Het regent boetes in ov-land en uiteindelijk betaalt de reiziger de rekening.
Dat is de harde conclusie die steeds vaker wordt getrokken nu provincies als concessieverleners met forse geldstraffen zwaaien richting vervoersbedrijven. Wie denk je dat uiteindelijk opdraait voor die boetes? Juist, de reiziger. Via verhoging van de ritprijzen. Wat ooit werd gepresenteerd als een middel om de kwaliteit van het openbaar vervoer te verbeteren, voelt voor veel mensen als een sigaar uit eigen doos.
klantgerichter
Provincies delen vaker en hogere boetes uit aan vervoerders die volgens hen tekortschieten. Het idee daarachter is helder: het geld dat wordt geïnd, zou ten goede moeten komen aan de reiziger. De sancties zouden bedrijven moeten prikkelen om stipter te rijden, schoner materieel in te zetten en klantgerichter te werken. Maar de vraag die steeds nadrukkelijker klinkt, is wat die boetes nu werkelijk oplossen. Volgens critici helemaal niets.
De kern van het probleem ligt volgens hen niet alleen bij de vervoersbedrijven. Gemeenten en provincies stellen torenhoge eisen bij aanbestedingen. Er wordt tot achter de komma doorgerekend. Hoge en zeer duur betaalde ambtenaren controleren lijnen, diensten en bepalen zelfs met welke bussen er gereden moet worden. Toch gaan gemeenten en provincies uiteindelijk akkoord met wat vervoerders aanbieden. Wanneer het vervolgens misgaat, wordt de rekening neergelegd bij het bedrijf, dat op zijn beurt de kosten doorberekent aan de reiziger.
overheid
Zoals bij zoveel dossiers in Nederland, wordt gewezen naar de rol van de overheid. Ambtenaren bepalen veel, maar als het fout loopt, wassen zij hun handen in onschuld. De verwijzing naar eerdere pijnlijke dossiers wordt snel gemaakt. Denk aan de mijnsluiting in Limburg, de problemen in Groningen en de toeslagenaffaire waarbij ouders en kinderen zwaar werden getroffen. Steeds weer zijn het werknemers en burgers die de gevolgen dragen, terwijl beleidsmakers buiten schot blijven.
Boetes worden bovendien vaak al ingecalculeerd. Niet volledig, omdat vervoerders erop rekenen dat zij met een goed verhaal de opdrachtgever kunnen overtuigen om een sanctie te matigen of zelfs achterwege te laten. Externe factoren worden dan aangevoerd als oorzaak: personeelstekorten, netcongestie, leveringsproblemen van materieel. Feit blijft dat veel van die risico’s al bekend zijn op het moment dat een offerte wordt ingediend. Het bedrijf dat het verst durft te gaan door de boete niet of nauwelijks mee te nemen in de begroting, vergroot zijn kans om de concessie te winnen. Wordt de boete vervolgens niet opgelegd, dan levert dat extra winst op.
🎧 Pitane Blue Nieuwsradio
Daarbovenop komt de haast waarmee is ingezet op vergroening en energietransitie. Alles moet elektrisch. Op papier klinkt dat prachtig, maar de praktijk blijkt weerbarstig. Het stroomnet kan de vraag niet altijd aan, nieuwe elektrische bussen worden niet tijdig geleverd en technische problemen zorgen voor uitval van materieel. Toch worden concessies soms zo streng geformuleerd dat vervoerders nauwelijks ruimte hebben om realistisch in te schrijven. Er zijn zelfs gevallen waarin eisen zo hoog worden opgeschroefd dat bedrijven afhaken.
Volgens critici is Den Haag een ideaal nagelopen zonder voldoende te onderzoeken of het haalbaar en uitvoerbaar is. Niet de ov-bedrijven zijn hier de hoofdschuldigen, zo klinkt het, maar de overheid met haar doorgeschoten groene ambities. Provincies kijken bij een concessiewisseling te weinig naar wat het onderaan de streep kost en of groene beloftes financieel en praktisch houdbaar zijn. Wanneer blijkt dat kosten hoger uitvallen, elektrische bussen later komen of prestaties tegenvallen, volgt alsnog de sanctie.
onrust
Concessiewisselingen zelf zorgen bovendien voor onrust. Personeel moet overstappen naar een nieuwe werkgever, dienstregelingen veranderen en reizigers moeten wennen aan nieuwe systemen. Dat leidt tot frustratie onder medewerkers en passagiers. De vraag blijft wat al die boetes nu daadwerkelijk verbeteren. De kwaliteit gaat er volgens veel reizigers niet merkbaar op vooruit. Het openbaar vervoer wordt ondertussen steeds duurder, juist voor mensen die geen alternatief hebben. Wie afhankelijk is van bus of trein, ziet de prijzen stijgen en het aanbod verschralen.
Ook het gevoel van veiligheid staat onder druk. Voor sommigen is dat zelfs reden om het ov helemaal te mijden. Wanneer punctualiteit hapert, prijzen stijgen en het veiligheidsgevoel afneemt, groeit het wantrouwen in het systeem. Het systeem is gewoon ziek, klinkt het scherp. De reiziger verliest op alle fronten.
welk doel dienen ze?
Wat resteert is een fundamentele vraag. Als boetes niet leiden tot betere dienstverlening en de kosten uiteindelijk toch bij de burger terechtkomen, welk doel dienen ze dan nog? Misschien is het tijd om eerst goede plannen te maken, grondig te onderzoeken of ambities uitvoerbaar zijn en pas daarna harde eisen te stellen. Zolang dat niet gebeurt, blijft de reiziger de melkkoe van een beleid dat zijn eigen tekortkomingen probeert te maskeren met sancties.



and then