Tag archieven: benzine

Risico met jerrycans: goedkope benzine zorgt voor levensgevaar op de weg

Experts waarschuwen voor risico’s van volle jerrycans in kofferbak, brandweer slaat alarm over vervoer van benzine in auto’s.

Steeds meer automobilisten in de grensstreek kiezen ervoor om over de grens te tanken om kosten te besparen. Daarbij blijft het vaak niet bij het vullen van de eigen brandstoftank. Regelmatig verdwijnen er ook jerrycans in de kofferbak, soms in aanzienlijke hoeveelheden. Wat voor velen een slimme manier lijkt om geld te besparen, roept tegelijkertijd serieuze vragen op over veiligheid en regelgeving

Volgens de geldende regels in Nederland is het toegestaan om naast de brandstof in de tank nog maximaal 240 liter benzine mee te nemen. Daar zitten wel duidelijke voorwaarden aan vast. De brandstof moet worden vervoerd in jerrycans die geschikt zijn voor benzine, niet lekken en stevig vaststaan zodat ze tijdens het rijden niet kunnen verschuiven. Controle hierop ligt bij de politie. Een woordvoerder laat weten: “De politie kan ook een boete geven als de jerrycans niet goed vaststaan, lekken of als het geen geschikte brandstofjerrycans zijn. Ook kunnen we nog een verkeersboete geven voor gevaarlijk vervoer.”

beperkte handhaving

Toch blijkt handhaving in de praktijk beperkt. De Douane is de enige instantie die daadwerkelijk kan ingrijpen bij het vervoeren van grote hoeveelheden brandstof over de grens, maar richt zich uitsluitend op accijnsregels. “Als je brandstof meeneemt vanuit een EU-land geldt een vrijstelling van één jerrycan. Hoe groot die jerrycan mag zijn, is niet wettelijk bepaald,” aldus een woordvoerder. Wie meer meeneemt dan toegestaan, moet daarvan aangifte doen. Gebeurt dat niet en wordt dit ontdekt, dan kan een boete volgen. Tegelijkertijd erkent de dienst dat er onvoldoende capaciteit is om hier intensief op te controleren.

De beperkte controle betekent dat automobilisten in de praktijk relatief eenvoudig met grote hoeveelheden benzine de weg op kunnen. Juist dat baart zorgen bij hulpdiensten, met name bij de brandweer. Een specialist op het gebied van gevaarlijke stoffen spreekt zich daar duidelijk over uit: “Het is een extra last voor de brandweer.” Vooral bij incidenten kan de aanwezigheid van jerrycans voor gevaarlijke situaties zorgen.

Bij een autobrand gaan hulpdiensten doorgaans uit van de standaard situatie waarbij de brandstoftank zich op een vaste plek bevindt. “We kijken van tevoren in onze systemen wat voor auto het is en dan kijken we specifiek waar de brandstoftank zit. Dat is natuurlijk een van de speerpunten waar je gewoon als eerste naartoe gaat om te blussen. Wij houden er geen rekening mee dat iemand een jerrycan brandstof op de bijrijdersstoel zet. Dat vinden we zelf niet zo’n goed idee.” Wanneer er extra brandstof in jerrycans aanwezig is, kan dat de brand aanzienlijk verergeren. “Zo’n jerrycan met benzine kan namelijk ook vlam vatten,” wordt benadrukt, waardoor een brand zich sneller en onvoorspelbaarder ontwikkelt.

Foto: Pitane Blue – EIndhovense brandweer

De besparing aan de pomp lijkt voor veel automobilisten aantrekkelijk, maar de risico’s onderweg blijken aanzienlijk groter dan vaak wordt gedacht. Veiligheid en verantwoord vervoer zouden volgens betrokkenen dan ook altijd voorop moeten staan.

