarmbel

De praktijk bleek weerbarstig. Gemeentebesturen trokken aan de alarmbel omdat haltes verdwenen en dorpskernen minder bediend werden. Reizigers uitten hun scepsis over het reservatiesysteem voor flexbussen. Klachten stroomden binnen. Hier en daar stuurde De Lijn bij, maar de vervoersmaatschappij wachtte vooral op een grondige doorlichting. Die is er nu, in de vorm van een rapport over 2024, een jaar waarin het systeem nog niet volledig was uitgerold.

De Vervoersautoriteit, die in opdracht van het Departement Mobiliteit en Openbare Werken het openbaar vervoer in Vlaanderen mee vormgeeft en coördineert, spaart de kritiek niet. “Dit rapport legt de vinger op de zere plek”, zegt Peter Meukens van reizigersvereniging TreinTramBus bij de nieuwszender VRT NWS. “Het toont aan dat de basisbereikbaarheid vooraf niet goed was uitgewerkt.” Zijn woorden snijden diep in een dossier dat politiek gevoelig ligt.

Toch is het beeld niet uitsluitend negatief. Volgens de cijfers is 77 procent van de klanten tevreden over De Lijn. Vooral de veiligheid, de rijstijl en vriendelijkheid van de chauffeur, de reisinformatie en het gedrag van medereizigers krijgen goede punten. Maar op cruciale domeinen zoals stiptheid, netheid, overstaptijd en niet gereden ritten blijven de resultaten achter. Dat vertaalt zich ook in cijfers van de Vlaamse Ombudsdienst, die in 2024 vijftig procent meer klachten noteerde.

Met de hervorming werd Vlaanderen opgedeeld in vijftien vervoerregio’s. Die regio’s moeten De Lijn adviseren over wijzigingen aan het kernnet en beslissen, in overleg met de vervoersmaatschappij, over het aanvullende net. Op papier kregen ze inspraak, maar volgens het rapport knelt daar het schoentje. “Vervoerregio’s hebben momenteel te weinig zicht op de beschikbare budgetten”, staat in het rapport van de Vervoersautoriteit. Verder klinkt het dat ze onvoldoende weten waarvoor middelen precies worden ingezet door De Lijn. In theorie mogen de regio’s dus beslissen, in de praktijk is het onduidelijk of ze over de nodige financiële slagkracht beschikken.

Foto: © Pitane Blue – De Lijn

De Vervoersautoriteit wijst nog op een tweede structureel probleem. “Het nieuwe netwerk werd gefaseerd ingevoerd. Ondertussen werd dat basisnetwerk echter ingeperkt omwille van besparingen, operationele problemen en beperkte middelen bij De Lijn.” Die vaststelling ondergraaft het oorspronkelijke opzet van de hervorming. Wat betekenen ambitieuze plannen als de uitvoerende partner tegelijk moet besparen?

besparingen

Aanvankelijk was het de bedoeling om vanaf dit jaar jaarlijks vijftig miljoen euro extra te investeren in de exploitatie. Dat engagement stond in het regeerakkoord. De realiteit ziet er anders uit. Eerder dit jaar bleek dat De Lijn geen extra middelen krijgt, maar 35,5 miljoen euro moet besparen. Voor Peter Meukens is dat onverteerbaar. “Eigenlijk pleegt de Vlaamse regering woordbreuk”, zegt hij onomwonden.

Het rapport maakt duidelijk dat de hervorming van De Lijn geen afgerond hoofdstuk is, maar een proces dat nog volop bijsturing vraagt. De vraag of de grootste verandering ooit bij de Vlaamse vervoersmaatschappij ook effectief tot betere bereikbaarheid leidt, blijft voorlopig onbeantwoord. Wat wel vaststaat, is dat de combinatie van geschrapte haltes, flexbussen op reservatie en besparingen een complex kluwen heeft gecreëerd waarin reiziger, regio en vervoersmaatschappij elkaar soms moeilijk vinden.

