Tag archieven: bushalte

Lydia Peeters wil meer toegankelijke haltes in Vlaanderen

De Vlaamse regering heeft de projectoproep ‘Toegankelijke haltes’ goedgekeurd. Lydia Peeters, Vlaams minister van Mobiliteit en Openbare Werken, reikt met die oproep de hand naar steden en gemeenten en ondersteunt hen in het aanleggen van toegankelijke haltes langs gemeentewegen. Er wordt onder meer een subsidie van 5.000 euro (in totaal 1,8 miljoen euro) voorzien voor het toegankelijk maken van een halte of het aanleggen van een toegankelijke halte. “Slechts 12% van de Vlaamse haltes zijn toegankelijk voor personen met een motorische beperking”, zegt minister Peeters. “Aangezien meer dan 60% van de haltes langs gemeentewegen liggen, spelen de lokale besturen een cruciale rol in dit verhaal.”

“Als minister van Mobiliteit wil ik een reflex rond toegankelijkheid aanwakkeren bij alle overheden”, aldus minister Peeters. “Mobiel zijn is essentieel om een kwaliteitsvol leven uit te bouwen en te beleven. Basisbereikbaarheid geldt voor iedereen. Ik wil er dan ook voor zorgen dat personen met een motorische of visuele beperking en minder-mobiele mensen zich op een veilige en comfortabele manier kunnen verplaatsen met het openbaar vervoer.”

Lydia Peeters, minister van Mobiliteit

Eind november 2020 stelde minister Peeters het ‘Masterplan Toegankelijkheid’ voor waarin enkele doelstellingen zijn opgenomen. Zo moet 50% van de haltes van het kernnet en aanvullend net toegankelijk zijn tegen 2030 zodat ongeveer 70% van de reizigers kunnen rekenen op een toegankelijke rit. Er wordt in 2021 dan ook 3,8 miljoen euro geïnvesteerd in het toegankelijk maken van haltes langs gewestwegen. Alle Hoppinpunten (vervoersknooppunten) moeten ook 100% toegankelijk zijn. Om meer toegankelijke haltes langs gemeentewegen te verkrijgen, lanceerde minister Peeters de projectoproep ‘Toegankelijke Haltes’, die kadert binnen haar ‘Masterplan Toegankelijkheid’.

Lees ook: VVSG vraagt lanceringsdatum basisbereikbaarheid uit te stellen

De Veldstraat is geen voetgangersstraat omdat er een drukke tramlijn door rijdt

Ook zelfrijdend busje Olli vraagt nog steeds om personeel

Na jaren experimenteren met zelfrijdende busjes om een goedkoop alternatief te bieden in de buitengebieden voor de verlieslatende buslijnen met chauffeur kunnen we voorzichtig concluderen dat het niet heeft geleid tot een andere vorm van openbaar vervoer.  Al vele jaren werd geëxperimenteerd, onder andere in Ede-Wageningen, Drimmelen en Appelscha.

zelfrijzend met ondersteuning

Wellicht is een van de voornaamste oorzaken dat het niet meevalt om zo’n voertuig vlot door het verkeer te laten bewegen, mede door de impliciete overvoorzichtigheid. In het Duitse stadje Monheim am Rhein rijden vijf zelfrijdende busjes op een van de lijnen van het openbaar vervoer. Helaas, ook daar rijden de busjes nog niet volledig autonoom, want medewerkers van het bedrijf nemen de besturing over bij drukke kruisingen.

In het Gentse ziekenhuis Maria Middelares is een zelfrijdend busje aangekomen. Met de bijnaam Olli, zal deze primeur in ziekenhuisland bezoekers en patiënten vervoeren tussen een tramhalte en de ingang van het ziekenhuis. Maar ook hier zal in de eerste fase wel nog een chauffeur meerijden. In Groningen wordt eveneens getest met zelfrijdend vervoer. Zo rijdt in Scheemda al enige tijd een zelfrijdend busje naar het ziekenhuis.

proef van het Europese project FABULOS

Tussen station Brandevoort, in de gelijknamige nieuwbouwwijk, en de Automotive Campus rijden na de zomer drie maanden lang zelfrijdende minibusjes. De busjes rijden de route met reizigers, tussen het gewone verkeer. Wel moet er eerst aan een aantal veiligheidseisen zijn voldaan, hebben de gemeente Helmond en drie Europese consortia afgesproken.

Lees ook: Ook zelfrijdende auto’s hebben CBR rijbewijs nodig






Bushalte verdwijnt steeds meer voor senioren in krimpgebied

Zorgen van senioren in krimpgebieden worden groter met het verdwijnen van allerlei voorzieningen, zoals de bushalte, de pinautomaat en het postkantoor. Dat blijkt uit onderzoek van seniorenorganisatie KBO-PCOB. 61% van deze groep die in een krimpgebied wonen, zoals Oost-Drenthe en Hoeksche Waard, zegt nu al problemen te ervaren met de bereikbaarheid van (openbare) voorzieningen. 

Dat is een groot verschil met de senioren die niet in een krimpgebied wonen (22%). De voornaamste zorgen, voor beide groepen, is de bereikbaarheid van OV-haltes en pinautomaten (en bankfilialen).

De zorgen groeien met het ouder worden. Vier op de tien senioren uit de krimpgebieden verwachten meer problemen wanneer ze niet meer auto kunnen rijden en afhankelijk zijn van mantelzorg. Zeven op de tien senioren, los van waar ze wonen, is dan ook van mening dat de overheid meer zorg moet dragen voor de inwoners van krimpgebieden.

‘De bevolking wordt steeds ouder. Dit zal vooral merkbaar worden in krimpgebieden. Ook deze senioren willen op allerlei terreinen actief kunnen blijven. Dit betekent dat er in de krimpgebieden geïnvesteerd moet worden.’ , aldus Manon Vanderkaa, directeur van KBO-PCOB.

De groep die niet in een krimpgebied wonen, ondervinden andere soorten problemen in hun woonomgeving. Zij noemen ook overlast (buren, verkeer, drugs), slechte begaanbaarheid op straat, gebrek aan beschikbare (senioren)woningen en drukte als een probleem.

Wat betreft die drukte, een groot deel (58%) van de senioren is het over één ding eens, ongeacht waar ze wonen: het krimpgebied heeft ook zo zijn voordelen, zoals rust en de hechtheid van de bevolking.

Lees ook

280 nieuwe schermen van De Lijn zeggen stipt wanneer uw tram of bus eraan komt

Hoeksche Waard