Naast brandgevaar spelen ook gezondheidsrisico’s een rol. Benzinedampen kunnen schadelijk zijn, zeker in een afgesloten ruimte zoals een auto. “Je krijgt er hoofdpijn van en als je langere tijd in die ruimte zit waar je de benzinedampen aan het inademen bent, raak je gewoon versuft. Dat wil je natuurlijk niet tijdens een autorit.” Het risico is nog groter voor kinderen, die gevoeliger zijn voor dergelijke dampen.

projectielen

Ook bij verkeersongevallen kunnen jerrycans extra gevaar opleveren. “Het zou niet de eerste keer zijn dat we een hard metalen voorwerp uit iemand zijn rug moeten pulken. Zo’n ding komt gewoon naar voren als je auto plots tot stilstand komt.” Onvoldoende gezekerde jerrycans veranderen bij een botsing in zware projectielen met potentieel ernstige gevolgen.

Hoewel het vervoeren van brandstof in jerrycans dus onder voorwaarden is toegestaan, klinkt er vanuit de hulpdiensten een duidelijke oproep tot voorzichtigheid. “Ik snap wel dat je met jerrycans gaat tanken, maar gebruik vooral kleine hoeveelheden en vooral een goedgekeurde jerrycan.” Daarnaast wordt geadviseerd om de brandstof zoveel mogelijk buiten de passagiersruimte te vervoeren en bij voorkeur in een aparte laadruimte. “En zet hem in een laadruimte, in ieder geval buiten de bestuurdersruimte. Zeker als je kinderen in de auto hebt die de dampen kunnen inademen. Die onontwikkelde longetjes kunnen daar nog veel minder goed tegen.”

Laatste kans op goedkopere benzine: tank nog snel vol voor accijns klap

Het debat over brandstofprijzen laait daardoor telkens weer op, vooral rond de jaarwisseling wanneer nieuwe tarieven ingaan.

Waar automobilisten zich schrap zetten voor hogere kosten in het nieuwe jaar, is de prijs aan de pomp in de laatste weken juist stevig gedaald. Dat maakt het voor veel Nederlanders aantrekkelijk om de tank nog vóór 1 januari volledig te vullen. De verwachting is namelijk dat de prijsstijging daarna onvermijdelijk toeslaat, vooral door ingrepen van de overheid.

ruwe olie

De gemiddelde benzineprijs is inmiddels uitgekomen op ongeveer 2,12 euro per liter. Dat niveau ligt duidelijk lager dan een maand eerder, toen automobilisten nog te maken kregen met prijzen van rond de 2,20 euro per liter. Daarmee werd destijds het hoogste punt bereikt in bijna anderhalf jaar tijd. De daling is vooral toe te schrijven aan ontwikkelingen op de wereldmarkt, waar de prijs van ruwe olie de afgelopen periode aanzienlijk is teruggelopen. Die lagere olieprijs werkt uiteindelijk door in de prijs die consumenten aan de pomp betalen.

Het tijdelijke voordeel lijkt echter van korte duur. Vanaf 1 januari stijgen de prijzen opnieuw door een verhoging van de accijnzen. De verhoging hangt samen met het gedeeltelijk verdwijnen van de accijnskorting op brandstof. De overheid verwacht hiermee in totaal 448 miljoen euro op te halen. Dat geld is bedoeld om bezuinigingen in het openbaar vervoer te voorkomen.

Ook bij andere brandstoffen is het verschil met het verleden groot. Nederland behoort daarmee tot de landen met de hoogste brandstofprijzen van Europa. Zo ben je in België en Duitsland momenteel ongeveer 30 cent goedkoper uit. Voor grensbewoners loont het daardoor vaak om de tank net over de grens te vullen.

Foto: Pitane Blue – brandstofmeter

De benzineprijs in Nederland blijft een heet hangijzer, zeker nu het verschil met de buurlanden steeds groter wordt. Automobilisten die regelmatig de grens oversteken, merken het direct aan de pomp. Waar in België en Duitsland de prijzen aanzienlijk lager liggen, betalen Nederlandse automobilisten structureel meer. Volgens Independer ligt de oorzaak daarvan vooral bij het belastingbeleid van de overheid, dat al jaren zwaar drukt op de literprijs.