Zonder diesel en benzine: oude oldtimers verdwijnen uit straatbeeld Havana

Cuba beleeft een ongekende energiecrisis die het dagelijks leven volledig op zijn kop zet.

Het eiland kampt met de zwaarste brandstoftekorten van de afgelopen jaren, waardoor benzine en diesel vrijwel onbereikbaar zijn geworden voor een groot deel van de bevolking. Wat ooit vanzelfsprekend leek, een ritje in een klassieke Amerikaanse oldtimer of een overvolle stadsbus op diesel, is inmiddels een zeldzaamheid. Elektrisch vervoer heeft zich noodgedwongen ontpopt tot de ruggengraat van de Cubaanse mobiliteit.

Cuba wordt opnieuw hard geraakt door internationale spanningen en economische druk. Door de nieuwste Amerikaanse oliesancties en het in beslag nemen van Venezolaanse tankers vol olie is de brandstofvoorziening op het eiland ingestort. Wat al een kwetsbaar systeem was, is nu volledig ontwricht. De gevolgen zijn in het dagelijks leven van miljoenen Cubanen voelbaar. Dagenlange stroomonderbrekingen, stilvallend vervoer en een nijpend tekort aan kerosine zetten het land verder onder druk.

De sancties hebben de aanvoer van olie uit Venezuela abrupt verstoord. Tankers die bestemd waren voor Cuba werden in beslag genomen, waardoor de toch al beperkte toevoer van brandstoffen vrijwel tot stilstand kwam. Zonder voldoende olie kan het eiland zijn elektriciteitscentrales niet draaiende houden. Dat heeft directe gevolgen voor huishoudens, ziekenhuizen, bedrijven en openbaar vervoer. Waar voorheen al werd gewaarschuwd voor tekorten, is nu sprake van een acute crisis.

sancties

De oorzaak van de crisis ligt buiten de landsgrenzen. Nadat de Verenigde Staten de olie-export uit Venezuela hebben stopgezet en bovendien sancties tegen andere potentiële leveranciers in het vooruitzicht hebben gesteld, is de aanvoer van brandstof naar Cuba drastisch teruggelopen. Tankstations kampen met lege pompen en lange wachtrijen. Voor veel Cubanen is het simpelweg niet meer mogelijk om hun voertuig te gebruiken zoals voorheen. De schaarste is voelbaar in elke provincie en raakt zowel particulieren als bedrijven.

Het straatbeeld verandert daardoor in rap tempo. De iconische oldtimers, die decennialang symbool stonden voor het eiland en toeristen massaal trokken, maken steeds vaker plaats voor compacte driewielers en fietsen met een stille motor. Waar vroeger het geronk van motoren de straten vulde, klinkt nu het zachte gezoem van batterijen die het werk overnemen. Elektrische mobiliteit is niet langer een milieubewuste keuze, maar een pure noodzaak.

elektrische fietstaxi

In de buitenwijk Alamar is de omslag bijzonder zichtbaar. Door de staat gerunde elektrische fietstaxi’s vormen daar het enige reguliere vervoersmiddel voor bewoners. Chauffeurs maken dagelijks tientallen ritten om mensen naar hun werk, school of familie te brengen. Zonder deze elektrische voertuigen zou de wijk praktisch geïsoleerd raken. Diesel en benzine zijn er nauwelijks beschikbaar, waardoor alternatieven onmisbaar zijn geworden. Voor veel inwoners betekent dit dat zij hun dagelijkse routines volledig hebben moeten aanpassen aan de beschikbaarheid van elektrisch vervoer.

De druk op Cuba neemt verder toe nu verschillende luchtvaartmaatschappijen hun vluchten naar het eiland schrappen. Wat begon als een brandstofcrisis met uitvallende stroom en stilstaand vervoer, krijgt nu ook gevolgen in de lucht. Internationale verbindingen worden afgebouwd en reizigers blijven massaal weg. Onder andere Britse autoriteiten waarschuwen passagiers om niet-noodzakelijke reizen naar Cuba te mijden, een signaal dat zwaar weegt in de toerismesector.