Naast de landelijke verschillen zijn er ook binnen Nederland grote prijsverschillen zichtbaar. Eerder dit jaar onderzocht Independer het verschil tussen de duurste en goedkoopste pomp van het land. Daaruit bleek dat automobilisten met een tank van 50 liter bijna 30 euro meer kwijt waren bij het duurste tankstation van Nederland. Dat prijsverschil is voor veel mensen reden om bewuster te kiezen waar zij tanken.

grote verschillen

Zelfs binnen dezelfde woonplaats kunnen de verschillen oplopen tot wel 50 cent per liter benzine. Dat betekent dat twee automobilisten in dezelfde straat tot 25 euro verschil kunnen betalen voor een volle tank. Die uiteenlopende prijzen zorgen voor groeiende frustratie, zeker nu de kosten voor mobiliteit steeds verder oplopen.

De genoemde benzineprijs is vastgesteld op 24 december en gebaseerd op de adviesprijzen van de vijf grootste oliemaatschappijen. Voor de historische vergelijking is gebruikgemaakt van gegevens uit CBS StatLine. Alles wijst erop dat het huidige prijsvoordeel tijdelijk is en dat automobilisten zich in het nieuwe jaar opnieuw moeten voorbereiden op hogere kosten aan de pomp.

Fossiele leaseauto: werkgevers hard geraakt door pseudo-eindheffing vanaf 2027

Het kabinet heeft tijdens Prinsjesdag een opvallende maatregel aangekondigd die voor werkgevers grote financiële gevolgen zal hebben.

Vanaf 1 januari 2027 moeten bedrijven die hun werknemers een fossiele leaseauto ter beschikking stellen, een zogeheten pseudo-eindheffing betalen. Deze extra belasting bedraagt 12 procent van de cataloguswaarde van de auto en geldt voor alle voertuigen die niet volledig emissievrij zijn. Benzine-, diesel- en hybrideauto’s vallen dus onder de nieuwe regeling. Het kabinet hoopt met deze maatregel zakelijke rijders zo snel mogelijk richting elektrisch rijden te duwen.

De pseudo-eindheffing wordt opgelegd als een werkgever een auto van de zaak aanbiedt die ook privé gebruikt mag worden. Het begrip privégebruik is breed opgevat, want ook woon-werkverkeer telt hieronder. Werkgevers kunnen de belasting dus niet vermijden door auto’s uitsluitend voor zakelijke ritten in te zetten. De heffing wordt verrekend via de loonbelasting en mag niet worden doorberekend aan de werknemer. Dit betekent dat de rekening volledig bij de werkgever terechtkomt.

wagenpark

De berekening van de pseudo-eindheffing is relatief eenvoudig. Voor een auto met een cataloguswaarde van 40.000 euro betaalt de werkgever jaarlijks 4.800 euro extra. Voor een wagen van 50.000 euro loopt dit op tot 6.000 euro per jaar. Deze bedragen komen bovenop de reguliere leasekosten, onderhoud, brandstof en de bijtelling die werknemers zelf al betalen voor privégebruik. Voor werkgevers kan dit een forse extra last betekenen, zeker voor bedrijven die een groot wagenpark beheren.

Er is een overgangsregeling aangekondigd om de maatregel gefaseerd in te voeren. Auto’s die vóór 1 januari 2027 aan werknemers ter beschikking zijn gesteld, vallen niet direct onder de heffing. Voor deze voertuigen geldt tot 17 september 2030 een vrijstelling. Na die datum wordt de pseudo-eindheffing echter alsnog verplicht, ongeacht wanneer het leasecontract is gestart. Werkgevers die hun wagenpark nu nog grotendeels uit fossiele auto’s laten bestaan, krijgen dus slechts tijdelijk respijt.

belastingplannen

De maatregel is een compromis na eerdere discussies over zwaardere belastingplannen. In een eerder stadium circuleerde het idee om 52 procent te heffen over de bijtelling, wat voor werkgevers nog zwaardere lasten had betekend. Uiteindelijk is gekozen voor een vast percentage van 12 procent over de cataloguswaarde. Daarmee wordt volgens het kabinet een duidelijker en eerlijker systeem gecreëerd.

Foto: © Pitane Blue – stekkeren

Wat vaststaat is dat de pseudo-eindheffing een stevige kostenpost kan worden. Bedrijven die nog massaal inzetten op fossiele leaseauto’s, zullen op termijn zwaar de rekening gepresenteerd krijgen. Het kabinet maakt hiermee duidelijk dat de tijd van zakelijk rijden op benzine of diesel langzaam ten einde loopt en dat elektrisch rijden de nieuwe norm moet worden.

Voor werkgevers betekent dit dat het aanbieden van fossiele leaseauto’s aanzienlijk duurder wordt. Dat kan er in de praktijk toe leiden dat veel bedrijven sneller overstappen op elektrische voertuigen of zelfs helemaal stoppen met het verstrekken van leaseauto’s. Werknemers zouden daardoor vaker uitwijken naar een mobiliteitsbudget of kiezen voor een privéauto met reiskostenvergoeding.

overgangsregeling

De financiële prikkel voor elektrisch rijden wordt hiermee versterkt. Voor werknemers blijven elektrische leaseauto’s aantrekkelijk, niet alleen vanwege de lagere bijtelling maar ook omdat werkgevers de extra pseudo-eindheffing willen vermijden. Bedrijven die vooruit willen plannen, doen er goed aan om nu al hun wagenpark onder de loep te nemen. Leasecontracten die vóór 2027 worden afgesloten, vallen immers nog een paar jaar onder de overgangsregeling.

Experts wijzen erop dat werkgevers hun administratieve processen moeten voorbereiden. Het wordt belangrijk om privé- en zakelijke ritten goed te onderscheiden en de loonbelasting correct af te handelen. Daarnaast kan het verstandig zijn om alternatieve mobiliteitsoplossingen te onderzoeken, zoals private leaseconstructies of een flexibel mobiliteitsbudget.

Automobilist profiteert: daling dollar en angst voor recessie duwen olieprijs omlaag

De maximumprijs voor benzine zakt morgen naar het laagste niveau in maanden en dat heeft opvallend genoeg alles te maken met recente beslissingen van de Amerikaanse president Donald Trump.

Zijn beslissing om forse invoerheffingen in te voeren, heeft een wereldwijde schokgolf veroorzaakt op de oliemarkt. Dat zorgt ervoor dat automobilisten aan de pomp binnenkort flink minder kwijt zijn. Vanaf morgen zal de maximumprijs voor benzine 95 (E10) 1,616 euro per liter bedragen. Dat is 6,6 eurocent minder dan vandaag en de laagste prijs sinds september vorig jaar. 

Ook benzine 98 (E5) wordt goedkoper en zakt naar 1,683 euro per liter, een daling van 6,8 eurocent. Deze daling zet een trend voort waarbij brandstofprijzen al wekenlang onder druk staan, vooral sinds begin dit jaar. Ter vergelijking: in januari betaalde men voor een liter E10-benzine nog 1,718 euro.

importheffingen

De prijsdaling wordt verklaard door de nervositeit die de importheffingen van Trump veroorzaken op de internationale markten. Beleggers houden rekening met een mogelijke wereldwijde recessie, wat automatisch leidt tot een verwachte afname in de vraag naar olie. Aangezien het aanbod van ruwe olie voorlopig niet vermindert, zorgt die verwachting voor een directe druk op de olieprijzen. Het gevolg is dat brandstoffen zoals benzine en stookolie fors goedkoper worden.

Niet alleen aan de pomp is het verschil merkbaar. Ook de prijs voor stookolie blijft dalen. Vanaf woensdag bedraagt die voor een bestelling vanaf 2.000 liter nog 0,7412 euro per liter. Een jaar geleden was dat nog 1,0110 euro per liter. Wie nu 2.000 liter bestelt, betaalt dus bijna 500 euro minder dan twaalf maanden geleden. Deze scherpe daling is opvallend en zorgt ervoor dat steeds meer mensen overwegen om hun voorraden nu aan te vullen.