Particulier vervoer is voor de meeste Cubanen onbetaalbaar geworden. De prijzen voor schaarse brandstof zijn hoog, terwijl inkomens laag blijven. Onder strikte rantsoeneringsomstandigheden wordt brandstof in beperkte hoeveelheden verdeeld, met prioriteit voor essentiële sectoren. Elektrisch vervoer biedt in die context een betaalbaarder en betrouwbaarder alternatief. Opladen kan op vaste punten en vereist geen kostbare import van fossiele brandstoffen. Daarmee wordt voorkomen dat hele gemeenschappen stilvallen.

Foto: © Pitane Blue – Havana – Cuba

Het openbaar vervoer in Cuba bestaat voor een groot deel weer uit paard en wagen, van eenvoudige karren tot traditionele koetsen.

De Cubaanse autoriteiten hebben inmiddels een uitgebreid brandstofbesparingsplan aangekondigd. De focus ligt op het operationeel houden van ziekenhuizen, voedseltransport en andere vitale diensten. Overheidsinstanties sturen actief aan op het gebruik van elektrische voertuigen om de druk op de schaarse brandstofvoorraden te verminderen. In de praktijk betekent dit dat burgers weinig keuze hebben. Wie mobiel wil blijven, moet overstappen op elektriciteit.

pure noodzaak

De situatie onderstreept het schrille contrast tussen internationale politieke besluiten en het dagelijkse leven op het eiland. Sancties die bedoeld waren om de druk op Havana te vergroten, hebben onbedoeld geleid tot een versnelde overgang naar elektrisch vervoer. Waar elders in de wereld de energietransitie vaak wordt gepresenteerd als een geleidelijk proces, wordt die in Cuba afgedwongen door pure noodzaak. Elektrische bussen en driewielers zijn niet alleen een technologische innovatie, maar een reddingslijn voor miljoenen mensen.

Toch brengt deze omschakeling ook uitdagingen met zich mee. De infrastructuur voor opladen moet worden uitgebreid en onderhouden, terwijl de economische middelen beperkt zijn. Batterijen en onderdelen zijn niet altijd eenvoudig verkrijgbaar. Desondanks groeit het aantal elektrische voertuigen zichtbaar. Het is een stille revolutie op wielen, ingegeven door schaarste maar gedreven door veerkracht.

Opnieuw chaos: sneeuw legt Schiphol deels lam honderden reizigers de dupe

Het aantal vluchten van en naar Schiphol dat vandaag wordt geschrapt vanwege de verwachte sneeuwval is opgelopen tot 170.

Dat meldt de NOS. Van dat totaal komen maar liefst 150 annuleringen voor rekening van KLM. Het gaat om toestellen die tussen 17.00 uur en middernacht zouden vertrekken of juist op de nationale luchthaven zouden landen. Reizigers die in de avonduren op pad wilden, zien hun plannen daarmee massaal in rook opgaan.

Volgens Schiphol is de ingreep noodzakelijk vanwege de combinatie van sneeuw en harde wind. Die weersomstandigheden zorgen ervoor dat start- en landingsbanen niet veilig gebruikt kunnen worden zolang ze niet volledig sneeuwvrij zijn. Ook de opstelplaatsen waar vliegtuigen geparkeerd staan, moeten eerst worden schoongemaakt voordat er veilig gewerkt kan worden. Daarnaast moeten toestellen voorafgaand aan vertrek worden ontdaan van sneeuw- en ijsresten. Dat proces, bekend als de-icen, kost extra tijd en capaciteit. In periodes van winterweer kan dat leiden tot aanzienlijke vertragingen en dus tot het besluit om vluchten preventief te annuleren.

impact

KLM laat weten dat Schiphol luchtvaartmaatschappijen heeft gevraagd een bepaald percentage van hun vluchten te schrappen om de operatie beheersbaar te houden. De maatschappij bepaalt vervolgens zelf welke verbindingen worden geannuleerd. Daarmee ligt de uiteindelijke keuze bij de luchtvaartbedrijven zelf, die een afweging maken tussen operationele haalbaarheid en de impact op passagiers.