De waarde van de dollar speelt eveneens een grote rol in dit verhaal. Sinds het aantreden van Trump is de dollar verzwakt. Omdat olie wereldwijd in dollars wordt verhandeld, kunnen Europese landen met hun sterkere euro’s momenteel meer olie inkopen voor hetzelfde geld. Dat voordeel vertaalt zich direct in lagere prijzen aan de pomp.

Brandstofexperts geven aan dat deze prijsdaling een direct gevolg is van geopolitieke uitspraken en maatregelen. Ze waarschuwen echter dat de markt uiterst gevoelig blijft voor verdere ontwikkelingen. Een enkel statement of politieke wijziging kan opnieuw leiden tot plotse prijsstijgingen. Voorlopig lijkt het tij gunstig te keren voor de consument, maar zekerheid over de toekomst is er allerminst.

rendement

Volgens kenners is dit een geschikt moment om gebruik te maken van de lage prijzen, zeker voor wie de mogelijkheid heeft om grotere hoeveelheden in te slaan. De huidige prijzen bieden volgens hen meer rendement dan spaargeld op een klassieke bankrekening.

Hoewel de wereldeconomie onder druk staat, profiteren consumenten op korte termijn van de neveneffecten van het Amerikaanse handelsbeleid. De vraag blijft echter hoe lang deze situatie zal aanhouden en of de internationale markten zich snel zullen herstellen van de huidige onzekerheid.

Grensgevecht om benzine: Belgische pompprijzen lokken Nederlanders

Pomphouders in België kunnen weliswaar rekenen op een toename van Nederlandse klanten.

Vanaf dinsdag wordt de benzineprijs aan de Belgische pomp aantrekkelijker, bijna vijftig cent goedkoper per liter dan in Nederland. Deze prijsverschuiving brengt een nieuwe dynamiek in de brandstofmarkt, met name voor de pomphouders langs de Nederlands-Belgische grens. Voor Nederlanders die nabij deze grens wonen, is een korte rit naar België ineens een lucratieve onderneming om de tank te vullen.

Volgens gegevens van United Consumers bedraagt de gemiddelde adviesprijs voor een liter E10-benzine in Nederland momenteel 2,22 euro. Daar tegenover staat de nieuwe maximumprijs voor dezelfde brandstof in België: 1,77 euro, een verschil van 45 cent. En het is niet alleen E10; ook de premium brandstof, benzine 98 (E5), laat een duidelijk verschil zien. Waar je in Nederland gemiddeld 2,36 euro betaalt, ben je in België klaar voor 2 euro per liter—een verschil van bijna 36 cent. Zelfs dieselrijders zijn goedkoper uit aan de andere kant van de grens, alhoewel de marge kleiner is; in België betaal je 1,93 euro per liter tegenover een Nederlandse adviesprijs van 2,05 euro.

Deze prijsfluctuaties hebben meerdere oorzaken. In Nederland zijn sinds 1 juli 2023 de tijdelijke accijnsverlagingen grotendeels teruggedraaid. Dit heeft de prijs van benzine met bijna 14% verhoogd en diesel met 6%. Daarnaast heeft de Belgische prijsverlaging te maken met de schommelingen op de internationale markten, die gunstig hebben uitgepakt voor de consumenten daar.

Het is niet ondenkbaar dat er druk ontstaat op de Nederlandse overheid om de brandstofaccijnzen opnieuw te evalueren, zeker als blijkt dat Nederlandse pomphouders aan de grens blijvend inkomsten mislopen.

Voor Nederlandse pomphouders nabij de grens kan deze ontwikkeling nadelig uitpakken. De potentiële klandizie die nu voor goedkopere brandstof de grens oversteekt, betekent een verlies aan inkomsten. Dat raakt niet alleen de brandstofverkoop, maar ook de bijverkoop zoals snacks, drankjes en autowasbeurten die veelal plaatsvinden bij tankstations.

Dit soort prijsverschillen is geen nieuw fenomeen. Grensgebieden zijn vaak het toneel van dergelijke economische verschuivingen, maar een prijsverschil van bijna vijftig cent per liter is zeldzaam en roept vragen op over de duurzaamheid van deze situatie. Hoe de Nederlandse en Belgische regeringen zullen reageren—bijvoorbeeld door aanpassingen in accijnzen of andere belastingmaatregelen—is vooralsnog onduidelijk, maar de consument plukt er voorlopig de vruchten van.

Benzineprijs gaat richting de 2,10 euro per liter

De Nederlandse benzineprijs is de afgelopen weken nog verder opgelopen, nadat er begin deze maand al voor het eerst meer dan 2 euro per liter moest worden betaald. Inmiddels gaat de prijs richting de 2,10 euro per liter, komt naar voren uit gegevens van consumentencollectief UnitedConsumers.

De gemiddelde adviesprijs voor een liter E10 (Euro95) bedraagt nu 2,091 euro, meldt de organisatie die dagelijks adviesprijzen bijhoudt van vijf grote oliemaatschappijen. Naast de benzineprijs staan ook de prijzen voor lpg en diesel op recordhoogtes. Voor een liter lpg moet 1,120 euro worden neergeteld. Een liter diesel kost 1,754 euro.

Dat de prijzen de laatste tijd hard stijgen, komt door de opgelopen olieprijs. Nu de wereldeconomie herstelt van de coronacrisis neemt de vraag naar olie in rap tempo toe. Maar de capaciteit van olieproducenten is achtergebleven.

Pomphouders kunnen wel afwijken van de adviesprijzen van de oliesector. Automobilisten zijn doorgaans het duurst uit bij tankstations langs de snelweg. Volgens prijsvergelijker brandstof-zoeker.nl is het bij enkele goedkope pompen in de provincie Groningen nog steeds mogelijk om E10 voor 1,80 euro per liter te tanken.

De hoge olieprijzen zijn vooral voor afnemers van olie vervelend, voor de olieproducerende landen betekent het juist dat olievaten meer geld opleveren. Daarom kozen oliekartel OPEC en zijn bondgenoten waaronder Rusland er eerder deze maand voor om vast te houden aan bestaande plannen voor een geleidelijke maandelijkse verhoging van de olieproductie. Ze wilden hun productie dus niet extra snel gaan opschroeven.

Lees ook: Groene brandstof de oorzaak van de benzinecrisis

De hoge olieprijzen zijn vooral voor afnemers van olie vervelend

Omzetdaling tijdens coronacrisis maakt pomphouders creatief

Net nu de benzineprijs lager staat dan sinds mensenheugenis, kunnen we er amper van profiteren. Door de kabinetsmaatregelen tegen het coronavirus zitten er veel minder mensen op de weg. Pomphouders zagen hun omzet dalen tot ruim 50%. De coronacrisis en de handelsoorlog tussen Saoedi-Arabië en Rusland zorgen ervoor dat de olieprijzen wereldwijd flink zijn gezakt. De benzineprijs in Nederland daalde met zo’n 15%, van gemiddeld €1,63 per liter in week 10 (2 t/m 8 maart) naar €1,47 in week 14 (30 maart t/m 5 april). 

Zoals altijd is er een klein prijsverschil tussen de prijzen van bemande en onbemande pompen. Bij bemande pompen zakte de prijs van €1,65 naar €1,50; bij onbemande pompen was er sprake van een daling van €1,59 naar €1,44. En zelfs bij deze lage prijzen wordt er nog geconcurreerd. De goedkoopste pomp (€1,35 per liter) staat bij de Makro in Best. Dit blijkt uit cijfers van MultiTankcard, marktleider op gebied van tankpassen en mobiliteitskaarten, en Actuals.io, onafhankelijk omzetvalidatie platform.