Luchtvaartmaatschappijen proberen naar eigen zeggen de overlast voor reizigers zo veel mogelijk te beperken. Zo wordt er vaker voor gekozen om vluchten naar Europese bestemmingen met meerdere dagelijkse verbindingen te annuleren. Dat maakt het eenvoudiger om passagiers om te boeken naar een later tijdstip op dezelfde dag of de volgende dag. Vluchten naar belangrijke internationale overstapluchthavens, zoals Parijs, blijven juist vaker gehandhaafd. Die verbindingen zijn cruciaal voor reizigers die verder moeten naar intercontinentale bestemmingen en voor wie een gemiste aansluiting grote gevolgen kan hebben.

Terwijl op Schiphol koortsachtig wordt geschoven met schema’s en bemanningen, maakt ook de rest van het land zich op voor winterse omstandigheden. In de loop van de middag trekt een gebied met sneeuw vanuit het zuidwesten over Nederland. Voor het hele land is code geel afgegeven. De eerste sneeuw wordt rond 16.00 uur in Zeeland verwacht. In de avond breidt de sneeuwval zich uit en kan het tijdelijk in vrijwel het hele land wit kleuren.

Foto: © Pitane Blue – Schiphol

Meteorologen houden rekening met een sneeuwdek van 3 tot 5 centimeter. Plaatselijk kan zelfs meer vallen. Later in de nacht gaat de sneeuw over in natte sneeuw en uiteindelijk regen, waardoor het sneeuwdek deels weer zal verdwijnen. Toch kan de tijdelijke sneeuwval voor flinke hinder zorgen, zowel in de lucht als op de weg.

morgenochtend

Rijkswaterstaat waarschuwt weggebruikers om morgenochtend extra alert te zijn. Automobilisten moeten rekening houden met gladheid en hun rijstijl daarop aanpassen. Volgens de wegbeheerder kan het op veel plaatsen verraderlijk glad zijn, zeker op bruggen, viaducten en minder bereden wegen. In Zeeland geldt code geel vooralsnog tot 23.00 uur. In Friesland en Drenthe blijft de waarschuwing van kracht tot 07.00 uur en in Groningen zelfs tot 09.00 uur.

De combinatie van sneeuwval, harde wind en dalende temperaturen zorgt daarmee voor een avond en nacht vol onzekerheid voor reizigers. Op Schiphol wordt alles op alles gezet om de veiligheid te waarborgen, maar dat gaat onvermijdelijk gepaard met geschrapte vluchten en aangepaste reisschema’s. Passagiers wordt geadviseerd de status van hun vlucht goed in de gaten te houden en waar nodig contact op te nemen met hun luchtvaartmaatschappij.

Oeteldonk maakt zich op voor drie dagen feestgedruis: gin gezeik behalve op de toilette

Gin gezeik behalve op de toilette, stad kleurt rood wit geel tijdens carnaval 2026.

Van zondag 15 februari tot en met dinsdag 17 februari 2026 staat ’s-Hertogenbosch volledig op zijn kop en draagt de stad weer trots de naam Oeteldonk. Drie dagen lang verdwijnt het alledaagse leven naar de achtergrond en maken rangen en standen plaats voor saamhorigheid. Oeteldonkers veranderen in ‘boeren’ en ‘durskes’, gehuld in de onmisbare boerenkiel, rijkelijk versierd met kikkers, emblemen en jaarschildjes. Overal kleuren rood, wit en geel het straatbeeld, de trotse tinten van de Oeteldonkse vlag. Het feest der feesten belooft ook dit jaar weer een uitbundige viering te worden met als veelzeggend motto: ‘Gaode mee?’.

levend plakboek

Wie carnaval in Oeteldonk viert, weet dat de kiel meer is dan alleen een jas. Bijna alle Oeteldonkers tooien hun kiel met emblemen en jaarschildjes. Ieder jaar komt daar een nieuw element bij, waardoor elke kiel uitgroeit tot een persoonlijke compositie vol herinneringen. Het is een levend plakboek van voorgaande jaren, ontmoetingen en momenten die het carnaval kleur geven.