“Deze sterkste prijsdaling in jaren valt samen met de maatregelen die ons kabinet nam tegen verspreiding van het coronavirus. Mensen werken thuis, toeristen blijven weg, het zakelijk verkeer is grotendeels stilgevallen. Alleen essentiële dienstverleners blijven rijden”, zegt Patrick Roozeman, directeur van MultiTankcard. 

Noord-Brabant

Bijna alle provincies volgen hetzelfde beeld in de daling van het aantal transacties: de grootste daling is te zien in week 12 (16 t/m 22 maart). Dat is de week dat scholen en horeca dichtgingen en aanbevolen werd om zoveel mogelijk thuis te werken. Nederlanders hebben zich goed aan de adviezen gehouden, in die week daalde het aantal pomptransacties met gemiddeld 40,6%. Alleen Noord-Brabant wijkt af, omdat hier de corona-epidemie eerder piekte. 

In week 11, nadat premier Rutte op zijn eerste persconferentie had geadviseerd om geen handen meer te schudden, bedroeg de transactiedaling in Brabant al 16,6%, terwijl het landelijke gemiddelde nog op 9,4% lag. Zuid-Holland liet in week 14 nog als enige provincie een daling zien van 5% in aantal tankbeurten. Wellicht doordat in die provincie het aantal ziekenhuisopnames toen sterk toenam.

Bezorgservice

De omzet van pomphouders staat al langer onder druk. Met de opkomst van het elektrisch rijden is de afgelopen jaren de vraag naar brandstof licht afgenomen. Strengere regels rond de verkoop van tabak lieten ook de omzet van winkels bij bemande pompen dalen. Door de coronacrisis komt deze trend – tijdelijk – in een stroomversnelling. Ook al omdat het horecagedeelte bij alle bemande pompen moest sluiten vanwege de RIVM-richtlijnen. Maar zoals in elke crisis, worden ook hier creatieve oplossingen bedacht. Als vitale sector kunnen pomphouders hun zaak openhouden. 

Er moet immers brandstof geleverd worden. Ook het winkelgedeelte van bemande pompen blijft open. Voorverpakt eten en drinken wordt dus nog gewoon verkocht. Sommige pomphouders langs de snelweg plaatsen hun klaargemaakte broodjes bal nu in het koelvak, zodat truckers ze mee kunnen nemen en buiten opeten. Anderen startten een bezorgservice van warme maaltijden tot in de cabine. Truckers kunnen die telefonisch bestellen vanaf de parkeerplaats.

Verschuiving naar onbemand tanken 

Automobilisten lijken voorzichtiger geworden. Dat blijkt uit het feit dat het aantal transacties bij bemande tankstations 10% harder is gedaald dan bij onbemande pompen. Maar het is onduidelijk of onbemande pompen nu veiliger zijn dan bemande. 

“Het lijkt erop dat onbemande pompen nu relatief vaker worden gebruikt om contact met anderen te vermijden. Ook kan de lagere pompprijs bij onbemande pompen een rol spelen. Het is bij vrijwel alle benzinestations een stuk rustiger dan gewoonlijk, waardoor het makkelijk is om de 1,5 meter afstand te houden. En bemand of onbemand: het wordt aangeraden om na het verlaten van de pomp je handen te wassen of desinfecteren.” , aldus Roozeman.

Natuurlijk nemen pomphouders uitgebreide voorzorgsmaatregelen tegen verspreiding van het coronavirus. Zo worden oppervlakken als deurklinken, balie en pinapparaat vaker ontsmet. Er zijn (met name bij bemande stations) plastic handschoentjes voor het tanken. Er mogen niet te veel mensen tegelijk binnen zijn (maximaal één per 10 m2). Signalering op de vloer laat klanten 1,5 meter afstand houden. Het raam bij de kassa’s blijft gesloten. En klanten wordt gevraagd met pas of contactloos te betalen.




Over MultiTankcard MultiTankcard, gevestigd in Hoofddorp, is de grootste aanbieder van mobiliteitspassen in Nederland voor zzp’ers, mkb’ers, mobiliteitsmanagers en leasemaatschappijen. Onder het merk MoveMove autoriseert, verwerkt en factureert MultiTankcard transacties voor alle vormen van zakelijk reizen: niet alleen voor de auto maar ook voor het OV, taxi’s en de OV-fiets. Ook elektrisch laden, tanken in Europa, parkeren, de wasstraat en autovloeistoffen vallen onder de dienstverlening. Daarmee neemt het bedrijf werknemers, zzp’ers en mkb’ers alle administratieve rompslomp van reiskosten declareren uit handen. In plaats van losse bonnetjes ontvangt de klant elke maand een overzichtelijke factuur voor maximale btw-teruggave. Lees ook: Duitse regering wil grenscontrole voor Pasen verscherpen





Personenauto’s rijden recordaantal kilometers

Nederlandse personenauto’s hebben in 2018 een recordaantal van 121,4 miljard kilometer afgelegd. Dat is 1,2 procent meer dan in 2017. Vooral auto’s op naam van een bedrijf reden meer. Het aantal op diesel afgelegde kilometers daalde opnieuw ten gunste van benzinekilometers, vooral bij bedrijfsauto’s. Dit blijkt uit nieuwe CBS-cijfers.

Het totaal door Nederlandse personenauto’s afgelegde aantal km wordt bepaald door het aantal personenauto’s, en het gemiddelde aantal door deze auto’s gereden kilometers. Dit gemiddelde daalde in 2018 met 1,0 procent, tot net iets onder de 13 duizend kilometer. Dat personenauto’s in 2018 een recordaantal km reden, kan dus worden toegeschreven aan de toename van het aantal auto’s op de weg. Dit lag in 2018 namelijk 2,2 procent hoger dan een jaar eerder.

Sterkste groei autokilometers bedrijven.

Personenauto’s op naam van een bedrijf waren in 2018 verantwoordelijk voor 22 procentvan de afgelegde kilometers. Deze auto’s reden samen 26,1 miljard kilometer, 4,0 procent meer dan in 2017. Het aantal door particulieren gereden kilometers (95,3 miljard) nam toe met 0,4 procent. 

Vergeleken met 2008 was het aantal kilometers van particuliere personenauto’s bijna 9 procent hoger. Bedrijfsauto’s reden 3,0 procent meer dan tien jaar geleden, waarbij de stijging vooral plaatsvond in de laatste vier jaar.

Meer kilometers op benzine, minder op diesel.

Het aantal personenautokilometers afgelegd op benzine steeg met 2,7 procent, naar 78,4 miljard in 2018. Diesels daarentegen reden 2,5 procent minder (34,3 miljardkilometer). Het aantal kilometers op lpg loopt al jaren terug en daalde in 2018 met 11,6 procent tot 2,1 miljard kilometer. De volledig elektrisch gereden afstand verdubbelde bijna ten opzichte van 2017, terwijl het aantal elektrische auto’s zelfs ruimschoots verdubbelde. Het aandeel volledig elektrisch gereden km is met 0,5 procent van het totaal nog beperkt.

Verdere stijging bedrijfskilometers op benzine.

Bedrijfspersonenauto’s op benzine reden in 2018 bijna 24 procent meer kilometers dan een jaar eerder. Dit was het tweede jaar op rij dat er meer benzinekilometers werden afgelegd. In totaal reden benzinevoertuigen van bedrijven 8,7 miljard kilometer. Het aantal dieselkilometers van bedrijfspersonenauto’s daalde met ruim 4 procent, tot 13,6 miljard. Ook in 2017 was het al afgenomen. 

Van alle kilometers die in 2018 werden afgelegd door personenauto’s op naam van een bedrijf werd 52 procent gereden op diesel (59 procent in 2016) en 33 procent op benzine (26 procent in 2016).

Bron: CBS – RDW

Lees ook: Meeste faillissementen in het vervoer