De officiële aftrap vindt plaats met de Intocht van Z.K.H. Prins Amadeiro. Dat moment markeert het begin van drie dagen waarin muziek, symboliek en tradities samenkomen. De Grote Optocht op maandag geldt als een van de absolute hoogtepunten. Vanaf 12.33 uur trekt de stoet door het centrum, met als startpunt de Van Grobbendoncklaan. Rond 16.11 uur bereikt de optocht de Marktstraat. Wagens, loopgroepen en creatieve uitingen zorgen voor een bonte parade die jaarlijks duizenden toeschouwers trekt. Dinsdag staat in het teken van de jongste Oeteldonkers tijdens de Keinderoptocht, die om 13.11 uur van start gaat in het centrum. 

Naast deze publiekstrekkers telt Oeteldonk honderden evenementen verspreid over de stad. Wie niets wil missen, kan de agenda raadplegen of de speciale app downloaden om op de hoogte te blijven van de dichtstbijzijnde festiviteiten. De organisatie benadrukt daarbij de open en gemoedelijke sfeer. “Leuk dat je erbij bent! Iedereen is welkom. Hou rekening met elkaar en de tradities. Gin gezeik in Oeteldonk, behalve op de toilette.” Met die woorden wordt bezoekers op het hart gedrukt om samen het feest op respectvolle wijze te vieren.

Foto: © Pitane Blue – Oeteldonk Centraol

Carnaval eindigt op 17 februari met de begrafenis van Knillis, een moment waarop symbolisch afscheid wordt genomen van drie dagen feestgedruis.

Tijdens carnaval lanceren de Oeteldonksche Club van 1882 en de Gemeente ’s-Hertogenbosch bovendien de campagne ‘Doede mee?’ om het echte Oeteldonkse gevoel te versterken en ongewenst gedrag op een ludieke manier tegen te gaan. De boodschap sluit naadloos aan bij de traditie waarin saamhorigheid centraal staat. Wat is een mooier dan dweilen door het durp en in de verte een clubke horen spelen? Die typische dweilorkesten zorgen op talloze buitenpodia voor de karakteristieke klanken die door de straten galmen.

verkeersmaatregelen

Bezoekers moeten rekening houden met uitgebreide verkeersmaatregelen. Tijdens carnaval, van 13 tot en met 17 februari 2026, is de binnenstad van Oeteldonk grotendeels afgesloten voor alle verkeer tussen 09.30 en 02.00 uur, op dinsdag tot 01.00 uur. De binnenstad binnen de ‘palen’ is afgesloten, waaronder wegen als de Markt, Kerkstraat, Kolperstraat en Achter het Stadhuis. De stad is extreem druk en onbereikbaar met de auto in het centrum tijdens deze dagen. 

gratis pendelbussen

Het dringende advies luidt dan ook om met de trein te komen, gebruik te maken van transferia met gratis pendelbussen of de fiets te stallen in een van de vijf gratis bewaakte stallingen aan de Wolvenhoek, Kerkstraat, Burgemeester Loeffplein, Stationsplein en Sint Josephstraat. Parkeergarage St. Josephstraat is niet beschikbaar. Bezoekers worden opgeroepen altijd de aanwijzingen van verkeersregelaars te volgen en de ledschermen in de gaten te houden voor actuele informatie.

Drie dagen lang ademt de stad traditie, muziek en verbondenheid. Oeteldonk bewijst ook in 2026 weer dat carnaval meer is dan verkleedpartijen en polonaises. Het is een cultureel erfgoed waarin historie en hedendaagse gezelligheid hand in hand gaan. Wie eenmaal heeft gedweild door het durp, begrijpt waarom het motto ‘Gaode mee?’ ieder jaar opnieuw duizenden mensen aanspreekt.